Even de grens over (1)

De eigenaar van onze vakantie-woonboot heeft ons een gratis verlenging aangeboden. Niet van de woonboot, maar van het verblijf. We zijn deze vakantie niet buiten de provincie-grens van Gelderland geweest. Wie weet gaat dat deze (extra) vrijdag alsnog gebeuren. 

Om 9 uur stap ik op de fiets in De Steeg. Vannacht ben ik 24 keer gestoken door een mug, maar misschien waren het er wel twee. Daar had ik vroeger geen last van, maar sinds de corona-vaccinatie lijd ik aan verdachte bijwerkingen. In elk geval voel ik overal jeuk. Misschien helpt de afleiding van het fietsen.

Deel 1: van De Steeg naar Doetinchem (30 kilometer)

Pas op de fiets besluit ik welke kant ik uit zal gaan fietsen. Ik volg een weg langs de hier zeer kronkelende IJssel. De toren van de Martinikerk van Doesburg zie ik dan weer links en dan weer rechts van me. Het is voor tien uur al behoorlijk en vooral drukkend warm. Maar op de fiets heb je altijd airco.

Doesburg

Doesburg is één van de mooiste oude steden van Nederland. Hier vind je zelfs de markante baksteen-gothiek die vooral bekend is van de steden aan de Oostzee in Duitsland en Polen. Net als vorig jaar zijn we ook dit jaar meerdere malen in Doesburg gezien. We hebben er ook meerdere musea bekeken. Alleen het mosterd-museum hebben we overgeslagen. Als vijftig-plussers weten we wel waar Abraham de mosterd vandaan haalt.

Baksteengothiek en terras met koffie en toilet

Helaas heb ik last van plotselinge darmkrampen. Waarschijnlijk is dat ook een bijwerking van Pfizer. Gelukkig zijn de restaurants sinds deze week weer open en hoef ik geen bosjes op te zoeken. Het gevolg is wel dat ik al na tien kilometer mijn eerste pauze heb. Dat schiet ook niet op.

Tussen Doesburg en Laag Keppel: Drempt

Vanwege het drukkende weer maak ik verder geen haast. Ik vervolg kabbelend door het afwisselende landschap ten oosten van Doesburg mijn weg, langs o.a. het schilderachtige Laag Keppel.

Onderweg naar Doetinchem

Daarna kom ik op een fietsroute uit waarbij ik tot mijn verbazing maar liefst tien kilometer lang geen enkele auto tegen kom. Er zijn nog rustige plekjes in Nederland. De weg leidt vooral door prachtige bossen. Daar waar geen bos is bieden zware beuken langs de weg mij beschutting tegen de brandende ochtendzon. Op tal van eiken zie ik de eikenprocessierups, dat gaat dus wel weer een probleem worden. Wij hadden ooit een eiken vloer, dat moet je tegenwoordig ook niet meer willen met die rupsen. Een permanente toestand van jeuk in je huis.

Uiteindelijk kondigt Doetinchem zich aan. De stad is booming, met veel nieuwe bedrijven. Maar vanuit het noordwesten fiets je de stad op een aantrekkelijke groene manier binnen. 

Vakantie 2020

Voor bijna iedereen was 2020 een vreemd vakantiejaar. Wij moesten onze geplande fietsvakantie door Oostenrijk afzeggen. We huurden een deel van een oude boerderij bij Zevenaar. 

Het gevolg was dat Tineke elke nacht om vier uur gewekt werd door de lokale haan. Ik hoorde hem niet. Zo heeft elk nadeel zijn voordeel.

Deze keer dus niet rechtstreeks aan de rivier, maar wel in de buurt van rivieren. We namen allerlei pontjes over de IJssel, de Rijn, en het Pannerdens Kanaal. Andere pontjes waren vanwege corona uit de vaart.

We zaten op tien kilometer fietsafstand van Duitsland, maar formeel was de grens niet open. Toch zijn we meerdere malen de grens over gefietst. Ontmoetingen met plaatselijke autochtonen deden zich niet voor. Er werd ook geen winkel of geen café bezocht.

Omdat we ook niet met de trein konden was onze actieradius beperkt tot de fietsomgeving van Zevenaar.

Maar nochtans en desalniettemin hebben we veel kunnen zien. Het is een afwisselend gebied. Vooral de zogenaamde Rijnstrangen (oude waterlopen van de Rijn) vormen een prachtig natuurgebied.

Meerdere malen bezichten we de oude Hanzestad Doesburg. Het plaatselijke mosterdmuseum was vanwege corona gesloten. Verder waren Arnhem, Nijmegen en Doetinchem op fietsafstand en alle dorpen die daar tussen lagen.

De heenweg naar Zevenaar werden we bepakt en bezakt vervoerd door iemand uit de kerk die in het bezit is van een busje. Terug fietsen we op eigen kracht in twee etappes (met een stop in Zeist) naar Delft. 

De D is van Doesburg

Doesburg is niet zo bekend. Het stadje heeft zich wat afzijdig gehouden van de drukte. Het ligt niet aan een autoweg en ook niet aan een spoorlijn. Het ligt wel aan de IJssel.

Doesburg is een oude Hanzestad, net zoals Zutphen, Deventer, Zwolle en Kampen. En waar Hanzesteden zijn, daar is historie. Tenminste: in Nederland. In Duitsland hebben geallieerde bombardementen op Hanzesteden de meeste geschiedenis weggevaagd.

Doesburg kreeg al in 1237 stadsrechten. Toen was ik nog niet eens geboren. De stad heeft dus geschiedenis. Er is een prachtig historisch centrum met de Martinikerk. De toren werd in 1945 opgeblazen, evenals een aantal andere bouwwerken. De Duitsers hadden nog wat vuurwerk over. Inmiddels is de schade hersteld. Bijzonder zijn ook het oude stadhuis en de Waag. En daarnaast tal van andere historische gebouwen.

Veel mannen van rond de 50 jaar bezoeken Doesburg. Ze willen namelijk net als Abraham weten waar de mosterd vandaan komt. Om hen ter wille te zijn is er in Doesburg een Mosterdmuseum. Daar kun je bekijken waar Abraham zijn mosterd vandaan haalde. Voor de azijnpissers is er ook nog een afdeling Azijnmuseum.

De Italiaanse architect Adolfo Natalini tekende voor de schil aan nieuwbouw langs de oever van de IJssel. De huizen zijn in klassieke stijl gebouwd. Ik vind het origineel, maar wel een beetje namaak. "Whatta mistaka die maka".  Maar smaken verschillen. Net als mosterd. Die uit Doesburg smaakt weer anders dan mosterd uit de Zaanstreek.

Doesburg

De mensen vragen mij wel eens: "Henk, kom jij wel eens in Doesburg?" Jawel, in Doesburg ben ik meerdere malen geweest. Niet zo erg vaak, trouwens, want de plaats ligt niet op de route richting diverse werkzaamheden. Bovendien heeft Doesburg geen station.

Maar Doesburg is wel de moeite van een bezoek waard. Het is een mooie oude en kleine Hanzestad. En Hanzesteden, die hebben altijd mijn belangstelling. De stad ligt aan de samenvloeiing van de Oude IJssel en de Gelderse IJssel (er is ook nog een Hollandse IJssel).

Eén van de voordelen van Doesburg is dat het zo’n klein stadje is. Op een klein oppervlak staan maar liefst zo’n 160 rijksmonumenten. Deels is dat een geluk bij een ongeluk. De ontwikkeling van de plaats heeft namelijk een aantal eeuwen stil gestaan. De stad zat letterlijk en figuurlijk klem tussen zijn eigen vestingwerken. Dat is vanaf de 17e eeuw tot 1950 zo gebleven.

Het wonderlijke aan Doesburg was dat het eigenlijk niet echt aan de IJssel lag (net als Zwolle trouwens). Kampen, Deventer en Zutphen hebben een indrukwekkend IJsselfront, maar Doesburg leek de IJssel de rug toegekeerd te hebben.

Toen Doesburg begon te ontwaken uit een eeuwen lange slaap wilde het gemeentebestuur de stad meer een IJsselstad maken. Men trommelde de Italiaanse architect Adolpho Natalini op. Hij ontwierp een woonwijk die als een schil voor de oude stad ligt. Er is veel gebruik gemaakt van rode baksteen, compleet met puntgevels: een nieuwbouwwijk die toch associaties oproept met vroeger. Of het gelukt is? Ik vind het tegenvallen. Het geheel komt op mij ook tamelijk doods over. Of waren de steden vroeger óók zo stil?

Op de IJsselkade staat een bijzonder kunstwerk van de hand van een plaatsgenoot van Natalini: Roberto Bagni. De drie heren zijn respectievelijk 4½ meter, twee meter en één meter lang.