Borderline en leeftijd

Als mensen ouder worden, worden ze dan ook ongelukkiger? Tegenwoordig is meten weten en dus is er ook een schaal ontworpen die meet hoe gelukkig we zijn: de HR-QoL. Dat betekent: Health Related Quality of Life. 

De mens slijt. Sommige mensen hebben bij het ouder worden steeds meer vervangende onderdelen nodig: een bril (loerprothese), een gehoorapparaat, een kunstgebit of een kunstheup. Maar wat betekent dat voor de mentale gezondheid?

Mentale kwaliteit van leven

Bij de mentale aspecten van de kwaliteit van leven gaat het om thema’s zoals:

  • Lichaamsbeeld en uiterlijk
  • Negatieve gevoelens
  • Positieve gevoelens
  • Gevoel van eigenwaarde
  • Denkvermogen, leervermogen, geheugen en concentratie

En wat blijkt? Ouderen ervaren doorgaans een duidelijk betere mentale kwaliteit van leven dan jongere volwassen. Je hoeft niet meer zo bezig te zijn met de vraag hoe je er uit ziet. Dat scheelt al veel tijd. Daarnaast hoeft er ook niet zoveel meer, je mag meer zijn en je hoeft minder te presteren. Oftewel: ouder worden is zo gek nog niet. Je denkvermogen gaat achteruit, dat kan wat lastig zijn, maar je hoeft ook minder snel.

Fysieke kwaliteit van leven

Iets anders is de fysieke Quality of Life: die wordt inderdaad als lager ervaren. Je fietst geen 250 kilometer meer op een dag, je hebt sneller last van je knie en veel mensen krijgen er een paar pilletjes bij. Maar het hoeft ook allemaal niet zo, dus je emotionele kwaliteit van leven lijdt er niet onder. Sterker nog: veel ouderen melden dat ze zich prettiger voelen.

Borderline

Maar hoe zit het bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis? Bij heb gaat de ervaren kwaliteit van leven juist achteruit. Een vrouw die altijd in het centrum van de belangstelling stond omdat ze zo’n knappe verschijning was kan het niet verkroppen dat ze steeds vaker genegeerd wordt. De applaus-machine dooft uit en dat is onverdraaglijk.

Verklaringen: mentaal

Een verklaring die hiervoor wordt gegeven is de volgende: “Aangezien een tekort aan emotionele copingvaardigheden een van de kernsymptomen is van borderline persoonlijkheidsstoornis, is het denkbaar dat oudere volwassenen met borderline persoonlijkheidskenmerken niet profiteren van de groei in emotionele vaardigheden die anderen bij het ouder worden wél ervaren.”

Er kan ook in meespelen dat mensen met borderline vaak meer ellende meemaken in hun leven. Ze hebben vaker dan anderen te maken met o.a. ernstige conflicten, echtscheiding, en andere life-events. Als je daarbij bedenkt dat een veilige hechting de kans op het oplopen van ernstige trauma’s vermindert kun je je ook voorstellen dat een onveilige hechting de intensiteit van die trauma’s juist uitvergroot (naar mijn mening is borderline voor een deel te verklaren uit onveilige hechting).

Verklaringen: fysiek

Maar ook de ervaren fysieke kwaliteit van leven gaat meer dan bij anderen achteruit. Het kan zijn omdat mensen met borderline ook vaker lijken te roken of overmatig alcohol en medicatie lijken te nemen. Dat verzacht de pijn, maar het is niet gezond: je wordt sneller oud. Het zou ook zo kunnen zijn dat ouderen met borderline-kenmerken meer moeite hebben met de fysieke verschijnselen van het ouder-worden. Ze willen dat alle onderdelen van het lichaam nog goed functioneren en kunnen maar niet wennen aan een pijntje hier, een ongemakje daar en een leesbril op de neus.

Naarmate mensen ouder worden, worden ze niet ook ‘vanzelf’ milder. De problematiek kan zelfs scherper naar voren komen. Mede daarom is kennis van psychopathologische processen in de ouderenzorg gewenst. De borderline-problematiek speelt in alle fasen van het leven. Indien onbehandeld speelt ze ook een grote (negatieve) rol bij de emotionele en lichamelijke functioneren van ouderen.

L.Botter e.a.: Impact of Borderline trait disorders in the association between age and mental health related Quality of Life. In Euraopen Psychiatry, Cambride University Press, 26 april 2021. 

Persoonlijkheidsorganisatie en borderline

Psychiater Otto Kernberg heeft veel geschreven over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Volgens hem hebben mensen met borderline een chaotische structuur van het zelf, van het beeld dat ze van zichzelf en van anderen hebben. Dat noemt hij samen 'de borderline persoonlijkheidsorganisatie'. 

Dat sterk wisselende en weinig coherente beeld van het zelf is op zichzelf niet zo vreemd. Het is namelijk ook kenmerkend voor een heftige puberteit. Het past bij mensen die in emotioneel opzicht een vat vol strijdigheden zijn.

Ellen, een vrouw die inmiddels is behandeld voor haar borderline-problematiek, noemt haar gedrag (achteraf) een vorm van 'uitvergrote puberteit' (geciteerd door Dercksen en Haven).

Pubers kunnen zeer heftig reageren op nabijheid (die ze als ‘bemoeien’ ervaren), maar eveneens op alleen zijn (dat als ‘verlating’ wordt ervaren). En dat zijn precies de kenmerken van borderline. Als iemand kritiek heeft reageren ze alsof ze door een wesp worden gestoken. Maar als de ander hen hun gang laat gaan zien ze dat weer als verlating. Daar reageren ze al even heftig op, bijvoorbeeld door ‘aandachtvragend gedrag’. Denk alleen maar aan bijvoorbeeld uitdagende kleding.

Psychotherapeut Weisfelt vat deze tegengestelde beweging samen als: "Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt."

Pubers kunnen zeer heftig reageren en ook extreem zwart-wit. Ook dat gedrag zien we veel bij mensen met een borderline persoonlijkheid.

Als je er zo naar kijkt zie je bij borderline in feite een stagnatie in de emotionele ontwikkeling. Bij iemand met (onbehandelde) borderline-problematiek zou je met Loesje kunnen stellen dat hun puberteit hun hele leven lang door gaat. En de wortels van deze problematiek zijn nog weer vroeger te vinden, namelijk in de peutertijd (hechten en loslaten).

Bij borderline duurt de puberteit een leven lang

Persoonlijkheidsorganisatie

Wat zijn volgens Kernberg kenmerken van de organisatie van de persoonlijkheid bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis?

  1. Identiteitsdiffusie: dat wil zeggen dat je een ‘verwrongen’ en ‘negatief’ beeld hebt van en over jezelf en de ander. Daar past ook een zeer wisselend beeld bij: de ene keer ben je zelf (of de ander) perfect en een kwartier later deugt er van jouzelf of van de ander helemaal niets meer.

Dit zeer wisselende beeld werd in de Duitse literatuur al meer dan een eeuw geleden omschreven als ‘himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt.’  Bij een puber kun je deze heftige stemmingswisselingen verwachten, maar als iemand 40 jaar is en zo heftig reageert is het niet meer passend bij de verwachtingen die je van zo’n persoon mag hebben.

2. De aanwezigheid van een primitieve manier van ‘afweer’. Je bent niet bezig om te leven, je bent bezig om te overleven. Minder prettige gevoelens worden niet toegelaten, het moet allemaal ideaal zijn (‘anders stelt mijn leven niks meer voor’).

Bij dat overleven maak je bijvoorbeeld gebruik van:

  •  ‘splitting’ (de één is heel goed en de ander is ontzettend slecht), 
  • ontkenning (ook al liggen de feiten op tafel, het is toch allemaal niet gelogen door mensen die tegen je zijn), en 
  • primitieve idealisering (vergelijk de puber die zijn kamer helemaal vol hangt met posters en teksten van één persoon en er dag en nacht van droomt met die persoon te kunnen trouwen).

3. Realiteitstoetsing. Mensen met een borderline persoonlijkheidsstructuur zijn in principe in staat om de werkelijkheid goed waar te nemen en weer te geven (dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld mensen met wanen). Maar door bijvoorbeeld de boosheid die ‘in’ iemand met borderline zit kan deze waarneming alsnog ernstige vormen aannemen.

Zo kunnen vroege kinderlijke fantasieën bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis de kleur van gewelddadige haatfantasieën jegens ouders, of rivaliserende broers en zussen aannemen (aldus psychiater Johan Cullberg). 

De meeste onderzoekers zijn het er over eens dat mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis niet in staat zijn om meerdere emotionele ladingen in één persoon te verenigen. De ander moet perfect zijn óf hij is slecht. Dat een goed iemand ook minder goede kanten heeft kunnen ze niet verdragen. Datzelfde geldt ook voor de kijk op zichzelf: 'óf je doet het heel erg goed óf je deugt voor geen meter'.

Splitting (2)

Splitting is één van de meest kenmerkende psychologische verschijnselen bij de borderline-persoonlijkheidsstoornis. Het komt ook veel voor bij kinderen uit disfunctionele gezinnen. 

Bij de borderline-persoonlijkheidsstoornis zie je dat de één op een voetstuk wordt gezet en dat de ander nergens voor deugt. Echter: degene die op het voetstuk gezet wordt kan er ook heel gemakkelijk weer afgegooid worden. De val is vervolgens diep. Van de beste dokter die er ooit geweest is word je opeens de slechtste huisarts van Nederland. Wat zeg ik? Van de héle wereld!

Gisteren schreef ik over Marjanne. Ze heeft een favoriete begeleider én ze heeft iemand die het nooit goed kan doen. Sterker nog: als begeleidster Dorien binnen komt staat het gezicht van Marjanne meteen op ‘zwart’. De hele dienst door blijft ze mokken, negatief gedrag vertonen, en ze weigert elk verzoek van Dorien. Marjanne is voor haar de zwarte Piet (dat schijn je niet meer te mogen zeggen en schrijven, maar als ik me daar ook al druk over moet gaan maken…).

Marjanne’s vader was zeer onvoorspelbaar in zijn gedrag De ene keer kwam hij boos thuis uit zijn werk en was er niets goed. De andere keer kwam hij thuis en had hij direct positieve aandacht voor zijn dochter. Het gevolg was dat Marjanne eigenlijk altijd op haar hoede was.

De combinatie van die twee ‘vaderbeelden’ is voor Marjanne niet te vatten. ze heeft voor zichzelf de wereld voorspelbaar gemaakt door de ene begeleidster op een voetstuk te zetten, te idealiseren. De andere begeleidster symboliseert de kwade vader, voor wie nooit iets goed was.

Anja: twee werelden                                                                                                                 

Anja is een vrouw van middelbare leeftijd met een matige verstandelijke beperking. Ze vertoont op de woning veel gedragsproblemen. Dagelijks zijn er stevige incidenten. Regelmatig verscheurt ze haar kleren, gooit met spullen (‘verplaatst meubilair op horizontale wijze door de ruimte’ staat er dan eufemistisch in de rapportage) en vertoont fysieke agressie naar met name de begeleiding. Op het dagcentrum gaat het echter altijd goed. Ze heeft een goede band met activiteitenbegeleider Saskia.

Geleidelijk ontstaat er spanning tussen wonen en de dagbesteding. Op de dagbesteding verwijt men de woning dat er te zware maatregelen worden ingezet bij de begeleiding van Anja. Dagelijks krijgt ze straf. Dat wordt als barbaars ervaren. Anja klaagt ook dagelijks op de dagbesteding over de begeleiders op de woning. Het gevolg is dat begeleider Saskia een steeds negatiever beeld krijgt van de medewerkers op de woning. Ze doen wel aardig, maar eigenlijk zijn het beulen.

Splitting tussen personeel

Wat je in het verhaal van Anja ziet is dat de splitting in het gedrag van Anja leidt tot splitting tussen medewerkers. De ene medewerker is goed, de andere is fout. En dat is precies het in pedagogisch opzicht meest desastreuze effect voor de begeleiding van cliënten met complexe hulpvragen.

Ik zag Anja regelmatig uit de dagbesteding naar de woning lopen. Je kon aan haar motoriek zien dat het eigenlijk maar nét goed ging. Ze sloot zich helemaal af van de buitenwereld, want ieder contact zou de vlam in de pan kunnen doen slaan. Eenmaal op de woning gebeurde dat dan ook meerdere malen per week. Eén opmerking van een personeelslid (‘wil je je jas even ophangen?’) kon al tot gevolg hebben dat het gedrag van Anja totaal escaleerde.

Wat er in feite gebeurde was dat Anja koste wat het kost het positieve beeld van de begeleidster Saskia vast wilde houden. Dat kostte haar zóveel energie dat ze eigenlijk mentaal helemaal uitgeput raakte. Het ging nog maar nét goed. Eenmaal op de woning móest alle spanning eruit. Met heftige gevolgen….

Twijfelen aan jezelf

Dan nu terug naar begeleider Dorien. Wat betekent het gedrag van Marjanne voor Dorien?  Ze voelde zich als begeleider steeds minder ‘competent’ en ging steeds meer twijfelen aan zichzelf. De relatie tussen Dorien en Marjanne stond steeds minder centraal, het zelfbeeld van Dorien raakte er door besmet. Was ze eigenlijk wel een goede begeleider? Had ze wel het goede vak gekozen?

Paradoxaal genoeg: om zichzelf te beschermen ging ze extra haar best doen. Ze wilde extra proberen om de relatie met Marjanne meer op orde te krijgen. Maar Marjanne liet zich niet helpen. Hoe meer Dorien haar best deed, des te dwarser werd het gedrag van Marjanne. Precies zoals de peuter de groente nog méér weigert als mamma extra lekker heeft gekookt…

Opnieuw een paradox: juist het feit dat Dorien extra haar best deed maakte dat de angst bij Marjanne toenam. Het betekende voor haar niet: het is gezellig, maar: straks is het niet meer gezellig. Alsof je een verjaardag niet leuk mag vinden omdat je morgen niet meer jarig bent.

Zondebok

In het indrukwekkende en verbijsterende eerste deel van de documentaire 'De kinderen van Ruinerwold' (volgende week woensdag komt het nóg meer verbijsterende tweede deel) komt het thema 'zondebok' meerdere malen voor.

De term ‘zondebok’ komt uit het Oude Testament. Een bok stond symbool voor de zonden van het volk en werd de woestijn ingestuurd. In de moderne samenleving kennen we ook zondebokken. Dat kunnen collectieve zondebokken zijn (een berucht voorbeeld: de Joden onder Hitler), maar ook zondebokken binnen het gezin.

In het gezin van de in de boerderij opgesloten familie in Ruinerwold was de oudste zoon de zondebok. Hij mocht geen contact meer hebben met de andere (acht) kinderen en moest buiten in het hondenhok slapen.

In mijn vriendenkring heb ik een iets mildere maar ook in psychologisch opzicht verpletterende situatie meegemaakt waar ik zelfs als buitenstaander langdurig mee geworsteld heb. Deze man mocht geen contact meer hebben met zijn broers en zussen en werd buitengesloten. Net zoals bij de familie in Ruinerwold was het de vader die zijn zoon buitensloot. De moeder ondernam niets.

De functie van zondebok zie je vooral in disfunctionele gezinnen. Eén van de kinderen moet als verklaring dienen voor de spanningen binnen het gezin. Die persoon wordt de emotionele woestijn ingestuurd. De andere kinderen mochten ook geen contact meer hebben met hun zus.

In feite is het aanwijzen van een zondebok een vorm van projectie. De eigen onbewuste en ongewenste gedachten (bijvoorbeeld jaloezie, frustratie en agressie)  worden ontkend en geprojecteerd op de zondebok. Omdat de eigen emoties oncontroleerbaar of niet te verdragen zijn moet een ander boeten.

Er zijn psychologen die een verband leggen tussen persoonlijkheidsstoornissen en de behoefte om een zondebok aan te wijzen. Het gedrag zou zich met name voordoen bij mensen met kenmerken van borderline-problematiek  en bij mensen met narcistische  of  paranoïde trekken.  

Bij moeders met borderline-problemen is het vaak de vader (de ex) die de rol van zondebok vervult. Koste wat het kost wil de moeder voorkomen dat de kinderen nog contact met hun vader hebben. Als één van de kinderen als zondebok functioneert zie je vaak splitting optreden (ook een vorm van controle). Het ene kind is de lieveling, het andere kind functioneert als zondebok. 

Borderline-aantekeningen (2)

Een persoon met een ernstige borderline-persoonlijkheidsstoornis doet een zware aanslag op een begeleidend team. Wat heb je als team nodig, volgens deze anonieme psychiater...
  • Blaas stoom af bij je collega’s, niet bij de patiënt
  • Ga niet in discussie
  • Verhef je stem niet
  • Geef een ik-boodschap: “Ik wil niet dat u mij uitscheldt.”
  • Lukt het vandaag niet, dan lukt het morgen. Dus als een contact ontaardt in een scheldpartij: ‘jammer dan, morgen is er weer een kans’.
  • Ga niet in de tegen-onder of boven-positie. Zoek ingangen voor samenwerking.
  • Teams die mensen met ernstige borderline problematiek begeleiden hebben intervisie en supervisie nodig.

Complotdenken

Nu nog even mijzelf aan het werk zetten. Het valt mij op dat er in de wijze waarop mensen schrijven over complotten veel trekken te zien zijn die kunnen wijzen op gevoeligheid voor borderline-problematiek. Het meest opvallend is het splitten: je hebt goede mensen en je hebt slechte mensen. Je hebt mensen die ‘wake’ zijn en vooral veel mensen die nog steeds slapen. Je hebt helden en je hebt lafaards.

Maurice de Hond was een tijd een held. Met zijn kennis van statistiek daagde hij de overheid uit. De maatregelen waren ineffectief. Helaas bleek Maurice de Hond een aantal maanden later opeens in ongenade te zijn gevallen. Op basis van zijn aerosolen-theorie meende hij namelijk dan mondkapjes mogelijk de verspreiding van het virus tegen zouden kunnen gaan. Daarin stond hij tegenover Jaap van Dissel. Hoe kon dat nu? In ieder geval liet ook Maurice de Hond zich dus muilkorven! Hij viel meteen in ongenade.

Het denken is dus zwart-wit: iemand is een dappere strijder, of hij is een slaafse onderworpene. Tussenvormen en grijstinten op basis van gezond verstand bestaan niet. 

Borderline-aantekeningen (1)

Ik vond een paar handgeschreven klad-aantekeningen over psychiatrische stoornissen. Wie die wijsheid allemaal tot mij heeft doen komen weet ik niet meer. Het was in de tijd dat ik nog geen gehoorapparaat maar wél een vulpen had.

De psychiater (neem ik aan) die het verhaal vertelde noemde een persoon met borderline ‘the stable unstable patiënt’. Oftewel: het enige voorspelbare aan een persoon met borderline is zijn onvoorspelbaarheid.

Mensen met borderline storten zich met huid en haar vol enthousiasme in een relatie. Daarna beginnen de problemen. Het zijn vaak heftige, kortdurende relaties met ook heftige en riskante seksuele ervaringen.

Vervolgens gooide de psychiater een vooronderstelling om. Borderline komt niet vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Er zijn dus evenveel mannelijke grensgevallen. Maar de ernstige borderline problematiek, waardoor opname in een kliniek nodig is, komt wel veel vaker voor bij mensen met borderline. Bij vrouwen overheerst de zelfverwonding, bij mannen de acting out (agressie naar buiten toe).

Opvallend is het gebruik van dempende middelen. Vrouwen met borderline dempen hun ellende 4 maal vaker dan andere mensen met alcohol en acht maal vaker met ‘middelen’ zoals valium en drugs.

Vrouwen met borderline hebben een zeer hoge comorbiditeit (dat wil zeggen: het samenvallen van meerdere stoornissen) met angststoornissen. De paniekstoornis komt 9 maal zo vaak voor bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

De aantekeningen zijn gedateerd. Zo keek men er in de tijd van de vulpen tegen aan. Maar 'op mijn gevoel' zijn het toch wel realistische kenmerken. 

Borderline: Jessica is boos!

Jessica was op een feestje. Haar vriend was in gesprek met twee andere jonge vrouwen. Dat was voor haar onverdraaglijk. Daarop zei ze tegen haar vriend dat ze zich niet lekker voelde. Haar vriend zei dat ze dan misschien beter naar huis kon gaan. Daarop werd ze heel boos, want hij moest met haar mee gaan. Maar hij vond dat niet nodig, ze woonde maar een paar huizen verder, hij zou zo wel komen. Daarop maakte Jessica een complete scene. Uiteindelijk ging ze schreeuwend alleen naar huis.

Jaloezie speelt bij mensen met borderline een grote rol. Maar die jaloezie heeft ook een achtergrond. Het heeft alles te maken met de angst om verlaten te worden. De ervaring dat je vriend een goed contact heeft met andere jonge vrouwen wordt opgevat als een vorm van verlating. Jij krijgt geen aandacht, die andere vrouwen wél.

Dat heeft ook te maken met het niet kunnen ‘delen’ van de aandacht. Veel mensen met borderline hebben – net zoals narcistische mensen en mensen met theatrale trekken – moeite met het delen van aandacht. Ze willen de ander alleen voor zichzelf.

Ontwikkelingsdynamiek

In de ontwikkelingsdynamiek van kinderen zie je dat er een fase is waar binnen ze vooral gericht zijn op volwassenen. Ze zijn eigenlijk nog niet in staat om samen te spelen met leeftijdgenoten. Dat betekent ook dat samen delen een ingewikkelde opgave is. Bij het samen een spelletje doen moet er altijd een volwassene zijn die het spel in de gaten houdt. En het verliezen is al helemaal een ramp.

Mensen met borderline voelen zich onveilig in de interactie met anderen. Die onveiligheid speelt vooral een grote rol in relatie tot mensen met wie ze een gelijkwaardige positie zouden moeten onderhouden. In de transactionele analyse gaat het om de volwassen-volwassen positie.

Met mijn ellende kan ik jou controleren

Controle

Wie zich tussen anderen niet veilig voelt krijgt sterk de neiging om de ander te gaan controleren. Een groep is lastig, maar één persoon kun je wel controleren. Dat ligt ook aan de basis van het stalken. Het kunnen bepalen wat de ander moet doen maakt de ander minder bedreigend. Die voortdurende controle heeft dus alles te maken met de eigen onveiligheid.

Controle kan ook optreden in de vorm van ambitendentie: de één wordt op een voetstuk gezet en de ander deugt nergens voor. Daarmee heb je beide personen in je macht. De één wil die speciale positie niet kwijt en de ander probeert het alsnog goed te doen maar verliest dit spel voortdurend.

Prof. Lorna Smith Benjamin, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Utah, verklaart borderline vanuit de verstoorde interactie met andere mensen. Ze geeft de persoonlijkheidsstoornis als ondertitel mee: “Met mijn ellende kan ik jou controleren.”

Jessica voelde zich onveilig omdat ze het gevoel had dat twee andere vrouwen er op uit waren om haar haar vriend af te pakken. De reactie die ze vertoonde was: ‘ik moet de controle weer terug hebben’. De manier waarop ze dat deed was door zich hulpeloos op te stellen: ‘ik heb zorg nodig, want ik voel me niet goed’. 

Borderline: Mirjam pikt het niet!

Mirjam volgde een training om goed te kunnen spreken en presenteren. De trainer zette haar steeds even stil en vroeg dan aan de groep feedback. Op een gegeven ogenblik explodeerde ze. Hoe de trainer het in zijn hoofd haalde om anderen over haar te laten oordelen! Zo kon ze zichzelf helemaal niet zijn, het moest allemaal op de manier die anderen bedacht hadden. En ze wist ook wel waarom hij deze baan had gekozen. Omdat hij uiteindelijk zelf in het middelpunt wilde staan.

Deze reactie is typerend voor mensen met ernstige borderline-problematiek. Wat vooral opvalt is de heftige manier waarop Mirjam reageert. Daarnaast lijkt het wel of de verbale explosie uit het niets op is gekomen. Toch moet er iets zijn wat haar heeft getriggerd…

Een kenmerk van borderline is dat je sterk afhankelijk bent van de bevestiging van anderen. Maar dat maakt deze mensen ook zeer vatbaar voor kritiek. Het is bijna onmogelijk om de persoon de scheiden van de zaak.

Het gevolg is dat als iemand een kritische noot plaatst dit als persoonlijke afwijzing wordt ervaren. Niet het argument wordt ter discussie gesteld, maar de persoon voelt zich afgewezen. Dat gevoel van afwijzing maakte waarschijnlijk dat Mirjam bijzonder heftig reageerde. Want het chronische gevoel afgewezen te worden is een diep emotioneel litteken in het leven van mensen met borderline.

Het ingewikkelde is dat de gevoeligheid voor signalen van de ander in feite destructief wordt ingezet. Gevoeligheid kan zich vertalen in empathie. Maar dan moet je kunnen mentaliseren: denken over jezelf, denken over de ander, denken over de gevolgen van de communicatie naar elkaar toe? Dat is één van de grootste onvermogens van mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

Er wordt wel van peuters en jonge kleuters gedacht dat ze asociaal zijn omdat ze nog niet goed de gevoelens van de ander kunnen ‘vertalen’, maar het is egocentrisch. Mensen die egocentrisch zijn willen vanuit hun optiek de wereld inrichten. “Dan gaan we nu verstoppertje doen en dan ga jij in de kast zitten en dan ga ik jou zoeken.”

Zoals jonge kinderen nog niet het vermogen hebben om echt samen te spelen hebben zo kennen mensen met borderline hetzelfde probleem. Er is geen samen: ze willen vooral controleren. Ze zijn sterk bepalend in de relatie.

Als je voor de ander kunt bepalen maakt dat de wereld een stuk overzichtelijker en dus gemakkelijker. Je bent niet meer afhankelijk van goedkeuring door de ander, want jij bepaalt.

Mensen met borderline raken in feite in paniek als ze het gevoel krijgen dat ze de bevestiging niet krijgen of deze dreigen te verliezen. Je zou eigenlijk moeten zeggen: Mirjam was niet boos, ze was bang.

Borderline en hechting (2)

De psychologen Nickell, Waudby en Trull wilden meer onderzoek doen naar de relatie tussen de onveilige en/of verstoorde hechting en borderline. Ze maakten daarbij gebruik van de gegevens van een steekproef van bijna 400 mensen. 

Een deel van het onderzoeksverslag in het Journal of Personality Disorders bevat de wetenschappelijke verantwoording en statistische onderbouwing van dit onderzoek. De resultaten tonen aan dat lichamelijke en/of geestelijke mishandeling en verwaarlozing onvoldoende verklaring bieden voor het ontstaan van borderline problematiek. Het ontstaan van borderline kun je dus niet zo eenduidig toeschrijven aan traumatische ervaringen in de jeugd.

Onveilige hechting

Echter: patronen die wijzen op onveilige hechtingsstijlen in het gezin laten een duidelijker verband zien met het ontstaan van een borderline persoonlijkheids-stoornis. Daarbij bestaat er correlatie tussen kenmerkende eigenschappen van mensen met borderline (problemen met intimiteit, spanning tussen autonomie en behoefte aan nabijheid) en problemen in de hechting. Bijvoorbeeld bij de angstig-ambivalente hechting: het kind wil nabijheid en wijst deze nabijheid ook af.

Omgaan met angst

Ook komt sterk naar voren dat er enerzijds sprake is van grote moeite met het beheersen van angst en anderzijds zijn relaties voor mensen met borderline complex: ze zoeken veiligheid in relaties, hopen daarin houvast te vinden, maar die afhankelijkheid is tegelijkertijd zeer beangstigend. Dat zou volgens de auteurs ook kenmerkend zijn geweest binnen het gezin: enerzijds klein moeten blijven (weinig autonomie) en aan de andere kant  bood dezelfde nabijheid ook geen veiligheid.

Rol van moeders

Opmerkelijk in dit onderzoek is dat aan de rol van de moeders in de gezinnen bij het ontstaan van borderline problematiek een duidelijk grotere rol wordt toegeschreven dan aan de vaders. Kenmerkende patronen bleken te zijn: minder sensitief (niet goed de behoeften van het kind in kaart hebben), minder zorg en aandacht en tegelijkertijd overbeschermend en wonderlijk genoeg daarnaast ook weer ‘toegeeflijk’ (‘je gaat je gang maar’).

Je zou kunnen samenvatten: weinig voorspelbaar. De ene keer zit je moeder er bovenop en de volgende keer heeft ze niet eens het idee wat er met je aan de hand is en word je ook niet gemist. De auteurs verklaren uit deze ambivalente houding het kenmerkende ‘splitting’ bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Uiteindelijk concluderen de auteurs dat de wijze waarop het kind zich in het gezin heeft kunnen hechten een betere verklaring biedt voor het ontwikkelen van een borderline persoonlijkheidsstoornis dan traumatische ervaringen die het kind op jonge leeftijd heeft ervaren.     

Ik voeg daar nog wel aan toe dat veilige hechting tevens maakt dat een kind beter in staat is om traumatische ervaringen te verwerken. Wat dat betreft zou je kunnen stellen dat bij een onveilige hechting ook de impact van trauma’s groter is. Er is bij het ontstaan van borderlineproblematiek sprake van een opeenstapeling van belastende factoren vanuit de jeugd.   

Een collega schreef mij in dit verband over 'stapeltjesverdriet'. Er is vaak niet één oorzaak aan te wijzen waarom iemand psychische problemen ontwikkelt: het gaat om een combinatie, waarbij tal van losse gebeurtenissen en omstandigheden samen de draaglast te zwaar maken.                                            

Borderline en hechting (1)

Bestaat er een verband tussen verstoorde hechting en het ontwikkelen van borderline problematiek? Ik meende van wel, maar kon geen literatuur vinden die die veronderstelling onderbouwt. Er blijkt echter toch wel onderzoek te zijn gedaan naar het verband tussen borderline en verstoorde hechting (in: Nickel, Waudby en Trull, Journal of Personality Disorders, 16/2).

Jarenlang heeft de gedachte overheerst dat borderline stoornissen verklaard moeten worden uit emotionele trauma’s die een kind heeft opgelopen op jonge leeftijd. Op zichzelf is dat niet zo vreemd, want een kind dat fysiek, geestelijk of seksueel misbruik ervaart zal de ouders als minder zorgzaam ervaren en op basis van die ervaringen ook afwijkende gedragspatronen gaan ontwikkelen. En dat is één van de overheersende kenmerken bij borderline-problematiek.

Toch vinden de auteurs deze focus op traumatische ervaringen te ‘smal’ om hierbij te denken aan ‘de’ verklaring voor borderline.

Andere verklaringen

De auteurs citeren verschillende onderzoeken waarbij alternatieve verklaringen naar voren komen. Enkele onderzoeken zijn gebaseerd op gestructureerde interviews met mensen die de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis hebben gekregen.

Opmerkelijk was de combinatie die één van de onderzoekers meldde: mensen met borderline vertellen aan de ene kant dat hun ouders onvoldoende zorg aan hen besteedden en anderzijds dat ze hun ouders juist als overbeschermend hebben ervaren.

Mijn interpretatie is dat ze mogelijk weinig betrokkenheid hebben ervaren, maar wel veel controle (regels). Of nog meer: als de ouder boos wordt leidt dit direct tot een overkill aan regels (eerst wordt het kind niet gezien, daarna corrigeert moeder het kind, het luistert niet en vervolgens moet het een week binnen blijven). 

Psychiatrie en borderline

Een ander onderzoek ging over de vraag of er verschillen gerapporteerd worden tussen vrouwen met borderline problematiek en vrouwen die vanwege andere psychiatrische problemen werden opgenomen in een instelling.

Het bleek dat vrouwen die vanwege andere diagnoses in psychiatrische instellingen verbleven vroeger thuis veel minder vaak te maken hadden gehad met afwijzing, met verbroken relaties, met verlating en met een chaotische gezinsstructuur dan vrouwen met de diagnose borderline.

Met andere woorden: ook kinderen uit redelijk harmonieuze gezinnen kunnen ernstige psychische problemen ontwikkelen, maar bij mensen met borderline lijkt wel vroeger duidelijker sprake te zijn geweest van verstoorde interacties binnen het gezin.