Van kritisch denken naar complotdenken

Waar eindigt het hyperkritisch denken en begint de complottheorie? Willem Engel (van Viruswaarheid) ziet zichzelf als een hyperkritisch denker. Janet Ossebaard hield zich jarenlang bezig met graancirkels, maar ze houdt zich nu bezig met het complot achter de corona-crisis. Daarin spelen Bill Gates en de 5G masten een belangrijke rol.

Is Maurice de Hond een complotdenker? Ik vind van niet. Hij stelt kritische vragen. Er zijn mensen die vinden dat hij té kritisch is. Maar het zijn wél vragen die je als onderzoeker mag stellen. De wereld is te complex om alleen de experts zoals immunologen en virologen aan het woord te laten.

Is huisarts Rob Elens een complotdenker? Hij meent zijn eigen methode te hebben om corona-patiënten te kunnen genezen. Negen van zijn patiënten herstelden van corona na een toediening van hydroxychloroquine, drie dagen azitromycine en vier dagen zink orotaat. Daarna werd hem verboden om deze combinatie nog langer voor te schrijven.

Met negen genezen patiënten kun je inderdaad niet claimen dat dit hét medicijn is tegen covid-19. De meeste mensen genezen spontaan van corona. Maar aan de andere kant is ook niet goed uitgezocht wat het effect is van deze combinatie op de ontwikkeling van het virus. Plat gezegd: Elens kreeg de kans niet. Daar kun je wantrouwend van worden en dan is een complottheorie zómaar geboren. Maar wie de recente reacties van Elens leest op onderzoek dat elders is gedaan naar het recept dat hij voorschreef ziet dat hij gewoon kritische vragen stelt. Dat is géén complottheorie.

Net zoals bij de overgang van feitelijk denken naar wanen en hallucinaties is er sprake van een geleidelijke overgang van hyperkritisch denken naar complotdenken. Je kunt je ook voorstellen dat mensen – naarmate ze zich minder gehoord voelen – zich meer in de richting van complotdenken gaan bewegen.

Janet Ossebaard was mede-eigenaar van een succesvol vertaalbureau. Toen zag ze in Drenthe een graancirkel en ze was meteen ‘verkocht’. Ze stopte met het vertaalbureau en ging zich helemaal wijden aan graancirkels. Een onderzoeker is benieuwd naar wat mensen bezig houdt die zo geïnteresseerd zijn in graancirkels en aliens. Tijdens een bijeenkomst maakt hij aantekeningen. Daarmee was er een complot geboren. De Binnenlandse Veiligheidsdienst was binnengedrongen in de club en daarmee waarschijnlijk ook de CIA.

Je ziet hier een duidelijke overeenkomst met de man in het restaurant die ik ooit beschreef. Hij ziet dat de buurman een mes pakt en weet dan opeens zeker dat die restaurant-ganger het op hem voorzien heeft. En dat terwijl hij gewoon zijn biefstuk wilde snijden... Alleen komt die verklaring niet meer bij hem op. Het heet in de psychologie een betrekkingsidee. Daar begint de pathologie: je denken raakt in een tunnel. Andere verklaringen zijn niet meer mogelijk. 

Een interviewer van dagblad de Stentor die Ossebaard een kritische vraag stelt krijgt vervolgens een permanente stroom van kritiek en persoonlijke aantijgingen van haar volgelingen over zich heen. Het gaat zó ver dat hij de politie inschakelt. Maar Ossebaard blijft bij haar standpunt. “Iedereen weet dat de media ons voor de gek houden.” Iedereen dus. Behalve… Er is nog maar eentje die het niet weet, dat is die journalist. Dat is een tweede kenmerk van complotdenken: het splitten. Het is zwart-wit.

Het complotdenken rond covid-19 neemt steeds grotere vormen aan. Met het vaccin dat ons straks verplicht wordt ingespoten wordt er een microchip in het oor geplaatst waardoor het 5G netwerk ons allerlei boodschappen zal influisteren. Waar ligt de grens tussen realistisch kunnen denken en het bizarre denken?

Tegelijkertijd leert de geschiedenis ook dat niet alle complotdenken onzin is. Het Watergate-schandaal was nooit aan het licht gekomen als er geen mensen aan een complot hadden gedacht. Zeker in een wereld die wordt beheerst door allerlei vormen van technologie waar de gewone mens geen grip op heeft kunnen er ook dingen gebeuren die we niet op tijd signaleren. Kritisch denken op zijn tijd kan geen kwaad. 

Betrekkingsidee (?)

Mevrouw S. woont twee jaar in een flat in Hardinxveld-Giessendam. Sinds ze daar woont is het met haar rust gedaan. Ze kan niet meer slapen. De bovenburen hebben het namelijk op haar gemunt.

Flatgebouwen uit de jaren ’60 en ’70 zijn vaak erg gehorig. Het is dus goed mogelijk dat mevrouw S.  (over)last ervaart van de bovenburen. Tot zover is er dus niet zoveel aan de hand.

Gekker wordt het als mevrouw S. uitlegt wát er aan de hand is. Ze slaapt niet in de slaapkamer. Want toen ze daar sliep gingen de bovenburen expres boven haar hoofd staan bonken.

Stiekum verkaste ze naar een andere kamer. Maar na een dag waren de bovenburen daar ook al aan het bonken.

Nu slaapt ze in de woonkamer. Iedere avond brengt ze heel stil haar slaapspullen naar die kamer, zodat de bovenburen maar niets in de gaten hebben. Maar ook nu is het met de nachtelijke onrust raak.

De bovenburen is het oudere echtpaar O. Ze zijn zich van geen kwaad bewust. Hoe kunnen ze nu weten waar de benedenbuurvrouw slaapt? En bovendien: waarom zouden ze ’s nachts wakker blijven om de benedenbuurvrouw uit haar slaap te houden?

Mr. Frank Visser komt er aan te pas. Is het waar of niet waar? Juridisch moet er in ieder geval onderzoek worden gedaan. En dan blijkt dat de flat zó gehorig is dat hardsprekende mensen elkaar letterlijk kunnen verstaan. De vloer van de bovenburen is onvoldoende geïsoleerd. Dat moet veranderen en verbeteren. Op dat punt wordt mevrouw S. in het gelijk gesteld.

Geluiden zijn storend en verstorend. Ze kunnen tot allerlei vormen van psychische ontregeling leiden. Terecht dat mr. Visser eist dat daar iets aan gedaan moet worden.

Waar de rechter niet op ingaat is of het waar is dat de heer en mevrouw O. expres proberen de nachtrust van mevrouw S. Buren houden te vaak onvoldoende rekening met elkaar. Maar het gaat veel verder als je denkt dat het woongeluid van de buren speciaal voor jou bestemd is. Volgens mevrouw S. heeft de bovenbuurvrouw een obsessie voor haar en is ze daarom altijd met haar bezig, zowel door ’s nachts te treiteren als door overdag over haar te roddelen.

De vraag is: heeft mevrouw O. een obsessie voor mevrouw S.? Of zou het ook andersom kunnen zijn: mevrouw S. heeft een obsessie voor mevrouw O.? Ik vermoed het laatste.

Het is wel bijzonder als je denkt dat de bovenburen het dusdanig op je gemunt hebben dat ze ’s nachts voortdurend op zoek zijn en willen weten in welke kamer je slaapt om vervolgens hard te gaan praten en voordurend te stampen en te bonken boven je bed.

In de psychologie zou je je af kunnen vragen of er niet sprake is van een betrekkingsidee. In dit geval: algemene woon-en leefgeluiden uit de flat worden toegeschreven aan een persoon en ze zouden speciaal voor jou bestemd zijn.

Ik zit op de fiets. Achter mij rijdt een andere fietser. Ik sla rechtsaf. De fietser achter mij slaat ook rechtsaf. Ik kom niet op de gedachte dat die fietser toevallig dezelfde kant uit moet. Nee, mijn gedachte is dat de fietser heeft het op mij heeft gemunt.

Bij een betrekkingsidee heb je de neiging om ‘toevallig’ gedrag te zien als gedrag dat op jou betrekking heeft. Dat heeft iedereen wel eens, maar bij mevrouw S. gaat het wel erg ver door. Ze weet zeker dat de bovenburen een obsessie voor haar hebben en dat ze dag en nacht in denken en handelen met haar bezig zijn.

Het is ook niet eenmalig, de bovenburen zijn hier volgens mevrouw S. al lang mee bezig. Het zou dus best een betrekkingsidee kunnen zijn.

Daar kan een rechter niet veel mee. De geluidsoverlast moet stoppen. De vloer van de bovenburen moet aan de eisen voldoen. En voortaan moeten de buren zich als goede buren gedragen. Geen geroddel, niet bonken, geen spullen gooien. Dat mag ook allemaal niet in een seniorenflat in Hardinxveld-Giessendam.

Achterdocht (1)

Ik wil het hebben over achterdochtig gedrag. Want zeg nu zelf: de lezers van dit blog zijn af en toe best wel eens achterdochtig. Sommige lezers hebben zelfs wel eens gedacht dat ik speciaal over hen schreef…

Laat ik beginnen met te stellen dat achterdocht een gezonde eigenschap is. Er zijn mensen die helemaal niet achterdochtig zijn. Die zijn ook snel door hun geld heen, want ze vertrouwen iedereen. Een beetje achterdocht kan dus geen kwaad.

Maar achterdocht kan ook je functioneren in de weg gaan staan. Dat is bijvoorbeeld het geval als je niemand meer vertrouwt. De achterdocht is zó groot dat je in geen enkel ander persoon vertrouwen hebt, zelfs in je eigen familie niet.

Er zijn inderdaad culturen waar kinderen min of meer wordt ingeprent: ‘Vertrouw niemand, zelfs je eigen familie niet’. De jongeren uit die culturen kijken vaak negatief naar anderen, ze zijn ook sneller agressief en zien anderen vooral als mensen die het op hen voorzien hebben. Als er iets mis gaat ligt het dan ook aan de ander.

1 Opvoedingsfactoren

Een deel van het wantrouwen kan dus verklaard worden uit de omgeving waarin iemand opgroeit. Als je steeds maar weer leert dat je altijd op je hoede moet zijn voedt dat je wantrouwen.

2 Persoonlijkheidsfactoren

Wantrouwen kan ook te maken hebben met je persoonlijkheid. Een ongezonde mate van achterdocht en wantrouwen heeft (vaak) te maken met de onbewuste overtuigingen die iemand over zichzelf en over anderen heeft. Hier gaat ook vaak het gezegde op: ‘zoals de waard is, zo vertrouwt hij zijn gasten’.

Een vorm van achterdocht is dat je steeds weer denkt dat anderen ‘het’ over jou hebben. Dat wordt ook wel een betrekkingsidee genoemd.

3 Paranoïdie

Wantrouwen kan zeer ernstig worden. Dan wordt wantrouwen uiteindelijk paranoïdie. Als dat chronisch is wordt de grens met het normale overschreden. Dan is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Bij ongeveer 1% van de bevolking is het wantrouwen zó groot dat er sprake is van pathologie. Die mensen zoeken overal wat achter en iedereen is op hun onheil uit.

4 Factoren die achterdocht versterken zijn:
– Veel alleen zijn, vereenzaming
– Vaak zelf problemen op willen lossen (‘loner’) zonder de ander te bevragen
– Middelengebruik, zowel softdrugs als harddrugs, maar ook alcohol
– Cognitieve achteruitgang en toenemende kwetsbaarheid
– Dementie
– Zintuiglijke problemen (vooral gehoorproblemen)
– Psychiatrische problematiek, psychoses

Een korte omschrijving van achterdocht is: snel geneigd zijn verdenking te koesteren.

Toen ik op internet zocht naar een compacte omschrijving van achterdocht kreeg ik overigens ook de volgende melding: Achterdocht bestellen? | Bekijk hier de laagste prijs. | Vergelijk alle webshops en bespaar tot 40%. Kennelijk is achterdocht dus ook te koop!

De preek ging nergens over

Een paar keer is het me twee keer overkomen in het buitenland. Er klonk een bericht door een luidspreker met mijn naam er in. Je denkt dan: "Dat zal dus wel niet. Wie roept mij nu op in Zwitserland of in Noorwegen?" En tóch bleek ik te worden opgeroepen….

Het is me ook eens in de trein overkomen. “Wil meneer Algra even naar voren komen?” Ik bleef gewoon zitten. Totdat het bericht herhaald werd. De machinist bleek een vroegere leerling van mij te zijn die me uitnodigde in de ‘cabine’.

Je kunt dus een persoonlijke boodschap als algemeen ervaren. Je kunt ook een algemene boodschap als persoonlijk ervaren. Dat wordt een betrekkingsidee genoemd.

Als puber kreeg ik steevast een rood hoofd als op school werd gevraagd wie iets ongeoorloofds had uitgespookt. Dat gebeurde thuis ook als mijn moeder één van de kinderen ‘verdacht’. Misschien kregen mijn broers en zussen ook wel een rood hoofd. Dat heb ik niet gecontroleerd. Ik had het te druk met mijn eigen rode hoofd.

In de kerk kreeg ik ook een rood hoofd als de dominee persoonlijk werd. Het lag ook wel wat complex, want de dominee was ook mijn vader. Een voorbeeld kon dus zómaar over mijzelf gaan. “Als een kind niet wil afwassen gebeurt het wel eens dat….” Mijn gedachte was dan: “Nu heeft hij het dus over mij….. En nu weet iedereen in de kerk dat ik wel eens weiger om de afwas te doen….”

De colleges psychologie, die gingen natuurlijk ook vaak over mij. Net zoals een student medicijnen alle ziektes uit de medische encyclopedie op heeft gelopen, zo had ik allerlei varianten op psychologische afwijkingen.

We spreken van een betrekkingsidee als iemand een als algemeen bedoelde boodschap op zichzelf betrekt. Dat overkomt ons allemaal. Er is niets mis mee. Je vangt iets op en je denkt dat het over jou gaat. Het wordt lastiger als zo’n betrekkingsidee je hele denken gaat bepalen. Dat is lastig voor de zender (degene die iets zegt of schrijft) én voor de ontvanger (degene die de boodschap hoort). Je kunt niet goed meer iets zeggen omdat je communicatief op eieren moet lopen. Je kunt ook niet goed meer luisteren, omdat je voortdurend op je hoede bent.

Een therapeute had in een artikel in een tijdschrift iets geschreven over mensen die zich van alles inbeelden. Ze had, zoals je uiteraard verplicht bent als je zo’n verhaal schrijft, bewust veel dingen veranderd zodat de persoon onherkenbaar was geworden. Toen het artikel gepubliceerd was kreeg ze over een andere patiënt te horen dat die compleet uit haar dak was gegaan en in haar woede het tijdschrift had verscheurd. De therapeute had haar ambtsgeheim geschonden, ze had iets over één van haar patiënten gepubliceerd ‘en nu wist iedereen het’.

De therapeute was erg verbaasd. Maar ja, het is ook het risico van het vak. Mensen betrekken ook altijd verhalen op zichzelf. Dat maakt in ieder geval dat je altijd voorzichtig moet zijn bij publicaties. Maar je kunt niet alles voorkomen. Mensen hebben nu eenmaal ook altijd betrekkingsideeën.

Ook een dominee die vanuit zijn pastoraat bepaalde ervaringen deelt in de preek loopt natuurlijk veel risico dat mensen per definitie denken dat de uitspraak van de dominee over hen gaat. In dat verband nog een mooie anekdote. …

Gemeentelid Janssen spreekt de dominee aan 'waarom hij het nou over hem moest hebben in zijn preek'. De dominee antwoordde: "Over u? De preek ging helemaal nergens over!" Nu nog maar hopen dat meneer Janssen zichzelf niet als niets ziet….

Gevoeligheid en gezien willen worden (betrekkingsideeën)

Gisteren stond er in het dagblad 'Trouw' een bijdrage van een vrouw die schreef over haar psychotisch geworden vader. Toen die vader eenmaal weer 'bij' was negeerde hij alles wat één van de artsen vertelde. Volgens de dochter voelde haar vader feilloos aan dat de dokter eigenlijk maar weinig interesse in hem had als persoon.

Sensitiviteit

Op een vergelijkbare manier schreef Oliver Sacks over een groep patiënten in een instelling voor mensen met hersenletsel. Er werd een nieuwe afdeling geopend en de directeur hield een klinkend betoog over de enorme prestaties die ‘zijn’ organisatie (lees: hij zelf) geleverd had. De aanwezige patiënten barsten in niet te stuiten lachbuien uit. Volgens Sacks omdat ze dwars door het verhaal heen prikten. Deze man had geen enkele interesse in de patiënten. Hij wilde voor de media, de burgemeester en collega’s ‘scoren’.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Dezelfde ‘sensitiviteit’ is ook kenmerkend voor mensen die in sociaal-emotioneel opzicht functioneren in de ‘socialisatiefase’ (6 tot 18 maanden). Veel van deze mensen voelen precies aan wat de ander ‘bedoelt’. Ze prikken door de boodschap heen en voelen wat er achter zit. “Ben je er werkelijk voor mij of heb je eigenlijk een andere boodschap.” Je kunt nóg zulke mooie woorden hebben, maar als je in feite met andere dingen bezig bent ondergraaft dat jouw boodschap.

Kwetsbare ouderen

Ook bij kwetsbare ouderen en zeker bij mensen die dementeren kun je deze gevoeligheid nogal eens waarnemen. Als je in gesprek bent, maar eigenlijk denk je vooral ‘hoe kom ik op tijd op de volgende afspraak?’ ontstaat er geen rust, maar voed je de onrust.

Gave is opgave

Die extreme gevoeligheid voor de houding van de ander maakt mensen kwetsbaar. Misschien lijkt het in eerste instantie een gave, maar het is vooral een opgave. “Ik zie teveel, ik hoor teveel, ik voel teveel” zei een mevrouw die zelf aan gaf last te hebben van deze gevoeligheid.

Een huis-tuin en -keukenvoorbeeld dat ik nogal eens gebruik is de ervaring die ik had bij het naar bed brengen van onze kinderen (in de peutertijd). Als ik op tijd op een vergadering wilde zijn gingen ze niet op tijd slapen. Ze voelden dat ik een andere agenda had.

Weinig ‘afgrenzing’

Het is – volgens mij – deze ‘sensitiviteit’ die mensen ook extra kwetsbaar maakt voor betrekkingsideeën. Er is weinig afgrenzing tussen het ‘ik’ en de ‘ander’. Maar die gevoeligheid kan je ook op een verkeerd spoor zetten. Er is ook een aanzienlijk risico op misinterpretatie.

Stress en betrekkingsidee

Gisteren schreef ik ook over het verband tussen oplopende stress en een toename van betrekkingsideeën. Mensen die gespannen zijn worden meer afhankelijk van het oordeel van anderen. Ze worden gevoeliger (dopamine?), maar doordat het onderscheid tussen binnenwereld en buitenwereld fragiel is geworden kleuren de eigen emoties datgene wat ze menen te zien aan de ander. De eigen emotie vult dus in wat ze aan de ander toedichten. Ook dat wordt dus gemakkelijk een valkuil in de communicatie met anderen.

Onvervulde wensen

Psychiater Jaap Veldkamp noemde (in een cursus die ik volgde) nog een derde verklaring van betrekkingsideeën. Ze vullen in wat iemand graag zou willen. In het voorbeeld van Adri (vorige blog): de waan dat mensen naar hem op zoek zouden zijn zou zijn wortels kunnen hebben in het feit dat hij gezien wilde worden. Hoe ‘vreemd’ het misschien ook klinkt (maar psychotische belevingen zijn altijd vreemd), maar de waan dat mensen naar hem op zoek waren vulde eigenlijk een diep in zijn emoties liggende behoefte in: hij wilde gezien worden.

Opmerkelijke rol

Een wat meer milde variant op dit thema zijn de verhalen van mensen die steeds weer komen met gebeurtenissen waarbij zij zelf een opmerkelijke rol spelen. “Ik kreeg het op mijn hart dat ik vanavond naar mevrouw Jaspers moest. En ik kwam precies op het juiste moment!” “Vanmorgen werd ik wakker met de boodschap dat ik een trein later moest nemen. Dat was maar goed ook, want daardoor zag ik dat er rook was bij de buren. Daardoor kon ik ze op tijd alarmeren.”

Het kan allemaal een keertje waar zijn, maar als dit de 'standaard' is stelt de persoon zichzelf meer centraal dan de boodschap. Hij wil graag 'gezien' worden.

Spanning, betrekkingsidee en waan (2)

Sinds kort ziet Adri bijna iedere avond een rode auto door de straat rijden. Het is hem op gaan vallen dat die auto vaak op de hoek van de straat parkeert. Hij meent zeker te weten dat er in die auto mensen zitten die hem in de gaten houden.

Adri durft echter niet te kijken of er iemand uit de auto stapt. Als hij voor het raam zou gaan staan, zou hij een gemakkelijk doelwit kunnen zijn. Om die reden houdt hij iedere avond de gordijnen dicht. Hij gaat zo ver mogelijk van het raam vandaan zitten. Als hij door de kamer loopt doet hij eerst het licht uit. Hij vermoedt dat zijn schaduw hem anders zou verraden.

Adri is een 22-jarige student die door psychiater J.S. Reedijk wordt beschreven in zijn  ‘klassieker’ Psychiatrie (9e druk, 2017).

Gevoelig

Reedijk beschrijft Adri als een gevoelige en kwetsbare student. In de ontwikkelingsdynamische visie van deze psychiater zie je betrekkingsideeën vaak bij gespannen en kwetsbare mensen.  Hij zegt dat deze mensen op allerlei manieren proberen om zich af te schermen tegen invloeden van buitenaf, invloeden waartegen ze blijkbaar onvoldoende weerbaar zijn.

Betrekkingsidee

In het verhaal over Adri zie je tal van betrekkingsideeën (niet in het voorgaande citaat genoemd):

  • Adri voelt zich niet prettig tijdens de maaltijd aan tafel, hij heeft de indruk dat mensen steeds naar hem kijken
  • Als hij een winkel binnen komt heeft hij de indruk dat het personeel hem extra in de gaten houdt
  • Hij heeft de indruk dat iedereen in de gaten heeft hoe vaak hij aan zelfbevrediging doet.

Waansysteem

Adri probeert het oogcontact met mensen zoveel mogelijk te vermijden. Hij trekt expres zwarte kleding aan, omdat hij dan minder op zou vallen. Hij mijdt groepen mensen zoveel mogelijk. Want overal waar mensen zijn houden ze hem in de gaten.

Na een tijdje denkt Adri dat hij wordt afgeluisterd. Hij vreest dat men buiten de kamer via de stopcontacten kan horen wat hij doet. Ook via het ventilatierooster van de WC zou hij afgeluisterd kunnen worden. De stopcontacten en het ventilatierooster beplakt hij met aluminiumfolie.

Omdat het leven te gevaarlijk is besluit Adri zo veel mogelijk in bed te blijven liggen. Hij gaat niet meer naar college. Hij trekt zijn dekbed zo strak mogelijk over zich heen en probeert zo plat mogelijk te blijven liggen.

Zo ontwikkelt Adri in de loop van enkele maanden een compleet waansysteem. Eén van de kenmerken van een waan is dat je er zelf in gelooft. Er is geen discussie over mogelijk.

Betrekkingsidee en stress

In een zaterdagse bijlage van de Volkskrant stond een artikel over artsen, psychologen en psychiaters die steeds vaker artikelen schrijven over hun patiënten. Als jouw huisarts een blogger is, is dat natuurlijk meteen ook voer voor het voeden van betrekkingsideeën.

Ik heb over meerdere situaties gehoord of gelezen waarbij een behandelaar een klacht aan zijn genderneutrale broekrok kreeg omdat hij/zij het beroepsgeheim zou hebben geschonden.

Ik heb ook wel eens een verhaal gehoord waarbij een arts een verhaal vertelde dat precies paste bij een gezin waar ik op dat moment bij betrokken was. Het ingewikkelde was dat die specialist inderdaad ook nog eens de behandelaar was van dit gezin, dus dat voedt dan je vermoeden nog eens extra.

In de loop der tijd heb ik in duizenden dossiers geschreven naar aanleiding van concrete casuïstiek. Maar ik mag natuurlijk nooit zomaar één op één verhalen uit mijn werk in de publiciteit brengen. Nu ik bezig ben een casuïstiek-boek te schrijven moet ik daar extra alert op zijn. Gelukkig heb ik in mijn 45 werkzame jaren heel veel informatie verzameld die door elkaar kan worden gebruikt.

GGZ

Toch zullen er juist binnen de GGZ regelmatig patiënten zijn die zichzelf herkennen in verhalen van behandelaars.  Het zijn namelijk vooral de cliënten van mensen in de GGZ die daar gevoelig voor zijn. Hoe komt dat? Ik citeer uit een ander weblog (Gedachten Uitpluizen). 

Soms lijkt het wel alsof alle informatie over jou gaat. Je hart is net gebroken en vol liefdesverdriet zet je de radio aan. Je hoort Anouk op de radio, ze zingt over een verloren liefde. Het lijkt wel of dit nummer speciaal voor jou is geschreven!

Normaal

Het is gelukkig heel normaal om te denken dat iets over ons gaat terwijl dit toch niet het geval is. In de psychologie noemen ze dit betrekkingsideeën. Bijvoorbeeld de gedachte dat mensen om je lachen als je langs ze loopt, terwijl ze in werkelijkheid lachen om een grap die net is gemaakt. Of wanneer je de gedachte hebt dat mensen je lelijk vinden of je afkeuren, terwijl ze in werkelijkheid niet met je bezig zijn. Wanneer je een slechte dag hebt of wat onzeker bent, kun je meer last hebben van dit soort gedachten. Ook in de puberteit hebben veel mensen hier last van.

Betrekkingsideeën komen dus vaak voor en zijn een heel normaal verschijnsel. Het wordt pas vervelend als je continu het idee hebt dat dingen over jou gaan en als het dan steeds om negatieve dingen gaat. In dit geval kan het je bang maken of verdrietig en kan het maken dat je situaties uit de weg gaat.

Wat weten we ervan?

Bij betrekkingsideeën speelt een aantal zaken een rol. De belangrijkste daarvan is aandacht. Emoties hebben hier invloed op. Als we bang zijn merken we meer dingen op die kunnen wijzen op gevaar. Of wanneer je honger hebt, gaat je aandacht sneller naar mensen die zitten te eten. We noemen dit selectieve aandacht. Omdat de informatie aansluit bij hoe je je voelt, lijkt de informatie ook extra van belang.

Stress

Dus: hoe meer stress we ervaren, hoe meer we onder druk staan, des te meer zullen we de indruk hebben dat algemeen bedoelde informatie toch op ons betrekking heeft.

Dopamine is een stof in de hersenen die onze aandacht stuurt. Dopamine kan zorgen dat dingen in het midden van de aandacht komen te staan en van persoonlijke betekenis lijken te zijn.

Wanneer mensen onder grote druk staan, erg moe zijn of slecht in hun vel zitten kan de afgifte van dopamine ontregelen Zo kan het zijn dat neutrale informatie nu binnenkomt als iets dat over jou gaat.

Spanning, betrekkingsidee en waan

In zijn klassieker 'Psychiatrie' schetst psychiater J.S. Reedijk het continuüm van gespannenheid tot-en-met een ernstige psychose.

Dat continuüm heb ik eerder beschreven aan de hand van de schema’s ‘van waarneming tot-en-met bizarre hallucinatie’ en van ‘idee tot-en-met bizarre waan’. 

Alarmsignalen

Volgens Reedijk kun je – voordat iemand in een klassieke psychose belandt – allerlei alarmsignalen waarnemen. Hij ziet een psychotische toestand vooral als een reactie op overvraging. De draagkracht is gedurende een langere tijd niet voldoende om de draaglast aan te kunnen. Je moet dus gedurende langere tijd meer verdragen dan je aan kunt.

Nu zijn er ook allerlei andere vormen van psychose, die ook door lichamelijke toestanden uitgelokt kunnen worden (bijvoorbeeld door hormonale omstandigheden). Maar Reedijk ziet een psychose vaak als een reactie op psychische overbelasting, zelfs als er aantoonbaar lichamelijke factoren een rol spelen.

Debiliteitspsychose

Een voorbeeld is de – wat we vroeger noemden – ‘debiliteitspsychose’. Dat was een kenmerk van veel mensen met een lichte verstandelijke beperking die gedurende de schooltijd zich zo normaal mogelijk moesten gedragen, maar dat eigenlijk niet aan konden. Die langdurige overvraging in de puberteit leidde aan het eind van de puberteit tot een psychotisch toestandsbeeld. Werd er na de psychose rekening gehouden met de verminderde draagkracht, dan bleef het vaak bij een eenmalige psychose.

Betrekkingsidee

Eén van de alarmsignalen die Reedijk noemt zijn de betrekkingsideeën. Mensen die op het randje van hun kunnen moeten functioneren hebben de neiging om van alles wat er om hen heen gebeurt op henzelf te betrekken. Reedijk: “Alle gespannen mensen betrekken wat er om hen heen gebeurt op henzelf. Ze denken dat een mop die er aan tafel verteld wordt op hen betrekking heeft, ze menen dat ze – als er plotseling gelachen wordt – uitgelachen worden, ze denken – als hen geen kopje koffie wordt ingeschonken – dat ze expres overgeslagen worden.” 

Het gevoel dat je hebt dat de leraar jou op het oog heeft met een voorbeeld,  dat de dominee jou bedoelt in zijn preek, dat een artikel van een journalist in een krant op jou betrekking heeft noemen we een betrekkingsidee. Reedijk noemt dit -als het zich vaak voordoet – normale verschijnselen bij gespannen mensen.

Waanstemming

Trapt de persoon (of zijn omgeving) niet op tijd op de rem, dan worden de betrekkingsideeën ernstiger. Ze krijgen de kenmerken van – zoals Reedijk dat noemt – een waanstemming.

Mevrouw De Jong staat steeds te luisteren aan de deur van de buren. Ze heeft de indruk dat er voortdurend over haar geroddeld wordt. Ook 's nachts stapt ze uit bed om te horen waar het gesprek bij de buren over gaat. Ze weet zéker dat ze een plan maken om haar in een inrichting op te nemen.

Bij Mevrouw De Jong nemen de betrekkingsideeën in ernst toe. Ze slaapt slecht omdat ze alles in de gaten wil houden. Die verstoorde nachtrust maakt vervolgens weer dat de kans op het afglijden in de richting van een psychose nóg sterker wordt.

Steven zit in de stationsrestauratie een broodje te eten. Hij kijkt ondertussen steeds om zich heen. Dan ziet hij aan een naburig tafeltje dat iemand een bord met een mes krijgt. Nu weet hij het zeker. Er wordt een plan beraamd om hem aan te vallen.

Je ziet bij beide voorbeelden dat de ernst van de symptomen ernstiger wordt. Wat begon als een vermoeden wordt een zeker weten en wat aanvankelijk redelijk normaal leek neemt steeds meer bizarre vormen aan.

Betrekkingsidee en relatie met anderen

In een teambespreking werd een situatie besproken van een vrouw die voortdurend denkt dat anderen naar haar kijken en het mogelijk op haar voorzien hebben.

Dat leidt tot allerlei verstoringen in de communicatie. Als de buurvrouw geen praatje met haar maakt denkt ze dat de buurvrouw boos op haar is. Als ze geen appje van haar moeder krijgt heeft ze een conflict met haar moeder.

Ze is ook steeds op Facebook op zoek naar berichtjes die mogelijk over haar kunnen gaan. En van een aantal berichten weet ze ook zeker dat zij daarmee bedoeld wordt. Dat heet een betrekkingsidee.

Deur dicht

De begeleiding heeft het gevoel dat ze op eieren moeten lopen. Ze is namelijk de hele tijd bezig met hoe begeleiding naar haar kijkt. En om eventuele spanning voor te zijn houdt ze regelmatig de deur dicht.

Begeleiding trekt zich dat aan: ze heeft toch recht op begeleiding en dat heeft ze toch ook nodig? Dat heeft ze zeker nodig, vond ik, maar dit is haar manier om controle over de situatie te houden. Als je de deur dicht houdt heb je controle over de anderen.

Sociaal-emotionele basiskleur

Aan de hand van een schema maakten we een inschatting van de ‘sociaal-emotionele basiskleur’ van deze vrouw. Er was een duidelijke spanning tussen het afhankelijk zijn van de goedkeuring van anderen en de behoefte om controle over anderen te hebben. Ze was een solist, iemand die haar eigen gang wil gaan, maar ze kan ook niet zonder de waardering van anderen.

Elkaars gevangene

Begeleiding spande zich in om het goed voor haar te doen, maar zij voelde op haar beurt de spanning weer. Op die manier gingen begeleiding en vrouw beiden op eieren lopen. Ze hielden elkaar gevangen.

Wat hebben we nodig?

“Iemand die veel betrekkingsideeën laat zien heeft vaak een grote behoefte om gezien te worden en om belangrijk gevonden te worden” was mijn stelling. Maar als je als begeleider ook het gevoel hebt dat je het goed moet doen raak je elkaar kwijt. “Wat hebben jullie als begeleiders nodig om meer ontspannen te werken en haar het gevoel te geven dat ze er toe doet?”

Betrekkingsidee

Een betrekkingsidee is een gedachte die je hebt dat iets wat je waarneemt in je omgeving speciaal op jou betrekking heeft.

Bijvoorbeeld: je staat als nieuwe leerkracht voor de klas en als je je omdraait om iets op het digitale bord aan te wijzen beginnen de leerlingen te grinniken. Grote kans dat je denkt dat het dan over jou gaat.

Dit soort ideeën zijn helemaal niet afwijkend. Ze komen bij iedereen voor.

In de klas voelde ik me vroeger als leerling nogal eens aangesproken als de juf iets vertelde. Dan dacht ik dat zij het speciaal over mij had. Bijvoorbeeld als ze vertelde over een jongen die thuis zijn kleren niet goed had opgehangen. Ik ging zitten piekeren. Heeft ze met mijn moeder gepraat? Is ze op bezoek geweest? Pas later bleek me dat ze het verhaal uit een boek had. En die schrijver kende mij helemaal niet.

Betrekkingsideeën zijn op zichzelf dus heel normaal. Mensen denken heel gemakkelijk dat anderen het over hen hebben.

Invloed van stress

Naarmate je meer gestresst bent betrek je dingen sneller op jezelf. Een mop die aan tafel verteld wordt is een steek onder water naar jou toe, als je geen kopje koffie krijgt aangeboden ben je kennelijk niet gewenst, een uitspraak die je hoort of leest gaat speciaal over jou.

Psychiater Jaap Veldkamp, bij wie ik in de jaren ’80 een opleiding psychopathologie volgde verklaarde deze betrekkingsideeën uit de onderliggende behoefte om (toch) gezien te willen worden. Hij was van mening dat ook wanen te maken hebben met onderliggende behoeften. Als iemand denkt dat hij achtervolgd wordt is dat ook een manier om gezien te worden.

Betrekkingswaan

Maar een betrekkingsidee is nog wel wat anders dan een betrekkingswaan. Bij een waan krijg je de gedachte niet uit je hoofd. Toen de juf het verhaal over de jongen die zijn kamer niet opruimde vertelde was de verklaring dat het uit een boek kwam voor mij afdoende om niet meer te hoeven te denken dat ze op bezoek was geweest en het speciaal over mij had gehad. Het was dus geen waan.

Stel je voor dat je in een restaurant aan tafel zit. Aan een ander tafeltje snijdt iemand zijn biefstuk. Je ziet zijn mes en opeens raak je in paniek. Een mes! De man die daar de biefstuk snijdt heeft het op mij gemunt. Straks rent hij op mij af en rijgt mij aan zijn mes!

Dit is een veel minder onschuldig idee dan dat van de docent voor de klas. Het beeld komt veel meer bizar over. De persoon slaagt er kennelijk ook niet meer in om zijn angst te verklaren. Hij ziet dan niet meer dat die man alleen maar bezig is een stukje vlees te eten.

Vanuit het zich bedreigd voelen ontstaat een veranderd bewustzijn dat niet meer corrigeerbaar is (aldus psychiater J.S. Reedijk). Als deze gedachten niet meer veranderbaar zijn spreken we van een betrekkingswaan. Die manier van denken past binnen de (rand) psychotische belevingen.