Jullie discrimineren alleen maar

Conducteurs zie je tegenwoordig zelden meer in de trein. Maar deze keer was er een conducteur die haar werk zeer serieus nam.

Voor vertrek meldde ze dat het dragen van een kapje over mond én neus verplicht is in de trein. Als iemand dat niet wilde kon hij of zij de trein verlaten. Straks zou ze langs komen en de reizigers aan een controle onderwerpen. Bij mijn weten stapte niemand uit de trein.

Ter hoogte van Oss verscheen de conducteur in vol ornaat met coupe soleil in de coupé, compleet met een kunststof scherm om haar hoofd. Het zoent wat lastig, maar je kunt wel de mimiek van de conducteur (m/v) lezen. De kaarten werden gecheckt en een reiziger werd erop geattendeerd dat het mondkapje ook over zijn neus getrokken diende te worden. Mijn kaart en Fries mondkapje bleken in orde te zijn.

De man achter mij leek van toeten noch blazen te weten. Hij moest op zoek naar zijn mondkapje. Ondertussen wilde de conducteur zijn kaartje zien. Hij pakte een OV-chipkaart uit zijn zak en gaf die aan de conducteur. Daarop vroeg ze: “Waarom bent u niet ingecheckt?” “Ik heb problemen met de OV-kaart” zei de man. “Hoe lang hebt u die al?” wilde de conducteur weten. “Een tijdje al” zei de man, “ik kan er ook niks aan doen.” “En wat voor actie hebt u ondernomen?” vroeg de conducteur. “Jullie nemen nooit de telefoon op” zei de man, “dan kan ik er ook niks aan doen.” “Maar ik zie op uw kaart dat die al zeven maanden is verlopen” zei de conducteur, “is het dan niet tijd om er wél iets aan te doen.” “Geen tijd voor gehad” zei de man.

Hier zien we het voorbeeld van de 'klager' bij het oplossingsgericht werken.Hij heeft een probleem en de conducteur is er voor om het op te lossen. Mijn vingers jeukten om de man een vraag te stellen over zijn kennelijk overvolle agenda. 

“Mag ik uw postcode?” vroeg de conducteur. Die wist de man niet. “Dan uw adres.” De man noemde een adres. Het bleek in Helmond te zijn. De conducteur checkte het adres. Het bleek niet te bestaan. Maar misschien was die vraag ook te ingewikkeld en wist de man aleen dat hij bij het groene hekje woonde.

“U geeft mij een fout adres op” zei de conducteur. “Ik moet u waarschuwen om dat niet weer te doen, anders haal ik de spoorwegpolitie erbij. “Dat doen jullie altijd” reageert de man fel, “omdat ik gekleurd ben halen jullie de politie erbij. De andere mensen loop je gewoon voorbij in de trein, en je pikt mij er uit omdat jullie de pik op zwarten hebben!”

Er is een verschil tussen je gediscrimineerd voelen en gediscrimineerd worden

Nu gingen mijn vingers opnieuw jeuken. Ik had toch gezien dat iedereen gecontroleerd was in de trein? Hoezo deze man er uit pikken? Er is een verschil tussen je gediscrimineerd voelen en werkelijk gediscrimineerd worden. Maar ja, als je je steeds weer gediscrimineerd voelt ga je vanzelf geloven dat dat een feit is.

De conducteur ging niet in op de beschuldiging van discriminatie. Op basis van zijn ID-kaart schreef ze een kaartje uit + boete. “Je doet je werk voor niks” zei de man. “Die hoef ik toch niet te betalen” zei de man. “De vorige keren kreeg ik ook mijn geld terug. Als jullie foute chipkaarten verkopen kan ik daar niks aan doen. Jullie discrimineren alleen maar! En de rechter geeft mij gelijk.”

Gelukkig: mijn pappa is de sterkste en de rechter geeft mij altijd gelijk. Inderdaad, een kind moet altijd het laatste woord hebben...

Tweedeling in de samenleving

Er is in de westerse democratieën iets vreemds aan de hand. De linkse politieke partijen hebben zich verbonden met de hoogopgeleide elite. Dat heeft bijgedragen aan een grote mate van verdeeldheid en toenemend populisme.  

“Die elite leeft in een eigen wereld. Er is sprake van een diepe kloof tussen hoogopgeleiden en mensen aan de onderkant van de samenleving. Dat heeft de politiek vergiftigd. “ Aldus de Amerikaanse filosoof Michael J. Sandel in het boek ‘De tirannie van verdienste‘ (Ten Have, 2020).

Niet dat Sandel in het Nederlands schrijft, trouwens, zijn boek is vertaald. Hopelijk heeft de vertaler zijn woorden goed weergegeven. Dat moet je je tegenwoordig ook maar afvragen.

In cursussen die ik geef over mensen met een lichte verstandelijke beperking benadruk ik elke keer weer de tweedeling in de samenleving. De groeiende groep van mensen met een lichte verstandelijke beperking heeft te maken met die tweedeling. Er is een hoog opgeleide bovenlaag die van alles voor elkaar kan krijgen, maar er is ook een groeiende onderlaag in de samenleving die van alle regels, protocollen en voorschriften niets meer begrijpt.

Je krijgt van de tandarts een boete omdat je niet om 14.30 uur op de afspraak bent verschenen. Maar je hebt geen idee wat 14.30 uur is. Vervolgens betaal je die boete niet omdat je hem niet begrijpt. Daarna krijg je een ingewikkelde brief waar je niets van snapt. Vervolgens laat je de post maar dicht en staat er opeens een deurwaarder voor de deur. 

In de USA wordt gesproken over de ‘self made man’. Als je maar hard genoeg werkt kom je vanzelf bovenaan de maatschappelijke ladder. De mensen die het hebben gemaakt denken dat ze hun succes zelf hebben verdiend. De mensen die geen promotie hebben gemaakt hebben het dus ook aan zichzelf te wijten. Dat ‘welvaartsgeloof’ is ook veel Amerikaanse kerken binnen gedrongen.

Wat de bovenlaag niet door heeft, aldus Sandel, is dat succes ook komt door zaken als geluk, toeval, aanleg, de juiste omstandigheden, een goede woonsituatie, ouders en docenten die jou inspireren.

Als ik kijk naar kwetsbare kinderen van alleenstaande moeders met psychische problemen, met als gevolg een ernstig verstoorde hechting, dan kan ik niet anders dan constateren: ze beginnen al voor de geboorte met een achterstand. Die halen ze waarschijnlijk nooit meer in. Dat andere kinderen in veel gezondere omstandigheden opgroeien is geen verdienste. Maar ze hebben wel al meteen een voorsprong en dus ook meer kansen in de samenleving. 

Opmerkelijk is de uitkomst van onderzoek dat door Sandel wordt genoemd. Hoogopgeleide mensen hebben niet zozeer vooroordelen tegen bijvoorbeeld Turken, Marokkanen, ten opzichte van andere ethnische groepen of met betrekking tot bijvoorbeeld moslims en hindoes.

Sterker nog: veel hoopopgeleide mensen doen een stevige duit in het zakje als het gaat om acties tegen racisme en voor gelijke berechtiging van vrouwen (zie de partijprogramma’s van de ‘linkse partijen’).

Dat Zwarte Piet in Nederland verboden wordt heeft met deze mainstream te maken: hoogopgeleide politici in de Tweede Kamer die vinden dat Zwarte Piet niet meer kan.

De meest uitgesproken minachting geldt niet de gekleurde mensen, maar de mensen met de minste opleiding

De werkelijke discriminatie vanuit de elite zit in de het oordeel over mensen die minder opleiding hebben genoten. Er is sprake van een uitgesproken minachting vanuit de elite voor mensen die arm, obees en laag opgeleid zijn. Dat is allemaal eigen schuld. Ze hebben niet hard genoeg gewerkt, ze hebben een ongezonde levensstijl en ze waren te lui om een beetje hun best te doen op school. En onderaan staan de mensen met een lage opleiding. Bijvoorbeeld: de mensen met een lichte verstandelijke beperking.

De oplossing voor de samenleving die Sandel ziet is: stop met de gescheiden circuits in de samenleving. Dat begint al op school. Geen upper-class witte excellente scholen meer, maar kinderen uit verschillende milieus die elkaar ‘meemaken’ op school.

Sandel noemt ook de sport als goede mogelijkheid voor integratie. Nee, niet tussen blank en zwart, maar tussen hoogopgeleide mensen en anderen die niet goed mee kunnen komen in de samenleving.

Ik wil daar aan toevoegen: geen aparte woonwijken voor de rijken (met twee of drie parkeerplaatsen en eventueel een hek voor de deur) en voor mensen die nauwelijks de huur kunnen betalen. Beide ‘groepen’ wonen eigenlijk in ghetto’s: het is een nieuwe vorm van Apartheid.

Volgens Sandel is op gang brengen van het gesprek over deze zaken in de samenleving ingewikkeld. Het gaat om waarden en om waardering. Een schoonmaker in het ziekenhuis heeft wel minder opleiding, maar zijn werk is essentieel voor het functioneren van dat ziekenhuis. En zonder voldoende handen aan het bed kan zelfs de meest beroemde topchirurg zijn werk niet doen.

Naar aanleiding van een bespreking in de Volkskrant van: Michael J. Sandel in het boek 'De tirannie van verdienste' (Ten Have, 2020).

Gevalletje discriminatie

De man staat de blowen op het perron. Er is een rookplek, maar daar heeft hij geen boodschap aan.

Een spoormedewerker spreekt hem aan op zijn gedrag. Maar hij verstaat het niet. Hij heeft oordoppen in. De medewerker wijst in gebarentaal naar de joint en wijst naar de rookplek. De man gaat gewoon door met blowen.

Dan bemoeit een andere man zich met de spoormedewerker. Hij vindt dat deze bijzonder intimiderend is en ook discriminerend. Intimiderend omdat hij zo groot is en discriminerend omdat hij een donkere man aanspreekt op zijn gedrag. “Hij is mijn broer en hij weet wat hij doet. U hebt het recht niet om hem aan te spreken, anders bel ik nú de politie…”

De spoormedewerkers is en blijft rustig en spreekt rustig. Het is de man die hem aanspreekt die juist hard spreekt. En aan een lengte van 1 meter 90 kan deze spoormedewerker natuurlijk niets doen.

Hij vervolgt zijn gesprek met dat de spoormedewerker andere mensen aan moet spreken. Bijvoorbeeld mensen die heroïne spuiten of die cocaïne gebruiken. Maar een joint is volkomen onschuldig. En zelfs heel gezond voor mensen met ADHD. Hij kan het weten, want hij geeft les aan tweedejaars en derdejaarsleerlingen van het ROC. Als ze even een jointje roken op het plein zijn ze daarna heel vredig. En daar gaat het om: vrede op aarde. Dat krijg je pas met een joint.

Ooit programma’s gezien over de sixties? Toen werd dat ook gepropageerd. Maar dit joint-evangelie wordt dus nog steeds uitgedragen.

Helaas stond er vandaag ook een artikel in de krant over iemand die begon met die onschuldige hasj, daarna aan de cocaïne raakte en vervolgens opschoof naar de georganiseerde misdaad. Ik ken ook iemand die als gebruik van hasj in een psychose raakte en daar nooit meer van is hersteld. Dus zo onschuldig is hasj ook niet altijd. Een joint anno 2019 is heel wat zwaarder dan dertig jaar geleden. En een joint ook wat anders dan een  glaasje water.

Daarna begint hij over de discriminatie van gekleurde mensen in de samenleving. Want als degene die de joint rookte blank was geweest had de spoormedewerker hem niet aangesproken. Hij noemt een heel scala aan moeilijke termen en filmpjes die bekeken moeten worden als bewijs voor zijn gelijk. Deze meneer is ook het levende bewijs van zijn stelling. Hij oordeelt immers over iemand met een andere huidskleur.

De spoormedewerker blijft heel rustig, en zegt dat hij iedereen aanspreekt die staat te roken op een plek op het perron waar dat niet mag. Daar zijn immers rookplekken voor. En het maakt ook niet uit of het een joint of een sigaret is, er zijn rookplekken op het perron. Maar dat wordt door meneer niet geloofd. Hij en zijn broer worden gediscrimineerd. Het bewijs is weer geleverd….

Het is een gevalletje negatieve sociale interpretatie. Als je blank bent moet je wel discrimineren, dat kan niet anders. Deze donkere meneer is daarmee op dit moment degene die discrimineert.

De man die zich gediscrimineerd voelt zit zó gevangen in zijn betoog dat hij de sluitfluit van de trein niet opmerkt. De deuren gaan dicht en de trein rijdt weg. Dat krijg je met een beneveld brein. Nu wordt hij erg boos. Zie je wel: hij werd niet gewaarschuwd. Wéér een gevalletje discriminatie! Kennelijk helpt een joint toch niet om in alle omstandigheden rustig te blijven.