Geen volgehouden aandacht

De intelligente Harmen slaagde er niet in om zijn leven goed in te richten. Zie een blog van vorige week. Is het niet kunnen of niet willen?

In de psychiatrie heeft Harmen een ‘etiket’ gekregen. Hij heeft ADD. Mensen met ADD hebben (o.a.) een probleem met de zogenaamde executieve functies: het kunnen plannen en organiseren.

De diagnose bestaat niet (meer) in de nieuwe DSM V. Nu vallen ADD en ADHD onder dezelfde diagnose.  We kennen ADHD als het drukke, ontremde type. Je zou daar tegenover kunnen zeggen dat ADD het stille type is. Maar Harmen is ook weer niet bepaald stil: hij is nadrukkelijk aanwezig. Toch dacht men destijds niet aan ADHD.

Eén van de kenmerken van beide ‘stoornissen’ zit in de zogenaamde executieve functies: het niet kunnen plannen en organiseren. Er is sprake van een probleem met de volgehouden aandacht.  Je bent ergens mee bezig, maar je haalt het doel niet omdat er ergens onderweg iets met je gebeurt. Het kan zijn dat je afgeleid wordt door iets anders.

Bijvoorbeeld: je loopt naar de keuken om je bord in de vaatwasser te zetten en ondertussen bliept er een appje op je telefoon. Dan word je daardoor afgeleid. 's Avonds staat het bord nog in de woonkamer.

Dat is precies wat er met Harmen gebeurt. Je zou kunnen zeggen: ‘het komt er niet van’. Maar is dat een kwestie van ‘niet kunnen’ of van ‘niet willen’? Als je zegt dat iemand met AD(H)D nu eenmaal niet kán plannen en organiseren schrijf je hem of haar af. “Niks aan te doen, levenslang een uitkering.” Als je meent dat iemand niet wil heb je de neiging om er bovenop te gaan zitten. Zo waren er mensen die meenden dat Harmen maar in militaire dienst moest, ‘dan ging het wel over’. Maar zo werkt het (ook) niet.

Het verhaal van Douwe

Een tijdje geleden werd een Nederlandse TV-persoonlijkheid geïnterviewd. Laten we hem Douwe noemen. De interviewer wilde Douwe graag in zijn persoonlijke omgeving ontmoeten. Ze kreeg de schrik van haar leven. De hele woonkamer lag vol met (voornamelijk) kranten, tijdschriften en boeken. Er was een looppad door de kamer om bij de ‘rookstoel’ te komen. Naast de rookstoel stond een tafeltje. Daar lagen een paar dozen sigaren op en er stond een asbak. Dat was het territorium van Douwe. Hij bekende dat hij zelfs vaak sliep in zijn rookstoel. Het was zo’n gedoe om naar boven te moeten.

Het zou Harmen kunnen zijn. Als deze man zich zou melden bij de psychiater zou hij waarschijnlijk dezelfde diagnose krijgen. Krijgt hij dan niets voor elkaar? Jawel: hij is landelijk bekend en verdient er ook een redelijk inkomen mee. Zijn afspraken komt hij na. Hij kan niet plannen en organiseren als het om de (te) gewone dingen gaat. Zodra het wat meer spannend is komt hij in actie. Maar wordt hij daar dan gelukkig van? Nee, hij vindt het onderweg zijn een ramp. Hij is gelukkig in zijn stoel, met een sigaar en een fles wijn naast zich…

Inmiddels heeft Douwe een vriendin. Daar had hij zelf misschien niet eens over nagedacht. Verkering krijgen is ook een heel gedoe. Sinds die tijd is het wat netter in huis. Maar pak hem zijn eigen plek niet af. De stoel met sigaar en fles wijn zijn heilig.

Het verhaal van Björn

Björn was een veelbelovende student. Het VWO haalde hij met gemak. Ondertussen was hij ook nog actief voor de schoolkrant en voor tal van verenigingen. Hij heeft een langdurige relatie met een vriendin. Hij ging bijna vanzelfsprekend naar de universiteit, hij wist precies wat hij wilde gaan doen. Inmiddels heeft hij na drie jaar studie nog maar een paar tentamens gehaald. Zijn vriendin is al over de helft van haar studie. Björn heeft zich teruggetrokken op zijn kamer en slaapt uit tot halverwege de middag.

Harmen, Douwe en Björn: zoek de overeenkomsten en de verschillen... Is het niet kunnen of niet willen?

Geheugenprocessen

Kleindochter T (4 jaar) vertelde gisteren tot in detail aan opa over een  gebeurtenis van twee jaar geleden.

Ik weet vrijwel zeker dat ze dat over vijf jaar niet meer weet. Want dan weten kinderen zich vrijwel niets meer te herinneren van vóór hun vierde jaar.

Daar heb ik al eerder over geschreven. De meest waarschijnlijke verklaring is dat bij het groter worden (en met name ergens rond de 6 á 7 jaar) de opslag van het geheugen wordt gereset. Daardoor wordt de oudere informatie gewist. Of in ieder geval verstopt op een plek waar we niet bij kunnen.

Er zijn  therapeuten die beweren dat ze terug kunnen gaan tot het moment dat je geboren bent of zelfs daarvoor. Het lijkt erop dat daar veel inlegkunde bij komt kijken.

Hoe het geheugen werkt: daar weten we nog altijd weinig van. We weten veel meer niet dan wel.

Wat we wel weten is dat het geheugen vooral bestaat uit het kunnen verwerken van informatie. Dus het gaat niet om het iets onthouden, om het iets opslaan in de opslagtank van het geheugen. Het gaat er vooral om dat je iets een plek kunt geven. Om de toepassing dus: ‘dit heb ik in mijn hoofd opgeslagen en dat kan ik er mee doen.’ Aan alleen feitelijke informatie heb je niets.

Stoornissen in het geheugen kunnen zich binnen het onthouden van wat je meemaakt voor doen op de volgende gebieden:

  1. Aandacht: richt je je aandacht voldoende om iets te kunnen waarnemen en daarna onthouden?
  2. Vasthouden van informatie: hou je de aandacht lang genoeg vast om de informatie ook echt opgeslagen te krijgen in je hoofd?
  3. Het later kunnen reproduceren van de informatie: de informatie zit in je hoofd en je kunt die kennis weer opdiepen als je het nodig hebt.

Ad 1. Je ziet een telefoonnummer, maar er gebeurt van alles omheen. Hoe richt je je denken dan zó dat je bewust naar dat nummer gaat kijken?

Ad 2. Dat telefoonnummer heb je straks nodig. Hoe krijg je het in deze omgeving voor elkaar dat je je zolang richt op die informatie dat je het telefoonnummer echt in je hoofd ‘kunt knopen’?

Ad 3. Wat is er later nodig om jou dat nummer te laten reproduceren?

Als je klassieke beelden er bij pakt zou je kunnen bedenken dat kinderen met ADD zich te weinig kunnen concentreren op het nummer terwijl kinderen met ADHD niet de tijd nemen om het nummer te onthouden.  Bij demente mensen treden te problemen op alle drie gebieden op. Bij vitale ouderen is er vaak sprake van een opdiepprobleem.

Nu zijn die 06-telefoonnummers tegenwoordig ook wel ingewikkeld. Een halve eeuw geleden wist ik de aandacht voor het telefoonnummer van Tineke te vangen, genoeg tijd te nemen om de informatie op te slaan én kon ik het nummer ook reproduceren. Dat kan ik ook nu nog…

Het is alleen overtollige ballast, want het nummer is niet meer in gebruik. Ik krijg die informatie ook niet gewist. Dat is ook weer jammer, want daaris nu geen plek voor andere informatie.

(Voorheen) ADD

Heeft zwerver Wim (een blog van bijna een week geleden) niet 'gewoon' ADD? Dat was een vraag van een lezer.

ADD

ADD staat voor Attention Deficit Disorder. Ik legde dat in cursussen uit als ADHD, maar zonder de H van Hyperactivity. Maar in de nieuwe DSM 5 komt ADD niet meer als diagnose voor. Er is sprake van één koepelbegrip: ADHD.

Volgehouden aandacht

Eén van de gezamenlijke kenmerken van ADHD én van het vroegere ADD is het probleem van de ‘volgehouden aandacht’. Je zou daarbij kunnen zeggen dat mensen met ADHD vaak ergens aan beginnen, maar de klus niet af maken, en dat mensen met (voorheen) ADD vaak niet eens aan het beginnen met de klus toekomen.

Autisme

Ook bij autisme zijn de verschillende varianten vervallen. Er wordt nu geen onderscheid meer gemaakt tussen bijvoorbeeld Asperger en andere vormen van autisme. Alles valt onder het brede koepelbegrip Autisme. Een kwestie van doorvragen dus als iemand de diagnose autisme heeft gekregen.

Onoplettend beeld

Onder ADHD worden wel subgroepen onderscheiden. Eén daarvan is het ‘overwegend onoplettend beeld’. En daar laat zwerver Wim wel veel kenmerken van zien.

Gradaties

Daarnaast maakt de DSM 5 onderscheid in gradaties van ernst: licht, matig en ernstig. In de lichte vorm (bijna iedereen zal wel kenmerken herkennen bij zichzelf) heb je de kenmerken wel, maar het beïnvloedt niet je hele leven.

Bij de ernstige vorm is het beeld zó nadrukkelijk aanwezig dat je in je beroep, in het huishouden, in de samenleving en in relaties eigenlijk niet goed meer kunt functioneren. Dat lijkt het geval bij ‘zwerver Wim’.

Werkgeheugen

Een belangrijk neurologisch aspect bij ADD is de capaciteit van het  werkgeheugen: de plek waar relevante taakgerichte informate kortdurend wordt opgeslagen. Bijvoorbeeld na een instructie onthouden: ‘na het stoplicht de derde weg rechts en dan het vijfde huis aan de linkerkant’.

Medicatie en/of structuur?

Medicatie kan de problematiek wat verlichten, maar het is bij ADD zeker geen wondermiddel.

In ieder geval heeft medicatie zonder daarbij ook het oefenen van structuur weinig zin.

Ouderen

Het trainen van structuur is ook van groot belang bij het ouder worden, omdat dan de capaciteit van het werkgeheugen steeds minder wordt. Ouderen met ADD hadden al problemen met hun werkgeheugen, maar bij het ouder worden worden die problemen nog groter.

Voorbeelden van ‘ADD-gedrag’

Onderstaand nog een aantal voorbeelden van gedrag dat past bij het onoplettende beeld binnen ADHD.