Wat fietst daar? (2)

Nu we het toch over oudere echtparen hebben: daar horen we zelf ook bij. Maar ik kon ons als ouder echtpaar niet vanachter het raam op de gevoelige plaat vastleggen.

We wonen aan een knoopppuntenroute. Dat houdt in dat er nogal wat oudere echtparen langs komen. Zonder knooppunten raken ze namelijk de weg kwijt. Ze lijken op biologen die met de Flora in de hand planten ontleden zonder goed te kunnen zien hoe mooi die plant is.

Bij ons huis staat Knooppunt 1. Dat is natuurlijk een mooi begin van een fietstocht. Je ziet het echtpaar zich op het zadel hijsen, waarbij hij gewoontegetrouw zijn been over de bagagedrager zwaait en zij nog een paar honderd meter op het zadel moet schuiven teneinde tot een goede zit te komen. Gelukkig is er om de hoek een roemrijk restaurant aan het water. Tijd voor koffie met appelgebak en de noodzakelijke sanitaire stop. ‘Kees, hoeveel hebben we nu gereden?’ ‘Achthonderd meter, Annie!’ Een kind zou daar aan toevoegen: ‘Pappa, zijn we er al?’

Net zoals in kledingwinkels kun je aan de volgorde bij het fietsen zien wie de leiding heeft. In kledingwinkels kijkt het personeel wie er voorop loopt. Loopt de vrouw voorop dan moest de man van zijn vrouw nodig eens een nieuwe broek kopen. Op de foto rijdt de man in hoge snelheid voorop: hij zal zijn vrouw wel even de juiste weg wijzen.

Over de echtparen die op de fiets passeren kun je nog allerlei verhalen schrijven. Die echtparen bestaan in tientallen varianten. Maar dat onderwerp ligt wat gevoelig. Er was ooit een stuk in een cabaret over het zogenaamde ‘ANWB-echtpaar’, maar dat werd niet door iedereen gewaardeerd. Ik ben uit principe geen lid van de ANWB, dus ik voelde me niet aangesproken.

Tegenwoordig heb je de categorie van de snelle echtparen. Ze hebben allebei een flonkerend nieuwe E-bike met enorme achteruitkijkspiegel en ze maken flink vaart zonder hard te hoeven te trappen. Waarschijnlijk zetten ze de fiets in een Zoef de Haas-stand en niet in de Schildpad-stand. Van achter ons raam ziet het er alleen wat vreemd uit. Alsof ze door een vreemde kracht voortgestuwd worden en net doen of ze daarbij ook nog zelf hard moeten trappen om vooruit te komen. En ondertussen uitstralen: ‘zien jullie wel hoe sportief wij zijn?’

Die snelheid is niet altijd een voordeel, want regelmatig rijden ze een knooppunt voorbij en daarna zijn ze helemaal de weg kwijt. Zonder knooppunt met de fiets is de knooppuntenfietser helemaal niets.

Maar dat is niet zo aardig van mij. Voor sommige mensen is de E-bike een uitkomst. Wij fietsen nog gewoon. Dat gaat ons snel genoeg... En we hebben nooit een stopcontact nodig. 

Fietsen per provincie (3)

Voor de inwoners van Drenthe klinkt het niet aardig, maar ik heb niet zoveel met deze provincie.

Regelmatig heb ik geprobeerd om hier allerlei fietstochten te maken, maar na een tijdje benauwde de provincie mij. De provincie heeft te weinig water en te weinig weidse ruimte. Aan de Drentse rijwielvierdaagse zal ik dus niet mee doen.

Ik heb trouwens ook geen Ebike. Vorig jaar viel me op dat zo’n 90% van de fietsers tijdens de Drentse Rijwielvierdaagse met trapondersteuning fietst.

Over de provincies Groningen en Friesland heb ik (beide) tien keer zoveel geschreven op dit weblog als over Drenthe.

Natuurlijk weet ik dat die ruimte er af en toe wel is, zoals in de Veenkoloniën. Daar fiets ik dus nog af en toe.

Of hier: op het Fochteloër Hoogveen: een prachtig uitgestrekt natuurgebied, tegen de grens met Friesland aan.

Vijftig plus en Ebike

Vorige week maakte ik voor het eerste sinds twee maanden weer een tocht die achteraf langer bleek te zijn dan 100 km. Tussen 9 en 18 uur had de teller er 125 kilometer bij opgeteld.

Dat ging min of meer vanzelf. Je stapt op de fiets en je trapt gewoon door totdat het avond is. Geen haast maken, gewoon een kwestie van zien waar je komt.

Tijdens deze tocht kwam ik in een gebied terecht dat geliefd blijkt te zijn bij vijftig plussers op de fiets. Nu ben ik zelf ook een vijftig plusser op de fiets. Alleen weet ik niet van tevoren wat geliefde streken zijn voor vijftig-plussers op de fiets, behalve dan de provincie Drente. Daar komt het werkwoord Drentenieren vandaan: na afloop van je werkzame leven je pensioen beleven in Drente. Het is dus eigenlijk een non-werkwoord. Maar dit terzijde.

Ik bevond mij dus in een streek met opvallend veel vijftig plussers – de mannen veelal in korte broek en sommige vrouwen met een mandje voorop met de heer Woefstra er in. “Kom Woef, ga je lekker mee naar binnen, gaan we lekker een kopje koffie drinken!”

Wat mij in de eerste plaats opviel was het aantal fietscolonnes. Fietsen lijkt vooral een groepsactiviteit te zijn. Mogelijk voorkomt dit een angst van oudere mensen: dat je de weg kwijt raakt. Moet er natuurlijk wel eentje bij zijn die goed de weg weet.

In de tweede plaats viel mij het enorme gezwatel op. Iedereen lijkt met iedereen in gesprek. Niet over wat er te zien valt, maar vooral over lichamelijke ongemakken van deze of gene of wetenswaardigheden rond kinderen en kleinkinderen. Door dit rumoer zien de fietsers geen enkel hert, die dieren zijn allang op de vlucht geslagen vanwege al die menselijke geluiden.

Maar wat mij het meeste opviel was het grote aantal E-bikes. Het lijkt wel of het op beenkracht fietsen bijna niet meer bestaat. Op een plein telde ik het aantal E-bikes. Van de veertig fietsen hadden er 35 trapondersteuning. Is het zó slecht gesteld met de Nederlandse spierkracht?

Ik kan me voorstellen dat een E-bike om fysieke redenen een uitkomst kan zijn. Als als je longproblemen, hartproblemen of spierproblemen hebt: mooi dat je dan toch nog kunt fietsen met die trapondersteuning. Ook kan ik me voorstellen dat forensen die dagelijks een fikse rit moeten maken over stappen op de Ebike.

Een paar weken geleden fietste ik even op een E-bike, terwijl een andere fietser mijn fiets uitprobeerde. Ik vond het helemaal niet leuk. Moet je een helling op, krijg je opeens ondersteuning. De helling is zo helemaal geen uitdaging meer. Het gaat veel te veel vanzelf. Dat vond mijn medefietser ook. Ze heeft haar E-bike aan de wilgen gehangen en – net als ik – ook een Batavus Dinsdag gekocht…

Je kunt je natuurlijk afvragen waar Henk50 zich mee bemoeit. Maar ja, het was gewoon iets wat ik me afvroeg. Wat is het nut van een E-bike bij het recreatief fietsen? Ik kan alleen voor mezelf spreken. Voor mij geldt een beetje tegenwind of een helling gewoon bij de uitdagingen die horen bij het fietsen. Goed voor het hart, de longen en de beenspieren.