Breien in de klas

Toen ik in de jaren '70 les gaf was een gewoonte van veel cursisten dat ze breiden tijdens de les.

Het hoofd opleiding was het daar niet mee eens. In de les mocht niet gebreid worden. Of haken, borduren en macrameeën ook verboden werden, daar heb ik toen niet over nagedacht. Dat was misschien nog een passend alternatief geweest.

Ik was niet zo solidair met het korps van full-time docenten. Zo’n maatregel vond ik maar onzin. Ik was ook niet bij de besluitvorming betrokken geweest. Het breien hoefde van mij niet verboden te worden. Er was geen enkele aanleiding om te denken dat breiende leerlingen minder zouden opletten.

Ik stelde als extra zinvol alternatief zelfs nog voor dat de cursisten een trui voor mij zouden breien. Daar kon toch niets op tegen zijn. Nog diezelfde les werd ik helemaal opgemeten door een aantal enthousiaste leerlingen. Ze wilden de volgende les aan de slag gaan.

Helaas is het niet zover gekomen. ‘We’ hadden immers besloten dat er niet gebreid mocht worden tijdens de lessen? Dat ik niet bij dat ‘we’ betrokken was geweest en de leerlingen al helemaal niet: dat deed niet terzake.

Bij één van de cursusgroepen viel mij op dat drie van de vier mannen de toets der kritiek van het hoofd opleiding niet konden doorstaan: ze konden niet verder met de opleiding. Van de 18 dames slaagden er 17. Dat bracht mij op een nieuw idee. De heren hadden niet gebreid, de dames wel. Zou het kunnen zijn dat breien een positief effect had op de leerprestaties?

Helaas werd de opleiding niet direct gekenmerkt door ruimte voor afwijkingen in de leer. Het voorstel werd niet eens in stemming gebracht. Een paar maanden later moest ook ik het veld ruimen. Van die trui is het nooit meer gekomen.