Een wit voetje

Deze week lijk ik wel een puber.

Ik lig namelijk uren lang op de bank.

Maar zoals Loesje al zei: “De ware puberteit duurt je leven lang!”

Als het lukt om naar de details op de foto te kijken dan zie je:

a) een wit voetje met een grote teen die langer is dan de tweede teen, oftewel…

b) een leesbril, maar die is niet van mij…

c) veel bloemen, want ik ben weer in de bloemetjes gezet…

Gemiddelde gewetensontwikkeling van de Nederlander

Als een peuter 2½ jaar oud is kent hij de meeste regels in huis.
Dus hij weet dat hij niet zomaar een koekje mag pakken.

Maar: hij koppelt de regel nog aan de aanwezigheid van de opvoeder. Als mamma er niet is geldt de regel niet meer. Dat is de reden waarom er tegenwoordig veel open keukens zijn: dan blijft de regel tenminste gelden, ook als mamma in de keuken is.

Nederlanders weten dat ze een kaartje moeten kopen voordat ze in de trein stappen. Maar als ze weten dat de conducteur niet komt kopen veel Nederlanders geen kaartje. En als ze weten dat er geen politie op straat is rijden ze vaak harder dan de maximumsnelheid.

Daaruit blijkt dat de gemiddelde gewetensontwikkeling van de Nederlander 2½ jaar is. De regel geldt alleen als de opvoeder in de buurt is…

Been zoek

Zoals al eerder gemeld: dinsdag ben ik deels ontschroefd.
Er zitten nu nog maar vier onderdelen van een Duitse tank in mijn been.

Het ontschroeven vond plaats met behulp van een snijdend voorwerp in combinatie met een 0,45 Stryker imbussleutel. Maar dat heb ik allemaal niet bekeken.

Ik was wél bij de les, want net als bij twee voorgaande operaties had ik alleen een ruggenprik gekregen. Dan raakt het onderlichaam helemaal buiten westen, maar boven tikt en denkt het allemaal nog prima. Volgens mij had ik zelfs een aantal geniale ideeën (…), maar ik had geen pen bij me om ze op te schrijven en nu ben ik ze weer vergeten…

Door zo’n gedeeltelijke uitschakeling doen zich wel bijzondere gewaarwordingen voor die niet kloppen. Als je niets meer voelt heb je ook geen gevoel voor fysieke verhoudingen. De vorige keer dacht ik dat ik languit en plat op bed lag, maar ik lag in een foetus-houding. Vóór de ruggeprik lag ik languit en die laatste ervaring hadden mijn hersenen opgeslagen.

Toen ik dinsdagmiddag op de verkoeverkamer lag (een soort couveuse-afdeling voor volwassenen) waren mijn benen zoek. Het deed me denken aan het intrigerende verhaal van Oliver Sacks: Een been om op te staan. Hij is na een ernstige val zijn benen kwijt (denkt hij). Dat overkwam mij nu ook.

Ik voelde aan mijn been, maar ik voelde niets. Tenminste: mijn vingers voelden een warme substantie, die mij deed denken aan een plastic laag van warm schuimplastic. Daar trok ik de conclusie uit dat ik was gefixeerd in twee plastic kokers, zodat ik op mijn plek bleef liggen. Wél vroeg ik me af waarom het rechterbeen dan ook gefixeerd was. Volgens mij was dat been namelijk niet gebroken geweest.

Maar even later wilde ik toch nog eens beter checken in wat voor materiaal ik was gewikkeld door dokter Valentijn. Dus voelde ik nog eens. Nee, nog steeds warm schuimrubber. Toen wilde ik weten waar dan de overgang zat tussen dat fixatiemateriaal en mijn lichaam.

Die overgang was er helemaal niet. Ik lag helemaal niet in een schuimrubber corset. Dat wat aanvoelde als iets van warm en zacht plastic was mijn eigen been. Omdat mijn been mijn eigen aanraking niet kon voelen was het voor mij een vreemd object geworden….

Hou me niet vast!

Dat is de titel van een bundel over werken met kinderen met een ernstig verstoorde hechting. Je wilt zo graag iets doen voor deze kinderen, zij willen ook graag iets van jou, maar het is allemaal zo ingewikkeld...

De titel geeft de tegenstelling aan. Kinderen die vastgehouden wi­llen worden en tegelijk in paniek raken als ze vast worden gehouden. Ik vat dat wel eens samen met: Kom eens wat dichter bij mij uit de buurt.

En uiteraard geldt dat niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen met een onveilige hechting. Veel van deze patronen zijn bijvoorbeeld ook te herkennen bij mensen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis.

Psychotherapeut en orthopedagoog Dirk Broos geeft in het boek een aantal omgangsadviezen. Ik vat ze op mijn eigen manier samen:

1). Werk niet te nadrukkelijk vanuit de relatie. Houd afstand, maar wees wel betrokken.

2). Wees betrouwbaar, stabiel en voorspelbaar in je reacties.

3). Duidelijke structuren, grenzen en regels zijn nodig omdat deze kinderen zichzelf anders verliezen in chaos.

4). Doe zo min mogelijk een beroep op het geweten, het schuldgevoel of het empathisch vermogen van deze kinderen of jongeren.

5). Preventie werkt vaak beter dan achteraf straffen. Straffen wordt ervaren als verwerping van de persoon, terwijl nadrukkelijk belonen het gevoel geeft dat er hoge verwachtingen moeten worden waargemaakt.

6). Creëer een klimaat waarin de kinderen het gevoel hebben dat ze er mogen zijn, zonder de druk van het morele appél.

Ik zou er nog een aantal aandachtspunten aan toe kunnen voegen. Of dilemma’s aan kunnen geven. Maar voor vandaag is het wel weer even voldoende denkstof.

Hou me (niet) vast: Hulpverlening en hechtingsstoornis: Dirk Broos en Katrien van Dun, Garant, 2005. 

Bril en IQ


Nu we het toch over brillen hebben…
Ooit las ik een onderzoek waaruit bleek dat mensen mét bril meteen tien IQ-punten hoger worden ingeschat door de omgeving.
Dus wil je slimmer lijken dan je bent, zet dan een bril op… Wél loop je dan het risico dat je overvraagd wordt.
Overigens verdween dat effect van die hogere inschatting direct zodra die brildragers iets zeiden. Dus je moet wel je mond houden…

De brildragende poes op de foto is Guus, de kater van één van mijn cliënten… Hij zette mijn zonnebril op om er slimmer uit te zien. Maar zonnebrillen helpen weer niet om je IQ te verhogen…

Loerprothese

Volgens diverse statistieken zou ik op mijn leeftijd (60 plus) een leesbril moeten hebben met een sterkte van plus 3. Het is een uitzondering als mensen op deze leeftijd geen leesbril hebben. Als een oogarts je heel veel sterkte toewenst kun je eigenlijk wel raden hoe laat het is…

Maar ik heb helemaal geen loerprothese. Dat komt niet omdat ik hem steeds kwijt ben (dat kan ook op mijn leeftijd), maar omdat ik nog gewoon zonder leesbril kan lezen.

Een collega van mij deed allerlei trainingen om zijn ogen te trainen. Die kun je ook vinden op internet. Maar hij is inmiddels toch aan de leesbril. Dus óf hij heeft niet goed geoefend, óf de training werkte niet goed.

Ooit liet ik mijn ogen onderzoeken. De opticien was verbaasd over de details die ik waar kon nemen. “Hoe hebt u dát getraind?” vroeg hij. We kwamen tot de ontdekking dat het handmatig afdrukken van foto’s (waarbij je heel minuscuul moest werken) mij had geholpen bij de detailwaarneming. Dus tóch een soort van training. Maar ik heb geen donkere kamer meer en ik train mijn ogen dus niet meer op die manier.

Inmiddels moet ik wél constateren dat mijn ogen achteruit zijn gegaan. Op de vroegere strippenkaart stonden tussen de strippen hele kleine lettertjes. Bijna niemand kon zien dat daar lettertjes stonden. En áls iemand het met veel moeite wél zag kon hij de lettertjes niet lezen. Ik kon ze wél lezen.

Nu niet meer. Dat zou kunnen komen omdat ik de strippenkaart niet meer bestaat. Maar ik heb er nog eentje (die ik dus niet meer kan gebruiken). Met geen mogelijkheid kan ik nu nog de tekst ontcijferen tussen de strippen. Alleen nog met een sterk vergrootglas.

Een enkele keer, als ik moe ben en er sprake is van onvoldoende licht, neem ook ik mijn toevlucht tot het stiekeme gebruik van een leesbril. Maar zo weinig mogelijk. Want ik heb begrepen dat áls je eenmaal aan de leesbril bent begonnen, dat je ogen er dan ook snel aan wennen…

Het niet hebben van een leesbril spaart in ieder geval veel tijd uit. Als ik zie hoeveel tijd mijn wettige huisgenote besteedt aan het zoeken naar één van haar vijf leesbrillen kan het haast niet anders dan dat ik tijd over houd…

Monument voor een gebroken poot

In mijn digitale fotoverzameling kwam ik een foto tegen van dit standbeeld in Mainz.  Ik vermoed dat men hier alle mensen mee wil gedenken die in Duitsland hun been gebroken hebben. Dus voelde ik me zeer vereerd met dit monument. Daarom heb ik het digitaal vereeuwigd.

De meneer of mevrouw die als voorbeeld heeft gediend voor dit Steinbein had mogelijk het Syndroom van Asperger. Want ik las ooit in een artikel dat de tweede teen van mensen met Asperger aanzienlijk langer is dan hun grote teen.

Nu mijn voet even niet in een schoen past heb ik ook weer de tijd gekregen om mijn tenen te bestuderen. De tweede teen is niet aanzienlijk langer dan de grote teen. Daar blijkt uit dat ik géén Asperger heb…

Zie ook de reactie van Annelies onder loerprothese en mijn reactie op Annelies.

Ontschroefd

Deze schroeven heeft Dokter Valentijn  gisteren uit mijn enkel gehaald. Ze waren vorig jaar dwars door mijn enkel geschroefd. Ze zaten eigenlijk behoorlijk in de weg en ik kreeg er dan ook steeds meer last van. Toen ik ze na de operatie in handen kreeg schrok ik er eigenlijk ook van hoe groot ze waren. Dat dat in mijn enkel paste…

De veronderstelling is dat ik door deze ingreep minder pijn zal hebben bij het lopen.

Er zitten nog vier metalen onderdelen in mijn been, maar als die er uit moeten zal dat een veel grotere ingreep zijn, met meer risico’s. Dus eerst maar even kijken wat het effect is van deze operatie.

Op dit moment heb ik geen pijn. Dat kan door de pijnstillers komen, maar het is in ieder geval een plezierige bijkomstigheid.

Voorlopig ben ik wel weer even aan het krukken en moet ik mijn been zoveel mogelijk omhoog houden om zwellingen en bloedingen te voorkomen. Maar dat is een zeer tijdelijk ongemak…

 

Kun je iemand gelukkig maken?

Regelmatig komt het onderwerp ter sprake.
Vooral als begeleiders emotioneel uitgeput raken van een cliënt.
Dan kom je de kracht van de begeleiding tegen. Ze gáán er voor. Maar die kracht is tegelijk hun zwakheid. We willen zo graag dat onze cliënt gelukkig wordt.

Ook ouders willen niets liever dan dat hun kind gelukkig is. Maar wat moet je als je kind maanden of jaren achter elkaar lijdt aan zijn bestaan? Dat is vaak nóg zwaarder dan wanneer jij lijdt aan je bestaan.

Daar komt nog eens bij dat kwetsbare kinderen vaak precies aanvoelen hoe het met hun ouders gaat. Ze nemen dan ook nog eens het verdriet van hun ouders mee op hun schouders.

Let op: dit bedoel ik allerminst als een beschuldiging aan het adres van de ouders. Het is volkomen begrijpelijk dat je je als ouders zorgen maakt als het met je kind niet goed gaat.

Voor begeleiders geef ik wel eens een voorbeeld als: “Het regent bij Richard altijd. Maar soms sta je even samen onder een afdakje.” Met andere woorden: ga niet op zoek naar de zon. Zoek wel een beschut plekje op waar het leven even iets minder hard is. Even zo’n droog moment geeft jou de ruimte om anders adem te halen en de cliënt ook.

We kunnen niemand gelukkig maken. Als je denkt dat je dat wel kunt loop je uiteindelijk tegen jezelf aan. We kunnen wel proberen om de kwaliteit van bestaan te vergroten. Als dat lukt (ook al is het maar één minuut) hebben we al veel om blij mee te zijn…

Heilige Birmaan


Dit is Himsa, één van de katten van mijn zus.
Himsa is een heilige Birmaan.
Daar verwacht je dus geen zondig gedrag bij.
Himsa is een vriendelijke en sociale kater die graag aangehaald wil worden. Dat wil hij zó graag dat hij vorige week via mijn broekspijp omhoog wilde klimmen (de onderste foto).

Maar Himsa is dan wel een heilige en vriendelijke Birmaan, verder haalt hij van alles uit dat niet zo heilig is. Net als Poes trouwens. Waar maar weer uit blijkt dat poezen nét mensen zijn.
Waarschijnlijk eet Himsa vandaag het taartje op dat mijn zus klaar had staan vanwege haar verjaardag. En toen ging de bel en toen de visite eenmaal binnen was, was  het taartje zomaar verdwenen. Wie zou dát dan hebben gedaan? Toch geen heilige Birmaan?