Henk aan de wandel

De mensen denken wel eens dat ik alleen maar fiets. Eigenlijk hebben die mensen ook wel gelijk. Maar soms waag ik me aan een wandeling. In de vakantie hebben we zelfs meerdere wandelingen gemaakt.

In de vakantie bleek ik opeens door mijn zool te zijn. Ik was dus een halve zool. Dat ‘opeens’ moet je natuurlijk met een korrel zout nemen. Het viel me in de zomer pas op. De schoenen waren trouwens al meerdere malen verzoold, maar na tien jaar waren ze toch echt aan vervanging toe. Anders dan minister Hugo de Jonge val ik niet op door opvallend schoengebruik. Ik kocht ook weer identieke schoenen. Dan weet je tenminste dat ze passen.

In mijn hoedanigheid als Hulpsinterklaas geef ik altijd als eerste aan een autistische man een doos. Daar zitten schoenen in. Hij loopt vervolgens naar zijn kamer, trekt de oude schoenen uit en de nieuwe schoenen aan en gooit dan de oude schoenen in de prullenbak. Het nieuwe jaar kan beginnen. Zoiets dus, maar ik deed er tien jaar over.
Straat in Tolkamer

Ik had dus nieuwe schoenen. Dus trok ik meteen ook maar de stoute schoenen aan: we gingen aan de wandel. Het doel was de Bijlandse Plas. Om daar te komen moesten we eerst een eind fietsen. En omdat het warm was besloten we om pas in de loop van de middag op de fiets te stappen. We passeerden Oud-Zevenaar, Aerdt, Herwen en Lobith en belandden rond zes uur in Tolkamer, dat door veel mensen ten onrechte Lobith wordt genoemd.

Vervolgens denken die mensen ook nog eens dat de Rijn bij Lobith ons land binnen komt, maar dat is niet waar. De Rijn stroomt bij Spijk ons land binnen en aan de overkant van het water bij Millingen. Aan de overkant van Tolkamer ligt nog steeds Duitsland. 
Scheepswerf de Hoop

Je kunt een rondje om de plas lopen en dat hebben wij dan ook gedaan. We ontstegen de fiets in Tolkamer. Daar vandaan liepen we in westelijke richting langs scheepswerf De Hoop. Naast deze scheepswerf ligt een klein Tuindorp, dat rond 1930 gebouwd werd voor de werknemers van de scheepswerf. Dat soort projecten: dat vind ik (ook vanuit architectonisch oogpunt) altijd interessant.

Tuindorp bij Tolkamer

Daarna liepen we over de dijk langs de Rijn in westelijke richting. Je komt dan over een baileybrug die de open verbinding tussen de Rijn en de Bijlandplas overbrugd. In dit gedeelte bevinden zich de meeste recreatieve gedeelten, maar die lagen tijdens onze wandeling allemaal voor Pampus: er was geen kip te zien, laat staan een mens.

Zicht vanaf de Baileybrug op de Bijlandse Plas

Baileybruggen zijn bruggen die oorspronkelijk tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld zijn voor de genietroepen. De bedenker was Donald Bailey die als hobby bruggen bouwde. Zijn ontwerp werd overgenomen door het Britse leger. Er zijn duizenden van die bruggen gebouwd en je kunt ze vervolgens afbreken en snel elders weer opbouwen. Sommige van deze noodbruggen liggen al meer dan een halve eeuw tijdelijk te zijn.

Het eerste deel van de wandeling is niet erg spannend, je loopt voornamelijk over het asfalt en tussen hagen van bomen. Af en toe heb je uitzicht over de Rijn.

Na de brug loop je noordwaarts en dan kun je min of meer je eigen weg kiezen. Over het fietspad, over een platgetreden spoor door het gras of gewoon door het gras. Je hebt hier mooi zicht op de plas met op de achtergrond de heuvels van Hoch Elten.

Het noordelijke deel van de plas is het meest mooie deel, maar het blijft wel een kunstmatig aangelegde plas. Zo’n vloeiende boog van het water vind je niet bij natuurlijke plassen. Maar we zagen tal van mooie bloemen en planten en een kudde grazende koeien die zich niets van onze aanwezigheid aantrokken.

De oostzijde van de wandelroute gaat deels over een nieuwe en recht aangelegde dijk. De hedendaagse medewerkers van Rijkswaterstaat hebben waarschijnlijk weinig fantasie. Ze maken recht wat ook best een beetje krommer had kunnen zijn. Maar we genoten van het mooie licht en van de ondergaande zon.

Toen we terug waren in Tolkamer bleek dat we 9 kilometer hadden gelopen. Het was een goede oefening om de nieuwe schoenen in te lopen. Ik trok die stoute schoenen dus ook maar even uit om mijn voeten even een adempauze te gunnen. Daarna fietsten we in het schemerdonker terug naar ons vakantieadres. Onderweg aten we af en toe een vlieg.