Gedragsstoornissen bij kinderen (2)

We spreken bij gedragsstoornissen liever niet van 'oorzaken', maar van risico-factoren. Dat komt omdat er geen één-op-één verband bestaat. Het is namelijk niet zo in de opvoeding dat als je 'dit' er in stopt, dat dan 'dat' er uit komt.

Een aantal risicofactoren op een rijtje:

  1. We weten nog altijd niet hoe het zit, maar genetische factoren maken het ene kind meer gevoelig voor gedragsproblemen dan het andere kind. Denk bijvoorbeeld ook aan bepaalde genetische afwijkingen, die bijna altijd samengaan met als zeer moeilijk ervaren gedrag.

2. Moeilijk temperament. Het temperament is aangeboren. Bij een moeilijk temperament is het moeilijk om de pasvorm voor de opvoeding te vinden. Er ontstaat dus gemakkelijk pedagogische kortsluiting, waarbij de ouders uitgeput raken.

3. Biologische kenmerken. Daarbij kun je denken aan hormonale afwijkingen, neurologische problematiek of een toestand van voortdurende over- of onderprikkeling.

4. Verslaving bij de ouders vergroot de kans op gedragsproblemen bij kinderen. De ontregeling kan soms al zijn ontstaan door de zwangerschap, maar zet zich door gedurende de groei van het kind. Het risico dat het kind zelf verslaafd raakt is daarbij ook extra groot.

5. Kindermishandeling en verwaarlozing

6. Onveilige hechting

7. Onvoldoende executieve functies: niet kunnen plannen en organiseren, de directe kick is vooral belangrijk

8. Negatieve sociale interpretatie (‘ze zijn tegen mij’, ‘je kunt niemand vertrouwen’).

9. Gebrek aan morele ontwikkeling, geen kennis van normen en waarden. cognitie)

10. Beperkte intelligentie, met name bij mensen met LVB.

11. Opvoedingsfactoren binnen het gezin.

12. Omgevingsfactoren (e.g. deviante vrienden, slechte huisvesting, de buurt, het tussen twee culturen moeten leven.

13. Schoolfactoren (bijvoorbeeld niet mee kunnen komen, de lesstof niet kunnen bevatten, de taal onvoldoende begrijpen).

Deze factoren staat niet in volgorde van belangrijkheid, maar vormen een opsomming van wat er uit de literatuur aan uitkomsten beschikbaar is.

Let op: agressie wordt deels genetisch bepaald ('biologische factoren'). De neiging tot delinquentie wordt meer door de omgeving bepaald, de foute vrienden, de slechte voorbeelden.