Achterdocht bij ouderen

Nu ik 70 ben geworden gaan de blogs over ouderen eigenlijk over mijzelf. Als ik achterdochtig ben (geworden): hoe valt dat dan te verklaren?

Achterdocht komt bij ouderen vrij regelmatig voor. Dat is wel logisch als je je inleeft in de positie van ouderen. Stel je voor dat je bijvoorbeeld steeds dingen kwijt bent, dan ga je gemakkelijk denken dat de ‘schoonmaakster’ iets verplaatst heeft. Je zoekt dus een verklaring omdat het toch wel erg confronterend is als je moet ontdekken dat je zelf van alles zoek hebt gemaakt.

Wat zijn nog meer redenen waarom ouderen achterdochtig kunnen zijn?
1. Het levensverhaal. Als je veel heftige ervaringen hebt meegemaakt (zoals nu nog bij de hoogbejaarde ouderen de oorlog) kan jou dat meer achterdochtig maken.
2. Het gevolg van achteruitgang (zie boven): je wilt de confrontatie niet aan dat je zelf het overzicht kwijt bent geraakt.
3. Eenzaamheid en isolement versterken de kans op achterdocht: er zijn onvoldoende gezonde relaties meer die het denken kunnen corrigeren.
4. Slecht functionerende zintuigen. Als je slecht ziet of hoort ga je invullen. Je ziet iemand praten maar hoort hem niet en je denkt dat die persoon het over jou heeft. Je kunt nergens meer je bril vinden: die is door iemand meegenomen.
5. Beperkte mobiliteit. Afhankelijkheid van anderen versterkt de kans op achterdocht.
6. Waarnemingsfouten. Deze kunnen gemakkelijk optreden als je het tempo van anderen niet kunt volgen (bijvoorbeeld als iemand snel handelt en jij hebt geen idee meer wat die persoon aan het doen is).
7. Gebrek aan overzicht. Als je je wereld niet meer kunt overzien ga je eigen verklaringen zoeken. Dit heeft met de zogenaamde executieve functies te maken. Die gaan bij het ouder worden achteruit.

8. Invloed van de media. Als je steeds hoort dat je op je hoede moet zijn voor anderen – en met name voor oplichters en overvallers – kan dat gemakkelijk de achterdocht versterken.
9. Dementie: één van de bijkomende gevolgen van dementie kan achterdocht zijn.

Grotendeels ontleend aan: Maritza Allewijn en Bere Miessen, Basisboek zorg om ouderen, Bohn, Stafleu, van Loghem, 2010).

Achterdocht bij ouderen (3)

Waarom dacht de man in Minnertsga dat zijn buurvrouw een ventilator tussen het plafond had geplaatst om hem te pesten? Waarom dacht de vrouw uit Amstelveen dat haar buurman met een hengel tegen haar raam tikte om háár te treiteren?

‘Life-events?’

Een tipje van de sluier lijkt te zijn opgelicht als blijkt dat de man uit Minnertsga zijn vriendin een haal jaar geleden verloren heeft. Hij beweert dat hij daar niet zo onder gebukt gaat (‘ik ben een Einzelgänger’), maar het is toch wel een ‘life-event’.

Daarnaast heeft hij geklaagd dat de buurvrouw ’s nachts de radio zo hard aan heeft staan. Ze heeft meteen besloten de radio zachter te zetten. Maar nu denkt de man wel dat ze boos op hem is. De buurvrouw wilde hem niet tot last zijn, maar de man denkt dat ze uit boosheid gehandeld heeft. Er onstaat een variant op het zogenaamde ‘betrekkings-idee’: ze heeft het op mij gemunt, ze neemt wraak.

Bij de vrouw uit Amstelveen zou je kunnen denken dat de verhuizing haar parten speelt. Haar man is overleden en nu is ze in haar eentje naar een nieuwe woning verhuisd. En in die woning hoort ze allerlei geluiden die ze niet thuis kan brengen. Die betrekt ze op de buurman, die ze niet goed kent. Bovendien – zo lijkt het – doet de buurman ‘lacherig’ over zaken die ze noemt. Bij mensen die achterdochtig zijn werkt zo’n reactie nóg meer achterdocht in de hand.

Het mysterie van de ventilator

De buurvrouw van de man uit Minnerstga blijkt één ventilator in huis te hebben, maar die doet het niet. De afzuiger in de badkamer gaat twee keer in de week aan: als de thuiszorg komt. En verder maakt het aquarium wat geluid. Maar al die geluiden veroorzaken niet het oorverdovende geluid dat de buurman ervaart.

Kan er ook een medische verklaring zijn? Dat kan zeker? Tinnitus bijvoorbeeld. Geluid kan ook ervaren worden als gevolg van bepaalde medicatie. Maar dat zou allemaal betekenen dat het geluid bij meneer zelf in zijn hoofd zit. Daar gelooft hij niets van. Hij is toch niet gek?

Maar die wind dan? Er wordt onderzoek uitgevoerd. Het blijkt dat er veel ‘trek’ is van de slecht geïsoleerde zolder naar het raam in de woonkamer. Die luchtstroom gaat achter de stoel van meneer langs. Zou het kunnen zijn dat de wind die van de ventilator van de buurvrouw zou komen in werkelijkheid de tocht in het eigen huis is?

Welk bewijs er ook wordt aangedragen: meneer gelooft het niet. Maar gelukkig: hij belooft wel zijn leven te beteren. De buurvrouw krijgt van hem niet meer de schuld.

De tikkende hengel

En dat ramen tikken in Amstelveen? Proefondervindelijk wordt geprobeerd of het inderdaad mogelijk is om met de hengel tegen het slaapkamerraam van mevrouw te tikken. Dat blijkt niet te kunnen. Mevrouw is niet overtuigd. Ze heeft het immers zelf gehoord? Bovendien gaat het buitenlicht steeds – vlak voor het tikken – aan. En ze heeft meneer een keer betrapt. Dus het móét wel waar zijn! De vriendin van meneer zegt dat hij de hele nacht in bed ligt, maar dat is geen betrouwbaar getuigenis volgens mevrouw, het zijn twee handen op één buik.

Er komt een geluidsexpert aan te pas. Twee weken lang wordt het geluid gemeten in het appartement van mevrouw. Volgens de buurvrouw heeft de man zich twee weken gedeisd gehouden, omdat hij wist dat er geluidsopnamen werden gemaakt. En toch: op gezette tijden tikt er iets. Maar het heeft steeds dezelfde kracht. Bij menselijk ingrijpen moet de tik wisselend van intensiteit zijn.  Daarnaast zijn er slaapgeluiden van mevrouw te horen. Dat ze geen oog dicht doet lijkt niet te kloppen: ze slaapt bijna de hele nacht door.

Iets mechanisch? Dat kan kloppen. Het krimpen en weer uitzetten van de verwarmingsbuizen in de flat. Om 11 uur ’s avonds (de CV gaat uit) en om 7 uur ’s morgens (de CV gaat aan). Om 5 uur ’s nachts is niet duidelijk, maar het is de buurman niet, volgens de geluids-expert. Daar gelooft mevrouw niets van, want ze heeft hem zelf gezien en betrapt op het balkon.

Ook mevrouw is door de feitelijke informatie niet overtuigd. Paranoïde denkbeelden worden zelden ingetrokken door feitelijke bewijzen. Maar ook mevrouw zal niet meer klagen. En wie weet ontdekt de in de zomer, als de CV niet aan en uit gaat, dat het toch wel erg stil is bij de bovenbuurman.

Achterdocht bij ouderen (2)

Achterdocht komt bij ouderen vrij regelmatig voor. De man en de vrouw die gisteren in een blog genoemd werden vormen zeker geen uitzondering.

Dat ouderen achterdochtig kunnen worden is verklaarbaar als je je inleeft in hun positie. Stel je voor dat je bijvoorbeeld steeds dingen kwijt bent, dan ga je gemakkelijk denken dat de ‘schoonmaakster’ iets verplaatst heeft. Je zoekt dus een verklaring omdat het toch wel erg confronterend is als je moet ontdekken dat je zelf van alles zoek hebt gemaakt.

Wat zijn nog meer redenen waarom ouderen achterdochtig kunnen zijn?
1. Het levensverhaal. Als je veel heftige ervaringen hebt meegemaakt (zoals nu bij ouderen de oorlog) kan jou dat meer achterdochtig maken.

2. Het gevolg van achteruitgang (zie boven): je wilt de confrontatie niet aan dat je zelf het overzicht kwijt bent geraakt.

3. Eenzaamheid en isolement versterken de kans op achterdocht: er zijn onvoldoende gezonde relaties meer.

4. Slechter functionerende zintuigen. Als je slecht ziet of hoort ga je invullen. Je ziet iemand praten maar hoort hem niet en je denkt dat die persoon het over jou heeft.

5. Beperkte mobiliteit. Afhankelijkheid van anderen versterkt de kans op achterdocht.

6. Waarnemingsfouten. Deze kunnen gemakkelijk optreden als je het tempo van anderen niet kunt volgen (bijv. de spraak).

7. Gebrek aan overzicht. Als je je wereld niet meer kunt overzien ga je eigen verklaringen zoeken.

8. Verlieservaringen. Verlies kan een heftige emotionele inbreuk betekenen. Daarbij kun je denken aan een overlijden in de omgeving, een echtscheiding, maar ook aan een verhuizing.

9. Invloed van de media. Als je steeds hoort dat je op je hoede moet zijn voor anderen kan dat de achterdocht versterken.

10. Dementie: één van de bijkomende gevolgen van dementie kan achterdocht zijn.

Grotendeels ontleend aan: Maritza Allewijn en Bere Miessen, Basisboek zorg om ouderen, Bohn, Stafleu, van Loghem, 2010).

Achterdocht bij ouderen (1)

Gisteren fietsten we door Wijnbergen. Dat is een dorpje in de rook van Doetinchem. Dat komt doordat het dorp inmiddels helemaal is ingesloten door de uitgestrekte bedrijventerreinen van de stad Doetinchem.

In Wijnbergen is de Rijdende Dierendokter gevestigd. En op de parkeerplaats van de Rijdende Dierendokter stond de auto van meester Frank Visser geparkeerd. Vroeger was hij de Rijdende Rechter, maar sinds hij ‘commercieel’  is geworden mag hij die naam niet meer voeren. Meester Frank Visser bevond zich op dat moment aan de overkant van de weg, bij het kerkje van Wijnbergen dat na eeuwenlange trouwe dienst zojuist buiten de bediening is gesteld. Je ziet hem op de foto links (in het blauw) met gevaar voor eigen leven de plaatselijke dorpsstraat over steken.

Het passeren van meester Frank Visser in Hoogst Eigen Persoon bracht bij mij twee herinneringen aan recente uitzendingen boven. De beide uitzendingen vertoonde opmerkelijke parallellen. Ze gingen beide over oudere en eenzame mensen die de buren verdachten van een inbreuk op hun privé leven.

Ventilator

Het eerste geval betrof een alleenwonende oudere man in het Friese Minnertsga. Deze man betichtte de buurvrouw er van dat zij een ventilator had ingebouwd tussen de vloer van haar bovenverdieping en het plafond van zijn woonkamer. Daardoor moest hij zelfs in de zomer de CV aanzetten. Hij voelde een voortdurende koude wind achter zijn rug langs gaan. Ook had hij oordoppen in vanwege het geluid van de ventilator.

Tikkende hengel

Het tweede geval ging over een ouderwordende alleenstaande vrouw in Amstelveen. Zij beweerde met grote stelligheid dat de bovenbuurman het op haar voorzien had. Elke nacht tikte hij een aantal malen per nacht met zijn hengel tegen haar ramen. Dat gebeurde deels op vaste tijden, zoals om 11 uur  s avonds, om 5 uur ’s nachts en om 7 uur ’s morgens. Ze vond dit zo storend dat ze naar eigen zeggen geen oog meer dicht deed en stiekem (de bovenbuurman mocht niets merken) op een matras in de woonkamer was gaan slapen.

Zowel de buurman in Minnertsga als de buurvrouw in Amstelveen eisten dat het gedoe per direct afgelopen moest zijn. De buurvrouw moest de ventilator verwijderen, de buurman moest stoppen met het elke nacht tikken tegen het raam van de benedenbuurvrouw.

En dan moet een rechter uitspraak doen. Je kunt wel op je klompen (of als je die niet draagt: op je hoge hakken of je pantoffels) aanvoelen dat er iets anders aan de hand moet zijn.

Vreemde ideeën

Welke buurvrouw komt nu op het idee om een ventilator tussen het plafond te installeren teneinde de buurman dwars te zitten.

En welke buurman tikt vanaf het balkon op gezette tijden met zijn hengel tegen het raam van de slaapkamer van de beneden-buurvrouw? En bovendien: hoe moet die buurman dat voor elkaar krijgen? Het balkon van de bovenbuurman steekt vér uit, om bij de slaapkamer te kunnen komen moet hij een vreemde zwaai naar binnen toe maken met de hengel.

Toch waren beide ouderen er stellig van overtuigd dat de buurvrouw respectievelijk buurman het op hen gemunt hadden. Daar bestond bij hen geen enkele onzekerheid over.

Het is voor mij overigens nog wel de vraag in hoeverre je de mensen die zo'n zaak aankaarten niet tegen zichzelf moet beschermen. De verhalen zijn zó vreemd dat ook de omgeving zal gaan twijfelen over de geestesgesteldheid van deze mensen.

Achterdocht (3)

Erik Erikson schreef het al: aan het begin van ons leven ontwikkelen we vertrouwen in andere mensen of we blijven andere mensen wantrouwen.

En dat wordt er allemaal niet beter op naarmate we ‘groter groeien’. We leven in een gebroken wereld en in die wereld ervaren we ook dat er mensen zijn die niet te vertrouwen zijn.

Daarnaast doet zich naar mijn mening nog een ander verschijnsel voor dat het wantrouwen kan verklaren. Naarmate we andere mensen meer kunnen ‘voorspellen’ hebben we er ook vaak meer vertrouwen in dat het allemaal goed komt. Kunnen we dat niet, dan neemt het wantrouwen toe.

Als de tandarts in een hoog tempo behandelt zonder dat de patiënt hem kan volgen, herkennen en voorspellen zat dat leiden tot minder vertrouwen.

Ouder worden

Mensen die de ander niet vertrouwen hebben meer de neiging om de ander te gaan ‘controleren.’

Eén van de processen bij het ouder worden is dat je minder grip krijgt op de ander. Dat valt eenvoudig te verklaren: je denkt steeds langzamer, je kunt minder dingen tegelijk. Dus gaan (vooral) jongere mensen (in een snel veranderende wereld) voor jou steeds sneller. Daar heb je geen controle meer op.

Mevrouw de Boer raakt steeds vaker spullen kwijt. Nu is haar tandenborstel spoorloos verdwenen. Dat is gebeurd toen ze opeens bedacht dat ze haar medicijnen nog in moest nemen. Maar nu kan mevrouw de Boer opeens niet meer bedenken waar ze haar tandenborstel heeft gelaten. Voor iemand die toch al mensen wantrouwt omdat ze te snel voor haar zijn is de oorzaak snel gevonden. Ze associeert de tandenborstel met de preventieassistente. Die heeft natuurlijk haar nieuwe tandenborstel meegenomen.

De tandenborstel bleek op een stapel handdoeken te liggen. Maar het werd ontdekt door de preventieassistente die met mevrouw de Boer mee liep naar de badkamer. Is mevrouw de Boer nu opgelucht? Nee, want dit bevestigt juist dat de preventieassistenhuiszorg het heeft gedaan… Zij wist immers waar de tandenborstel was gebleven. Dus het kan niet anders dan dat zij die borstel verstopt had. Maar niet alleen de tandenborstel, mevrouw de Boer is ook een paar sieraden kwijt. En haar betaalpas is er ook niet meer…

Uit het voorgaande komen enkele richtlijnen naar voren in de omgang met achterdochtig gedrag:

1 Als je als begeleider zonder overleg aan de spullen van mevrouw zit, haar kranten opruimt of het aanrecht schoonmaakt versterkt dat het wantrouwen. Je komt aan haar privacy. En hoe meer mensen het overzicht kwijt raken, hoe belangrijker het kleine deel wordt waar ze nog wél grip op kunnen hebben.

2 Let op je eigen reactie. Als je heel verontwaardigd en heftig reageert op een beschuldigen wordt ook daardoor het wantrouwen versterkt. “Ik steel nooit iets, dat heb ik nog nooit gedaan, hoe komt u dáár nu bij?!?!” Bedenk dat de emotionele lagen van het brein sterk op emoties van anderen kunnen reageren.

3 Zorg voor regelmaat, orde en vertrouwdheid in de omgeving. Als je als verzorgende druk de kamer van mevrouw binnen komt (‘er moet immers nog zoveel gebeuren’) leidt dat voor mevrouw tot controleverlies. Dat verlies wordt nogal eens vertaald in achterdocht.

Bij de mondverzorging zijn een overzichtelijke ruimte waar gepoetst wordt (niet veel spullen bij de wastafel) en een rustige benadering erg belangrijk. Maar als je de wasbak meteen gaat opruimen is dat weer een andere valkuil: dan kom je namelijk aan de privacy van de bewoner. Je kunt helpen opruimen, maar wel in en na overleg.

Achterdocht bij ouderen

Achterdocht komt bij ouderen vrij regelmatig voor.

Dat wordt verklaarbaar als je je inleeft in de positie van ouderen. Stel je voor dat je bijvoorbeeld steeds dingen kwijt bent, dan ga je gemakkelijk denken dat de ‘schoonmaakster’ iets verplaatst heeft. Je zoekt dus een verklaring omdat het toch wel erg confronterend is als je moet ontdekken dat je zelf van alles zoek hebt gemaakt.

Wat zijn nog meer redenen waarom ouderen achterdochtig kunnen zijn?
1. Het levensverhaal. Als je veel heftige ervaringen hebt meegemaakt (zoals nu bij ouderen de oorlog) kan jou dat meer achterdochtig maken.
2. Het gevolg van achteruitgang (zie boven): je wilt de confrontatie niet aan dat je zelf het overzicht kwijt bent geraakt.
3. Eenzaamheid en isolement versterken de kans op achterdocht: er zijn onvoldoende gezonde relaties meer.
4. Slecht functionerende zintuigen. Als je slecht ziet of hoort ga je invullen. Je ziet iemand praten maar hoort hem niet en je denkt dat die persoon het over jou heeft.
5. Beperkte mobiliteit. Afhankelijkheid van anderen versterkt de kans op achterdocht.
6. Waarnemingsfouten. Deze kunnen gemakkelijk optreden als je het tempo van anderen niet kunt volgen (bijv. de spraak).
7. Gebrek aan overzicht. Als je je wereld niet meer kunt overzien ga je eigen verklaringen zoeken.8. Invloed van de media. Als je steeds hoort dat je op je hoede moet zijn voor anderen kan dat de achterdocht versterken.
9. Dementie: één van de bijkomende gevolgen van dementie kan achterdocht zijn.

(grotendeels ontleend aan: Maritza Allewijn en Bere Miessen, Basisboek zorg om ouderen, Bohn, Stafleu, van Loghem, 2010).