Ik ben de baas! (2)

Dictators zijn gericht op het behouden en vergroten van macht. Ze willen de touwtjes in handen houden. Naarmate ze meer macht hebben neemt -paradoxaal genoeg - ook de angst toe. Hoe meer macht je hebt, hoe banger je wordt om de controle te verliezen.

Maar ook in kleiner verband, meer genuanceerd en meer verstopt, vind je mensen die voortdurend voor de boven-positie kiezen. Ze willen geen gelijkwaardig gesprek, ze willen volgelingen. Als mensen anders denken, een andere mening hebben, is dat bedreigend.

Je vindt ze in huwelijken, in vriendschappen, in kerken (sekten!), in bedrijven, in de zorg, in het onderwijs. Deze mensen willen controle houden over anderen. Ze zijn er op uit om direct fouten bij de ander aan te wijzen. Regels en protocollen zijn heilig. Die regels maken het ook gemakkelijker om de ander te veroordelen. De regel is belangrijk, de relatie telt niet mee, daar kunnen ze namelijk niets mee.

Dat laatste geeft ook de wortel van deze problematiek aan. Die ligt in de eerste drie jaren van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het samenspel, het samen doen zijn in de eerste drie jaar nog maar weinig ontwikkeld.

Een paar kenmerken van mensen die de baas willen zijn en niet goed kunnen samenwerken:

Woordgebruik >

* “Ik had het kunnen weten”, “Altijd ben jij bezig met”, “N0oit wordt er hier eens positief gedacht”. Let op het gebruik van ‘altijd’, ‘nooit’, ‘iedereen’ enzovoorts. Er zitten geen nuanceringen in.

* Veroordelend taalgebruik, het zoeken van de zondebok. Als er iets niet goed gaat moet er een schuldige worden aangewezen.

  • Er worden medestanders bij gehaald. ‘Ook jouw collega’s vinden allemaal dat je niet goed functioneert’.

* Bij verschil van mening een afgemeten en afgebeten stem en meestal ook harder praten.

Lichaamstaal >

* Vaak zichzelf groter maken (de vroegere leider van Noord-Korea had daarom extra verdikte zolen onder zijn schoenen)

* Veelvuldig met de vinger wijzen (letterlijk, maar ook figuurlijk: direct op zoek naar de schuldige)

  • Brede, strakke kaaklijn
  • Heftige, hoekige arm-en handgebaren (door Charlie Chaplin prachtig uitgebeeld in de film ‘The Great Dictator’).
Wordt vervolgd

Ik ben de baas (1)

In 2012 verscheen een boek over Erich Honnecker, geschreven door één van zijn medewerkers (Lothar Herzog). Eén van de thema's in het boek is de verslaving aan de macht bij deze voormalige DDR-dictator. 

Ik ben altijd benieuwd naar de jeugd van latere dictators en van latere sekteleiders. Zo heb ik me verdiept in de jeugd van Adolf Hitler, Joseph Stalin, Nicolae Ceaușescu en van Saddam Hoessein. Daarnaast van de sekteleiders Jim Jones en van David Koresh. Bij Adolf Hitler is het patroon minder duidelijk, maar bij de andere vier zie je dat er duidelijk sprake lijkt te zijn geweest van emotionele verwaarlozing. De band met de vader was op grote afstand, in combinatie met lijfstraffen, De band met de moeder was vooral ambivalent.

Voor Honnecker telden persoonlijke relaties niet. Mensen waren voor hem inwisselbaar. Hii wlde de macht, de controle over iedereen. Maar als macht een obsessie is heeft dat een andere kant: je wordt ook steeds banger om de macht te verliezen. En dus zag je bij al deze machthebbers een toenemende mate van paranoia. Zelfs als beste vriend of als uitgesproken aanhanger van de leider was je je leven niet zeker. Tal van hoge partijfunctionarissen belandden op die maner in Stasi-gevangenissen.

Daarnaast is het voor deze alleenheersers overduidelijk wie de vijand is. Voor Hitler waren dat de Joden, voor Honnecker de imperialisten of fascisten, voor Pinochet de communisten, voor Mahmoud Ahmadinejad in Iran was dat Israël. Je kunt eigenlijk altijd al uit het taalgebruik herleiden hoe deze leiders functioneren. Ze kunnen niet zonder vijanddenken en dat vijanddenken bepaalt ook de retoriek.

Het maakt ook niet uit wat voor type dictatuur het was: communisme, fascisme, moslim-fundamentalisme: overal zie je dezelfde patronen. De partij en de dictator grijpen steeds meer de macht, de clan om hen heen wordt steeds kleiner, het menselijke aspect verdwijnt steeds meer en de paranoia neemt alsmaar toe.

Het alleen maar kunnen kiezen voor de boven-positie (‘ik bepaal’) is kenmerkend voor onvolwassen communicatie. Het past bij de jonge kleuter die in zijn spel wil bepalen hoe de ander moet handelen. Bij peuters en kleuters is dat een normale fase in het leven. Pas vanaf vijf jaar leert het kind steeds meer samen te spelen zonder dat er perse de hele tijd een volwassene in de buurt hoeft te zijn.

Als die persoon op alle levensgebieden bepalend is, is er iets mis met het functioneren. Het kan te maken hebben met een narcistische persoonlijkheid en mogelijk ook met kenmerken van borderline. Ik kan natuurlijk geen diagnose stellen, maar de kenmerken van narcisme waren bij alle dictators aanwezig en bij de beide sekteleiders zag je ook kenmerken van borderline. 

Hoe word je een dictator?

Al heel lang wil ik weten hoe mensen het voor elkaar krijgen om dictator te worden. Misschien is dat wel een onderhuidse behoefte van mijzelf. Waarom zou ik het anders willen weten?

Eén van de factoren die ik ‘bedenk’ is het levensverhaal. Dan wil ik weten hoe de jeugd van iemand is geweest. Was er toen al merkbaar dat die persoon de neiging had om anderen te overheersen? Was er bijvoorbeeld sprake van een ingebouwde behoefte aan ‘rivaliteit’? (zie: eerdere blogs). Heeft een persoon een onveilige jeugd gehad, zijn mensen onveilig en onvoorspelbaar en heeft hij daarom de behoefte om andere mensen onder controle te houden? Was de persoon in kwestie vroeger een eenling en is kunnen samenwerken met anderen nooit een sterke kant geworden? Is er vroeger al narcistische trekken zichtbaar? Is er sprake van een toevallige samenloop van omstandigheden op latere leeftijd? Of hoort de aanwezigheid van dictators bij de gebrokenheid van deze wereld?

Heeft een dictator trouwens wel zoveel macht? In een bijdrage in het Nederlands Dagblad van 13 september wordt geschreven dat Kim-Jong-il (Noord-Korea) in feite  slechts een marionet is van een kleine clan van machthebbers, die in werkelijkheid de touwtjes in handen hebben. De verheerlijking van de grote leider is nodig om de aandacht van de werkelijke machthebbers af te leiden.

Daar heeft historicus Han van der Horst het allemaal niet over in de NRC (12 september 2013). Hij geeft enkele tips voor mensen die graag dictator willen worden.

1. Vorm een groep van gelijkgestemden

Een dictator word je niet in je eentje. Je hebt een aantal mensen om je heen nodig die het met jou eens zijn. Omdat iedere groep verklikkers bevat heb je tijd nodig. Je moet eerst zeker weten wie je kunt vertrouwen, vóórdat je kunt beginnen over een coup.

2. Maak geen geheim van je overtuiging

Je moet natuurlijk wél iets te vertellen hebben. Napoleon en Hitler schreven eerst boeken met hun opvattingen voordat ze ‘de boer op gingen’. Maar in de eerste fase van je ontwikkeling tot dictator is het belangrijk om zoveel mensen méé te krijgen in plaats dat je mensen tégen je in het harnas jaagt. Het helpt als je een paar demagogische thema’s in je koffer doet, waar bijna iedereen het mee eens is. “Wég met de corruptie!” “Lagere belasting!”

3. Voorkom dat je tegenstanders kunnen communiceren

Dat is belangrijk in een volgende fase als je de macht over wilt nemen. Jij moet de communicatiekanalen in handen zien te krijgen en ervoor zorg dragen dat anderen niet meer te horen of te zien zijn. Je ziet dat bij alle coupes: de TV=zender wordt bezet en er verschijnt opeens een nieuwe nieuwslezer die tot rust maant. In deze tijd van sociale media is dat wel ingewikkelder geworden. De Duitse bezetter verbood radiobezit, de Noord-Koreaanse overheid heeft er gewoon voor gezorgd dat er geen mobieltjes te koop zijn. Monopoliseer de communicatie. Wat dat betreft moet je als westerse dictator even rekenen met wat meer ongewenste communicatiemogelijkheden, al schakel je een telefoonnetwerk natuurlijk wél zomaar uit.

4. Hou de angst er in

Op het moment dat je aan de macht bent moet je aantonen dat er met jou niet te spotten valt. Dat werkt het beste als je een aantal technocratische medestanders hebt. Ze lopen meestal wat gemakkelijker binnen de lijntjes en hebben meestal ook minder last van wroeging. Pinochet kwam er in ieder geval een heel eind mee.

Han van der Horst geeft nog wél een waarschuwing mee. Je hebt dan wel de macht, maar hoe kom je er vanaf? De meeste dictators hebben niet van een rustige oude dag kunnen genieten. Dus wat dat betreft moet je wél vooraf overwegen of je dit allemaal wel wilt…

Ik ben de baas (2)

Dictators vallen op.

Hoewel we vaak pas later, nadat ze vertrokken zijn, door hebben wat er precies speelde.

Dictators zijn gericht op het behouden en vergroten van macht. Ze willen de touwtjes in handen houden. Maar ook in kleiner verband, meer genuanceerd en meer verstopt, vind je mensen die voortdurend voor de boven-positie kiezen. Ze willen geen gelijkwaardig gesprek, ze willen volgelingen.

Je vindt ze in huwelijken, in vriendschappen, in kerken (sectes!), in bedrijven, in de zorg, in het onderwijs. Ze zijn er op uit om direct fouten bij de ander aan te wijzen. Regels en protocollen zijn heilig. Die regels maken het ook gemakkelijker om de ander te veroordelen. De regel is belangrijk, de relatie telt niet mee, daar kunnen ze namelijk niets mee.

Dat laatste geeft ook de wortel van deze problematiek aan. Die ligt in de eerste drie jaren van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Nog een paar kenmerken van mensen die de baas willen zijn en niet goed kunnen samenwerken:

Woordgebruik >

* “Ik had het kunnen weten”, “Altijd ben jij bezig met”, “N0oit wordt er hier”

* Veroordelend taalgebruik, het zoeken van de zondebok

* Bij verschil van mening een afgemeten en afgebeten stem en meestal ook harder praten.

Lichaamstaal >

* Vaak zichzelf groter maken (de vroegere leider van Noord-Korea had daarom extra verdikte zolen onder zijn schoenen)

* Veelvuldig met de vinger wijzen (letterlijk, maar ook figuurlijk: direct op zoek naar de schuldige)

Gezichtsuitdrukking >

* Bij verschil van mening opgetrokken wenkbrauwen

* Een indringend oogcontact 

* Regelmatig een vrij stijve, weinig sprekende mimiek

Natuurlijke neiging >

* Niet samenwerken maar vechten: de tegenstander moet uitgeschakeld worden

* Denken in zwart-wit schema’s: mensen zijn goed of mensen zijn fout. Iemand met een andere mening is fout.

* Als iemand een andere mening heeft wordt hij daar als persoon op afgerekend: er is niets goeds meer aan die persoon. Dat iemand een genuanceerde mening kan hebben wordt niet ingezien.

Zodra je deze kenmerken hoort of ziet moet er een waarschuwingslampje gaan branden: er is iets niet pluis!