Lange treinreis

Gisteren had ik vijf uur lang besprekingen in Friesland. Om daar te komen en weer terug te reizen moest ik acht uur lang met de trein. Met mondkapje.

Om met dat laatste te beginnen: je hebt mondkapjes en mondkapjes. Mondkapjes is trouwens een verkeerd woord: ze moeten ook je neus bedekken. En je moet ze om je oren knopen. KNO-kapjes dus eigenlijk.

Vanuit de Stiltecoupé

Er wordt beweerd dat mondkapjes niets bijdragen aan de veigheid. Dat wordt zowel door Jaap van Dissel als door de sites Viruswaarheid en Corona-nuchterheid gezegd. Die hebben elkaar dus gevonden in het van mening zijn dat aerosolen geen gevaar vormen bij de verspreiding van een virus.

Volgens een onderzoek van het bedrijf Aersmash zou het mondkapje dat ik gebruik waarschijnlijk 95% van de virussen die ik in hoogst eigen persoon verspreid onschadelijk maken voor mijn omgeving. Dat is weer heel andere koek. Daar hoor je Jaap van Dissel en Willem Engel niet over.

Lege Intercity van Leeuwarden naar Den Haag Centraal

Is het dan vervelend, zo’n mondkapje? Het is even wennen. Maar het kapje dat ik nu in gebruik heb is naar verhouding zeer comfortabel. Ik heb er weinig last van. Dit in tegenstelling tot de wegwerpmondkapjes die je overal op straat ziet liggen. Volgens coronasceptische sites zou ik wel ernstige lichamelijke klachten en ernstige ziekten ontwikkelen door het dragen van een mondkapje, maar daar heb ik gisteren niets van gemerkt. Maar misschien heb ik een langere incubatietijd nodig.

Fries landschap vanuit de Stiltecoupé

De afspraken die ik had in Friesland werden keurig op 1½ meter afstand gehouden, hoewel enkele ouders met wie ik in gesprek was dat maar onzin vonden. Er was ook een moeder die een grote gele 1,5 meter button op haar jurk had gespeld. Zij vond de maatregel geen onzin. De beheerder kwam na elk gesprek de ruimte desinfecteren. Alleen mijn stoel niet, ik bleef op dezelfde plek zitten en besmette alleen mijzelf.

Telefonisch bewerkte foto

De trein terug liep vertraging op doordat fietsers ingewikkeld deden bij het in de trein stappen. Ja, als je allemaal met dezelfde trein wilt en je vindt het niet nodig om jezelf aan te melden, dan ontstaan er problemen. En als je dan ook nog je bepakking breeduit op de fietsen laat zitten, dan heeft de conducteur ook wel enig commentaar.

Op de terugweg daalde de zon over de Friese weilanden. Ondertussen had ik in de Stiltecoupé van de trein nog een een uur durende telefonische vergadering. Ik was de enige in de coupé, dus het stoorde niemand dat ik de stilte verstoorde.

De NS is wel duidelijk één van de bedrijven die het meeste te lijden heeft van de corona-crisis.

Coronasektarisch denken (1)

Angst doet vreemde dingen met mensen. In je angst ga je dingen zien die er niet zijn. Er bestaat een glijdende schaal waarbij mensen uiteindelijk in hun eigen angst gaan geloven. Ze creëren hun eigen waarheid. 

Beruchte voorbeelden zijn te vinden in de wijze waarop sekten zich ontwikkelen. Wat vaak begint als een goed initiatief heeft uiteindelijk desastreuze gevolgen. Bij Jonestown en bij de Branch Davidians zagen we dat de leiders steeds extremer werden in hun standpunten. Alles wat anderen deden was verdacht. Mensen die vragen stelden werden geëxcommuniceerd. Uiteindelijk leidde het optreden van zowel Jim Jones als van David Koresh tot de dood van honderden volgelingen.

Kenmerken van sekten

Sekten hebben een groot aantal kenmerken. Die ga ik hier niet noemen, want dat zou een aparte serie worden. Ik heb destijds uitgebreid de ontwikkelingen binnen de twee bovengenoemde sekten gevolgd en daar zat steeds weer een bepaald patroon in. Het begon met een charismatische leider die veel aan het woord was en allerlei andere mensen om zich heen verzamelde: de volgelingen. Maar daarmee is een groep nog allerminst een sekte. Dat gebeurt als de leider steeds exclusiever gaat denken en zijn volgelingen daar in meeneemt. Over de persoonlijkheid van een sekteleider zou je ook nog een boek kunnen schrijven. In ieder geval zijn er bij sekteleiders narcistische en theatrale kenmerken herkenbaar.

  1. Sekten vormen steeds meer een gesloten groep. Sektarisch denken is iets anders: de volgelingen zijn vrij, maar de standpunten liggen vast. Er is één waarheid, en die is aan een beperkt aantal mensen geopenbaard. Dat zijn de mensen die ‘meer’ hebben dan de ander. Ze weten dingen die anderen (nog?) niet weten.

2. Bij het sektarisch denken hoort dat er exclusieve claims op de waarheid worden gedaan. De leider heeft de waarheid in pacht: hij weet hoe de wereld in elkaar zit. Dankzij zijn charisma blijven de mensen hem volgen. Maar omdat hij het zo goed weet staat hij niet meer open voor meningen van anderen. Het gevolg is dat de groep ook exclusiever gaat denken.

3. Een volgende stap is het oordeel over anderen. Het gaat hierbij om waarde-oordelen. De deskundigheid van anderen wordt niet serieus genomen. Immers: de leider weet het beste hoe het zit. En als anderen die waarheid niet delen zijn ze ‘zo ver nog niet’, ‘ze zijn dom’, ‘ze weten niet hoe het allemaal in elkaar zit’.

4. Het betichten van andersdenkenden van kwade opzet, van manipulatie is dan niet vér meer. De ander amoreel, destructief, mentaal ziek. Ik weet ook wel dat kwade opzet en manipulatie voor komen, maar een kenmerk van sektarisch leiderschap is dat de bewijzen schaars zijn. Mensen worden verdacht gemaakt zonder dat de leider of de groep dat met bewijzen kan staven. Het is zo omdat het zo is. En al die losse gegevens worden in een groter geheel geplaatst: het gaat allemaal hard naar de ondergang (eschatologisch denken: de eindtijd).

5. Opmerkelijk is ook de grote mate van associërend denken. Van het één komt het ander. Alles wordt aan alles gelinkt. Toeval bestaat niet: alles heeft een reden.

6. Daar hangt mee samen dat de groep fundamentalistischer gaat denken. Het relativeren van standpunten wordt steeds lastiger. Inbreng van anderen die niet past binnen het eigen denken wordt al dan niet vriendelijk afgeserveerd. “Hij bedoelt het misschien goed, maar hij snapt het nog steeds niet.”

7. Censuur is een onderdeel van het sektarisch denken. Andere meningen vormen immers een bedreiging. Een ‘sektarische’ krant wordt volgeschreven door de eigen leden (geen ingezonden brieven), een ‘sektarisch blog’ geeft geen reactiemogelijkheid.

8. Toename van paranoïde denken. Het is wij tegen de rest van de wereld. Alles wat de wereld doet en wat niet door ons bedacht is, is verdacht. Mensen buiten de eigen groep hebben geen goede bedoelingen. Ze zijn misleid óf ze hebben zelf een vooropgezet plan bedacht om de wereld onder controle te brengen en het leven van de groep onmogelijk te maken.

9. Het framen van verkeerd gedrag door er toch iets goed van te maken. In sektes die je bijvoorbeeld dat seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt goedgepraat, bij andere vormen van sektarisch gedrag dat bedreiging en geweld vanuit de groep worden gelegitimeerd.

10. Vaak is er sprake van een wonderlijk eigen taalgebruik, dat op den duur alleen maar verstaanbaar is voor de eigen leden. Vaak worden er moeilijke en abstracte woorden gebruikt. Soms worden er zeer exacte gegevens vermeld (“bij 3,072 % van de bevolking is vastgesteld dat…”). Dit is binnen het sectarisch denken vaak een vorm van schijn-exactheid. Mensen die kritische vragen stellen worden overdonderd met deze vormen van desinformatie.

In de discussie over Corona tekenen dezelfde principes zich af. De standpunten verharden zich. In plaats van met elkaar samen te werken worden 'partijen' over en weer verdacht gemaakt. 

Meer brand door corona?

Vanmiddag was ik op een verjaardag. Daar brandden kaarsjes. Niet vanwege een overledene, maar vanwege die jarige.

De kaarsjes zaten op de taart. En uiteraard moesten de kaarsjes worden uitgeblazen. Helaas: dat mocht niet. Blazen doet hetzelfde als zingen: je verspreidt daarmee aerosolen. En nog een eind weg ook. Zingen mocht dus ook niet, maar dat waren we even vergeten.

Gelukkig had de moeder van de jarige net een dag eerder te horen gekregen dat ze negatief was getest op covid-19. Dus het leek veilig om háár de kaarsjes uit te laten blazen.

Blijft de vraag: ontstaan er meer branden nu er als gevolg van corona geen kaarsen meer mogen worden uitgeblazen? 

Onderliggend lijden bij een gewoon griepje

Dat corona-virus stelt helemaal niks voor. "Wanneer je gezond bent, gezond eet, voldoende beweegt, voldoende buiten komt, dan heb je voldoende weerstand en dan is je immuunsysteem er toe in staat om ook dit virus onschadelijk te maken." 

Dat kan zonder dat je het merkt, of dat je er wel iets van merkt, afhankelijk van de mate van lichamelijke weerstand en gestel (aldus een site die beweert nuchter na te denken over het huidige corona-virus).

Eigenlijk is er dus helemaal niets aan de hand. We lazen het al vaker: er zijn bijna geen mensen aan covid-19 gestorven. Als ze erg ziek zijn geworden hadden ze dus al een onderliggend lijden. Ze zijn niet áán maar mét covid gestorven. En achteraf kun je dan ook bijna altijd ook wel een andere oorzaak vinden. Die redenering gaat voor tal van griepgolven op, trouwens. Vergeet dus de miljoenen doden van de Spaanse griep: al die mensen hadden al iets anders onder de leden.

Ik heb inmiddels tal van zeer ervaren verpleegkundigen en artsen gehoord die allemaal zeggen: “Zoiets hebben we nog nooit eerder meegemaakt.” Ze ervaren Covid-19 als zó onheilspellend en zó onvoorspelbaar dat ze daar ook geen medisch antwoord op weten.

"Het covid-19 virus heeft nog niet eens de halve kracht van een normaal griepvirus" schreef diezelfde site gisteren. Als je nooit echt mensen hebt gezien die binnen 24 uur doodziek waren van covid-19, dan kun je dat blijven zeggen. Het is een vorm van je kop in het zand steken door mensen die beweren wakker te zijn.

Die artsen en verpleegkundigen maken zich ook grote zorgen over de grote mate van zorgeloosheid bij een deel van de bevolking. De mensen aan het bed die met corona werden geconfronteerd: die hoor je echt niet zeggen dat het een gewoon griepje is en evenmin dat het een gewone griepgolf betreft.

Iemand komt binnen met een veel te lage saturatie, maar functioneert nog goed. Normaal zou die persoon al buiten westen zijn geweest. Vier uur later is hij alsnog overleden. Een ander krijgt eerst longproblemen, dan hartproblemen en vervolgens een aantal tia's achter elkaar. Het gaat in beide situaties om gezonde veertigers. Maar ja, ze hadden vast toch onderliggend lijden. 

In Medisch Contact 32/33, dat vorige week verscheen, luidt een aantal cardiologen de noodklok. Uit één onderzoek kwam naar voren dat van 39 overleden patiënten er 24 een ernstige virale lading van covid-19 in het hart hadden.

De nuchtere en zichzelf wakker noemende denkers zullen dus zeggen: nee, het was géén covid-19, die personen zijn overleden als gevolg van hartfalen.

In een ander onderzoek werden honderd patiënten gescreend die ie leken hersteld van Covid-19 (Puntmann e.a. in JAMA Cardiology). De patiënten waren tussen de 45 en 53 jaar. Bij 76% van deze patiënten waren signalen aanwezig dat Covid-19 het functioneren van het hart had aangetast.

De patiënten leken dus herstellende, maar ze namen met hun herstel een nieuw risico met zich mee. De onderzoekers menen dat de groep van 100 patiënten te klein is om representatief te kunnen zijn. Maar: “Als dit hoge risico in verder onderzoek wordt bevestigd zal de coronacrisis niet afnemen, maar verschuiven. Er ontstaat een nieuwe en grote groep van mensen met een sterk verhoogd risico op hartfalen.”

Maar voor de mensen die zeggen dat Covid-19 eigenlijk maar een gewoon griepje is: die leren hier niets van. Ze zullen gewoon zeggen; ook deze mensen zijn dus niet aan Covid -20 (enz) overleden, maar aan onderliggend hartfalen. 

Coronaschepen (2)

Af en toe moet ik even naar de zee. De afgelopen week ben ik zelfs drie keer aan zee geweest. 

Ik schreef het al eerder. In Den Helder woonden we 1 kilometer van zee, in Alkmaar bijna tien kilometer van zee en nu is het ruim 15 kilometer fietsen. Verder moet het ook niet worden… Maar met de zeespiegelstijging komt de zee ook vanzelf dichterbij (…).

Donderdagavond waren we in Scheveningen. Daar was het op de Boulevard alweer behoorlijk druk. En omdat veel mensen het verschil niet weten tussen links en rechts vonden er af en toe ook bijna-botsingen plaats.

Op zee zag ik nog steeds een hele rij ‘Corona-schepen’ liggen. Die liggen daar buiten de scheepvaartroute te wachten op betere tijden. Een soort parkeerplaats voor schepen, net zoals op Schiphol voor de vliegtuigen.

Er liggen nog wel meer schepen, ik heb er een paar tussenuit gepikt... De man die de zee inloopt is een medewerker van het tweede passagiersschip. Hij had even een ijsje gehaald op de Boulevard. 

Vaccinatie en complottheorie

Aan verschillende lantaarnpalen hing vanmiddag een pamflet. Ik ben niet nieuwsgierig, maar ik wil wél graag alles weten. Wat stond er op dit pamflet?

Welnu: het corona-virus is er niet voor niets. De vaccins liggen al klaar. Men wacht alleen even met toediening omdat mensen – naarmate de crisis voortduurt – des te meer bereid zullen zijn om zich te laten vaccineren.

Het hoort allemaal bij de opbouw van een grote wereldmacht. De USA en China werken samen om iedereen te laten vaccineren. Maar in dat vaccin zit een stof verborgen. Er wordt een soort van vloeibare nanochip in je lichaam ingebracht. De bedoeling is dat de USA en China vervolgens al je gangen na kunnen gaan. Voortaan ben je nergens meer vrij: de beide wereldmachten weten álles van je.

Om de distributie te vergemakkelijken en de drempel lager te doen zijn worden binnenkort ook voorraden bij drogisterijen gedropt. Men zal zeggen dat het middel de weerstand tegen corona verhoogt. Maar ook in die vloeistof zit een vloeibare nanochip verborgen, waardoor je straks geen stap meer kunt verzetten zonder dat het geregistreerd wordt.

Er zit een parallel tussen de verhalen rond de 5G zendmasten en nu dit verhaal over het geïnfiltreerde vaccin. Als de angst toeneemt ontstaan er tal van complottheorieën. Het voelt veiliger om te weten waar het kwaad zit dan om opeens aangevallen te worden door een onzichtbaar virus.

Buurtbeveiliging bij Bleiswijk

De zon is al onder en het is behoorlijk koud. Ik ontstijg mijn Batavus teneinde een foto van de (rode) lucht te maken. Daarna kijk ik nog even op mijn telefoon vanwege een berichtje van Tineke die op deze manier virtueel verbonden is met haar wettige echtgenoot.

Opeens stopt er een auto in de vorm van een soort koekblik naast me, op maar een halve meter afstand. Het raampje gaat open. De man spreekt met aan. Er blijken trouwens ook nog twee dames in de auto te zitten, maar dit terzijde.

De man wil weten wat ik aan het doen ben. Ik ben zó verbouwereerd dat ik hem ongeveinsd antwoord geef. “Ik sta even op mijn telefoon te kijken naar een appje.” 

“Ik ben namelijk van de buurtbeveiliging” spreekt de meneer verder, “en als ik iets verdachts zie moet ik dat melden…”

Dat de auto op maar een halve meter van mij tot stilstand is gekomen en dat er nu dus ook maar een halve meter afstand tussen de bestuurder en mij is, is een mogelijk te ingewikkeld item voor deze meneer. En dat terwijl er op allerlei plekken in Bleiswijk borden staan dat iedereen verplicht is om 1½ meter afstand aan te houden. Ik sta wel een halve meter hoger dan hij, dus de kans dat hij besmet wordt is groter dan dat hij mij besmet.

Opnieuw ben ik niet snel genoeg in mijn reactie. Dat is het nadeel van het altijd secondair reageren. Maar het heeft zeker ook voordelen. Zoals dat je minder snel ruzie krijgt.

Na afloop van deze interactie bedenk ik hoe ik ook had kunnen handelen. Ik had helemaal geen antwoord hoeven te geven. Ik had de man eerst om zijn legitimatie kunnen vragen.  “Krachtens welke bevoegdheid vraagt u mij dit?” Ik had op die opmerking over de beveiliging kunnen zeggen: “Ja, dat kunnen we allemaal wel gaan zeggen.” Maar dat bedenk ik pas later als ik weer op de fiets zit.

Even verderop fiets ik een weg in die doodloopt. Dat gebeurt vaker in het kassengebied. De weg eindigt bij een bedrijf. Ik kijk even of er niet tóch een doorgang is. Dan komt er (ook hier) een auto tevoorschijn. Het is een auto van een beveiligingsbedrijf. De bestuurder is in de kleding van dit bedrijf gestoken.

De chauffeur houdt netjes afstand en vraagt of ik hulp kan gebruiken. Ik leg uit dat ik door wilde steken naar Berkel, maar dat ik kennelijk fout zit. Daar heeft hij alle begrip voor en hij wijst me weer op de goede weg. Kijk, zó kan het ook....

Coronabankje

Vanmorgen zag ik tot mijn verbijstering een zoenend stelletje op een bankje.

Het is al de vraag of het onder normale omstandigheden wel zo gewenst is om publiekelijk te zoenen op een bankje. Er zijn landen waar dat verboden is.

Maar in deze tijden is het eigenlijk helemaal ongewenst. Ik neem aan dat zoenende mensen volwassen genoeg zijn om te weten dat zoenen in Corona-tijden een gevaarlijke bezigheid is. Niet voor niets moet je 1½ meter afstand van elkaar houden. Als je wilt dan perse tóch wilt zoenen, hou dan die 1½ meter afstand aan.

Bovendien geef je aan mensen die minder volwassen zijn het verkeerde voorbeeld met alle risico’s van dien. Volwassenen dienen het goede voorbeeld te geven aan de opgroeiende jeugd.

Groot was mijn blijdschap dan ook toen ik op internet een Coronabankje aantrof. Dit lijkt me een veilige oplossing.

Zo meteen koop ik een zaag en ga ik de bankjes in Delft Coronaproof maken.

Corona en tandarts

Een deel van mijn werk in pensioentijd vindt plaats in en rond de mondzorg. De patiënten met een lichte verstandelijke beperking staan vaak garant voor 'bijzondere uitspraken'. Zoals onderstaand:

“Mijn tandarts heeft al veel langer Corona, ze had de vorige keer al een mondkapje op. Dat was al in december.” Reactie: “Mijn tandarts ook al. Ik denk dat tandartsen vaak last van Corona hebben.”

“Als je een kunstgebit hebt krijg je geen Corona. Corona gaat tussen je tanden zitten. Daar word je ziek van.”

“Ik vind het niet goed dat de tandarts de afspraak heeft afgezegd. Ik heb geen Corona, dus ik ben veilig.”

“Kan ik niet naar de tandarts? Dan heb ik dus al die tijd mijn tanden voor niks gepoetst!”