Even Tineke uitlaten (1)

Het was dinsdag en het was mooi weer. Ik zei tegen mijn wettige huisgenote dat ze nodig een eindje op de Batavus Dinsdag moest gaan rijden. Indien gewenst kon ik haar wel begeleiden.

Nu kennen jullie Tineke niet. Ze heeft een bepaalde gebruiksaanwijzing. Ze meent dat het huishouden eerst ‘af’ moet zijn voordat ze de deur uit kan. Mijn ervaring is dat haar huishouding nooit af is. Dus dan kom je ook de deur niet uit. Ik sprak en zeide dat het misschien wel de laatste mooie dag van het jaar was. “Daar heb je ook weer gelijk in” zei Tineke. Zo is ze wel. Af en toe geeft ze mij gelijk.

Dat de huishouding nooit af is ligt overigens niet aan Tineke. Een huishouden is nooit ‘af’. Het is eigenlijk een cyclus aan bezigheden die zich voortdurend herhaalt. Het is net zoals het schilderen aan de Golden Gate Bridge bij San Francisco. Als de schilders de noordzijde hebben bereikt kunnen ze weer aan de zuidzijde beginnen. Alleen een aardbeving kan een einde aan die cyclus maken. Maar dat wil je ook niet. Er woont familie in de buurt.

Er moest nog van alles gedaan worden. Bovendien had Tineke nog een gesprek met een mevrouw die de Nederlandse taal en de dokter niet begreep. Uiteindelijk konden we pas na twaalven de Batavus Dinsdag bestijgen. Het was nu dus een Batavus Halve Dinsdag.

Vanuit ons huis kun je vier kanten uit en wij gingen één van die vier kanten uit. We begaven ons in zuidelijke richting. We meenden namelijk dat je dan bij zuidenwind op de terugweg wind mee hebt. ‘Niets is veranderlijker dan het weer’ sprak de Griekse filosoof Athanasios Panagiotopoulos, maar je moet toch érgens beginnen. We begonnen bij ons huis en fietsten bijna rechstreeks Schiedam binnen. Zó eenvoudig kan het leven dus zijn…

Benelux-fietstunnel

In Schiedam raakte de weg zoek. Er werd aan de weg gewerkt, maar de borden met de alternatieve route waren ook weg gewerkt. Je kunt namelijk bijna helemaal groen de Beneluxtunnel bereiken. Nu fietsten we even om via een buitenwijk maar kwamen uiteindelijk weer op de groene route en bij de Beneluxtunnel uit. Bij de afdaling testte Tineke haar maximum-snelheid uit. Haar fiets kan 48 kilometer per uur.

Zicht op Spijkenisse (foto op een andere dag genomen)

Aan de overzijde passeerden we Pernis, daarna fietsten we parallel aan de Betuwelijn, we kwamen door Hoogvliet, dat door de gemeente Rotterdam grondig wordt gerenoveerd en van gespuis wordt ontdaan en kwamen daarna over de brug over de Oude Maas.

Daarna zegen we neer op een banke aan de Oude Maas aan de Maasboulevard die wordt gedomineerd door een aantal torenhoge woontorens, waarvan de Rokade (113 meter hoog) de hoogste is.

Oude Maas bij Spijkenisse met links de verkeersbrug en aan de overzijde Hoogvliet en Zalmplaat
De middagzon scheen mild en een deel van de bevolking van Spijkenisse deed nog wat late zon op voordat de komende strenge winter invalt. Ons viel het hoge aantal scootmobiels en E-bikes op. Wij waren met onze fietsen zonder trapondersteuning een grote uitzondering. We trokken dan ook veel bekijks. 

Fietsprovincies (9) : Zuid-Holland

In de provincie Zuid-Holland reed ik de eerste kilometers op een fiets. Dat was nog niet zo gemakkelijk. Het kost mij aanzienlijke moeite om een meer complexe motorische vaardigheid onder de knie te krijgen. Maar toen ik eenmaal kon fietsen, was er geen houden meer aan.

Omdat we in Gorkum woonden lagen er meteen drie provincies binnen fietsbereik: Zuid-Holland, Gelderland en Noord-Brabant.

Zuid-Holland is een provincie met veel variatie. Uitgestrekte polders, weilanden, duinen en de zee, maar het is ook de meest verstedelijkte provincie van Nederland. Twintig jaar geleden was de provincie berucht vanwege de slechte kwaliteit van de fietspaden, maar daar is veel aan verbeterd, ook in de grote steden Den Haag en Rotterdam.

In mijn jeugd fietste ik vooral door de polders. Toen ik 10 jaar oud was fietste ik op een eenvoudige en nogal rammelende fiets soms 60 km. op een middag. Zonder eten of drinken en zonder geld op zak. Mijn moeder had geen idee van deze activiteiten, anders had ze het vast niet goed gevonden. Eén keer brak er zelfs een trapper af en moest ik met één been trappend 25 km. naar huis zien te fietsen.

Alblasserwaard 020Eén van de favoriete fietsroutes was langs het Merwedekanaal naar Vianen. Eén zijde van het kanaal was grotendeels verboden voor auto’s. Er lag een aantal karakteristieke draaibruggen. Helaas zijn de meeste van die bruggen inmiddels vervangen. Maar het kanaal ligt er nog en heeft deels de sfeer van vroeger weten te bewaren.

Deze foto van een wipwatermolen maakte ik in de buurt van Meerkerk in de Alblasserwaard.

Ritje Randstad (4)

De Delftsche Vliet is onderdeel van de doorgaande vaarroute van Leiden naar Rotterdam. Het aardige is dat je hier in de Randstad toch nog een klein beetje het gevoel hebt landelijk te fietsen. Al is dat natuurlijk zeer betrekkelijk met al die bebouwing rondom. ‘Woeste gronden’ zoals we die vroeger bij aardrijkskunde leerden, zijn hier niet meer, alles is in cultuur gebracht.

Een klein stukje groen op de kaart (de Hoge Broekpolder) blijkt een golfterrein te zijn. De Plaspoelpolder is een grotendeels een aangelegd park. En het deel dat nog uit weilanden bestond wordt inmiddels bebouwd: het laatste stuk uitbreiding van de gemeente Rijswijk, helemaal tegen de bebouwing van Delft aan. Hie bevindt zich overigens ook al bebouwing: het enorme complex van TNO. Officieel staat het in Rijswijk, maar als je daar uit de trein stapt moet je een heel eind lopen: het complex ligt bijna in Delft.

Delft langs de Vliet met gistfabriekBij het complex van TNO word ik ingehaald door een complex van regenbuien. Dat zag ik niet aankomen, omdat het inmiddels donker is. Helemaal donker wordt het trouwens niet, want zowel in het noorden als in het zuiden lichten de kassen op (van respectievelijk het kassengebied bij Pijnacker en bij Wateringen).  Zie ook de eerste foto.

Delft laat lang op zich wachten, de gemeentegrens tussen Delft en Rijswijk ligt hier niet ver van het centrum van Delft. Dat centrum is redelijk goed bewaard gebleven en trekt veel toeristen. Die komen bijvoorbeeld voor de schilder Johannes Vermeer, maar het is zoeken naar zijn verleden. Wel heeft men vorige week het poortje gepresenteerd dat symbool zou staan voor het straatje van Vermeer (aan de Vlamingstraat).

Deft Toren Nieuwe KerkAan een voor Nederlandse begrippen groots plein staat een eveneens grootse kerk(toren): die van de Nieuwe Kerk. De toren is bijna 109 meter hoog, dus bijna even hoog als de Domtoren. Anders dan in veel grote steden is de kerk nog volop in gebruik als kerkgebouw: iedere zondag worden hier twee kerkdiensten gehouden. In de kerk bevinden zich de grafkelders van de Oranjes. De gidsen vertellen dat ‘here they have buried the oranges’, waarbij veel toeristen denken dat er sinaasappels liggen. Maar zij liggen hier niet alleen, getuige één van de kortste gedichten uit de Nederlandse literatuur: ‘Hier ligt Poot, hij is dood’.

Een andere bekende toren is de toren van de Oude Kerk (Princenhof). Een opmerkelijk scheve toren, door P.A. de Genestet beschreven: “Gelijk Pisa heeft ook Delft haar scheve toren, Die al voor eeuwen her te rust placht te verstoren.” Ieder half uur bromt het brons van de klokken en strooit de tijd over de oude binnenstad heen.

Delft stationTot voor kort kon je het mooie historische silhouet van Delft vanuit de trein (die over een viaduct reed) bewonderen. Sinds bijna een jaar gaat de trein ondergronds. Een peperduur project waar de gemeente Delft zich behoorlijk aan vertild heeft. We stappen hier regelmatig uit en weer in de trein, want onze beide kinderen hebben zich metterwoon in de buurt van dit station gevestigd.

 

Ritje Randstad (3)

Inmiddels nadert een schip met zure appels mijn kalende hoofd.

Terwijl ik nadenk of ik zal stoppen danwel moedig doorfietsen fiets ik Voorburg binnen. Deze gemeente is gefuseerd met Leidschendam, maar de plaatsnaamborden zijn niet verdwenen.

In Noord-Holland ligt een hele rij dorpen op een strandwal, dat verklaart ook de lintbebouwing die loopt van Sint Pancras via Oudorp, Heiloo, Castricum en Heemskerk. Ook in Zuid-Holland vind je oude dorpen op een voormalige strandwal, zoals het dinsdag beschreven Voorschoten en ook Voorburg. Dichter naar de kust ligt Wassenaar ook op een strandwal. Je kunt hier dus van twee strandwalletjes eten. In deze plaatsen vestigden zich ook adellijke geslachten met mooie landhuizen en eerbiedwaardige parken of stukken bos.

Voorburg dreigde een eeuw geleden door de gemeente Den Haag geannexeerd te worden. Die gemeente zocht ruimte voor het alsmaar groeiende aantal inwoners. In Voorburg werden vanaf het eerste decennium van de 20e eeuw veel huizen gebouwd.

Het groene karakter van de plaats verdween daardoor voor een groot deel. Alhoewel: er zijn heel wat minder groene plaatsen in Nederland. Dat komt mede omdat er nog een paar buitenplaatsen met omringend groen stand hebben gehouden. Zo fiets ik in de stromende regen langs De Hofwijck, een statig gebouw bij het station van Voorburg. Constantijn Huygens beschrijft deze buitenplaats in een gedicht:

“Mijn sterven weet ik met lang leven niet te weren;

Maar leef ik weinig meer, het Grafschrift wil ik keren.

En zingen wat ik poot en rijmen wat ik bouw,

Eer deze keel verschorr’, en deze pen verouw’

‘k Wil Hofwijck als het is, ‘k wil Hofwijck, als ’t zal wezen,

De Vreemdeling doen zien, de Hollander doen lezen.” 

Geleidelijk raakte alle potentiële bouwgrond bebouwd. Het gevolg is dat de gemeente Den Haag een sprong heeft gewaagd de polders in, met o.a. de nieuwe Vinex-locatie Leidschenveen. De gemeentelijke grenzen lopen hier nogal wispelturig, ik fiets twee keer Den Haag binnen en er weer uit. En dat allemaal in de buurt van de Haagse Trekvliet. Want daar ben ik uiteindelijk uit gekomen. Deze vliet ligt in het verlengde van het Rijn-Schiekanaal bij Voorschoten. Tegenwoordig kun je groen fietsen vanuit Leiden naar Delft, door deze vliet te volgen. Gelukkig is het inmiddels weer droog geworden, de bui was van zeer tijdelijke aard, maar wel voldoende intens om even goed nat te worden.

Voorburg centrum (2)Het oude centrum van Voorburg is klein, maar er staan toch een aantal aardige huizen rond de kerk. Dit stukje van de plaats is beschermd dorpsgezicht. Voorburg mag dan geheel door Den Haag omsloten zijn, het blijft een dorp. Maar Den Haag is eigenlijk ook een dorp.

Voorbij Voorburg maakt de Vliet een knik in zuidoostelijke richting. Het is niet altijd helemaal duidelijk in welke gemeente ik fiets, daar zal ik nog eens op moeten studeren als ik het allemaal zeker wil weten. In ieder geval wisselt aan de overkant van het water Voorburg bouwkundig stuivertje met Rijswijk.

Hoewel er in deze tijd overal wordt opgeroepen om Rijswijk Vliet met De Oversteek (2)het wild geraas te staken hoor ik aan alle kanten autoverkeer. In deze omgeving ligt dan ook één van de grootste verkeersknooppunten van Nederland: het Prins Clausplein. Na een paar bruggen krijg nog één herkansing om Rijswijk binnen te fietsen: de nieuwe brug voor fietsers en voetgangers: de Oversteek.  Ik besluit echter om aan gene zijde van de Vliet te blijven fietsen, parallel aan de trambaan (tram 1 van Scheveningen naar Delft). 

Links ligt een enorm golfterrein en daar achter bevindt zich weer een andere Vinex-locatie: Ypenburg. Ik moet dat allemaal nog eens uit het hoofd gaan leren, mijn aardrijkskundige kennis is de afgelopen jaren wat achter gaan lopen. Daar weer achter igt Nootdorp, dat ik als een vriendelijk plaatsje ken, met een grote instelling voor mensen met een verstandelijke beperking, waar ik af en toe voor pedagogische zaken een bezoekje aflegde.

 

Ritje Randstad (2)

De Batavus nadert een station. Het blijkt station Leiden De Vink te zijn. Een groene fietsroute voert mij verder langs de spoorlijn tot station Voorschoten. De route langs de spoorlijn naar Den Haag is mij bekend. Maar ik wil nu iets anders. Dwars door Voorschoten. Niet geschoten, altijd mis.

Avondlucht bij station VoorschotenVoorschoten is vooral een forsensengemeente. In de afgelopen 30 jaar is de plaats uit zijn voegen gebarsten. Het aantal inwoners is in die tijd vervijfvoudigd. Veel ruimte voor uitbreiding is er niet. Het dorp ligt ingeklemd tussen de ecologische groenstructuur rond Kasteel Duivenvoorde, recreatiegebied de Vlietlanden en de spoorlijn van Den Haag naar Leiden en soms ook omgekeerd.

Ik zie hier weinig oude huizen. Toch heeft de plaats een beschermd dorpsgezicht. Maar dat lees ik pas achteraf. Op de één of andere manier heb ik dat Voorschotenstukje van het dorp gemist. Om een drukke weg te vermijden heb ik mij begeven in een aantal straten uit de periode van rond 1920. Uiteindelijk ben ik via een complexe kruising met wonderbaarlijke fietsoversteekplaats op de oude Rijksstraatweg door het dorp uitgekomen. Deze weg voert mij gevankelijk door de ecologische groenstructuur naar Leidschendam.

Wat me opvalt is dat de plaatsen hier allemaal zo dicht bij elkaar liggen. Je hebt eigenlijk helemaal geen fiets nodig, je kunt eigenlijk ook wel gaan lopen.

Leidschendam Kasteel DuyvenvoordeVoordat ik in Leidschendam ben passeer ik Landgoed Duivenvoorde. Het kasteel ligt vér van de weg af, je kunt het nauwelijks zien. Hier zwaait een heuse barones de scepter. Ze heet: Ludolphine Henriette barones Schimmelpenninck van der Oije. Dan mis ik toch heel wat namen, ik heb maar één voornaam en één achternaam. Daarom ben ik ook niet voornaam. Maar voortaan zal ik vanuit de trein naar de barones zwaaien.

Voor Leidschendam ligt de Robert Fleurystichting. Daar ben ik een aantal malen op bezoek geweest vanwege mijn werk. Tegenover de stichting was een café waar voortdurend bewoners van deze stichting op bezoek kwamen. Daar zat ik ook graag, vanwege de bijzondere verhalen die ik af en toe te horen kreeg. Toen ik dat café nog niet had ontdekt was ik een keer in een restaurant beland, waar de soep alleen al zo’n 25 gulden kostte. Ik heb toen maar schielijk het pand verlaten.

Via binnenwegen met veel bomen en na de stormen van de afgelopen dagen ook veel takken (dus uitkijken op de fiets) fiets ik door de bebouwde kom van Leidschendam. Het oude centrum heb ik al meerdere malen bezocht, ik fiets nu door woonwijken, voor een groot deel uit de periode van voor de Tweede Wereldoorlog. Goed om dat ook even mee te maken, in mijn beeldvorming was Leidschendam eigenlijk alleen maar een plaats met stereotype naoorlogse woonwijken.

Ondertussen wordt het snel donker. De zon is onder gegaan, maar er nadert zo te zien ook een heftig buiencomplex. Ik weet niet of mijn Batavus en ik het droog gaan houden…

Ritje Randstad (1)

Na een dag vol activiteiten in en met het hoofd was het ook weer tijd om de kuitspieren van stal te halen. Maar toen ik alles thuis geregeld had begon het opeens te hozen. Daar kan ik natuurlijk wel tegen, maar ik ben bang dat mijn fiets gaat roesten. Dus werd het toch weer de PC. Van huis uit ben ik namelijk behoorlijk PC (…).

Maar ja, dat is niet verstandig als je hoofd toch al (te) vol zit. Omdat ik ook nog naar Delft moest besloot ik het nuttige met het aangename te combineren. Dus zette ik de fiets in de trein. Onderweg zou ik dan ergens uitstappen waar de fiets niet al te nat zou worden. Dat werd pas in Leiden. 

De temperatuur was ondertussen aardig gekelderd en de zon stond al laag. Voor het station verkocht men bakjes havermout. Als er iets is waar ik al als kind van griezelde, dan was het havermout. Dus nam ik maar een boterham. Daarna stapte ik op de Batavus.

Leiden molen aan de Rijn 2Leiden is een aardig historisch stadje met een mooi centrum. Voor mensen die niet weten waar Leiden ligt: de plaats ligt ingeklemd tussen Oegstgeest en Leiderdorp en ligt onder de rook van Voorschoten.

Ik fietste op mijn gevoel richting het zuiden zonder al te streng in de leer te zijn. Zo kwam ik bij een molen uit aan het Galgewater. De naam van het water is weinig opwekkend: hier stonden vroeger de galgen van de mensen die voor galg en rad waren opgegroeid.

Het Galgewater is een deel van de Oude Rijn, die vanaf Wijk bij Duurstede via Utrecht en Alphen aan den Rijn loopt en in Katwijk de zee in plonst. De Romeinen beschouwden deze rivier als de noordgrens van hun rijk. Noordelijker durfden ze niet, omdat ze te bang waren voor natte voeten.

Leiden Leidse RijnEr waren opvallend veel toeristen op de been rond molen De Put. Dat heeft niet zozeer met coffeeshops te maken, maar wél met Rembrandt (van Rijn!) die in deze omgeving geboren is. De ophaalbrug op de foto heet dan ook de Rembrandtbrug. Molen en brug zijn nog maar zo’n 30 jaar uit. Het is dus allemaal nep. Maar – ter geruststelling – men heeft een oude molen en de brug naar oorspronkelijk voorbeeld nagetimmerd. Zo moet Rembrandt het hier dus gezien hebben. De vader van Rembrandt was eigenaar van een soortgelijke molen als molen De Put.

Opmerkelijk is een Friese tekst op de zijgevel van een belendend perceel. De tekst over mei en ijs blijkt afkomstig te zijn van Pieter Jelles Troelstra. 

Daarna zoek ik mijn weg over een bedrijventerrein en door nieuwbouwwijken uit de jaren ’60. De bedoeling is om al veel te bekende routes (langs het Rijn-Schiekanaal of via Wassenaar) te mijden en nu te proberen om vooral door de dorpen te fietsen.

Zuidland

De mensen vragen mij wel eens: “Henk, kom jij wel eens in Zuidland?”

Dat zal ik jullie zeggen: in Zuidland ben ik meerdere malen geweest. Zelfs vorige week nog een keer.

Zuidland 4Zuidland is een vriendelijk dorp op het duo-eiland Voorne Putten. In de 15e eeuw was het een havenplaats aan de rivier de Bernisse. Je ziet ook nu nog aan de huizen in het centrum van het dorp dat het een plaats is met historische wortels.

RET

Tot 1966 kon je met de RET (dat is hier geen Rationeel Emotieve Therapie, maar Rotterdamse Electrische Tram) naar Zuidland trammen. Wagons van die tramlijn vind je nu terug achter de Bello die van Hoorn naar Medemblik rijdt. helaas is dat hier vergane glorie. Maar om het een beetje goed te maken loopt er nu over het tracé van die oude tramlijn een fraai fietspad waarmee je een groot deel van Voorne Putten doorkruist. Dankzij dat mooie fietspad ben ik al een paar keer in Zuidland geweest.

Zuidland 3Brievenbussen

Zuidland telt als dorp zo’n 6000 inwoners. Opmerkelijk is dat het dorp lange tijd groter was dan Spijkenisse.  Nadat Spijkenisse een groeikern werd (overloop uit Rotterdam) oogt Zuidland als een nietig klein zusje naar de grote broer met veel hoogbouw Spijkenisse. Zuidland telt slechts 6 brievenbussen en Spijkenisse heeft er 48. Dat verschil zegt heel wat over de verhoudingen. Had men de metro door getrokken naar Zuidland, dan was er van historisch Zuidland ook niet veel over gebleven.

Zuidland 2ONS

Zuidland valt tegenwoordig onder de gemeente Nissewaard. Sinds deze fusie zijn de politieke verhoudingen voor de plaatselijke bevolking aanzienlijk gewijzigd. De grootste partij is nu de ONS (een lokale partij: Ons Nieuw Spijkenisse) die met 15 zetels tijdens de laatst gehouden verkiezingen de tweede partij (PvdA, 5 zetels) ver achter zich liet. “ONS niet links, niet rechts, niet voor rijk of voor arm,voor jong of voor oud”. De partij vecht o.a. tegen de geluidsoverlast van windmolens en tegen de bomenkap.

Wat gebeurt er in Zuidland?

Ik was benieuwd of er nog iets gebeurt in Zuidland. Ik zag diverse vrouwen een hond uitlaten, een kind zette haar fietsje in de supermarkt omdat de moeder opmerkte dat de fiets anders gestolen zou worden Zuidland 1(kennelijk is er kleine criminaliteit in Zuidland), de twee protestantse kerken nodigen mensen uit voor de zondagse kerkdiensten, er zijn vooral veel voetbalberichten, de waterstand in de Bernisse bedraagt + 43, de ambulance is met gepaste spoed naar de Molenweg gereden en de plaatselijke schoonheidsspecialiste viert haar eerste lustrum.

Kortom: het leven is nog overzichtelijk in Zuidland.

Provincies: Zuid-Holland

In de provincie Zuid-Holland reed ik de eerste kilometers op een fiets. Dat was nog niet zo gemakkelijk. Het kost mij aanzienlijke moeite om een meer complexe motorische vaardigheid onder de knie te krijgen. Maar toen ik eenmaal kon fietsen, was er geen houden meer aan.

Omdat we in Gorkum woonden lagen er meteen drie provincies binnen fietsbereik: Zuid-Holland, Gelderland en Noord-Brabant.

Alblasserwaard 020

Toen ik 10 jaar oud was fietste ik op een eenvoudige en nogal rammelende fiets soms 50 km. op een middag. Zonder eten of drinken en zonder geld op zak. Mijn moeder had geen idee van deze activiteiten, anders had ze het vast niet goed gevonden. Eén keer brak er zelfs een trapper af en moest ik met één been trappend 25 km. naar huis zien te fietsen.

Eén van de favoriete fietsroutes was langs het Merwedekanaal naar Vianen. Eén zijde van het kanaal was grotendeels verboden voor auto’s. Er lag een aantal karakteristieke draaibruggen. Helaas zijn de meeste van die bruggen inmiddels vervangen. Maar het kanaal ligt er nog en heeft deels de sfeer van vroeger weten te bewaren.

Deze foto van een wipwatermolen maakte ik in de buurt van Meerkerk in de Alblasserwaard.