De Q is van Quatre-Bras

Jullie dachten natuurlijk: "Nu gaat Henk de mist in! In Quito heeft hij nooit gefietst. Dus wat gaat hij met de Q doen?" Toch is dit wel een hopeloos verhaal. Want het zit in de herhaling. Er is maar één buurtschap met de Q in Nederland. Dat is Quatre Bras in Friesland. Dus ik blijf in Friesland. Daar liggen ook mijn wortels. 

Helemaal waar is het niet dat dit de enige plaats met een Q is, want er was ooit een buurtschap Quirijnstok bij Tilburg, maar die buurtschap is bijna niet meer herkenbaar. Er staat ook geen bord meer. Het is gewoon een wijk van Tilburg geworden.

Deze keer fietste ik vanuit Leeuwarden naar het oosten en kwam in dier voege door het buurtschap Quatre Bras. Het is een buurtschap in de gemeente Tytsjerksteradiel, de geboortestreek van mijn Pake. Dat is het Friese woord voor grootvader.

Friesland bestaat uit diverse onderdelen, met elk hun eigen gedrag en variatie op de taal. Dit gebied vormt de overgang van het Kleifries naar het Woudfries. De Friezen in dit deel van de provincie hebben een meer mystieke inslag.

Jullie denken wel dat de Friezen alleen maar Fries spreken, en dat is ook wel een beetje zo in dit deel van Friesland, maar ze kunnen ook Frans. Dus heet deze buurtschap Quatre Bras. Voor de eenvoudige lezers onder ons: dat betekent vier armen. Het is dus gewoon de naam van een kruising. Best een gevaarlijke kruising trouwens, het is er behoorlijk druk.

De vier armen leiden respectievelijk naar Hurdegaryp, Noardburgum, Feanwâlden en Burgum. Op zijn Fries gesproken, maar in de bus en de trein worden de plaatsen ook op zijn Fries uitgesproken. Dat mag ook, want het Fries is de tweede wettelijk erkende Nederlandse taal.

Quatre Bras was vooral bekend vanwege een wegrestaurant. Maar de smaken zijn aan het veranderen. Nu is er een wokrestaurant waar je géén Friese oranjekoek bij de koffie kunt scoren. 

De P is van Pietersburum

Slechts enkele lezers van dit blog zijn ooit in Pietersbierum geweest. Dat is ook geen wonder. Het dorp ligt wat afzijdig en is ook klein. De Waddenzee klotst op vijf kilometer afstand tegen de dijk op Deltahoogte. 

In Pietersbierum kom ik regelmatig. Dat komt omdat ik nogal eens in de omgeving van Pietersbierum aan het werk ben. Eén van mijn fietsen staat zelfs in de buurt geparkeerd.

Pietersburum tsjerke

Op deze dag had ik tot 17 uur besprekingen en daarna moest ik om 20 uur een huisbezoek afleggen. Tussendoor had ik besloten om de tijd te gaan doden. Eén van de manieren waarop je de tijd kunt doden is: een eindje gaan fietsen.

Ik fietste onderlangs de dijk van de Waddenzee. Meestal snap je niet waarom die dijk zo hoog is. Het water van de Waddenzee stelt niet zoveel voor. Maar soms kan het hier behoorlijk spoken. Vandaag is dat echter allerminst het geval: de wind waait de zee zelfs weg van het land. Nog even en ik zou droogvoets naar Terschelling over kunnen steken.

Rond Pietersbierum bevinden zich imposante kop-hals-rompboerderijen. Het lijkt allemaal ontzettend rijk. Maar de schijn bedriegt. De meeste boeren moeten alle zeilen bijzetten om financieel niet in de problemen te raken. Er staan heel wat boerderijen te koop. En alleen al het repareren van een groot dak van zo’n boerderij kost soms al meer dan het aankoopbedrag van het pand zelf.

Pietersburum Walburgastrjitte

De huizen zijn goedkoop in Pietersburum. Ik zag destijds een huis te koop staan voor ruim 60.000 euro. Maar de gemiddelde woningwaarde bedraagt nu ruim 200.000 euro. Zelfs hier stijgen de huizenprijzen (25% in één jaar).

Dat huis leek me destijds wel aardig als optrekje voor af-en-toe. Tineke wilde niet in Friesland wonen, dus dan zou dit een mooie combinatie zijn. Maar een tweede huis geeft een hoop gedoe. Dus toch maar niet.

Qua voorzieningen is het treurig gesteld met Pietersburum. Je denkt dat je dicht bij de kerk woont, zijn er geen kerkdiensten meer. De kerk is nu eigendom van een kunstenaar. Ook een winkel of een café zijn hier niet te vinden. En er is zelfs geen brievenbus. De inwoners hebben allemaal hun eigen postduif. De dichtsbijzijnde huisartsenpost bevindt zich volgens de gegevens op 28 kilometer afstand. Ik dacht dat er ook eentje dichterbij zou zijn – in Harlingen dacht ik, maar het staat er echt: 28,40 kilometer. Dat wordt een eind fietsen met een gebroken been.

Pietersbierum is genoemd naar de Heilige Petrus. De kerk werd gebouwd in de 19e eeuw, maar in de kerk bevinden zich zeer oude grafzerken (uit de Middeleeuwen). Het schijnt dat hier al in de 8e eeuw mensen woonden. Het dorp is gebouwd op een terp. Als ze daar nog een keer gaan graven vinden ze vast heel veel oude voorwerpen.

Pietersburum muziek op het grasveld

Aan de oostzijde van het dorp staat een mooi herenhuis. In de tuin hebben zich drie muzikanten opgesteld. Als je goed naar ze luistert zich er toch nog muziek in Pietersbierum.

In Pieterburum wonen volgens de statistiek geen allochtone mensen. Alle inwoners hebben de Friese nationaliteit. Er wonen in Pietersburum ook geen gescheiden mensen.

Het is ruim zes kilometer fietsen naar het dichtsbijzijnde café. Dat geloof ik ook al niet. In het nabijgelegen Sexbierum - een dorp dat wat de naam betreft nogal tot de verbeelding spreekt - heb ik zelfs een heerlijke maaltijd kunnen nuttigen.  

Fries fietsen

Eén van mijn fietsen staat standby in Fryslan. Als ik daar werk wil ik 's avonds ook mijn hoofd nog even leeg kunnen fietsen. 
Het centrum van Workum met de Sint Gertrudiskerk

Ik besloot deze keer niet vanuit Harlingen te fietsen, maar een startpunt in de Sudwesthoeke te nemen. Dus nam ik de trein. Het werd uiteindelijk Workum. Toen ik de trein uitstapte begon het meteen te regenen. Dat was dus weer eens goed gepland, al zeg ik het zelf.

Ik fietste met gezwinde spoed naar het centrum van Workum. Niet dat het zo’n grote plaats is, maar het station ligt buitengaats. Daar was de grond destijds goedkoper om een spoorlijk aan te leggen. Het oude centrum van Workum ligt zo’n twee kilometer westwaarts, richting IJsselmeer. Vroeger was Workum dan ook een zeehaven.

Jullie moeten niet te gering van Workum denken. De plaats kreeg al in 1399 stadsrechten. Workum is dan ook geen dorp, maar één van de elf Friese steden. En dat is hier te zien ook, bijvoorbeeld aan de grote huizen in het centrum en aan de grootse Sint Gertrudiskerk.

De bekendste inwoner van Workum was waarschijnlijk Jopie Huisman, naar wie het Jopie Huisman-museum is genoemd. Hij verzamelde van alles en schilder ook van alles en dat is allemaal ondergebracht in één van de meest originele musea van Nederland. Maar er zijn hier meer musea, zoals het Museum Kerkelijke kunst, het Kapper en Scheermuseum Doeleman en het Koeienmuseum. In al die musea zit je droog als het buiten regent.

Maar het regent nooit een hele dag, dus stapte ik weer op de Gazelle, een met stang uitgerust herenrijwiel. Dat is even wennen, soms vergis ik me, want mijn andere fietsen zijn damesfietsen. Gelukkig is er in Friesland veel gras waar je wat zachter in kunt vallen.

Makkumerwaard

Ik koos de weg richting de IJsselmeerdijk. Tot voorbij Gaast hield ik het droog, maar daarna begon het écht te hozen. Met gezwinde spoed haastte ik mij naar de eerstvolgende bebouwing. Dat was het dorpje Piaam. Daar vond ik onderdak in een schuur waar twee stoelen stonden die gedrapeerd waren met spinnenwebben. Het dak lekte niet en ik had hier een geriefelijke tijd terwijl het buiten zelfs af en toe donderde en bliksemde.

Cornjum bij de Kop van de Afsluitdijk

Toen het weer droog werd fietste ik verder noordwaarts en kwam in Makkum aan. Ook dit is een mooi stadje, maar meer bescheiden dan Workum. Makkum is bekend vanwege een kolossale scheepswerf én vanwege het Makkumer aardewerk. Ik besteedde (te) weinig tijd aan Makkum, maar is was er vaker geweest en de mensen zijn er aardig en niet haatdragend.

Schapen op de IJsselmeerdijk

De volgende etappe leidde naar de Kop van de Afsluitdijk. Ik weet niet of jullie die kop in klimatologisch opzicht kennen, waar het kan er behoorlijk bulderen. Bovendien begon het weer te regenen. Ik besloot een tijdelijk onderkomen aan te vragen in het plaatselijke restaurant. Ik bestelde meteen maar een warme maaltijd die snel werd opgediend. Ik was dan ook de enige gast.

De laatste etappe voltrok zich in het bijna donker: tien kilometer naar Harlingen. Daar ging ik nog even op bezoek op een woning. Toen was het tijd om het hotel weer op te zoeken en me voor te bereiden op de volgende werkdag. 

Er gaat niets boven Groningen (1)

Regelmatig voel ik me meer een Fries, dan een Hollander. En dat terwijl ik nooit in Friesland heb gewoond. 

Tussen Leeuwarden en Groningen (Stad) en tussen Friesland en Groningen (provincie) heeft altijd rivaliteit bestaan. Met mijn Friese naam moet ik dan toch heel erg pro-Friesland zijn? Nee, ik kan niet kiezen. Zou dat komen omdat mijn moeder uit Groningen komt?

Als je kijkt naar de verschillen valt op dat Friesland meer cultureel erfgoed heeft. Dat komt vooral door de elf Friese steden die allemaal historische juweeltjes zijn. In de provincie Groningen was alles gericht op de stad. Stad en Ommeland, en alle wegen leidden naar Groningen. Daardoor hebben andere plaatsen in de provincie nooit zo’n bloei gekend als de Friese Elfsteden.

Van Zuidhorn naar Eenrum

Groningen heeft eigenlijk naast Groningen geen historische steden (alleen langs de grens het kunstmatige Bourtange en authentieke Nieuweschans als vestingen tegen de oprukkende Duitsers). Daar staat tegenover dat er tientallen aardige dorpen zijn met vaak een zeer historische oude kerk. Het mooiste dorp vind ik Winsum.

De Noorden van Groningen en Friesland (tegen de Waddenzee aan) kent zijn eigen charmes: het land wordt steeds meer open, de percelen worden groter, en er zijn nauwelijks dorpen meer. Maar tien kilometer ten zuiden van de Waddendijk vind je in Groningen één van de mooiste stukjes Nederland: het Hoogeland.

Iedereen zal wel zo’n beetje voor natuurlijke energie zijn, maar dat heeft ook zijn nadelen. Friesland telt honderden grote windturbines, maar het noorden van de provincie Groningen is veel minder aangetast. Daar staat weer tegenover dat het Eemshavengebied ten noorden van Roodeschool een enorme visuele aanslag heeft gedaan op het land. De Waddenzeekust van Friesland daarentegen (vanaf Harlingen) is grotendeels ongerept gebleven.

Zuidhorn

Ik had een middag vrij en wilde een jarige vriend in Groningen bezoeken. Dus stapten mijn Gelderse Gazelle en ik op de trein naar Groningen. In Zuidhorn stapten zij uit. De mensen vragen mij eens: “Henk, wat is Zuidhorn voor een plaats?” Dat zal ik jullie zeggen: Zuidhorn is een prachtige plaats met oude statige villa’s en veel bomen op een hoger liggende zandrug ten westen van de stad Groningen. De kern van het dorp heeft de status van beschermd dorpsgezicht. Vroeger woonden hier verschillende familieleden (maar niet in villa’s).

Noordhorn

Ik stap meteen op de fiets richting Noordhorn, dat ten noorden van Zuidhorn ligt. De wereld zit hier eenvoudig in elkaar: het klopt allemaal precies. Tussen Zuidhorn en Noordhorn ligt het Van Starkenborghkanaal: onderdeel van de drukbevaren scheepvaartroute tussen Delfzijl en Lemmer. Hoewel de dorpen aan één lintbebouwing liggen geeft Noordhorn veel meer het gevoel van het Groningse platteland.

Ik fiets kaartloos en heb de tijd, dus voor Groningen kan ik nog een omweg maken. In Noordhorn zie ik een weggetje dat meteen de landerijen induikt. In die weidse vlakte voel ik mij thuis. 

De P is van Pingjum

In Pingjum kom ik af en toe. Er wonen vrienden en af en toe heb ik er een werkklusje.

Pingjum ligt tien kilometer ten zuidoosten van Harlingen. Bij de Amerikanen is het beter bekend dan bij de Nederlanders. Dat zou niet zo moeten zijn, want het is al een heel oud plaatsje. Het ligt hier al meer dan 900 jaar. Als je dan nóg niet weet waar Pingjum ligt…

Regelmatig komen er Amerikanen naar Pingjum. Dat komt door de doopsgezinde kerk die hier staat (voor de Amerikanen: Mennonite Church). Ooit was Menno Simons, een stichter van dit kerkgenootschap, hier werkzaam.

De Doopsgezinde kerk ziet er niet uit als kerk, maar het is wél een kerk: een schuilkerk. Doopsgezinde kerken mochten eeuwenlang niet als kerk herkerbaar zijn. De bijeenkomsten werden getolereerd, mits men maar geen reclame maakte voor eigen parochie. Deze Vermaning (de oude naam voor een doopsgezinde kerk) trekt duizenden bezoekers, waarvan de helft uit het buitenland.

De Doopsgezinde kerk van Pingjum

Pingjum heeft een beschermd dorpsgezicht. Het is een prachtig plaatsje. In het midden staat de Hervormde Dorpskerk: de Victoriuskerk. Die mocht wel zichtbaar zijn. De Hervormde Kerk was ‘officieus’ de staatskerk. Zijdelings in het dorp staat (ook weer op een karakterstiek beeld in Friese dorpen) de Gereformeerde Kerk. Ook die kerk werd (in de 19e eeuw) gedoogd, maar mocht niet teveel opvallen.

Pingjum heeft geen winkels meer. Overdag komt er nog wel een buurtbus, voor als het te hard waait met de fiets. Het openbaar vervoer in Friesland is fors uitgekleed. Dat is ten koste gegaan van een stukje leefbaarheid op het Friese platteland. 

Swichum

Officieel ben ik al drie jaar een pensionado. Het enige probleem is dat ik mijn werk nog steeds boeiend vind. Dus ben ik nog altijd een aantal dagen per week aan het werk.

De komende maand ben ik drie maal een aantal dagen in Friesland. Dat is helemaal een aardige combinatie. Ik ben aan het werk én ik ben weer in Friesland. Ik woon weliswaar in de Randstad, maar ik voel me vooral thuis in de weidsheid van het hoge Noorden.

Aan het eind van de werkdag of tussen besprekingen door maak ik graag even een fietstochtje.

Het was prachtig en bijna windstil herfstweer. Ik huurde in Leeuwarden een OV fiets en fietste o.a. door het dorp waar mijn grootvader (Pake, zoals de Friezen zeggen) is opgegroeid.

Het is Swichum, een hoogbejaard plaatsje met een kerk die in het jaar 1234 werd gewijd: de Sint Nicolaaskerk.

Maar vandaag een plaatje van Friese koeien in het land rond Swichum. Overal rond Leeuwarden is het landschap aangetast door nieuwe snelwegen en viaducten, maar dit dorpje is net buiten de stedelijke turbulentie gebleven.

Fries Volkslied verboden

De Friezen pikken het niet!

In Friesland is grote onrust ontstaan nu de Nederlandse regering het zingen van het Friese volkslied bij openbare gelegenheden heeft verboden.

De Minister van Koninkrijkszaken beargumenteerde dit besluit met het feit dat de Romeinse geschiedschrijver Tacitus al schreef dat de Friezen niet kunnen zingen. ‘Frisia non cantat’ schreef hij in zijn De origine, situ, moribus ac populis Germanorem. En volgens de minister is er weinig aanleiding om aan te nemen dat deze rijksgenoten inmiddels wél hebben leren zingen. Nooit verscheen er immers een Friese zanger of zangeres op het podium van het Songfestival.

Eierdopje Beerenburg

De Friese bevolking heeft zich sinds de 17e eeuw geschikt in de Hollandse overheersing van hun land. Dat was niet zo moeilijk. Het zit in de Friese volksaard om net te doen of je meedoet en ondertussen gewoon je eigen gang te gaan. Zelfs de gulden en de euro zijn vrij geruisloos ingevoerd, al bleef op de zwarte markt het eierdopje Beerenburg het meest geliefde betaalmiddel.

Maar nu er sprake is van daadwerkelijke inmenging in de Friese aangelegenheden lijken de vroegere onderhuidse nationalistische gevoelens bovengronds te gaan. Overal zijn Friese vlaggen in het straatbeeld verschenen. En zelfs de koffiemelk wordt inmiddels getooid met een Friese vlag.

Epke Métlandstra

De nationalistisch getinte Friese beweging zocht naar een nieuw boegbeeld sinds Grutte Pier en Hendrik Algra zijn overleden. Die is gevonden in de heer Epke Zonderland uit Lemmer. Hij heeft zijn naam veranderd in Tjepke Metlandstra, want hem is een stuk land ter grootte van bijna de gehele provincie aangeboden als hij de beweging zou gaan leiden. Alleen het overzeese gebiedsdeel Ameland verzette zich tegen deze keuze. Men voelde zich al steeds minder verbonden met het vasteland, sinds de vaargeul nauwelijks meer bruikbaar is voor veerponten.

Eindelijk verlost van de toren? 

Inmiddels heeft het eerste grote bedrijf in Friesland bekend gemaakt dat men dit gebied zal verlaten als de nationale beweging in het Friese deelparlement de meerderheid krijgt. Het is Achmea, dat zijn hoofdkantoor tegenover het station van Leeuwarden heeft.

Veel Friezen haalden bij het horen van dit voornemen opgelucht adem, want het kan gaan betekenen dat Friesland eindelijk is verlost van deze meest afzichtelijke expressie van menselijke hoogmoed sinds de torenbouw van Babel. Er worden inmiddels plannen ontwikkeld om met de vrijkomende betonplaten een weg aan te leggen naar Ameland, zodat dit eiland weer binnen Friese grenzen komt te liggen.

Groot Waddenrijk?

Op de overige Friese Waddeneilanden klinkt de roep om een Groot Overzees Waddenrijk, dat ook Texel, de Razende Bol en Borkum zou moeten gaan omvatten.

Openbaar Vervoer

De Nederlandse Spoorwegen hebben aangekondigd dat als Friesland een zelfstandige positie krijgt de dalurenkaart daar niet meer geldig zal zijn. Ook de geldigheid van de OV-kaart zal 2 km. ten noordwesten van Meppel eindigen.

De Q liner zou zijn eindpunt halverwege de Afsluitdijk krijgen, waarbij overgestapt zou moeten worden op het regionale Friese vervoer.

Grenscorrectie op de Afsluitdijk

De Friese nationalisten eisen op hun beurt een deel van de Afsluitdijk op. Omdat zij veel harder hebben gewerkt aan de sluiting van de dijk (op 22 km. uit de Friese kust en op 8 km. uit de Noordhollandse kust) menen ze dat de grens 7 km. in zuidwestelijke richting moet worden opgeschoven. Ze hebben de parlementariërs met een Friese achtergrond in de Tweede Kamer opgeroepen om met een wetsvoorstel hieromtrent te komen. Voorts eisen ze dat er in de Tweede kamer ook Fries kan worden gesproken. Dit omdat het Fries de tweede erkende Rijkstaal is binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Escalatie naderbij?

Zo lijkt het verbod op het zingen van het Friese volkslied een eeuwenlange status quo te gaan doorbreken. Niet uitgesloten wordt dat bij verdere escalatie – net zoals Bonifatius – ook premier Rutte en de voorzitter van de Nationale Synode gevaar lopen bij een bezoek aan de binnenlanden van Friesland ter hoogte van Dokkum.

 

De Q is van Quatre Bras

Jullie dachten natuurlijk: “Nu gaat Henk de mist in! In Quito heeft hij nooit gefietst. Dus wat gaat hij met de Q doen?”

Welnu: hij fietste vanuit Hardegarijp naar het oosten en kwam in dier voege door het buurtschap Quatre Bras. Het is een buurtschap in de gemeente Tytsjerksteradiel.

Jullie denken wel dat de Friezen alleen maar Fries spreken, en dat is ook wel een beetje zo in dit deel van Friesland, maar ze kunnen ook Frans. Dus heet deze buurtschap Quatre Bras. Voor de eenvoudige lezers onder ons: dat betekent vier armen. Het is dus gewoon de naam van een kruising. Best een gevaarlijke kruising trouwens, het is er behoorlijk druk.

De vier armen leiden respectievelijk naar Hurdegaryp, Noardburgum, Feanwâlden en Burgum. Op zijn Fries gesproken, maar in de bus en de trein worden de plaatsen ook op zijn Fries uitgesproken. Dat mag ook, want het Fries is de tweede wettelijk erkende Nederlandse taal.

Er valt in Quatre Bras niet veel te doen, behalve auto’s tellen. En in het weekend kun je naar de discotheek. Zo’n bezigheid is niet aan mij besteed. Ik fiets dus maar weer verder…

Door een mooi landschap overigens, dat wel.

 

De F is van Firdgum

Her en der in Friesland zie je losstaande torens in het landschap. De kerk is verdwenen, er waren geen kerkgangers meer, maar de toren heeft moedig stand gehouden. Een vroegere collega van mij heeft zelfs zo’n toren in haar achtertuin.

Zo ook in Firdgum. Je zou het niet zeggen, maar dit dorp (met nu 70 inwoners en wat meer koeien) had vroeger een heus station. Dat stond aan de lijn van de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij tussen Stiens en Harlingen.

Firdgum ligt een paar kilometer van de grotere dorpen Tzummarum en Minnertsga en voor wie het dan nog niet weet: in het weidse boerenland ten noorden van Franeker. 

In tegenstelling tot Het Bildt (dat pas later werd ingepolderd) is dit weer een heel oud stukje Friesland. De toren staat er al zo’n 800 jaar. Er hangt een klok in die dateert van rond 1450. Of hij ooit nog luidt (en bij welke gelegenheid) weet ik niet. De kerk is in 1794 afgebroken.