De Zak (10, slot)

Het is veel leuker om zonder kaart je neus achterna te fietsen. Maar zo langzamerhand moet ik toch zorgen dat ik weer in de buurt van een station kom. Het begint te schemeren en de nachten zijn bij heldere hemel in maart best koud.

Ik kronkel mijzelf door de Rucphense Bosschen. Kennelijk bestaat hier nog de oude spelling. Mooie stukken bos, een fietspad dat af en toe rechtdoor loopt en dan weer onverwachtse kronkels maakt en percelen heide die deels zijn overwoekerd door gras. En dat alles in het licht van de laagstaande zon.

Tussen de dorpen Rucphen en Schijf door baan ik mij een fietsweg in noordoostelijke richting. Ik kom door buurtschap De Dood, maar weet deze passage te overleven.

Even verderop ligt het dorp Sprundel. Veel Brabantse dorpen groeien uit hun voegen en bestaan uit vaak eindeloze laagbouw rond een hoofdweg met wat oudere bebouwing met vaak een grote Rooms-Katholieke Kerk uit de tweede helft van de 19e eeuw, met daarnaast een grote pastorie en doorgaans ook een plaatselijk café in de buurt (voor na de kerkdienst). In Sprundel is het kerkgebouw nieuwer (uit 1922) en inmiddels gesloten als kerk. Het is een gemeenschapshuis geworden. En de pastorie is tot brasserie omgebouwd. Het plaatselijke klooster is afgebroken.

Kwam ik in Zeeland veel SGP-posters tegen, hier zie ik PVV-posters. En wat blijkt (later)? De PVV was ook bij de verkiezingen van vorige week weer de grootste partij met ruim 30% van de stemmen. Dat was overigens bij de vorige verkiezingen bijna 40%.

Het laatste licht van de afgelopen dag

Ik fiets het dorp weer uit en houd een route ten zuiden van het tweelingdorp Etten-Leur aan. Het dorp bestaat voornamelijk uit bloemkoolwijken en andere variaties op het thema doolhof. Over de Hilse Baan en de Sprundelse Baan fiets ik naar Lies en daarna het dorp Princenhage binnen, dat tegenwoordig binnen de stadsgrenzen van Breda valt.

Breda (bijna 200.000 inwoners) heeft uitgestrekte nieuwbouwwijken. Voordat ik in het centrum ben ben ik nog wel 20 minuten aan het fietsen. De binnenstad wordt gedomineerd door de hoge toren van de Onze Lieve Vrouwekerk. In de oude stadsmuur bevindt zich het Spanjaardsgat: het Bredase Paard van Troje: een beurtschipper voer met turf en daaronder verstopt oranjegezinde soldaten de stad binnen (‘Het Turfschip van Breda’). 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is spanjaardsgat-en-toren-2.jpg
Light Festival Breda met het Spnjaardsgat en de OLV-toren (oudere foto uit mijn archief

Het station van Breda is onherkenbaar en onvindbaar. Ik weet waar het is, anders weet je eigenlijk niet dat het een station is. Het is eigenlijk een kantoren en wooncomplex en parkeergarage met daaronder een aantal sporen en gangen met stationswinkels. Het hele complex staat wel genomineerd voor diverse architectuurprijzen.

De nieuwe intercity over de hogesnelheidslijn brengen mij en de Batavus Dinsdag in ruim een half uur naar Delft. De fietskilometerteller heeft er ruim 100 kilometer bij opgeteld.

Via Antwerpen (2)

Rond drie uur fiets ik de Grote Markt weer af. Het is wat puzzelen hoe ik het centrum uitkom. Antwerpen is een drukke winkelstad met deels voetgangersgebied. Bovendien wordt op allerlei plekken aan de riolering of het wegdek gewerkt.

Ik fiets in de richting van Berchem, maar buig daarna af in noordoostelijke richting. Hier ligt de grootste Joodse wijk van Europa. Er wonen ruim 20.000 orthodoxe Joden. Ze maken zich massaal op om naar de Synagoge te gaan. Overal zie je mannen in hun traditionele kleding op straat. Vanwege de risico’s staan er ook in tal van straten militairen met het geweer in de aanslag.

Ik fiets onder de spoorlijn door en even later klinkt er een ondergronds geraas. Het neemt buitenaardse proporties aan. Ik heb er al eerder over geschreven. Dit is het verkeer op de Ring Antwerpen. In zuidelijke richting zit het muurvast (dat maakt niet zoveel lawaai), in noordelijke richting rijdt alles nog. Er zijn plannen om de hele ring ondergronds te gaan maken zodat dit gebied weer bewoonbaar wordt. Maar dat is een miljardenproject.

Ik fiets kaartloos mijn neus achterna in ongeveer noordoostelijke richting. Na de voorsteden Deurne en Borgerhout kom ik in een uitgestrekt park uit, maar ook hier klinkt nog nadrukkelijk het geraas van de Ring. Zo’n geluid heb ik in Nederland nog nooit gehoord. Vervolgens klimt de weg en kom ik op een hoge brug over het Albertkanaal uit. Een lange afdaling brengt mij in Schoten, een uit de kluiten gewassen dorp met 30.000 inwoners.

Ik zoek het Jaagpad langs het Kanaal van Turnhout naar Schoten op. Dat volg ik maar liefst 20 km. Het is inderdaad een Jáágpad: om de haverklap word ik ingehaald door forensende mannen op een speedpedelic. Soms is het schrikken geblazen, omdat ik ze niet aan hoor komen.

Het kanaal telt zeven sluizen: de schepen moeten vanuit de laagte van het Scheldebekken omhoog naar de Kempen. Om de twee of drie kilometer ligt er een sluis.

Uiteindelijk sla ik linksaf en fiets nu richting Hoogstraten. Ik heb flink de wind in de rug. Voordat het donker wordt wil ik zo ver mogelijk komen. Helaas krijg ik fietspech in het dorp Sint Lenaarts. Als ik een foto maakt valt mijn fiets en het spatbord is ontwricht en loopt stevig aan tegen de band. Zo kom ik niet meer thuis. Maar er woont in Sint Lenaarts een heel aardige fietsenmaker die zelfs na sluitingstijd nog even naar mijn fiets kijkt. Hij heeft de goede diagnose en de juiste apparatuur om het ongemak te herstellen.

De fietsenmaker van FD aan de Hoogstraatse Baan verdient een eervolle vermelding op dit weblog.

Na Sint Lenaarts is het 8 kilometer fietsen naar Hoogstraten. In dit centrumdorp staat een prachtige hoge toren van maar liefst 105 meter hoog. Maar er bevindt zich ook één van de mooiste begijnhoven van België.

Inmiddels is het bijna donker. De rest van de tocht moet ik in het donker fietsen. Aanvankelijk volg ik een vrij drukke provinciale weg, maar als ik dat zat ben duik ik een smalle zijweg in. Hoe ik precies fiets weet ik niet, maar bij het klooster van Meersel Dreef fiets ik de grens met Nederland over.

Ook verderop kies ik voor kleine wegen. Zo kom ik op het kronkelende fietspad langs de Mark uit. Dan is Breda niet ver meer.

Het is een hele omschakeling van het rustige land naar Breda, want daar is het carnaval begonnen. Ik ben zo ongeveer de enige passant die niet verkleed maar wel nuchter is. Her en der gaan mensen over hun nek, terwijl de avond eigenlijk nog moet beginnen. Ik maak maar even een ommetje buiten het centrum om, want deze hectiek vind ik niet prettig.

Station Breda is het eindpunt van deze fietstocht. Volgens de Strava App heb ik op deze eerste fietsdag van het jaar 110 kilometer gefietst.

Waar komt de zon op? (2)

Woensdag stapte ik vroeg in de trein en om half zeven stapte ik weer uit de trein. Langer mocht mijn fiets niet blijven zitten in de trein.

Station Breda is een kolos van een hypermodern station. Het heeft diverse architectuurprijzen in de wacht gesleept. Maar volgens mij is het geen station, maar een woon- en kantorencomplex waar treinen onderdoor rijden.

Ik weet niet of jullie wel eens in Breda zijn geweest, maar het is een aanzienlijke plaats. Wil je de mooiste delen zien, dan moet je eerst door de binnenstad fietsen. Tussen die binnenstad en het Mastbos vind je prachtige wijken uit de periode van rond 1900 toen de stad uit zijn voegen (buiten de vestingmuren) barstte. Kennelijk was er ook nogal wat geld in omloop.

Het Mastbos is een aardig bos vol paden en paadjes. Ik heb er mooie jeugdherinneringen aan. Toen ik bijna twaalf jaar was waren we met vakantie in een huis tegenover het bos. Ik hield er een dagboek met fietsbelevenissen bij. Toen dus ook al… Helaas startte ik de vakantie met de bof, waardoor ik huisarrest had. Maar mij hou je niet lang binnen, zelfs mijn moeder kreeg dat niet voor elkaar.

Het Mastbos dateert uit de 16e eeuw en is één van de oudste cultuurbossen van Nederland. Het bos heet Mastbos omdat er veel grove dennen waren aangeplant. De stammen van die dennen werden gebruikt voor de scheepsmasten van de oceaanstomers in de Gouden Eeuw. Men moest wel even wachten voordat de bomen hoog genoeg waren, maar in die tijd hoefde nog niet alles meteen af.

Helaas wordt het Mastbos tegenwoordig omgeven door autosnelwegen. Zelfs met mijn beperkte gehoor hoorde ik nog het geraas van de snelwegen.

Aan de zuidzijde van het bos kwam ik bij de Galderse Meren. Behalve een naar sporen snuffelende hond die zijn baas kwijt was geraakt (of omgekeerd) kwam ik er niemand tegen.

En ziedaar: hier kwam de zon vandaag op. De vorige keer was dat in Eindhoven, maar nu kwam de zon dichterbij huis boven de horizon.

Herfstfietsen (1)

Laat ik toch maar weer eens een fietstocht 'verslaan'. Van lange ritten komt niet veel, er fietsen teveel afspraken doorheen. Maar soms maak ik toch nog een fietstochtje. Zoals op deze zonnige novemberdag.

Zoals gewoonlijk heb ik geen plan. Ik geef me eerst over aan enige taken rond het werk. Daarna pak ik de fiets uit en de fietstas in en ga naar het station.

De eerste trein die binnenkomt is de HSL naar Eindhoven. Dus stap ik in die trein. Helaas komt hij in de tunnel onder de Dordtse Kil tot stilstand. Het gebruikelijke euvel in één op de vier ritten van deze trein: door een softwareprobleem gaat het vaak mis. De trein komt dan acuut tot stilstand en de stroom valt ook nog eens uit. Daar zit je dan – in dit geval in een donkere tunnel…

Ik was eigenlijk van plan om door te treinen naar Eindhoven, maar inmiddels is het zo laat dat ik besluit om al in Breda de fiets uit de trein te hijsen.

Aan Breda bewaar ik goede jeugdherinneringen: als elfjarige waren we hier als gezin met vakantie en ik kon overal in de omgeving mijn fietsneigingen botvieren.

Breda is een mooie historische stad, maar ik wil nu zo snel mogelijk de stad uit fietsen.

Ik fiets in zuidelijke richting en kom in Ginniken, een voormalig dorp dat helemaal is ingepakt door de bebouwing van Breda. Rond het plein en op de terrassen zitten mensen zich te koesteren in de middagzon. En dat terwijl het al half november is.

Via Ginniken fiets je snel de stad uit, want het gebied langs de rivier de Mark is beschermd natuurgebied. Trouwens: het centrum van Ginniken is beschermd stadsgezicht. Dus er valt hier nog best veel moois te zien.

Ik volg een nieuw fietspad langs de Mark. Achter de bomen aan de overkant van het water ligt Ulvenhout, de geboorteplaats van Jeroen Goossens. Het zal wel aan mijn algemene ontwikkeling liggen, maar ik had nog nooit van hem gehoord.

Even verderop fiets ik het Mastbosch binnen. Het bos is genoemd naar de grove dennen (masten) die hier al in de 16e eeuw werden geplant. Deze lange boomstammen werden o.a. gebruikt als masten voor de schepen van de VOC. Het bos werd in die tijd beheerd door de Nassau’s (Maurits van Oranje).

Zo zie je maar weer dat er in de natuur ook een stevig stuk geschiedenis schuil kan gaan. Maar vandaag tooit het bos zich vooral in prachtige herfstkleuren.

Gilze en Rijen, maan en Breda

Het werd gisteravond nogal laat met een Brabantse zorgbespreking. Vervolgens miste ik de trein op station Gilze-Rijen.

Zijn jullie wel eens in Gilze-Rijen geweest? Dat bestaat natuurlijk helemaal niet. Het zijn twee dorpen: Gilze en Rijen. Beide dorpen liggen hemelsbreed vier kilometer uit elkaar. Het station is genoemd naar beide dorpen.

Daarnaast ligt hier een grote vliegbasis. Hoewel het al tegen middernacht liep, was het een oorverdovend lawaai van motoren van helikopters. Dat de Rijdende Rechter zich nog niet heeft hoeven uit te spreken over dit nadrukkelijke burengerucht!

Opeens zag ik een groot oranje licht boven de horizon. Het schoof langzaam omhoog. Een paar minuten later bleek dat het de maan was. Door de vertekening lijkt de maan vlak boven de horizon altijd extra groot.

De Sprinter bracht mij naar station Breda. Het station heeft tal van architecturale prijzen gewonnen, maar het blijkt toch minder geschikt te zijn voor wachtende reizigers. De doelgroep is wat vergeten. Maar dat zien we vaker bij prestigieuze bouwprojecten.

Alle winkels en eetgelegenheden waren gesloten. Het enige vertier bestond uit een weerbarstige passagier die in de boeien werd geslagen.

Vanaf het dak van de parkeergarage heb je een mooi zicht op de binnenstad van Breda.

De Zak vervolgd (6, slot)

Het is veel leuker om zonder kaart je neus achterna te fietsen. Maar zo langzamerhand moet ik toch zorgen dat ik weer in de buurt van een station kom. Het begint te schemeren en de nachten zijn bij heldere hemel in maart best koud.

Ik kronkel mijzelf door de Rucphense Bosschen. Kennelijk bestaat hier nog de oude spelling. Mooie stukken bos, een fietspad dat af en toe rechtdoor loopt en dan weer onverwachtse kronkels maakt en percelen heide die deels zijn overwoekerd door gras. En dat alles in het licht van de laagstaande zon.

Tussen de dorpen Rucphen en Schijf door baan ik mij een fietsweg in noordoostelijke richting. Ik kom door buurtschap De Dood, maar weet deze passage te overleven.

Even verderop ligt het dorp Sprundel. Veel Brabantse dorpen groeien uit hun voegen en bestaan uit vaak eindeloze laagbouw rond een hoofdweg met wat oudere bebouwing met vaak een grote Rooms-Katholieke Kerk uit de tweede helft van de 19e eeuw, met daarnaast een grote pastorie en doorgaans ook een plaatselijk café in de buurt (voor na de kerkdienst). In Sprundel is het kerkgebouw nieuwer (uit 1922) en inmiddels gesloten als kerk. Het is een gemeenschapshuis geworden. En de pastorie is tot brasserie omgebouwd. Het plaatselijke klooster is afgebroken.

Kwam ik in Zeeland veel SGP-posters tegen, hier zie ik PVV-posters. En wat blijkt (later)? De PVV is in de gemeente Rucphen (waar Splunder onder valt) veruit de grootste partij: PVV (Partij voor de Vrijheid): 5396 stemmen, VVD: 2718 stemmen, CDA: 1575 stemmen, SP (Socialistische Partij): 1411 stemmen, Partij van de Arbeid (P.v.d.A.): 377 stemmen. Hier moeten dus veel boze witte mannen wonen…

Ik fiets het dorp weer uit en houd een route ten zuiden van het tweelingdorp Etten-Leur aan. Het dorp bestaat voornamelijk uit bloemkoolwijken en andere variaties op het thema doolhof. Over de Hilse Baan en de Sprundelse Baan fiets ik naar Lies en daarna het dorp Princenhage binnen, dat tegenwoordig binnen de stadsgrenzen van Breda valt.

Breda (bijna 200.000 inwoners) heeft uitgestrekte nieuwbouwwijken. Voordat ik in het centrum ben ben ik nog wel 20 minuten aan het fietsen. De binnenstad wordt gedomineerd door de hoge toren van de Onze Lieve Vrouwekerk. Dan zie ik bij het Spanjaardsgat opeens prachtige lichtbeelden op de muur. Er blijkt een soort van Light Festival aan de gang te zijn. Het Spanjaardsgat is het Bredase Paard van Troje: een beurtschipper voer met turf en daaronder verstopt oranjegezinde soldaten de stad binnen (‘Het Turfschip van Breda’). 

Het station van Breda is onherkenbaar en onvindbaar. Ik weet waar het is, anders weet je eigenlijk niet dat het een station is. Het is eigenlijk een kantoren en wooncomplex en parkeergarage met daaronder een aantal sporen en gangen met stationswinkels. Het hele complex staat wel genomineerd voor diverse architectuurprijzen.

De nieuwe intercity over de hogesnelheidslijn brengen mij en de Batavus in een half uur naar Delft. De fietskilometerteller heeft er ruim 100 kilometer bij opgeteld.

Grensfietsen (1)

Het was er deze winter niet van gekomen: een paar dagen achter elkaar fietsen (zo gaat dat dus als je met pensioen bent). Maar nu was het dus zo ver. Henk & Tineke samen op de fiets. Sommige mensen denken trouwens dat we op de fiets geboren zijn, maar dat is niet zo. Wel hangt onze relatie zo ongeveer van fietsen in & uit elkaar. Sinds 1970 hebben we samen meerdere malen de aardbol rond gefietst, al bleven we wel steken in Europa (de twee eenzame ritten over de prairie in de USA werden door Henk in zijn eentje uitgevoerd).

Princenhage 3We verblijven twee nachten in een Bed en Breakfast in Princenhage. Vroeger heette de plaats Metersem. Het is lang een zelfstandig dorp gebleven, maar tegenwoordig is de 8000 inwoners tellende plaats Princenhage 1een wijk van de gemeente Breda. Aan de noordzijde bevindt zich één van de grootste meubelboulevards van Europa, met uiteraard ook een uit de kluiten gewassen IKEA. Verder vind je er de standaard wijken uit de jaren ’60 en later. Maar het centrum van Princenhage is beslist aardig, met statige Princenhage 2herenhuizen, het voormalige gemeentehuis, een grote Rooms-Katholieke Kerk en een kleine Protestantse kerk.

De plaatselijke haan begint al om kwart over twee te luiden, en een kwartier later kraait ook nog eens de kerkklok. De mensen hier moeten toch behoorlijk vroeg wakker zijn…

Weg naar MaalbergenVijf uur later – na een stevig ontbijt – beklimmen we onze fietsen en gaan op de zadels zitten. De bedoeling is een eind door de grensstreek te gaan fietsen. Maar eerst moeten we ons een weg banen door een doolhof van autowegen en verkeersknooppunten. Dan zijn we in het Mastbos. Voor mij een jeugdherinnering, omdat we als familie in 1961 in de vakantie een huis aan de rand van het bos hadden gehuurd. Dat huis had een heuse koekoeksklok, waar mijn broer (toen 1 jaar) erg door was geïntrigeerd. En Henkie ondernam op zijn tweedehandsfiets fietstochten in de wijde omgeving en hield daar een dagboek van bij. Die hobby was toen al aan de gang en is nooit meer over gegaan.

Landschap bij OekelNa het Mastbos kruisen we de autosnelweg naar Antwerpen (met een lange file voor de grenspost Hazeldonk) en de TGV-lijn Amsterdam-Parijs die twee maal twee sporen door het landschap trekt. Daarna komen we op een weg uit die tussen de oude Rijksstraatweg en de nieuwere autosnelweg ligt. Het blijkt een aantrekkelijke route te zijn door het dal van de Aa of Weerijs Slavelden(kennelijk kunnen ze niet kiezen welke naam het beste is). We komen door of langs de dorpen Kaarschot, Breedschot, Klein Oekel en Oekel. Je ziet hier veel kwekerijen, zowel van bomen, als van tuinproducten, zoals sla. In tegenstelling tot het Westland wordt er vooral in de open lucht verbouwd. Daardoor heeft het land een deel van zijn oorspronkelijke karakter kunnen behouden.

We fietsen achter Rijsbergen langs en komen pas in Stuivezand op de oude Rijksstraatweg uit. Dan is het nog 4 km. fietsen naar Zundert, een uit de kluiten gewassen dorp (8000 inwoners) dat tegenwoordig dankzij het internationale vrachtverkeer goede zaken doet. Zundert is o.a. bekend als Zundert Gemeentehuisgeboorteplaats van Vincent van Gogh. Zijn vader was Hervormd predikant in Zundert. Voor Vincent was er een jongetje in het gezin geboren met dezelfde naam, maar hij overleed vlak na de geboorte. Vincent ging hier naar de lagere school, maar dat bleek geen succes voor het in zichzelf gekeerde jongetje. Later kreeg hij thuisonderwijs. Het spreekt vanzelf dat de plaats munt probeert te slaan uit het feit dat één van de beroemdste schilders van de wereld hier geboren werd. Op een terras nuttigen we een heus Vincent van Gogh-gebakje. De koffie is niet naar de schilder vernoemd.

Grensstreek bij MaalbergenNa Zundert fietsen we langs de oude Rijksstraatweg door naar Wernhout. Daar zoeken we het dal van de Aa of Weerijs weer op. Ergens passeren we de grens met België, maar dat is ons niet opgevallen. De kunst is vervolgens om over de snelweg heen te komen. Veel autosnelwegen tasten de oorspronkelijke wegenstructuur aanzienlijk aan; het is dus maar de vraag waar je over de snelweg heen kunt komen (en landkaarten gebruiken we bijna niet: het is de kunst om op het gevoel de route te bedenken). We fietsen achter het veendorp Loenhout langs en komen dan op een drukkere weg (met inderdaad een brug over de snelweg). In de verte wenkt de toren van Hoogstraten ons.