Dromen van machteloosheid

‘Het was weer een bloedbad vannacht’, verzucht de 84-jarige oud-militair. Dit slaat op zijn dromen, nachtmerries dikwijls, waarin hij zijn diensttijd, meer dan 40 jaar geleden, opnieuw beleeft. Het gebeurt niet elke nacht, maar wel een paar keer per week (uit het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde).

Al sinds die oorlogstijd sliep hij onrustig; zijn vrouw werd er wakker van als hij met armen en benen sloeg. De laatste jaren, nu hij wegens rugklachten zijn werk had moeten staken, is het veel erger geworden. ‘Wij slapen niet meer bij elkaar, ik ben mijn vrouw een paar keer naar de strot gevlogen,’ zo legt hij uit. Hij slaapt slecht in: ‘Het is dat ik niet durf te slapen, bang voor lawaai, dat je aangeschoten wordt.’ Dit gaat over de gevechtshandelingen die hij meemaakte. ‘De ergste dingen waren niet de acties, maar dat je bijvoorbeeld alleen in een putje zat, er niet uit kon en anderen om je heen omkwamen.’

Dit existentiële-stress-syndroom is een overblijfsel van extreem bedreigende situaties waarin men zich machteloos voelde. Mensen die concentratiekampen meemaakten, tonen vaak een dergelijk beeld. Juist bij het ouder worden gaan de gruwelijke herinneringen meer dan voorheen kwellen. Verminderde weerstand, lichamelijke kwalen, sociale neergang, isolement en teleurstelling over het leven spelen een rol. Het wezenlijke van die droom is de herbeleving van al die ellende, vooral in de nachtelijke uren.” Tot zover dat artikel uit het NTG.

De ex-militair is niet de enige. Veel ouderen kunnen vertellen van enge dromen waarin gebeurtenissen uit het verleden herbeleefd worden. Mijn grootvader (hij was politiek gijzelaar in kamp Beekvliet in Sint Michielsgestel) sloeg af en toe mijn oma het bed uit. Dan was hij weer in gevecht geraakt met de Duitsers.

Machteloosheid

Het schijnt daarbij vooral te gaan over het thema ‘machteloosheid’. Mijn vroegere hoogleraar theoretische pedagogiek dr. J.W. van Hulst vertelde in een interview (hij was toen 102 jaar) hoe hij regelmatig droomde over de Joodse kinderen die niet bevrijd hadden kunnen worden. je zou denken: hij heeft met zijn medewerkers maar liefst 600 kinderen uit de handen van de Duitsers weten te houden. Maar waar droomde hij van? Van de kinderen bij wie dat niet gelukt was. Het thema machteloosheid…

Van een hoogbejaarde man hoorde ik hoe hij (‘niet elke nacht, maar wel vaak’) droomde van de situatie waarin hij – alleen- met een legertruck met voedsel in de blubber op Sumatra vast was komen te zitten, terwijl Indische verzetsstrijders naar hem op zoek waren. Er waren inmiddels tal van zijn kameraden omgekomen. Het was nacht en hij kon niemand bereiken om om hulp te vragen. Opnieuw het thema machteloosheid.

Een andere man vertelde tijdens een bezoek hoe hij vaak ’s nachts wakker werd en riep om zijn dochtertje. Dat dochtertje was na de bevalling overleden, zijn vrouw had de baby niet gezien, hij slechts enkele seconden. Ze hadden nooit afscheid kunnen nemen.

De meeste ouderen vertellen dat deze dromen vooral optraden nadat ze met pensioen waren gegaan. Dus als de drukte verdwijnt komen de thema's naar boven die alsnog verwerkt moeten worden. Ze hebben liggen te sluimeren, maar ze waren als een onderhuidse veenbrand, wachtend op het moment om via de doom tot het bewuste door te dringen. 

Dromen

In de loop der tijd heb ik heel wat gelezen over dromen. Maar nog altijd vind ik ze een wonderbaarlijk verschijnsel. Waarom droom je de dromen die je droomt?

Tegenwoordig droom ik veel over bewoners in mijn eerste baan. Dat kunnen ervaringen tot ruim 45 jaar geleden zijn. Zoals een droom over Remco.

Met Remco had ik maar heel af en toe te maken. Hij woonde niet op één van de paviljoens waar ik bij betrokken was. Een enkele keer was ik bij een bespreking op de speltherapie. En ik viel wel eens in voor een collega. En toch droomde ik zo’n veertig jaar later van die Remco.

Ik wist het allemaal nog precies. Waar zijn vader werkte, in welke plaats, welk (eigen) bedrijf hij daar had. Waar zijn moeder werkte. En in welke wijk ze woonden (een nieuwe bloemkoolwijk van begin jaren ’80). En toen ik wakker was geworden meende ik dat ik dat helemaal heel goed had onthouden. Ik checkte het telefoonboek. Het klopte. In ieder geval bestaat het bedrijf nog en het staat in dezelfde wijk waar ik over droomde.

De oma van Remco was overleden. De vraag was of Remco mee zou gaan. Inmiddels waren zijn ouders gescheiden. Zijn vader zou niet komen als zijn moeder met zijn broer en zus zouden komen. En ik moest uit het dilemma zien te komen: is het dan wel goed dat Remco mee gaat? Ik vond dat bewoners niet her recht moet worden ontzegd om afscheid te kunnen nemen van een dierbare, maar ik vond het wel belastend voor Remco als Pa en Ma ter plekke met elkaar op de verbale vuist zouden gaan.

Ondertussen liep Remco rondjes in mijn werkkamer. Hij zong steeds hetzelfde liedje, knakte ondertussen met zijn vingers en keek kort af en toe naar mij. Alsof hij wachtte op antwoord.

Waarom zit die herinnering nu nog steeds in mijn hoofd? En waarom weet ik al die gegevens nog. Zou er niet meer ruimte in mijn hoofd kunnen komen als ik al die overtollige balast weg zou kunnen wissen? 

De eindexamendroom

Zijn dromen bedrog? Collega Leendert  stuurde mij een compleet artikel van Ingmar Vriesema op als reactie op mijn droom dat ik mijn eindexamen nog steeds niet gehaald had... En te zien aan de reacties op het weblog is het een veel voorkomend type van droom. Carl Jung zou het een archetype noemen...

De fietstocht naar school zullen ze probleemloos afleggen. Het gymlokaal zullen ze vinden. De pen zal het doen. De opgaven zullen goed leesbaar zijn. En over een maand zullen de scholieren geslaagd zijn. De eindexamenperiode, die maandag begint, zal voor de meeste middelbare scholieren verlopen volgens plan. Leren, presteren, slagen en feest vieren, om na de zomer aan het volwassen leven te beginnen. En dan, eenmaal volwassen, zullen ze alsnog zakken voor dat eindexamen. Jaar na jaar, decennialang. In hun dromen.

Zakken voor het eindexamen hoort thuis in het rijtje van veel genoemde droomthema’s, zo blijkt herhaaldelijk uit onderzoek naar dromen. Waarom is dat het geval, volgens de wetenschap?

De examendroom is zowel een mannen- als een vrouwendroom: recent Duits onderzoek onder bijna drieduizend dromers laat zien dat beide seksen in statistisch gelijke mate over eindexamens dromen. Leeftijd speelt ook geen significante rol: de eindexamendroom is er voor jong en oud. Dus het eindexamen wiskunde dat ze over een paar maanden afleggen zal in 2050 nog echoën in hun nachten.

Die nagalm is geen pretje. Zakken voor het examen, mislukken, nergens toe komen, dat is de kern van de eindexamendroom. Gereed zitten in dat gymlokaal, de opgaven doornemen en dan ontzet vaststellen dat je er geen touw aan kunt vastknopen. Het examenlokaal is onvindbaar, hoeveel deuren je ook probeert.
Of, nog zorgwekkender, je bent het examen helemaal vergeten, zoals een jonge Amerikaanse vrouw wier droom uit de late jaren veertig is opgetekend door onderzoekers: ‘Een jongen vroeg of ik plannen had, die middag. Het was 14.35 uur, zag ik op mijn horloge, en ik zei nee. Toen dacht ik dieper na en herinnerde ik me dat ik die middag een examen had over Duitse grammatica. Maar ik was al in geen weken naar school geweest, en ik had ook niets gestudeerd.’

Notoir slecht voorbereid

“Ik zit in een grote zaal. Er worden examenvragen uitgedeeld. Bij het lezen van de opgaven stel ik met ontzetting vast dat ik ze niet kan oplossen. Ik ben radeloos en kijk hulpbehoevend om me heen. Mijn buren zitten echter ver van mij vandaan. Iedereen is druk bezig met de opgaven.”
32-jarige man (bron: ‘De creatieve kracht van dromen’, Dr. Günter Harnisch, 2000)

Examendromers zijn notoir slecht voorbereid. En tijdens het examen kampen ze steevast met tijdsdruk. Zoals psycholoog Douwe Draaisma het droogjes formuleert in zijn boek De Dromenwever: ‘Soms begint de droom pas een paar minuten voordat de antwoorden ingeleverd moeten worden’.

De examendroom loopt dan ook zelden goed af. Op zich is dat opmerkelijk, want – ook dit blijkt uit onderzoek – we dromen vrijwel altijd over examens die we in het echt hebben afgelegd, met goed gevolg. Die combinatie – zakken in de droom, slagen in het echt – zorgt voor die intense opluchting na het wakker worden. Tegelijkertijd voelt die zojuist gedroomde mislukking vaak nog waarachtig aan, zodat sommige dromers ver na het ontbijt nóg twijfelen of ze dat examen écht hebben gehaald. Er zijn zelfs dromers die het schooldiploma voor de zekerheid uit de stoffige verhuisdoos tevoorschijn halen.

“Ik droomde dat ik een examen had en dat ik te laat was. Ik had nog tien minuten te gaan. (…) De leraar zei dat ik het examen echt moest doen en dat ik zo snel mogelijk moest schrijven om nog wat punten bij elkaar te sprokkelen. Ik ging zitten maar kon mijn pen niet vinden. Panisch doorzocht ik mijn tas, en eindelijk vond ik mijn pen. Maar er zat geen inkt meer in. Ik haalde wat inkt bij een bureau en toen kon ik mijn opgaven niet vinden. Ik had nog een paar minuten toen ik mijn opgaven weer gevonden had. Toen ging de bel. Toen ik mijn opgaven inleverde, voelde ik aan dat ik was gezakt.”
Amerikaanse studente, 24 jaar in 1947. (bron: dreambank.net)

Troost

Waarom dromen we die eindexamendroom? Freud dacht eerst aan een bestraffende functie (je hebt gefaald!), toen dacht hij aan seks, maar uiteindelijk hield hij het op troost. We dromen immers dat we zakken voor een examen dat we eigenlijk hebben gehaald. De droom stelt ons dus gerust: al was onze angst destijds nog zo groot, we zijn geslaagd.

Volgens de Utrechtse psychoanalyticus Harry Stroeken stelt de eindexamendroom ons gerust voor ‘een te verrichten taak waar men tegenop ziet’, schrijft hij in zijn werk Dromen – brein & betekenis. Voor zijn stelling is geen wetenschappelijk bewijs (of tegenbewijs) maar er zijn genoeg anekdotes in de droomliteratuur die zijn standpunt schragen. Een succesvolle advocaat heeft zijn eindexamendroom (hij snapt de simpelste begrippen niet) “meestal” voorafgaand aan “moeilijke rechtszittingen”, met een ongewisse uitkomst voor zijn cliënt.

Ik vouwde het examen open en las de enige vraag die op het papier stond. Er stond: ‘Trek na wat het belang is van een gum voor het beheer van de frequentie van geluidsgolven.’ Vastberaden pakte ik mijn pen en ging aan de slag zoals zo veel leerlingen tijdens een examen: door maar wat raak te bazelen. Ik herinner me dat ik resoluut aan het schrijven was (in de hoop de leraar om de tuin te kunnen leiden): ‘Grif zal door ieder intelligent persoon worden ingezien dat een gum van het grootste belang is, enz.’ Ik was nogal bezorgd dat ik door de mand zou vallen en een laag cijfer zou krijgen.’
Amerikaanse vrouw, eind jaren veertig, begin jaren vijftig (Bron: dreambank.net)

Douwe Draaisma voert in De Dromenwever een vrouw op die haar dromen enkele decennia heeft bijgehouden, en haar ‘repeterende examendroom’ verschijnt en verdwijnt ‘op geleide van spanningen’. Wél als beginnend student, níet vlak na het afstuderen. Wél daags voor de bruiloft, niet daags erna.

Het kan zo zijn, zegt slaaponderzoeker Jaap Lancee, verbonden aan de afdeling klinische psychologie van de Universiteit van Amsterdam, dat in spannende tijden mensen vaker over eindexamens dromen. Immers, “een droom gaat vaak over hetgeen je overdag bezighoudt. ”. Maar, benadrukt Lancee, dromen laten zich lang niet altijd eenvoudig verklaren.

“Ik zit op een fiets die heel zwaar trapt (….). Ik doe eindexamen in wildernis- en natuurbeheer. Ik moet tien korte vragen beantwoorden plus, naar keuze, een van drie essayvragen. Die essayvraag bestaat uit vijf speelkaarten. Ik kreeg een schoppenaas, en een 10, 4, 5, en 8 van verschillende kleuren. Ik verpruts het examen: ik zak. Op mijn tafeltje is het één grote chaos. De opgaven vallen van mijn tafeltje, ik pak ze beet terwijl ze naar beneden zweven. Ik heb nog vijftig minuten voor twee essayvragen en ik ben nog niet klaar met de korte vragen. Ik voel me vreselijk gejaagd. (…) Ik neem pauze, versnaperingen halen, al doe ik het slecht en heb ik geen tijd. Ik kom erachter dat mijn klasgenoot Kevin Valley mijn examen heeft verscheurd! Ik raak in paniek en schreeuw mijn leraren toe dat ik in de penarie zit, maar mijn mond zit vol met taart. Ik weet dat ik zal zakken, maar ik wil wel punten voor wat ik wél heb opgeschreven. (PS: Ik had deze droom ná mijn examen, en ik ben geslaagd.)”
Kenneth, Amerikaanse student, in 1998 (Bron: dreambank.net)

Overgangsritueel

Blijft de vraag: waarom leidt dat gebaande pad juist naar het eindexamen? En niet naar bijvoorbeeld het rij-examen, of het eerste sollicitatiegesprek? Volgens psycholoog Barbara Roukema, voorzitter van de Vereniging voor de Studie van Dromen, heeft bij uitstek het eindexamen in onze cultuur de status van een “overgangsritueel”. “Een proeve van bekwaamheid. Zij die slagen, hebben bewezen te beschikken over genoeg wijsheid en kunde om te worden opgenomen in de samenleving van de volwassenen.”

Draaisma noemt de eindexamendroom de ‘prijs voor het leven in een meritocratie’: inlotingen, sollicitatiegesprekken, functionerings-gesprekken, ze brengen alle spanningen met zich mee. En die voeren we al dromend terug naar die ultieme vuurproef: het eindexamen.

Vanwege de zondag nu toch nog weer een droom die bij mij regelmatig terugkomt. Ik droom dat ik een kerkdienst moet leiden. Ik ga op de preekstoel staan en ontdek dat ik helemaal niet meer kan bedenken wat de tekst is van het votum en van de zegengroet (de gebruikelijke woorden waarmee de meeste protestantse kerkdiensten beginnen). Ik laat een lied zingen en zoek pen en papier, want ik weet dat ik door het schrijven me weer dingen kan herinneren. Maar helaas, het lukt me niet...

Dromen

Sigmund Freud ontdekte al dat dromen iets zeggen over ons voorbewuste. Carl Jung werkte deze ideeën verder uit. Maar dromen zijn meer dan een vertaling van onze herinneringen. Ze spelen ook in op actuele lichamelijke prikkels.

Er zijn tal van slaaplaboratoria waar onderzoek wordt gedaan naar wat er met mensen gebeurt als ze slapen. Het droomonderzoek is daarbij een aparte tak van sport.

Fietsbel

Een voorbeeld is dat als de onderzoeker een fietsbel laat klinken, dan blijkt dat sommige proefpersonen op dat moment direct dromen over een fietstocht. Dat gebeurt dus nog even snel, vlak voordat ze wakker worden, de seconden tussen het geluid van de fietsbel en het wakker worden. Je kunt je verbazen over zóveel souplesse van de menselijke geest.

Natte droom

Maar is het dan zo dat je je deze lichamelijke prikkels pas bewust wordt tijdens het wakker worden? Nee, want in een ander experiment werd een kwartier voor de wektijd bij de proefpersoon wat water op de hand gedruppeld. Het bleek dat bij een aantal proefpersonen een regenbui in de droom opdook, een zwembad of een douche. Maar die reconstructie werd pas achteraf gemaakt: (toch weer) bij het wakker worden.

Verhalen maken

Tegenwoordig vermoeden droomonderzoekers dat wat we dromen korte fragmenten zijn, die we vlak voor het wakker worden met elkaar verbinden tot een verhaal. “Als we wakker worden verbinden de eilandjes in de hersenen zich tot één geheel en vloeit de fragmentarisch opgeslagen ervaring van de nacht samen.” (Mark Mieras in: “Ben ik dat?”).

Volgens hersenonderzoekers is dat proces eigenlijk niet anders dan wat we de hele dag door verzinnen. De hersenen zijn continu bezig met het aan elkaar verbinden van tal van zintuiglijke ervaringen om er één geheel (een Gestalt) van te maken.

Dromen over Femke

Mijn voorbewuste bestaat uit een kast met duizenden laatjes, waarvan er af en toe eentje open wordt getrokken. Bijvoorbeeld tijdens een droom.

Een deel van mijn dromen gaat over mijn werk. Mijn grootvader schreef een boek ‘Mijn werk, mijn leven’. Ik denk dat het bij mij niet veel anders is.

Vannacht droomde ik van Femke. In de jaren ’90 was ik als orthopedagoog bij haar betrokken. Femke was een complexe dame. De begeleiding van het team, maar ook het contact met de ouders, vroeg veel tijd en aandacht.

Iedere terugval in haar gedrag confronteerde de ouders met hun verdriet en onmacht. Ooit was ze een vrolijke baby geweest die goed contact maakte. Daarna was er een knik in haar ontwikkeling gekomen. Vanaf de peutertijd was ze slecht bereikbaar geweest, ‘opgesloten in zichzelf’.

En nu kwam Femke terug in mijn droom. Ze was een levenslustige jonge vrouw, volop in ontwikkeling. Wat had ik destijds over het hoofd gezien? de ouders wilden dat ik meewerkte aan een film over het leven van hun dochter. Dat zegde ik hen toe, maar het drukte me wel met de neus op de feiten: ik had dingen over het hoofd gezien.

In het gesprek over de film bracht ik ter sprake dat er bij Femke een diagnose gesteld was die altijd leidt tot een terugval in vaardigheden. Die knik paste bij deze ontwikkeling. Na een gezonde start vallen deze kinderen als peuter terug op babyniveau. Dat was bij Femke ook gebeurd.

Daarop kreeg ik de wedervraag: “Maar je laat je toch niet vastpinnen op een diagnose? Dat wilde je toch niet. Het ging toch niet om het wat, maar om het wie?” Daar had ik geen antwoord op, ik zat klem.

Toen werd ik wakker. En Femke zit ook vanmorgen nog in mijn hoofd. Want ik heb in mijn werk met meer Femkes te maken gehad...

 

Dromen en controleverlies

Dromen zijn bedrog. Maar niet altijd. Een droom kan ook de spiegel van de ziel zijn.

Mensen dromen vele dromen per nacht, maar ze kunnen zich er meestal maar één of twee van herinneren.

Vannacht droomde ik twee dromen die met controleverlies te maken hadden.

  1. Fiets kwijt

De eerste droom ging er over dat ik mijn fiets mee had in de trein, maar dat ik zonder fiets uitstapte. Pas toen de trein wegreed bedacht ik dat ik mijn fiets vergeten was. Daarna droomde ik allerlei dromen hoe ik mijn fiets weer terug kon krijgen. Zo’n trein komt vanzelf weer terug, maar wanneer dan? Daarna ontdekte ik ook nog eens te ontdekken dat ik haar (het is een damesfiets) niet op slot had gezet. Nog meer onzekerheden dus. En zonder fiets is Henk niets…

2. Cursus

Tijdens de tweede droom lagen al mijn sheets voor een cursus door elkaar. Oftewel: ik was mijn tekst kwijt. En maar bladeren en maar bladeren door de stapels papier. En de cursisten maar wachten en wachten.

De afloop:

  1. Ik had mijn fiets wel mee in de trein, maar hij staat nu in een stalling in Amsterdam Zuid. Dus ik ben mét fiets uitgestapt en daarna zonder fiets ingestapt. Dat is iets anders.
  2. Waar maak ik me druk over? Ik had een Powerpoint klaargestoomd, maar die zit automatisch op volgorde. De cursus is dus in gepaste volgorde verlopen.

Mevrouw Gabriëls

Sinds ik geen vaste baan meer heb – maar allerlei los pedagogisch kluswerk in de agenda heb staan – heb ik veel vaker nachtelijke herbelevingen.

Wees gerust: het gaat niet over grootscheepse trauma’s zoals bij mensen die na een traumatische jeugd hun leven lang hard hebben gewerkt en pas na hun pensioen alles alsnog moeten verwerken.

Het gaat wel vaak over zaken waar ik ‘vroeger’ niet uit kwam, zoals over cliënten bij wie ik nooit de pedagogische sleutel had kunnen vinden (die dromen komen het meeste voor). Maar de afgelopen nacht had ik weer eens een atypische droom. Ik kan hem niet plaatsen.

Bijzondere hospita’s

Ik zat als student op kamers bij een hospita. Die mensen waren vroeger best streng. Ik mocht bijvoorbeeld niet koken en geen damesbezoek ontvangen. En niet op schoenen door de gang.

Tineke had óók een hospita. Ze moest het ene half jaar met haar linkervoet onder aan de trap beginnen. Het andere half jaar met de rechtervoet. Dan sleet de trap gelijkmatig. Mannen mochten gedoseerd op bezoek komen, maar ze mochten niet naar het toilet. Dat was roze en voor dames gereserveerd. 

Hospita met aquarium en yoga

Goed, mijn hospita was een aardige mevrouw met aquarium. Dat was van haar man geweest. Ik had twee taken: eens in de twee weken het aquarium schoonmaken en de administratie verzorgen. Dat was in ruil voor huurverlaging. Dat kwam mij goed uit, want ik was vanwege uitbundige studieprestaties mijn studiebeurs kwijtgeraakt.

Mijn hospita heette anders, maar mijn moeder noemde haar consequent mevrouw Gabriëls. Ze zei dat ze mij een beetje als haar zoon beschouwde, maar volgens mijn moeder was ik háár zoon. Maar in ruil voor huurverlaging wilde ik best twee moeders hebben.

Mevrouw Gabriëls deed aan yoga. Dan hoorde ik haar met haar 70 jaar steunen en kreunen omdat ze bijna niet meer uit de knoop kwam. Ze kookte met een hoedje op, omdat haar haar anders vet werd.

Het bureau van mevrouw Gabriëls

Deze mevrouw Gabriëls, geliefde lezertjes, kwam dus opeens terug in een droom.

Ik droomde dat ze contact met mij zocht omdat ze haar bureau terug wilde hebben. Ik had géén idee dat ik ooit het bureau (dat op mijn kamer stond) mee had genomen.

Ik moest dus op zoek gaan. Op de vliering van ons eervorige huis (waar inmiddels ook al weer twee andere gezinnen hebben gewoond) hoopte ik dit bureau te kunnen vinden. Maar hoe ik ook zocht: ik kon het niet vinden.

En waar ik nu nog naar zoek is een verklaring: hoe kom ik aan deze droom? Wat is de betekenis er van? 

Dromen

Over de functie van het dromen heb ik al vaker geschreven. Dromen zijn vooral in psychisch opzicht nuttig: de verwerking van thema’s waar je overdag niet aan toe komt.

Directeur en cliënt

De afgelopen nacht droomde ik van mijn eerste directeur (in de jaren ’70) en van een jongen met een lichte verstandelijke beperking waar ik destijds bij betrokken was. Hij was nogal ‘accident prone’ en had steeds onverklaarbare ongelukken.

Waarom de directeur in mijn droom terug kwam weet ik niet. Maar de jongen was ik vorige week tegen gekomen. Hij was inmiddels een oude man geworden, ouder dan ik op grond van zijn leeftijd had verwacht. Dat was me toen wel opgevallen, maar het moest kennelijk nog meer een plekje in mijn psyche krijgen. “Als je zo intensief leeft slijt je kennelijk ook sneller…”

Hospita en verhuizen

De tweede droom ging over de tweede kamer waar ik op kamers woonde in Amsterdam. Mijn hospita was toen al oud. In ruil voor een aantal bezigheden (zoals het aquariumbeheer en de administratie) kreeg ik huurverlaging. De hospita kookte altijd met een hoedje op, anders werd haar haar vet. Ook deed ze aan yoga, want ze had begrepen dat dat goed was voor oude mensen. Alleen kwam ze op een ochtend niet uit de yoga-knoop waar ze zichzelf in gewrongen had. Gelukkig was ik nog niet naar college.

Het bleek dat ik nog spullen op mijn kamer had staan en omdat de hospita een Bed and Breakfast wilde beginnen moest ik die spullen ophalen. Om het allemaal te kunnen vervoeren had ik drie fietsen voor het huis gezet (alsof je drie fietsen tegelijk kunt ‘bedienen’). Uiteindelijk bleek ik daar voor veertig verhuisdozen aan spullen te hebben gestald. Dus raakte ik aanzienlijk in de knoop: hoe krijg ik vandaag al die spullen in Delft?

De droomlink zal wel de verhuisstress zijn geweest. Maar wat die hospita in de droom deed is mij toch ook weer niet duidelijk…

Dromen

Ieder mens kent zijn eigen ‘droomtypen’. Zoals dat je achtervolgd wordt en kunt vliegen en net wél of net niet weet te ontkomen.

Droom je overdag, dan ben je niet goed bij de les. Droom je ’s nachts, dan ben je aan het verwerken. Gebruik je veel slaapmedicatie, dan droom je minder en verwerk je ook minder. Op den duur is dat in emotioneel opzicht niet zo handig.

Over de aard van het dromen bestaan velerlei uitleggingen. Ik heb er ook wel eens een aantal genoemd op mijn weblog. Maar ik ga het nu over twee eigen dromen hebben, een oude droom en een nieuwe droom.

Fiets

Een droom die regelmatig terug komt is dat mijn fiets gestolen wordt. Vannacht had ik dat ook weer. Daar word ik niet vrolijk van. Want zonder fiets is Henk niets. Mijn fiets is mijn hulp-ik. Kleuters hebben een knuffel, ik heb een fiets. Het vervelende is ook dat ik steeds (bijna) door heb dat die fiets gestolen wordt en nét niet op tijd reageer. Ik kom dus steeds nét te laat. En uitgerekend deze keer heb ik mijn fiets niet op slot gezet.

Vervolgens ben ik in een toestand van verwarring. Want hoe moet ik nu naar huis? Uitgerekend vandaag heb ik mijn OV-chipkaart niet bij me. Bovendien is de bushalte opgeheven. En als ik naar de volgende halte loop blijkt de bus een heel andere kant uit te rijden. Maar waar is dan de bushalte richting huis?

Het voordeel van deze droom is dat ik ’s morgens opgelucht wakker word. Het is niet wáár! Het was een droom!

Adem

Een droom die nieuw is, is dat ik onder water ben. Ik maak een flinke duik. Uiteindelijk kom ik boven water en hap naar adem. Maar helaas: er is geen lucht. Ik moet nog drie of vier keer naar adem happen voordat ik lucht heb.

Dit is een fysiologische droom. Precies zoals ik – toen ik mijn been had gebroken – steeds wakker schrok omdat ik was vergeten dat ik mijn been had gebroken. Ik stapte uit bed en krak! zei de hele metalen constructie in mijn been. Daar lag ik op de grond…

Zo valt de duikdroom te duiden vanuit een nachtelijk gebrek aan lucht. De ademhaling doet nog niet wat hij had moeten doen. En dus kom ik af en toe wat zuurstof te kort. De droom geeft weer wat er fysiologisch aan de hand is. Kom op: ademen!

Dan kan ik ’s morgens ook weer wakker worden met het idee: het valt allemaal nog mee. Er is weer frisse lucht.

 

Dromen

Sommige dromen komen steeds weer terug.

Iedereen kent die dromen wel dat je achtervolgd wordt en net op tijd kunt vliegen of net te laat weg bent. Daar zijn ook weer allerlei uitleggingen voor. Hoe groter de fantasie van de uitlegger, des te meer variatie aan uitleg.

De volgende droom is mij de afgelopen maanden meerdere malen geopenbaard geweest:

Ik was al jaren lang aan het werk, maar had mijn studie nog niet afgerond. In zekere zin is dat trouwens waar. Ik ben als ‘assistent-pedagoog’ gaan werken toen ik nog bezig was met mijn studie. Het afronden van de studie kostte toen nog wel wat zweetdruppels, want het werk slokte alle aandacht op.

Maar ik droom die droom nu pas. En dat een paar keer achter elkaar. Ik woon in Amsterdam en moet nog een paar tentamens doen. Het lukt me maar steeds niet om de stof er in te krijgen. Eén van de vakken die ik moet doen is aardrijkskunde, nota bene mijn lievelingsvak. Maar de concentratie ontbreekt me om de stof te beheersen. Mijn vader, die af en toe in de droom opduikt, heeft moeite met mijn ‘leerzame stroperigheid’, maar hij zegt er niets van.

In de droom bedenk ik dat ik volgend jaar met pensioen ga. En dat ik daarom toch maar eens mijn studie af moet gaan ronden. Want om na ruim 40 jaar met pensioen te gaan zonder de studie (die je nodig hebt om je vak uit te oefenen) ooit af te hebben gemaakt, dat is ook een beetje vreemd.

Door die dromen ben ik gaan twijfelen. Heb ik mijn studie wel ooit afgemaakt? Ik zal toch eens in de kluis gaan kijken of daar wel een doctoraal-bul in ligt…