Cryptomnesie

Douwe Draaisma heeft veel geschreven over de werking van het geheugen. het probleem is alleen dat ik dat allemaal niet kan onthouden. Deze keer gaat het over een vorm van 'toevallig geheugen'.  Herinner je iets nu wél of niet of perongeluk. Dat heet cryptomnesie.

Stel je voor dat je iets bedenkt. Een mooi idee, een originele vondst. En je schrijft er ook nog eens een artikel over. Een paar dagen later krijg je een boze brief. Je hebt plagiaat gepleegd. Want in december 2016 heeft meneer de Boer over hetzelfde onderwerp geschreven. Wat is er dan aan de hand?

Cryptomnesie betekent letterlijk ‘verborgen geheugen’. De term werd bedacht door de Zwitserse hoogleraar psychologie Théodore Flournoy, een tijdgenoot van Sigmund Freud.

De term wordt gebruik om de bron te verklaren van ervaringen waarvan mensen geloven dat ze origineel zijn. Maar de bron blijkt te zijn dat je je iets herinnert dat je vergeten bent.

Verschillende geheugenopslag

Dat klinkt onmogelijk, maar omdat er zo’n 250 soorten geheugen bestaan kan het dus toch. Met je ene geheugen weet je absoluut niet meer dat iets is gebeurd, maar in je andere geheugen zit het gegeven nog wel opgeslagen. Bijvoorbeeld: je weet niet meer dat je iets hebt gelezen, maar als je een voorwerp ziet denk je wél opeens: ‘daar kan ik dat voorwerp voor gebruiken’. Je denkt dus een originele uitvinding te doen, maar je boort door een praktische ervaring iets aan wat al eerder bedacht is.

Een vroeger leven?

Er is een stroming in de psychologie die op deze manier verhalen over gebeurtenissen uit vroegere levens meent te kunnen verklaren. Die vorige levens zijn er niet geweest, maar datgene wat je je nu herinnert is dan iets uit je leven wat eerder is gebeurd, maar wat je jezelf niet meer herinnert.

Helderziendheid?

Datzelfde kan ook in een meer recent verleden zijn gebeurd. Zo vertelde een paragnost over twee broers die waren overleden. Hij kon ook vertellen waar dat was gebeurd en onder welke omstandigheden ze waren overleden. Later bleek dat hij een artikel over de beide broers had gelezen, maar dat hij zich dat nu meer bewust was. Hij had dus niet het overlijden van de beide broers ‘gezien’, hij had gelezen over beide broers. Dat is dus geen kwestie van helderziendheid, maar van vergeetachtigheid.

Als iemand een idee overneemt van een ander en denkt dat hij het zelf bedacht heeft hoeft dat geen (bewust) plagiaat te zijn. Het kan even goed een gevolg zijn van de manier waarop we informatie in ons geheugen opslaan. Bijvoorbeeld: een vertekend idee als gevolg van cryptomnesie.

M/V en oud worden

Volgende week moet ik weer twee keer een dagdeel cursus geven over de gevolgen van het ouder worden. Waarschijnlijk hebben beide organisaties mij gevraagd omdat ik van die gevolgen een levend voorbeeld ben.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image.png

Eén van de verschillen tussen – uiteraard de gemiddelde – man en vrouw is dat vrouwen eerder last krijgen van lichamelijk ongemak. Dat zie je soms ook aan de voorraad pillen en poeders tijdens een diner (met water innemen. ‘Ober, hebt u een glaasje water voor mij?’).

Bij mannen zie minder lichamelijke klachten, maar vaker cognitieve klachten. Ze scoren doorgaans hoger op de verstrooidheidsindex. Ook raken ze sneller in de war bij het bakken en braden.

Kakhiel heeft het allemaal treffend geïllustreerd. Dat plaatje gebruik ik dan ook in de cursus. 

Engels pluksel

Toen ik vanwege een omgeval in de kreukels lag schreef de thuiszorg Engels pluksel voor. Dat was ik alweer helemaal vergeten. Het was jaren geleden... Hadden we dat - ondanks de Brexit - dan nog in huis?

Onze schoondochter (en verpleeghuisarts) C wist meteen raad voor mijn gekreukelde wettige huisgenote. “Engels pluksel!””Waar heb ik dat ook alweer?” zei Tineke.

Ik moest diep nadenken waar ik die naam van kende. Maar Tineke trok meteen drie geheugenladen open: 1) ze wist wat engels pluksel was, 2) ze wist dat we dat in huis hadden én ze ging in de derde geheugenlade na waar dat pluksel zich zou kunnen bevinden.

Ondertussen waren wij ook nog verhuisd. Ik kon me eigenlijk niet voorstellen dat de verhuisauto gevuld was geweest met Engels pluksel. Maar dat was dus helemaal uit de Kop van Noord-Holland mee verhuisd naar de regio Haaglanden. En waar in huis zou het dan moeten liggen?

En ja hoor: na raadpleging van enkele laden in huis kwam er zowaar Engels pluksel tevoorschijn. Precies haar vader: 'Beter mee verlegen, dan om verlegen.' Inderdaad, zo'n tien jaar later kwam het goed van pas...

Een te goed geheugen

Een goed geheugen is een zegen. Dat merkt je pas echt als je geheugen je in de steek laat. Dat kan best beangstigend zijn. Maar kun je ook een te goed geheugen hebben?

Nu is het eerst de vraag welk geheugen er bedoeld wordt. We hebben tal van geheugens. Iemand schreef dat er maar liefst 256 verschillende soorten van geheugenprocessen bestaan. Alleen ben ik vergeten wie dat was (…).

Vaak denken we bij het geheugen aan het onthouden van namen. Je komt iemand tegen, maar hoe heette die persoon ook alweer? Je schaamt je diep… Als troost mag gelden dat dat in de beste families voorkomt en zelfs al op jonge leeftijd. Maar dat is vooral een opdiepprobleem. Je weet het wel, maar je kunt er op dat moment niet opkomen.

Maar ook activiteiten als koken en fietsen hebben alles met je geheugen te maken. Zelfs het feit dat je weet dat een fiets is bedoeld om op te fietsen valt onder de functies van het geheugen. Maar laten we het nu even houden op het je kunnen herinneren van een aantal zaken.

Bart staat bekend om zijn enorme kennis. Hij weet tot in detail feiten die anderen altijd op moeten zoeken. Daar is hij trots op en dat mag natuurlijk ook. Op school gaf hij niet alleen goede antwoorden, hij kon ook vertellen waar iets te vinden was. “Dat staat op bladzijde 26 in de tweede alinea.” Bart kan ook tot in detail vertellen ‘wie wat waar’ gezegd heeft. Het gebeurt daardoor wel dat hij twintig jaar na dato iemand confronteert met een uitspraak uit dit grijze verleden. Die persoon kan dat niet meer checken en is het al lang vergeten. Maar Bart niet. Bovendien gaat hij er vanuit dat zijn geheugen onfeilbaar is.

Is het handig als je zo’n gedetailleerd geheugen hebt? Het lijkt aardig, want je leert snel en tot in detail, soms zelfs beter dan de leraar. Maar mensen die zo’n goed geheugen hebben klagen er vaak over dat hun hoofd te vol zit. Ze hebben liever wat minder informatie.

Bij Bart is dit goede geheugen een probleem in zijn sociale contacten. Als hij als pensionado iemand uit zijn jeugd tegen komt kan hij die persoon nog steeds aanspreken op wat deze ooit gezegd heeft. Bovendien leidt deze enorme geheugencapaciteit tot een ander probleem. Bart verandert zijn oordeel over de ander niet, zelfs als die persoon zegt dat het hem spijt. Zo iemand blijft een ‘rotzak’. En dat zal hij niet onder stoelen of banken steken. Hij heeft dan ook nauwelijks vrienden. Bij Bart heeft dat fabelachtige geheugen dus niet alleen voordelen.

Soms kun je maar beter regelmatig iets vergeten. Hoewel: kunnen vergeven, dat is natuurlijk nóg beter… Ook voor Bart.

Bijdrage die ik schreef voor het Nederlands Dagblad

Geheugentrainer

Bij Omroep Max heb je de geheugentrainer. Je krijgt een halve minuut tien plaatjes van boodschappen te zien en na een half uur moet je dat rijtje nog zien op te noemen.

Mijn geheugen ervaar ik in dat opzicht als gatenkaas, maar Tineke is er best goed in, al zeg ik het zelf. Na een half uur wist ze de tien boodschappen nog precies op te sommen. En 12 uur later lukte het ook nog steeds.

Maar… er was één nadeel. Ze moest voor mij een boodschappenlijstje maken en ze kon niet meer bedenken wat ze er nog (meer0 op moest zetten.

Dat wist ik dan weer wel. Mijn hoofd was namelijk niet bezet door die tien gefingeerde boodschappen. Dus was er ruimte om te bedenken wat er in werkelijkheid nodig was.

Zo heeft ieder nadeel ook weer zijn voordeel...

Top 7 van geheugen-ergernissen

We vergeten van alles. Dat is maar goed ook. Anders zou ons hoofd te vol raken. Maar waar ergeren we ons aan bij het vergeten?

De namen van mensen. Dit is bijna altijd een opdiepprobleem. Je weet het wel, maar je kunt op dát moment niet op de naam komen. Alleen bij dementie (met name bij Alzheimer) raak je ook echt de naam kwijt.

Het vergeten van telefoonnummers. Tsja, die onthoudt bijna niemand meer. We hebben het onszelf te gemakkelijk gemaakt door alles in het geheugen van de telefoon op te slaan.

Het vergeten van wachtwoorden en pincodes. Dat is een hedendaags probleem. Sommige mensen maken het zichzelf gemakkelijk door overal hetzelfde wachtwoord voor te gebruiken. Daarmee maken ze zichzelf kwetsbaar voor hackers. Je moet je wachtwoorden wel ergens opslaan, want bij stress vergeet je ze gemakkelijk. En verder helpen ezelsbruggetjes die niemand verder begrijpt.

Niet meer weten wat je net gelezen hebt. Dat is vooral een kwestie van aandacht en concentratie. Als je leest en ondertussen bedenk je welke boodschappen er gehaald moeten worden vergeet je zómaar wat je gelezen hebt.

Vergeten wat je de afgelopen dag of week hebt gedaan. Gisteren hebben we even de week van kerst tot/en/met 3 januari op een rijtje gezet. We wisten niet meer wat we gedaan hadden. Doorgaans houden we ook een kalender bij, als geheugensteun.

Niet meer weten waar je iets hebt opgeborgen. Dit komt in de beste families voor. Het is ook weer een kwestie van mindfullness. Als je in de haast iets opbergt terwijl je met iets anders bezig bent gaat het vaak mis. Ik ben ook regelmatig iets kwijt wat ik te goed heb opgeborgen (…).

Vergeten wat je ook alweer van plan was om te gaan doen. Je loopt naar de keuken, maar daar weet je niet meer wat je ook alweer zou gaan doen. Die problemen worden groter als je ondertussen deuren moet passeren. Als dat waar is leidt een open keuken tot minder van dit soort vergeetachtigheid.

Het helpt weinig als je je gaat ergeren. Als de stress toeneemt vergeet je namelijk nóg meer. Als je pro-actief werkt (werken aan concentratie) is de kans dat het mis gaat minder groot.

Geheugen, vergeten en plannen

Waar waren we ook alweer gebleven? We hadden een paar geheugens op een rijtje gezet. Dat zal mij nog lang heugen...

Op het plaatje zie je een schema van het lange termijn geheugen. Maar, zoals Douwe Draaisma schrijft, er zijn er véél meer. Wel 256 stuks. Maar dat overzicht heb ik nog nooit gezien. En als ik het zou zien zou ik het toch niet allemaal kunnen onthouden.

Wat belangrijk is om te weten, is dat de geheugens in de loop der tijd achteruit gaan. Maar er zitten verschillen in. Het ene geheugen takelt sneller af dan het andere. Maar het is per persoon ook nog eens verschillend.

Er wordt gedacht dat vooral ouderen vergeetachtig zijn. Maar er zijn ook jonge mensen met een geheugen als gatenkaas. Alleen zit daar ook een valkuil in. Het opslaan van informatie in je geheugen heeft vooral met ‘het bij de les zijn’ te maken. Om er een hedendaags sausje over te gieten: met mindfullness. Als je niet goed oplet sla je niet goed op. Het is net zoals een stuk op de PC niet goed afsluiten. Dan ben je zomaar je verhaal kwijt.

Als je teveel bezig bent met je mobieltje sla je dus weinig dingen op die je eigenlijk zou moeten onthouden.

Het is ook niet zo dat ouderen allemaal vergeetachtig zijn. Er zijn ook ouderen met een geheugen dat nog klinkt als een klok. Mijn schoonvader was iemand die tot op hoge leeftijd feiten en codes onthield, alsof hij nog een heel vers stel hersens had.

Zo zijn er mensen met autisme die bijna niets vergeten. Zeker als het om feiten gaat. Die worden allemaal onder het schedeldak opgeslagen.

Geheugens in de herhaling

Nog even in de herhaling:

a) Hoe je moet fietsen is het procedureel geheugen (dat gaat automatisch)

b) Wat een fiets is, is het semantisch geheugen

c) Wanneer ik een fietsrondje maakte en in welke omgeving ik dat rondje maakte is mijn episodisch geheugen.

Autobiografisch geheugen

Een variant op het episodisch geheugen is het autobiografisch geheugen. Dat heeft te maken met de ervaringen die je in je leven hebt. Als je je bijvoorbeeld herinnert dat je kon schaatsen toen je broertje geboren werd valt dat onder je autobiografische geheugen. Dat geheugen is overigens behoorlijk feilbaar, omdat het sterk gekleurd wordt door emoties.

Prospectief geheugen

Dan hebben we ook nog het prospectief geheugen. Dat slaat niet op het verleden, maar het gaat over de toekomst, de dingen die je straks moet doen.

Ik ga straks de deur uit. Mijn tas heb ik klaar, de lesstof zit er in. De CV is al laag ingesteld.

Ik moet nog wel mijn brood in de tas doen. En checken of ik twee USB's mee heb. Alle lampen moeten uit. Ik moet mijn huissleutels mee. De achterdeur moet op slot. Ik moet nog even checken of de trein op tijd rijdt. Is kater Ringo op een gewenste plek in huis? Zit mijn OV-chipkaart in mijn jas? En dan moet ik lopen naar het station. Maar wel via een andere route, want er is een straat afgesloten.

Eerste herinnering

We hebben het wel over het geheugen, maar het thema 'vergeten' is minstens zo belangrijk.

We beschouwen allemaal (durf ik wel te stellen) het vergeten als een problematisch gegeven. Al we niet zoveel zouden vergeten zouden we veel beter kunnen functioneren. Maar op het moment dat je dat zegt vergeet je ook weer iets. Namelijk dat het veel beter is om veel dingen te vergeten. Anders raakt je hoofd vol. Zóveel kan er ook weer niet in een voorraad hersenen van tegen de 1½ kilo. En vervelende ervaringen: die wil je al helemaal liever vergeten.

Maar hoe betrouwbaar is het geheugen eigenlijk? Iemand als Prof. Wagenaar heeft er voortdurend op gewezen hoe bijvoorbeeld rechtszaken ontspoorden op basis van onjuiste (geheugen-) informatie.

Mijn eerste herinnering dateert uit de winter van 1954. We waren toen onderweg naar Indonesië. Ik was 3½ jaar oud. Ik zie het nóg voor me: de ontbijttafel, de hoek van het restaurant waar wij zaten, mijn vader met een licht pak, mijn moeder met een donkerder jurk, mijn broertje, een blikje gestampte muisjes op tafel. Maar is het wáár? Is dat mijn geheugen?

De psychologen Usher en Neisser probeerden cruciale herinneringen van kinderen naar boven te halen (bijvoorbeeld: een verhuizing, de geboorte van een broertje of zusje, een ziekenhuisopname). Ze lieten de kinderen zoveel mogelijk feiten vertellen. Later controleerden ze die feiten: wat weet de moeder hier van? (waarom niet de vader, trouwens?). En het bleek voor een aanzienlijk deel te kloppen. Maar klopte het ook?

Later volgde er een controle-onderzoek. Nu moesten kinderen iets vertellen over hun eigen geboorte. En ook die gegevens werden gecheckt bij de moeder. Het bleek dat ze nét zo accuraat konden vertellen over hun eigen geboorte als over de geboorte van een broertje of zusje. Volgens de moeders klopte de informatie precies. Maar hoe kon die informatie kloppen? Baby’s hebben nog nauwelijks geheugencapaciteit: hun hersenen zijn nog te klein en de bedrading is nog niet goed ontwikkeld.

De vertekening ontstaat doordat kinderen niet in staat zijn om feiten te onderscheiden van wat hen verteld is. Ook volwassenen zijn hier trouwens nog niet goed in. Ze weten dus niet de herkomst van de informatie. Wat ze hebben gezien, gelezen of gehoord wordt opeens ‘waar gebeurd’, ‘ik heb het zelf meegemaakt’. Zo vertelde een mevrouw allerlei details over de bevrijding van haar woonplaats. Ze wist nog hoe de Canadezen het dorp binnen reden en hoe de mensen hadden gejuicht. Die mevrouw bleek op dat moment één jaar oud te zijn geweest. Ze had de intocht van de Canadezen niet opgeslagen in haar geheugen: de had de foto’s die ze had gezien en verhalen die ze had gehoord opgeslagen in haar geheugen.

Precies zo is het met mijn eerste herinnering. Die situatie zit gewoon in het fotoalbum van mijn ouders. Wat ik vele malen op de foto heb gezien is in mijn beleving mijn eerste herinnering geworden. Maar het is niet mijn eerste herinnering..

Geheugenprocessen

Kleindochter T (4 jaar) vertelde gisteren tot in detail aan opa over een  gebeurtenis van twee jaar geleden.

Ik weet vrijwel zeker dat ze dat over vijf jaar niet meer weet. Want dan weten kinderen zich vrijwel niets meer te herinneren van vóór hun vierde jaar.

Daar heb ik al eerder over geschreven. De meest waarschijnlijke verklaring is dat bij het groter worden (en met name ergens rond de 6 á 7 jaar) de opslag van het geheugen wordt gereset. Daardoor wordt de oudere informatie gewist. Of in ieder geval verstopt op een plek waar we niet bij kunnen.

Er zijn  therapeuten die beweren dat ze terug kunnen gaan tot het moment dat je geboren bent of zelfs daarvoor. Het lijkt erop dat daar veel inlegkunde bij komt kijken.

Hoe het geheugen werkt: daar weten we nog altijd weinig van. We weten veel meer niet dan wel.

Wat we wel weten is dat het geheugen vooral bestaat uit het kunnen verwerken van informatie. Dus het gaat niet om het iets onthouden, om het iets opslaan in de opslagtank van het geheugen. Het gaat er vooral om dat je iets een plek kunt geven. Om de toepassing dus: ‘dit heb ik in mijn hoofd opgeslagen en dat kan ik er mee doen.’ Aan alleen feitelijke informatie heb je niets.

Stoornissen in het geheugen kunnen zich binnen het onthouden van wat je meemaakt voor doen op de volgende gebieden:

  1. Aandacht: richt je je aandacht voldoende om iets te kunnen waarnemen en daarna onthouden?
  2. Vasthouden van informatie: hou je de aandacht lang genoeg vast om de informatie ook echt opgeslagen te krijgen in je hoofd?
  3. Het later kunnen reproduceren van de informatie: de informatie zit in je hoofd en je kunt die kennis weer opdiepen als je het nodig hebt.

Ad 1. Je ziet een telefoonnummer, maar er gebeurt van alles omheen. Hoe richt je je denken dan zó dat je bewust naar dat nummer gaat kijken?

Ad 2. Dat telefoonnummer heb je straks nodig. Hoe krijg je het in deze omgeving voor elkaar dat je je zolang richt op die informatie dat je het telefoonnummer echt in je hoofd ‘kunt knopen’?

Ad 3. Wat is er later nodig om jou dat nummer te laten reproduceren?

Als je klassieke beelden er bij pakt zou je kunnen bedenken dat kinderen met ADD zich te weinig kunnen concentreren op het nummer terwijl kinderen met ADHD niet de tijd nemen om het nummer te onthouden.  Bij demente mensen treden te problemen op alle drie gebieden op. Bij vitale ouderen is er vaak sprake van een opdiepprobleem.

Nu zijn die 06-telefoonnummers tegenwoordig ook wel ingewikkeld. Een halve eeuw geleden wist ik de aandacht voor het telefoonnummer van Tineke te vangen, genoeg tijd te nemen om de informatie op te slaan én kon ik het nummer ook reproduceren. Dat kan ik ook nu nog…

Het is alleen overtollige ballast, want het nummer is niet meer in gebruik. Ik krijg die informatie ook niet gewist. Dat is ook weer jammer, want daaris nu geen plek voor andere informatie.

Declaratief, semantisch en episodisch geheugen

Eén van de geheugens die onder mijn schedeldak gehuisvest is, is mijn  semantische geheugen.

Declaratief 

Het declaratieve geheugen gaat – zoals eerder werd geschreven – over bewuste informatie. Bijvoorbeeld een boodschappenlijstje. Je kunt een briefje bij je hebben. Je kunt ook bewust onthouden wat je ook alweer moest kopen. Bij mij eindigt dat er meestal in dat ik wél met aanbiedingen thuis kom, maar niet met de boodschappen die ik had moeten doen. Kennelijk moet ik niet teveel vertrouwen op mijn declaratieve-boodschappen- geheugen.

Semantisch

Het semantische geheugen is dus een onderdeel van het declaratieve geheugen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de betekenis van begrippen of de namen van personen. Bijna iedereen heeft problemen met het onthouden van namen. Maar dat hoeft niet een opslagprobleem te zijn. Meestal is het een opdiepprobleem. Het zit er wel, maar je kunt er niet op komen.

Het semantische geheugen betreft de ‘klankkant’ van het geheugen. Bijvoorbeeld: dat je weet wat een bepaald woord betekent. Je ziet of hoort het woord heibeldijfje en je weet weer dat het een linksdraaiende schroef is.

Sommige mensen onthouden vooral de klank. Ze weten nauwelijks hoe je een woord spelt, maar op de klank af maken ze de juiste associatie. Maar je kunt je natuurlijk ook vergissen....

Episodisch

Maar dat is nog niet alles van wat ik onder mijn declaratieve schedeldak heb opgeslagen. Ik heb daar ook een episodisch geheugen in zitten. Daar sla ik mijn herinneringen aan gebeurtenissen in op. Zo weet mijn episodische geheugen dat ik maandag een rondje door België ben gaan fietsen.

Omdat mijn episodische geheugen mij af en toe in de steek laat (hoewel dat mijn fietstochten nog wel meevalt), maak ik weer gebruik van foto’s om alles nog wat helderder voor de geest te krijgen. De foto’s ondersteunen mijn visuele geheugen. Dat is weer een andere manier om het geheugen in te delen.

Fietsen en geheugen

Om het iets gemakkelijker te maken parafraseer ik nog maar even André Aleman (het boek ‘Het Seniorenbrein’).

a) Hoe je moet fietsen is het procedureel geheugen (dat gaat automatisch)

b) Wat een fiets is, is het semantisch geheugen

c) Wanneer ik een fietsrondje maakte en in welke omgeving ik dat rondje maakte is mijn episodisch geheugen.

André Aleman, Het Seniorenbrein, uitgeverij Olympus, 15e druk, 2019