Escalatieladder (2)

Leuk om te constateren hoe het zit met een conflict. Maar wat doe je er dan aan? Deze keer een paar mogelijke interventies. Als je merkt dat de spanning oploopt: hoe kun je dan tot een gezamenlijke oplossing komen? Moet dat op televisie via de Rijdende Rechter of zijn er andere opties denkbaar?
  1. Rationele fase

De eerste (blauwe) fase wordt de rationele fase genoemd. Er wordt stevige taal gebruikt, geprobeerd wordt de ander te overtuigen. Een gesprek wordt al snel een debat. Maar als je er op tijd bij bent kun je er als betrokkenen nog samen uit komen.

Interventie: je kunt er samen uitkomen, maar liefst met behulp van vrienden of collega’s die niet midden in het conflict zitten.

2. Emotionele fase

Die heb ik gisteren beschreven. Het gaat nu echt om partijen. Men plaatst elkaar in hokjes. Als je niet voor bent word je als tegenstander gezien. Geprobeerd wordt om de ander van de troon te stoten. Angst, verdriet of kwaadheid maken een goede kijk op de ander niet meer mogelijk.

Interventie: hier kun je samen niet meer uitkomen. Om uit het conflict te komen is mediation door een onafhankelijk speciaal daartoe opgeleid mediator nodig. Dat lukt alleen als alle betrokkenen achter het inschakelen van een mediator staan en de gezamelijke uitkomst ook als bindend zien. Dat laatste durft lang niet iedereen aan, met de inschakeling van een mediator geef je immers de controle uit handen… Als het gaat om conflicten binnen de familie (die zijn vaak terug te voeren op patronen uit de vroege jeugd), dan kun je ook denken aan de zogenaamde contextuele therapie.

Narcisme en controle. Als één van beide partijen niet instemt met mediation kom je natuurlijk ook niet verder. Het weigeren van mediation komt nogal eens voor bij narcistische mensen. Narcistische mensen zijn niet goed in staat tot samenspel: ze willen de controle over de ander vasthouden. Een mediator beperkt de mogelijkheid tot controle en vormt dus een bedreiging. 

3. Vechtfase

Partijen zijn verwikkeld geraakt in een bittere strijd waarin feiten, belangen, emoties en logica helemaal door elkaar zijn gaan lopen. Het doel is nu totale vernietiging van de ander, ook als dit zelfvernietiging tot gevolg heeft. Denk bijvoorbeeld aan een strijd tussen een werkgever en werknemers, waarbij de werknemers zó lang doorstaken tot het bedrijf failliet is. Het is dus een destructieve fase: het is beter dan we allemaal vernietigd worden dan dat één van beiden wint.

Interventie: hier kom je ook door middel van mediation niet meer uit. Je zult externe arbitrage in moeten schakelen of je moet de zaak aan de rechter voorleggen. Grote kans dat er na een uitspraak van de rechter toch nog een hoger beroep volgt. In het burgerlijk recht zijn dit de mensen die van procederen een beroep hebben gemaakt.

Naarmate je er vroeger bij bent is de schade beter te herstellen. Je moet dus eigenlijk de moed hebben om al in een vroeg stadium iemand van buitenaf mee te laten kijken. Hoe verder het conflict escaleert, des te groter wordt de schade en des te meer kans er is op onherstelbare schade.

Escalatieladder (1)

Eén van mijn bijvakken was destijds conflictuologie. Van de inhoud van dat vak weet ik nauwelijks meer iets. Gelukkig kwam ik later in aanraking met de zogenaamde escalatieladder. Die hielp mij om er ietsje meer van te begrijpen. Deze keer maar weer eens in de herhaling. 

Wel denk ik dat onder conflicten eigenlijk altijd andere problemen liggen, zoals onverwerkte en onderhuidse zaken uit het verleden.

Friedrich Glasl was werkzaam bij de VN en ontdekte hoe conflicten tussen of binnen landen geleidelijk aan helemaal uit de hand kunnen lopen. Hij ontwikkelde de escalatieladder of conflicttrap:een model dat laat zien hoe een conflict gaandeweg steeds heftiger kan worden.

Je ziet geleidelijk de spanning oplopen. Ik start meteen maar heftig: in de tweede fase. Dan gaat de emotie overheersen. Je bent niet meer uit op het samen winnen: de één wil winnen ten koste van de ander. Het doel is om de te zorgen dat de ander gezichtsverlies lijdt. Om dat te bereiken worden coalities gevormd: er treedt blokvorming op.

Enkele kenmerken voor de tweede fase op de escalatieladder zijn:

  • Er wordt gezocht naar medestanders (coalitievorming). Ben je geen medestander, dan word je als tegenstander gezien. Het denken is zwart-wit.
  • Het standpunt van de eigen partij of groep is het enige juiste standpunt. Een andere opvatting wordt als onjuist en zelfs als moreel verwerpelijk gezien (en dus: ontkenning van de morele integriteit van de ander).
  • Er ontstaat een grove vertekening in percepties over de andere partij. Die opvattingen vallen niet meer met argumenten bij te sturen: de ander zit fout en krijgt de rol van zondebok.
  • Door de ene partij wordt de ander rechtstreeks of via onderling overleg binnen de ‘coalitie’ zwart gemaakt en voortdurend verdacht gemaakt.
  • Er is sprake van een selffulfilling prophecy: alles wat de ander doet of zegt wordt weer in hetzelfde kader geplaatst: ‘zie je wel!’

In de tweede emotionele fase gaat het dus volgens Glasl over winnen of verliezen. Er is geen intentie meer om er uit te komen: de ander moet wijken, als het niet vanzelf gaat, dan maar via allerlei acties.

In de tweede fase kun je volgens Glasl niet meer samen uit het conflict komen: je bent zelf teveel onderdeel van het conflict geworden. Daarom is in deze fase externe mediation noodzakelijk.

Escalatieladder (2)

De escalatieladder: daar kwamen vragen over. Vandaar dat ik nog een plaatje toevoeg. Ik hoop dat het leesbaar is, en anders even ‘googelen’.

Wanneer en hoe is interventie mogelijk?

  1. Rationele fase

De eerste fase wordt de rationele fase genoemd. Er wordt stevige taal gebruikt, geprobeerd wordt de ander te overtuigen. Een gesprek wordt al snel een debat. Maar als je er op tijd bij bent kun je er als betrokkenen nog samen uit komen.

Interventie: je kunt er samen uitkomen, maar liefst met behulp van vrienden of collega’s die niet midden in het conflict zitten.

2. Emotionele fase

Die heb ik gisteren beschreven. Het gaat nu echt om partijen. Men plaatst elkaar in hokjes. Als je niet voor bent word je als tegenstander gezien. Geprobeerd wordt om de ander van de troon te stoten. Angst, verdriet of kwaadheid maken een goede kijk op de ander niet meer mogelijk.

Interventie: hier kun je samen niet meer uitkomen. Om uit het conflict te komen is mediation door een onafhankelijk speciaal daartoe opgeleid mediator nodig. Gaat om het om conflicten binnen de familie (die zijn vraag terug te voeren op patronen uit de vroege jeugd), dan moet je ook denken aan de zogenaamde contextuele therapie.

3. Vechtfase

Partijen zijn verwikkeld geraakt in een bittere strijd waarin feiten, belangen, emoties en logica helemaal door elkaar zijn gaan lopen. Het doel is nu totale vernietiging van de ander, ook als dit zelfvernietiging tot gevolg heeft. Denk bijvoorbeeld aan een strijd tussen een werkgever en werknemers, waarbij de werknemers zó lang doorstaken tot het bedrijf failliet is.

Interventie: hier kom je ook door middel van mediation niet meer uit. Je zult externe arbitrage in moeten schakelen of je moet de zaak aan de rechter voorleggen. Grote kans dat er na een uitspraak van de rechter nog een hoger beroep volgt.

Escalatieladder

Ik kan me voorstellen dat je – als je in de oorlog geboren wordt – iets met conflicten hebt. Zo ook Friedrich Glasl, politicoloog en antropoloog. Hij werd in 1941 in Wenen geboren, de hoofdstad van het land dat al dan niet vrijwillig voor Anschluss bij Hitler-Duitsland had gekozen.

Eenmaal afgestudeerd werkte hij o.a. voor de UNESCO en kreeg daar regelmatig te maken met conflicten. Die werden door hem bestudeerd en hij ontdekte een bepaald patroon bij de opbouw van de spanning. Er is sprake van een dynamiek waarbij geleidelijk aan mensen (of landen) elkaar niet meer kunnen bereiken.

Glasl ontwikkelde de escalatieladder of conflicttrap: een model dat laat zien hoe een conflict gaandeweg steeds heftiger kan worden.

Vorige week (op 1 mei) plaatste ik het eerste blog over ruzie maken. Heel vaak heeft ruzie een toedekkende rol: de werkelijke problemen worden ‘ontkend’: het conflict heeft de functie van het maskeren van bijvoorbeeld emotionele pijn.

Karikaturaal beeld

In de familie die in dat blog genoemd werd waren de mensen elkaar uiteindelijk gaan mijden. Maar juist daardoor raakte de werkelijkheid nog meer vertekend. En wel dusdanig ‘verdraaid’ worden dat je je afvraagt hoe er ooit zulke karikaturen opgebouwd konden worden.

De vertekening van de werkelijkheid werd dus steeds groter en ‘iedereen’ was in dat beeld gaan geloven. Als iemand ooit de werkelijkheid gecheckt zou hebben, zou meteen duidelijk zijn geworden dat het hele verhaal aan alle kanten rammelde.

De behandelaar waar het in dat blog over ging plaatste de stand van zaken binnen de betrokken familie in de tweede fase van de escalatieladder van Glasl. Hij noemde dit patroon zelfs soms waanachtig. En wanen bestrijdt je niet met argumenten. Bij die ontwikkeling passen dus ook de karikaturen: de werkelijkheid wordt dusdanig vertekend dat mensen op enige afstand verbijsterd afvragen hoe het mogelijk is dat mensen ‘zo’ over elkaar zijn gaan denken.

Tweede fase

De tweede fase van de escalatieladder kenmerkt zich door één en al emotie. Het doel is nu: zorgen dat de ander gezichtsverlies leidt. Om dat te bereiken worden coalities gevormd: er treedt blokvorming op.

Enkele kenmerken voor de tweede fase op de escalatieladder zijn:

  • Er wordt gezocht naar medestanders (coalitievorming). Ben je geen medestander, dan word je als tegenstander gezien. Het denken is zwart-wit.
  • Het standpunt van de eigen partij of groep is het enige juiste standpunt. Een andere opvatting wordt als onjuist en zelfs als moreel verwerpelijk gezien (en dus: ontkenning van de morele integriteit van de ander).
  • Er ontstaat een grove vertekening in percepties over de andere partij. Die opvattingen vallen niet meer met argumenten bij te sturen: de ander zit fout en krijgt de rol van zondebok.
  • Door de ene partij wordt de ander rechtstreeks of via onderling overleg binnen de ‘coalitie’ zwart gemaakt en voortdurend verdacht gemaakt.
  • Er is sprake van een selffulfilling prophecy: alles wat de ander doet of zegt wordt weer in hetzelfde kader geplaatst: ‘zie je wel!’

In de tweede emotionele fase gaat het volgens Glasl over winnen of verliezen. Er is geen intentie meer om er uit te komen: de ander moet wijken, als het niet vanzelf gaat, dan maar via allerlei acties.

Geen psychologie meer…

De psychotherapeut die over deze situatie vertelde was van mening dat deze situatie zijn competentie te boven ging. Als psycholoog ben je niet voldoende opgeleid om om te kunnen gaan met dit type botsingen. Hij wilde zich uit het proces terugtrekken.

Dat gegeven was binnen de familie weer de aanleiding om elkaar over en weer opnieuw uitvoerig de schuld te gaan geven…