Schuld

Opeens was de plaats Schuld (Rheinland Pfalz) bekend in Europa. Hier trok het water van de Ahr een verwoestend spoor door het dorp.
Vanuit Remagen langs de Ahr, bij Schuld

In Schuld ben ik een keer geweest. Of liever gezegd: ik fietste er boven langs.

Ik was die ochtend gestart in Remagen aan de Rijn. De hele ochtend was ik aan het klimmen. Ik was de enige fietser die het in zijn hoofd haalde om hier te fietsen. Het was een kille januaridag en af en toe dwarrelde er een beetje motsneeuw naar beneden. Er was ook nergens een café open om even op te warmen. Hoewel dat ook niet echt nodig was: van klimmen krijg je het warm.

Na een hele ochtend klimmen volgde er een veel kortere afdaling naar Euskirchen. Daar wilde ik op de trein stappen, terug naar Nederland. Dat station heb ik nooit gehaald.

In Euskirchen werden mijn Gazelle en ik geschept door een Duitse wegpiraat in een Mercedes. Althans, dat stond in de stukken van de rechtbank. Volgens mij was het een Mitsubishi. Maar ik geef toe: van auto’s heb ik geen verstand.

Ik zat maanden lang in een rolstoel. Volgens de automobilist was het mijn Schuld, ik was tegen zijn auto aangereden. Hij diende een aanklacht in en ik moest alle schade betalen. In hoger beroep kreeg hij de schuld: hij had het stopbord genegeerd en was gewoon de voorrangsweg opgereden. 

Sneeuwfietsen

Rond 2010 ontwikkelde zich in mijn hoofd en benen een nieuwe hobby: die van het sneeuwfietsen. Als het ging sneeuwen pakte ik de trein en reed de sneeuw tegemoet.

Deze winter is die hobby in het regenwater gevallen. Er viel nergens in de bereikbare omgeving sneeuw te bekennen. Maar afgelopen week dacht ik toch nog een kans te hebben: het zou mogelijk in Zuid-Limburg gaan sneeuwen.

Om half 9 zat ik klaar voor de treinstart. Maar een blik op een Limburgse webcam liet geen sneeuw, maar wel regen zien. Ik ben geen mooiweer-fietser, maar de hele dag regen en kou: dat is een zelfteistering die ik mezelf niet aan wil doen. Dus ik bleef maar thuis: er lag nog genoeg werk.

Een paar jaar geleden nam ik de trein naar Stolberg (voorbij Aken) om een eindje te gaan ‘heuvelen’. Bij Stolberg ligt de Vennradbahn, die is omgebouwd tot spoorlijn. Je kunt helemaal tot Luxemburg door fietsen. Zó ver ben ik in één dag nog nooit gekomen.

Bij mijn weten was er die dag helemaal geen sneeuw verwacht, maar opeens, bijna direct na een stukje viaduct dat de toegang vormt tot deze fietsroute, lag er sneeuw. Die bleef nog liggen ook. En dat in de eerste week van maart.

Het enige probleem vormde de afdaling terug naar Aken (bij Kornelimünster): het werd glad door een opvriezend wegdek en bovendien donker. Af en toe ben ik maar even gaan lopen…

Om toch een beetje aan sneeuw te denken plaats ik enkele foto's van een fietstocht van zeven jaar geleden (begin maart) toen er nog echte winters met sneeuw bestonden (...).

Eiffelfietsen (1)

In Stolberg is het zwaar bewolkt. Maar de Wettervorhersage had zon voorspeld. Omdat we nu wel weer eens zon wilden doen was dit een mooie bestemming. Er gebeurt echter iets anders. In de heuvels gaat het sneeuwen. Ook goed...

Als je vanuit Stolberg zo’n 5 km de heuvels in klimt kom je bij een oude spoorlijn uit. Na de drukte van de weg naar Monschau verkeer je dan opeens in een een oase van fietsrust. Het traject van de voormalige spoorlijn brengt je naar het dorpje Breinig.

Daar was ik al een paar keer eerder geweest. Het is een aardig dorp met karakteristieke huizen langs de hoofdweg. Om er te komen moet je de spoorlijn verlaten en een eindje het dorp in fietsen. Langs de hoofdweg staan tal van huizen die nauwgezet zijn gerenoveerd. Karakteristiek is de bouwstijl met een soort van ongelijk gevormde stenen in grijstinten.

Omdat ik de route vanuit Breinig naar het westen al vaker heb gefietst ga ik nu even oostwaarts. Ik wilde zuidwaarts, de Eiffel in, maar daar loopt geen weg. Er staat frisse oostenwind. Ik ben blij dat ik een redelijk winddichte jas aan hebt getrokken benevens een stevig vest. Tineke vond het eigenlijk ook nog gewenst dat ik een pyjamabroek onder mijn gewone broek aan moest trekken. Maar dat ging me iets te ver.

Er volgt een pittige afdaling, want ik kom in het dal van de Münsterau terecht. Hier loopt ook weer de weg naar Monschau, maar die is hier meer verkeersluw. En zowaar: de blauwe lucht komt af en toe tevoorschijn. In de beschutting van de bomen voelt het ook een stuk minder koud. er ligt hier ook geen sneeuw. Maar een dikke jas en handschoenen zijn ook hier geen overbodige luxe.