Niets is wat het lijkt

Veel discussies lijken over de inhoud te gaan, maar ze spelen eigenlijk op betrekkingsniveau. Met de inhoud wordt het feit bedoeld. Er is bijvoorbeeld discussie over de plaats van een schuurtje bij de buurman: staat het binnen de erfgrens en net over de erfgrens? Maar als je dieper kijkt ligt er vaak een gevoelskwestie (betrekkingsidee) onder. Bijvoorbeeld: 'ik ben allergisch voor mensen die de baas willen spelen'. Het gaat niet om het schuurtje. Is dat probleem opgelost, dan komt er wel weer een ander probleem.

“Een situatie is altijd complexer dan men denkt” schrijft Marc America (2016).

  1. Er is een meningsverschil (er mist een bedrag bij een erfeniskwestie)
  2. Iemand doet een aanname (ik weet voldoende om te begrijpen wat er aan de hand is)
  3. Die persoon stelt vervolgens een doel: hij probeert om de ander van zijn gelijk te overtuigen (een aanname is een stelling die wordt ingenomen zonder te toetsen).
  4. Die persoon doet -als de ander een ander idee heeft – opnieuw een aanname: “Ik weet wel wat jouw bedoelingen zijn.” De persoon kan dus zijn verhaal niet meer doen; de situatie is al voor hem ingevuld door de aanname door de ander.
  5. Het doel dat die persoon stelt is vervolgens: “Jij moet geloven dat je verkeerd zit.”
  6. En hij stelt een nieuwe aanname: “Het is dus jouw schuld.”
  7. Het nieuwe doel is: Je moet schuld bekennen, anders kan ik geen vertrouwen meer in jou hebben.

Gelijkgestemden

Om kracht bij het standpunt te zetten probeert degene die de aannames stelt mensen om zich heen te verzamelen die het met hem eens zijn. Er moet een front gevormd worden. Dan krijgt hij nog meer gelijk. Afgelopen maandag plaatste het Nederlands Dagblad een column van mij die over ditzelfde psychologische mechanisme gaat.

Emotioneel beladen

Wat gaat er mis in deze situatie? Rond een erfenis spelen altijd emotionele thema’s een grote rol.

Volgens Marc America worden in een emotioneel beladen situatie emoties en feiten door elkaar gehaald. De aannames suggereren feiten, maar ze gaan over gevoelens. Maar over die gevoelens kan niet gepraat worden, want ze zetten de feiten mogelijk op losse schroeven.

Kwetsbaar ik

De meest spannende verhouding doet zich voor als de identiteit van de persoon in kwestie in het geding is. Bij mensen die in sociaal-emotioneel opzicht kwetsbaar zijn wordt het denken dan al snel zwart-wit: de één zit helemaal goed en de ander zit helemaal fout.

Marc America: “Zonder wederzijds begrip kun je elkaar niet overtuigen. Je kunt alleen uit een onenigheid komen als je je inleeft in het verhaal van de ander.”

Als die bereidheid er niet is wordt bemiddeling door een derde (mediation) vaak ook niet meer geaccepteerd, dat is te bedreigend. Want het ging helemaal niet om de feiten, het ging om het eigen gelijk.

 

Advertenties

Gesprek zonder einde… (1)

Twee uur praten en geen stap verder. Een stap vooruit en weer een stap achteruit. Dus geen drie stappen vooruit en twee stappen achteruit.Dan ga je tenminste nog de goede kant uit. Waar doe je het allemaal voor? Dat was het gevoel bij een behandelaar waarbij er een behandelplan moest worden opgesteld.

De behandelaar had al een gesprek gehad. Tijdens dat gesprek leek het wel of er in cirkels rondgedraaid werd. Om alles nog eens goed vast te leggen had hij een verslag van maar liefst vijf kantjes geschreven waarin alle overwegingen op een rijtje waren gezet.

Je zou denken: wat een service! Alles staat op een rijtje. Nu kunnen we verder. Maar het tweede gesprek verliep op precies dezelfde manier. Het was een herhaling van zetten. Wéér werden dezelfde argumenten naar voren gehaald. Wéér moest de behandelaar alle stappen uitleggen. En wéér kwam hij geen stap verder.

Moest er nog een derde gesprek komen? Hoe lang moest deze behandelaar nog doorgaan met gesprekken? Waren er nog ingangen om verder te komen?

Patroon

Als je kijkt naar het verloop van het gesprek zit er een patroon in.

Stap 1: De cliënt vroeg aan de behandelaar om een oplossing voor zijn probleem. De behandelaar ging hard aan het werk en bedacht drie varianten. Hij zette op een rijtje wat de voordelen en de nadelen waren van deze drie oplossingen.

Stap 2: De volgende stap was dat de behandelaar aan de cliënt vroeg: “Hebt u een voorkeur voor één van deze oplossingen?” Daar ging het mis. De reactie van de cliënt was: “Met alle respect hoor, ik heb waardering voor uw vak, maar u bent de behandelaar, u moet weten wat het beste is.., ik heb daar geen verstand van.”

Stap 3: De daarop volgende stap was dat de behandelaar zei: “Vanuit mijn vak gezien zou ik voor de tweede oplossing kiezen. Ik vertel u nog een keer de voordelen… en de nadelen… Maar u moet er mee leven, daar kan ik geen uitspraak over doen.”

Hakken in het zand

Op het moment dat de behandelaar zijn voorzichtige voorkeur had uitgesproken zetten de patiënt zijn hakken in het zand. Hij had het gevoel dat hij in één richting geduwd werd en geen keuzevrijheid meer had. “Met alle respect voor uw vak hoor, en voor u als persoon, maar het is mijn leven en ik moet er mee zien te dealen.” 

Daarop zei de behandelaar: “U bent helemaal vrij in uw keuze. Ik heb mijn eigen afweging, maar het is uw leven. Wat zou u zelf willen?”

De reactie van de cliënt: “Met alle respect, maar ik heb daar geen verstand van. Het is aan u om te kijken wat de beste oplossing is. Wat zijn de risico’s voor mij? Hoe schat u dat allemaal in?”

Wel/niet

Dus: de cliënt vraagt aan de behandelaar om een advies, maar op het moment dat dat advies komt voelt hij zich klem gezet. Dat pakt hij in een glimmend verbaal pakpapier, waarbij hij zich klein voordoet, maar wel wil bepalen. Met alle respect, u weet het het beste, maar ik wil bepalen.

Het gedrag van deze cliënt deed me denken aan dat van de peuter…

Je wilt de peuter een hapje geven en hij slaat de lepel uit je handen. Vervolgens zeg je: 'Doe het zelf maar'. Maar dan klinkt er een klein stemmetje: 'Jij moet me helpen'. Maar op het moment dat je als opvoeder dan weer het initiatief neemt is dat óók weer niet goed. De peuter wil het zelf allemaal onder controle houden...

 

Geestelijk gezonde interactie

Er zijn psychologische stromingen die de nadruk leggen op het individu (zoals de psychoanalyse). Anderen leggen juist de nadruk op de interactie tussen mensen. Eén van die stromingen is de systeemtheorie.

Volgens de systeemtheorie zijn mensen geestelijk gezond als ze in hun interactie afwisselend kunnen zijn. De ene keer zijn ze meer volgend, de andere keer meer leidend.

Geestelijke gezondheid

Bij een toestand van geestelijke gezondheid kun je aanvaarden dat de ander soms meer weet dan jij. Je gaat dan niet steeds weer de strijd aan (rivaliteit), omdat je het niet kunt verkroppen dat de ander op een bepaald punt meer kennis van zaken heeft. Zie hiervoor de blog van de betweter die bij de tandarts komt en aan de tandarts gaat voorschrijven hoe hij behandeld moet worden.

Bij een toestand van geestelijke gezondheid hoort dus flexibiliteit. Je past je aan aan de omstandigheden. Soms heb je een rol, waarbij je in de bovenpositie zit, dan moet je die rol ook durven nemen. Maar op andere momenten zit je in een andere rol: dan moet je de leiding (of de kennis) van de ander durven aanvaarden.

In een onderzoek werd geturfd hoe vaak gezinsleden ten opzichte van elkaar een bepaalde positie innamen. Het bleek in dat gezin dat één gezinslid in bijna alle interacties de bovenpositie innam tegenover de andere gezinsleden. In de systeemtheorie gaat er dan een alarmbel rinkelen. Dit is een signaal van een geestelijk ongezonde situatie.

Feedback

In de praktijk wordt het zogenaamde ‘assertief zijn’ vaak verward met feedback. Bij het geven van goede feedback is sprake van ‘geven en nemen’. Maar in de situatie van geestelijk ongezonde interactie is er sprake van eenrichtingsverkeer. Dat is dus geen goede feedback.

Een paar regels voor gezonde feedback:

  • Bij feedback check je eerst wat de ander bedoeld heeft (ANNA: Alles Nagaan, Niets Aannemen).
  • Bij feedback ga je pas spreken als je de ander gehoord hebt. Dus NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander.
  • Feedback is niet veroordelend.
  • Feedback doe je op het juiste moment en niet als de ander te kwetsbaar is.
  • Feedback moet specifiek zijn (dus niet in termen als ‘altijd’ en ‘iedereen’).
  • Bij gezonde feedback heb je minstens zoveel aandacht voor je eigen aandeel in de communicatie als voor het aandeel van de ander. Je wijst dus niet met je vinger maar één kant uit.

Wip-wap-relatie

In de jaren '70 van de vorige eeuw ontwikkelde Wout Schaper het idee van de wip-wap-relatie. Van dat model heb ik later nooit meer wat gehoord. Maar wat ik er van begrepen heb is dat het gaat over de relatie tussen twee personen.

Stel: je hebt een relatie tussen twee personen. Dat komt nog altijd voor. Niet iedereen leeft op zichzelf.

Er zijn relaties die asymmetrisch zijn. Bijvoorbeeld: de vrouw bepaalt bijna alles en de man volgt haar. De vrouw neemt het initiatief over het wat en het hoe van het huishouden, de uitgaven en de vakantie. Alleen op het voetbalveld en op zijn werk heeft de man even pauze in deze gezagsverhouding. Maar thuis heeft zijn vrouw de broek aan. Ik zeg niet dat het altijd zo is, maar het komt wel eens voor. Dat is dan nogal asymmetrisch.

Zo'n verhouding kan overigens tot tevredenheid van beide mensen jarenlang standhouden. Om Godfried Bomans te citeren: "Ik had een oom...." 
Ik had dus een zogenaamde oom die thuis weinig in de melk had te brokkelen. Zijn vrouw regelde alles. Ze legde zelfs zijn onderbroeken klaar. Maar die man vond dat heel prettig. Hij hoefde niet na te denken, alleen maar instructies te volgen en hij kon zich verder met zijn interesse bezig houden: het werk als boekhouder en daarnaast het volgen van de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland. Zo viel het hem op dat het feminisme nogal in opmars was in ons land. Dat vond hij geen gunstige ontwikkeling. Waar moest het naar toe als de vrouw alles te zeggen kreeg in de samenleving? 
Ze hebben op die manier hun 50-jarig huwelijksfeest naar volle tevredenheid gevierd, waarbij zij alles regelde en ook zorgde dat hij weer een schone onderbroek aan had.

Communicatie

In een gezonde relatie is voldoende communicatie. Het woord communicatie betekent letterlijk: samen delen. Het is dus over-en-weer.

Kenmerken van gezonde communicatie zijn o.a.: vertrouwen,
openheid, interesse in elkaar en de inhoud, nieuwsgierigheid naar elkaar toe, emotionele veiligheid, maar ook het op een gezonde manier (niet vanuit de boven-of de onderpositie) kunnen bespreken van conflicten.

Kenmerken van ongezonde communicatie zijn o.a. de volgende signalen: mensen proberen elkaar te overtuigen, niet uit laten praten, gaan steeds harder praten, doen vijandige uitspraken, stellen geen vragen meer, maar oordelen over elkaar of gaan elkaar vermijden.

Wip-wap: afwisseling

Maar wat was dan die wip-wap-relatie? Dat weet ik niet meer precies, ik zie alleen de gele verkleurde klapper nog liggen op het grijze bureau van één van mijn vroegere collega’s.

Volgens mij ging het er over dat je naast die communicatieprincipes in een gezonde relatie ook nog de afwisseling in het leiding geven nodig hebt. Bijvoorbeeld: in huis neemt de vrouw het voortouw, maar op vakantie heeft de man de leiding. Ieder heeft eigen terreinen, op het ene gebied neemt de één meer het initiatief, op het andere terrein neemt de ander meer de leiding. En kenmerkend zou dan zijn dat ze dat van elkaar accepteren dat er verschillende taakgebieden zijn binnen de relatie.

 

Degene die in een kledingzaak voorop loopt heeft het initiatief genomen. Loopt de vrouw voorop en komt de man er achteraan gedrenteld, dan vindt de vrouw dat de man nodig nieuwe kleren moet kopen. Vervolgens ziet de man een winkel met allerlei technische apparatuur, dan loopt hij opeens voorop. Daar ligt het initiatief dus anders.

Ik zeg hier man/vrouw, maar als het om technische zaken gaat loopt mijn wettige huisgenote altijd voorop. Zij is hier in huis het hoofd technische dienst. Voor man mag je dus ook vrouw lezen. En omgekeerd natuurlijk.

Nog een variant is de wip-wap is dat als de één een moeizame periode heeft, dat de ander dan vaak sterker wordt. Die ander blijkt dan meer aan te kunnen. Er kan dus ook door de tijd heen een verschil zijn in de mate van leiding geven. Precies zoals bij de wip-wap: de ene keer zit je boven en de andere keer beneden.

Mythe van Mehrabian

93% van onze communicatie is non-verbaal

Tsja, dat hoor je nogal eens zeggen (!). De spreker die dat zegt wordt mogelijk helemaal niet gehoord. Want het overgrote deel van onze communicatie is non-verbaal.

"Preken helpt niet" zeg ik dan ook wel eens tegen een dominee. "Je kunt er maar beter mee stoppen. Want bijna alle communicatie is non-verbaal. Wat sta je dan te doen op die preekstoel?

Maar klopt die stelling wel? Hebben onze woorden nauwelijks enige invloed? Dan zou iedere leerkracht wel kunnen stoppen met zijn werk, iedere schrijver kunnen stoppen met schrijven. Woorden doen er immers niet toe. Het schrijven van een sollicitatiebrief heeft geen enkele zin: het gaat om je non-verbale verschijning.

Albert Mehradian heeft de conclusie dat 93% van onze communicatie non-verbaal is helemaal niet getrokken! De formule 7% (betekenis van je woorden), 38% (intonatie), 55% (lichaamstaal) gaat over een zeer specifieke omstandigheid.

Stel je voor dat er iemand “Brand!” roept. Je kunt die persoon niet zien, maar je hoort alleen de woorden. Je gaat toch in de alertstand. En als je zo iemand wél ziet roepen, dan hoef je heus niet precies te begrijpen wat lichaamstaal inhoudt. Je let voor een groot deel alleen maar op de woorden. “Bom!” roepen in de wachtrij op Schiphol heeft hetzelfde effect: de woorden maken de muziek.

Wat heeft Mehradian wél bedoeld? Hij deed zijn onderzoek op specifiek emotioneel beladen situaties. Als je bijvoorbeeld wilt vertellen dat je erg verdrietig bent, dan gaan mensen naar verhouding veel meer letten op hoe je dat uit, op welke lichaamstaal je laat zien. Vertel je lachend dat je verdrietig bent, dan komt je verhaal helemaal niet over.

Omdat de cijfers van Mehradian zo vaak te onpas worden gebruikt wordt de 7-38-55 formule tegenwoordig wel de Mythe van Mehrabian genoemd. Dat ligt niet aan zijn onderzoek, maar aan de mensen die hem verkeerd geciteerd hebben.

 

Dubbele boodschappen

 In de jaren ’70 dacht men dat schizofrenie werd veroorzaakt door de zogenaamde double bind. Dat wat er gezegd werd was niet in overeenstemming met de onderliggende gevoelens.

In relatie tot de oorzaak van het ontstaan van schizofrenie was daarbij vooral de positie van de moeder in het geding. Volgens deze double bind hypothese zou de moeder zéggen tegen haar kind dat ze van hem hield, maar op gevoelsniveau zou ze het kind van jongs af aan hebben afgewezen. Het gevolg was dat het kind niet op eigen benen kon staan: het ontwikkelde een gespleten persoonlijkheid.

Inmiddels weten we dat schizofrenie géén gespleten persoonlijkheid is. En ook dat een moeder niet de pedagogische oorzaak is van het ontstaan van schizofrenie.

Maar het idee van de double bind is wel overeind gebleven. Mensen die op die manier met elkaar communiceren houden elkaar in een communicatieve wurggreep.

Kenmerkend voor deze binding is dat er verwachtingen worden gesteld, waarbij impliciet tegelijkertijd ook wordt verwacht dat ze toch niet waar worden gemaakt. Je vraagt iets van de ander, maar je boodschap is ook dat de ander dat tóch niet uit kan voeren.

Pragmatische paradox

ignore-this-signIn de taalkunde kennen we de pragmatische paradox. Het plaatje laat het meest bekende voorbeeld zien. Op het moment dat je aan de opdracht voldoet zit je fout. Je moet het bord negeren, maar als je dat doet heb je het bord niet genegeerd.

Bijbel: Kretenzers

Een bekende pragmatische paradox in de Bijbel is de uitspraak van de Kretenzer (inwoner van Kreta) Epimenides dat alle Kretenzers leugenaars en vadsige buiken zijn. Als iemand die zelf op Kreta woont zegt dat al zijn eilandgenoten leugenaars zijn: kan hij dan gelijk hebben? Nee, dat kan niet, want hij liegt dan zelf ook. Anders zouden niet alle Kretenzers leugenaars zijn.  Het is dus een uitspraak die niet waar kan zijn. Hoe je het ook wendt of keert: je komt uiteindelijk nooit goed uit.

Relatie

Als je tegen je partner zegt dat je graag wilt dat hij nu eens spontaan en uit zichzelf gaat opruimen geef je zo’n dubbele boodschap af. Op het moment dat hij gaat opruimen is het namelijk niet meer uit zichzelf: je hebt de wens uitgesproken (of misschien eigenlijk zelfs: de opdracht gegeven).

De achterliggende emotie van de opdrachtgever uit dit voorbeeld is dat je er eigenlijk toch niet in gelooft dat je partner ooit uit zichzelf gaat opruimen. Doet hij het alsnog: dan is het toch niet vanzelf. Je had immers zelf de wens uitgesproken? Dus doet hij het wéér niet goed. Het ‘kanniewaarzijn’ dat hij uit zichzelf opruimt.

Communicatieve gevangene

Ann Voskamp schrijft: “Verwachtingen doden relaties.” Maar verwachtingen die zijn verpakt in een dubbele boodschap zijn nog erger; ze maken mensen tot elkaars gevangene en maken mensen machteloos.

Deze aangeleerde communicatiepatronen gaat vaak terug tot in de jeugd. Het is belangrijk om er een beeld bij te hebben welke verwachtingen je vroeger van je omgeving had.

Ik-boodschap

Je kunt uit dit soort patronen komen door te oefenen in heldere boodschappen zonder dubbele boodschap. Dus niet: Je moet de boel opruimen (uitgesproken), maar dat zul je toch wel weer niet doen (onuitgesproken, let op het ingewikkelde taalgebruik).

Maar met een ik-boodschap: “Ik zou er blij mee zijn als je de kamer opruimt”. En dan dus zonder de komma: ‘maar dat ga je toch niet doen’. Vertrouwen dat het wél gebeurt, al is dat waarschijnlijk niet direct.

Tegenstrijdige boodschappen

Moeder met kinderen

In de trein zit een mevrouw met twee kinderen. Nu zijn er wel meer mevrouwen met twee kinderen, maar deze mevrouw valt mij extra op. Dat is niet vanwege haar uiterlijk, maar vanwege de uitspraken die ze doet.

Tussendoor gaat ook nog eens de telefoon. Uit het gesprek maak ik op dat ze in een vechtscheiding verwikkeld is. Terwijl mamma aan het praten zijn de kinderen met elkaar in een strijd verwikkeld over het gebruik van de ipad. “Lieverds, wat zijn jullie weer vervelend!” roept mamma opeens. Als het telefoongesprek is afgelopen pakt ze de beide kinderen bij de hand, kijkt ze strak aan en zegt: “Wat zijn jullie toch vervelend! Maar mamma houdt wel zielsveel van jullie!”

De kinderen zijn onderweg naar pappa. Mamma zegt: “Niet geloven wat pappa zegt, hoor. Mamma houdt het meeste van jullie. En zondag zijn jullie gelukkig weer bij mamma! Even doorzetten, dan mag je weer naar huis.” 

Het is duidelijk dat hier emotioneel stevig gechanteerd wordt. Deze kinderen kunnen geen kant meer uit. Moeder zendt tegenstrijdige boodschappen uit. Het gevolg is dat deze kinderen moeite zullen hebben om er op te vertrouwen dat andere mensen betrouwbaar zijn.

Rattenverdelging

Op de televisie zie ik een directeur van een zorginstelling. Naar de cameraploeg toe zet hij zijn beste beentje voor. Het is één en al PR wat de klok slaat. Officieel gaat het programma over vernieuwing in de zorg. Maar daar gaat het helemaal niet over. Het gaat over deze directeur die het zo ontzettend goed doet. Hij heeft het beste voor met zijn medewerkers en zijn cliënten.

In een onbewaakt ogenblik heeft de directeur niet door dat de camera nog aan staat. De journalist is ter ore gekomen dat er ook kritiek is op het rigoreuze veranderingsbeleid dat de directeur heeft ingevoerd. Opeens verandert de goedlachse directeur in een ander persoon. “Ratten zijn het!” zegt hij, “en ratten moeten verdelgd worden. Wie heeft u gebeld? Ik wil de naam van de persoon die u gebeld heeft!” 

Als de directeur weer iets voor de camera mag zeggen vertelt hij dat niet iedereen de veranderingen even goed kan volgen. Mensen moeten immers uit hun comfortzone komen. Daar heeft hij alle begrip voor. Dat kan men rustig aan hem overlaten. Hij zet wel de koers uit, maar staat ook open voor de dialoog.

Dialoog of einde verhaal?

Hans de Vries wordt uitgenodigd voor een gesprek. Doel van het gesprek is om met elkaar te overleggen over de wijze waarop Hans zijn taken invult. Daar zijn namelijk vragen over en het lijkt goed om het daar eens over te hebben. Als de zaken goed op een rijtje worden gezet worden eventuele problemen in de toekomst voorkomen. Daarbij wordt er van uit gegaan dat iedereen het beste voor heeft met de anderen.

Hans zet een aantal zaken op papier. Hij wil uitleggen hoe hij zijn taak ziet. Door een communicatiefout komt hij er echter vlak voor het gesprek achter dat het niet zal gaan hoe de zaken goed op een rijtje gezet kunnen worden. De bedoeling is dat Hans van zijn taken zal worden ontheven. Geen samenwerking, maar escalatie. De boodschap was aardig verpakt, maar de inhoud zag er heel anders uit.

Aanslag

Kenmerkend van al deze boodschappen is dat de buitenkant niet klopt met de binnenkant. Inhoud en betrekkingsniveau sluiten niet op elkaar aan. Wat je ziet is niet de werkelijkheid. Dat zet mensen op het verkeerde been. Als je die boodschap van jongs af aan hoort doet dat een aanslag op de gezonde geestelijke groei.