Fietstocht met onbekende bestemming

Gisteren heb ik weer een kaartloze fietstocht gemaakt. Ik had geen idee waar ik zou beginnen en waar ik zou eindigen. 

Het recept is als volgt. Op station Delft stoppen zestien treinen per uur. Ik fiets naar het station en stap in de eerste trein die stopt op Delft. Daar stap ik in, compleet met fiets. Als ik de krant uit heb stap ik weer uit. Dat was in Tilburg. Daar ben ik op de fiets gestapt.

Op de fiets door Brabant (bij Alphen)

Vanuit Tilburg had ik geen idee waar ik naar toe zou fietsen, maar ik maakte het me gemakkelijk en fietste met de wind mee. In dier voege kwam ik in Baarle Nassau. Daar valt niet veel te zien, behalve een overdaad aan toeristen. Ik moest er dus snel weer uit zien te komen.

Via het Belse Lijntje (een voormalige spoorlijn) fietste ik richting Turnhout. Na een tijdje vond ik die weg toch wat te saai worden en sloeg een zijweg in. Deze streek ik nogal bebost, je hebt geen idee wat je tegen gaat komen. In elk geval kwam ik vooralsnog door geen enkel dorp, maar wel in de buurt van Rijkevorsel. Daar was ik dit jaar al eerder geweest, dus ik wist dat ik in de buurt van Hoogstraaten was.

De voormalige spoorlijn van Tilburg naar Turnhout

De wouden bleven maar doorgaan, maar nu stonden er eindeloos veel villa’s in de bossen. Eigenlijk is dit een gebied waar mensen met grote hekken rond hun tuin als achtertuin een bos hebben. In ‘De Lage Landen’ lieten de filmmakers met de drone zien hoe dat er van bovenaf uit ziet, inclusief zwembaden. Er wordt voortdurend bijgebouwd, alle bospercelen lijken wel bouwpercelen te worden. Dat was o.a. het geval in Zoersel. Een halve eeuw geleden logeerden wij daar in een jeugdherberg die eenzaam aan een zandweg lag. Nu ligt diezelfde jeugdherberg aan een geasfalteerde straat met aangrenzende villa’s.

Jugendstil in Borgerhout

En verder ging de fiets. Totdat ik uiteindelijk in Oostmalle was. Hier was de bebouwing dichter en een grote voormalige straatweg (kaarsrecht met rommelige bebouwing, kenmerkend voor België) leidde naar Schilde en Wijnegem. Daar stak ik het Albertkanaal over. Toen was ik in de bebouwde kom van Antwerpen.

Ik fietste een aantal rondjes door de oudere wijken van Deurne en Borgerhout. In sommige delen van deze voorsteden hoor je weinig Vlaams en veel Arabisch. Er zijn veel buitenlandse winkels, met af en toe een verdwaalde Albert Heyn of Kruitvat, maar die zijn ook buitenlands. Maar waar het mij om ging was de verborgen Jugendstil in deze wijken.

Aan het begin van de avond zette ik mijzelf en de Batavus in Berchem op de trein naar Roosendaal. De conducteur hield nauwgezet toezicht op het dragen van mondkapjes. De fietsteller had er 120 kilometer bij opgeteld. 

Van Lier naar Antwerpen

lier-kerk-en-straatbeeldHoewel ik twee uur in Lier was blijven steken (vooral vanwege het bijzonder mooie Begijnhof) heb ik uiteindelijk toch de Batavus bestegen. Anders had ik mijn stalen merrie (het is een damesfiets) voor niets meegenomen.

Ik verliet de stad in noordwestelijke richting. Meestal is dat een goede richting om een stad uit te fietsen. Delft ben ik wel eens in noordwestelijke richting uitgefietst, Alkmaar ook en zelfs Tilburg. Dat ging allemaal goed. Dus dan zou je denken dat het in Lier ook goed zou gaan. Maar dat ging het niet. Ik fietste op een weg die zichzelf liet vastlopen in de aardappelvelden. Maar ja, ik let ook niet op fietsbordjes, ik bedenk bijna altijd mijn eigen wegen.

boechoutBoechout

Nu heb je in België veel wegen, dus op de één of andere manier ben ik toch nog op een gezonde manier verder gekomen zonder helemaal onder de blubber te geraken. Die weg -deels langs de drukbereden spoorlijn – brengt mij in Boechout. Mijn vader had rechts onder in zijn boekenkast een boek staan over die plaats. Het boek heet ‘Het Wonder van Boechout’. Het ging over een Protestantse kerk die hier een halve eeuw geleden werd gesticht en die toen snel groeide.

De eerste kerk die ik zie is de Rooms-Katholieke Sint Bavo, omgeven door druk autoverkeer. Iets verderop staat inderdaad een voor Belgische begrippen opvallend grote Protestantse Kerk. 

Boechout ligt op geen 10 km. van het centrum van Antwerpen. De gemeente groeit ‘beheerst’ in inwonertal (nu zo’n 12.000 mensen). Opmerkelijk is dat de bevolking uit 64 verschillende nationaliteiten bestaat.

Borsbeek

Als je vanuit Boechout westwaarts fiets kom je al direct in de agglomeratie Antwerpen terecht. Ik wil het iets rustiger houden en fiets in noordelijke richting. Het volgende dorp is Borsbeek (10.000 inwoners). Ik ben hier als Nederlander een gevaarlijke indringer. Want in de annalen van de plaats staat de plunderzucht van de Hollanders in de 17e eeuw beschreven. Ja, de mensen hebben het wel over de Duitsers, maar de Nederlanders waren ook geen lieverdjes.

borsbeekDe bevolking van Borsbeek was zó bang voor de Hollanders dat men tien jaar lang de persoonlijke bezittingen in de kerk op had geslagen. Zit je in de kerk op je eigen stoel en bij je eigen schemerlamp.

Borgerhout

Borsbeek is bijna verkleefd aan de Antwerpse deelgemeente Borgerhout (50.000 inwoners).  In deze gemeente is verschillende malen een oorlog tussen drugsbendes deurne-1uitgevochten. Vanwege het grote aantal inwoners van Marokkaanse afkomst wordt de plaats ook wel Borgerrokko genoemd.

Inderdaad waan ik me in een deel van Borgerhout in een verder gelegen buitenland. Een deel van de opschriften op winkels kan ik niet lezen. Meer dan de helft van de vrouwen loopt met hoofddoek. Tientallen jonge mannen zijn in traditionele kleding op weg naar de moskee.  Ondanks dit buitenlandse beeld zie ik ook winkels als Zeeman, Kruidvat en Pearle. Maar dat zijn (voor België) ook buitenlandse bedrijven…

deurne-2Volgens de statistiek zou meer dan de helft van de bevolking een niet westerse achtergrond hebben. Maar de verspreiding van de bevolking is ongelijk: de mensen met een niet-westerse achtergrond wonen in intra-muros, de oudere ‘witte’ bevolking in extra-muros (aldus Wikipedia).