Naar de poezendokter

Het zal je maar gebeuren. Lig je lekker te slapen op de bank, pakt de Baas je in je nekvel, zet je in een mand en hij doet die mand meteen op slot.

Ik zag de bui al hangen. Die mand stond er al een paar dagen. Zogenaamd om aan te wennen, zeker. En de Baas gooide af en toe lekkere brokjes in de mand. Nou, daar trappen wij mooi niet in!

Maar had de Baas dat niet netjes kunnen aankondigen? Dit was een overvaltactiek. De Baas heeft het op zijn werk over TSFD, maar dat paste hij bij mij dus heus niet toe. Tell-Show-Feel-Do: nee dus. PHB. Pak Hem Beet. Een overvaltactiek.

Daarna liep de Baas met de mand naar de Poezendokter. Dat is hier om de hoek. Ik loop er ’s nachts ook wel eens langs. Het stinkt er erg naar hond. Die beesten wateren gewoon tegen de voorpui. Viezerikken zijn het. Zo je territorium afbakenen. Dat doen wij katten niet.

Twee bange ogen in de poezenmand

Ik werd dus gevankelijk afgevoerd, zoals dat heet. Daar zit het woord gevangenis in. We mochten niet naar binnen, want er mochten maar twee baasjes met twee beesten in de wachtkamer zitten. En alleen als ze gezond waren. Waarom zou je naar een poezendokter moeten als je gezond bent? Wat een onzin weer!

We moesten een hele tijd wachten, want er werd een lotgenoot geopereerd. Dat is mij ook een keer overkomen. Een katstratie heet dat. Geholpen noemen ze dat. Hoezo: geholpen? Dat is typisch mensenpraat. Ik voelde me bepaald niet geholpen. Eén voordeel: je wordt nooit twee keer geholpen. Daar hoefde ik nu dus niet meer bang voor te zijn.

Na een half uur wachten werd ik toegelaten tot een kamer met een kale tafel. Daar was ik al eerder geweest. Ik was het alweer vergeten, maar nu wist ik het weer. De poezendokter sprak vriendelijk tegen mij. Maar daar moet je niets van geloven. Eerst een knuffel en dan een pak slaag, zo zijn die dokters. Dat pak slaag is meestal in de vorm van een prik. Daar hoor je tegenwoordig veel over, merk ik als ik met een half oog en een half oor op de knie van de baas het Journaal volg. Ik dacht dat ik nog lang niet aan de beurt was, maar kennelijk hoor ik dus bij de thuiswonende ouderen op hoge leeftijd. En ja hoor, even later werd ik geprikt.

Ik gedraag me bij de poezendokter altijd heel vriendelijk. Ik probeer mezelf onzichtbaar te maken. Dat werkt niet helemaal, maar je kunt maar beter niet de strijd aangaan, heb ik gehoord. Je verliest het toch altijd.

Na de prik gebeurde er iets heel vreselijks. De Baas zat met de poezendokter te smoezen en toen kwam er nog een dokter bij. En toen werd ik geschoren. Mijn baard moest er af. Maar het was maar de halve baard. Ik dacht: wat gaan we nú krijgen? En daarna kreeg ik weer een prik. Ze probeerden bloed van mij te stelen. Mooi niet: er kwam niets uit. Ik sta niet zomaar bloed af, ik moet wel weten waar wat allemaal voor is. Toen werd de andere helft van mijn baard ook afgeschoren. Nou ja, toen liet ik het bloed ook maar lopen. Wie weet wat er anders nog afgeschoren moest worden.

Er is nog iets wonderlijks gebeurd. De poezendokter heeft een vlo gevangen. Ik heb nog nooit een vlo gevoeld. Volgens mij was die vlo van mijn voorganger op de tafel. Maar ik kreeg voor de zekerheid ook nog stinkspul in mijn nek. Daar moest ik van niezen.

Daarna nam de Baas mij weer mee naar huis. Daar mocht ik weer uit de mand. Ik heb mezelf eerst maar eens flink gewassen. Daarna heb ik in de stoel van de Baas gepiest. Dat komt er van!