Klem tussen een moeder met borderline en een narcistische vader

"Kinderen van ouders met een borderline persoonlijkheidsstoornis of van ouders met een narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn hun leven lang bezig om zichzelf te bevrijden uit hun verwrongen jeugd".

Aldus het begin van een artikel uit Psychology Today door Randi Kreger. Zie hiervoor de reactie van Catharina op Borderline en kinderen (2).

Eén van de thema’s die het probleem nóg complexer maken is dat vrouwen met een borderline-stoornis en mannen met een narcistische persoonlijkheid zich nogal eens tot elkaar aangetrokken voelen. Natuurlijk is dat niet standaard het geval, maar het komt nogal eens voor. Daar heeft Martin Appelo uitgebreid over geschreven in zijn boek ‘Een spiegel voor narcisten’ (al eerder beschreven op dit blog).

Verdriedubbeling

Kinderen van een ernstig narcistische vader en een moeder met ernstige borderline-problematiek moeten niet alleen zien te overleven met de complexiteit die beide stoornissen met zich mee brengen, ze moeten ook nog hun weg vinden in de spanningen die onvermijdelijk zijn in de relatie tussen narcistische mannen en borderline vrouwen. In feite hebben ze te maken met een verdriedubbeling van de problematiek.

(let wel: ik schrijf hier over ernstige problematiek, niet over lichte trekken. De meeste mensen hebben af en toe wel wat trekjes van borderline en alle mensen hebben af en toe narcistische eigenschappen).

Al eerder heb ik beschreven hoe jaloers een moeder was dat haar dochter werd uitgenodigd door een vriendje op een schoolfeest. De moeder kon het niet verkroppen dat haar man haar weinig aandacht gaf en dat haar dochter opeens een vriendje had. Ze zag haar dochter als haar vriendin en nu ging die vriendin er met een ander vandoor. Dat werd door haar als verlating ervaren. Uit boosheid knipte de moeder de jurk die haar dochter aan wilde trekken in stukken.  

Waar is de vader?

Maar hoe zat het met de vader? De man wilde zich niet mengen in de strijd tussen moeder en dochter. Dat vond hij ‘typische vrouwenzaken’: jaloers zijn op elkaar en de ander geen aandacht gunnen. De dochter vond geen gehoor bij haar vader: hij was de grote afwezige in dit conflict. Hij verliet het pand en ging op stap met vrienden.

Een jaar later won de dochter een plaatselijk muziekfestival. Nu was de vader opeens wél in beeld. Hij ging op bezoek bij allerlei lokale media om aandacht te vragen voor de prestatie van zijn dochter. Hij stelde zich op als haar manager. En daar waar ze aandacht kreeg van de media had haar vader het hoogste woord. Hij stond ook iedere keer nadrukkelijk op de foto.

Verlengstuk

In feite was de dochter een verlengstuk van de vader. De vader gebruikte zijn dochter om daarmee zélf in de schijnwerpers te komen.

Bij de moeder kon de dochter niet terecht, want op kritieke momenten zag de moeder haar dochter als concurrent. Bij de vader kon ze niet terecht omdat hij haar slechts zag als verlengstuk van zichzelf. En omdat er voortdurend spanningen waren tussen beide ouders was de dochter zich altijd zeer op haar hoede. Ze stelde zich bij voorkeur verdekt op, dan was er de minste kans op allerlei aanvaringen.

Stop walking on Eggshells  is de titel van één van de meest bekende boeken over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Niet zo voorzichtig doen, stop met op eieren lopen. Dat is een mooie opdracht voor volwassenen, voor contacten op afstand. Maar van jonge kinderen kun je dat niet vragen...

Stalkers (m/v)

Af en toe kijk ik naar een programma over stalkers. Dat komt omdat ik graag wil weten wat voor persoon er achter de stalker zit. 

Een paar weken geleden zag ik een TV-programma over een vrouw die haar ex beschuldigde van ‘stalking’. Ze kreeg de meest verschrikkelijke SMS’jes en appjes. Hij reed meerdere malen per dag door de straat en had ook de ramen beklad. Dat moest wel een verschrikkelijke man zijn.

Geleidelijk werd in het programma duidelijk dat er iets anders aan de hand was. Niet de man stalkte zijn ex, maar de vrouw stalkte haar ex. Ze lokte hem dusdanig uit dat hij uiteindelijk zijn geduld verloor. Zo reed ze hem klem en zijn reactie zette ze op de film. Maar op de film vertelt ze dat hij háár heeft klemgereden.

Toen de vrouw geconfronteerd werd met deze andere kant van het verhaal ontkende ze glashard. Het was toeval, het was een incidentje, er was niets van waar, en het kwam allemaal voort uit het feit dat haar ex het allemaal zo slim aanpakte dat zelfs journalisten alleen maar zijn verhaal geloofden. Ook een professioneel hulpverlener, gespecialiseerd op het terrein van stalking, slaagde er niet in om de vrouw anders naar de situatie te laten kijken. Speelde ze dat? Of wist ze werkelijk niet dat de situatie anders lag?

Het was trouwens niet de eerste keer dat dat gebeurde. Ook in een eerdere uitzending bleek dat het niet de man was die de vrouw stalkte, maar de vrouw die de man stalkte. Ook zij bleef totaal ontkennen dat ze stalkte, ook alle bewijs op camera was volgens haar onwaar.

Ik denk dat mannen veel vaker stalkers zijn dan vrouwen, maar dat we niet moeten vergeten dat het ook vrouwen kunnen zijn die stalken. Ik vermoed dat bij stalkende mannen vooral de narcistische trekken overheersen (krenking) en bij narcistische vrouwen de borderline trekken (boosheid om verlating, controlebehoefte). 

Het deed me denken aan een onderzoek naar de Theory of Mind. In hoeverre zijn kinderen in staat om vanuit de positie van de ander te kijken? Kunnen ze begrijpen dat iemand anders vanuit een ander perspectief kijkt dan zijzelf? Dit vermogen ontwikkelt zich geleidelijk tussen de twee en de zes jaar, maar dan is het nog steeds niet klaar.

Stalkende mannen hebben vaker narcistische trekken, stalkende vrouwen hebben vaker borderline trekken

Mijn idee is dat mensen bij stress meer vast gaan zitten in hun eigen kijk op de zaak en zich niet meer goed kunnen verplaatsen in de kijk van de ander. Dat verschijnsel noemt professor Anton Došen ‘cognitieve desintegratie’. Dat wat je in een relaxte situatie nog wel kunt vatten blijkt je onder stress niet meer te lukken. Je zou kunnen zeggen dat mensen onder invloed van stress meer egocentrisch gaan functioneren. Deze vrouw leek ook niet meer in staat om vanuit het perspectief van haar ex te kunnen kijken.

Het trieste was dat er ook een aantal kinderen betrokken waren bij deze vechtscheiding. Die werden als pion door de vrouw ingezet. De ex mocht vanwege zijn wangedrag zijn kinderen niet meer zien. Ze kon zich dus ook niet verplaatsen in het perspectief van haar kinderen die waarschijnlijk wél hun vader wilden zien. Via de kinderen werd de vader gestraft. Dan twijfel ik ook aan de opvoedingscapaciteiten van de moeder. 

Borderline en relaties

Dezelfde oefening met het Ontwikkelingsprofiel zoals met narcisme (een aantal dagen geleden) kun je ook doen met borderline-kenmerken. Hoe gaat iemand met borderline-kenmerken met zichzelf om en met anderen?
  1. Hoe verhouden mensen met borderline zich ten opzichte van anderen? Ze zijn grillig in de relatie tot anderen. De ene keer ben je perfect, de andere keer deugt er niets van jou. Kernwoord: Wisselvalligheid.
  2. Wat is de rol van anderen ten opzichte van een persoon met borderline? In mijn cursussen noem ik mensen met borderline roeibootjes op een stormachtige zee: ze zoeken wanhopig naar houvast. Jij moet functioneren als vuurtoren: iemand die op zijn plek blijft. Hoe mensen met Borderline zich ook verzetten tegen de ander: diegene is tegelijk het kader, het houvast. Kernwoord: Kader.
  3. Hoe ziet het zelfbeeld van mensen met borderline er uit? Dat kan per minuut verschillen. Ze vinden zichzelf super om na één vermeende afkeurende blik meteen helemaal niet meer te deugen. Kernwoord: Grillig.
  4. Hoe gaat iemand met borderline om met normen, met regels? Ze hebben regels nodig, ze kunnen zich uitgesproken normatief uitspreken én ze verzetten zich tegen regels. Het is vaak maar net hoe het uit komt. Dat doen ze vooral op hun gevoel. De regel komt voort uit het eigen gevoel. Iets voelt goed óf het voelt niet goed. En omdat borderline een emotie-regulatiestoornis is kan dat gevoel steeds weer wisselen. Kernwoord: Intuïtief.
  5. Hoe gaat iemand met borderline om met zijn of haar behoeften? De innerlijke leegte moet worden opgevuld. Dat gebeurt vaak in de vorm van prikkels zoeken (extreem veel sporten), riskant dating-gedrag, eetproblematiek, alcoholmisbruik, zelfverwonding. Kernwoord: Prikkelhonger.
  6. Hoe gaat iemand met borderline om met cognities, met standpunten? Daar gebeurt vaak iets bizars. Het gedrag kan extreem zijn, bijvoorbeeld heftige agressie, zwaar alcoholmisbruik. Maar achteraf blijkt een persoon met borderline de daarbij behorende gevoelens niet onder woorden te kunnen brengen. Vooral angst, schuld en schaamte worden toegedekt. “Ik kreeg een waas voor mijn ogen. Dat kan iedereen overkomen.” Kernwoord: Ontbreken van subjectiviteit.
  7. Hoe lost iemand met borderline problemen die zijn emoties raken op? Hierbij zie je tal van reacties. Het is het deel van de persoon dat de omgeving het meest voor het blok zet. Aan de ene kant kan iemand met borderline buitengewoon ‘verstandig’ lijken, maar aan de andere kant weer ‘als een heel klein kind’ reageren. Vooral het splitsen komt veel voor (‘splitting’): iemand is óf goed óf fout en dat kan zomaar weer wisselen. Ook valt het plotselinge ‘tegen-gedrag’ op, bijvoorbeeld na een verschil van mening met de leidinggevende direct de baan opzeggen zonder over de consequenties na te denken (zie punt 8). De bijbehorende emoties kunnen later niet verwoord worden. “Daar heb ik niet over nagedacht, het gebeurde nu eenmaal. Dat ik mijn hypotheek niet kan betalen, ja, dat is me nu dus ook overkomen.” Abraham noemt hierbij als meest opvallend verschijnsel het vertekenen van de eigen emoties: Vervorming.
  8. Hoe lost iemand met borderline problemen op in zijn handelen? De reactie is schijnbaar zonder er over na te denken. Het gebeurt impulsief, de emoties komen direct boven, de consequenties worden niet overzien. Bijvoorbeeld: na een kleine woordenwisseling met de leidinggevende direct de baan opzeggen. Mensen met borderline zijn ook experts in het wisselen van hulpverlener. De eindstreep van de reeks behandelingen wordt vaak niet gehaald. “Ik heb u nooit vertrouwd en het blijkt dat ik voor 100% gelijk heb.”Kernwoord: Ageren.
  9. Dan nog een los thema: dat van de dissociatie. Mensen met borderline ervaren zichzelf nogal eens als opeens in een andere wereld. “Het examen was alsof ik in een film figureerde”, “Opeens liep ik door Leiden, maar ik weet helemaal niet dat ik op de trein ben gestapt.” Kernwoord: Dissociatie.
Prof. dr. R.E. Abraham: Het Ontwikkelingsprofiel. Een psychodynamische diagnose van de persoonlijkheid. Van Gorcum, 3e druk, 1999. 

Teveel of te weinig ego (2)

    Ds Tim Keller (predikant van de Presbyterian Redeemer Church in New York) citeert in het boekje ‘Bevrijd van jezelf’ (uitgeverij Van Wijnen, Franeker) zangeres Madonna. 

In talentenjachten zie je mensen die dolgraag Madonna zouden willen zijn. Zolang ze dat niet kunnen bereiken hebben ze het gevoel dat ze falen. Je zou denken: Madonna heeft alles bereikt, dus zij moet toch wel tevreden met zichzelf zijn. Maar ze zegt: “Angst voor de middelmaat vormt de drive voor mijn leven. Hoeveel ik ook bereik, ik behoor nog steeds tot die middelmaat. Behalve als ik iets heel anders doe. Want zelfs nu ik iemand ben moet ik nog steeds elke dag bewijzen dat ik iets voorstel. Mijn worsteling blijft maar door gaan en het houdt nooit op.”

    Intermezzo: Professor R.E. Abraham schreef een boek over het ontwikkelingsprofiel. Bij volwassenen zie je – met name bij stress- veel gedrag terug dat past in de kinderleeftijd. Een voorbeeld is de rivaliteit. Dat begint al op jonge leeftijd in het gezin: de strijd tussen broers en zussen. Jacob probeerde als tweede de eerstgeborene Ezau van de troon te stoten. Een extreme gevoeligheid voor de vergelijking met anderen en daarmee ook jaloezie en rivaliteit zie je ook bij narcisme en bij de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Daarom kunnen deze mensen – als door een wesp gestoken – reageren op een klein beetje (vermeende) kritiek en accepteren ze ook de inbreng van anderen niet.

    Keller: Omdat het ego zo opgeblazen is, omdat het zoveel aandacht trekt heeft het het ook steeds erg druk. Het is namelijk steeds bezig met vergelijken. De manier waarop het ego probeert om de leegte op te vullen en het gevoel van onbehagen kwijt te raken is door zichzelf te vergelijken met de ander. Keller noemt in dat verband C.S. Lewis die schrijft dat veel mensen voortdurend leven in een vergelijking tot anderen. Daar zijn ze druk mee: heb ik meer of minder dan de ander, presteer ik meer of minder dan de ander?

    Het gevoel van meerderwaardigheid (in de volksmond: een te groot ego) en van minderwaardigheid (een te klein ego) is in wezen hetzelfde, schrijft Keller. Het gaat in beide gevallen om een ego dat is gevuld met leegte.Daarom reageert dat ego ook zo heftig op (vermeende) kritiek. 

Zorgen voor de ander en borderline (2)

Kunnen opvoeders met ernstige borderline-problematiek goed zorgen voor kinderen? Ja en toch is het vaak (te) ingewikkeld.

Kijk je naar het gedrag van de kinderen, dan zie je dat moeders met borderline best in staat kunnen zijn om goed voor hun kinderen te zorgen (althans, voor zover het gedrag van die moeders enigszins voorspelbaar blijft: structuur van ruimte, tijd en persoon is essentieel voor de hechting van jonge kinderen).

De problemen ontstaan tijdens de peutertijd, als de peuter een eigen ‘ik’ ontwikkelt. De knuffelige en eenkennige baby die mamma in de buurt wilde hebben wordt opeens een peuter die nee zegt en nee doet. Hij wil niet meer op schoot, hij weigert het lekkere eten dat mamma gemaakt heeft en als hij gaat praten zegt hij dat mamma stom is. Dat gedrag wordt door moeders met borderline vaak als verlating ervaren. “Iedereen laat me in de steek, zelfs mijn eigen kind.”

Dit proces verklaart waarom Liesbeth wel met kinderen uit de buurt om kan gaan. Die zien haar als lieve tante naast de eigen ouders die alle dwarsheid van hun zoon of dochter moeten trotseren. En bij Liesbeth eten de kinderen wél spruitjes, maar bij mamma niet. Kijk eens hoe goed ze kan opvoeden én kan koken!

Margo werkt met hart en ziel in de ouderenzorg. Ze vindt het heerlijk om 'voor de oudjes te zorgen'. Toch zijn er ook bewoners bij wie het direct mis gaat. Dat zijn de bewoners die zich niet laten verzorgen door haar. Dan voelt ze zich miskend. Een ander probleem vormt de samenwerking met collega's. Die zijn het in teambesprekingen lang niet altijd met haar eens. Inmiddels is Margo al drie keer verplicht van afdeling verhuisd. Niet omdat ze niet goed kan (ver)zorgen, maar omdat zich gekrenkt voelt als anderen haar zorg afwijzen.

Mentaliseren

Terug naar Liesbeth. Is ze goed in staat om te mentaliseren? Kan ze goed kijken naar haar eigen gedrag? Is ze in staat om achter het gedrag van de kinderen te kijken? Ze kan het gedrag van kinderen een beetje begrijpen als ze zelf weinig stress ervaart.

Maar Liesbeth vult ook veel te snel in. Háár ervaring is meteen ook de ervaring die de kinderen ‘moeten’ hebben. Ze weet als geen ander hoe het voelt om als kind bang te zijn geweest, mishandeld te zijn geworden, gepest te zijn. Ze kan zelfs kinderen die gevoelens aanpraten. Ze plakt háár emoties naadloos op die van de kinderen. Daarmee kan ze soms ten strijde trekken, ze ‘vecht als een leeuwin voor de kinderen’, zonder ooit te vragen of het verhaal wel klopt.

Volwassenen zijn voor Liesbeth bedreigend, kinderen niet. Over volwassenen heeft ze geen controle, over kinderen wel. Ze wil vooral volgelingen.

In sociaal-emotioneel opzicht kun je hierbij denken aan het sociale gedrag van jonge kinderen. Pas later in de ontwikkeling groeit het samenspel. Op jongere leeftijd pakt het ene kind zomaar spullen van het andere kind af, het ene kind domineert het andere kind, het heeft geen idee hoe het samen moet spelen. Jonge peuters spelen naast elkaar hun eigen spel.

Naar volwassenen is Liesbeth snel achterdochtig, het verhaal van de kinderen wordt bij voorbaat geloofd. Omdat ze geen vragen stelt aan betrokkenen, maar direct haar eigen conclusies trekt schiet ze regelmatig mis. Ze heeft zich om die reden ook al eens voor de rechtbank moeten verantwoorden.

Het andere deel van het mentaliseren: kijken naar jezelf, is voor Liesbeth bijna altijd te hoog gegrepen. Ze zegt ook zelf wel eens dat ze niets van zichzelf begrijpt: het lijkt wel altijd te stormen in haar hoofd. Alleen bij minimale stress en maximale ontspanning is ze soms even in staat om te begrijpen wat er met haar en haar omgeving gebeurt.

Mentaliseren kun je leren (9)

Vanessa is een jonge vrouw met een lichte verstandelijke beperking en een borderline persoonlijkheidsstoornis. vanwege deze combinatie van kenmerken woont ze in een huis met enkele andere bewoners en met een aantal uren per dag begeleiding.

Vanessa laat (zoals gebruikelijk bij mensen met borderline-problematiek) sterke wisselingen in haar stemming en gedrag zien. Ook geeft ze voortdurend aan dat anderen fouten maken. Ze lijkt er steeds op uit om anderen op hun fouten te wijzen en die vervolgens uit te vergroten. Vervolgens belt ze haar ouders om opnieuw aan te geven hoe slecht het met de zorg op de woonlocatie gesteld is.

Begeleiders hebben het gevoel dat ze constant op eieren moeten lopen. Ze hebben daarnaast het gevoel dat ze nooit iets goed kunnen doen, hoe hard ze ook hun best doen.

De denkfout die vaak wordt gemaakt is dat je denkt dat je met rationele argumenten de emotionele turbulentie van mensen met borderline tot bedaren kunt brengen. Vaak gebeurt echter het omgekeerde: hoe meer je probeert de bewijzen dat de situatie anders ligt, des te meer krijg je de wind tegen.

In het team is afgesproken om zo rustig mogelijk te blijven als Vanessa zo emotioneel van slag is. Om het in mijn woorden te parafraseren: “Vanessa is het kleine bootje op de ruwe zee en als begeleider ben je de vuurtoren die op zijn plek blijft staan.” Die houding vraagt wel om ondersteuning. Want je zult maar iedere keer weer het gevoel hebben dat je toch alles fout doet.

Wat heeft dit met mentaliseren te maken?  De eerste stap bij het mentaliseren is dat je naar jezelf kijkt. Wat doet dit gedrag met mij? Waarschijnlijk voel je bij binnenkomst van Vanessa je hartslag al oplopen. Daar moet je dus iets mee. Het gegeven dat je constateert dat ze invloed heeft op jouw functioneren is al een stukje van het proces van het mentaliseren.  De tweede stap is dat je ook in de gaten hebt wat je op zo’n moment nodig hebt. Welke mogelijkheden heb je om jezelf even meer rust te geven?

Regelmatig kwam Vincent scheldend, vloekend en tierend mijn kamer binnen. Er 'deugde nergens niks van'. En ik deed er ook niks aan. Als het zo moest ging hij nog liever dood. Die bezoeken kwamen me zelden goed uit. De werkdruk was erg hoog. Ik moest bijvoorbeeld een kwartier later les geven en dat nog even voorbereiden. Maar als ik Vincent zou zeggen dat het me niet uitkwam zouden de rapen gaar zijn. Dat ervaarde hij als een afwijzing. En als er iets hem raakte, dan was het wel afwijzing. Hij was door zijn ouders 'verstoten', maar ook in diverse pleeggezinnen was hij vastgelopen. De enige oplossing was: rust in de tent. Het eerste wat ik deed was vragen of hij een bakje koffie wilde. Nee, die vieze koffie hoefde hij niet. Daar zei ik verder niks over. Een minuut later zei hij: "Doe toch maar koffie." Ik liep de kamer uit en ging naar de koffiekeuken. Die ruimte had ik even nodig om mijn eigen hartslag naar beneden te krijgen... Ik maakte geen haast. Pas als ik mezelf weer wat rustiger voelde (dat duurde natuurlijk geen uur, maar twee of drie minuten) ging ik weer terug naar mijn kamer. Met vieze koffie voor twee personen. Ik had verder niets pedagogisch gedaan, maar toch was Vincent bij binnenkomst als een stukje rustiger...

De tweede stap is dat je probeert een brug te slaan tussen je eigen emoties en die van de ander. “Je kwam wel schreeuwend binnen, Vincent, daar schrok ik wel even van. Wat wilde je mij vertellen? Zullen we het daar even over hebben? Ik heb nu niet zoveel tijd, maar we maken dan meteen een afspraak wanneer we elkaar weer zien.”

Volgens de Mentalisation Based Support is het bewaren van de eigen rust één van de voorwaarden om te kunnen mentaliseren. De tweede stap is dat je je altijd realiseert dat de ander een reden heeft waarom hij zich gedraagt zoals hij zich gedraagt. Daar is altijd een reden voor, ook als je het er niet mee eens bent dat hij zich zo gedraagt.

Quickscan borderline

Binnen sommige organisaties wordt gebruik gemaakt van een quickscan om mogelijk borderline-gedrag op te sporen. Deze quickscan is gebaseerd op vier (kwetsbare) aspecten in het gedrag die vaak snel in het oog springen.

De quickscan is met name bedoeld om het gedrag van pubers op tijd in kaart te hebben. Want de gevolgen van borderline kunnen zeer ernstig zijn: zelfverwonding, een zeer grote kans op verslavingen, op eetstoornissen en onder mensen met borderline is het aantal pogingen tot zelfdoding veel hoger dan bij andere psychische stoornissen. Hoe langer je wacht, des te meer wordt het gedrag onderdeel van de persoon (en dus moeilijker behandelbaar). Psycholoog Joost Hutsebaut is betrokken bij de ontwikkeling van deze quickscan.

  1. Emoties
    Jongeren met borderline voelen zich vaak erg machteloos en boos. Er is van binnen sprake van een vulkaan. Ze ‘exploderen’ zomaar. Het verband tussen de aanleiding en de emotie lijkt te ontbreken. Begrijp je niets van die boosheid omdat je geen aanleiding ziet en komt dat vaak voor: dan zou het een signaal kunnen zijn. Maar let ook op jongeren die juist heel vlak lijken. Ze is heel erg bezig om hun emotie te onderdrukken. Dat is een minstens zo groot risico. Ook het afwisselen van periodes van heftig gedrag en ingehouden gedrag kan voorkomen. Dat wordt wel eens aan een bipolaire stoornis gedacht (‘manisch depressief’) maar dat is het dus niet…
  2.  Impulsiviteit
    Dit tweede probleemgebied hangt samen met emotionele instabiliteit. Daarbij schrijf ik wel eens: de gevoelsthermostaat is stuk. Jongeren ervaren (nog) weinig controle over hun impulsen. Dat kan beangstigend zijn. En juist die angst kan ook weer een trigger zijn: het ‘moet’ gebeuren (zichzelf snijden bijvoorbeeld). Eetbuien of juist het weigeren van eten kunnen samen hangen met de behoefte om toch jezelf onder controle te krijgen. Heftige escalaties met extreem veel alcohol of drugsgebruik en ander risicovol gedrag kunnen signalen zijn van onderliggende borderline-problematiek.
  3. Wisselingen in het zelfbeeld
    Alle jongeren hebben een sterk wisselend zelfbeeld. Maar bij jongeren met borderline gaat dat gevoel heel diep: er is sprake van absolute zelfhaat. Een signaal voor deze problematiek kan ook zijn dat jongeren voortdurend wisselen in de keuzes die ze maken. Ze kiezen voor een topstudie, maar na drie maanden is dat de meest waardevolle studie die er is enzovoorts.
  4. Relaties
    Er zijn jongeren die zeer intensieve relaties aan gaan, waarbij snel  vriendschappen worden gesloten en jongeren zich ook letterlijk heel snel  blootgeven. Maar de relatie loopt al snel helemaal vast en de persoon wordt met huid en haar gedumpt. Daarna is het de beurt aan een ander en dat gaat op dezelfde manier. De andere groep mensen met borderline houdt voortdurend afstand: vriendschappen komen al snel (te) dichtbij.
Zo'n dertig jaar geleden dacht men nog dat borderline onbehandelbaar was. Inmiddels zijn er effectieve behandelmethoden beschikbaar. Maar het is wel zo dat hoe later de behandeling start, hoe slechter de prognose is. Vandaar dat Joost Hutsebaut meent dat als deze signalen duidelijk aanwezig zijn, dat opvoeders dan aan de bel zouden moeten trekken...

Waarom trekken narcistische mannen naar vrouwen met borderline?

Een aantal van mijn vroegere vrouwelijke cliënten had de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis.

Enkele van deze cliënten hadden een relatie. Maar het viel me bij die relaties op dat de mannen meestal veel op elkaar leken. Eentje vertelde zelfs tegen mij dat hij ‘gespecialiseerd was’ in relaties met mensen die in grote problemen waren geraakt.

De man deed het voorkomen dat hij een groots redder was. Hij hielp vrouwen die in grote problemen waren geraakt. Dat was zo’n beetje zijn levensdoel. Ik vond het een bijzondere visie. Alsof de vriendin die hij had een project was. En als het project klaar was zou er wel weer een volgend project verschijnen…

Overigens had de man zelf ook een probleem. Zijn bedrijf was (naar eigen zeggen) failliet. Zijn uitkering was gestopt. Zijn huis was hij kwijt. Dus was hij maar meteen bij die vrouw in getrokken. Maar volgens hem was dat omdat ze dan minder alleen was en hij er beter op kon letten dat ze geen vreemde dingen deed.

Martin Appelo

In het boek ‘Een spiegel voor narcisten’ (Boom, 2013) maakt Martin Appelo onderscheid tussen diverse vormen van narcisme. Dat onderscheid vind je niet in de DSM, maar het is belangrijk dat we weten ‘dat de ene narcist de andere niet is’. Ieder mens is natuurlijk uniek, maar ook bij mensen die hetzelfde etiket hebben gekregen kan de kleur verschillend zijn. Toch hebben mensen met een narcistische persoonlijkheidsstructuur wel een aantal gemeenschappelijke kenmerken (anders zou het ‘etiket’ niet kunnen bestaan). Eén van de gemeenschappelijke kenmerken zit in de relaties die ze aan gaan. En dat was precies wat mij bij die vrouwen met een borderline stoornis op viel: ‘ze vielen op dezelfde mannen’.

“Narcisten en borderliners voelen zich opvallend sterk tot elkaar aangetrokken en beginnen dan ook vaak een seksuele relatie. De borderliner is grenzeloos en de narcist doet zich groot en sterk voor. Daarom lijkt de narcist dé oplossing voor de onzekerheid van de borderliner. Bovendien is de narcist altijd op zoek naar iemand die hem bewondert en ruimte wil maken voor zijn opgeblazen aanwezigheid.

Deze combinatie resulteert dan in een ultieme klik die wordt getypeerd door heftige verliefdheid, waarbij beide partners van de daken schreeuwen dat ze nu eindelijk de ware liefde hebben gevonden. Na een intens gelukkige periode kan de sfeer echter totaal omslaan. Er vinden heftige escalaties plaats waarbij ze elkaar verbaal en fysiek te gronde lijken te richten.

Meestal duren deze relaties dan ook niet lang, maar je ziet vaak dat zowel de narcist als de borderliner het daarna gewoon opnieuw probeert met iemand die op de vorige partner lijkt. Waarschijnlijk komt dit doordat narcisten en borderliners feilloos van elkaar aanvoelen dat ze een instabiele basis hebben. Ze delen dus vaak het gevoel van innerlijke leegte, depressie of fundamentele angst. Daarbij lijkt de narcist voor de borderliner een redder, terwijl de borderliner voor de narcist het applaudisserende publiek is dat hij nodig heeft om zijn bal de lucht in te houden. Net als bij een kaartenhuis lijkt het allemaal fantastisch, maar bij het minste of geringste stort alles in elkaar” (blz. 34).

Als toevoeging: dat partners elkaar na enige tijd de tent uitvechten is triest. Maar als er kinderen in het spel zijn wordt helemaal duidelijk hoe schadelijk zo’n relatie is. De kinderen krijgen al weinig stabiele basis mee, maar een relatie die eindigt in een vechtscheiding is al helemaal rampzalig.

Martin Appelo: een spiegel voor narcisten, Boom Meppel, 2013, 312 bladzijden.

Eigenwaarde, kwetsbaarheid en borderline

Je hebt een mooi product gemaakt. Het kostte je weken of maanden, maar nu is het af. Wat ga je doen?

Je wilt het laten zien aan vrienden, bekenden, familie. Maar dat is een kwetsbare positie. Dus je dekt jezelf al in. “Het stelt niet zoveel voor, hoor, maar het zou leuk zijn als jullie toch even kwamen kijken.” “Het is maar een eerste poging, ik moet het idee nog verder uitwerken…”

Of je laat het toch enthousiast zien, want je vindt dat je echt een topprestatie hebt geleverd. Maar de reacties vallen tegen. De mensen knikken netjes dat het mooi is, maar ze lijken niet super-enthousiast. Daar ben je kapot van. Je voelt jezelf mislukt. Schaamte vertelt je dat je het niet eens had moeten proberen.

Deze reacties bij jezelf zijn het gevolg van het koppelen van je eigenwaarde aan je prestaties. Je waarde hangt af van wat anderen van jouw product vinden.

Maar als je je eigenwaarde koppelt aan de waardering door anderen en anderen vinden het een prachtig product… Ze prijzen jou en je product nóg verder de hemel in.

Volgens professor Brené Brown zit je dan nóg dieper in de problemen. Het pakt nu misschien goed uit en de volgende keer ook, maar er komt een moment waarop het oordeel niet zo positief uitvalt. Je bent in een fuik terecht gekomen waarbij je steeds meer afhankelijk wordt van het oordeel door de ander. Het is de situatie van Hotel California: je kunt er wél in, maar je komt er nooit meer uit.

Dat is de situatie waarin bijvoorbeeld Marilyn Monroe terecht kwam (zie de recente blogs over borderline). Ze wilde gezien en gewaardeerd worden, ze kreeg ook roem en waardering, maar ze zat steeds meer vast in de verslaving van het geadoreerd móéten worden. De last werd zó groot en de leegte zó intens dat ze verslaafd raakte aan drugs en uiteindelijk een eind aan haar leven maakte.

Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn als gevolg van hun zeer kwetsbare ‘ik’ sterk afhankelijk van het oordeel van anderen. Aandacht en roem lossen hun persoonlijkheidsproblematiek niet op. Ze worden daardoor voor hun eigenwaarde juist nóg meer afhankelijk van de waardering die ze van anderen krijgen.

Het idee van de kwetsbaarheid als gevolg van de behoefte aan waardering door anderen werd ontleend aan: Brené Brown, De kracht van kwetsbaarheid, 18e druk, 2018

Münchhausen by Proxy

Het verhaal over borderline en afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (gisteren op dit blog) had ik nog maar net geschreven of er stond een vergelijkbaar verhaal in de krant. Het was een verslag over een rechtszaak die vorige week vrijdag speelde.

Linda H is een 60 jarige vrouw. Ze is getrouwd met de zeer beïnvloedbare Leo. Mogelijk ook een man met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. in ieder geval hoeft ze van hem geen tegenspraak te verwachten.

Linda heeft drie dochters van wie er twee zijn overleden. De derde dochter zwoegt om nog iets van haar leven te maken, maar tobt met ernstige lichamelijke en psychische klachten. Inmiddels is bij één van beide dochters aangetoond dat moeder Linda een rol speelde bij de dood van haar dochter. Zij hield haar dochter vast terwijl ze haar man opdracht gaf om de dochter een  dodelijke injectie toe te dienen.

Moeder Linda wordt omschreven als een extreem dominante moeder die zeer wisselend gedrag vertoont. De ene keer is ze zeer zorgzaam, de andere keer reageert ze buitengewoon heftig. Ook is ze zeer manipulatief naar anderen toe. Er wordt gesteld dat er bij haar sprake is van een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis.

Maar daar komt nog iets meer ernstig bij: waarschijnlijk is er bij Linda sprake van het syndroom van Münchhausen by Proxy. Ze maakt haar dochters ziek om daarmee aandacht en waardering uit de omgeving te verwerven. Als de enige nog in leven zijnde dochter verhuist blijkt moeder enige tijd later naast haar dochter te gaan wonen. Het is voor de dochter onmogelijk om aan haar moeder te ontsnappen.

De dochter omschrijft haar moeder als een doorgeslagen moederkloek. "Als ik me ziek voelde, voelde zij zich goed. Als ik naar school wilde praatte zij me ziek. Volgens haar zag ik bleek en was ik te moe om naar school te gaan. Zo ging ik steeds meer aan mezelf twijfelen en voelde ik me vanzelf steeds zieker. Want als ik me goed voelde was ik volgens mijn moeder toch te ziek om naar school te gaan."

Dochter Joëlle vertelde dat ze altijd het brave hondje moest zijn dat moest doen wat haar moeder van haar verwachtte. “Ze kickt op drama. Er was altijd wat met ons. Ziektes, ongelukjes, pech. Dan wilde ze van anderen horen hoe knap het was dat ze dat allemaal toch zo goed regelde.”

En verder: ze kon fantastisch spelen hoe goed ze als moeder was. Als er visite was nam ze toch de tijd om met haar dochters te spelen. Maar zodra de visite weg was ontplofte ze. Er was dan niets goeds meer aan ons.

Joëlle vindt het wisselende gedrag nog het meest ingewikkelde aan haar moeder: van heel lief en zorgzaam sloeg het opeens om naar 'hysterisch' en extreem boos. Naar buiten toe speelde ze de geweldige moeder, maar in huis volstrekt onvoorspelbaar en ook gewelddadig. Joëlle was als dochter altijd op haar hoede. En ze voelde zich vaak ziek omdat haar moeder zich beter voelde als ze maar kon zorgen.