Oorzaken van druk gedrag bij kinderen (2)

Gisteren schreef ik over vijf (mogelijke) oorzaken van druk gedrag bij kinderen. Vandaag weer vijf verklaringen. En dan stop ik er weer mee. Er zijn meer verklaringen, maar het moet ook weer niet te druk worden op dit weblog.

6. Onveilige hechting: het gebrek aan basisveiligheid, aan voldoende bodem, vertaalt zich in druk gedrag. Gebrek aan veiligheid kan ook ontstaan doordat het kind onvoldoende begrensd wordt. Dat wordt door een kind worden ervaren als ‘niet gezien worden’. Gedrag dat wordt gediagnosticeerd als ADHD kan dus ook zijn oorzaak vinden in een verstoorde hechting. Daardoor ervaart het kind weinig rust. Het lijkt meer op een vliegwiel: de onrust roept nieuwe onrust op. Het gedrag stoppen is ingewikkeld, omdat het kind geen veilige basis ervaart waar het rust ervaart en getroost wordt. Ook als ouders sensitief zijn (troost willen bieden) heeft het kind niet het vermogen om die troost te ondergaan.

7. De emotionele ontwikkeling blijft achter bij andere ontwikkelingsgebieden van het kind. Het kind is op sociaal en emotioneel gebied kleiner dan op andere gebieden. Dat betekent dat het meer kán dan dat het áán kan. Er wordt verwacht dat het zich gedraagt als een kind van zeven jaar, terwijl het in sociaal en emotioneel gebied nog maar twee jaar oud is en gedrag vertoont dat past bij die leeftijd.

8. Stress, spanning, angst. Denk bijvoorbeeld aan de periode voor Sinterklaas; dan zijn bijna alle kinderen drukker. Een oorzaak kan ook zitten in de voortdurende spanning in het gezin. Dat hoeft zeker niet in de relationele sfeer te zitten, het kan ook te maken hebben met bijvoorbeeld geldzorgen of een te kleine woonruimte.

9. Onvoldoende mogelijkheden tot beweging. Alle kinderen hebben bewegingsruimte nodig: ze moeten hun lichaam dagelijks kunnen ervaren. Als kinderen daar geen kans toe krijgen (van hot naar her achter in de auto – de ‘achterbank-generatie’) of thuis alleen maar op de bank achter de laptop vertaalt zich dat in drukker gedrag op andere momenten.

10. Pijn en ander lichamelijk ongemak. Bij kinderen die oorpijn hebben zie je vaak aan het gedrag dat ze ergens last van hebben. Het kind ‘onderdrukt’ de pijn met zijn gedrag. Nog beruchter is het ervaren van jeuk. Dat kan zó ondraaglijk worden dat het kind er helemaal turbo van wordt.

Let er daarnaast op dat druk gedrag deels leeftijdsgebonden is. Peuters zijn vaak drukker dan kleuters. En zoals gisteren al gemeld: jongens zijn vaak drukker dan meisjes.

Oorzaken van druk gedrag bij kinderen (1)

Wat zijn mogelijke verklaringen voor druk gedrag bij kinderen? Ik noem er tien, maar er zijn er meer.
  1. Temperament. Het temperament is aangeboren. Het is de gedragsmatige vingerafdruk die het kind meekrijgt vanaf de geboorte. Het ene kind is ‘van nature’ actiever met zijn lichaam dan het andere. Dat zie je vaak al vanaf enkele maanden. De ene baby/peuter is meer een kijker, de andere is meer een doener. Bij de ene baby is het badje na tien minuten leeg en al het water ligt naast het badje, de andere baby is vooral met kleine druppeltjes bezig en is zuinig met water. Voor de ene baby heb je handen en voeten nodig om hem aan de kleden, bij de andere baby gaat dat veel gemakkelijker. Over het algemeen zijn jongetjes meer actiever met hun lichaam en zijn meisjes wat meer ingehouden. In elk geval bestaan er aangeboren verschillen tussen kinderen: het ene kind heeft meer bewegende en lichamelijk actieve genen in zijn lijf dan het andere kind.
  2. Over- of ondergevoelige zintuigen. Kinderen die qua zintuigen overgevoelig zijn kunnen al die prikkels vertalen in druk gedrag. Ze horen bijvoorbeeld teveel en worden daar onrustig van. Let maar eens op het gedrag van sommige kinderen als het hard waait: dan kunnen ze veel minder goed stil zitten. Bij kinderen die ‘tactiel’ (op de huid) ondergevoelig zijn zie je vaak dat ze prikkels opzoeken: ze willen toch iets van hun lichaam ervaren en zoeken dan stevige prikkels op. Dat is in de ouderenzorg soms ook een verklaring voor onrustig gedrag (zelfstimulering).
  3. Over- of onderprikkeling: dit punt staat in verband met het vorige punt. Het ene kind kan meer prikkels aan dan het andere kind. Kinderen die meer prikkels/indrukken moeten verwerken dan ze aankunnen zijn vaak drukker in hun gedrag. Kijk maar naar een drukke omgeving: daar worden de meeste kinderen nóg drukker van. Het worden druktemakers die niet tegen drukte kunnen. In onze samenleving krijgen kinderen vaak meer prikkels te verwerken dan goed voor hen is. ‘Rust, regelmaat en reinheid’ zijn belangrijke ingrediënten om het kind minder overprikkeld te laten zijn. Daarnaast zijn kinderen soms lichamelijk  ondergevoelig. Zij zoeken juist extra prikkels op.
  4. Gezinssituatie: in gezinnen waar onvoldoende structuur is, waar kinderen niet leren om aan tafel te zitten, waar de dag onvoorspelbaar, waar veel geluiden door elkaar zijn vertonen de kinderen bijna altijd drukker gedrag.
  5. Fysiologische factoren zoals voeding, honger of slaap. Eenzijdige voeding versterkt het drukke gedrag. Een knorrende maag maakt kinderen drukker, als kinderen tegen de slaap vechten vertonen ze drukker gedrag. Een klein deel van de kinderen is gevoelig voor bepaalde voedingsstoffen.
Voor de volgende vijf punten moet je nog even geduld hebben. Of je verzint ze zelf. Dan zal de meester jullie later zeggen of je de goede antwoorden hebt bedacht. 

Oorzaken van druk gedrag

Wat zijn mogelijke verklaringen voor druk gedrag bij kinderen? Ik noem er tien, maar er zijn er meer.
  1. Temperament: aangeboren en deels erfelijk: het ene kind heeft meer bewegende en lichamelijk actieve genen in zijn lijf dan het andere kind.
  2. Over- of onderprikkeling: het kind moet teveel indrukken verwerken en/of kan prikkels niet goed verwerken. In onze samenleving krijgen kinderen meer prikkels te verwerken dan goed voor hen is. Daarnaast zijn kinderen soms lichamelijk  ondergevoelig. Zij zoeken juist extra prikkels op.
  3. Gezinssituatie: er is onvoldoende structuur, de dag is onvoor-spelbaar, er is weinig vast ritme.
  4. Onveilige hechting: het gebrek aan basisveiligheid, aan voldoende bodem, vertaalt zich in druk gedrag.
  5. De emotionele ontwikkeling blijft achter bij andere ontwikkelingsgebieden van het kind.
  6. Stress, spanning, angst. Denk bijvoorbeeld aan de periode voor Sinterklaas of voortdurende spanning in het gezin.
  7. Fysiologische factoren zoals voeding, honger of slaap. Eenzijdige voeding versterkt het drukke gedrag. Een knorrende maag maakt kinderen drukker, als kinderen tegen de slaap vechten vertonen ze drukker gedrag. Een klein deel van de kinderen is gevoelig voor bepaalde voedingsstoffen.
  8. Onvoldoende mogelijkheden tot beweging (‘de achterbank-generatie’) of onvoldoende stimulans, waardoor het kind te weinig kans krijgt om zijn mogelijkheden te ervaren en te weinig eigen tijd krijgt.
  9. Kinderen die geen begrenzing ervaren. Kinderen moeten ook leren om stiller te zijn, om even te blijven zitten.
  10. De leeftijd en de sekse van het kind; peuters zijn vaak drukker dan kleuters, jongens zijn vaak drukker dan meisjes.

Oorzaken van druk gedrag

Als een kind druk gedrag laat zien wordt al heel snel gedacht aan ADHD. Dat is de meest gemakkelijke verklaring. Maar er zijn veel meer (andere) verklaringen. Ik noem er tien, maar er zijn er meer.

  1. Temperament: aangeboren en deels erfelijk: het ene kind heeft meer bewegende en lichamelijk actieve genen in zijn lijf dan het andere kind.
  2. Over- of onderprikkeling: het kind moet teveel indrukken verwerken en/of kan prikkels niet goed verwerken. In onze samenleving krijgen kinderen meer prikkels te verwerken dan goed voor hen is. Daarnaast zijn kinderen soms lichamelijk ondergevoelig. Zij zoeken juist extra prikkels op.
  3. Gezinssituatie: er is onvoldoende structuur, de dag is onvoor-spelbaar, er is weinig vast ritme.
  4. Onveilige hechting: het gebrek aan basisveiligheid, aan voldoende bodem, vertaalt zich in druk gedrag.
  5. De emotionele ontwikkeling blijft achter bij andere ontwikkelingsgebieden van het kind.
  6. Stress, spanning, angst. Denk bijvoorbeeld aan de periode voor Sinterklaas of voortdurende spanning in het gezin.
  7. Fysiologische factoren zoals voeding, honger of slaap. Eenzijdige voeding versterkt het drukke gedrag. Een knorrende maag maakt kinderen drukker, als kinderen tegen de slaap vechten vertonen ze drukker gedrag. Een klein deel van de kinderen is gevoelig voor bepaalde voedingsstoffen.
  8. Onvoldoende mogelijkheden tot beweging (‘de achterbank-generatie’) of onvoldoende stimulans, waardoor het kind te weinig kans krijgt om zijn mogelijkheden te ervaren en te weinig eigen tijd krijgt.
  9. Kinderen die geen begrenzing ervaren. Kinderen moeten ook leren om stiller te zijn, om even te blijven zitten.
  10. De leeftijd en de sekse van het kind; peuters zijn vaak drukker dan kleuters, jongens zijn vaak drukker dan meisjes.

      En daarnaast is er inderdaad ook nog druk gedrag waarvan het vermoeden bestaat dat een organisch aspect meespeelt, ‘iets in de hersenen’.

In de praktijk zal er bij (te) druk gedrag bijna altijd sprake zijn van een combinatie van factoren vanuit het kind zelf en in de omgeving.

 

 

Druktemaker Jim

Jim is een enorme druktemaker.
Iedere dag opnieuw komt hij bij wijze van spreken alweer turbo uit zijn bed.
Hij begroet je met een luide kreet en direct daarna volgt er een duw of een krachtige omhelzing. Hij is blij om na die lange nacht weer iemand te zien.
Nieuwe medewerkers reageren bijna altijd enthousiast op Jim. Wat een leuke knul! Maar dat is nu net de valkuil. Het vormt ook de kern van het professioneel handelen. Loopt Jim snel, dan moet jij langzaam lopen, schreeuwt Jim hard, dan moet jij fluisteren, is Jim super-enthousiast, dan moet jij onderkoeld reageren.
Maar als begeleider moet je niet mee gaan in het enthousiasme van Jim. Want dat slaat al heel snel door. Bij Jim is ‘genieten’ namelijk al bijna direct ‘teveel’. Soms zit je binnen een kwartier met de brokken. Dat is voor Jim niet goed, het is heftig voor de andere bewoners van zijn huis, de begeleiding heeft er een zware dobber aan en de buren gaan ook klagen. Want Jim woont in een gewoon woonhuis in een gewone straat in de grote stad. Eigenlijk zou hij veel meer ruimte moeten hebben. Maar dat was het beleid van de overheid: zo gewoon mogelijk. Ook voor Jim, die ruimte nodig heeft.
Jim bouwt geen echte band op. De volgende dag is hij compleet vergeten wie er de vorige dag werkte. Dat betekent dat hij iedere dag opnieuw moet testen of de medewerker de grenzen weet. Hij gaat net zo lang door totdat de omgeving weer duidelijk is. Zelfs bij mensen die hem al jaren kennen.
Jim reageert op begrenzen eerst met boosheid. Maar ook dat is hij na vijf minuten weer vergeten. Geef je geen grens aan, dan wordt Jim steeds drukker. Dat komt doordat hij steeds angstiger wordt. Hij begrijpt de wereld niet meer. De angst vertaalt zich in druk gedrag.
Jim is een druktemaker die niet tegen drukte kan. Alleen als hij weet waar hij aan toe is kan hij zich een beetje beter concentreren. Dan staan zijn ogen rustiger.
Jim heeft begeleiders nodig die dat begrijpen. De weg waar Jim op loopt is altijd glibberig. Zij vormen de vangrail zodat hij niet echt van de weg af raakt.