Dokter Jansma revisited (12)

Dokter Jansma, alias Hajé, is emeritus-zielenknijper. Na zijn pensionering was hij zijn structuur kwijt. We ontmoetten elkaar af en toe in een etablissement aan zee. Maar de afgelopen drie maanden was er geen contact. Dokter Jansma had zichzelf opgesloten in zijn huis. Inmiddels heeft hij zichzelf uit zijn zelfverkozen quarantaine ontslagen. En hij wilde meteen maar een afspraak maken. Gezamenlijk aan de koffie.

Ik kon mijn ogen niet geloven: Hajé verscheen met heuse knickerbrockers. Voor het geval jullie die niet kennen: het is een soort pofbroek die in de jaren ’20 van de vorige eeuw door jongens en mannen werd gedragen. De broek reikte tot net onder de knie. Daaronder droeg je kousen. Een soort padvinderskostuum, maar dan wat sjieker, of in dit geval: wat chicquer.

Vanwaar deze gigantische metamorfose? Was Hajé een man van twee gezichten? Wat maakte een zielenknijper in ruste die er uit zag als een landloper opeens tot een heer van stand? Had hij een vriendin aan de haak geslagen? Was hij toegetreden tot de Lions of een andere verheven mannenclub? Ik hoopte het aan de koffie te weten te komen. Maar eerst moest ik maar eens weten hoe het kwam dat Hajé aan de zelfverkozen quarantaine was ontsnapt. Was hij niet bang meer voor besmetting?

Maar voordat ik mijn vraag kon stellen stak Hajé al van wal. Hij was met vakantie geweest. Hij had een advertentie gezien van een Hajé Hotel. Dat was voor hem een teken aan de wand en in zijn ziel dat hij het pand oftewel zijn woonstede kon verlaten. Helaas bleek de reis met hindernissen geplaveid. Hij wilde uiteraard op de fiets, maar de fiets mocht niet mee in de trein. Belachelijk, vond Hajé dat, alsof een fiets besmettelijk kon zijn. Toen had hij maar besloten om helemaal naar zijn bestemming te fietsen, via de Afsluitdijk. Gelukkig kwam hij er net op tijd achter dat de Afsluitdijk afgesloten was voor fietsers. Ook weer zo belachelijk, laten ze die dijk afsluiten voor auto’s. “Kies de fiets, dan vervuil je niets, dat ben jij toch geheel en al met mij eens, beste vriend?”

In dit alles zag dokter Jansma een complot. De chinezen hadden de Nederlandse fietsenmarkt verloren, nu wilden ze chinese auto’s af gaan zetten op de Nederlandse markt, maar dan moest eerst de fiets worden uitgeschakeld. En om zijn woorden kracht bij te zetten vervolgde Hajé met: “En als de chinezen niet zoveel zouden kezen, dan zouden er niet zoveel chinezen wezen”. Aldus geciteerd van een vaderlands dichter.

Uiteindelijk was hij geheel op eigen kracht met een tussenstop in een ander Hajé-hotel naar de plaats van bestemming gefietst. Voorafgaand had hij – naar eigen zeggen – nog een goede hiernamaalsverzekering afgesloten, want hij wilde niet dat ‘het nageslacht voorzover ik dat verwekt heb’ met schulden zou worden opgezadeld. Dat was voor het eerst dat ik Hajé hoorde over een mogelijk nageslacht. Had hij een relatie gehad? Ik had al die tijd de indruk dat de nabijheid van vrouwen hem al snel tot razernij bracht. Maar ja, vragen aan hem stellen zat er niet in bij dokter Jansma, hij voer in verbaal opzicht volstrekt zijn eigen koers.

Hajé zag mij aarzelen. “Ik begrijp natuurlijk heel goed dat jij onder een hiernamaalsverzekering iets anders verstaat. Ik bedoel een verzekering die opgebouwd is uit aards slijk en jij denkt natuurlijk aan de hemelse gewesten. Verschil moet er zijn. Laten we een koffie bestellen. Wat zal het zijn? Een borrel van Florijn.” Daarop wenkte hij met een knip van zijn vingers de bedienmevrouw die aan kwam gesneld. “Hoho, 1,5 meter afstand alstublieft,” zei Hajé, “anders leg ik u een poging tot doodslag ten laste tenzij u zich vanmorgen nog hebt laten testen en de uitslag negatief en voor u positief was.”

Hajé bestelde twee cappucino met appelgebak en slagroom “en als jij moet afvallen van je wettige huisgenote eet ik beide gebakjes zelf wel op. Ik begrijp dat het in therapeutisch opzicht verdacht is om in te vullen voor een ander, maar we zijn hier als vrienden bij elkaar dus ik betaal, maar dan kies ik meteen ook maar voor jou. Het is hier per twee voordeliger.”

Daarop vervolgde Hajé het verslag van zijn reis. Hij had zijn fiets op zijn hotelkamer geparkeerd. “Ik had een tweepersoonskamer geboekt, de tweede persoon was mijn fiets, ze keken er wel raar vanop, maar ze mogen blij zijn met enige klandizie in deze donkere tijden. Het voordeel was dat ik direct bij mijn fietstas kon teneinde enige artikelen tot mij te nemen die een gezonde nachtrust ten goede konden komen.”

Maar wat Hajé opeens was opgevallen was dat het fietsverkeer sinds zijn zelfverkozen quarantaine totaal was veranderd. “Het is mij opgevallen dat de beentjes van de gemiddelde Nederlander aan verval onderhevig zijn geraakt. Het land is massaal aan de elektrieke fiets geraakt. Niemand die meer de beentjes laat wapperen. Nergens meer ballonkuiten te zien. Bij de oplaadpunten leek het wel een slagveld. Alle fietsen moesten opgeladen worden. Volkomen van de zotte. Mijn vroegere collegiale vriend en cardioloog Jasper zei dat de E-bike het begin van het einde is: als je daar aan begint leer je je hart om vooral lui te worden. Je kunt net zo goed sigaretten gaan roken, dat is net zo slecht voor je hart.”

Ook deze ontwikkeling zag dokter Jansma als een complot. “Let maar op mijn woorden, die Chinezen hebben eerst de Oeigoeren ingepakt, daarna Hongkong en binnenkort kopen ze al onze electriciteitscentrales op. Dan zijn alle Nederlanders met heel hun wezen gevangen in het wereldwijde web dat de Chinezen aan het spannen zijn. In Hongkong zagen ze de bui al hangen en kwamen ze in opstand, maar hier komt niemand in verzet. Zelfs de Friezen niet!”

Ondertussen was de koffie in aantocht. "Kijk, de koffie loopt" grinnikte dokter Jansma, om vervolgens tegen de vrouw van de bediening te zeggen: "Mevrouw doet u mij en mijn vriend een pleizier, houd u in acht, neem afstand, dan overleven wij u en de koffie die u hebt gezet."

E-bike en calorieverbruik

Op mijn kilometerteller zit een meter die het verbruik van calorieën aangeeft. Die calorie(verbruik)meter is zo lek als een mandje.

Dat zit zo: hij differentieert niet. Tegen een helling op of tegen de wind in levert geen extra verbranding op. Volgens deze teller is wind-mee net zo verbrandend als wind-tegen. Dat is natuurlijk heel onbetrouwbaar. Ik kan niet zeggen dat het bijvoorbeeld na 16 kilometer tijd is voor een kroket of een gevulde koek als beloning voor het gefietste aantal kilometers.

Maar wat ik me ook afvroeg is hoeveel het scheelt of je op een E-bike fietst, of op een ‘gewone’ fiets. Welnu: dat is inmiddels gemeten. Maar dat hangt er nog wel vanaf hoeveel trapondersteuning je de E-bike laat geven. De meting ging uit van een gemiddelde trapondersteuning.

Als ik op mijn ‘gewone’ fiets één uur lang met een gemiddelde snelheid van 18 km. per uur fiets (de meting geeft niet aan of het wind mee of tegenwind betreft) verbrand ik 405 calorieën.

Als ik op de E-bike met een uur lang met diezelfde gemiddelde snelheid zou fietsen zou ik 260 calorieën verbranden. De sjoemelmotor maakt het fietsen aanzienlijk lichter.

Bij gelijke beloning zou dit dus ook betekenen dat je niet voor de 60 kilometer van de Drentse Rijwielvierdaagse een medaille verdient, maar dat je vier dagen lang rond de 100 kilometer af moet leggen. Tenminste: als je uitgaat van het principe van de gelijke beloning.

Wat mankeert de E-fietser?

Het lijkt op de foto of mijn fiets door de warmte is bezweken en is neergezegen. Maar dat viel zó mee... Hij kieperde van zijn standaard...

Gisteren fietste ik door het Limburgse Heuvelland. Niet dat ik dat van plan was, maar soms kom je op een plek die je niet gepland hebt.

Wat mij daar opviel was het grote aantal elektrische fietsen. Toen ik hier drie jaar geleden fietste was er bijna geen E-bike, nu was 90% E-bike. En de rest zat op de racefiets. Ik ben maar één echtpaar tegen gekomen dat net als ik op een gewone fiets zat.

En dan beklom ik weer een helling en dan werd ik weer ingehaald door een klassiek ouder echtpaar (‘hij heeft de fiets uitgezocht, zij de kleur van de fiets, hij rijdt voorop, want hij bepaalt de route en zij heeft daarnaast een mandje met hond achterop’). 

Was ik daar jaloers op? Nee, ik dacht: wat missen die mensen veel. Juist die inspanning hoort bij het fietsen door dit gebied. Een paar maanden geleden fietste ik even op een E bike. Zodra het allemaal wat zwaarder werd kreeg ik trapondersteuning. Wat is daar de lol van? Je gaat toch ook niet met de E-step de Nijmeegse Vierdaagse lopen? Die hellingen op eigen kracht bedwingen hoort bij het krachtenspel in deze omgeving. Net zoals het vechten tegen kolossale windmuren bij Den Helder.

Nu heb ik het niet over mensen met een fysieke beperking. Voor hen is een E-bike een uitkomst.

Maar ik neem toch niet aan dat er al die mensen die ik gisteren op de E-bike zag iets mankeert aan hun longen of aan hun beentjes.

Gisteren hadden de Batavus Dinsdag en ik in ieder geval een heel relaxte fietsdag. Door Nederland, franstalig en duitstalig België en door Duitsland. Honderd kilometer, met een gemiddelde snelheid van 11,6 kilometer (zwakke tegenwind en veel hellingen). Maar zeker op een vrije dag hoef je geen vaart te maken...