Tunnelvisie

Sommige behandelaars weten alles zeker. Ze hebben een bepaald denkmodel in hun hoofd. Dat denkmodel kleurt de manier waarop naar mensen gekeken wordt.

Zeker, we hebben allemaal een gekleurde bril op onze neus. En ook als ik mensen zie, heb ik soms vrij snel een eerste beeld, bijvoorbeeld over de verschillende  niveaus van functioneren of het syndroom dat waarschijnlijk de oorzaak is van de stoornis.

Op televisie legde een man omstandig uit waarom zijn WC-bril stuk was gegaan, in hoeveel stukken de WC-bril was gegaan, waar hij de WC-bril had gekocht en dat hij die WC-bril nu in de grijze container met het oranje deksel had gedaan. Dan ontkom ik er niet aan om er meteen een ‘etiket’ bij te bedenken.

Wie of wat?

Waar het om gaat is dat het een eerste indruk is. De persoon heb ik nog helemaal niet ontmoet. Ik mag niet verder gaan dan een ‘zou het kunnen zijn dat’. Trouwens: dat ‘zou het kunnen zijn dat’ moet ook een leidraad blijven in de hulpverlening.

Het is één van de basisprincipes van communicatie: ‘ieder antwoord is in principe onvoorspelbaar’. Op die manier kun je nieuwsgierig blijven. En dat is weer één van de principes van goede hulpverlening. Wie niet nieuwsgierig is verstart. Hij maakt als hulpverlener van mensen objecten. Het ‘wat’ (de autist, de demente bejaarde’ neemt de plaats in van het ‘wie’.

Er zijn echter behandelaars bij wie het eigen denkmodel zó dominant is geworden dat een andere kijk bijna niet meer mogelijk is. Alle gedrag wordt vanuit één optiek verklaard. Maar dat kan helemaal niet. Een mens is nu eenmaal geen appeltaart: je stopt er dit in, je verwarmt zo lang en zo heet en dat komt er uit. Dus bestaan er ook geen recepten voor de opvoeding.

Gedragstherapie

Een gedragstherapeut vertelde vol verve dat alle gedrag verklaard kan worden uit belonen en straffen. Hij was een volgeling van Skinner, die beweerde dat je criminaliteit uit zou kunnen bannen als je gewenst gedrag effectief zou belonen en ongewenst gedrag adequaat zou bestraffen. Op de vraag waar de plaats van de liefde dan was binnen de relaties in het gezin zei hij: “Liefde is een beloning.”

Het Brein

Bij mensen die zich bezig houden met de functies van de hersenen is de verleiding erg groot om alle gedrag te verklaren vanuit het brein. Of het nu criminaliteit is, de behoefte aan een sigaret, religie: het valt allemaal eenduidig te verklaren vanuit – het liefst met twee hoofdletters geschreven – Het Brein. Dat er vanuit de relatie en in het kader van de ontwikkelingsdynamiek nog allerlei andere factoren een rol spelen wordt bijna niet meer gezien.

Autistisch denken

Een orthopedagoge had zich gespecialiseerd in autisme. Onder haar ‘bewind’ werden tientallen cliënten op de instelling benoemd tot ‘autist’. Maar dat niet alleen: ook de kinderen van de buren, neven en enkele nichten en allerlei medewerkers bleken opeens autistisch te zijn. Vooral in het management zaten opmerkelijk veel mensen die het autisme-virus bij zich droegen.

Voor de behandeling van mensen met autisme had de orthopedagoge twee recepten: het bieden van structuur en het werken met verwijzers. Op de woningen waren geen wandversieringen nodig: de muren hingen vol met pictogrammen en soms enkele foto’s. Dat waren ook verwijzers.

En de structuur was zo degelijk als een spoorboekje. Iedere woensdag ging Marieke bowlen. Of ze nu moe was of niet. Want als ze niet zou gaan, zou ze haar structuur kwijt zijn. Dat zou leiden tot allerlei gedragsproblemen.

Iedereen had ook een vaste plaats aan tafel. En de tijden dat iedereen naar bed moest waren tot op de minuut nauwkeurig vastgesteld. Denk maar niet dat iemand eerder naar bed mocht of langer mocht opblijven. Want dan zou die persoon zijn structuur kwijt zijn. Autisten hebben immers een vaste structuur nodig?

Foute begeleiding

Als je zo’n denkkader hanteert is de oorzaak van eventuele problemen ook niet zo moeilijk te vinden. De orthopedagoge wist precies waar de fout zat. Als de cliënt niet reageerde op een maandenlang aanbod van picto’s, dan waren de picto’s niet consequent aangeboden. En als een cliënt meer agressie vertoonde, dan was hij zijn structuur kwijt. Het personeel was dan  kennelijk niet consequent genoeg geweest.

Eén van de gevolgen van deze manier van denken was dat begeleiders wanhopig werden. In feite kregen ze voortdurend de schuld als het minder goed ging met een cliënt. Dat leidde tot een gespannen sfeer op de woningen. En als begeleiders niet ontspannen kunnen werken leidt dat vanzelf ook tot stress bij cliënten.

De orthopedagoge vertrok van de instelling. Eén van de medewerkers zei later: “Ze zat met haar rug naar de cliënten toe ons te overtuigen hoeveel kennis ze in huis had. Maar als we haar manier van werken bekijken: was ze niet zelf autistisch?”