Door de duinen (3)

Voor Scheveningen maakt het fietspad een scherpe bocht naar het oosten. Je kunt niet rechtstreeks Scheveningen binnen fietsen, tenzij je over het strand fietst. Dat fietst nogal zanderig.
Watertoren Scheveningen (1874)

Het fietspad leidt rechtstreeks naar de watertoren in de duinen bij Scheveningen aan de Pompstationweg. De toren is zo’n 150 jaar oud en gebouwd in de eclectische stijl. Voor mensen die niet weten wat dat is: het is van alles wat. Misschien hadden de beide architecten elk hun architectonische voorkeur.

Bovenop de toren is een koperen dak aangelegd. En voor de zekerheid ook wat bliksemafleiders.

Zoals trouwe lezers weten fiets ik tijdens recreatieve ritten eigenlijk nooit een geplande route, ik doe maar wat. Ook weiger ik uit principe een kaart te raadplegen. Fietsen is net zoals het gewone leven: het gaat een bepaalde kant uit, maar je weet nooit precies welke. Dus heb ik ook nu geen idee hoe ik naar Delft zal fietsen. Wel is duidelijk dat ik niet zoveel tijd meer heb: het is al kwart over acht en om negen uur tikt het Avondklokje van Gehoorzaamheid.

Nu is Den Haag niet zo erg ingewikkeld qua wegenstructuur. Je kunt nogal rechtdoor fietsen. Maar dan alleen diagonaal: van noordwest naar zuidoost of van noordoost naar zuidwest. Wil je pal naar het noorden, het oosten, het zuiden of het westen, dan heb je een probleem. Dat kan dus niet: dan moet je zigzaggen. Er zijn mensen die geprobeerd hebben om van het noorden van het zuiden te fietsen, maar die hebben zichzelf in een schuurtje aan het einde van een doodlopend steegje vastgefietst en verder vervolgens aangevallen door een plaatselijke bijtgrage hond.

Onderweg door Den Haag

Zoals jullie op het kaartje kunnen zien kon ik keurig immer gerade aus (over de Van Alkemadelaan) in zuidoostelijke richting verder fietsen waarbij ook nog eens bleek dat de vele verkeerslichten bij mijn nadering vanzelf op groen sprongen. Ik heb nog om me heen gekeken of ik misschien in een koninklijke file verzeild was geraakt, maar dat was toch niet het geval.

Het was Haagse Service. Bovendien heeft Den Haag tegenwoordig uitstekende geasfalteerde fietstpaden, dus ik mag opnieuw niet klagen. Voor wie zich afvraagt wie Van Alkemade was: dat was een burgemeester van Den Haag (van 1560 tot 1572). Wel bijzonder dat er zo’n grote weg naar een burgemeester uit die tijd is genoemd. Hij heeft dat zelf niet mee mogen maken.

Ik kom door Benoordenhout en Bezuidenhout. Dat klinkt chicque en dat is het waarschijnlijk ook. Ik moest hier een keer bij iemand op bezoek en daarbij bleek dat iedereen thee dronk met de pink omhoog. Dat heb ik toen ook maar gedaan.
Delft met de DSM-fabriek

Na deze wijken volgt de omgeving van de Laan van NOI, gewoon noi, zoals de conducteurs in de trein omroepen. Ook iemand riep Laan van het LOI om. Hier strijden kantoorkolossen om de vraag wie de hoogste is. Na de Laan volgt Voorburg. Ik kies voor de nieuwe snelfietsroute en stort me daarna in diverse Vinex-locaties die het laatste groen tussen Haaglanden en Delft verdreven hebben. Door een navigatiefout (hoewel: de richting was goed, maar de weg liep dood) moet ik een ferme slinger maken. Maar het komt allemaal goed. Om 21 uur fiets ik Delft binnen.

Daarna was het nog zaak om mezelf onzichtbaar te maken. Anders moet ik 95 euro dokken. Maar liefst drie keer kom ik een politieauto tegen. maar waarschijnlijk ben ik inderdaad onzichtbaar. Ik kan gewoon doorfietsen. Na twintig minuten aan illegaal fietsplezier ben ik weer thuis. 

Avondklok

Maandagavond ging ik nog een eindje fietsen. Zoals gebruikelijk met onbekende bestemming. Er stond een stevige zuidwestenwind. Mijn pet had ik weer eens zó stevig op mijn hoofd geklemd dat ik tal van hallucinatoire ervaringen beleefde.

Van het één kwam het ander. Toen ik bij De Lier was dacht ik ‘Naaldwijk is ook niet zo ver’ en toen ik bij de Oranjesluis was dacht ik ‘het Staelduynse Bos is ook niet zo ver’. En toen ik in het Staelduynse Bos was dacht ik: ‘Hoek van Holland is ook niet zo ver’. En toen ik in Hoek van Holland was dacht ik: ‘hoe laat is het eigenlijk?’

Het bleek in Hoek van Holland kwart over acht te zijn. Dat zag ik op een klok, want tegenwoordig heb ik geen horloge meer. Klokkijken heeft geen zin omdat de tijd een minuut nadat je op je horloge hebt gekeken al niet meer klopt.

Wegwijzer in Hoek van Holland

Ons huis was nog 21 kilometer verwijderd van mijn tijdelijke standplaats. En over drie kwartier – zo bedacht ik nu – ging de avondklok in. Ik ben geen snelfietser en ik kijk niet op de kaart voor de kortste route: dus ik zou te laat binnen zijn…

Niet dat ik nu direct ongerust werd. Op coronasceptische sites wordt gesproken over spertijd en dat je in de gevangenis belandt als je je dan nog op straat bevindt, maar dat leek mij wat overdreven. Maar een beetje spannend was het wel.

Geheel in stijl fietste ik mijn eigen route en die bestond soms uit een blokje om vanwege mijn eigenwijzigheid en de onlogische wegen in het Westland. De bovenste lijn was de terugweg en zoals je kunt zien liep die niet rechtstreeks.

Wateringen: 21 uur, de avondklok gaat in

In Wateringen sloeg de klok 9 uur en begon de spertijd. Vanaf nu zou ik me onzichtbaar moeten verplaatsen. Ik verwachtte dat iedereen direct van de straat zou zijn, maar er waren nog tal van auto’s en fietsers onderweg, benevens een file aan maaltijdbezorgers. Dat zou dus ook een optie kunnen zijn: zo’n bak van een maaltijdbezorger op de fiets en je bent met je werk bezig…

Toch dacht ik dat ik verderop – in de Vinexlocatie Wateringse Veld – wel de enige verkeersdeelnemer zou zijn, maar er bleef maar verkeer, waaronder vooral veel fietsers zonder licht. Die wilden waarschijnlijk onder de radar van de politie blijven. Ook in Rijswijk was nog allerlei verkeer onderweg. In Rijswijk Buiten was minder verkeer, daar werden voornamelijk honden uitgelaten.

In Delft koos ik voor de zekerheid voor een stille fietsroute, daar kunnen geen auto’s komen en dus ook geen politie-agenten. Bij het station viel er niet meer aan te ontkomen, ik moest weer door drukkere straten. En ja hoor, niet één, niet twee, maar drie politieauto’s. Ik dacht dat mijn fietstocht alsnog 95 euro ging kosten.

De eerste auto bleek achter een automobilist aan te zitten, de tweede auto sloeg af en kruiste niet mijn pad en de derde auto reed gewoon voorbij. Heb ik nu 95 euro uitgespaard en mag ik daar iets leuks voor kopen? Of is dat een budgettair verkeerde voorstelling van zaken?