Via Antwerpen (2)

Rond drie uur fiets ik de Grote Markt weer af. Het is wat puzzelen hoe ik het centrum uitkom. Antwerpen is een drukke winkelstad met deels voetgangersgebied. Bovendien wordt op allerlei plekken aan de riolering of het wegdek gewerkt.

Ik fiets in de richting van Berchem, maar buig daarna af in noordoostelijke richting. Hier ligt de grootste Joodse wijk van Europa. Er wonen ruim 20.000 orthodoxe Joden. Ze maken zich massaal op om naar de Synagoge te gaan. Overal zie je mannen in hun traditionele kleding op straat. Vanwege de risico’s staan er ook in tal van straten militairen met het geweer in de aanslag.

Ik fiets onder de spoorlijn door en even later klinkt er een ondergronds geraas. Het neemt buitenaardse proporties aan. Ik heb er al eerder over geschreven. Dit is het verkeer op de Ring Antwerpen. In zuidelijke richting zit het muurvast (dat maakt niet zoveel lawaai), in noordelijke richting rijdt alles nog. Er zijn plannen om de hele ring ondergronds te gaan maken zodat dit gebied weer bewoonbaar wordt. Maar dat is een miljardenproject.

Ik fiets kaartloos mijn neus achterna in ongeveer noordoostelijke richting. Na de voorsteden Deurne en Borgerhout kom ik in een uitgestrekt park uit, maar ook hier klinkt nog nadrukkelijk het geraas van de Ring. Zo’n geluid heb ik in Nederland nog nooit gehoord. Vervolgens klimt de weg en kom ik op een hoge brug over het Albertkanaal uit. Een lange afdaling brengt mij in Schoten, een uit de kluiten gewassen dorp met 30.000 inwoners.

Ik zoek het Jaagpad langs het Kanaal van Turnhout naar Schoten op. Dat volg ik maar liefst 20 km. Het is inderdaad een Jáágpad: om de haverklap word ik ingehaald door forensende mannen op een speedpedelic. Soms is het schrikken geblazen, omdat ik ze niet aan hoor komen.

Het kanaal telt zeven sluizen: de schepen moeten vanuit de laagte van het Scheldebekken omhoog naar de Kempen. Om de twee of drie kilometer ligt er een sluis.

Uiteindelijk sla ik linksaf en fiets nu richting Hoogstraten. Ik heb flink de wind in de rug. Voordat het donker wordt wil ik zo ver mogelijk komen. Helaas krijg ik fietspech in het dorp Sint Lenaarts. Als ik een foto maakt valt mijn fiets en het spatbord is ontwricht en loopt stevig aan tegen de band. Zo kom ik niet meer thuis. Maar er woont in Sint Lenaarts een heel aardige fietsenmaker die zelfs na sluitingstijd nog even naar mijn fiets kijkt. Hij heeft de goede diagnose en de juiste apparatuur om het ongemak te herstellen.

De fietsenmaker van FD aan de Hoogstraatse Baan verdient een eervolle vermelding op dit weblog.

Na Sint Lenaarts is het 8 kilometer fietsen naar Hoogstraten. In dit centrumdorp staat een prachtige hoge toren van maar liefst 105 meter hoog. Maar er bevindt zich ook één van de mooiste begijnhoven van België.

Inmiddels is het bijna donker. De rest van de tocht moet ik in het donker fietsen. Aanvankelijk volg ik een vrij drukke provinciale weg, maar als ik dat zat ben duik ik een smalle zijweg in. Hoe ik precies fiets weet ik niet, maar bij het klooster van Meersel Dreef fiets ik de grens met Nederland over.

Ook verderop kies ik voor kleine wegen. Zo kom ik op het kronkelende fietspad langs de Mark uit. Dan is Breda niet ver meer.

Het is een hele omschakeling van het rustige land naar Breda, want daar is het carnaval begonnen. Ik ben zo ongeveer de enige passant die niet verkleed maar wel nuchter is. Her en der gaan mensen over hun nek, terwijl de avond eigenlijk nog moet beginnen. Ik maak maar even een ommetje buiten het centrum om, want deze hectiek vind ik niet prettig.

Station Breda is het eindpunt van deze fietstocht. Volgens de Strava App heb ik op deze eerste fietsdag van het jaar 110 kilometer gefietst.

De Ronde van België (2)

Geleidelijk breekt de zon door. Ik heb nog een fietseind te gaan. Het doel van vandaag is Antwerpen. Gent-Antwerpen is rechtstreeks nog geen 60 km., maar ik rommel maar wat aan en maak dus meer kilometers.

Vanuit Dendermonde fiets ik richting de brug over de Schelde en dan door

Tielrode, een karakteristiek dijkdorp langs de Schelde

naar Hamme. Dit is weer zo’n saaie weg zoals ze kennelijk graag in België aanleggen: een rechte streep door het akkerland, ooit een betonweg en nu gerenoveerd tot asfaltweg. Regelmatig een kruising met verkeerslichten waarbij je als fietser vaak twee tot drie minuten moet wachten. Om de haverklap word ik ingehaald door E-bikes. Die zijn ook in België aan een opmars begonnen.

De Onze Lieve Vrouwekerk in Temse

Bij Hamme houdt ik deze snelle route voor gezien en kies het fietshazenpad over de dijk via Tielrode naar Temse. Dat is een aanzienlijke plaats met een spoorbrug en een verkeersbrug over de Schelde, met een lengte van rond 400 meter zijn het de langste bruggen van België. Iedere keer als ik hier fiets

Scheldekaai in Temse

wordt één van beide bruggen gerenoveerd. Dat schijnt een continu proces te zijn. Langs de Schelde wordt hoogbouw gepleegd.

Na Temse fiets ik verder

Rupelmonde

over de kronkelende dijk langs de linkeroever van de Schelde. Het is een prima en grotendeels autoluwe fietsroute door landelijk gebied, ondanks de nabijheid van Antwerpen. In Steendorp waren vroeger tal van steenfabrieken. Rupelmonde ligt aan de monding van de Rupel. Het klopt weer allemaal precies. Op het plein van de stad bevindt zich een standbeeld, dat bij nadere blik Mercator voor moet stellen. Gerardus Mercator was een beroemd cartograaf. Hij noemde zichzelf officieel Gerardus Mercator Rupelmundanus. 

Na Rupelmonde buigt de Schelde naar het Noorden. Dat moet wel, anders zou hij niet in Zeeland uitkomen, maar in Limburg. Ik krijg de wind tegen en de zon in de rug. Op twee plaatsen kan ik een veer nemen naar de overkant, maar de veerponten liggen meer stil dan dat ze overvaren.

Zicht op Antwerpen in de buurt van Kruibeke

Kruibeke is weer een wat grotere plaats, met ongeveer 15.000 inwoners. De grootste fractie in de gemeenteraad bestaat uit een wonderlijke combinatie van liberalen, socialisten, Groenen en een lokale partij.

Na Kruibeke komt Antwerpen steeds meer in zicht. Ook hier wordt langs de Schelde veel in de hoogte gebouwd: mensen willen graag aan het water

Sint Annatunnel

wonen. Ik fiets door de groene Scheldezoom en kruis de grens met de provincie Antwerpen, de derde Belgische provincie van mijn tocht. Mijn tocht eindigt tijdelijk bij de Sint Annatunnel, een tunnel die bijna een eeuw geleden werd aangelegd ten behoeve van voetgangers en fietsers. Er staat een lange rij fietsers in de file en dat terwijl ik tegen het spitsverkeer in ga. Tot mijn grote opluchting is er geen eindeloos lange roltrap, want dat zou ik niet meer durven…

In Antwerpen is het even wennen aan de verkeershectiek in het centrum, met duizenden toeristen maar ook het ‘eigen’ spitsverkeerd. De zon schijnt uitbundig. Er rijden ontzettend veel

Antwerpen

elektrische steps rond (die zijn in Nederland verboden). Speedpedelics scheuren over de fietspaden alsof er geen andere verkeersdeelnemers zijn (’s avonds lees ik datiemand op een Speedpedelic dodelijk is verongelukt). Ik kom zonder ongelukken aan bij het Antwerpse Centraal Station, bijgenaamd de Spoorkathedraal.

Antwerpen Centraal Station
Ik neem de trein terug naar grensplaats Essen en fiets daar vandaan de grens over naar Roosendaal. Inclusief de grensoverschrijdende stukjes fietspad (vanmorgen en vanavond) heeft de fietsteller er 115 km. bij opgeteld. Totaalafstand van twee dagen België: 245 km.

Herfstfietsen (4)

Vanuit Brasschaat volg ik de Rijksstraatweg verder in de richting van Antwerpen. De huizen langs deze weg lijken wel ommuurde vestingen. Kunnen hekken ook een statussymbool zijn of woon je hier écht zo gevaarlijk?
De stad Antwerpen is niet zo groot. Maar de plaats wordt omgeven voor een reeks van voorsteden. Ik fiets door Merksem, Deurne en Borgerhout. 

Hoe dichter je bij Antwerpen komt, des te meer multicultureel zijn de wijken. Het is trouwens een heel gedoe om autowegen en vaarwegen en met name de Ring Antwerpen over te steken. Het landschap bestaat uit een lappendeken aan infrastructuur. De fietslogica is ver te zoeken. Toch fiets ik sneller dan verwacht de stad Antwerpen binnen.

Mijn doel is om even via het historische centrum en misschien kan ik ook nog de zon in de Schelde zien zakken. Maar ook het doorkruisen van Antwerpen is geen gemakkelijke opgave. Een deel van de straten is opengebroken en het verkeer staat werkelijk muurvast. Sommige fietsers tillen de fiets boven hun hoofd en proberen op die manier een eindje verder te komen.

Het was even wat bewolkt, maar nu is het weer helder en tegen de tijd dat ik in het centrum ben zet de zon de oude gebouwen in een oranje gloed. Maar ook in het historische centrum allerlei ongemak. Het lijkt wel of de hele stad op de schop ligt. Als je zo op het wegdek en het verkeer moet letten kom je niet echt aan het bekijken van stedelijk schoon toe. Daarom stap ik af en toe even af en maak een foto.

Antwerpen heeft net als een aantal andere Belgische steden een rommelige structuur. Daar komt nog bij dat men in de jaren ’60 dacht dat hoogbouw de norm was. Dus werden er in de stad tot in het historische centrum hoge flatgebouwen ‘geplant’. Ook moest het autoverkeer ruim baan krijgen. De afgelopen jaren is men van dit beleid aan het terugkomen. Bovendien komt er veel meer ruimte voor de fiets. Alleen leidt deze verandering in beleid tot een toestand van langdurige verbouwing.

Ook langs de Schelde liggen er straten op de schop. Maar ik ben toch net op tijd om de zon in het water te zien zakken.

Daarna stap ik weer op de fiets om zo ver mogelijk door te kunnen fietsen voordat het echt donker is.

In Ekeren is het nog redelijk licht. Ik volg de snelfietsroute langs de spoorlijn via Kapellen naar Kalmthout. Maar daar is het inmiddels donker en wordt er niets meer op de foto gezet. Alleen in het buitengebied van Kalmthout (de Kalmthoutse Heide) wil ik alsnog een foto maken. De maan zet het gebied in een zilverachtige glans en op de achtergrond is de lichtvervuiling van de Antwerpse havens te zien.

Ik raak even zoek in de duistere structuurloosheid van het grensgebied. Ten westen van Nispen fiets ik Nederland weer binnen.

Het is bijna windstil en helder, en dus ook behoorlijk koud. Ik moet flink doortrappen om het niet al te koud te krijgen. Het is acht uur geweest als ik de bebouwde kom van Roosendaal binnen fiets. Daar nemen Batavus en berijder de rechtstreekse trein naar Delft.

 

Flixbus

Met de trein reis ik zo'n 30.000 kilometer per jaar. In de bus zit ik zelden. Maar onlangs was het toch weer een keer zo ver. Ik nam de Flixbus naar Antwerpen.

Flixbus is opgericht toen in Duitsland het monopolie op het vervoer op de lange afstand niet meer bij Deutsche Bahn lag. Enkele ondernemers startten toen met goedkope busritten op de lange afstand binnen Duitsland. Inmiddels rijdt Flixbus door heel West-Europa. Er zijn ook een aantal buslijnen binnen Nederland. Zo kun je voor 7 euro een enkeltje boeken van Groningen naar Amsterdam. 

Ik nam (dus) de Flixbus naar Antwerpen. Er is een rechtstreekse Flixbus vanuit Delft naar Antwerpen, maar die reed niet op een voor mij handige tijd. Dus treinde ik naar Rotterdam Centraal. Daar vertrok om half acht de Flixbus naar Parijs, stopt ook in Antwerpen.

Zo’n bus trekt een heel gemêleerd publiek. In de USA is de Greyhound bus het domein van mensen die geen geld hebben voor andere vormen van vervoer, maar dat was bepaald niet mijn indruk bij de Flixbus naar Antwerpen. Toegegeven: 7 euro is niet duur, dus dat is mooi meegenomen, ook als je een treinkaartje kunt betalen.

Naast mij zaten twee heren, de één was geboren in Frankrijk en woonde nu in Nederland, de ander was geboren in Nederland en woonde nu in Frankrijk. Dat leidde tot een immigratie/emigratiesaldo van nul. De Franse meneer sprak inmiddels ook Fries, dus hij was beter ingeburgerd dan de meeste Nederlanders.

Een treinreis naar Antwerpen levert voor mij weinig nieuwe gezichtspunten op, maar vanaf de snelweg zien Nederland en België er toch weer heel anders uit. En doorgaans bepaald niet mooier, vanwege de vangrails en de bedrijventerreinen.

De bus maakte een snelle rit naar Antwerpen, om vervolgens te blijven steken op de Ring Antwerpen. Daarna was het een kruipdoor-sluipdoor door de smalle straten van Antwerpen naar het Centraal Station aldaar. Daar vervolgde ik mijn reis met de trein.

Rondje Antwerpen (3, slot)

via-antwerpen-024Het zijn rare jongens, die Belgen. Ze zetten bijvoorbeeld zomaar grote palen echt midden op het fietspad. Dat komt waarschijnlijk ook doordat ze niet veel fietsers gewend zijn. Zo las ik op een digitaal bord dat ik vandaag de 292e fietser ben die dit bord passeert. De fietsers die ik tegen kom rijden bijna allemaal op een E-bike of het zijn racefietsers.

petrochemie-2Toch is er wel wat verbetering waarneembaar. Zo zijn in het Antwerpse havengebied de tegelpaden inmiddels vervangen door asfaltpaden. Daardoor hoef ik niet meer stuiterend de stad binnen te komen. Wel worden de fietspaden nog steeds gebruikt als plaatselijke glasbakken: mijn onplatbare banden komen hier goed van pas.

via-antwerpen-023Als het gaan om de schoonheid van het Antwerpse havengebied, dan moet ik nog wel eventjes nadenken. Welke schoonheid valt er te zien in een strook van 30 km. lang en 5 km breed boordevol havens en bedrijventerreinen?

Ik fiets in het spoor van het denderende vrachtverkeer in zuidoostelijke richting in de hoop dat ik ooit ergens weer normale bebouwing tegen zal komen. En ziedaar, na zo’n 20 km havengebied havenbruggenzie ik opeens de contouren van de havenstad Antwerpen. Het fietspad buigt geleidelijk meer af in de richting van de Schelde. Maar helaas: er is geen buitendijks fietspad meer: daar moet weer gegraven worden. Slechts door de dijk te beklimmen krijg ik zicht op de skyline van de zicht-op-antwerpenhistorische binnenstad (foto op telestand).

Ik volg nog even de weg die zo dicht mogelijk langs het water loopt. Dat loopt hij bijna niet, want overal zijn omleggingen, een brug die niet dicht wil, een grootscheepse verbouwing en nog meer van dat plaatselijke ongemak waar een drukke stad goed in is.

avond-langs-de-scheldeUiteindelijk gaat de zon onder. Ik doorkruis het centrum van Antwerpen en fiets naar station Berchem. Daar koop ik voor samen 10 euro een kaartje voor mijn fiets en voor mijzelf.

De fietsteller heeft er vandaag 70 km. bij opgeteld.

Rondje Antwerpen (1)

De afstand van Lier naar Antwerpen is meer een loopafstand dan een fietsafstand (20 km.). Dus besluit ik nog een ommetje te maken vanuit de randsteden van Antwerpen.

Al deze plaatsen worden geteisterd door de vervuiling en het verkeerslawaai van de Ring Antwerpen. Er is inmiddels een peperduur antwerpen-albertkanaalplan in de maak om deze beruchte ring te ‘overkappen’. Dat kost zo’n 10 miljard euro. Tegelijkertijd zet Antwerpen in op meer fietspaden en een beter OV.

Ik kruis het Albertkanaal en fiets door Merksem naar Ekeren. Dat kost wat moeite vanwege de vele Ekerenkruisingen met autoverkeer. De plaats is een deel van de gemeente Antwerpen. Toch heb je hier het gevoel dat je – ook al is het verkeer rond de plaats intensief – meer door een dorp dan nog in de stad fietst. Aan de westkant grenst Ekeren aan het Antwerpse havengebied.

kerk-van-kapellenNa Ekeren volgt Kapellen dat een tweelingdorp vormt met Hoevenen. Dat is andere koek. Dit is één van de rijkste gemeenten van België. De werkloosheid bedraagt 5%, het gemiddelde inkomen is 20.000 euro per jaar per hoofd van de bevolking (in delen van de stad Antwerpen is dit ruim 10.000 euro per jaar). In politiek opzicht vertaalt zich deze rijkdom in het aantal mensen dat stemde op de Vlaamse liberalen (ongeveer 42%).

Toch zie je ook binnen Kapellen aanzienlijke verschillen. Aan de oostzijde zie je peperdure villa’s met grote hekken en alarminstallaties. Mensen zitten gevangen in hun eigen territorium en worden omgeven door veel bomen. Het oudere en meer westelijke deel van Kapellen heeft veel meer de sfeer van een redelijk welvarend Belgisch dorp met veel rijtjeshuizen.

fort-lillo-4Na Kapellen fiets ik door de polders naar het terrein van de Antwerpse haven. Zo’n 30 km. lang (tot aan de Nederlandse grens) strekken zich de haventerreinen uit. Mijn doel is het voormalige Fort Lillo, een oase temidden van de zand-, metaal-, chemie- en steenwoestijn van de Antwerpse haven. Ik kruis de randweg langs de haven, fiets het havengebied door, kom over een spoorbrug en zie dan een eenzame molen temidden van de haventerreinen. Deze molen behoort bij het vroegere agrarische land rond Fort Lillo.

 

 

Weer op de fiets (slot) : Berchem

Overal in de Diamantwijk zie je Joodse mensen of hele gezinnen lopend of op de fiets. Ik kan me nu pas voorstellen dat zich hier één van de grootste Joodse gemeenschappen buiten Israël bevindt. Orthodox Joods of niet: veel mensen blijken ook met een mobieltje in de hand te lopen. Waarschijnlijk moet dat mobieltje op de sabbath worden uitgeschakeld.

Antwerpen kerk in straatbeeldIk fiets een rondje door de wijk en kom uit op een plein bij de Belgiëlei waar verschillende brede wegen op uit komen. Antwerpen heeft vroeger zeker status gehad met die mooie brede lanen. Tegenwoordig moet je vooral op het autoverkeer letten en zie je de huizen niet zo goed. Ook lijken er veel bomen te zijn gekapt.

Inmiddels heb ik mijn plannen veranderd. Niets is zo veranderlijk als een man op de fiets. Ik ga naar station Antwerpen Berchem. Dan stap ik vóór de drukte op Antwerpen Centraal met mijn fiets in de trein en heb ik meer Antwerpen straat naar Berchemkans op een zitplaats (deze trein zit aan het eind van de dag vaak erg vol, ondermeer omdat veel Ollanders gaan winkelen in Antwerpen). Ik fiets door allerlei rommelige 19e eeuwse straten. Langs de grotere straten zie je nogal wat gesloten winkelpanden.

Berchem 1Berchem is één van de voorsteden van Antwerpen en ongeveer even groot als Merksem en Deurne (tegen de 50.000 inwoners). Langs de hoofdstraat die vanaf het station naar het westen loopt zie je veel kleine winkeltjes, vaak met een ‘niet westerse’ achtergrond. De sfeer is die zoals in Amsterdamse stadswijken zoals de Dapperbuurt en de Pijp.

Berchem 2Achter de winkelstraat zijn nog vrij authentieke wijken uit de 19e eeuw te vinden met huizen die een aparte fotoreportage waard zijn. Ik maak nog even snel een rondje en constateer dat dat te kort is: hier moet ik nog een keer gaan kijken. De mooiste delen van Antwerpen zie je niet in het historische centrum, maar in de 19e eeuwse buitenwijken.

Ik zet koers naar station Antwerpen-Berchem. Het oude station is afgebroken, er is een nieuw station gekomen, compleet met een grote fietsenstalling. Er is geen lift en de roltrap is buiten werking. Dat is allemaal goed voor de lichamelijke oefening.

BeneluxtreinEen paar minuten later komt de internationale trein naar Amsterdam piepend en knersend op het station tot stilstand. Vanaf hier is het ruim drie uur treinen naar Alkmaar.

Ik begon de dag met een poging om mezelf door de gevolgen van een forse griep heen te helpen. “Want Henk knapt pas op als hij weer naar buiten mag” (aldus mijn moeder zaliger).  Deze keer heeft het niet geholpen. Het was een leuke fietsdag, maar de volgende dag ben ik weer een tandje meer ziek dan de afgelopen dagen. Toch maar weer een ander recept proberen…

 

Weer op de fiets (11) : Antwerpen

Vanwege een gemiste trein had ik dus een uur over in Antwerpen. Eerst fiets ik richting de oude stad. Omdat ik onbekend ben met de verkeersstromen hier gaat dat af en toe wat ‘briek’, want het is niet zo vanzelfsprekend waar je als fietser over moet steken, wat de verkeerslichten voor fietsers zijn en of en waar het fietspad is.

Antwerpen Sint JacobskerkNa 10 minuten ben ik in de wijk Kipdorp. Oorspronkelijk was dit een dorp buiten de omwalling van de oude stad Antwerpen. Er staat een bijzondere kerk: de Sint Jacobskerk. Deze kerk is o.a. beroemd vanwege zijn barokke interieur. Ook bevindt zich hier het graf van de schilder Peter Paul Rubens. Mozart heeft ooit op het orgel van deze kerk gespeeld. Helaas: de deur zit op slot, ik kan niet binnen kijken.

Daarna fiets ik naar het zuiden en kruis de grote winkelstraat van Antwerpen: de Meir. Daar moet je eigenlijk niet komen: de straat ziet er uit als andere luxe winkelstraten in grote steden. Maar het is aardig om door de smalle straten achter deze winkelstraat te fietsen, met soms heel onverwachtse doorkijkjes en mooie gebouwen.

Antwerpen spoorviaductIk fiets weer terug naar het Centraal Station, maar ben nog veel te vroeg. Daarom fiets ik nog een eindje parallel aan de spoorlijn. Er bevindt zich hier een misschien wel een kilometer lang met tientallen torens fraai versierd viaduct, dat qua architectuur eigenlijk een verlengstuk vormt van het Centraal Station. Parallel aan het spoor is een nieuw fietspad aangelegd. Af en toe gloort er toch een beetje hoop voor de Antwerpse fietsers.

Aan mijn rechterhand zie ik steeds Joodse mensen lopen of fietsen. Dat zou me niet zo zijn opgevallen als ze niet ‘bijzonder gekleed’ waren. In deze wijk wonen ruim 20.000 orthodoxe Joden. Het is één van de grootste Antwerpen Joodse WijkJoodse leefgemeenschappen buiten Israël. In de wijk vind je een aantal synagoges en Joodse scholen. Vanuit de hele wereld komen jonge mannen hier naar toe om de Talmoed te bestuderen. Vroeger werkten veel Joden in de diamanthandel, maar deze is inmiddels voor een groot deel in handen van handelaren uit India. De wijk heet nog wel de Diamantwijk. 

Weer op de fiets (10) : Antwerpen

Merksem 1Merksem is één van de voorsteden (buiten de Ring) van Antwerpen. De plaats telt 42.000 inwoners. De spil in het verkeer is de Bredasebaan. Daar vind je ook de meeste winkels. Onlangs is de straat helemaal gerenoveerd en werd er een redelijk comfortabel (maar te smal) fietspad aangelegd.

Het totale stadsbeeld oogt (net als in alle andere Vlaamse steden) rommelig. Achter de gevels langs de Bredasebaan vind je stillere zijstraten, soms met redelijk onderhouden huizen, maar ook vaak zo op het oog op het randje van de verpaupering.

Aan de westrand van Merksem fiets ik net nog even de plaats Deurne (77.000 inwoners) binnen (ter hoogte van het Sportpaleis). Hier zie je nadrukkelijk de gevolgen van het pro-autobeleid van Antwerpen. Ondanks de zeer brede wegen is het hier een complete heksenketel. Het verkeer staat aan het eind van de middag helemaal vast. Verkeerslichten hebben geen enkele zin meer. Als het licht op groen springt kun je toch niet verder rijden. Fietsers tillen hun fiets op en lopen zigzaggend door zes rijen dik stilstaand autoverkeer. Automobilisten voeren een waar claxonconcert op. Ook dát helpt helemaal niets. Niemand heeft de ruimte om verder te rijden. Het claxonneren doet denken aan steden als Caïro waar men ook eindeloos schijnt te toeteren. Het heeft dus helemaal geen zin, maar misschien geeft het nog een beetje het gevoel dat je enige invloed hebt.

Ook als ik onder het spoor door ben gegaan blijft de hectiek. Duizenden automobilisten willen de stad in, duizenden willen de stad uit. En dat (hier) over smalle wegen die ooit gebouwd werden voor paard en wagen. Voor de fiets rest hier geen ruimte meer. Ook ik sta in de file. Gezien mijn longproblemen van de afgelopen weken is dat geen gezonde oplossing.

Zicht op de kathedraalUiteindelijk kom ik meer in de binnenstad uit, die is ook meer autoluw.

Ik kan met behulp van mijn telelens nog even een blik werpen op de Onze Lieve Vrouwe-kathedraal met de toren van 123 meter hoog.

Daarna fiets ik naar een andere kathedraal: de Spoorwegkathedraal van Antwerpen, het Centraal Station. Het werd tussen 1899 en 1905 gebouwd als kopstation: alle treinen moesten hier keren. De hal is maar liefst 43 meter hoog: dat was nodig om redelijk gezond de stoom van de stoomtreinen op te kunnen vangen. Vanwege het tegenlicht kon ik alleen een zijgevel van het station op de foto zetten.

Antwerpen zijgevel Centraal StationMomenteel geldt in België alarmfase 3. Overal zie je rond het station militairen met wapen, er staan militaire voertuigen zichtbaar op straat en sommige ingangen van het station zijn afgesloten.

In 1985 werd in principe besloten dat het station Antwerpen Hal Centraal Stationgesloten zou worden, vanwege de slechte bouwkundige staat en het feit dat er geen geld beschikbaar was voor een grootscheepse restauratie. Gelukkig kwam dat geld er uiteindelijk toch en er werd 12 jaar getimmerd, gehakt en gezaagd totdat het station er weer prachtig uit zag en vooral: totdat het weer voldoende veilig was. Het werd door toonaangevende bladen gekozen tot het mooiste station van Europa en zelfs door één blad tot het mooiste station van de wereld.

Antwerpen stationskoepelDaarna volgde een nieuw bouwproject: twee verdiepingen onder de hal werden nieuwe sporen aangelegd zodat de internationale treinen Antwerpen Centraal zouden blijven aandoen. De treinen kunnen nu zonder te keren vanuit Brussel naar Nederland rijden en toch Antwerpen Centraal als belangrijke halte aandoen.

Antwerpen drie spoorlagenIk had de trein kunnen halen, ware het niet dat zich twee aanzienlijke obstakels voordeden:

  1. Het kopen van een kaartje voor mijzelf én een kaartje voor de fiets. De automaat accepteert mijn pinpas niet, dus moet ik achteraan de rij aansluiten voor het loket.

2. Het me met fiets verplaatsen naar spoor 24, helemaal beneden in het station. De 25 minuten die ik had voor deze bezigheden bleken niet voldoende.  Ik heb de trein nog wel gezien, maar niet gehaald. Op de onderste foto zie je de trein naar Amsterdam staan. Ik heb daardoor nog een uur over om een aanvullend ritje door Antwerpen te maken.

 

Weer op de fiets (9) : Antwerpen

Na Ekeren fiets ik over een slecht fietspad langs een drukke weg de wijken Noorderdokken en Luchtbal binnen. Vroeger was het een buurtschap met een café, dat de Luchtbal heette. Dat café was zo genoemd omdat er ooit voor de deur een luchtballon was geland.

Drukte in NoorderdokkenLeuk is anders. Het is hier één heksenketel aan verkeersstromen en verkeerslawaai. De wijk ligt ingeklemd tussen haventerreinen, autowegen en spoorlijnen. Waarschijnlijk ligt het percentage fijnstof hier behoorlijk boven aanvaardbare normen. En daar fiets ik dus, herstellende van fikse longproblemen.

Ever verderop sla ik linksaf: daarmee hoop ik te ontkomen aan dit drukke verkeerslawaai. Maar daarmee fiets ik mezelf een paar keer vast op doodlopende wegen. De infrastructuur van de beruchte Ring Antwerpen heeft een deel van de ‘logische’ routes geblokkeerd. Daarnaast is er de Antwerpen Albertkanaalhobbel van het Albertkanaal.

Ik ben hier in het stadsdeel Merksem (met zo’n 50.000 inwoners). In de Tweede Wereldoorlog werd dit gedeelte van de stad Antwerpen pas een maand later bevrijd van de Duitsers, die zich hier stevig ingegraven hadden.

Merksem is een deelgemeente met veel winkels langs de brede Bredasebaan, de kenmerkende rommelige structuur van huizen in de straten achter die baan, een betrekkelijk klein ouder centrum met een kerk in het midden en nieuwbouw uit de jaren ’60 langs de randen, en pal tegen de autowegen aan.

Vanuit Merksem probeer ik richting het centrum van Antwerpen te fietsen. Ik kies daarbij weer mijn eigen fietsroute. Maar dat loopt opnieuw verkeerd af: ik loop vast op de Ring Antwerpen. Er zijn plannen voor een miljardenproject: de Ring zou ondergronds gaan. Dat kost een paar centen, maar zou enorm veel ruimte en een aanzienlijk betere leefkwaliteit opleveren voor deze wijken…