Anna Paulownapolder (2)

"Het gaat allemaal achteruit, meneer, het gaat allemaal achteruit." Aldus een man met een bruin getaande huid en een geruite pet in het dorp Breezand.

Breezand is het centrum van de Anna Paulownapolder. Het is ook het centrum van de bollenteelt in Noord-Holland. En het areaal bollen is weer het grootste van heel Nederland. Nee, van de hele wereld (zegt men).

De tulpen waren uitgebloeid, maar nu waren er alliums in de aanbieding

Opmerkelijk is dat de namen van de bollentelers in Breezand vaak hetzelfde zijn als die van bollentelers rond Hillegom en Lisse. Tal van jonge gezinnen emigreerden enkele decennia geleden vanuit de overvolle bollenstreek naar deze omgeving. Ze namen hun geloof mee. Breezand is een overwegend Rooms-Katholiek dorp. Maar nu niet meer, volgens de man die mij aansprak. Er kwam volgens hem geen kip meer in de kerk en dat lag niet alleen aan corona.

Breezand met de kerk van Sint Jan de Evangelist

De kerk van Sint Jan de Evangelist is een karakteristiek bouwwerk uit 1931, uitgevoerd in gele baksteen met een donker interieur. Na de enorme reeks aan neogothische kerkgebouwen die de Rooms-Katholieke Kerk rond 1880 liet bouwen kwam er een nieuwe reeks bij in de jaren ’30 van de vorige eeuw. Zo’n kerkgebouw staat er nadrukkelijk te zijn in Breezand.

Ik had verwacht dat de straten in Breezand inmiddels verhard waren, maar ik moet me door het plaatselijke zand ploeteren om bij de plaatselijke supermarkt te kunnen vervoegen. Daar hoor ik mensen in een vreemde taal spreken. Het zijn vermoedelijk Polen. Of het Noordpolen of Zuidpolen zijn weet ik niet. Ze slaan boodschappen in, waaronder twee kratten bier van een niet met name te noemen merk.

De Meerweg bij Breezand

Breezand is een dorp in de gemeente Hollands Kroon, die (behalve Den Helder en Texel) bijna de hele Kop van Noord-Holland beslaat. De gemeente telt bijna 70 dorpen en gehuchten en geen enkele stad. De grootste partij is de Seniorenpartij. Ik heb begrepen dat senioren regelmatig elkaar in de al dan niet aanwezige haren zitten, ik weet niet hoe men de ruzies binnen deze gemeente geregeld heeft.

Ik houd nog steeds van dit gebied. Toen we er in 1973 fietsten sprak ik de woorden 'Hier zou ik later wel willen wonen'. Twee jaar later woonde ik er. Weliswaar in de stad Den Helder, maar toch met deze ruimte binnen fietsbereik. 

Noordkop

Mooi zijn die foto's niet met mijn telefoon. Ze komen een beetje over als foto's met een speelgoedcamera. Een telefoon is om te bellen en niet om te fotograferen. Dus daar heb ik mijn geld ook niet in gestoken.
Callaveld in Kleine Sluis

Toch een paar foto’s van het land rond Anna Paulowna en Breezand. Elke keer als ik daar ben voelt het als ‘thuis’. Dat begon al in 1973, toen we een fietstocht maakten vanuit Amsterdam naar Den Oever. Ik zei tegen mijn toen al wettige echtgenote Tineke: “Hier zou ik best willen wonen.” Tineke was toen nog behoorlijk volgzaam, dus we zijn er inderdaad gaan wonen.

Langs het Caloriepad

Het aantal inwoners van de Noordkop daalt. Desondanks is het ook hier in de Noordkop (beter bekend als de Kop van Noord-Holland) aanzienlijk drukker geworden. Toch ademt het land nog steeds de weidsheid die me destijds zo aansprak.

Meerweg in Breezand

Elk jaar hebben we met vier ex-collega’s (inmiddels pensionado’s) een ontmoeting in het huis van de oudste van deze collega’s. Hij woont op het platteland ten oosten van Breezand. Zijn huis dateert uit de jaren ’20, maar op het erf heeft hij eigenhandig een zelf ontworpen huis gebouwd. Dat doet dienst als ruimte voor de jaarlijkse reünie.

Zonsondergang langs het Caloriepad

Om er te komen neem ik de trein naar Anna Paulowna. Tenminste: zo heet het station. In werkelijkheid heet het hier Kleine Sluis. Daarna fiets ik in tal van haakse bochten over het zogenaamde Caloriepad naar het huis van onze ex-collega. De bollen zijn inmiddels uitgebloeid, het zijn o.a. de calla’s en de freesia’s die nu in bloei staan.

Volgens één van mijn collega's ruiken freesia's naar stroopwafels. Ook nu heb ik weer geprobeerd om te ontdekken of dat werkelijk zo is. Ik heb nog geen geurige overeenkomsten gevonden. 

Anna Paulownapolder

In 1973 fietste ik hier voor het eerst. Toen dacht ik: in deze omgeving zou ik wel willen wonen. Twee jaar later woonden we er. Niet in de polder zelf, maar in Den Helder.

Vrijdag was ik hier weer. Met heimwee naar oude tijden. Het intensieve werk op een grote instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. Maar ook de ruimte en de rust als ik even mijn hoofd leeg wilde fietsen.

De Anna Paulownapolder is inmiddels 150 jaar oud. En nog steeds dacht ik: ‘hier zou ik wel willen wonen’. Je proeft er het zout van de zee op je lippen. De bomen kromgetrokken van de overheersende westenwind.

Maar inmiddels wonen we in het dichtst bevolkte deel van de Randstad. Dat heeft ook zijn voordelen. Maar die polder met zijn rechte wegen: ik blijf het een erg mooi stukje van Nederland vinden…