Hoe herken je een narcistische schrijver?

'Zonder een bepaalde mate van narcisme valt er niet te overleven'.  Aldus een psychiater waarvan de naam mij ontschoten is. 

Ik denk dan ook dat er bij narcisme sprake is van een spectrum aan narcisme, waarbij het uiteinde wijst op een stoornis.

Kun je narcisme ook herkennen in het schrijfwerk? Ik waag een poging. Maar dat is ook een gewaagde poging. Ik ben immers zelf ook een beetje een schrijver van kortstondige verbale oprispingen.

De onderstaande kenmerken voor narcistisch schrijfgerei vormen natuurlijk geen diagnostisch handboek. Ze geven slechts enkele aanwijzingen. Oftewel: signalen voor herkenning, maar geen hard bewijs. Bij het verzamelen van de kenmerken heb ik enkele bronnen gebruikt, zowel van internet als uit analoge bestanden.

1. Tel eens het aantal woorden ‘ik’ in verhouding tot de totale tekst. Mocht je erg veel ‘ik’ in je eigen blog tegen komen, dan kun je natuurlijk overwegen om op een kinderlijke schrijfvorm over te gaan. “Marieke had het weer erg druk vandaag. Bovendien had Marieke last van haar rug.”

2. De voortdurende neiging om allerlei verdiensten te benadrukken. Prestaties in de sport, werkprestaties, de wijze waarop de schrijver zorgt voor bijvoorbeeld een hulpbehoevende buurvrouw, een ziek kind of een zieke moeder. Of bijvoorbeeld de inzet voor goede doelen en als vrijwilliger. De bedoeling van het schrijven is om hier zoveel mogelijk krediet bij de lezer (‘likes’) voor te verkrijgen.

3. Zoekt actief de waardering op, is snel boos of geeft de moed op als waardering uitblijft. Je ziet dat laatste soms bij bloggers die stoppen als er weinig lezers zijn of reacties komen. Ze schrijven dus niet omdat schrijven leuk is, maar omdat ze behoefte hebben aan aandacht.

4. Schrijft ‘hardvochtig, afgunstig’ over resultaten die anderen behalen. Die prestaties worden voortdurend van kritisch commentaar voorzien of bij voorkeur onderuit gehaald. De manier waarop wetenschappelijk onderzoekers elkaars resultaten bekritiseren zou wel eens aardig in de buurt van deze trek kunnen komen en dus kunnen wijze op een geneigdheid tot narcisme.

5. Reageert als een wesp gestoken als een ander (een blogger bijvoorbeeld) met kritiek komt. Kan het niet laten om een eventueel kritisch commentaar direct van tegenkritiek te voorzien.

6. Heeft de voortdurende neiging om publiekelijk over anderen te oordelen en anderen te veroordelen. Ziet in de sfeer van interactie het eigen aandeel niet ‘in de strijd’. De ander is degene die het probleem veroorzaakt. Dit wordt wel als een kenmerk van kwaadaardig narcisme gezien.

7.  Er zijn ook auteurs bij wie het accent ligt op de slachtofferpositie. Ze laten bij voorkeur lezen aan anderen hoe zwaar ze het hebben. Daar zit ook boosheid onder, maar het accent ligt eerst bij het eigen ongemak en in de tweede plaats bij de rol die anderen hebben bij al dat leed (‘wat anderen mij hebben aangedaan’).  Het beeld past meer bij het depressief narcisme.

8. Soms kun je munt uit je opvoeding slaan. Joop Stolk had (nog in de guldentijd) als één van de stellingen aan zijn proefschrift toegevoegd: “Op de boekenmarkt is een Gereformeerde opvoeding een daalder waard”.

De ego-documenten zijn daarom een verhaal apart: de auteurs die hun levensloop publiekelijk verspreiden. De motieven kunnen (net als bij het bloggen) heel verschillend zijn. Maar je kunt de voorgaande 7 kenmerken ook naast deze publicaties leggen. Daarmee is niet gezegd dat ze dan dus minder waard zijn. De kenmerken laten wel motieven van de auteurs boven water komen.