Fietsen in Coronatijd (6)

Ik zat al vroeg op de fiets in Middelburg. Het was windstil weer. Het Kanaal door Walcheren lag er verstild bij. Niet dat er anders wél veel gebeurd, maar toch...

Mijn eerste doel was een bezoek aan mijn vroegere huisgenoot B.

Wij bewoonden in 1969 samen de zolder van een verder verlaten pand aan de Amsterdamse Vaartstraat. Daar werd veel gelachen en weinig gestudeerd. Zo zijn we met een tafelkleed om naat het Rijksmuseum gegaan en hebben daar aan Amerikaanse toeristen voorlichting gegeven over schilderijen van Rembrandt. Ik vertelde de Amerikanen met verve dat Rembrandt leed aan depressies en dat de Nachtwacht daardoor in zulke donkere tinten geschilderd was. Van de suppoosten moesten we stoppen met onze activiteiten omdat we geen erkende gids waren. Later zijn we nog eens uit een ander museum verwijderd vanwege ontoelaatbaar gedrag (we deden of we een schilderij recht wilden hangen). Ook verschenen we nog op Radio Veronica omdat we een plaat hadden aangevraagd van het Urker Mannenkoor.

Omdat we beiden onze studiebeurs kwijt waren vanwege buitengewone studieprestaties aten we slechts één keer in de week warm. Dat deden we bij de vereniging voor vrouwelijke studenten aan de Universiteit van Amsterdam (…). Toch zijn we allebei nog goed terecht gekomen. B. zelfs in een huis in de duinen van Zoutelande. En de vriendschap is er nog steeds.

Om 8 uur was ik bij B voor een gezamenlijk ontbijt met gebakken ei in de tuin. Daarna werd de toestand in de wereld besproken aan de hand van de meerdere kranten die bij B dagelijks de buitenbrievenbus binnen glijden.

Maar ik moest nog naar Delft fietsen, dus om 11 uur stapte ik op de fiets. Westkapelle (met één van de mooiste vuurtorens van Nederland) sloeg ik over. Ik fietste dwars Walcheren over, een vriendelijk eiland met mooie kronkelende wegen en vriendelijke dorpjes. Het eiland leeft van het toerisme maar nu even niet. De politie controleert streng of zich geen allochtonen op campings en recreatieparken bevinden. Het schijnt dat ik als fietsende dagtoerist nog nét gedoogd werd.

Voorbij Vrouwenpolder kruiste ik mijn fietsroute van gisteren. Ik fietste de Veerse Dam over, maar nu in omgekeerde richting: naar Noord-Beveland. Dan een stukje – deels kunstmatig aangelegd, deels ontstaan als gevolg van de aanzanding na de aanleg van de dam – toeristisch duingebied.

Daarna volgde de Oosterscheldedam. 65 pijlers, verdeeld over 9 kilometer en een kostenplaatje van 2½ miljard euro. Maar op de fiets is het gratis.

Corona-fietsen

Nooit eerder heb ik in maart zóveel gefietst als dit jaar. De teller staat inmiddels op 800 kilometer. Dat komt - paradoxaal genoeg - door het Corona-virus.

Aan de ene kant zijn bijna al mijn afspraken vervallen. Ik heb alleen nog maar telefonische afspraken en/of schriftelijke consulten. Ik kan ook niet meer bij mensen op bezoek. Dus ik heb meer fietstijd.

In de tweede plaats fiets ik alleen nog maar binnen de provincie Zuid-Holland. Dat houdt in dat ik niet meer uren in de trein zit om een nieuwe fietsplek te onderzoeken.

In de derde plaats: van een bevriend huisarts kreeg ik een artikel toegestuurd hoe belangrijk buitenlucht en beweging zijn in het steviger maken van je immuun-systeem. Van het (dit) Coronavirus weten we nog niet zoveel, we weten wel dat het verraderlijk besmettelijk is en ook dat we er nog geen weerstand tegen hebben opgebouwd. Toch helpt ook bij dit virus een gezond immuun-systeem waarschijnlijk om toch wat minder risico’s te lopen.

De huisarts raadt wel af of in groepen te fietsen, zelfs al houd je enige afstand. Maar ik was toch al vooral een solistische fietser.

Een probleem is wel in deze tijd dat je nergens kunt stoppen om even op te warmen. Zaterdag kwam ik dan ook met ijskoude voeten terug na een fiets-expeditie van zo’n 90 kilometer. Maar dat is peanuts vergeleken bij zwervers en vluchtelingen: ik zoek het zelf op en heb elke nacht een warm onderdak.

Een tweede beperking is de mogelijkheid tot het maken van een sanitaire stop. In de bosjes wateren lukt meestal wel (ik heb één keer een bekeuring gehad wegens wildplassen in een park, maar dat is dan ook mijn enige bekeuring geweest). Maar een grote boodschap is wat ingewikkelder, vooral nu het toiletpapier op de bon is (…).

Waar ik me zaterdag echt over verbaasde was de drukte in de parken en natuurgebieden. Het was minder druk op de weg, maar die duizenden mensen die te dicht bij elkaar in de buurt liepen, renden of aan het joggen waren: dat was toch wel vragen om moeilijkheden. Dus fietste ik zoveel mogelijk met een wijde boog om dergelijke plaatsen des onheils heen.

Wat dat betreft zijn de avondritten nog het meest relaxed. Dan kom je op de fiets bijna niemand tegen. Of je ziet de andere fietsers niet omdat ze geen verlichting hebben...

De Ronde van België (1)

In augustus beschreef ik een fietstocht vanuit Breskens via Brugge naar Gent. Daarmee had ik twee Belgische provincies befietst: West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen. De bedoeling was om álle Belgische provincies te befietsen. Hoe is dat afgelopen?

De volgende etappe startte een week later in Gent. Maar eerst was ik van Bergen op Zoom naar Essen gefietst (20 km.). Daar stapte ik op een Belgische trein naar Antwerpen en vervolgens een overstap naar Gent.

Zoals de meeste Belgische stations is ook het station van Gent een grote rommel. Alleen al het uit de trein stappen is een hele klus: het perron ligt een meter lager dan de bagageruimte waar de fietst staat. De lift is defect en vanwege allerlei verbouwingen kan ik maar met moeite de uitgang vinden.

De Schelde bij Melle

Maar even later sta ik toch heelhuids aan de zuidzijde van het station. Via  19e eeuwse buitenwijken kom ik in een gebied waar de infrastructuur totaal onduidelijk is. Veel asfaltbanen in aanleg, maar een fietsroute is niet te vinden. Pas in Melle, na het passeren van o.a. de Diergeneeskundefaculteit (waar ik vorig jaar poes Zoey heb bezorgd) kom ik op meer befietsbaar terrein uit.

Een typisch Belgisch routebord: in de bedding van de Schelde

Vanuit Melle loopt een Jaagpad langs de gekanaliseerde Schelde en jaagpaden zijn in België de best te berijden fietsroutes. Niet dat je die route meteen vindt: het bord blijkt van het talud naar beneden te zijn gestort. Maar verder rijdt het aardig langs het water. Ik passeer de achterkant van tal van dorpen (de huizen zijn niet in de

Het centrum van Wetteren

richting van het water gebouwd). Het is bewolkt, wat drukkend weer, er staat weinig wind en af en toe verslik ik me in een vlieg. De enige wat grotere plaats is Wetteren. Daarna volgt Schellebelle, met een pont die niet vaart, maar dat is in België niet ongebruikelijk. Het gaat om het aanpalende veerhuis met bier.

Torens van Dendermonde

Na zo’n veertig kilometer ben ik in Dendermonde. Deze plaats ligt, zoals de naam al zegt, aan de monding van de Dender, die hier de Schelde inplonst. Het is een oude plaats, maar Duitse soldaten hebben de stad in september 1914 eerst geplunderd, daarna werden ze dronken van de aangetroffen alcoholica en vervolgens staken ze de

De Dender in Dendermonde

stad bijna volledig in brand. Ook alle grote historische gebouwen gingen in vlammen op. Wat er nu staat is nagebouwd van de oorspronkelijke foto’s (bouwtekeningen waren niet beschikbaar omdat de Duitse soldaten ook het stedelijk archief in de hens hadden gestoken).

Er staan toch nog wel oude gebouwen in Dendermonde, maar dat is dus wel allemaal namaak. Als ik oude Belgische steden bezoek is er meestal kermis op de markt. Deze keer niet, maar er wordt een podium opgesteld voor een concert. Ook dat podium staat het maken van mooie foto’s in de weg.

Begijnhof van Dendermonde

Het historische centrum van Dendermonde ligt aan de beide zijden van de Dender. Ik ga op zoek naar het Begijnhof. Het is even zoeken, maar via een smal steegje kom ik er. De Belgische begijnhoven vallen onder Unesco Werelderfgoed. Maar ook Werelderfgoed kan in verval raken. In ieder geval heeft de tand des tijds een aanslag gedaan op dit Begijnhof, dat er zwaar verwaarloosd uit ziet. Eén van de huizen is echter gerenoveerd. Maar dan wel in de verkeerde bouwstijl. Het museum is waarschijnlijk gesloten, ik kom er in ieder geval niet in omdat een graafmachine voor de deur aan het werk is.

Verder tref ik in Dendermonde twee aanzienlijke plein aan. Eentje met o.a het Belfort, een ander, aan de andere zijde, met o.a. winkels. De stad lijkt dan ook uit twee delen te bestaan, aan weerszijden van de Oude Dender, de één met vooral historische gebouwen, de ander met vooral de winkels van de stad.

Aan de oostzijde van de stad verlaat ik Dendermonde weer en fiets verder over een bochtige dijk langs de Schelde. Geleidelijk begint de bewolking te breken en stijgt de fietstemperatuur.

Psychologie van de fiets

Onlangs kreeg ik een boek cadeau over het fietsen. In dit geval een heel aardig boek van schrijver en fietser Nick Moore.

Moore fietst graag, maar hij observeert ook het fietsen van zichzelf. Daarmee komt hij op interessante gedachten. En hij citeert ook fietsers en werkt zo’n citaat uit tot een ervaringsverhaal.

De passagier is de motor

“De fiets is een merkwaardig vervoermiddel: zijn passagier is zijn motor.” Dit gegeven werkt hij verder uit. Want hoe werkt die motor dan? Want zelfs in rust hebben we 75% van onze energie nodig om te overleven. Die motor kan dus maar maximaal 25% leveren aan de beweging van het fietsen. Maar dat in onze geschiedenis is het meteen ook de beste machine die er ooit is uitgevonden.

Half mens en half fiets

Wat gebeurt er als de menselijke machine géén energie levert aan de fiets? Dan sta je stil of je valt om. Je hebt dus de menselijke motor nodig om verder te komen. Eigenlijk ben je samen met je fiets half mens en half fiets. “Als je op de fiets stapt moet je er een verbinding mee aan gaan.” Het opmerkelijke is dat je met de fiets de hele wereld rond kunt reizen zonder brandstof, met alleen water en brood. En die inspanningen worden dan beloond met vrijheid en snelheid.

Voor wie géén verbinding met de fiets aan wil gaan blijft het een hopeloos vervoermiddel. Je wordt er moe van, je regent nat, je hebt altijd een lekke band. Zo iemand wordt al moe als hij aan fietsen denkt. Welnu: dan kom je ook niet ver.

Niet alleen fysiek, maar ook mentaal

Mensen denken vaak dat fietsen een kwestie van spierkracht is. Natuurlijk is het wél zo dat kracht helpt om verder te komen op de fiets. Maar het bijzondere is dat je er alleen op spierkracht niet komt. Fietsen is net zozeer een kwestie van mentale kracht.

Ik ken in mijn omgeving tal van fietsers die op hoge snelheid wegfietsen. Het kan gebeuren dat ik hen na 30 kilometer op een terras zie zitten. Ze zitten al een uur uit te blazen. Soms zelfs met bier. Dan kun je voorspellen: ze zullen met moeite thuis komen. Want bier gaat in je benen zitten. Ondertussen fiets ik gewoon verder. Soms totdat het donker wordt. Dan heb ik er 150 kilometer opzitten. Toch ben ik niet moe (wel voldaan). Wat maakt het verschil?

Volgens Nick Moore is dat een kwestie van mindfull fietsen. Je moet vanaf het begin van de rit je tempo en de kracht die je inzet afstemmen op je benen. Het gaat om de controle over jezelf. Als je denkt: ‘nog 10 kilometer tegen de wind in’ haakt je geest af. Als je persé heel ver wilt fietsen wordt het aantal kilometers een doel op zich en is het fietsen niet meer leuk. En dat voel je meteen in je benen. Als je een steile helling beklimt met het idee dat het lopen soms nu eenmaal ook bij het fietsen hoort en dat er straks ook weer een afdaling volgt kom je fluitend de fietsdag door.

“De echte uitdaging van het fietsen ligt niet in de gedachte dat we iets wel of niet kunnen of iets moeten kunnen, maar in het vermogen om het moment zoals zich dat aandienst te kunnen observeren en accepteren.”

Nick Moore, Mindfulness voor fietsers, Librero, 2019.

Ommeland (4) : Fransum

Kerk Harkema 4Ik neem een koffiepauze op het terrein van boer Harkema, die een eigen kerk in zijn tuin heeft gebouwd. De weg liep hier vroeger dood, maar overal in de provincie Groningen zijn de afgelopen jaren verbindingspaden aangelegd tussen buurtschappen. Het zijn zeer landelijke paden over het terrein van boeren, die (als het een dubbele rij betreft) de betonplaten kunnen gebruiken voor hun eigen landbouwverkeer. Dan snijdt het mes aan twee kanten.

De volgende buurtschap is Fransum. Het kerkje hier lijkt verlaten te staan op een verhoging in het vlakke Groningse land. En het kerkje heeft ook al veel moeten meemaken. Het is een wonder dat het er nog staat. Toen rond 1900 het aantal bewoners rond de kerk terugliep werd besloten er geen kerkdiensten meer te houden. Het gebouw raakte in verval en diverse Fransumacties om het gebouw nieuw leven in de blazen leidden uiteindelijk niet tot het gewenste resultaat. Een ander probleem betrof de structuur van de wegen rond het kerkje. Er was nauwelijks een begaanbaar pad.

Uiteindelijk werd het voorstel gedaan om het kerkje in zijn geheel te verplaatsen naar het Openluchtmuseum in Arnhem. Ook dat ging niet door. Ondertussen ging de toestand van het gebouw steeds verder achteruit. Pas in 1949 werd het kerkje gerestaureerd. Er werden zelfs weer kerkdiensten gehouden. Maar niet voor lang. Bij slecht weer was het gebouw nauwelijks bereikbaar, vanwege de slechte wegen. Ook plannen om het aan een kunstenaar te verhuren liepen op niets uit. Het zat dus allemaal niet mee.

Tegenwoordig is het kerkje in beheer bij de Stichting Oude Groninger Kerken. Het wordt verhuurd aan een stichting die huismuziek ‘maakt’. In het kerkje staat een mooi kabinet-orgel dat werd gebouwd door Pels en Van Leeuwen. Dat zegt de meeste blog-lezers niets, maar in het kerkgebouw waar wij vroeger kerkten staat ook zo’n orgel met een prachtige intonatie, zeer geschikt om huismuziek te begeleiden.

Dichter/theoloog Cornelius Onno Jellema schreef het gedicht Kerkje van Fransum met de slotregels: “ik zit in het gras / tussen jouw zerken, zo ben je het mooist: / dicht, van het uitblijvend antwoord de schrijn“.

De paden rond het kerkje zijn deels van (enkele) betonplaten voorzien. Het gras rond de paden overwoekert af en toe de paden. Mijn ontblote benen hebben het zwaar te verduren vanwege prikkende brandnetels en grassen. Ook vang ik een teek die zich in mijn knieholte heeft weten te nestelen.

Ruimte bij het ReitdiepHet is trouwens goed uitkijken geblazen, want het pad maakt voortdurend haakse bochten. Die zijn vanwege het hoge gras nauwelijks te zien. Om me even te kunnen verwonderen over dit weidse landschap moet ik mijn stalen ros tot stilstand manen. In deze ruimte zou ik best willen wonen…

Fietskilometers

bosschenhoofd 059Diverse lezers reageerden verbaasd op mijn aantal gereden fietskilometers. Maar dat was in de maand augustus. De ervaring leert dat ik dan wel wat meer fiets dan in de wintermaanden.

Overigens heeft dat verschil niet zoveel te maken met het weer, maar vooral met de drukte. In principe maakt het niet uit of het zonnig en warm is, of dat het koud is met regelmatig buien. In principe is het voor mij altijd fietsweer. Het verschil zit in de beschikbare fietstijd: in de winterperiode zit mijn agenda gewoon te vol…

Fietste ik in augustus 1042 km. (de topper in 2012 was juni met 1552 km.), in november was het aantal gereden fietskilometers geslonken tot 566 km.  Daarvan waren 358 km privé (in en rond Alkmaar of een fietsdag) en 208 km. waren voor mijn werk (naar en van mijn werk en tussen de diverse voorzieningen). Waarschijnlijk komt de teller dit jaar in totaal uit op ongeveer 8000 km.

Prairiefietsen

Het belangrijkste onderdeel van een fiets is het zadel.

Nu kun je met zadels verschillend om gaan. Je kunt proberen de eventuele zadelpijn te beperken. Dat doe je bijvoorbeeld door een Texels schapenwollen zadeldekje of een gelzadel.

Er zijn (kennelijk) ook mensen die zadelpijn prettig vinden. Mijn indruk is dat de chinezen tot die groep behoren. Zelf heb ik nooit zadelpijn, maar op de fiets die hier op de foto heb gezet kreeg ik toch een beetje last van het zitvlak. Het is een chinese fiets die ik had gehuurd teneinde een fietstocht over de prairie van Iowa te kunnen maken. In de winkel was één fiets te huur en je kon er wel honderd geweren aanschaffen.

Ik dacht altijd dat een prairie vlak is, maar het landschap golft eindeloos voort. De wegen zijn wel kaarsrecht en allemaal genummerd. Van A tot Z (Noord-Zuid) en van 1 tot 100 (Oost-West). Dat alles maakt dat je hier heel voorspelbaar kunt fietsen. Wereldfietser Josie Dew ging hier de omwentelingen van haar trappers tellen, anders had ze te weinig te doen.

Voeg daarbij de drukkende en vochtige warmte in de zomer en de kans op een tornado en je bent een prachtige fietservaring rijker.

U gaat direct naar de gevangenis…

Dinsdag moet ik mij melden bij het Amtsgericht Euskirchen. Vanwege de reis ben ik daar twee dagen zoet mee. Dát is nog eens efficiënt je vakantiedagen inzetten!

In Euskirchen (Eiffel) wordt een zitting gehouden in het kader van een rechtszaak die een Herr Autofahrer tegen een domme Nederlandse Fahrradfahrer heeft aangespannen.

Toen de Nederlandse fietser op het plaatselijke asfalt in Euskirchen lag was het eerste wat de Herr Autofahrer zei: “U had moeten oversteken!” Die domme Nederlandse fietser reed aan de verkeerde kant van de weg. Daarna wilde de Herr Autofahrer de Nederlandse fietser van het asfalt ophijsen. Dat ging echter niet, want de voet van de Nederlandse fietser zat omgekeerd aan zijn been.

Toen de Nederlandse fietser (volgens de politieberichten: schwerverletzt) in het Krankenhaus lag kwam de eerste rekening al binnen. Betalen graag! De tweede rekening kwam er snel achteraan met het dreigement dat er anders andere zwaardere maatregelen genomen zouden worden.

Nu is het bijna een jaar verder. De Herr Autofahrer wil geld zien. De domme Nederlandse Fahrradfahrer gaat hier niet zomaar mee akkoord. Hij beweert dat de Herr Autofahrer niet gestopt is voor de stopstreep. Ook in Duitsland betekent een stopbord dat je moet stoppen.

De Herr Autofahrer beweert dat hij wél gestopt is en dat zijn motor zelfs is afgeslagen. De vraag van de domme Nederlandse Fahrradfahrer is dan wel hoe het kan dat zijn Fahrrad en zijn been zó hardhandig in de prak zijn gereden als de auto stil stond.

Daar gaat de rechtszaak over. Als de rechter ook oordeelt dat de Nederlandse Fahrradfahrer helemaal in de fout zit kan de beheerder van dit weblog misschien wel een potje GanzenMonopoly spelen: hij gaat direct naar de gevangenis en ontvangt géén 200 euro…Dan verschijnt er later deze week ook geen blogje meer… 

De gevangenis van Euskirchen was onlangs trouwens nog in het nieuws. Er was een gevangene ontsnapt die vervolgens naar de gevangenis opbelde of ze de spullen die nog in zijn cel lagen thuis konden bezorgen…