Drang naar samenhang (1)

Hoogleraar cognitieve psychologie Rolf Zwaan heeft een boek geschreven. In deze tijd vol verwarrende informatie is het een actuele publicatie. Hoe komt het dat er zulke tegengestelde geluiden ontstaan rond corona? Waarom lukt het steeds minder om een brug te slaan tussen de verschillende 'stromingen'? 

Hoe slaan we informatie op? Volgens professor Zwaan gaat het om twee aspecten. Er gebeurt iets in je omgeving en er zit informatie in je geheugen. Met die combinatie maak je een situatieschets. Dat wat je ziet of ervaart is dus niet feitelijk, het wordt altijd ‘vermengd’ met vroegere ervaringen.

Ik neem een voorbeeld uit mijn eigen praktijk. Je maakt een afspraak met een nieuwe tandarts. Van tevoren vul je een intake-formulier in. Op het moment dat je bij zijn voordeur staat heb je al een beeld van wat jou te wachten staat. Er zal een balie zijn, er zal een wachtruimte zijn, je denkt dat er een ruimte is waar je nog even je tanden kunt poetsen, en er zal een behandelkamer zijn met een man die alvast in passende kleding rondloopt, jou nog een paar vragen stelt en die je vervolgens uitnodigt om in de stoel plaats te nemen.

Dat kun je dus allemaal niet weten, want je bent nog nooit bij deze tandarts geweest. Je hebt een plaatje gemaakt op basis van jouw vroegere ervaringen met tandartsen. Dat plaatje zit als herinnering in je geheugen en het maakt de voorspelling hoe het straks zal gaan minder spannend.

Maar stel je nu eens voor dat dat hele plaatje niet klopt. Er is geen wachtkamer, je kunt nergens nog even je tandenpoetsen, de tandarts doet de deur open en je staat meteen in de behandelkamer. Je valt bij wijze van spreken met de deur de behandelkamer binnen. Bovendien blijkt de tandarts geen man maar een vrouw te zijn. Ze loopt niet in tandartskleding, maar ze is helemaal ‘gothic’ uitgedost.

De nieuwe tandarts (foto: Trendhunter)

Nu klopt je voorspelling dus helemaal niet meer. Voor de meeste mensen is een bezoek aan de tandarts nog altijd spannend (ik vind het overigens een vorm van ontspanning, maar ik ben niet gemiddeld). Dat maakt dat je denken meteen op scherp komt te staan. De stress van tevoren in combinatie met het plaatje dat helemaal niet uitkomt maakt dat je niet meer weet waar je aan toe bent. Je kunt eigenlijk geen situatieschets meer maken.

Volgens professor Rolf Zwaan kom je dan in een ongrijpbare situatie terecht. Je kunt geen verbanden meer leggen. Je zou kunnen zeggen (en dat haal ik uit de theorie over het autisme) dat je hersenen helemaal ‘bezet’ zijn geraakt: de emmer is vol, je kunt geen kant meer uit. Wat er dan gebeurt is dat je ‘bevriest’.

Het kan ook zo zijn dat je hersenen gaan als een gek ratelen om weer grip op de situatie te krijgen. Die grip kan bijvoorbeeld bestaan uit het weglopen uit de situatie: 'sorry, u bent geen tandarts, ik heb me in het adres vergist' 

Het kinderlijk geheugen (2)

Martin Conway deed het grootste onderzoek naar herinneringen uit de vroege jeugd dat ooit binnen de psychologie is gedaan. Er deden maar liefst 6400 volwassenen mee aan zijn onderzoek.

De gemiddelde leeftijd waar de herinneringen op terug grijpen blijkt uit te komen op 3 jaar en 4 maanden. Die uitkomst strookt met andere onderzoeken.

Maar wat vooral opvalt is de spreiding tussen de leeftijden waarvan volwassenen zeggen dat daar hun eerste herinnering ligt. Veertig procent van de volwassenen beweert herinneringen van voor de tweede verjaardag in het geheugen te hebben opgeslagen en 10% kan ook herinneringen uit het eerste levensjaar reproduceren.

Een deel van deze mensen weet exact ervaringen vanuit de wieg of de kinderwagen te beschrijven. ‘Ik zie nog steeds van binnenuit het patroon van de kap voor me, en de slinger met speeltjes: de gele, roze en blauwe lammetjes die rammelden als ik er tegen sloeg.’

Die exacte beschrijving komt overeen met de ervaring die Sergej Martinov vertelt in het boek ‘De erfenis van Dedushka’. Herinneringen vanuit de wieg en uit de periode toen hij 1½ jaar oud was.

Ms Tosari, een vrachtschip van de Rotterdamse LLoyd met passagiersaccomodatie

Hoe ik ook mijn best doe, ik kan eigenlijk geen herinneringen van voor mijn vierde verjaardag in mijn bewuste tevoorschijn toveren. Als markering zou de reis per Tosari (een vrachtschip van de Rotterdamsche Lloyd) moeten dienen. Ik was toen 3½ jaar oud. Daar zit die ervaring van de ‘gestampte muisjes’ aan de ontbijttafel bij. Maar hoogstwaarschijnlijk is die ervaring niet gebaseerd op een herinnering aan dat ontbijt zelf, maar aan een foto van dat ontbijt.

Een andere herinnering zou zijn dat mijn broertje en ik in het stapelbed in die boot liggen. Mijn vader en moeder waren niet in de hut. Het oranje strijklicht van de ondergaande zon zou via een rond patrijs in de hut hebben geschenen. Omdat ik mijn bed niet uitdurfde zou ik vanuit het bovenste stapelbed geprobeerd hebben om in de po te plassen die op de grond stond. Dat mislukte nogal omdat de boot schommelde. Maar is dat een herinnering? Mijn moeder heeft het verhaal later vele malen verteld. Ik denk dus dat het háár verhaal is. 

Moet ik dus jaloers zijn op de mensen die zich zóveel meer weten te herinneren uit hun vroege jeugd? Dat vergeten kan trouwens ook een voordeel zijn: je herinnert je ook geen vervelende dingen. Je herinnert je namelijk niets.

In het artikel in de NRC van 23 juli (met dank aan Sacha) wordt geschreven dat zo'n vroege herinnering onmogelijk is. 'Er zijn vóór het tweede jaar plus enkele maanden daarna bij volwassenen nooit betrouwbare herinneringen gevonden'.

Het geheugen als dwaalspoor (1)

Omdat er in mijn geheugen gaten vallen ben ik nogal veel bezig met de werking van het geheugen. Wat klopt, en wat is er feitelijk onjuist?

Mijn stelling is altijd geweest dat feitelijke herinneringen eigenlijk niet kunnen bestaan. De beste stellingen staan trouwens in magazijnen, aldus een stelling in een proefschrift. Feitelijke herinneringen kunnen niet bestaan, omdat de werkelijkheid altijd ingekleurd wordt door wie je zelf bent. Het zijn dus jouw herinneringen.

Herinneringen die je zelf hebt meegemaakt kunnen jou ook nog op een ander dwaalspoor zetten. Wat er in je herinnering zit: heb je dat wel echt meegemaakt?

Het ongeluk van Oliver Sacks

Eerder heb ik een keer geschreven hoe Oliver Sacks vertelde over een ongeluk dat hij had meegemaakt tijdens een schoolkamp. Achteraf bleek dat hij helemaal niet met dat kamp mee was geweest. Zijn broer had het verhaal verteld en Sacks had het zó beeldend opgeslagen dat het als het ware zijn eigen herinnering was geworden.

Voorspellende geest?

Een bijzonder verhaal stond onlangs in de NRC (Hendrik Spiering, met dank aan Simon). Spiering leest op volgwassen leeftijd het boek Tom Sawyer door Mark Twain. “Het werd een verbijsterende ervaring. Eenmaal begonnen bleek ik innerlijke zekerheden te bezitten over hoe het verhaal verder ging. Nog voor ik een volgende bladzijde omsloeg wist ik: nu komt er iets met een muur, alsof een vreemde geest mij informatie influisterde, zonder enige context.

Het werd steeds enger, tot ik me realiseerde dat ik het boek voor de twééde keer las. Misschien was ik een jaar of negen toen ik het de eerste keer las. En toen kon ik zelfs bedenken welke Twain-uitgave dat moest zijn geweest, zo’n donker gebonden boek met ook Huckleberry Finn.”

In dit geval maakte Spiering dus iets anders mee: hij had herinneringen in zijn hoofd opgeslagen, maar hij was het zich niet bewust. Dus dacht hij – bij wijze van spreken – dat hij een bijna voorspellende geest had wat betreft de inhoud van het boek.

Sergej in de wieg

Sergej Martinov schrijft in zijn memoires hoe hij zich herinnert dat zijn moeder zich over de wieg voorover buigt. Hij was toen – naar eigen zeggen – een paar maanden oud. Daarna beschrijft hij hoe hij aan tafel zat in de kinderstoel, naar eigen zeggen ongeveer 15 maanden oud? Kan een kind zo ver terug kijken in zijn herinneringen?

In de boot genomen

Mijn eerste herinneringen dateren uit de tijd dat we met de boot naar Indonesië voeren. Ik was toen bijna drie jaar oud. Ik weet niet hoe we aan tafel zaten, met vader en mijn moeder, mijn jongere broertje en ik. Mijn vader had een wit tropenhemd aan. En op de (ronde) tafel stond een bus met gestampte muisjes (crunched mice). Kan ik me dat inderdaad herinneren? 

Later zag ik bij mijn moeder een foto van ons gezin op de boot, onderweg naar Indonesië. We zaten aan de ronde ontbijttafel. Mijn vader had een wit overhemd aan. En op de hoek van de ronde tafel (…) stond een bus met gestampte muisjes. In mijn herinnering was die bus oranje, maar mijn vader fotografeerde alleen in zwart-wit. Het is trouwens de vraag wie deze foto gemaakt heeft: mijn vader staat er zelf ook op.

"Van de eerste twee jaar van zijn leven heeft niemand betrouwbare herinneringen", aldus  Hendrik Spiering. Voer om over na te denken...

Gefopt door je geheugen

Naarmate ik ouder word krijg ik minder grip op mijn geheugen. Vooral het onthouden van namen wordt steeds ingewikkelder. Soms erger ik me daar aan. Maar dan wordt het nóg erger. 

Ik wil niet mopperen, maar eigenlijk vind ik dat het geheugen wat inefficient werkt.

Ik heb het al eerder geschreven, maar toch nog een keer: waarom weet ik ons telefoonnummer van een halve eeuw geleden nog wel en kan ik ons huidige telefoonnummer niet meer onthouden? Als ik al die oude informatie zou kunnen wissen zou ik ruimte hebben om het nieuwe nummer onder mijn schedeldak vast te houden.

Met dank aan Kakhiel

Waarom weet ik verjaardagen van ooms en tantes die al tientallen jaren geleden zijn overleden nog steeds en kan ik de verjaardagen van onze kleinkinderen niet onthouden?

Waarom weet ik oude adressen van vrienden van tientallen jaren geleden nog steeds en kan ik hun huidige adres maar niet onthouden? De PC onder mijn schedeldak moet dus echt een keer gereorganiseerd worden.

Mocht je een blog twee keer lezen, dan ligt dat dus ook aan mijn geheugen. Ik was vergeten dat ik al eerder over het onderwerp had geschreven. Om een begeleidster uit een verpleeghuis te citeren: “Nog een slabbetje om, Henk, en je kunt bij ons komen wonen.”

“Nog een slabbetje om en je kunt bij ons komen wonen”

Er toch niet bij geweest

Het geheugen is feilbaar. Sommige mensen denken van niet. Ze weten het zéker. Zoals Oliver Sacks (een tante van mij verstond dat de man ‘O liever sex’ heette). Hij vertelt hoe hij tijdens een zomerkamp een val van een schommel meemaakte van een jongen die ook op dat kamp was. Het bloed stroomde aan alle kanten over de tegels. De ambulance kwam snel ter plekke en de jongen werd naar het ziekenhuis gebracht. Sacks twijfelde geen moment aan deze gebeurtenis.

Totdat zijn broer op een verjaardag zei: ‘Daar was jij helemaal niet bij!’ Na enig vorswerk bleek dat Oliver Sacks die gebeurtenis inderdaad niet had meegemaakt. Hij logeerde die zomer bij zijn opa en oma. Hij had het verhaal van zijn broer gehoord en het zich zó verbeeldend voorgesteld dat het voor hem realiteit was geworden.

Vooral mensen die sterk zijn in beelddenken kunnen op die manier tal van verhalen vertellen waarbij ze oprecht menen dat ze het zelf hebben meegemaakt. Het zijn echter verhalen die hen verteld zijn of foto’s die ze ooit hebben gezien.

Geheugen en kindertijd

In relatie tot het voorgaande: hoe ver gaat ons geheugen terug in de tijd? Er zijn mensen die beweren dat ze van alles weten uit hun baby-en peutertijd. Volgens tal van onderzoekers is dat zeer onwaarschijnlijk. Een kleuter van vijf jaar kan zich inderdaad nog van alles herinneren uit de peutertijd. Daarna raakt hij die herinneringen (meestal) kwijt. Dat komt omdat zo rond het zesde jaar het denken gereorganiseerd wordt. Kinderen gaan op een andere manier denken en je zou kunnen zeggen dat er dan ook schijfruimte vrij wordt gemaakt. Je raakt dan dus die herinneringen alsnog kwijt.

Wat je je herinnert van je peutertijd herinnert is meestal – net zoals in het voorbeeld van Oliver Sacks – datgene wat je ooit verteld is en je vervolgens hebt verbeeld of wat je op een foto hebt gezien.

Cryptomnesie

Douwe Draaisma heeft veel geschreven over de werking van het geheugen. het probleem is alleen dat ik dat allemaal niet kan onthouden. Deze keer gaat het over een vorm van 'toevallig geheugen'.  Herinner je iets nu wél of niet of perongeluk. Dat heet cryptomnesie.

Stel je voor dat je iets bedenkt. Een mooi idee, een originele vondst. En je schrijft er ook nog eens een artikel over. Een paar dagen later krijg je een boze brief. Je hebt plagiaat gepleegd. Want in december 2016 heeft meneer de Boer over hetzelfde onderwerp geschreven. Wat is er dan aan de hand?

Cryptomnesie betekent letterlijk ‘verborgen geheugen’. De term werd bedacht door de Zwitserse hoogleraar psychologie Théodore Flournoy, een tijdgenoot van Sigmund Freud.

De term wordt gebruik om de bron te verklaren van ervaringen waarvan mensen geloven dat ze origineel zijn. Maar de bron blijkt te zijn dat je je iets herinnert dat je vergeten bent.

Verschillende geheugenopslag

Dat klinkt onmogelijk, maar omdat er zo’n 250 soorten geheugen bestaan kan het dus toch. Met je ene geheugen weet je absoluut niet meer dat iets is gebeurd, maar in je andere geheugen zit het gegeven nog wel opgeslagen. Bijvoorbeeld: je weet niet meer dat je iets hebt gelezen, maar als je een voorwerp ziet denk je wél opeens: ‘daar kan ik dat voorwerp voor gebruiken’. Je denkt dus een originele uitvinding te doen, maar je boort door een praktische ervaring iets aan wat al eerder bedacht is.

Een vroeger leven?

Er is een stroming in de psychologie die op deze manier verhalen over gebeurtenissen uit vroegere levens meent te kunnen verklaren. Die vorige levens zijn er niet geweest, maar datgene wat je je nu herinnert is dan iets uit je leven wat eerder is gebeurd, maar wat je jezelf niet meer herinnert.

Helderziendheid?

Datzelfde kan ook in een meer recent verleden zijn gebeurd. Zo vertelde een paragnost over twee broers die waren overleden. Hij kon ook vertellen waar dat was gebeurd en onder welke omstandigheden ze waren overleden. Later bleek dat hij een artikel over de beide broers had gelezen, maar dat hij zich dat nu meer bewust was. Hij had dus niet het overlijden van de beide broers ‘gezien’, hij had gelezen over beide broers. Dat is dus geen kwestie van helderziendheid, maar van vergeetachtigheid.

Als iemand een idee overneemt van een ander en denkt dat hij het zelf bedacht heeft hoeft dat geen (bewust) plagiaat te zijn. Het kan even goed een gevolg zijn van de manier waarop we informatie in ons geheugen opslaan. Bijvoorbeeld: een vertekend idee als gevolg van cryptomnesie.

M/V en oud worden

Volgende week moet ik weer twee keer een dagdeel cursus geven over de gevolgen van het ouder worden. Waarschijnlijk hebben beide organisaties mij gevraagd omdat ik van die gevolgen een levend voorbeeld ben.
Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is image.png

Eén van de verschillen tussen – uiteraard de gemiddelde – man en vrouw is dat vrouwen eerder last krijgen van lichamelijk ongemak. Dat zie je soms ook aan de voorraad pillen en poeders tijdens een diner (met water innemen. ‘Ober, hebt u een glaasje water voor mij?’).

Bij mannen zie minder lichamelijke klachten, maar vaker cognitieve klachten. Ze scoren doorgaans hoger op de verstrooidheidsindex. Ook raken ze sneller in de war bij het bakken en braden.

Kakhiel heeft het allemaal treffend geïllustreerd. Dat plaatje gebruik ik dan ook in de cursus. 

Engels pluksel

Toen ik vanwege een omgeval in de kreukels lag schreef de thuiszorg Engels pluksel voor. Dat was ik alweer helemaal vergeten. Het was jaren geleden... Hadden we dat - ondanks de Brexit - dan nog in huis?

Onze schoondochter (en verpleeghuisarts) C wist meteen raad voor mijn gekreukelde wettige huisgenote. “Engels pluksel!””Waar heb ik dat ook alweer?” zei Tineke.

Ik moest diep nadenken waar ik die naam van kende. Maar Tineke trok meteen drie geheugenladen open: 1) ze wist wat engels pluksel was, 2) ze wist dat we dat in huis hadden én ze ging in de derde geheugenlade na waar dat pluksel zich zou kunnen bevinden.

Ondertussen waren wij ook nog verhuisd. Ik kon me eigenlijk niet voorstellen dat de verhuisauto gevuld was geweest met Engels pluksel. Maar dat was dus helemaal uit de Kop van Noord-Holland mee verhuisd naar de regio Haaglanden. En waar in huis zou het dan moeten liggen?

En ja hoor: na raadpleging van enkele laden in huis kwam er zowaar Engels pluksel tevoorschijn. Precies haar vader: 'Beter mee verlegen, dan om verlegen.' Inderdaad, zo'n tien jaar later kwam het goed van pas...

Een te goed geheugen

Een goed geheugen is een zegen. Dat merkt je pas echt als je geheugen je in de steek laat. Dat kan best beangstigend zijn. Maar kun je ook een te goed geheugen hebben?

Nu is het eerst de vraag welk geheugen er bedoeld wordt. We hebben tal van geheugens. Iemand schreef dat er maar liefst 256 verschillende soorten van geheugenprocessen bestaan. Alleen ben ik vergeten wie dat was (…).

Vaak denken we bij het geheugen aan het onthouden van namen. Je komt iemand tegen, maar hoe heette die persoon ook alweer? Je schaamt je diep… Als troost mag gelden dat dat in de beste families voorkomt en zelfs al op jonge leeftijd. Maar dat is vooral een opdiepprobleem. Je weet het wel, maar je kunt er op dat moment niet opkomen.

Maar ook activiteiten als koken en fietsen hebben alles met je geheugen te maken. Zelfs het feit dat je weet dat een fiets is bedoeld om op te fietsen valt onder de functies van het geheugen. Maar laten we het nu even houden op het je kunnen herinneren van een aantal zaken.

Bart staat bekend om zijn enorme kennis. Hij weet tot in detail feiten die anderen altijd op moeten zoeken. Daar is hij trots op en dat mag natuurlijk ook. Op school gaf hij niet alleen goede antwoorden, hij kon ook vertellen waar iets te vinden was. “Dat staat op bladzijde 26 in de tweede alinea.” Bart kan ook tot in detail vertellen ‘wie wat waar’ gezegd heeft. Het gebeurt daardoor wel dat hij twintig jaar na dato iemand confronteert met een uitspraak uit dit grijze verleden. Die persoon kan dat niet meer checken en is het al lang vergeten. Maar Bart niet. Bovendien gaat hij er vanuit dat zijn geheugen onfeilbaar is.

Is het handig als je zo’n gedetailleerd geheugen hebt? Het lijkt aardig, want je leert snel en tot in detail, soms zelfs beter dan de leraar. Maar mensen die zo’n goed geheugen hebben klagen er vaak over dat hun hoofd te vol zit. Ze hebben liever wat minder informatie.

Bij Bart is dit goede geheugen een probleem in zijn sociale contacten. Als hij als pensionado iemand uit zijn jeugd tegen komt kan hij die persoon nog steeds aanspreken op wat deze ooit gezegd heeft. Bovendien leidt deze enorme geheugencapaciteit tot een ander probleem. Bart verandert zijn oordeel over de ander niet, zelfs als die persoon zegt dat het hem spijt. Zo iemand blijft een ‘rotzak’. En dat zal hij niet onder stoelen of banken steken. Hij heeft dan ook nauwelijks vrienden. Bij Bart heeft dat fabelachtige geheugen dus niet alleen voordelen.

Soms kun je maar beter regelmatig iets vergeten. Hoewel: kunnen vergeven, dat is natuurlijk nóg beter… Ook voor Bart.

Bijdrage die ik schreef voor het Nederlands Dagblad

Geheugentrainer

Bij Omroep Max heb je de geheugentrainer. Je krijgt een halve minuut tien plaatjes van boodschappen te zien en na een half uur moet je dat rijtje nog zien op te noemen.

Mijn geheugen ervaar ik in dat opzicht als gatenkaas, maar Tineke is er best goed in, al zeg ik het zelf. Na een half uur wist ze de tien boodschappen nog precies op te sommen. En 12 uur later lukte het ook nog steeds.

Maar… er was één nadeel. Ze moest voor mij een boodschappenlijstje maken en ze kon niet meer bedenken wat ze er nog (meer0 op moest zetten.

Dat wist ik dan weer wel. Mijn hoofd was namelijk niet bezet door die tien gefingeerde boodschappen. Dus was er ruimte om te bedenken wat er in werkelijkheid nodig was.

Zo heeft ieder nadeel ook weer zijn voordeel...

Top 7 van geheugen-ergernissen

We vergeten van alles. Dat is maar goed ook. Anders zou ons hoofd te vol raken. Maar waar ergeren we ons aan bij het vergeten?

De namen van mensen. Dit is bijna altijd een opdiepprobleem. Je weet het wel, maar je kunt op dát moment niet op de naam komen. Alleen bij dementie (met name bij Alzheimer) raak je ook echt de naam kwijt.

Het vergeten van telefoonnummers. Tsja, die onthoudt bijna niemand meer. We hebben het onszelf te gemakkelijk gemaakt door alles in het geheugen van de telefoon op te slaan.

Het vergeten van wachtwoorden en pincodes. Dat is een hedendaags probleem. Sommige mensen maken het zichzelf gemakkelijk door overal hetzelfde wachtwoord voor te gebruiken. Daarmee maken ze zichzelf kwetsbaar voor hackers. Je moet je wachtwoorden wel ergens opslaan, want bij stress vergeet je ze gemakkelijk. En verder helpen ezelsbruggetjes die niemand verder begrijpt.

Niet meer weten wat je net gelezen hebt. Dat is vooral een kwestie van aandacht en concentratie. Als je leest en ondertussen bedenk je welke boodschappen er gehaald moeten worden vergeet je zómaar wat je gelezen hebt.

Vergeten wat je de afgelopen dag of week hebt gedaan. Gisteren hebben we even de week van kerst tot/en/met 3 januari op een rijtje gezet. We wisten niet meer wat we gedaan hadden. Doorgaans houden we ook een kalender bij, als geheugensteun.

Niet meer weten waar je iets hebt opgeborgen. Dit komt in de beste families voor. Het is ook weer een kwestie van mindfullness. Als je in de haast iets opbergt terwijl je met iets anders bezig bent gaat het vaak mis. Ik ben ook regelmatig iets kwijt wat ik te goed heb opgeborgen (…).

Vergeten wat je ook alweer van plan was om te gaan doen. Je loopt naar de keuken, maar daar weet je niet meer wat je ook alweer zou gaan doen. Die problemen worden groter als je ondertussen deuren moet passeren. Als dat waar is leidt een open keuken tot minder van dit soort vergeetachtigheid.

Het helpt weinig als je je gaat ergeren. Als de stress toeneemt vergeet je namelijk nóg meer. Als je pro-actief werkt (werken aan concentratie) is de kans dat het mis gaat minder groot.