Emotionele hypotheek

Marina was op bezoek. Een verlegen tenger ogend meisje, een muisje eigenlijk. Ze praatte zacht en weloverwogen. Ze vertelde dat ze nu bij haar vader en zijn nieuwe vriendin woonde. Ze had hem jaren bijna niet gezien. Haar moeder hield alle bezoekregelingen af en stelde bezoeken uit. Maar nu mocht ze zelf kiezen.

Marina vertelde dat het bij haar moeder niet leuk was. Niet omdat mamma niet lief kon zijn. Wat ze moeilijk vond was dat haar moeder zo onvoorspelbaar was. “De ene keer wilde ze dicht bij me op de bank zitten en zei ze hoeveel ze van me hield en een uur later zei ze dat ik haar kind niet was en dat ik een verlopen hoer was”. Ik vroeg wanneer dat gebeurde. “Als ik een berichtje van een vriendin kreeg. Daar kon ze niet tegen. Ik denk dat ze dan jaloers was…”

Marina vertelde ook dat ze niet wist wanneer haar moeder boos zou worden. Dat kon zomaar opeens gebeuren. En dan was ze ook verschrikkelijk boos en ging ze gooien met spullen, slaan met deuren en schelden. Dat gebeurde vooral als haar moeder gedronken had. Ze vertelde dat ze daarom altijd op haar hoede was. Als haar moeder had gedronken zorgde ze dat ze uit de buurt bleef. Als haar moeder nuchter was kon de stemming ook zomaar door één opmerking omslaan. Vriendinnen nam ze nooit mee naar huis, want ze wist niet hoe de vlag er voor zou staan.

Even later nuanceerde ze haar verhaal. Haar moeder hield van haar. Ze kon er ook niets aan doen dat de stemming zomaar om sloeg. Kinderen zijn oneindig loyaal. Als het even kan gaan ze voor hun ouders zorgen. Dat bleek Marina ook te doen. Als haar moeder van slag was ging ze extra opruimen, dingen schoon maken, de dieren verzorgen, om maar te zorgen dat haar moeder niet nóg meer van slag zou raken.

Inmiddels woonde Marina bij haar vader. Daar voelde ze zich weer schuldig over. Maar ze was ook boos. Haar moeder had al haar spullen waar ze vaak mee bezig was geweest weg gegooid. Die troep wilde ze niet meer in huis hebben. “Ik had het nog op willen halen, maar het was al weg” zei Marina. Maar ze voelde zich ook weer schuldig. Je mag toch niet boos zijn op je moeder?

Moeder strafte haar dochter en haar dochter voelde zich schuldig. Ze werd dus dubbel gestraft. Hoe onredelijk haar eigen gedrag ook was, de moeder van Marina zag toch nog steeds kans om de last bij haar dochter te leggen. 

Borderline bij kinderen (2)

Persoonlijkheidsstoornissen worden in de DSM-5 (APA, 2013) omschreven als duurzame patronen van ervaringen en gedragingen die zich uiten op gebieden als cognities, emoties, impulsbeheersing en relaties. 

Dat klinkt ingewikkeld, want ook mensen zonder persoonlijkheidsstoornissen hebben duurzame patronen van ervaringen en gedragingen. Het sleutelwoord is dat ‘duurzaam’. Als je een dag van slag bent en niet meer na kunt denken is dat geen persoonlijkheidsstoornis. Het is mogelijk een kater.

2. En dan volgt het tweede deel: die patronen zijn stabiel door de tijd, eveneens in verschillende situaties en ze zijn begonnen in de adolescentie of in de vroege volwassenheid. Je hebt niet alleen een narcistische persoonlijkheidsstoornis op je werk, maar ook in je vrije tijd. En die stoornis begint niet op je 59e, hij was er al vanaf het einde van de puberteit.

3. Het derde punt is dat jij en je omgeving er hinder door ondervinden. Een narcist op een eiland waar hij de enige inwoner is voldoet niet aan dat criterium.

Daarnaast kan een classificatie persoonlijkheidsstoornis alleen worden toegekend als de definiërende kenmerken eerder dan op volwassen leeftijd zichtbaar zijn geworden, kenmerkend zijn voor iemands functioneren op lange termijn, en niet uitsluitend optreden in het beloop van een andere psychische stoornis.

Welja, maak het maar weer ingewikkeld. Vrij vertaald betekent dit dat bijvoorbeeld kenmerken van borderline er mogelijk al waren voor de adolescentie. Maar dan moet je ook wel goed in de gaten houden of ze niet behoorden bij een ander probleem. Dat zou bijvoorbeeld de puberteit kunnen zijn, die voor sommige mensen nogal stormachtig schijnt te verlopen.

Bij jongeren noemt men als kenmerken voor een Borderline Persoonlijkheidsstoornis (DSM V):

  • instabiele persoonlijke relaties
  • een instabiel zelfbeeld (‘himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt’)
  • heftige emoties
  • een grote mate van impulsiviteit
  • periodes van leegte en depersonalisatie
  • intense verlatingsangst
  • intense relaties aangaan en die even plotseling weer verbreken
  • zelfbeschadigend gedrag
  • suïcidepogingen doen,
  • veel alcohol en/of drugs gebruiken
  • en zich op seksueel gebied risicovol gedragen.

Het zal duidelijk zijn: veel jongeren vertonen milde kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstoornis. De vraag is welk gedrag normaal is (passend bij de fase van de ontwikkeling) en wanneer we moeten gaan spreken van een persoonlijkheidsstoornis.

Ik vind het bovenstaande overzicht dan ook weinig overtuigend. Wél kun je achteraf (in de loop van de volwassenheid) constateren dat de puberteit en de adolescentie heftig zijn verlopen en dat die heftigheid in de loop van de volwassenheid kennelijk niet veel minder is geworden.

En terugkijkend naar de vroegere ontwikkeling: naar mijn mening verklaart de zogenaamde gedesorganiseerde gehechtheid op jonge leeftijd veel van de latere borderline-problematiek. Borderline lijkt wel in het verlengde te liggen van een onveilige hechting op jonge leeftijd. 

Borderline revisited (5)

 

Wie ben ik? Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn voortdurend op zoek naar een identiteit. Ze beleven zichzelf als 'gefragmenteerd'.

Criterium 3: Een voortdurende verstoring van het gevoel voor de eigen identiteit, zoals blijkt uit een instabiel zelfbeeld.

De persoon met een borderline persoonlijkheidsstoornis leeft vooral in het hier en nu. Voor sommige mensen zou het goed zijn om wat meer in het hier en nu te leven, maar bij mensen met borderline is de tijd gefragmenteerd. Ze denken niet: al mijn vorige cijfers waren goed, mag ik ook een keer pech hebben? Nee, de onvoldoende van vandaag is bepalend voor wat ze waard is.

Mensen met een gezonde identiteit zijn niet de hele dag bezig met zichzelf met anderen te vergelijken. Dat hoeft helemaal niet, ze zijn gewoon wie ze zijn. Pubers, die nog volop in ontwikkeling zijn, zijn uiteraard wél bezig met hun identiteit. In die leeftijd is dat normaal. Maar als je als je identiteit op 40-jarige leeftijd een obsessie is, als je jezelf dag in, dag-uit vergelijkt met anderen, als je daarop baseert of je er wel of niet mag zijn, dan heb je dus een probleem. Je hebt nog niet ‘uitgevonden’ wie je bent.

In zekere zin zie je datzelfde patroon ook bij mensen die niet oud willen lijken. Als je ouder wordt krijg je wat meer rimpels, ben je minder snel, kun je niet alles meer. Als je dag-in, dag uit bezig bent om alle gevolgen van het ouder worden te camoufleren, hoe kun je dan jezelf nog zijn? 

Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis lijken soms heel echt in hun reacties. Terwijl de ander zich inhoudt, gaan zij stevig uit hun plaat. Er is echter een ander probleem: dat van het ‘keeping up appearances’. Omdat ze zichzelf vergelijken met anderen kunnen ze nooit goed genoeg zijn. Dus moeten ze ‘faken’, de schijn ophouden.

Iemand die solliciteert en/of nieuw is in het bedrijf heeft de neiging om zichzelf beter voor te doen dan hij of zij is. Je moet er nog even inkomen, maar verder zeg je niet te schrikken van alle nieuwigheden die je tegen komt. Geleidelijk aan word je meer jezelf. Je weet wat je plek is binnen de organisatie. Je hoeft je dus ook niet beter voor te doen dan je bent.

Mensen met (ernstige) borderline bereiken dat punt niet. Ze blijven het gevoel houden dat ze zich beter moeten voordoen dan ze zijn. De spanning die dat oproept kan gemakkelijk leiden tot conflicten, met name met collega’s. Veel mensen met borderline kunnen het werk op zichzelf wel aan, het knelpunt zit in de gevoeligheid naar collega’s toe: ik ben niet zo goed als ik zou willen zijn, er zijn anderen die het beter kunnen en dat is een bedreiging.

Het omgaan met feedback is daarnaast ook lastig. Een fout maken vraagt om straf (‘ik deug niet, dus ontsla me maar’), iets goed doen is ook niet goed, want nu is het me gelukt, maar straks maak ik alsnog een fout. Het gaat dus altijd een keer mis, er dreigt altijd onheil in de beleving van mensen met borderline.

Er lijkt een verband te zijn tussen eetstoornissen en borderline. De behandeling van mensen met een eetstoornis is ook om deze reden lastig. Nog een pond minder bij anorexia vraagt om straf, een pondje erbij is gevaarlijk, want dat houd ik toch niet vol. 

De onzekerheid over het functioneren leidt tot frequente wisselingen in baan (weg gaan voordat het mis gaat) en in relaties (ik kan beter jou verlaten dan jij mij). Ook in kleding en modevoorkeur zie je vaak opvallende wisselingen: de ene keer degelijk volwassen, de andere keer als een klein meisje met vlechten. De seksuele voorkeur kan ook zomaar veranderen, tot in extremiteiten aan toe. Kortom: je weet niet wie je voor je hebt.

Soms zoeken mensen een uitweg uit de chaos in hun hoofd en in hun identiteit door zich aan te sluiten bij een sekte. Daar hoeven ze niet meer na te denken over wie ze zijn en wat ze moeten doen. Dat bepaalt de sekteleider. Ook de relaties en de plek in de groep zijn voorspelbaar. In eerste instantie kan dat veel rust geven. 

Borderline Revisited (4)

Wie ben ik? Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn voortdurend op zoek naar een identiteit. Ze beleven zichzelf als 'gefragmenteerd'. 

Criterium 3: Een voortdurende verstoring van het gevoel voor de eigen identiteit, zoals blijkt uit een instabiel zelfbeeld.

Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis hebben niet alleen een permanent wisselend beeld van de ander (bijvoorbeeld: de ene keer is iemand de beste buurman die er ooit is geweest, de volgende keer heeft hij een aanklacht aan zijn broek), maar het beeld is van zichzelf is ook constant aan verandering onderhevig (je wint en je bent de beste, de volgende wedstrijd verlies je en jij en je leven stellen helemaal niets meer voor).

De oorzaak van deze wisseling is o.a. de permanente neiging om zichzelf met anderen te vergelijken. Dat heb ik eerder beschreven als het ‘afgeleide zelfbeeld’. De persoon loopt de deur uit met een 8. Dat is top. Maar even later komt er iemand naar buiten met een 9. Nu stelt ze opeens helemaal niets meer voor.

In de biografie over Marilyn Monroe wordt beschreven hoe het zoeken naar voortdurend meer aandacht de drijfveer was in haar leven. De aandacht was de kurk waarop ze functioneerde. Die moest de leegte van haar eigen 'ik' camoufleren. Een dag met minder aandacht was een waardeloze dag omdat ze 'dus' minder voorstelde. Zo'n dag eindigde steeds vaker in overmatig drankgebruik.   

Borderline revisited (3)

Het tweede kenmerk van de borderline persoonlijkheid is de wanhopige zoektocht naar meneer of mevrouw Perfect. Dit is het vervolg van dat aspect van borderline.

Criterium 2. Instabiele en intense interpersoonlijke relaties, met plotselinge veranderingen in attitude ten opzichte van de ander.

Een ingewikkeld thema bij de borderline persoonlijkheidsstoornis is dat iemand met borderline extreem gevoelig is voor anderen, maar tegelijkertijd weinig empathisch vermogen heeft. Er is wel sprake van aanvoelen, maar niet van invoelen. Iemand die even ergens anders aan denkt tijdens het gesprek kan op die manier worden ervaren als een persoon die niet in jou geinteresseerd is. Het idee dat de ander soms even ‘weg’ is wordt niet meegenomen in het denken over de ander.

Jaloezie

Jaloezie speelt een grote rol in het leven van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis. De patiënt bij de psychiater kan er jaloers op zijn dat de behandelaar naast die patiënt ook nog een eigen leven heeft. Soms gaat het zó ver dat de patiënt er toe over gaat om bijvoorbeeld de partner van de behandelaar te gaan stalken. Ook de ontmoeting met mede-patiënten kan al jaloezie oproepen: “Hij was toch voor mij alleen?”

Omgang met rollen

Een ander thema is het gebrek aan ‘object constantie’. In principe houdt dit in dat iemand beseft dat de ander er nog is als je hem of haar niet ziet. Die persoon blijft toch dezelfde. En ook de dokter die net van de racefiets afstapt, zich nog even omkleedt en dan in witte jas verschijnt is dezelfde gebleven. Maar hij figureert nu wel als dokter, dus de verhoudingen liggen anders.

Voor mensen met borderline is dat ingewikkeld. Stel dat de patiënt gisteravond op een receptie was waar de behandelaar ook was en ze raakten met elkaar in een gezellig onderonsje (iets wat overigens afgeraden moet worden in een complexe behandelrelatie), dan is het voor een persoon met borderline bij de volgende sessie ingewikkeld om de psychiater weer als behandelaar te zien. De patiënt wil op de oude gezellige voet verder, desnoods met een glaasje wijn er bij.

Dat mensen in verschillende situaties verschillend handelen en toch dezelfde persoon blijven is voor hem of haar ingewikkeld. Daarom is het onbestaanbaar dat een vriend in zijn rol als politieagent een bekeuring geeft. Dan is het geen vriend meer en wordt de vriendschap per direcht verbroken. Van idealisering naar devaluatie.

Herhaling van patronen

Deze inflexibiliteit leidt vreemd genoeg ook tot een herhaling van zetten in relaties. De vrouw trekt opnieuw bij haar alcoholistische en mishandelende partner in, omdat hij zo aardig deed. Opnieuw: het idee dat mensen in verschillende omstandigheden verschillend handelen beklijft niet. Hij was nu opeens aardig in het café, dus thuis gaat het ook weer goed. Deze beslissingen worden impulsief genomen, binnen twee dagen is de verhuizing geregeld en de eerste week spatten de vonken van verliefdheid eraf.

Narcisme en borderline

Al eerder schreef ik dat narcisme en borderline elkaar aantrekken. De vrouw die het allemaal niet meer trekt raakt in de ban van de man die haar wel even zal helpen. Beiden hebben een ideaalbeeld: de man van de kwetsbare vrouw die hij zal redden (dan moet ze wel kwetsbaar blijven en doen wat hij zegt) en de vrouw heeft het ideaal van de man die altijd voor haar klaar staat, want ze heeft hem zo nodig. Op den duur vallen er gaten in deze stereotypen die ze van elkaar hebben opgebouwd. De man vlucht in de alcohol omdat hij de last van de perfecte partner niet kan dragen en mishandelt in een dronken bui zijn vrouw. De vrouw wordt angstig vanwege de zichtbare kwetsbaarheid van haar man. Dit is olie op het vuur van de volgende escalatie.

Groucho Marx wilde graag lid worden van de Rotary. Daar deed hij erg zijn best voor. Maar toen hij geaccepteerd werd als lid haakte hij af. Hij zou nooit lid willen zijn van een vereniging die hem als lid zou accepteren. 

Dit aantrekken en afstoten is kenmerkend voor de ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis.

Zoals Samuel die alleen maar verliefd werd op knappe en onbereikbare vrouwen. Maar toen een vrouw in ging op zijn avances wees hij haar af. Ze was niet degene die voldeed aan zijn ideaalbeeld. En zo ging het jaren lang. Totdat Samuel in een intensieve therapie leerde om zichzelf beter te kennen en te aanvaarden.

Het onderliggende probleem is elke keer weer dat van de autonomie. Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben in zichzelf niet genoeg autonome kracht om zelfstandig te kunnen zijn in een langdurige relatie. Een relatie is geven en nemen: je autonomie bewaren en soms ook los durven laten.

Tussen het de ander willen controleren of opgeslokt worden door de ander zit het proces dat je elkaar aanvult. "Ik mag mezelf zijn in deze relatie, maar jij bent degene die mijn leven compleet maakt." Dat is een complexe opgave, het vraagt voortdurende oefening, maar voor mensen met extreme borderline problematiek lijkt dat vaak te hoog gegrepen. 

Borderline Revisited (2)

Het tweede kenmerk van de borderline persoonlijkheid is de wanhopige zoektocht naar meneer of mevrouw Perfect. 

Criterium 2. Instabiele en intense interpersoonlijke relaties, met plotselinge veranderingen in attitude ten opzichte van de ander.

Deze duidelijke verandering in houding ten opzichte van de ander tekent zich in zwart-wit af. Het gaat van idealisering tot devaluatie en van klampende afhankelijkheid naar isolatie en vermijding. Daarnaast is er sprake van een voortdurend patroon waarbij anderen worden gemanipuleerd.

Mensen met een borderline persoonlijkheid kunnen erg zelfverzekerd over komen. Ze weten alles zeker. Maar dat is slechts schijn. Ze zijn in werkelijkheid enorm afhankelijk van de goedkeuring door de ander. Daarin is een forse overlap met de ‘verborgen narcist’. De laatste zal echter minder claimen. De persoon met borderline is de patiënt die graag de psychiater belt buiten kantooruren. de redder in de nood moet immers altijd beschikbaar zijn, ‘anders heb ik geen leven meer’.

De persoon die op een voetstuk wordt gezet valt daar opeens hard af op het moment dat hij of zij niet meer aan het ideaalbeeld voldoet. De psychiater die niet meer buiten werkuren wil worden gebeld is opeens een waardeloze psychiater. Het gebeurt regelmatig dat er vervolgens een klacht wordt ingediend en dat het tot een tuchtzaak komt. Als er niet aan de wensen wordt voldaan wordt dat niet ervaren als een regel die nu eenmaal voor alle patiënten geldt, maar het wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing. Soms laat zo’n patiënt nooit meer iets van zich horen.

Het kan ook gebeuren dat er een kat-en-muis-spel ontstaat, waarbij de patiënt op onverwachtse momenten toch weer opduikt. Aan de ene kant is er de diepe behoefte om verzorgd te worden, aan de andere kant de continue angst om door emoties verzwolgen te worden. De behoefte aan nabijheid en de angst het eigen ‘ik’ te verliezen zijn in een continue strijd met elkaar.

Een man die een relatie aan ging met een vrouw met borderline (de titel van het boek ben ik vergeten) beschrijft hoe de vrouw aan de ene kant permanent uitdagend was op seksueel gebied en extreme wensen had, maar aan de andere kant ontzettend bang was dat hij het initiatief zou nemen. 

Een relatie met een persoon met een borderline persoonlijkheidsorganisatie is spannend vanwege de intense emoties, maar ook vanwege het vaak optredende manipulatieve gedrag. De persoon met borderline stelt steeds hogere en vaak onrealistische eisen. “Als je écht van me houdt, dan….”

Aan de andere kant staan mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis bekend om hun lichamelijke klachten. Hypochondrie is hen vaak niet vreemd. Het wordt ook wel ‘een pijntje hier en een pijntje daar’ genoemd, maar dat pijntje kan ook dramatisch worden uitvergroot.

Al voor de derde keer was een partner van de vrouw plotseling en spoorloos verdwenen. Volgens haar waren de mannen 'er met een ander vandoor gegaan'. Ze voelde zich echt slachtoffer van die mannen. "Altijd hetzelfde met mannen. Mannen kun je niet vertrouwen, alleen dieren." Totdat een ex van haar was opgespoord. Hij was door haar vergiftigd, had dit overleefd, was weg gegaan, maar had geen aangifte willen doen. De vrouw had na een gesprek haar telefoon laten liggen op het politiebureau. De politie wilde namelijk weten hoe het met de beide andere exxen zat. De volgende ochtend kwam ze met ferme pas het politiebureau binnen. Ze kwam haar telefoon halen. Toen de politieagent vertelde dat hij een verder gesprek met haar wilde hebben vanwege het getuigenis van de eerste ex zeeg ze ineen. Ze had al dagen vreselijke last van haar rug en had bijna niet kunnen lopen.  Anderen hadden boodschappen voor haar moeten doen. De rest van de tijd van het arrest was ze rolstoelgebonden. Meerdere artsen en neurologen werden geraadpleegd, want elke keer weer moest een medische oorzaak worden uitgesloten. Ook bleek ze opeens veganistisch te zijn geworden, terwijl ze de eerste dag op het politiebureau twee broodjes met ham had besteld. 

Het bovenstaande is uiteraard een zeer extreem voorbeeld. Het vergroot uit wat borderline met iemand kan doen. De vrouw bleek plannen klaar te hebben liggen om haar eerste ex alsnog uit de weg te ruimen. Dat gebeurde nadat ze een poging had ondernomen om opnieuw een relatie met hem aan te gaan. Toen hij dat niet meer wilde wilde ze haar eerste poging ‘af maken’. Om dat voor elkaar te krijgen had ze inmiddels een vierde vriend gevonden. Maar deze vond het plan te riskant. Hij deed niet wat zij zei en werd dus ook aan de kant gezet.

Nogmaals: een enorme uitvergroting dus. In relaties met mensen met borderline zit – door de heftige emoties van het aantrekken en afstoten – veel spanning, maar extreem geweld vormt een uitzondering. Wel heb ik in een eerdere serie beschreven dat vrouwen met ernstige borderline-problematiek in combinatie met enkele andere factoren (zoals krenking en grote problemen met de emotieregulatie) tot extreem geweld in staat zijn.

De hoofdlijn van dit verhaal komt uit het artikel "Clinical Definition of Borderline Personality Disorder", waarvan ik de bron helaas niet meer kan achterhalen. 

Borderline Revisited (1)

Vandaag begin ik met een serie over kenmerken van Borderline, maar ik ga deze serie vanwege vakantie nog even niet afmaken. Ik ga jullie tijdelijk verlaten. Voor mensen met borderline is dat een onverdraaglijke gedachte....

“Als anderen op mij reageren, dan besta ik. Als anderen niet op mij reageren ben ik van de aardbodem verdwenen.”

Criterium 1: krampachtige pogingen om echte en ingebeelde verlating te voorkomen.

Precies zoals de peuter geen onderscheid kan maken tussen de tijdelijke afwezigheid van de moeder en haar tóch betrokken ziijn, zo ervaart de persoon met borderline de vermeende verlating door een ander persoon als een totale verlatenheid.

Het gevolg is dat de persoon met borderline het gevoel heeft in een diep emotioneel gat te vallen. De totale paniek slaat toe. De (vermeende) verlating door de ander wordt ervaren als ‘de hele wereld is tegen mij’.

Zelfs bij neurologisch onderzoek is de ervaring van totale verlatenheid terug te vinden. Het gevoel van verlatenheid wordt een totale leegte, het gevoel dat je niet eens meer bestaat. Dat is een reden waarom mensen met borderline over gaan tot zelfverwonding. Dan voel je toch niet iets.

Theoloog Paul Tillich schreef dat eenzaamheid alleen kan worden overwonnen door mensen die het alleen-zijn kunnen verdragen. Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheid verdragen dat alleen zijn niet. Ondanks hun prikkelgevoeligheid zoeken ze dan plekken op waar ook anderen zijn, zoals overvolle bars waar ze zich vol gieten met drank en vervolgens ‘met de verkeerde thuis komen’.

Het bovenstaande is wel een extreme beschrijving, maar het verklaart wel het mechanisme waar veel mensen met borderline qua relaties in terecht komen. Het is een voortdurende herhaling van zetten. In de biografie van Marilyn Monroe wordt beschreven hoe ze altijd maar weer op zoek was naar spannende contacten. Als ze alleen was had ze het gevoel dat ze niet bestond.

De meeste mensen ervaren het alleen zijn als een mogelijkheid om nog eens even na te denken, tot rust te komen, te reflecteren, tijd te hebben voor jezelf. “De muren van een lege kamer zijn spiegels die het gevoel over onszelf duidelijk maken”(John Updike). Wie ben ik zonder de ander?

Iemand met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis ziet alleen maar leegte op de muren. Die pijn kan alleen maar verdragen worden door anderen op te zoeken (tegenwoordig ook via social media), door het dromen over een fantastische geliefde of bewonderaar en door op zoek te gaan naar iemand die onvoorwaardelijk voor je zorgt. Of anders een pijnstiller in de vorm van drank of zelfverwonding. 

Persoonlijkheidsstoornis en geweld (slot)

Een persoonlijkheidsstoornis vormt op zichzelf geen verklaring voor geweld. Er moet meer aan de hand zijn. 
  1. Als iemand én een persoonlijkheidsstoornis heeft én op de buitenwereld is gericht (‘externalising’) verlaagt dat de drempel naar gewelddadig handelen. Maar dan nog is het onvoldoende verklaring. Er zijn meer factoren die de grens naar het toepassen van extreem geweld verklaren.

2. Als iemand een ‘denkstoornis’ heeft (waanachtige beelden) verlaagt dat de drempel naar geweld. Zo’n stoornis kan o.a. inhouden dat iemand obsessief met een bepaald thema bezig is. Gisteren noemde ik de stalker die zeker weet dat een bepaalde vrouw verliefd op hem is. Als ze dan een relatie met een ander krijgt weet hij het zeker: dat is geen vrijwillige keuze zijn geweest: ze is gedwongen tot die relatie.

In de huidige samenleving zie je steeds meer berichtgeving de kleur van een denkstoornis aannemen. Dat komt vooral tot uiting in het zwart-wit denken en het per definitue toeschrijven van kwade bedoelingen aan de ander. De kans dat er ergens vanuit dit denken een aanslag wordt gepleegd neemt daarmee ook toe.

3. Een volgende stap bij het externaliseren is het zoeken van spanning (‘thrill-seeking’). Op hoge snelheid op een motor door de stad razen en iemand neerschieten: dat is spanning.

4. Voeg je daar de behoefte aan geldelijk gewin, aan bezit, aan toe, dan heb je te maken met een giftige cocktail aan ingrediënten die de kans op geweld aanzienlijk groter maken.

Internaliseren

Er zijn ook mensen die ‘internaliseren’. Ze zijn minder op de buitenwereld gericht. Het zijn meer de ‘loners’. Ik legde in een vorig blog de link naar het ‘covert narcisme’.

Voor deze mensen gelden andere triggers. Bij hen gaat het om:

  1. De al eerder genoemde waanachte en obsessieve denkbeelden

2. in combinatie met het gevoel bedreigd te worden

3. en/of in combinatie met wraakgevoelens.

Deze combinatie zeer riskant bij vrouwen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis. Dat maakt het verhaal vooral belangrijk als het om de opvoeding van kinderen gaat. Ik schreef daar eerder over in relatie tot het onderwerp ‘borderline en kinderwens’.

Narcisme, de antisociale persoonlijkheidsstoornis, de oppositionele stoornis en welk label je ook maar wilt geven: op zichzelf verklaren ze niet waarom iemand extreem gewelddadig gedrag gaat vertonen. In combinatie met andere factoren kan er een giftige cocktail aan kenmerken ontstaan die samen een explosief mengsel vormen.

Naar aanleiding van: Richard Howard: Personality disorders and violence: what is the link? In: Borderline Personality and Emotional Dysregulation (2015). 

Gevonden willen worden

De gordijnen bleven wekenlang dicht. De telefoon werd niet opgenomen. Niemand zag of ze boodschappen deed. Maria leek van de aardbodem te zijn verdwenen.

Ik was als orthopedagoog bij het team van Maria betrokken. En omdat ze in zorg was konden we – stel dat je dat een goede manier zou vinden – niet net doen alsof ze er niet was. Leuke hulpverlener. Declareert drie weken zorg, is geen enkele keer binnen geweest.

Psychiater Anton Došen schrijft over de spanningen die passen bij de socialisatie-fase van de emotionele ontwikkeling: de peuter van wie het eigen ik nog niet voldoende ontwikkeld is. Eén van die kenmerken is het zich verstoppen in een kleine ruimte. Dat is eigenlijk wat deze vrouw doet.

Dat is hoe ik probeer te begrijpen waar het gedrag vandaan komt. Het is vanuit een ontwikkelingsdynamisch kader. De psychiater binnen de GGZ heeft bij haar de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis gesteld. En dat in combinatie met een lichte verstandelijke beperking, waardoor de complexiteit van de problematiek nog eens versterkt wordt.

In zijn boek ‘Wat borderline met je doet’ beschrijft psycholoog Arthur Hegger een vrijwel identieke situatie. “Zo maak ik iedereen ongerust” schrijft de hoofdpersoon. Maar de andere kant is ook weer dat iemand met ‘borderline’ gevonden wil worden. Als er niemand naar je op zoek gaat wordt dat weer als ‘verlating’ ervaren.

Het lukt me om een afspraak met haar te maken. Ze zit weer wat beter in haar vel. Maar de begeleiders worden nog steeds afgewezen. Ik ben voor haar meer op afstand en dus veiliger voor haar. In dat laatste zit een typerende paradox: mensen met meer afstand worden als veiliger ervaren. Hoe dichterbij je komt, hoe bedreigender je bent. Datzelfde principe zien we ook bij kinderen met hechtingsstoornissen.

Haar woonkamer ziet er opvallend netjes uit. Wel heeft ze haar muur volgeschreven met teksten. Dat is een teken van  de ernstige psychische problematiek van de afgelopen tijd. Graffitti in eigen huis, dat gebeurt niet zo vaak.

Het gesprek verloopt prima. Té goed, eigenlijk. Is dit een ernstig beschadigde vrouw? Ze kan me uitstekend uitleggen wat er aan de hand is. “Juist als ik de mensen het hardste nodig heb sluit ik mezelf op” . “Juist als ik somber ben drink ik 3 of 4 flessen drank terwijl ik dat dan juist niet moet doen.”

Een goed ziekte-inzicht is het halve werk. Helaas is de tweede helft van dit werk ingewikkelder. Want nu voelt ze zich goed. Als ze zich slechter voelt werkt die ‘verstandige’ redenering niet meer. Dan sluit ze zich weer af. Juist als ze hunkert naar contact maakt ze het zichzelf en anderen extra moeilijk…

We maken afspraken over hoe het in de toekomst moet. Ze geeft toestemming om - ook als ze niet de deur open doet - volgens een bepaald protocol toch contact te kunnen maken. En als het te lang duurt gaat de begeleiding toch naar binnen. Want juist als ze contact mijdt heeft ze contact nodig...

Splitting (4)

Ik ga (eindelijk) weer verder met het onderwerp 'splitting'. Volgens de meest simpele omschrijving houdt dat in dat de één op een voetstuk wordt gezet en dat de ander juist totaal verguisd wordt. Splitting is o.a. een bijproduct van narcisme en van de borderline persoonlijkheidsstoornis.

Een belangrijk verschil daarbij is dat het splitting bij narcisme de ander treft. De persoon met narcisme zet zijn volgelingen op een voetstuk en trapt degene die hem tegenspreekt de grond in. Mensen met narcisme verheffen zichzelf boven de ander en dat gaat ten koste van de ander.

Het zelfbeeld van mensen met narcisme is daarbij vrij consistent, al zit er bij het ‘verborgen narcisme’ meer variatie in. Maar ook dan zal de ‘klassieke narcist’ ontkennen dat het probleem bij hem ligt. Het ligt altijd aan de ander. Alleen als er winst de behalen valt (bijvoorbeeld strafvermindering, of iemand terughalen binnen de relatie) zal iemand met narcisme voor de buitenwacht erkennen dat hij fout zat.

De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt tegenwoordig wel omschreven als een emotieregulatiestoornis. Niet alleen het beeld van de ander, maar ook het beeld dat de persoon van zichzelf heeft kan sterk wisselen. Mevrouw Janssen vindt zichzelf geweldig, maar een klein beetje kritiek is al voldoende om zichzelf totaal niets waard te vinden. Het is dus himmelhoch jauchzend oder bis zum Tode betrübt.

Mensen met een borderline stoornis zetten anderen vaak op een voetstuk, maar diezelfde persoon kan daar ook heel hard vanaf storten. Er bestaan geen grijstinten. En soms kan iemand vervolgens weer opeens ‘dé’ held zijn en opnieuw op dat voetstuk terecht komen.

Een oud voorbeeld dat ik toch weer even noem: ik was betrokken bij een patiënt die tegen de tandarts zei: "Eindelijk iemand die me begrijpt. Wat bent ú een geweldige tandarts!" Daarop zei ik tegen de tandarts: "Hou je dossier op orde!" Na het volgende consult lag er een klacht bij de directie van dezelfde patiënt. Ze had nog nooit zó'n slechte behandelaar meegemaakt.