Stichtelijk Gestichtsbezoek (2)

Ik moet een dag cursus geven op een instelling op degelijke zeeklei. Dat slaat verder nergens op, maar soms vraag ik me af of er een verband is tussen persoonlijkheid en grondsoort.

Bij de ingang spreekt een vrouw mij aan. “Meneer, als ik spuitpoep heb, hoef ik dan niet naar mijn werk?” Ik zeg: “Daar ga ik niet over, daar gaat het personeel over.” Ik probeer het gesprek over een andere boeg te gooien en vraag haar naar haar naam. Dat helpt niet. Mevrouw zegt dat ze ‘Mevrouw Spuitpoep’ heet.

“Maar als ik érge spuitpoep heb, hoef ik dan écht niet naar mijn werk?” Ik herhaal mijn antwoord. Ik ga daar niet over, daar gaat het personeel over. “Maar als ik héle erge spuitpoep heb, kan ik dan niet met het busje mee?”

Op dat moment klinkt er een zwaar ondergronds gerommel en gesputter. Even later zie ik dat de broek van mevrouw bruin kleurt. Ook is er sprake van een aanzienlijke mestgeur.

Volgens mij kán mevrouw in deze toestand niet naar haar werk. Ik verwijs haar door naar de woning. Die zullen dit verhaal wel vaker hebben gehoord. En hoe een onwetende bezoeker mogelijk nét het verkeerde antwoord heeft gegeven.