Boedapest (2)

Dan de overkant van de Donau in Boedapest. De linkeroever, oftewel het stadsdeel Pest. Toen de muren niet meer nodig waren als vestingwerk groeide de stad uit zijn voegen. Hier vind je prachtige architectuur uit het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw.

Boeda en Pest waren na de Turkse overheersing kleine plaatsen. Dat veranderde toen ‘de Habsburgers’ hun zetel in Boedapest vestigden. De keizer van Oostenrijk was tevens de koning van Hongarije. Met zijn komst  zetelde het centrum van de macht in Boedapest. De Hongaarse hoofdstad was toen grotendeels Duitstalig.

In 1867 gaf de keizer in grote mate autonomie aan Hongarije en hij stimuleerde zelfs het gebruik van de Hongaarse taal. Er werden regeringsgebouwen gebouwd en Boeda en Pest werden één stad. Deze ontwikkeling trok honderdduizenden mensen van buiten aan. Rond 1850 telde de stad 180.000 inwoners (waarvan de meesten Duits spraken) en in 1900 telde Boedapest 730.000 inwoners. De meeste mensen spraken inmiddels Hongaars. Onder de nieuwkomers waren tienduizenden Joden. In 1900 was 20% van de bevolking Joods. Hun invloed is nog goed te zien in de Joodse wijk.

In heel Pest vind je straten vol schitterende architectuur: neoclassicistische bouwwerken van rond 1850, daarna gebouwen die de renaisance imiteren en soms aan paleizen doen denken. Maar vaker waren het woonkazernes met prachtige gevels aan de straatzijde. Die woonkazernes werden allemaal in blokken gebouwd. Mijn advies is: blijf niet aan de straatzijde je vergapen, maar probeer ook eens zo’n binnenplaats te bezoeken (vaak achter een ijzeren hek). Soms kom je er binnen en dan blijf je je verbazen…

Het meest imposante gebouw is het parlementsgebouw. Met zijn lengte van 268 meter, een breedte (in het midden) van 118 meter en een koepel met een hoogte van 95 meter is het één van de grootste gebouwen van de wereld. Het gebouw kwam in 1904 gereed.

Nog weer later doen staalconstructies hun intrede. De deuren, de trappenhuizen en de balkons bevatten prachtige staaltjes aan siersmeedwerk. Om uiteindelijk uit te monden in het (wat mij betreft) hoogtepunt van de architectuur van de 19e en 20e eeuw: de Jugendstil.

Boedapest is een straat vol met geschiedenis, maar ook boordevol architectuurgeschiedenis. Gelukkig is de stad in de oorlog grotendeels gespaard gebleven en hebben de communistische overheersers na de oorlog de gebouwen een beetje in tact gelaten.

Boedapest (1)

De binnenstad van de Hongaarse hoofdstad bestaat uit twee delen: Boeda en Pest. Boeda ligt op de rechteroever van de Donau en is heuvelachtig en Pest ligt op de linkeroever en is vlak.

Boeda is veruit het oudste deel van de stad. Het is deels gebouwd op een heuvel die tot 6o meter boven het waterpeil van de Donau oprijst. Hier bevindt zich de Burchtwijk. Dit is een toeristische topattractie van de Hongaarse hoofdstad. Maar we komen bijna niemand tegen.

De meeste toeristen kiezen de weg van de minste weerstand. Ze nemen de tandradbaan (Siklo) bij de burcht en de Szechenyllancid (een kettingbrug over de Donau) naar boven. Wij komen van de andere kant (metrohalte Batthyány tér) en klimmen daar geleidelijk naar boven.

Boven bevindt zich een ommuurd stadsdeel dat grotendeels autovrij is. De stadspoort dient als fysieke grens. De wijk is niet helemaal autoloos, want hier zijn talrijke ambassades gevestigd en diplomaten willen hun diplomatieke ruimte zoveel mogelijk benutten. Dit deel van Boedapest ademt nog grotendeels de sfeer van vroeger tijden, met veel huizen uit de 17e eeuw, maar ook oudere panden.  Aan de rand van de wijk bevindt zich een militair museum, gevestigd in een enorm pand met kenmerken van de Jugendstil. De beide ‘hoofdstraten’ door de wijk worden met elkaar verbonden door stegen.

In de wijk staan verschillende kerken, waarvan de Matthiaskerk de bekendste is. Hier trouwden keizer Frans Josef en keizerin Elisabeth (Sissi) met elkaar, vandaar de naam Kroningskerk. De rijkversierde gothische kerk met kleurrijke dakpannen dateert oorspronkelijk uit de 14e eeuw. In de 16e eeuw werd de kerk ‘verbouwd’ tot moskee, om na het vertrek van de Ottomanen weer tot kerk gewijd te worden.

Maar rond deze kerk is het met de rust gedaan. Hier drommen honderden toeristen uit de hele wereld samen. Ze werpen een blik op en in de kerk en bezoeken het Vissersbastion (een soort kasteel/ uitzichtpunt dat door de Turken werd gebouwd en dat qua (Moorse) bouwstijl helemaal niet past in de rest van de bebouwing van de wijk). Vanaf het bastion gezien liggen de Donau en Pest van je voeten.

Rond het plein bij de kerk is in de jaren ’70 en ’80 foeilelijke nieuwbouw gepleegd die het beste meteen weer afgebroken kan worden. De vele toeristen missen het authentieke deel van de wijk. Honderd meter meer naar het noorden en je bent er. Maar dat staat kennelijk niet in de gidsen of wordt niet verteld door de in velerlei talen sprekende gidsen.

Kennelijk blijft de mens een kuddedier. Wil je Boedapest bekijken, kies dan je eigen route en neem de smalle zijstraatjes buiten het gewoel van de toeristen. Dan zie je de mooiste stukjes van de stad.

Sporen door Hongarije

We waren een week in Hongarije. Het land heeft een goed systeem van openbaar vervoer. Met name in en rond Boedapest is het OV goed geregeld.

Dat er rond Boedapest goed OV is, is niet zo verwonderlijk. Ongeveer 1/5 van de bevolking van Hongarije woont in en rond de hoofdstad (ongeveer 2 miljoen inwoners). Dat is ook in Wenen het geval (met betrekking tot Oostenrijk). Ook daar een uitstekend OV-systeem. In beide steden werd het spoor-, tram- en metronetwerk aangelegd in de tijd van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk.

Een juweeltje is metro 1 in Boedapest. Alle stations zijn ondergronds en ze ademen de sfeer van de Jugendstil-tijd. De treinstellen zelf zijn behoorlijk antiek. Ze lijken wel op oude autobussen. Maar een modern treinstel zou hier beslist niet passen. Er zijn drie nieuwere metrolijnen, daar rijden moderne treinstellen.

Door heel Boedapest ligt een fijnmazig net van buslijnen, trolleybussen (deels nog uit de DDR-tijd), oude en nieuwe trams (de nieuwe trams zijn bijzonder lang, zo’n acht ‘bakken’) en dus ook die vier metrolijnen. Op veel lijnen is sprake van een frequentie van eens in de vijf minuten. Hoe de lijnen lopen is wat moeilijk te doorgronden, daar heb je wat studie voor nodig.

Net als in steden als Londen en Parijs loopt het spoor niet dwars door de stad, maar zijn er aan verschillende kanten van de stad kopstations. Vanuit Wenen kom je aan de oostkant aan: station Budapest Keleti (dat betekent: oost). Dat is het station op de foto. Je zou denken: je komt uit het westen, dus je komt in Nyugati aan (dat betekent: west). Dat station ligt overigens in het noorden van Boedapest. Het lijkt veel op het Keleti station, dus je zou zomaar in de war kunnen raken.

De omroepberichten zijn voor Nederlanders onverstaanbaar, alleen in de metro wordt op sommige stations ook iets in het Engels uitgesproken.

De treinen vormen een wonderlijk allegaartje van hoogbejaarde treinstellen, oude wagons die getrokken worden door bejaarde locs, modern materieel en ook snelle en hypermoderne internationale treinen. Regelmatig is een traject maandenlang buiten dienst. Er wordt fors geínvesteerd in de modernisering van het spoor. De Hongaarse spoorwegen stonden bekend vanwege forse vertragingen, maar inmiddels beginnen de verbeteringen aan materieel en infrastructuur vrucht af te werpen.

Denk overigens niet dat de frequentie buiten de agglomeratie Boedapest hoog ligt. Hongarije is een dunbevolkt land. Op veel trajecten rijdt één keer per uur een trein. Dat is best veel in streken waar weinig mensen wonen.

Bijzonder is dat reizigers boven de 65 jaar (uit alle EU landen) gratis van al het OV in Hongarije gebruik mogen maken. Je hoeft alleen je ID-kaart te laten zien.  Niemand die er overigens op kijkt. Kennelijk zien we er van  onszelf al oud genoeg uit.

Voor snellere treinen geldt een uitzondering: daar betaal je toeslag voor. Maar die bedraagt minder dan twee Euro…

Dat je voor snellere treinen toeslag moet betalen heb ik nooit begrepen. Je zit korter in de trein en je moet meer betalen...