Waterland, zandgrond en klei (7)

Glimmen ligt op een zandrug die eindigt bij Emmen: de Hondsrug. Er liggen tal van zeer oude dorpen. Meer naar het oosten waren eindeloze veengebieden. Hier woonden de mensen hoog en droog.

De sfeer in dit stukje van de provincie Groningen is meer Drents dan Grunnings. Het was hier vroeger dan ook Drenthe. Glimmen is – net als veel Drentse dorpen – een esdorp en er waren vroeger zelfs twee hunebedden. Aan de overkant van de spoorlijn ligt Onnen, waar ik vanaf mijn tweede tot vierde jaar woonde en zeer onder de indruk was van de stoomtreinen. Maar dat zit in de familie.

Dan het dorp Haren, dat van alles heeft geprobeerd om zelfstandige gemeente te blijven. Men wilde zelfs aansluiting met de Drentse gemeente Tynaarlo, om maar uit handen te kunnen blijven van ‘Stad’ (Groningen). Het mocht allemaal niet baten.

Door groene dreven aan de oostzijde van het villadorp fiets ik naar de stad Groningen. Maar nu ik hier toch ben lokken weer de weidse verten van het noorden van de provincie, voor mij het mooiste gebied van Nederland. Mooier dan Friesland, omdat dit gebied minder is aangetast door hoogspanningsmasten en turbomolens.

Het is even wennen, na een dag rustiek fietsen de drukte van een studentenstad ervaren. Het hoofd van een 65 plusser kan al die hectiek aan onverwachtse bewegingen op het fietspad niet meer direct goed plaatsen. Maar ik kom heelhuids uit op de brug over het Van Starkenborgkanaal. Het contrast met de wereld buiten de stad is hier minder groot dan bij de fietsbrug die parallel aan de spoorbrug loopt: dan fiets je echt meteen de weidsheid in. Nu volg ik een weg langs het water, met woonboten en zwemmend gevogelte. Achter die boten ligt de bloemkoolwijk Beijum.

Links van mij zie ik iets anders: daar stapelen zich wolken op. Er hangt opnieuw onweer in de lucht. Eerst maar eens kijken of ik veilig Bedum kan bereiken. Eerst de bebouwing van Zuidwolde en daarna fiets ik onbeschermd tegen de elementen door een pad temidden van graslanden naar Bedum. De wind is opeens stevig en pal noord geworden: is dit wind van zee of veroorzaakt het onweer een plotseling draaiende wind?

Bedum is een heel oude plaats, het centrum ligt wat hoger en bood ooit bescherming tegen het onbetrouwbare water van de Waddenzee. De toren van de Walfriduskerk is een opvallend scheve toren: de scheefste van Nederland. Hij hangt nog méér uit het lood dan de toren van Pisa, maar hij trekt veel minder toeristen. De Grunnigers blazen kennelijk vanuit toeristisch oogpunt niet hoog genoeg van de toren.

Ik zou nog wel naar het Hoogeland door willen fietsen (de dorpenrij aan de spoorlijn naar Roodeschool) maar dan moet ik opnieuw een open gebied door. Het weer in het westen ziet er nog steeds onheilspellend uit en onweer midden op de prairie: dat wil je niet.

Voor de zekerheid besluit ik dan ook om het station van Bedum maar op te zoeken. Het ligt aan de buitenkant van het dorp: een kaal wachthok aan de rand van de weidse polder. Ik heb vandaag weer genoeg gezien van de wereld. De fietsteller heeft er ruim 120 kilometers bij opgeteld.

Schever dan Pisa

We staan hier aan de voet van wat waarschijnlijk is dit de scheefste kerktoren van Nederland is. Het is de toren van de Walfriduskerk in Bedum.
Ik zeg ‘waarschijnlijk’, omdat er verschillende cijfers in omloop zijn over hoe scheef kerktorens kunnen zijn.
Volgens de informatie van een zekere Jacob van Dijk hangt zou de top van de toren van Bedum -als hij honderd meter hoog zou zijn – 7,33 meter buiten het grondvlak ‘hangen’.

De toren van Pisa hangt met honderd meter ‘slechts’ 7.15 meter uit het lood. Die trekt heel wat meer bezoekers dan de toren van Bedum. Daar zie je slechts af en toe een toerist (zoals wij).

Daarmee komt de toren van Bedum nog niet in het Guiness Book of Records. De toren van Suurhusen (Ost-Friesland) hangt bijna 10% uit het lood. Het is geen hoge toren, dus de schade valt mee (bijna 2½ meter op ruim 27 meter hoogte).

De  toren van de Sint Janskerk in Gorkum heeft ook een poging gewaagd om in het Guiness Book of Records te komen. Maar omdat men tijdens de bouw al ontdekte dat de fundamenten verzakten heeft men destijds maar besloten om de scheve toestand in rest van de toren te corrigeren. Een omvallende toren geeft immers ook een hoop rotzooi. Daarom heeft die toren heeft dus een knik. Het is dan ook een vriendelijke toren: hij knikt naar iedereen. Het fundament van de toren zie je op de onderste foto.