Covert narcisme en relaties

De openlijke ('overt') narcist herken je vrij gemakkelijk. Hij valt meteen op door zijn theatrale gedrag, zijn behoefte aan aandacht en waardering en het etaleren van zijn 'vaardigheden' en 'verdiensten'.

De gesloten (‘covert’) narcist herken je pas in een later stadium. Hij is namelijk juist heel goed in het verbergen van zijn narcisme. Wat in eerste instantie een empathische houding lijkt blijkt achteraf juist de valkuil te zijn waar je maar al te gemakkelijk intuint.

Het duurt dus een tijdje voordat de gesloten narcist zijn ware aard laat zien. Ooit werkte ik samen met een psychiater die de term ‘psychopatentermijn’ gebruikte. Het woord ‘psychopaat’ wordt zelden meer gebruikt, maar er is een overlap tussen het klassieke begrip ‘psychopathie’ en het huidige begrip ‘narcisme’. Volgens deze psychiater duurt het drie maanden voordat een ‘psychopaat’ zijn ware aard laat zien.

Elders schreef ik dat er sprake is van een wonderbaarlijke aantrekkingskracht tussen narcistische mannen en vrouwen met borderline. Wat je ook bij beiden ziet is dat ze meteen tot over hun oren verliefd worden en dan zo snel mogelijk bij elkaar intrekken. Om er daarna al heel snel achter te komen dat men in een wel heel heftige relatie is beland. Na drie maanden vallen de eerste fysieke klappen.

Maar het zijn natuurlijk niet alleen mensen met borderline die in de charmes van de narcist trappen. Omgekeerd: narcistische mensen voelen zich aangetrokken tot mensen met bepaalde kenmerken van hun persoonlijkheid.

Wie zijn extra kwetsbaar voor de charmes van de narcist?

  1. Empathische mensen (die uitgerekend niet aanvoelen dat de schijnbare empahtie van de narcist slechts aanvoelen en niet invoelen is)

2. Op de één of andere manier voelen mensen met narcisme gemakkelijk aan wie er een gevoelige persoonlijkheid heeft. Bij die mensen weten ze dan ook een gevoelige snaar te raken.

3. Mensen die ‘codependent’ zijn worden gemakkelijk ‘gezogen’ in de richting van narcistische personen. ‘Codependency’ is vaak een reactie op een traumatische jeugd in een disfunctioneel gezien en heeft raakvakken met de afhankelijke persoonlijkheid. Daar heb ik ook al eerder over geschreven op dit weblog.

4. Mensen die onlangs een heftige levenservaring hebben meegemaakt (zoals een overlijden, echtscheiding of een traumatische situatie) zijn ook vatbaarder voor de toenadering door mensen met narcisme.

5. Narcisten worden ook aangetrokken door mensen die ‘meer’ hebben. Een fysiek knappe vrouw wordt voor een narcistische man een ‘etalagepop’. Het hebben van zo’n partner geeft het ego een ‘boost’.

Het gevaarlijke bij het 'covert' narcisme is dat je dit pas later door krijgt. Deze mensen verbergen hun narcisme. De eerste tijd denkt de partner dat het gewoon een geweldige relatie is. 'Nooit eerder heb ik zo'n bijzonder persoon ontmoet'. 

Splitting bij volwassenen

Ik maak de overstap naar volwassenen. Als je als kind gewend bent om te 'splitten': welke gevolgen heeft dat dan voor de volwassenheid? Daar kun je hele boeken over vol schrijven. Maar ik schrijf nu even geen nieuw boek. 

Gestagneerde ontwikkeling bij volwassenen

Zwart-wit denken en projectie van het kwaad op de boze buitenwereld zijn gedragingen die passen bij een gestagneerd proces van separatie en individuatie. De emotionele ontwikkeling heeft tussen de 1 en 3 jaar aanzienlijke schade opgelopen.

Na de puberteit, als de persoonlijkheid zich uitkristalliseert, komt dat vooral tot uiting bij de ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Splitting is bij mensen met borderline één van de meest beruchte kenmerken. Er is geen ruimte voor nuancering, het denken is zwart-wit. De één is helemaal goed, de ander is helemaal fout.

De splitting kan twee kanten uit gaan: er kan een eindeloos beroep op mensen gedaan worden (de pastor, de hulpverlener, de persoon die vertrouwd wordt) wordt dag en nacht gebeld. Of het gaat juist de andere kant uit: het contact wordt radicaal verbroken.

Bij een ernstige borderline-persoonlijkheidsstoornis wordt de ander óf op een voetstuk gezet óf de ander is de zondebok. Dat proces kan ook in de tijd na elkaar plaats vinden. Dus eerst ben je de beste behandelaar die er is en als je dan een keer ‘iets verkeerds’ hebt gezegd krijg je een aanklacht aan je broek.

'Hou je dossier op orde!' zei ik tegen een behandelaar. De vrouw had de behandelaar de hemel in geprezen. Iemand die zó rustig was en die zó goed kon luisteren had ze nog nooit in haar leven meegemaakt. Na het volgende consult kwam er een klacht tegen de behandelaar bij de directie binnen. Gelukkig had hij zijn dossier op orde...

De ‘pannenkoekenmoeder’

In cursussen die ik geef laat ik vaak de zogenaamde 'pannenkoekenmoeder' zien. Dat fragment kwam voor in een serie op TV van meer dan twintig jaar geleden over het werk in de Jeugdzorg.

Deze moeder haalt het in haar hoofd om een hete pannenkoek op het hoofd van haar zoontje te leggen en vervolgens met poedersuiker te bestrooien. Daarna zegt ze: “Je bent een pannenkoek!”

Ze vindt het zelf een ontzettend leuke grap. Hilarisch gewoon. Dat het zoontje het geen leuke grap vindt vindt ze onzin. Ze gaat niet in op de emoties van haar zoon. Zij vindt het een leuke grap, dus het is een leuke grap. En een grapje moet kunnen.

Na afloop van de pannenkoekenmaaltijd is het een enorme puinhoop in huis. Er is gegooid met pannenkoeken en met poedersuiker, de vloer kleeft van de stroop. ‘Wat een troep hebben jullie er van gemaakt! Nou effe normaal doen’ zegt moeder. ‘Doe zelf effe normaal’ zegt haar zoon.

'De moeder is nog een kind en haar elfjarige zoontje is bezig zijn moeder op te voeden', is de reactie van sommige cursisten. 

De moeder heeft vier kinderen, de vader heeft het pand verlaten. Ze wonen in een Haagse bovenwoning. Regelmatig komt de buurtagent langs om poolshoogte te nemen.

Of die moeder een borderline persoonlijkheidsstoornis heeft weet ik niet. In haar gedrag laat ze wel tal van kenmerken zien die zouden kunnen passen bij borderline. Eén van die kenmerken is het uit gaan van het eigen plezier. Ze is zó egocentrisch dat ze de signalen van haar zoon niet oppikt of ze negeert.

Ook opvallend is dat de zoon die een pannenkoek op zijn hoofd krijgt de enige is met een eigen mening. De oudste zoon volgt precies op wat zijn moeder vindt, hij is meegaand, heeft zich aangepast. De jongste twee kinderen zijn nog te jong om tegen hun moeder in te gaan.

Het gezin staat onder toezicht van Jeugdzorg. Moeder wordt gevolgd tijdens een bezoek aan Jeugdzorg. Dat is meteen een chaos. Moeder heeft de twee jongste kinderen mee genomen (twee peuters). De beide jeugdzorgmedewerkers hebben hun handen vol aan de peuters, waardoor de structuur ook nog eens zoek raakt in het gesprek.

Ik ga geen compromorissen sluiten. Ik ben de moeder en ik weet wat ze nodig hebben.

Moeder weet precies wat goed is voor haar kinderen. “Ik vecht als een leeuwin voor mijn kinderen. Komen jullie aan hén, dan komen jullie aan mij. Ik ga geen compromorissen (…) sluiten. Ik ben de moeder en ik weet wat ze nodig hebben.”

Zoals te verwachten was gaat moeder in tegen elk advies van Jeugdzorg. Er wordt voor de oudste twee naschoolse opvang in een Boddaert-centrum geadviseerd, maar moeder praat gewoon door de hulpverleners heen. Volgens mij heeft ze trouwens geen idee wat een Boddaert-centrum is, maar ze lijkt het ook niet te willen weten.

Moeder wijt alle problemen in het gezin aan de omgeving. Eenmaal thuis zegt ze tegen haar oudste zoon (die leerproblemen heeft en een emotionele achterstand) : “Mamma heeft het al vaker tegen jou gezegd. de wereld is kei-en keihard. Daarom wil mamma dat allemaal niet.”

De onderliggende boodschap is: 'blijf maar lekker bij je moeder, ze vecht voor je, bij haar is het veilig, zij begrijpt je tenminste.'

Borderline en hechting (2)

Veel borderline-problematiek is terug te voeren om ongunstige gezinsomstandigheden tijdens de vroege jeugd. 

Maar – zoals ik elders al schreef – niet alle problematiuek valt daarop terug te voeren. Er is kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een (aangeboren) moeilijk temperament. Het lukt dan voor (meestal de moeder) niet om de goede pasvorm in de opvoeding te vinden. En als de moeder zelf ook borderline-kenmerken heeft lukt dat al helemaal niet. Je loopt bij wijze van spreken op hoge hakken de Nijmeegse Vierdaagse.

Met hoge hakken de Nijmeegse Vierdaagse lopen

Sommige kinderen slagen er – op wonderbaarlijke wijze – in om te ontsnappen aan de emotionele druk van een dysfunctioneel gezin. Ik vermoed dat dat vooral de kinderen zijn die van nature wat gelijkmatiger zijn en/of die meer in staat zijn om zich af te sluiten of zich met andere activiteiten bezig te houden. Er kunnen ook ‘loners’ bij zitten: die kinderen gaan ‘aan de zwerf’. Thuis is het te onveilig.

Eén van mijn vroegere cliënten zat thuis - in een krappe Amsterdamse bovenwoning - vaak onder de tafel. Er lag een groot tafelkleed over de tafel en tot ongeveer zijn achtste jaar was dat zijn territorium.

Mensen met borderline hebben niet alleen negatieve kenmerken, aldus psychiater Johan Cullberg. Ze bezitten vaak ook bijzondere talenten, ze hebben een rijke fantasie en ze kunnen dan ook zeer cratief zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld uitmunten in toneelspel, in schilderkunst en in de muziek.

Als ik verder lees bij Cullberg zie ik meteen ook de zwakte van het verhaal. “Velen komen tot een intensieve relatie tot de kunst en de cultuur, munten uit in intellectuele ontwikkeling, of hebben een grote liefde voor de natuur en tot de dieren.”

En dan is mijn vraag: waar is de (mede-) mens gebleven? De verhouding tot andere mensen is het spannende thema voor mensen met borderline. Een kenmerkende uitspraak is: “Dieren kun je vertrouwen, mensen niet.”

Dieren kun je vertrouwen, mensen niet

De langdurige relaties van mensen met borderline zijn vaak de relaties op afstand (bijvoorbeeld op Facebook). Met vaak ook veel tomeloze scheldpartijen en eindeloos veel van die kleine plaatjes. Daadwerkelijke nabijheid van anderen roept spanning op. Vanwege het mechanisme van aantrekken en afstoten. Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt.

Een voorbeeld is een vrouw die in de zorg werkte. Ze was bijzonder zorgzaam naar de patiënten toe. Maar als een patiënt niet deed wat ze wilde was het helemaal mis. Dan kon ze agressief worden. De zichtbare conflicten ontstonden in de teams waar ze werkte. Collega's vormden een bedreiging voor haar. 

Cullberg lijkt mij vooral te schrijven over mensen met borderline aan de ‘gegoede kant van de samenleving’. Kunst en cultuur zijn bijvoorbeeld geen thema’s waar de samenleving collectief in is geïnteresseerd. Ook in de ‘achterstandswijken’ komt veel borderline-problematiek voor. Mijn indruk is dat de problemen daar meer zichtbaar zijn in de vorm van heftige conflicten binnen het gezin (met bemoeienis van jeugdzorg), agressie, drankmisbruik, extreem veel eten of roken en vormen van zelfverwonding. Dat kan ook in de vorm van veel tatoeages of extreme piercings.

De mensen die uiteindelijk in de psychiatrie terecht komen zijn de mensen die geen 'coping' hebben gevonden voor hun problemen. Ze hebben geen compensatie voor hun innerlijke leegte gevonden. Ze ervaren hun leven als een bodemloze put waarbij voortdurend een zware depressie op de loer ligt. 

Klem tussen een moeder met borderline en een narcistische vader

"Kinderen van ouders met een borderline persoonlijkheidsstoornis of van ouders met een narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn hun leven lang bezig om zichzelf te bevrijden uit hun verwrongen jeugd".

Aldus het begin van een artikel uit Psychology Today door Randi Kreger. Zie hiervoor de reactie van Catharina op Borderline en kinderen (2).

Eén van de thema’s die het probleem nóg complexer maken is dat vrouwen met een borderline-stoornis en mannen met een narcistische persoonlijkheid zich nogal eens tot elkaar aangetrokken voelen. Natuurlijk is dat niet standaard het geval, maar het komt nogal eens voor. Daar heeft Martin Appelo uitgebreid over geschreven in zijn boek ‘Een spiegel voor narcisten’ (al eerder beschreven op dit blog).

Verdriedubbeling

Kinderen van een ernstig narcistische vader en een moeder met ernstige borderline-problematiek moeten niet alleen zien te overleven met de complexiteit die beide stoornissen met zich mee brengen, ze moeten ook nog hun weg vinden in de spanningen die onvermijdelijk zijn in de relatie tussen narcistische mannen en borderline vrouwen. In feite hebben ze te maken met een verdriedubbeling van de problematiek.

(let wel: ik schrijf hier over ernstige problematiek, niet over lichte trekken. De meeste mensen hebben af en toe wel wat trekjes van borderline en alle mensen hebben af en toe narcistische eigenschappen).

Al eerder heb ik beschreven hoe jaloers een moeder was dat haar dochter werd uitgenodigd door een vriendje op een schoolfeest. De moeder kon het niet verkroppen dat haar man haar weinig aandacht gaf en dat haar dochter opeens een vriendje had. Ze zag haar dochter als haar vriendin en nu ging die vriendin er met een ander vandoor. Dat werd door haar als verlating ervaren. Uit boosheid knipte de moeder de jurk die haar dochter aan wilde trekken in stukken.  

Waar is de vader?

Maar hoe zat het met de vader? De man wilde zich niet mengen in de strijd tussen moeder en dochter. Dat vond hij ‘typische vrouwenzaken’: jaloers zijn op elkaar en de ander geen aandacht gunnen. De dochter vond geen gehoor bij haar vader: hij was de grote afwezige in dit conflict. Hij verliet het pand en ging op stap met vrienden.

Een jaar later won de dochter een plaatselijk muziekfestival. Nu was de vader opeens wél in beeld. Hij ging op bezoek bij allerlei lokale media om aandacht te vragen voor de prestatie van zijn dochter. Hij stelde zich op als haar manager. En daar waar ze aandacht kreeg van de media had haar vader het hoogste woord. Hij stond ook iedere keer nadrukkelijk op de foto.

Verlengstuk

In feite was de dochter een verlengstuk van de vader. De vader gebruikte zijn dochter om daarmee zélf in de schijnwerpers te komen.

Bij de moeder kon de dochter niet terecht, want op kritieke momenten zag de moeder haar dochter als concurrent. Bij de vader kon ze niet terecht omdat hij haar slechts zag als verlengstuk van zichzelf. En omdat er voortdurend spanningen waren tussen beide ouders was de dochter zich altijd zeer op haar hoede. Ze stelde zich bij voorkeur verdekt op, dan was er de minste kans op allerlei aanvaringen.

Stop walking on Eggshells  is de titel van één van de meest bekende boeken over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Niet zo voorzichtig doen, stop met op eieren lopen. Dat is een mooie opdracht voor volwassenen, voor contacten op afstand. Maar van jonge kinderen kun je dat niet vragen...

Stalkers (m/v)

Af en toe kijk ik naar een programma over stalkers. Dat komt omdat ik graag wil weten wat voor persoon er achter de stalker zit. 

Een paar weken geleden zag ik een TV-programma over een vrouw die haar ex beschuldigde van ‘stalking’. Ze kreeg de meest verschrikkelijke SMS’jes en appjes. Hij reed meerdere malen per dag door de straat en had ook de ramen beklad. Dat moest wel een verschrikkelijke man zijn.

Geleidelijk werd in het programma duidelijk dat er iets anders aan de hand was. Niet de man stalkte zijn ex, maar de vrouw stalkte haar ex. Ze lokte hem dusdanig uit dat hij uiteindelijk zijn geduld verloor. Zo reed ze hem klem en zijn reactie zette ze op de film. Maar op de film vertelt ze dat hij háár heeft klemgereden.

Toen de vrouw geconfronteerd werd met deze andere kant van het verhaal ontkende ze glashard. Het was toeval, het was een incidentje, er was niets van waar, en het kwam allemaal voort uit het feit dat haar ex het allemaal zo slim aanpakte dat zelfs journalisten alleen maar zijn verhaal geloofden. Ook een professioneel hulpverlener, gespecialiseerd op het terrein van stalking, slaagde er niet in om de vrouw anders naar de situatie te laten kijken. Speelde ze dat? Of wist ze werkelijk niet dat de situatie anders lag?

Het was trouwens niet de eerste keer dat dat gebeurde. Ook in een eerdere uitzending bleek dat het niet de man was die de vrouw stalkte, maar de vrouw die de man stalkte. Ook zij bleef totaal ontkennen dat ze stalkte, ook alle bewijs op camera was volgens haar onwaar.

Ik denk dat mannen veel vaker stalkers zijn dan vrouwen, maar dat we niet moeten vergeten dat het ook vrouwen kunnen zijn die stalken. Ik vermoed dat bij stalkende mannen vooral de narcistische trekken overheersen (krenking) en bij narcistische vrouwen de borderline trekken (boosheid om verlating, controlebehoefte). 

Het deed me denken aan een onderzoek naar de Theory of Mind. In hoeverre zijn kinderen in staat om vanuit de positie van de ander te kijken? Kunnen ze begrijpen dat iemand anders vanuit een ander perspectief kijkt dan zijzelf? Dit vermogen ontwikkelt zich geleidelijk tussen de twee en de zes jaar, maar dan is het nog steeds niet klaar.

Stalkende mannen hebben vaker narcistische trekken, stalkende vrouwen hebben vaker borderline trekken

Mijn idee is dat mensen bij stress meer vast gaan zitten in hun eigen kijk op de zaak en zich niet meer goed kunnen verplaatsen in de kijk van de ander. Dat verschijnsel noemt professor Anton Došen ‘cognitieve desintegratie’. Dat wat je in een relaxte situatie nog wel kunt vatten blijkt je onder stress niet meer te lukken. Je zou kunnen zeggen dat mensen onder invloed van stress meer egocentrisch gaan functioneren. Deze vrouw leek ook niet meer in staat om vanuit het perspectief van haar ex te kunnen kijken.

Het trieste was dat er ook een aantal kinderen betrokken waren bij deze vechtscheiding. Die werden als pion door de vrouw ingezet. De ex mocht vanwege zijn wangedrag zijn kinderen niet meer zien. Ze kon zich dus ook niet verplaatsen in het perspectief van haar kinderen die waarschijnlijk wél hun vader wilden zien. Via de kinderen werd de vader gestraft. Dan twijfel ik ook aan de opvoedingscapaciteiten van de moeder. 

Borderline en relaties

Dezelfde oefening met het Ontwikkelingsprofiel zoals met narcisme (een aantal dagen geleden) kun je ook doen met borderline-kenmerken. Hoe gaat iemand met borderline-kenmerken met zichzelf om en met anderen?
  1. Hoe verhouden mensen met borderline zich ten opzichte van anderen? Ze zijn grillig in de relatie tot anderen. De ene keer ben je perfect, de andere keer deugt er niets van jou. Kernwoord: Wisselvalligheid.
  2. Wat is de rol van anderen ten opzichte van een persoon met borderline? In mijn cursussen noem ik mensen met borderline roeibootjes op een stormachtige zee: ze zoeken wanhopig naar houvast. Jij moet functioneren als vuurtoren: iemand die op zijn plek blijft. Hoe mensen met Borderline zich ook verzetten tegen de ander: diegene is tegelijk het kader, het houvast. Kernwoord: Kader.
  3. Hoe ziet het zelfbeeld van mensen met borderline er uit? Dat kan per minuut verschillen. Ze vinden zichzelf super om na één vermeende afkeurende blik meteen helemaal niet meer te deugen. Kernwoord: Grillig.
  4. Hoe gaat iemand met borderline om met normen, met regels? Ze hebben regels nodig, ze kunnen zich uitgesproken normatief uitspreken én ze verzetten zich tegen regels. Het is vaak maar net hoe het uit komt. Dat doen ze vooral op hun gevoel. De regel komt voort uit het eigen gevoel. Iets voelt goed óf het voelt niet goed. En omdat borderline een emotie-regulatiestoornis is kan dat gevoel steeds weer wisselen. Kernwoord: Intuïtief.
  5. Hoe gaat iemand met borderline om met zijn of haar behoeften? De innerlijke leegte moet worden opgevuld. Dat gebeurt vaak in de vorm van prikkels zoeken (extreem veel sporten), riskant dating-gedrag, eetproblematiek, alcoholmisbruik, zelfverwonding. Kernwoord: Prikkelhonger.
  6. Hoe gaat iemand met borderline om met cognities, met standpunten? Daar gebeurt vaak iets bizars. Het gedrag kan extreem zijn, bijvoorbeeld heftige agressie, zwaar alcoholmisbruik. Maar achteraf blijkt een persoon met borderline de daarbij behorende gevoelens niet onder woorden te kunnen brengen. Vooral angst, schuld en schaamte worden toegedekt. “Ik kreeg een waas voor mijn ogen. Dat kan iedereen overkomen.” Kernwoord: Ontbreken van subjectiviteit.
  7. Hoe lost iemand met borderline problemen die zijn emoties raken op? Hierbij zie je tal van reacties. Het is het deel van de persoon dat de omgeving het meest voor het blok zet. Aan de ene kant kan iemand met borderline buitengewoon ‘verstandig’ lijken, maar aan de andere kant weer ‘als een heel klein kind’ reageren. Vooral het splitsen komt veel voor (‘splitting’): iemand is óf goed óf fout en dat kan zomaar weer wisselen. Ook valt het plotselinge ‘tegen-gedrag’ op, bijvoorbeeld na een verschil van mening met de leidinggevende direct de baan opzeggen zonder over de consequenties na te denken (zie punt 8). De bijbehorende emoties kunnen later niet verwoord worden. “Daar heb ik niet over nagedacht, het gebeurde nu eenmaal. Dat ik mijn hypotheek niet kan betalen, ja, dat is me nu dus ook overkomen.” Abraham noemt hierbij als meest opvallend verschijnsel het vertekenen van de eigen emoties: Vervorming.
  8. Hoe lost iemand met borderline problemen op in zijn handelen? De reactie is schijnbaar zonder er over na te denken. Het gebeurt impulsief, de emoties komen direct boven, de consequenties worden niet overzien. Bijvoorbeeld: na een kleine woordenwisseling met de leidinggevende direct de baan opzeggen. Mensen met borderline zijn ook experts in het wisselen van hulpverlener. De eindstreep van de reeks behandelingen wordt vaak niet gehaald. “Ik heb u nooit vertrouwd en het blijkt dat ik voor 100% gelijk heb.”Kernwoord: Ageren.
  9. Dan nog een los thema: dat van de dissociatie. Mensen met borderline ervaren zichzelf nogal eens als opeens in een andere wereld. “Het examen was alsof ik in een film figureerde”, “Opeens liep ik door Leiden, maar ik weet helemaal niet dat ik op de trein ben gestapt.” Kernwoord: Dissociatie.
Prof. dr. R.E. Abraham: Het Ontwikkelingsprofiel. Een psychodynamische diagnose van de persoonlijkheid. Van Gorcum, 3e druk, 1999. 

Teveel of te weinig ego (2)

    Ds Tim Keller (predikant van de Presbyterian Redeemer Church in New York) citeert in het boekje ‘Bevrijd van jezelf’ (uitgeverij Van Wijnen, Franeker) zangeres Madonna. 

In talentenjachten zie je mensen die dolgraag Madonna zouden willen zijn. Zolang ze dat niet kunnen bereiken hebben ze het gevoel dat ze falen. Je zou denken: Madonna heeft alles bereikt, dus zij moet toch wel tevreden met zichzelf zijn. Maar ze zegt: “Angst voor de middelmaat vormt de drive voor mijn leven. Hoeveel ik ook bereik, ik behoor nog steeds tot die middelmaat. Behalve als ik iets heel anders doe. Want zelfs nu ik iemand ben moet ik nog steeds elke dag bewijzen dat ik iets voorstel. Mijn worsteling blijft maar door gaan en het houdt nooit op.”

    Intermezzo: Professor R.E. Abraham schreef een boek over het ontwikkelingsprofiel. Bij volwassenen zie je – met name bij stress- veel gedrag terug dat past in de kinderleeftijd. Een voorbeeld is de rivaliteit. Dat begint al op jonge leeftijd in het gezin: de strijd tussen broers en zussen. Jacob probeerde als tweede de eerstgeborene Ezau van de troon te stoten. Een extreme gevoeligheid voor de vergelijking met anderen en daarmee ook jaloezie en rivaliteit zie je ook bij narcisme en bij de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Daarom kunnen deze mensen – als door een wesp gestoken – reageren op een klein beetje (vermeende) kritiek en accepteren ze ook de inbreng van anderen niet.

    Keller: Omdat het ego zo opgeblazen is, omdat het zoveel aandacht trekt heeft het het ook steeds erg druk. Het is namelijk steeds bezig met vergelijken. De manier waarop het ego probeert om de leegte op te vullen en het gevoel van onbehagen kwijt te raken is door zichzelf te vergelijken met de ander. Keller noemt in dat verband C.S. Lewis die schrijft dat veel mensen voortdurend leven in een vergelijking tot anderen. Daar zijn ze druk mee: heb ik meer of minder dan de ander, presteer ik meer of minder dan de ander?

    Het gevoel van meerderwaardigheid (in de volksmond: een te groot ego) en van minderwaardigheid (een te klein ego) is in wezen hetzelfde, schrijft Keller. Het gaat in beide gevallen om een ego dat is gevuld met leegte.Daarom reageert dat ego ook zo heftig op (vermeende) kritiek. 

Zorgen voor de ander en borderline (2)

Kunnen opvoeders met ernstige borderline-problematiek goed zorgen voor kinderen? Ja en toch is het vaak (te) ingewikkeld.

Kijk je naar het gedrag van de kinderen, dan zie je dat moeders met borderline best in staat kunnen zijn om goed voor hun kinderen te zorgen (althans, voor zover het gedrag van die moeders enigszins voorspelbaar blijft: structuur van ruimte, tijd en persoon is essentieel voor de hechting van jonge kinderen).

De problemen ontstaan tijdens de peutertijd, als de peuter een eigen ‘ik’ ontwikkelt. De knuffelige en eenkennige baby die mamma in de buurt wilde hebben wordt opeens een peuter die nee zegt en nee doet. Hij wil niet meer op schoot, hij weigert het lekkere eten dat mamma gemaakt heeft en als hij gaat praten zegt hij dat mamma stom is. Dat gedrag wordt door moeders met borderline vaak als verlating ervaren. “Iedereen laat me in de steek, zelfs mijn eigen kind.”

Dit proces verklaart waarom Liesbeth wel met kinderen uit de buurt om kan gaan. Die zien haar als lieve tante naast de eigen ouders die alle dwarsheid van hun zoon of dochter moeten trotseren. En bij Liesbeth eten de kinderen wél spruitjes, maar bij mamma niet. Kijk eens hoe goed ze kan opvoeden én kan koken!

Margo werkt met hart en ziel in de ouderenzorg. Ze vindt het heerlijk om 'voor de oudjes te zorgen'. Toch zijn er ook bewoners bij wie het direct mis gaat. Dat zijn de bewoners die zich niet laten verzorgen door haar. Dan voelt ze zich miskend. Een ander probleem vormt de samenwerking met collega's. Die zijn het in teambesprekingen lang niet altijd met haar eens. Inmiddels is Margo al drie keer verplicht van afdeling verhuisd. Niet omdat ze niet goed kan (ver)zorgen, maar omdat zich gekrenkt voelt als anderen haar zorg afwijzen.

Mentaliseren

Terug naar Liesbeth. Is ze goed in staat om te mentaliseren? Kan ze goed kijken naar haar eigen gedrag? Is ze in staat om achter het gedrag van de kinderen te kijken? Ze kan het gedrag van kinderen een beetje begrijpen als ze zelf weinig stress ervaart.

Maar Liesbeth vult ook veel te snel in. Háár ervaring is meteen ook de ervaring die de kinderen ‘moeten’ hebben. Ze weet als geen ander hoe het voelt om als kind bang te zijn geweest, mishandeld te zijn geworden, gepest te zijn. Ze kan zelfs kinderen die gevoelens aanpraten. Ze plakt háár emoties naadloos op die van de kinderen. Daarmee kan ze soms ten strijde trekken, ze ‘vecht als een leeuwin voor de kinderen’, zonder ooit te vragen of het verhaal wel klopt.

Volwassenen zijn voor Liesbeth bedreigend, kinderen niet. Over volwassenen heeft ze geen controle, over kinderen wel. Ze wil vooral volgelingen.

In sociaal-emotioneel opzicht kun je hierbij denken aan het sociale gedrag van jonge kinderen. Pas later in de ontwikkeling groeit het samenspel. Op jongere leeftijd pakt het ene kind zomaar spullen van het andere kind af, het ene kind domineert het andere kind, het heeft geen idee hoe het samen moet spelen. Jonge peuters spelen naast elkaar hun eigen spel.

Naar volwassenen is Liesbeth snel achterdochtig, het verhaal van de kinderen wordt bij voorbaat geloofd. Omdat ze geen vragen stelt aan betrokkenen, maar direct haar eigen conclusies trekt schiet ze regelmatig mis. Ze heeft zich om die reden ook al eens voor de rechtbank moeten verantwoorden.

Het andere deel van het mentaliseren: kijken naar jezelf, is voor Liesbeth bijna altijd te hoog gegrepen. Ze zegt ook zelf wel eens dat ze niets van zichzelf begrijpt: het lijkt wel altijd te stormen in haar hoofd. Alleen bij minimale stress en maximale ontspanning is ze soms even in staat om te begrijpen wat er met haar en haar omgeving gebeurt.

Mentaliseren kun je leren (9)

Vanessa is een jonge vrouw met een lichte verstandelijke beperking en een borderline persoonlijkheidsstoornis. vanwege deze combinatie van kenmerken woont ze in een huis met enkele andere bewoners en met een aantal uren per dag begeleiding.

Vanessa laat (zoals gebruikelijk bij mensen met borderline-problematiek) sterke wisselingen in haar stemming en gedrag zien. Ook geeft ze voortdurend aan dat anderen fouten maken. Ze lijkt er steeds op uit om anderen op hun fouten te wijzen en die vervolgens uit te vergroten. Vervolgens belt ze haar ouders om opnieuw aan te geven hoe slecht het met de zorg op de woonlocatie gesteld is.

Begeleiders hebben het gevoel dat ze constant op eieren moeten lopen. Ze hebben daarnaast het gevoel dat ze nooit iets goed kunnen doen, hoe hard ze ook hun best doen.

De denkfout die vaak wordt gemaakt is dat je denkt dat je met rationele argumenten de emotionele turbulentie van mensen met borderline tot bedaren kunt brengen. Vaak gebeurt echter het omgekeerde: hoe meer je probeert de bewijzen dat de situatie anders ligt, des te meer krijg je de wind tegen.

In het team is afgesproken om zo rustig mogelijk te blijven als Vanessa zo emotioneel van slag is. Om het in mijn woorden te parafraseren: “Vanessa is het kleine bootje op de ruwe zee en als begeleider ben je de vuurtoren die op zijn plek blijft staan.” Die houding vraagt wel om ondersteuning. Want je zult maar iedere keer weer het gevoel hebben dat je toch alles fout doet.

Wat heeft dit met mentaliseren te maken?  De eerste stap bij het mentaliseren is dat je naar jezelf kijkt. Wat doet dit gedrag met mij? Waarschijnlijk voel je bij binnenkomst van Vanessa je hartslag al oplopen. Daar moet je dus iets mee. Het gegeven dat je constateert dat ze invloed heeft op jouw functioneren is al een stukje van het proces van het mentaliseren.  De tweede stap is dat je ook in de gaten hebt wat je op zo’n moment nodig hebt. Welke mogelijkheden heb je om jezelf even meer rust te geven?

Regelmatig kwam Vincent scheldend, vloekend en tierend mijn kamer binnen. Er 'deugde nergens niks van'. En ik deed er ook niks aan. Als het zo moest ging hij nog liever dood. Die bezoeken kwamen me zelden goed uit. De werkdruk was erg hoog. Ik moest bijvoorbeeld een kwartier later les geven en dat nog even voorbereiden. Maar als ik Vincent zou zeggen dat het me niet uitkwam zouden de rapen gaar zijn. Dat ervaarde hij als een afwijzing. En als er iets hem raakte, dan was het wel afwijzing. Hij was door zijn ouders 'verstoten', maar ook in diverse pleeggezinnen was hij vastgelopen. De enige oplossing was: rust in de tent. Het eerste wat ik deed was vragen of hij een bakje koffie wilde. Nee, die vieze koffie hoefde hij niet. Daar zei ik verder niks over. Een minuut later zei hij: "Doe toch maar koffie." Ik liep de kamer uit en ging naar de koffiekeuken. Die ruimte had ik even nodig om mijn eigen hartslag naar beneden te krijgen... Ik maakte geen haast. Pas als ik mezelf weer wat rustiger voelde (dat duurde natuurlijk geen uur, maar twee of drie minuten) ging ik weer terug naar mijn kamer. Met vieze koffie voor twee personen. Ik had verder niets pedagogisch gedaan, maar toch was Vincent bij binnenkomst als een stukje rustiger...

De tweede stap is dat je probeert een brug te slaan tussen je eigen emoties en die van de ander. “Je kwam wel schreeuwend binnen, Vincent, daar schrok ik wel even van. Wat wilde je mij vertellen? Zullen we het daar even over hebben? Ik heb nu niet zoveel tijd, maar we maken dan meteen een afspraak wanneer we elkaar weer zien.”

Volgens de Mentalisation Based Support is het bewaren van de eigen rust één van de voorwaarden om te kunnen mentaliseren. De tweede stap is dat je je altijd realiseert dat de ander een reden heeft waarom hij zich gedraagt zoals hij zich gedraagt. Daar is altijd een reden voor, ook als je het er niet mee eens bent dat hij zich zo gedraagt.