Familieruzie

Rond het overlijden van ouders ontstaan er vaak problemen in de relatie tussen broers en zussen. Het is echter de vraag of die problemen dan ontstaan, of dat de scheuren van vroeger dan manifest worden.

Tijdens de cursus (over het werken in de driehoek en contextuele therapie) kwamen familieverhoudingen ter sprake. Hoe gaat het in het gezin rond de zorg van een kind met een beperking? En hoe gaan kinderen onderling om met de zorg voor hun ouders?

Familieconflict

In de pauze vertelde één van de cursisten hoe hij sinds het overlijden van zijn moeder geen contact meer had met een aantal broers en zussen (hij was de jongste uit een gezin van tien en zei er ook nog bij: “Het had natuurlijk niet veel gescheeld of ik had het downsyndroom gehad…”). 

Over de oorzaak was hij duidelijk. “Die problemen waren er altijd al, maar daar werd niet over gesproken. Er werd nooit met elkaar gesproken, er moest gewerkt worden. Wat we nu in onze familie zien zijn de scheuren van vroeger die breuken zijn geworden.”

‘Ging de ruzie over de erfenis?’ wilde ik weten. Nee, dat speelde eigenlijk geen rol. Hoewel hij dat niet zeker wist, want daar lette hij niet op. Het kon zijn dat het ergens tussen zijn broers en zussen wel had gespeeld. Maar de oudsten waren 20 jaar ouder dan hij, hij wist er te weinig van wat ‘daar’ speelde.

Controle

Volgens hem waren de problemen vooral duidelijk geworden toen zijn moeder ziek werd. De vierde zus had toen alle verantwoordelijkheid naar zich toegetrokken. “Dat was een echte regelbitch, zij zou het allemaal wel even regelen. Alles onder controle, zelfs haar moeder.”  

Hij gaf toe dat dat wel wat scherp gezegd was, maar dat hij daar niet tegen kon, ook niet op zijn werk, ‘die mensen zitten op mijn allergie’. Hij had ook een relatie gehad met zo’n regeltante, het kwam er op neer dat hij op den duur in zijn eigen huis niets meer had in te brengen. ‘Stom, dat je dat niet meteen ziet’. 

Twee kampen

Hij probeerde zich niet zoveel aan te trekken van het gedoe in de familie. Maar wat hij wel lastig vond was dat de zus die alles had willen regelen en een andere zus hun hele familie in het conflict probeerden te betrekken.

“Ze willen dat iedereen partij kiest”. Wat eerst een ruzie was tussen twee zussen was nu een ruzie waar acht van de tien kinderen bij betrokken waren. De ruzie werd o.a. dagelijks op Facebook uitgevochten, maar daar zat hij gelukkig niet op. Hij deed niet mee, net als één van zijn broers. “Maar ja, dat wordt me ook kwalijk genomen. Ze denken dat je goede en foute broers en zussen hebt en daar tussen zit niks. Dus zal ik ook wel fout zijn.”

Rivaliteit

Op mijn vraag of hij wist wat de scheur uit het verleden dan zou kunnen zijn, zei hij: “Jaloezie natuurlijk, wat denk je anders? Dat was vroeger ook al zo tussen beide zussen. Wie krijgt de meeste aandacht van ons moeder?”

Het was wel wat kort door de bocht, maar ik denk dat jaloezie tussen broers en zussen nogal eens tot op hoge leeftijd een rol speelt in de onderlinge verhoudingen. Professor R.E. Abraham zou het rivaliteit noemen. Daar heb ik al eens een serie blogs aan besteed.

De relationele grondwet

De relationele grondwet vloeit voort uit het werk van prof. Iván Böszörményi-Nagy. Omdat zijn tweede naam te lang is om te onthouden gebruiken mensen doorgaans zijn laatste naam. Maar die moet je weer heel anders uitspreken dan wat er staat. Je schrijft Nagy en je zegt Nodzj. Ik heet Henk. Spreek uit: Hanz. 

1. VERANTWOORDELIJKHEID

Alle mensen hebben recht op eigen verantwoordelijkheid. In die verantwoordelijkheid tel je mee en word je bevestigd in je volwassen-zijn. Als volwassene neem je verantwoordelijkheid voor de consequenties van je gedrag.

Soms word je boos en dan ga je door het lint. Daar mag je op aangesproken worden. Je ontduikt je verantwoordelijkheid niet door te zeggen dat de ander jouw boos heeft gemaakt en dat het allemaal aan je jeugd ligt. Het antwoord dat je aan de ander geeft is dat je zelf ver-antwoord-elijk bent voor je gedrag en dat je daar ook de consequenties van zult dragen. 

2. IDENTITEIT

Je mag zeggen wat je zegt, voelen wat je voelt en vinden wat je vindt. Dat staat niet los van je eigen verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid nemen voor samenwerking wil zeggen dat je wilt meebuigen om samen tot oplossingen te komen.

Je bent een eigen 'ik', los van én verbonden met de ander. Je hebt je eigen plek in de contacten met anderen. Je hoeft jezelf niet te laten overspoelen door de ander, maar eigen identiteit houdt evenmin in dat jouw ik wet moet zijn voor het denken en voelen van de ander. De eigen identiteit komt pas echt tot uiting als je ook durft mee te buigen met de ander (Martin Buber: Ik-Gij). 

3. RESPECT

Je toont respect voor de verschillen. Je bestrijdt ze niet, omdat je er niet mee om kunt gaan. Je benut ze, want juist in de verschillen liggen mooie kansen voor samenwerking.

In zekere zin komt deze vorm van respect in de buurt van het 'Agree to Disagree'. Je hebt je eigen ideeën, die leg je naast die van de ander, zonder direct de strijd aan te gaan. Je intentie is niet Tegen, maar Samen. Zonder mijn ideeën weg te poetsen luister ik naar wat ik van jou kan leren en meenemen. 

.

De pijn van het loslaten

Onlangs verscheen een nieuw boek van Chiel Egberts. Chiel is een vroegere studiegenoot en collega van mij en vriend van ons (niet voormalig, maar nog steeds). Hij heeft een eigen bureau, dat zich heeft gespecialiseerd in de zogenaamde Driehoekskunde.

Het vierde hoofdstuk van zijn boek gaat over ‘loslaten’ en ‘losmaken’. Hoewel Chiel altijd in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking heeft gewerkt trekt hij dit hoofdstuk breder: hoe kom je als zoon of als dochter los van je vader en moeder? Ik denk dat dit hoofdstuk mede wordt gekleurd door Chiels eigen levensfase en die van vrienden in zijn omgeving: kinderen de deur uit en ouders op hoge leeftijd.

Anders dan in voorgaande boeken gaat het nu vooral over kinderen die moeten leren hun ouders los te laten. Chiel schrijft dat loslaten altijd pijn doet. Er komen momenten dat je het loslaten als een crisis beleeft. Was het allemaal nog maar zo eenvoudig als vroeger…

"Zo lang ik slechts een deel van mijn ouders was, zonder individueel bestaan, en voortdreef als een sateliet in hun atmosfeer, was ik vrolijk als zij vrolijk waren en ernstig als zij ernstig waren." (uit Vader en Zoon, door Edmund Gosse).

Het kostte Edmund veel psychische strijd om los te breken uit de verstikkende invloedssfeer van zijn vader. Als Edmund 21 is ontstaat er een knallende ruzie, die leidt tot een abrupt vertrek. Maar hoe moet Edmund verder? Je vader blijft toch je vader…

Zelfs als de wereld thuis buitengewoon complex was, dan nóg kun je terugverlangen naar dat verleden.

Zoals Mark, die door zijn vader mishandeld en door zijn moeder verwaarloosd werd. Toen ik met hem gesprekken had viel me op hoezeer hij verlangde naar dat veilige thuis, dat er volgens mij bijna nooit geweest moest zijn. Maar Mark had allerlei plaatjes in zijn hoofd van kostbare momenten met zijn vader. Die mocht ik hem natuurlijk niet afpakken. Je vader is toch je vader.

Chiel schrijft in dit verband over het beeld van ‘overdag begraven en ’s nachts weer opgraven’. Overdag ben je druk aan het werk en daarmee vergeet je wat er is geweest. Maar ’s nachts (of in je vrije tijd) kan toch de crisis weer boven komen: de boosheid, het verdriet.

Communicatietrainer Ed Nissink schreef het boek "Je ouders op je schouders." Hij zegt: "Jezelf losmaken van je ouders lukt niet zolang je naar hun erkenning zoekt. Met elke klacht over je familie versterk je de band met hen."

Er zijn kinderen die (o.a. op advies van therapeuten) breken met hun ouders.  Ik meen dat dit als time-out een gewenste situatie kan zijn. Maar op den duur is het volgens Chiel uitstel van executie. “Het lijkt erop dat je dan vrij bent, maar later zul je ontdekken hoezeer juist de band met je ouders blijft opspelen. Je bent in vrijheid verbonden of in onvrijheid gebonden.”

Kinderen zullen hun ouders op een bepaalde manier moeten leren loslaten en hun eigen leven moeten leiden. Wie dat niet kan loopt psychische schade op die zich op allerlei ongezonde manieren kan vertalen. Zoals in de verhoudingen met andere mensen.

In het volgende hoofdstuk schrijft Chiel over de risico’s van het zorgen voor de ander. “Wie móet helpen om zich gelukkiger te voelen pleegt roofbouw op zichzelf en op degene die geholpen moet worden.”    

Naar aanleiding van: Chiel Egberts: Vasthoudend Loslaten (Toelaten in de driehoek cliënt, familie en professionals). Uitgave: Drienamiek, Apeldoorn, 2017.

Levenscyclus en familieverhoudingen (7)

Moeder Boonstra is 89 jaar oud. Ze woont samen met haar jongste zoon (Bertje, 48 jaar) in een vrijstaand huis in een Fries dorp. Dochter Martine woont in hetzelfde dorp, dochter Merel woont in een ander dorp. De oudste zoon, Johan, heeft veel contact met zijn moeder, maar hij woont op aanzienlijke afstand van zijn geboortedorp.

Bij de familie Boonstra raakte het emotionele evenwicht verstoord. Dat was al twee keer eerder gebeurd. De eerste keer toen geleidelijk gebleken was dat zoon Bertje een beperking had. De tweede keer doordat vader Boonstra vrij plotseling overleed.

Maar het leek wel of er daarna toch een nieuw evenwicht was ontstaan. Moeder Boonstra zorgde goed voor zichzelf en voor haar zoon Bertje. Zoon Johan zagen ze weinig in het dorp. De dochters Martine en Merel bouwden aan hun eigen toekomst. Ze hadden het beiden druk met hun gezin en hun baan. En ze leefden nog lang en gelukkig…

Het verstoorde evenwicht

Niet dus. Want opnieuw wordt het evenwicht verstoord. Moeder Boonstra is niet meer de vrouw die alles regelt. Ze gaat in de toekomst meer zorg nodig hebben. Er zal een kanteling gaan ontstaan. In plaats van de zorgende moeder mogen we nu zorgende kinderen verwachten. Maar daarmee komt ook de vraag naar voren: ‘en Bertje dan?’

Moeder heeft samen met haar oudste zoon Johan gezocht naar een wat meer levensloopbestendige oplossing voor Bertje. Daar is dochter Merel het hélemaal niet mee eens. Ze voelt zich gepasseerd en buitengesloten.

Archief van gevoelens

Laten we Ds. Rein Hoekstra eens aan het woord. Hij is predikant (NGK Dordrecht) en vader van een meervoudig beperkte zoon. “Bij een verstoord evenwicht komen oude, al lang verdwenen gewaande, gevoelens opeens weer in beweging. Dat heeft allemaal te maken met onze eigen jeugd. Hoe heb je je eigen vader en moeder beleefd? Hoeveel pijn en verdriet heb je in die relatie opgelopen? Welke gevoelens mochten wél van je ouders en welke niet? Waar heb je jezelf in vastgebeten? Hoe heb je teleurstelling en boosheid leren verwerken?”

Hoekstra: “Er blijkt een archief van gevoelens te bestaan waaruit van alles weer kan tevoorschijn komen, in beweging worden gebracht, door een ingrijpende ervaring” (in: Oneindig loyaal, Meinema). 

Broers en zussen

Volgens Hoekstra doet zich deze dynamiek niet alleen voor in de relatie tussen kinderen en hun ouders, maar ook in de relatie tussen broers en zussen, de langsdurende relatie in een mensenleven.

Eén van de factoren die hij noemt is dat kinderen de neiging hebben om zichzelf maar weg te cijferen als er een grotere problematiek is in het gezin. De aanwezigheid van een gehandicapt kind kan zo’n als groter ervaren probleem zijn. Barbara Krashner schrijft dat het op deze manier jezelf onzichtbaar maken één van de meest destructieve menselijke neigingen is. Lief zijn om maar geen ellende te veroorzaken. Dat zet alle relaties binnen het gezin onder druk.

En Merel dan? 

Zou dat aan de hand hebben kunnen zijn in het levensverhaal van Merel? Welke gevolgen heeft het voor haar gehad toen haar jongere broertje een beperking bleek te hebben? Ze had als (voormalig) jongste al haar plek in moeten leveren, want er kwam een nieuwkomer. Maar nu bleek dat broertje ook extra zorg en aandacht nodig te hebben. Welke emotionele gevolgen had dat voor haar?

Contextueel

Problemen in de context

Eén van de pijlers van het contextuele denken is dat intrapsychische problemen nooit los staan van de context, van de omgeving. Bijvoorbeeld: als iemand een depressie heeft is dat niet louter een kwestie van een probleem met de serotoninehuishouding. Het hele systeem rond de persoon moet ‘bekeken worden’.

Deze manier van denken staat haaks op de biologische psychiatrie en het breindenken. Daar hoor je geluiden als: ‘criminaliteit is een kwestie van neurologische aanleg’ of ‘alcoholisme ligt genetisch vast’.

Spoken in relaties

Sigmund Freud verwachtte van de patiënt dat deze “in staat was (maar ook de moed had) om de spoken onder ogen te zien die in relaties rondwaren”.

Dat vraagt om een bepaalde vaardigheid: in staat kunnen zijn om naar jezelf te kijken in relatie tot de ander. Dus niet alleen je moeder die jou onheus bejegende, maar ook het effect dat dit op jou heeft gehad inclusief de manier waarop je nu met je partner omgaat.

Psycho-analytisch geschoolde therapeuten (de volgelingen van vader Freud) meenden dan ook dat psychotherapie was voorbehouden aan hoogopgeleide (en vaak jongere) mensen. Dat had nog een bijkomend voordeel: ze waren particulier verzekerd…

Iván Böszörmenyi-Nagy meende in het verlengde van dit denken dat individuele therapie weinig zin had. De cliënt werd dan losgekoppeld van het systeem.

Overdracht

Het idee van Freud was dat de therapeut de boze gevoelens jegens de ouder manifest kon maken (in plaats van boos op je vader werd je boos op de therapeut of in plaats van verliefd op je vader en jaloers op je moeder werd je verliefd op je therapeut). Hij noemde dat verschijnsel overdracht. Dat zou al voldoende helpen voor een effectieve behandeling.

Altijd met het systeem

Nagy en andere contextueel therapeuten dachten heel anders. Ze meenden dat het loskoppelen van het systeem zelfs averechts zou kunnen werken. Het kon zelfs zo zijn dat de boosheid op je vader nog werd uitvergroot.

Immers: de therapeut bekrachtigde iedere keer de opmerkingen van de cliënt. Hij stimuleerde om alles uit de beerput te halen. Daardoor konden er ook waanideeën over andere gezinsleden ontstaan. Of de boosheid die eerst op de vader gericht was kon zich vertalen naar een ander gezinslid (dat mechanisme was door Freud al onderkend onder de noemer ‘verschuiving’).

Ervaren schuld

Er kwam voor Nagy nog iets anders bij. Als een gezinslid dat de pathologie van het gezin op zijn nek heeft zou herstellen, zou de ervaren schuld daardoor groter worden.

Bijvoorbeeld: de moeder heeft het kind emotioneel nodig. Die behoefte vertaalt zich in een schoolfobie bij het kind. Als de schoolfobie minder wordt gaat het kind zich meer schuldig voelen dat het nu niet meer in de buurt van moeder is.

Volgens Nagy los je dat mechanisme niet op door alleen het kind te behandelen. De moeder moet ook naar de therapiesessies komen en zéker de vader (hij heeft in dit voorbeeld niet de hoofdrol, maar wel een sleutelrol bij het vinden van een oplossing). Naar zijn mening moest iedereen elkaar in de ogen kunnen zien en elkaar kunnen vertellen wat er in de onderlinge transacties speelde.

Schuld

Het werk van Nagy vormde een belangrijke basis onder de behandeling die later de systeemtherapie is gaan heten. Bij Nagy speelde daarbij het woord ‘schuld’ een belangrijke rol, waarbij het – in navolging van Martin Buber – van belang is om onderscheid te maken tussen schuldgevoelens en existentiële schuld.

Rugklachten

Sinds de geboorte van haar tweede dochter heeft mevrouw Zandstra last van haar rug. Haar dochter heeft dat verhaal vele malen gehoord. De dochter zou tijdens de zwangerschap bij herhaling tegen het ruggenmerg van haar moeder hebben geschopt. De dochter meende afstand te hebben genomen van dit impliciete verwijt van haar moeder. Maar nu ze zelf zwanger is komt het verhaal toch weer boven. Hoe blij moet ze eigenlijk zijn met een kind dat nog voor de geboorte haar moeder levenslang pijn kan gaan doen?

Nagy: “Als ik werkelijk het gevoel heb dat ik het lichaam van mijn moeder geschaad heb kom ik daar niet overheen tenzij ik in staat ben om anders naar de hele wereld te kijken. Die schuldgevoelens raak ik alleen maar kwijt als ik over het hele bestaan anders ga denken.”

Volgens Nagy mist een individueel therapeut tal van inzichten en daarmee ook van kansen op een goede behandeling. Wie individuele gesprekken voert verkleint daarmee ook de kans op herstel. “Ik kan de structuur van de met schuld beladen loyaliteit niet volledig begrijpen zonder alle leden van het relationele systeem te kennen en zorg om hen te hebben.”

In het verhaal van mevrouw Zandstra kwam tijdens de behandeling naar voren dat haar moeder sinds haar geboorte langdurig aan bed was gekluisterd. De laatste 30 jaar van haar leven was ze weinig meer buiten geweest. Ze liet zich op bed verzorgen en leek het allemaal zuchtend te aanvaarden.

Evaluatie

Heeft Nagy gelijk? Aan de ene kant vind ik het verhelderend wat hij schrijft. Al moet ik er bij zeggen dat zijn taal ook wel deels geheimtaal is. Soms heb ik meer het gevoel dat ik met een lid van een geheim genootschap te maken heb. Maar dat kan ook komen doordat ik onvoldoende ben ingevoerd in de teksten van de contextuele therapie.

Aan de andere kant vind ik dat (ook) de contextuele behandeling maar een stukje van de psychische werkelijkheid weergeeft. Waar is bijvoorbeeld de wilskracht van een bepaald persoon, zijn motivatie om zelf tot oplossingen te komen? Wat maakt dat de één heel anders reageert dan de ander op een bepaald gezinssysteem? Wat is het gevolg van zogenaamde life-events op de persoon? Worden mensen werkelijk alleen maar gedetermineerd door hun levensverhaal?

Nooit alomvattend

In zijn algemeenheid: steeds weer ontstaan er nieuwe therapeutische stromingen die menen dat ze het psychische licht hebben uitgevonden. Bijna iedere nieuwe stroming meent het antwoord op alle vragen te hebben. Het gevolg is dat behandelaars soms bijna sektarische trekken kunnen krijgen.

Er bestaat geen allesomvattende psychische behandeling (nog los van de somatische kant die ook een rol speelt).

Als behandelmethodieken de bescheidenheid op kunnen brengen dat ze een stukje van de behandeling kunnen bieden (en daarmee open staan voor alternatieven) kunnen ze hun cliënten helpen bij de persoonlijke groei, als goede aanvulling naast andere behandelmethoden.

Loyaliteit en overdracht

Iván Böszörmenye-Nagy was een van oorsprong Hongaars psychiater en grondlegger van de contextuele therapie. Omdat zijn naam niet op zijn betaalpas paste heeft hij zichzelf later Ivan Nagy genoemd.

Nagy meende dat het vaak weing zin heeft om individuele gezinsleden te behandelen voor bijvoorbeeld hun depressie of persoonlijkheidsproblematiek, omdat de problemen altijd verweven zijn met de context van de omstandigheden (zoals het gezin) waarin iemand opgegroeid is.

Loyaliteit

Eén van de centrale thema’s binnen zijn therapie is het begrip loyaliteit. Kinderen zijn altijd kinderen van twee ouders. Op het moment dat het kind zich gedwongen voelt om te kiezen voor één van beide ouders ontstaat er een loyaliteitsconflict.

Nagy (en in zijn navolging o.a. de Duitse psychotherapeut) Bert Hellinger hebben in hun publicaties honderden voorbeelden gegeven van hoe deze loyaliteit doorwerkt in het gedrag van kinderen.

Schoolfobie

Om het (te) simpel uit te leggen: een schoolfobie van een kind een (onbewuste) manier zijn om de eigen groei in te ruilen voor meer ervaren loyaliteit aan de moeder. Op die manier kan de moeder ervaren dat het kind haar nodig heeft en dat ze ‘beter’ is dan de juf op school.

Grootouders

Destijds werkte in veel samen met een psychiater die nogal veel contextueel denken in zijn werk had ‘verstopt’. Op een gegeven ogenblik kwam de problematiek ter sprake van een man die niet meer uit bed wilde komen. Hij had een zeer nauwe band met zijn moeder. Zij lag in het ziekenhuis. De psychiater zei (nogal confronterend): “Ik wil zijn grootouders opgraven.”

Dat is namelijk het volgende verhaal binnen de contextuele therapie: jouw ouders hebben ook weer ouders. Wat hebben jouw grootouders aan je ouders doorgegeven? Dat verklaart ook hoe het kan dat joodse kleinkinderen die nooit de concentratiekampen hebben meegemaakt toch psychische kenmerken kunnen laten zien te maken hebben met de holocaust.

Overdracht en tegenoverdracht

De loyaliteit heeft ook alles te maken met overdracht en tegenoverdracht: twee termen die afkomstig zijn uit het woordenboek van Sigmund Freud.

Bij een behandelaar die een niet goed verwerkt conflict heeft met zijn eigen ouders zal dat conflict van invloed zijn op de wijze waarop hij zijn patiënten behandelt. Hij zou bijvoorbeeld de cliënt kunnen stimuleren om zich te verzetten tegen de invloed van haar moeder. Of omgekeerd: als een nogal regelende moeder in de behandelkamer verschijnt zal deze moeder waarschijnlijk eerder ‘irritatie’ bij hem oproepen. Want ook de behandelaar is een mens die twee ouders heeft en vier grootouders.

Familiediner

Volgens Nagy speelt de kleur die je in de verhoudingen met je ouders mee hebt gekregen spelen altijd een rol in de dynamiek met andere mensen met wie je te maken hebt. Zo kun je deze processen terugvinden in de verhoudingen tussen broers en zussen. Je hoeft maar een beetje van het werk van Nagy te weten of je ziet deze processen ‘life’ bij verschillende afleveringen van het Familiediner.

Buitenbeentje in het gezin

Een regelmatig beschreven fenomeen is dat van het buitenbeentje binnen het gezin. Bijvoorbeeld: de zondebok in het gezin, het kind dat ‘altijd ziek’ is of dat veel extra zorg nodig heeft. Zo’n kind kan de onbewuste functie hebben om andere persoonlijke problemen binnen de gezinsdynamiek toe te kunnen dekken. Als een kwetsbaar kind sterker wordt zie je dan vaak andere problemen de kop op steken binnen het gezin.

Omgang met andere mensen

Maar niet alleen binnen het gezin spelen deze processen. De wijze waarop kinderen groter groeien, de ‘schema’s’ die ze van huis uit meekrijgen, zijn volgens Nagy ook van grote invloed op de wijze waarop ze later als volwassene met andere mensen omgaan.

Zorg

In mijn werk in de zorg ben ik steeds meer gaan begrijpen hoe de achtergrond van begeleiders van invloed is op de wijze waarop ze ‘zorgen voor’ andere mensen.

Maar ook over de wijze waarop ik met mijn achtergrond en kleur weer naar die processen kijk. Want ik ben ook zeer gekleurd (verkleurd).

Daar ben ik nog lang niet op uitgekeken. Gisteren maakte ik een treinreis van drie uur en toen heb ik weer twee pittige artikelen over dit onderwerp tot mij genomen. Ik kan bijna dizzy aan op de plaats van bestemming… Gelukkig ben ik niet vergeten om uit te checken…