Frederik

Jaren lang had ik niets van hem gehoord. Maar gisteren belde hij opeens. "Ja, met Frederik, ik wilde eens weten hoe het met jou gaat..."

Nu ken ik Frederik langer dan gisteren. Het zou er niet over gaan hoe het met mij ging, hij wilde kwijt hoe het met hém ging. En daar ging het gesprek dan ook een uur over. Toen moest ik een plaatselijke klus verrichten en kon ik het gesprek afsluiten.

Frederik komt uit een deftige familie. Hij groeide op in een chique plaats in Nederland. Daar drinkt men nog altijd thee uit luxe kopjes met gouden randjes en met de pink omhoog. Zijn vader was notaris en zijn moeder rechter. Frederik heeft het taalgebruik van zijn ouders keurig overgenomen, de manieren wat minder.

Frederik begrijpt de mensen niet. Daarom deelt hij ze in. Iemand met een A aan het eind van zijn naam komt uit Friesland of Groningen. Zijn 75e verjaardag (waarvoor ik van harte ben uitgenodigd) wil hij in Friesland vieren. Daar zijn de mensen aardig en niet zo gehaast. ‘Je moet wat moeite doen om er in te komen maar als je er eenmaal in bent vergeten ze je nooit meer’. Daarom wilde hij daar in die gastvrije provincie zijn verjaardag vieren. Omdat mijn achternaam met een A eindigt moest ik ook wel een Fries zijn en dus kon ik vast wel een geschikt adres voor hem regelen om zijn verjaardag te kunnen vieren.

‘De mensen in Friesland zijn heel anders dan die in Brabant. Die doen meteen alsof ze je al jaren kennen. Dat zijn Bourgondiërs. Die willen altijd samen met jou eten en drinken. Maar als het eten en drinken op is vergeten ze je meteen weer. Bovendien zijn ze Katholiek’.

‘Ja, de Friezen, die zijn wat meer Gereformeerd. Die stemden vroeger op de ARP. Dat was nog in de tijd van Zijlstra. Maar die bestaat niet meer. Dat is nu het CDA. Zeg, wat vind jij van het CDA? Dat kan toch eigenlijk niet. Die gereformeerde Friezen en die bourgondische Brabanders in één partij?’

‘Maar jullie burgemeester, die Marja van Bijsterveld, hoe bevalt die eigenlijk?’ Ik vertel dat het een prima en toegankelijke burgemeester is. ‘Maar dan kan toch eigenlijk niet, een vrouw als burgemeester van een stad met meer dan 100.000 inwoners? Dat zie ik in Amsterdam. Die Femke Halsema, dat is toch echt een miskoop. Daar hebben we toch wel heel erg spijt van’.

Naast de regio (Friezen en Brabanders) deelt Frederik de mensen in in Gereformeerden en Katholieken en in mannen en vrouwen. Vervolgens gaat hij op zoek naar de verschillen. Ook weet hij de inwonertallen van de plaatsen uit zijn hoofd, volgens de laatste stand van het handboek van het CBS.

Frederik wil graag verhuizen. Zo lang als ik hem ken wil hij graag verhuizen. Hij kan nergens zijn eigen thuis vinden. Toen ik hem voor het eerst ontmoette woonde hij in de Kop van Noord-Holland (in de jaren ’80), maar sinds die tijd heeft er er zeker tien woonadressen op zitten.

Op zijn verzoek is hij onlangs naar een nieuwbouw-appartement in Amsterdam verhuisd. Maar daar voelt hij zich niet thuis. Er wonen alleen maar yuppen, volgens hem. Die zijn asociaal. Hiervoor woonde hij in een meer volkse wijk. Maar daar was het gedrag van de mensen asociaal. Ze dronken bier op straat. En ze hielden zich niet aan de ramadan terwijl je je als je gelovig bent aan de afspraken moet houden, anders klopt het niet.

‘Maar wat denk je, kan ik niet beter naar Delft verhuizen? Kan jij eens bij voor mij bij de gemeente informeren? Delft lijkt mij wel een gezellige stad met die Oranjes in de Nieuwe Kerk enzo’.

Van die Oranjes in de Nieuwe Kerk heb je inderdaad weinig last. Vandaag belde Frederik weer of ik al een goed adres had gevonden waar hij zijn 75e verjaardag kon vieren en of ik al een huis voor hem had gevonden in Delft/ 

Dokter Jansma heeft een kater

Maandenlang had ik niets van dokter Jansma gehoord. Ik had een paar keer geprobeerd om hem te bellen. Geen gehoor. En ook geen antwoordapparaat.  Ik vermoed trouwens dat hij nog een oude telefoon heeft met draaischijf. Daar zit dan waarschijnlijk ook geen antwoordapparaat bij.

Ik denk trouwens dat dokter Jansma geen flauw benul zou hebben van de werking van een antwoordapparaat. Zijn robuuste roodharige secretaresse regelde alles voor hem. En thuis wilde hij natuurlijk ook geen antwoord-apparaat. Je wilt als niet dat het hele bandje volgesproken worden met claimende vragen van je moeder (‘ben je niet thuis, ik hoor maar niks van je, bel je lieve moeder eens terug!’). En je wilt als emeritus-zielenknijper al helemaal niet gebeld worden door hysterische ex-patiënten met verlatingsangst.

En toen opeens belde dokter Jansma. ‘Met Hajé, kerel, hoe gaat het er mee?’ Welja, twee halfom en één tartaar, moeder staat de koffie klaar? Ik dacht dat ik die vraag moest beantwoorden, maar zoals gebruikelijk in onze gesprekken stak Hajé direct verbaal van wal zonder ook maar mijn antwoord af te wachten. Hij had een verrassing. “Je raadt nooit wat het is!” Ik zei: “Je hebt corona!” “Nee,” zei Hajé, “het is iets wat in het bijzonder in jouw kraam van pas komt. Je raadt het nooit!”

Op zo’n moment tolt er van alles door mijn hoofd, maar ik bezit niet de verbale assertiviteit om zo znel mijn gedachten in klankgeworden gedachten om te zetten. Ik dacht dat Hajé na zijn pensioen mogelijk een dating site had geraadpleegd volgens het recept van het daten in de derde levensfase.

Hajé gaf mij weinig tijd om te benoemen dat er een vrouw in zijn leven was gekomen. Hij zei: “Ik heb een kater!” Nu dacht ik bij overmatig drankgebruik dat sommige mensen aan verhoogde stemmingen doen, maar de kater is – voorzover ik kan beoordelen – altijd een minder prettige fase in de cyclus van het opbouw van het Syndroom van Korsakov.

Opnieuw kreeg ik weinig tijd om mijn gedachten verder bij elkaar te rapen. Hajé bleek zomaar opeens vanuit het niets een rode kater te hebben. Nooit had ik hem op enige dierenliefde kunnen betrappen. Ook niet op haat voor dieren. Hij was in mijn ogen dierneutraal. Dieren kwamen in zijn belevingswereld niet voor. Althans: hij had dit mij nooit geopenbaard.

Hajé vervolgde: “Het komt eigenlijk door jou. Ik zag foto’s van jou voor de televisie in gezelschap van een huiskater. En toen bedacht ik dat ik in corona-tijd ook wel wat gezelschap zou kunnen gebruiken. Een kat in het bakkie in plaats van een bakje met antidepressiva.” En zo was er een kater in zijn leven en in zijn huis gekomen.

Ik vroeg of Hajé misschien een foto van de kater kon toesturen, maar dat kon niet. Niet omdat Hajé dat niet wilde, maar omdat hij geen idee had hoe hij met zijn antieke telefoon een foto kon maken. Het snoer was te kort om in de buurt van de huiskater te komen.

Ik vroeg Hajé om nog wat verder te vertellen over de kater, hoe het zo was gekomen en hoe oud de kater was. “Bij geval was de overbuurvrouw in het verpleeghuis opgenomen en toen vernam ik dat de buurvrouw die kater elke keer eten moest brengen. Toen bedacht ik opeens: ‘als mijn waarde collega Henk genoeglijk gezelschap beleeft aan een huiskater, waarom zou ik dan niet een poging tot genoeglijk samenwonen doen?’ Nee, niet permanent, eerst maar eens kijken hoe de vork in de steel zit. Misschien gaat de overbuurvrouw zich te zijner tijd weer metterwoon aan de overzijde vestigen en dan moet hij weer terug. Nee, ik ga me nog niet binden…”

Het was weer duidelijk: Hajé kwam weer zijn bindingsangst tegen. Diezelfde bindingsangst had hem voorzover ik kon beoordelen mogelijk al een halve eeuw van de vrouw weggehouden. Maar nu was er dus toch een huisgenoot in huis. Voorlopig, niet permanent. “Teveel binding leidt tot ontbinding” was een gevleugelde uitspraak van dokter Jansma.

“Wat is de naam van de kater?” wilde ik weten. “Kees”, zei Hajé, “Geen Sigmund, ons aller vadertje Freud, maar kort en bondig Kees, naar het begrip case-study.” “Heette hij dan al zo?” wilde ik weten. “Nee, zo heette hij niet, hij heette Teun. Maar ik wil niet om de Teun geleid worden. Dus in deze woning heet hij Kees. Geen twijfel mogelijk.”

En toen opeens: "Kerel, ik spreek je wel weer bij gelegenheid als de etablissementen weer oudere gogen en jaters willen ontvangen. Het is nu te koud om nog een terrasje te plegen. Hou je haaks." Einde gesprek.  

Dokter Jansma revisited (14)

Dokter Jansma wilde mij ook feliciteren met mijn 70e verjaardag. Dus was hij langs de Vliet gefietst teneinde mij in Delft persoonlijk de das om te komen doen, zoals hij had aangekondigd.

Helaas had ik al in een eerder stadium geconstateerd dat dokter Jansma problemen heeft met de executieve functies. Het plannen en organiseren is niet zijn ding, om het maar eens in plat Nederlands anno 2018 te zeggen. Dat gebrek was waarschijnlijk 40 jaar lang gecamoufleerd door een robuuste secretaresse. Die das kon ik dus wel vergeten. Die lag nog bij hem thuis.

Dokter Jansma was te vroeg. Hij had wind mee en was er vanuit gegaan dat er in de herfst overwegend zuidwestenwinden zouden heersen. Er klopte dus iets niet en volgens hem was dit alles een Chinees complot om hem in de war te brengen. Ik dacht dat ik misschien uit kon leggen dat ‘overwegend’ betekende dat het niet altijd was, maar ik wist dat Hajé allergisch is voor mensen die hem iets uit willen leggen, dus ik bromde wijselijk maar wat met hem mee. Bovendien wist ik dat de meest interessante gesprekken ontstonden als ik Hajé gewoon alles achter elkaar liet associëren. Dan kwam van het één het ander.

Aan een ander tafeltje zaten een dame en een heer. Dat gebeurt wel vaker aan tafeltjes, maar volgens Hajé was hier sprake van een First Date. Maar volgens Hajé zou het niets worden met die twee, dat voelde zijn Pluis-Niet Pluis gevoel en zijn klinische blik deed de rest. Zij was te lui om iets in het huishouden te doen. “Ze is zó’n taart dat je er eigenlijk meteen een taartvorkje bij zou moeten doen.” Nee, vrouwvriendelijk zou Hajé wel niet meer worden. En de man dan? “Tsja, die man heeft het al zwaar genoeg, dat zie je zo” aldus Hajé. Hij is op zoek naar een moederfiguur die hem ’s avonds lekker toestopt, maar dat gaat zíj niet doen. Ze moet eerst een pot nachtcreme op haar gezicht smeren en als ze dan in bed stapt klaagt ze over koude voeten en dan moet hij een kruik klaar maken. Trouwens: hij had foute sokken aan en als zij dat zou merken was het einde verhaal. “Het is zo eenvoudig” zei Jansma, “voordat je aan een relatie begint zou een psychologisch onderzoek verplicht gesteld moeten worden. Dan spaar je de kosten voor een etentje uit benevens veel frustratie.”

Opeens begon Hajé over een ander onderwerp. Hij had de afgelopen week bericht gekregen dat hij verwacht werd op een herscholing. “Dankzij Corona was het lekker rustig” aldus Hajé, “want die Webinars volg ik niet. Ik heb geen idee hoe dat werkt en ik heb het presidium van de Opperste Sovjet van het Nascholingsgilde daar ook melding van gedaan met het verzoek om rekening te houden met de oudere collegiale medemens. Maar toen kreeg ik zo’n miep voor de telefoon met een uitleggerig kleutertoontje dat ze daar geen rekening mee konden houden. Ik zei nog: waar een wil is is een weg en ik heb al veertig jaar trouw mijn controbutie betaald, maar dat landde allemaal niet bij mevrouw Hittepetit.”

Dit gebeuren was voldoende om hem weer in een verbale diarree te doen belanden. Herscholing, dat deden ze in China maar. Of liever ook niet, want daar waren de Oeigoeren de pineut. Die moesten in strafkampen miljoenen mondkapjes aan elkaar breien zonder er ook maar één cent voor te krijgen. Maar zo’n herscholing, dat leek hem maar niks. De ware leerschool was het leven. Herscholing, dat was iets voor verplichte opvoedingskampen en daar had zijn grootvader slechte herinneringen aan. Voor het eerst hoorde ik nu iets over zijn grootvader. Ik dacht: daar wil ik meer van weten, maar Hajé ging verder met het thema scholing.

“Dan heb je zo’n leuk hotel en dat bouwen ze om tot een conferentieoord. Niet bereikbaar met het OV, midden in de bossen en als je pech hebt krijg je in de herfst zo’n grote eikel op je hoofd dat je acuut hersenletsel oploopt. En dat hotel bouwen ze dan om met allerlei zalen. In de ene zaal staat één of andere tsjakka-psycholoog een batterij overheidsaccountants te motiveren. Waartoe ze gemotiveerd moeten worden is nog onduidelijk, als er maar gemotiveerd wordt. En allemaal met de telefoon in de hand, want het moet wel een beetje interactief blijven. Totdat er eentje vraagt waarom hij persé op een tweepersoonskamer moet slapen, hij wil ’s nachts wel aan zijn gerief komen, namelijk en dus is enig privé wel gewenst.

In de andere zaal is de vereniging van eilegbatterijen in de weer. Het programma heet vandaag: Van het IJ tot het Ei. Daar heeft één of ander reclamebureau flink geld aan verdiend. De eerste spreker komt uit Barneveld, maar helaas blijkt zijn laptop niet compatibel met de apparaten van de organisatie. Daardoor loopt het programma vertraging op. Pas rond 11 uur start de eerste lezing. Maar al snel stoppen ze weer. Ze zijn er als de kippen bij in de pauze. Meteen alle kroketten verdwenen.

En dan is er een zaaltje met wijnproevers. Hoe later op de dag hoe vrolijker het daar wordt. Hoe verder de dag vordert, hoe drukker het wordt op de gang richting de toiletten. Aan het eind van de dag is er nog een stevige borrel. Daarna stappen ze allemaal in de auto. Dat moet wel, want er komt geen bus. De dag wordt gesponsord door de vereniging van letselschade-specialisten.

En in de vierde zaal hebben we de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van het Welzijn van de Langhaar Chihuahua, compleet met de ambassadeur van Mexico die de dames en een enkele heer komt vertellen dat dit hondje eigenlijk uit Mexico komt. Na afloop krijgt iedereen een Chihuahua-mandje mee voor achterop de E-bike, want oh, wat vind zo’n smeerkeeshondje het heerlijk bij het vrouwtje achterop de E-bike.

Maar komop, kerel, hoe bevalt het om 70 te zijn, is het niet tijd voor een stevige borrel in de vorm van een dubbele expresso met veganistische geitenmelk ? En blieft meneer er nog wat bij in de vorm van een koekje van eigen deeg?”

Ik hoorde het alweer: Hajé was weer flink op dreef en Sigmund Freud zou aan drie kwartier Hajé op de bank bij lange na niet genoeg hebben. En er volgde nog véél meer. Maar daarover een volgende keer. 

Dokter Jansma revisited (9)

Zaterdag had ik weer een vriendschappelijke ontmoeting met emeritus zielenknijper dokter Jansma, alias Hajé. Het was stormachtig weer en Hajé kwam ook stormachtig binnen.

We hadden weer afgesproken in een Katwijkse strandtent. Dat kan nog net. Eind deze maand gaat de boel weer dicht en zoeken de planken weer een hoger en droger heenkomen.

Hajé was het duidelijk oneens met het stormachtige weer. Hij was zojuist natgeregend op de fiets. Hij had een regenpak bij zich, maar dat had hij niet aangetrokken. Hij vroeg zich af hoe ik droog over was gekomen. Ik zei dat ik tussen de buien door was gefietst. Dat kon hij maar moeilijk geloven, maar het was toch echt zo. Als ik een bui van links zag komen ging ik een beetje naar rechts en omgekeerd. Daardoor was de afstand naar Katwijk wel groter geworden, zo’n veertig kilometer, maar ik was niet natgeregend.

Vermijdende persoonlijkheid en supernarcist

Hajé vond dat kenmerkend voor een vermijdende persoonlijkheid. Dat zal wel, maar in dit geval was het toch wel handig.

“De vermijdende  persoonlijkheid heeft voor zichzelf goede redenen om problemen te ontwijken” aldus Hajé, “maar het kost hem wel energie. En jij hebt ook heel wat kilometers extra gefietst, dat kostte ook extra energie.”

“Had ik dan dwars door de bui moeten fietsen, zoals jij?” vroeg ik. “Jij loopt te mopperen op de regen, daar heb ik dan weer geen last van.”

“Gaan we zó beginnen?” merkte Hajé op, “is meneer assertief geworden? Wordt het trouwens niet tijd voor een E-bike, met al die wind?”

“Alsjeblieft niet” was mijn reactie, “dat lijkt mij een ontwijkende keuze. Gewoon er lekker tegen aan, dat heb ik van jou geleerd…”

“Ja, wrijf mij mijn vak maar weer in,” reageerde Hajé. “Maar jij had wel een lesje nodig. Je dacht dat je zelfs een bejaarde supernarcist nog kon bekeren, nou, dat heb ik je toch wel ingepeperd dat je dat niet gaat lukken…”

Stormachtig gesprek

De vorige keer was het tijdens onze ontmoeting heet en bijna windstil, nu was het stormachtig. Kennelijk was dat ook van invloed op de toonzetting van het gesprek.

Maar volgens mij kwam ik wat beter beslagen ten ijs dan de vorige keer. En dat werkte weer prikkelend op Hajé. De vorige keer had ik me hogelijk verbaasd over de persoon van dokter Jansma, alias Hajé. Hij was een heel ander persoon dan ik had verwacht. Als zielenknijper was hij weliswaar een enigszins overjarige hippie, maar hij hield er toch een bepaalde standaard op na waardoor hij gezag uitstraalde. Maar nu hij zijn vak aan de wilgen had gehangen leek hij te lijden aan aanzienlijk decorumverlies. En wel dusdanig dat ik me zorgen over hem was gaan maken. Had hij geen vrouw die op hem lette? Of desnoods een man…

Drs. P

Dat ik beter beslagen ten ijs kwam kwam door een documentaire over drs. P. in het Uur van de Wolf, vorige week op televisie. Opeens bedacht ik het. Hajé was een soort van drs. P… aan de ene kant iemand die een bepaald gezag uitstraalde, aan de andere kant een persoon die alles aan zijn laars lapte. Aan de ene kant iemand die graag contacten had, aan de andere kant een persoon die grote moeite had met nabijheid. Drs. P kwam pas een beetje uit zijn schulp na zijn 90e verjaardag, dan moet ik nog even wachten bij Hajé.

Vriendschap met voorbehoud. Een soort kat dus; als je naar me toe komt ben ik weg, maar ik kom bij je zitten als het mijn tijd is...