Slaapproblemen en dissociatie (3)

Ik was helemaal het slot vergeten. Langdurige slaapproblemen kunnen leiden tot dissociatieve verschijnselen. Daar hadden we het over. Waarom ben ik dat slot dan vergeten?

Dissociatie is een toestand van verlaagd bewustzijn. Mensen die dissociëren vertellen dat het lijkt of gedachten, gevoelens, herinneringen en lichamelijke gewaarwordingen niet van nenzelf zijn (depersonalisatie). Ook kunnen de wereld en de mensen om je heen kunnen heel vreemd aanvoelen (derealisatie). Het kan ook gebeuren dat de tijd helemaal niet meer klopt en dat je pijn niet meer voelt.

Ik zat twee uur in de stoel bij de tandarts. De behandeling deed geen pijn, dat weet ik zeker. Maar ik was helemaal de tijd kwijt. Ik dacht dat ik een kwartier met wijd open mond de tandarts aan had zitten staren. Maar dat kwijt zijn van de tijd zou ook een gevalletje dissociatie hebben kunnen zijn.

Beter slapen, minder dissociatie?

Te weinig slaap(kwaliteit) kan leiden tot dissociatieve ervaringen. Maar: als je slaapkwaliteit verbetert, verminderen dan ook de dissociatieve symptomen?

Om een antwoord op die vraag te vinden werd een grote groep mensen met psychiatrische problematiek (266 patiënten) ‘getraind’ om beter te leren slapen. Daarbij werd gebruik gemaakt van een aantal aspecten die al bekend zijn als middelen om de slaaphygiëne te verbeteren, bijvoorbeeld een vaste tijd om naar bed te gaan, geen cafeïne na 19 uur, sport ’s morgens, buitenactiviteiten ’s middags en ontspannende activiteiten ’s avonds.

Na acht weken bleek de slaapkwaliteit van de meeste mensen aanzienlijk te zijn verbeterd. Omgekeerd waren de dissociatieve kenmerken aanzienlijk verminderd. Ook bij mensen met meest ernstige dissociatieve verschijnselen bleek slaapverbetering te leiden tot een aanzienlijke afname van deze symptomen.

Suggesties voor vervolgonderzoek

Mevrouw Dalena van Heugten, die promoveerde op een onderzoek naar slaapkwaliteit en dissociatie, schrijft dat we wel voorzichtig moeten zijn met de uitkomsten. Slaapkwaliteit is een complex fenomeen. Dat geldt ook voor dissociatieve verschijnselen.

De onderzoekster ontwikkelde een slaapdissociatiemodel, dat volgens haar uitdaagt tot het doen van nieuw onderzoek. Daarbij bepleit ze een integratie van het traumamodel (trauma leidt tot dissociatie) en het onderzoek naar de gevolgen van een slaaptekort op dissociatie. Immers: een trauma leidt ook vaak tor slaapproblemen, maar wat doet nu wat? En in hoeverre kan slaapverbetering leiden tot een betere behandeling van een trauma?

Deze gecombineerde benadering zou volgens haar een veelbelovende aanpak kunnen bieden bij de behandeling van dissociatieve stoornissen.

Naar aanleiding van: "Droomachtige belevingen en de wakende geest" (slecht slapen gaat hand in hand met dissociatie'), door Dalena van Heugten-van der Kloet. In: De Psycholoog, februari 2015. Ze promoveerde op het onderzoek 'Fragmented Sleep, Fragmented Mind' (Maastricht, november 2013).

Slaap en dissociatie (2)

Slecht slapen zou kunnen leiden tot dissociatieve verschijnselen. Aldus mevrouw Dalena van Heugten-van der Kloet. 

Epilepsie

Maar eerst een uitstapje naar de epilepsie. Ooit reed er een Friese boer met zijn tractor door het IJsselmeer.  Niet dat hij van plan was om een nieuwe veerdienst op te zetten. Hij was in zijn hoofd de weg kwijt. Er bleek bij hem sprake te zijn van een vorm van epileptische schemertoestand verkeerde (mogelijk als gevolg van de schittering van het water).

Het bijzondere was dat hij wel vond dat het allemaal vreemd was, dat er water onder zijn trekker klotste, maar hij kon niet bedenken wat er aan de hand was. Hij was ook niet in staat om de trekker te stoppen. Gelukkig is het IJsselmeer niet diep en hij kon daardoor zijn ervaring navertellen.

Dissociatie en verstoorde slaap

David Watson (hij doet o.a. onderzoek naar de structuur van de persoonlijkheid in relatie tot emoties) publiceerde in 2001 een artikel over het verband tussen levendige dromen, nachtmerries, herhaaldelijk terugkerende droomthema’s, allerlei andere ongewone slaapervaringen en dissociatie. Inmiddels zijn zijn onderzoeken meerdere malen herhaald.

En bij ieder onderzoek komt weer naar voren dat dissociatie en slaapverstoringen met elkaar samenhangen. Dat geldt met name de heftige droomervaringen, zoals nachtmerries. Omgekeerd bleken mensen die vaak een nachtmerrie in hun bed aantroffen ook opvallend vaak (overdag) dissociatieve kenmerken te vertonen. Dat verband is o.a. aangetoond bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

“Er lijkt een sterke en robuuste samenhang te bestaan tussen dissociatieve symptomen en ongewone slaapervaringen, waaronder wakende dromen, nachtmerries en slaapwandelen.” Aldus Dalena van Heugten-van der Kloet in De Psycholoog (februari 2015).

Mevrouw van Heugten heeft het verband tussen verstoorde slaap en dissociatieve kenmerken uitgebreid kunnen onderzoeken. Dat deed ze o.a. door mensen langdurig slaap te onthouden. Wat gebeurde er dan met die mensen, welke belevingen hadden ze?

Slaapdeprivatie

Daar kan ik zelf wel het één en ander over vertellen, want ik heb een tijdje aan slaapdeprivatie gedaan. Dan werkte ik overdag, stapte ’s nachts op de fiets en ik hield mezelf ook de volgende dag wakker. Dat idee van 36 uur waken had ik ontleend aan de psychiatrie.

De bedoeling was dat ik daarna mijn slaapritme (dat in die tijd aanzienlijk verstoord was) weer op zou kunnen pakken. Welnu: ik kan je vertellen dat ik na 24 uur wakker te zijn geweest een breed scala aan dissociatieve kenmerken aan mijn geestesoog voorbij zag trekken. Of liever gezegd: langs mijn oren hoorde passeren. Het waren namelijk vooral stemmen en muziekstukken.

Ergens in mijn hoofd werd dus informatie geblokkeerd en andere informatie werd toegevoegd. Ik zal niet zeggen dat wat voor mij geldt ook voor de rest van de Nederlandse bevolking geldt. Dus een lezer van dit blog hoeft niet te denken dat hij gratis een orgelconcert kan beluisteren nadat hij 24 uur heeft gefietst. Maar waarschijnlijk zul je wel tot nieuwe ervaringen komen.  

   

    

Slaap en dissociatie (1)

In 'De Psycholoog' (februari 2015) stelt Dalena van Heugten-van der Kloet (gepromoveerd op de relatie tussen dissociatieve verschijnselen en slaap) het volgende:

Trauma’s spelen zeker een rol bij dissociatieve verschijnselen. Maar niet alle dissociatie valt uit trauma’s te verklaren. Je kunt dus niet zeggen dat een dissociatie terug te voeren is op een traumatische ervaring.

Van Heugten noemt de volgende zwakke punten in de onderzoeken:

1). ze zijn gebaseerd en gemeten op een bepaald tijdsmoment: je kunt niet echt terughalen wat de vroegere oorzaak is

2). ze zijn gebaseerd op zelfrapportage: iemand vertelt wat hij vroeger heeft meegemaakt, maar die ervaringen zijn op den duur zeer sterk gekleurd en daardoor moet de betrouwbaarheid in twijfel worden getrokken.

3). de onderzoekers die trauma als dé oorzaak van dissociatie zien kunnen niet verklaren hoe traumatische ervaringen daadwerkelijk leiden tot dissociatieve symptomen: de verklaringen blijven hypothetisch.

Vermoeidheid

Hebben dissociatieve verschijnselen te maken met vermoeidheid?

Dat idee is niet nieuw. Al in de 19e eeuw werd het verschijnsel van het slaapwandelen beschreven. Mensen die in de slaap aan de wandel gaan en dan de meest wonderlijke capriolen uithalen. Maar die mensen bleken ook vaak erg moe te zijn en moe te blijven. In Suske & Wiske komt het thema regelmatig ter sprake. Lambiek was een ervaren slaapwandelaar.

Slaapwandelen

Zou er bij een activiteit als slaapwandelen sprake kunnen zijn van een soort voorbewuste behoefte. Als ik overdag iets niet heb afgemaakt houdt me dat ’s nachts in een droom bezig. Alleen stap ik niet mijn bed uit. Dat doe ik alleen om te plassen. Niet om de afwas te doen.

Zou het kunnen zijn dat de onrustige geest ook kan leiden tot een nachtelijke activiteit? De afwas stond er nog en die doe je dan alsnog ’s nachts. De volgende ochtend sta je doodmoe op. Je bent verbaasd dat de afwas is gedaan. Maar je kunt jezelf helemaal niet herinneren dat je ’s nachts aan de afwas bent geweest.

Bij mij thuis heeft dan verschijnsel dus nooit plaats gevonden. De vaat stond er de volgende ochtend altijd nog. Misschien teleurstellend, maar het scheelde dus wel in de nachtrust. 's Nachts hoor je in de bed te liggen, zei mijn moeder altijd.

Dissociatie (2)

Momenten van dissociatie komen bij iedereen voor. We spreken dan dus niet van een stoornis: het is een gewoon menselijk verschijnsel. Het wordt pas een stoornis als gedrag en welzijn onder druk komen te staan doordat de dissociatie sterk op de voorgrond komt te staan, waardoor het functioneren ernstig belemmerd wordt.

Omdat gewone dissociatie niet zo goed af te grenzen valt van een verstoorde situatie én omdat het een betrekkelijk vaag begrip is verschillen ook de ‘cijfers’ aanzienlijk.

Onder mensen met psychiatrische problematiek worden cijfers genoemd tussen de 4% en 29%. Onder dat deel van de bevolking dat geen psychiatrisch beeld vertoont wordt gesproken over 1% tot 3% van de bevolking.

Daarnaast menen sommige onderzoekers dat dissociatie bij vrouwen vijf maal zo veel voor zou komen als bij mannen.

Trauma, of…?

Een ‘klassieke’ theorie is dat dissociatie het gevolg is van trauma’s in het verleden. Maar omdat alle mensen op bepaalde momenten dissociëren is het de vraag of dat idee van de traumatische herinnering wel helemaal stand kan houden. In een recent verschenen artikel (februari 2015) wordt verondersteld dat dissociatie vooral met vermoeidheid en met slaapstoornissen verband zou houden.

Kunnen ernstige psychiatrische stoornissen geweten worden aan traumatische ervaringen in de jeugd? Trauma’s kunnen een gezonde ontwikkeling doen stagneren of zelfs belemmeren. Maar tegenwoordig meent men dat het het verband is lang niet zo causaal, zo één op één is, als wel eens gedacht werd.

Autisme

Er zijn toonaangevende onderzoekers die autisme weten aan vroegtijdige negatieve ervaringen die kinderen hadden moeten doorstaan (dat was o.a. de visie van Leo Kanner en van Bruno Bettelheim). Op die manier werd ook het boek Dibs door Virginia Axline nogal eens geïnterpreteerd: zijn intelligente en op carrière gerichte ouders hadden geen tijd en geen emotionele band met hem en daarom had hij zich in zijn eigen wereld opgesloten. Maar als je goed leest: Dibs was bepaald niet autistisch.

Inderdaad heb ik in mijn werk kinderen meegemaakt die van jongs af aan dusdanig verwaarloosd werden dat er een op autisme lijkend beeld ontstond en ook dat door onderzoekers die de voorgeschiedenis niet meer hadden genomen in hun conclusie de diagnose autisme werd gesteld. Maar inmiddels weten we ook heel goed dat het beeld niet één op één is. Bij lange na niet. Er zijn veel zeer betrokken, sensitieve en responsieve, ouders met autistische kinderen.

Borderline

Decennia lang is het idee bij de borderline persoonlijkheidsstoornis geweest dat deze stoornis veroorzaakt zou zijn door traumatische ervaringen in de jeugd.

Inmiddels wordt ook sterk getwijfeld of de borderline persoonlijkheidsstoornis wel zo één op één kan worden verklaard vanuit een traumatische opvoedings-geschiedenis. Er lijkt veel voor te zeggen dat factoren in de aanleg een belangrijke rol spelen. Daarbij denk ik o.a. aan het als moeilijk ervaren temperament (zoals beschreven door Thomas en Chess): kinderen die van jongs af aan zeer prikkelgevoelig zijn, heftig reageren, zich moeilijk aanpassen en slecht te troosten zijn. Het is voor ouders moeilijk om de pasvorm te vinden voor de omgang met dit kind. Je zou de opvoedingsproblemen dan een risicofactor kunnen noemen.

Dissociatie

 Onderzoekers die menen dat dissociatie rechtstreeks verband houdt met traumatische ervaringen zien de symptomen als strategieën om om te gaan met traumatische herinneringen ‘coping’). Als je dreigt aan een traumatische ervaring herinnerd te worden is dissociatie een manier om die herinnering te vermijden.

Het probleem is de causaliteit. Is het wel waar dat traumatische ervaringen altijd leiden tot dissociatie, maar nog belangrijker: kun je wel stellen dat dissociatie altijd een gevolg is van traumatische ervaringen?

In de eerste plaats is dissociatie (zoals ik al in de eerste bijdrage noemde) een heel gewoon menselijk verschijnsel. We dagdromen allemaal. Zit ik dan op de fiets, dreig ik aan een vervelende ervaring herinnerd te worden en ben ik vervolgens geheel afwezig tot aan het station, waar ik mezelf terug vind?

Slaapschok

Houdt dat dan verband met traumatische ervaringen? Dat doet denken aan het (inmiddels) verouderde idee dat het in slaap vallen (de schok die je soms krijgt als je bijna slaapt, met het idee dat je bijvoorbeeld valt) ook te maken zou hebben met het dreigen herinnerd te worden aan een vervelende herinnering.

Dat idee kwam van Carl Jung, een tijdgenoot van Sigmund Freud. Tijdens het in slaap vallen borrelt je voorbewuste op en dat wil je niet: dus word je met een schok weer wakker. Inmiddels menen de meeste slaapdeskundigen dat die schok een gevolg is van een fysiek verschijnsel: de spierontspanning voor het slapen gaan. Een lichamelijk proces dus, in plaats van een complex psychologisch proces.

Dissociatie

Je zit op de fiets. Je rijdt de straat uit. Opeens ben je bij het station. Maar waar ben je in die tussentijd geweest? Was je wel bij de les? Eigenlijk is het een wonder dat je geen ongeluk hebt gehad. 

Of je zit naar een lezing te luisteren en je mist opeens een stuk van het verhaal. Je was met heel andere dingen bezig. Je merkte zelfs bijna niet meer dat je in een zaal zat en dat het de bedoeling was dat je goed op zou letten bij deze spreker.

Het zijn voorbeelden van een bepaalde mate van dissociatie. Letterlijk betekent dissociatie: ‘ontkoppelen’. Je bent even buiten de werkelijkheid getreden en met heel iets anders bezig.

Vijf kernsymptomen

Dr. M. Steinberg (in: The Stranger in the Mirror: Dissociation-The Hidden Epidemic, 2001) maakt onderscheid tussen vijf kernsymptomen van dissociatie.

1). depersonalisatie: het gevoel dat je van jezelf vervreemdt bent; alsof je het niet zelf bent die handelt, maar bijvoorbeeld als een robot handelt. Of als je het gevoel hebt dat je jezelf aan het werk ziet. Zo vertelde een mevrouw dat ze zag dat allerlei mensen haar de kamer uitduwden. In werkelijkheid bleef ze gewoon in die kamer, maar ze had het sterke gevoel dat ze niet welkom was. Dat vertaalde zich in dit beeld.

2). de-realisatie: het gevoel dat de omgeving niet echt is, alsof je naar een film kijkt. Zo zag ik ooit mijn fiets staan en toen dacht ik: “Hé, Henk moet hier ook ergens zijn…” Datzelfde overkwam mij op de operatietafel: ik zag mezelf liggen terwijl de dokters aan het hakken en zagen waren.

3). dissociatieve amnesie: je bent even iets helemaal kwijt in je herinnering. De herinnering is niet gewist, maar je kunt er (op dat moment) niet bij. Een man kon zich helemaal niet herinneren dat hij op een bepaalde school had gezeten en daar zijn opleiding niet af had gemaakt.

4). identiteitsverwarring: je bent in verwarring over de vraag wie je nu eigenlijk zelf bent. Er is sprake van een innerlijke strijd tussen allerlei wensen, impulsen en gedragingen die tegelijkertijd aanwezig zijn. Met name bij pubers en bij jonge adolescenten komt dit veel voor, het hoort min of meer bij de levensfase.

5). identiteitsverandering: iemand laat heel verschillende gezichten zien, bijvoorbeeld een persoon die meestal verlegen en teruggetrokken is komt op bepaalde momenten stoer en zelfverzekerd over. Zelfs de fysieke gesteldheid kan sterk verschillen, van heel broos tot vervolgens weer fysiek overtuigend krachtig. Je ziet het ook aan de kleding: de ene keer het kwetsbare meisje met een kinderlijke uitstraling en een meisjesachtige haardracht, een volgende dag in stoere kleding met een ‘stevig’ kapsel.

Een wonderlijke vorm van dissociatie overkwam mij een aantal jaar geleden. Ik liep naar een gebouw en voor de gevel stond mijn fiets. Toen dacht ik: Hé, Henk is er ook. Daarna dacht ik: 'toch maar een keer naar de psychiater...'

Dissociatie

Vroeger werd wel gedacht dat het geheugen een archief aan herinneringen bevat. Sigmund Freud ontdekte dat veel herinneringen in het voorbewuste of het onderbewuste werden opgeslagen. Maar die herinneringen zaten nog wel 'ergens'.

Gelukkig raken we de meeste herinneringen kwijt. Anders zou ons hoofd veel te vol raken. De overbelasting waar sommige mensen met autisme mee te maken hebben is dat ze zich teveel dingen feitelijk herinneren. Daar zijn onze hersenen niet op gebouwd.

Een feitelijke waarneming komt weinig voor. Onze hersenen vertekenen bijna altijd onze herinneringen.

Onze herinneringen worden opgeroepen in het zogenaamde declaratieve geheugen. Maar bij toenemende stress wordt de opslag in dit geheugen steeds minder betrouwbaar. Met andere woorden: als je onder stress staat sla je minder ‘feitelijk’ informatie op.

Peter volgde begin jaren '70 een HBO-opleiding. Die opleiding heeft hij nooit afgemaakt. Dat was voor hem een belastende ervaring. Zijn vader had perse gewild dat zijn zoon een universitaire opleiding zou doen en liefst ook zou promoveren. Zo'n opleiding leek voor Peter te hoog gegrepen. Maar ook op het HBO strandde hij. In diezelfde tijd scheidden zijn ouders. Terwijl ik nog weet in welk schoolgebouw Peter de lessen volgde blijkt Peter zich twintig jaar later van die school niets meer te herinneren. Hij weet ook niet meer dat hij twee jaar lang lessen op HBO niveau heeft gevolgd.

Dissociatieve amnesie (je je traumatische ervaringen niet meer herinneren) komt regelmatig voor als mensen emotioneel onder zeer zware druk staan. Het is een soort ‘coping’: de ervaring is zó heftig dat de herinnering geblokkerd raakt om naar emotioneel te kunnen overleven.

False memories

In dit verband speelt binnen de psychologische wetenschap al jaren de vraag wat er gebeurt als de herinneringen in therapie weer worden opgeroepen. Hoe betrouwbaar zijn die herinneringen dan? Het speelt ook een rol in tal van rechtszaken. Het kan zijn dat ‘het lege vakje’ wordt opgevuld door een ander (niet waar gebeurd) verhaal. Dat is de discussie over de zogenaamde false memories.

Een psychologisch risico is dat dit vaker gaat gebeuren. Zodra iemand onder druk komt te staan worden bepaalde herinneringen ‘afgesplitst’. Dan wordt het een soort van (ongezonde) manier om met stress om te gaan.

Dissociatieve fugue

Een extreme vorm van dissociatie is als mensen niet alleen de herinnering kwijt zijn, maar hun hele eigen identiteit raakt zoek. Dan wordt er gesproken over een dissociatieve fugue. De persoon gaat bijvoorbeeld op reis, komt aan in een ander land en weet zelf niet meer wie hij is.

Terwijl bij de dissociatieve amnesie vaak allerlei signalen aanwezig zijn dat de persoon onder psychische druk staat (gedrag, eetproblemen, slaapproblemen) is dat bij de dissociatieve fugue niet het geval. Het lijkt ‘opeens’ te gebeuren.

Zoals bij meneer Willems. Hij ging die vrijdag net zoals alle andere dagen gewoon naar zijn werk. Maar hij stapte op het gebruikelijke station niet uit de trein, maar reisde door naar een station in de buurt van de grens. Daar nam hij de internationale trein. Hij zwierf een week door Madrid. Daar werd hij 'opgepakt'. Hij kon zich niet meer herinneren wie hij was en waar hij woonde. Ook zijn ID-kaart was hij kwijt.

Psyche en slaapkwaliteit (2)

Mevrouw van Heugten heeft het verband tussen verstoorde slaap en dissociatieve kenmerken uitgebreid kunnen onderzoeken. Dat deed ze o.a. door mensen langdurig slaap te onthouden. Wat gebeurde er dan met die mensen, welke belevingen hadden ze?

Ik ben wel eens meer dan 24 uur achter elkaar wakker gebleven. En toen (al) vielen mij allerlei vreemde gewaarwordingen op. Ik had vooral te maken met acoustische bijwerkingen: ik hoorde stemmen die er niet waren. Dat stopte niet meer: het was een behoorlijk lawaai in mijn hoofd.

Mevrouw van Heugten hield 28 gezonde mensen gedurende 36 uur uit de slaap. Ze moesten om de paar uur rapporteren hoe slaperig ze waren en moesten scoren op een aantal dissociatieve kenmerken. Bij zo’n onderzoek heb je natuurlijk ook een controlegroep nodig. Die mensen mochten gewoon lekker gaan liggen ronken in hun eigen bed.

Bij de mensen die uit de slaap werden gehouden bleek dat de slaperigheid vooral tussen 23 uur en 3 uur ’s nachts toenam. Pas daarna namen de dissociatieve kenmerken sterk toe. Kennelijk gaat slaperigheid vooraf aan het ontstaan van dissociatieve symptomen.

Dat is natuurlijk aardig bedacht, maar wat vooral belangrijk is, is het omgekeerde. Als je slaapkwaliteit verbetert, verminderen dan ook de dissociatieve symptomen? Hiertoe werd een grote groep mensen met psychiatrische problematiek (266 patiënten) ‘getraind’ om beter te leren slapen. Daarbij werd gebruik gemaakt van een aantal aspecten die al bekend zijn als middelen om de slaaphygiëne te verbeteren, bijvoorbeeld een vaste tijd om naar bed te gaan, geen cafeïne na 19 uur, sport ’s morgens, buitenactiviteiten ’s middags en ontspannende activiteiten ’s avonds.

Na acht weken bleek de slaapkwaliteit van de meeste mensen aanzienlijk te zijn verbeterd. Omgekeerd waren de dissociatieve kenmerken aanzienlijk verminderd. Ook bij mensen met meest ernstige dissociatieve verschijnselen bleek slaapverbetering te leiden tot een aanzienlijke afname van deze symptomen.

De auteur meldt dat we nog wel voorzichtig moeten zijn met de uitkomsten. Slaapkwaliteit is een complex fenomeen. Dat geldt ook voor dissociatieve verschijnselen. Ze ontwikkelde een slaapdissociatiemodel, dat volgens haar uitdaagt tot het doen van nieuw onderzoek.

Daarbij bepleit ze een integratie van het traumamodel (trauma leidt tot dissociatie) en het onderzoek naar de gevolgen van een slaaptekort op dissociatie. Immers: een trauma leidt ook vaak tor slaapproblemen, maar wat doet nu wat? En in hoeverre kan slaapverbetering leiden tot een betere behandeling van een trauma? Deze gecombineerde benadering zou volgens haar een veelbelovende aanpak kunnen bieden bij de behandeling van dissociatieve stoornissen.

Een chronisch slaaptekort heeft negatieve gevolgen op de psychische gesteldheid van mensen. Vaak er is sprake van een vicieuze cirkel, want de psychische problemen leiden op hun beurt weer tot een slechtere slaap. Goede aandacht voor de slaapkwaliteit hoort een onderdeel te zijn van de geestelijke gezondheidszorg.

Psyche en slaapkwaliteit (1)

Beïnvloedt de slaapkwaliteit het psychisch functioneren? Dat idee is niet nieuw. Al in de 19e eeuw werd het verschijnsel van het slaapwandelen beschreven.

Er zijn mensen die in de slaap aan de wandel gaan en dan de meest wonderlijke capriolen uithalen. In Suske en Wiske komt het thema regelmatig ter sprake. Mensen wandelen slaap en doen dan bijvoorbeeld ’s nachts de afwas. Dat lijkt me een prettig verschijnsel. Maar de mensen zelf vertellen dat ze de volgende ochtend uitgeput wakker worden. Dat is dan weer niet de bedoeling van de nachtelijke afwas.

Het lijkt wel of er bij dat slaapwandelen sprake kan zijn van een soort voorbewuste behoefte. Daarmee bedoel ik: je hebt overdag iets niet kunnen doen en dan  leidt de onrustige geest tot een nachtelijke activiteit. De afwas stond en nog en doe je dan alsnog ’s nachts. De volgende ochtend sta je doodmoe op. Je bent verbaasd dat de afwas is gedaan. Maar je kunt jezelf helemaal niet herinneren dat je ’s nachts aan de afwas bent geweest.

Ik moet in dit verband denken aan een Friese boer die in een soort van epileptische schemertoestand verkeerde (mogelijk als gevolg van de schittering van het water) en met zijn trekker het IJsselmeer in reed. Hij vond het vreemd dat het water onder de trekker klotste, maar hij kon niet bedenken wat er aan de hand was. Hij was ook niet in staat om de trekker te stoppen. Gelukkig is het IJsselmeer niet diep en hij kon daardoor zijn ervaring navertellen.

D.Watson publiceerde in 2001 een artikel over het verband tussen levendige dromen, nachtmerries, herhaaldelijk terugkerende droomthema’s, allerlei andere ongewone slaapervaringen en dissociatie. Inmiddels zijn zijn onderzoeken meerdere malen herhaald. En steeds weer komt er uit naar voren dat dissociatie en slaapverstoringen met elkaar samenhangen.

Dissociatie is een geestesgesteldheid waarin bepaalde gedachten, emoties, waarnemingen of herinneringen buiten het bewustzijn zijn geplaatst, tijdelijk niet 'oproepbaar' zijn of minder samenhang vertonen. Je bent even helemaal 'afwezig'. Een simpele vorm is het ergens gedachtenloos naar toe rijden en achteraf besef je dat je helemaal niet weet waar je langs bent gereden.

Omgekeerd bleken mensen die vaak een nachtmerrie in hun bed aantroffen ook opvallend vaak (overdag) dissociatieve kenmerken te vertonen. Dat verband is o.a. aangetoond bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

“Er lijkt een sterke en robuuste samenhang te bestaan tussen dissociatieve symptomen en ongewone slaapervaringen, waaronder wakende dromen, nachtmerries en slaapwandelen.” Aldus Dalena van Heugten-van der Kloet in De Psycholoog (februari 2015).

Dissociatie (slot) : verstoorde slaap

Mevrouw van Heugten heeft het verband tussen verstoorde slaap en dissociatieve kenmerken uitgebreid kunnen onderzoeken. Dat deed ze o.a. door mensen langdurig slaap te onthouden. Wat gebeurde er dan met die mensen, welke belevingen hadden ze?

Slaapdeprivatie

Daar kan ik zelf wel het één en ander over vertellen, want ik heb een tijdje aan slaapdeprivatie gedaan. Dan werkte ik overdag, stapte ’s nachts op de fiets en ik hield mezelf ook de volgende dag wakker. Dat idee van 36 uur waken had ik ontleend aan de psychiatrie. De bedoeling was dat ik daarna mijn slaapritme (dat in die tijd aanzienlijk verstoord was) weer op zou kunnen pakken. Welnu: ik kan je vertellen dat ik na 24 uur wakker te zijn geweest een breed scala aan dissociatieve kenmerken aan mijn geestesoog voorbij zag trekken. Ik zal niet zeggen dat wat voor mij geldt ook voor de rest van de Nederlandse bevolking geldt, maar ik herken het idee dus wel.

Mevrouw van Heugten hield 28 gezonde mensen gedurende 36 uur uit de slaap. Of ze zelf mee deed vertelt het verhaal niet. Die mensen moesten om de paar uur rapporteren hoe slaperig ze waren en moesten scoren op een aantal dissociatieve kenmerken. Bij zo’n onderzoek heb je natuurlijk ook een controlegroep nodig. Die mensen mochten gewoon lekker gaan liggen ronken in hun eigen bed.

Bij de mensen die uit de slaap werden gehouden bleek dat de slaperigheid vooral tussen 23 uur en 3 uur ’s nachts toenam. Pas daarna namen de dissociatieve kenmerken sterk toe. Kennelijk gaat slaperigheid vooraf aan het ontstaan van dissociatieve symptomen.

Beter slapen, minder dissociatie?

Dat is natuurlijk aardig bedacht, maar wat vooral belangrijk is, is het omgekeerde. Als je slaapkwaliteit verbetert, verminderen dan ook de dissociatieve symptomen? Hiertoe werd een grote groep mensen met psychiatrische problematiek (266 patiënten) ‘getraind’ om beter te leren slapen. Daarbij werd gebruik gemaakt van een aantal aspecten die al bekend zijn als middelen om de slaaphygiëne te verbeteren, bijvoorbeeld een vaste tijd om naar bed te gaan, geen cafeïne na 19 uur, sport ’s morgens, buitenactiviteiten ’s middags en ontspannende activiteiten ’s avonds. Na acht weken bleek de slaapkwaliteit van de meeste mensen aanzienlijk te zijn verbeterd. Omgekeerd waren de dissociatieve kenmerken aanzienlijk verminderd. Ook bij mensen met meest ernstige dissociatieve verschijnselen bleek slaapverbetering te leiden tot een aanzienlijke afname van deze symptomen.

Suggesties voor vervolgonderzoek

De auteur meldt dat we nog wel voorzichtig moeten zijn met de uitkomsten. Slaapkwaliteit is een complex fenomeen. Dat geldt ook voor dissociatieve verschijnselen.

Mevrouw van Heugten ontwikkelde een slaapdissociatiemodel, dat volgens haar uitdaagt tot het doen van nieuw onderzoek. Daarbij bepleit ze een integratie van het traumamodel (trauma leidt tot dissociatie) en het onderzoek naar de gevolgen van een slaaptekort op dissociatie. Immers: een trauma leidt ook vaak tor slaapproblemen, maar wat doet nu wat? En in hoeverre kan slaapverbetering leiden tot een betere behandeling van een trauma?

Deze gecombineerde benadering zou volgens haar een veelbelovende aanpak kunnen bieden bij de behandeling van dissociatieve stoornissen.

Naar aanleiding van: “Droomachtige belevingen en de wakende geest” (slecht slapen gaat hand in hand met dissociatie’), door Dalena van Heugten-van der Kloet. In: De Psycholoog, februari 2015. Ze promoveerde op het onderzoek ‘Fragmented Sleep, Fragmented Mind’ (Maastricht, november 2013).

 

Dissociatie (3) : slaapkwaliteit

Hebben dissociatieve verschijnselen te maken met vermoeidheid?

Dat idee is niet nieuw. Al in de 19e eeuw werd het verschijnsel van het slaapwandelen beschreven. Mensen die in de slaap aan de wandel gaan en dan de meest wonderlijke capriolen uithalen. Maar die mensen bleken ook vaak erg moe te zijn en moe te blijven. In Suske & Wiske komt het thema regelmatig ter sprake. Lambiek was een ervaren slaapwandelaar.

Slaapwandelen

Ik denk wel eens dat er bij een activiteit als slaapwandelen sprake kan zijn van een soort voorbewuste behoefte. Als ik overdag iets niet hjeb afgemaakt houdt me dat ’s nachts in een droom bezig. Alleen stap ik niet mijn bed uit. Zou het kunnen zijn dat de onrustige geest ook kan leiden tot een nachtelijke activiteit? De afwas stond er nog en die doe je dan alsnog ’s nachts. De volgende ochtend sta je doodmoe op. Je bent verbaasd dat de afwas is gedaan. Maar je kunt jezelf helemaal niet herinneren dat je ’s nachts aan de afwas bent geweest. Bij mij thuis heeft dan verschijnsel nooit plaats gevonden. De vaat stond er altijd nog. Misschien teleurstellend, maar het scheelde dus wel in de nachtrust. ’s Nachts hoor je in de bed te liggen, zei mijn moeder altijd.

Epilepsie

Ik moet in dit verband wel eens denken aan een Friese boer die in een soort van epileptische schemertoestand verkeerde (mogelijk als gevolg van de schittering van het water) en met zijn trekker het IJsselmeer in reed. Hij vond het vreemd dat het water onder de trekker klotste, maar hij kon niet bedenken wat er aan de hand was. Hij was ook niet in staat om de trekker te stoppen. Gelukkig is het IJsselmeer niet diep en hij kon daardoor zijn ervaring navertellen.

Dissociatie en verstoorde slaap

David Watson (hij doet o.a. onderzoek naar de structuur van de persoonlijkheid in relatie tot emoties) publiceerde in 2001 een artikel over het verband tussen levendige dromen, nachtmerries, herhaaldelijk terugkerende droomthema’s, allerlei andere ongewone slaapervaringen en dissociatie. Inmiddels zijn zijn onderzoeken meerdere malen herhaald. En bij ieder onderzoek komt weer naar voren dat dissociatie en slaapverstoringen met elkaar samenhangen. Dat geldt met name de heftige droomervaringen, zoals nachtmerries. Omgekeerd bleken mensen die vaak een nachtmerrie in hun bed aantroffen ook opvallend vaak (overdag) dissociatieve kenmerken te vertonen. Dat verband is o.a. aangetoond bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

“Er lijkt een sterke en robuuste samenhang te bestaan tussen dissociatieve symptomen en ongewone slaapervaringen, waaronder wakende dromen, nachtmerries en slaapwandelen.” Aldus Dalena van Heugten-van der Kloet in De Psycholoog (februari 2015).