Dokter Valentijn


Vanmorgen moet ik mij om 9 uur melden bij de tandarts.
Ik ben helemaal niet bang voor deze tandarts, al doet het plaatje (uit de Spits!) anders vermoeden. De enige overeenkomst is dat deze tandarts ook uit Duitsland afkomstig is. Hij levert uitstekend werk en zorgt er voor dat patiënten zich op hun gemak voelen.

Daarna mag ik door naar het Medisch Centrum Alkmaar. Ik moet er nuchter binnen komen, maar omdat ik nooit alcohol drink is de kans dat ik eerst ontnuchterd moet worden ook niet erg groot.

Het is de bedoeling dat ik ’s middags geopereerd word door de plaatselijke dokter Valentijn.

Aan het eind van de middag ziet mijn bestaan er ongeveer zo uit als op het onderste plaatje.

Advertenties

Het leven van Gerrit

Gerrit was erg ziek.
We wisten dat zijn einde hier op aarde naderde.
In de laatste maanden van zijn leven had ik regelmatig gesprekken met hem.

Gerrit vroeger

Gerrit kwam uit een gebroken gezin. Hij had zijn vader alleen gezien toen hij een peuter was. Hij wist zich nog te herinneren dat zijn vader zijn moeder sloeg.
In de gesprekken met Gerrit ging het over zijn leven van vroeger. De intense armoede die hij mee had gemaakt. De depressiviteit van zijn moeder.

Maar het ging ook over hemzelf. Eigenlijk vroeg hij aan mij om zich hem te herinneren zoals hij vroeger was geweest. De boosheid die hij had als ze aan zijn moeder kwamen. De klappen die hij dan uitdeelde. Het werk dat hij had gedaan. Zijn baas die niet zonder hem kon.

Misschien maakte Gerrit dat allemaal wat groter dan het was geweest. Maar dat hij hij nu nodig. Hij wilde erkenning dat die verzwakte man in dat bed niet dezelfde was als die hij vroeger was geweest.

Ik maakte foto’s voor Gerrit van de straten waar hij vroeger gewoond had. Dat hielp hem bij het vertellen over zijn levensverhaal. En iedere keer kwam hij weer op nieuwe ideeën. Dan moest ik weer ergens voor hem naar toe, want dan kon ik daar een foto van maken. Als je zelf niet meer naar buiten kunt helpt het als er anderen zijn die nog voor jou op reis kunnen gaan.

Gerrit nu

Gerrit was bang voor wat komen ging. Hij was bang dat hij benauwd zou worden. Dat zijn begeleiders niet zouden weten hoe ze met hem om zouden moeten gaan als hij zich zo benauwd voelde. Alsof hij wilde laten zien hoe dat was stak hij op zo’n moment maar weer eens een sigaret op.

De toekomst van Gerrit

Tenslotte was er die vraag: “Wat gebeurt er met mij als ik dood ben?” Ergens in zijn beleving zat de notie dat de dood niet het laatste woord zou hebben. Is er voor mij nog leven na de dood? Hij geloofde dat zijn moeder in de hemel is. Maar wat stond hém te wachten?

Zorg voor het leven

Mensen denken vaak dat palliatieve zorg zorg is aan stervenden. En ook dat het vooral een medisch verhaal is. Maar alle zorg die ik om mij heen zien aan oude mensen is zorg voor het leven.

Ook mijn gesprekken met Gerrit gingen eigenlijk niet over sterven. Ze gingen over het leven van Gerrit, vroeger, nu en straks. Soms heel even werd de dood even aangetipt, maar de gesprekken met hem gingen eigenlijk vooral over zijn leven. Over wie hij was, wat er nog komen zou en over wie hij zou worden…

IJs-selmeer (3)


Het is me nooit gelukt om te ‘schilderen’.
In de tekenlessen op school lukten de gebouwen wel, maar sferen lukten niet. Terwijl ik toch best sfeergevoelig ben (al zeg ik het zelf).

Misschien ben ik daarom gaan fotograferen…

Zo ziet één van de foto’s van het IJsselmeer er uit als je hem bewerkt. Alsof ik (toch) aan het schilderen ben geslagen…

Al vind ik de originele foto mooier, dit is een anderssoortige poging om de werkelijkheid te verbeelden…

Zwerver in de kerk

 Een aantal leden van onze kerk is nauw betrokken bij de opvang van mensen in het centrum van de stad.

Maar omdat ons kerkgebouw aan de rand van de stad ligt komen daar niet zo vaak ‘onverwachtse’ gasten binnen. We zijn dat trouwens in veel Nederlandse kerken ook niet zo gewend. Bij het begin van de dienst zit iedereen netjes op zijn plek. In sommige buitenlandse kerken heb ik je bijna geen idee wanneer de dienst begint en eindigt, want er komen voortdurend mensen binnen of er lopen mensen naar buiten.

Maar vanmorgen kwam er tijdens de dienst, toen de preek al halverwege was, opeens iemand binnen. Ik kende hem wel een beetje, maar voor de (gast-) predikant was hij een onbekende. 

Die preek ging er over dat veel ‘genodigden’ niet reageren op de uitnodiging van Jezus. Dan zegt Jezus dat de mensen aan de rand van de samenleving moeten worden uitgenodigd: de gehandicapten, de armen, de zwervers. En precies op dát moment ging de deur nadrukkelijk open en liep deze meneer de kerk binnen, helemaal naar voren. Hij installeerde zich met zijn plastic tassen en viel nog even in slaap in het warme kerkgebouw.

De dominee heette de meneer welkom en ging verder met zijn preek. Achteraf vertelde hij dat hij dat wel een bijzonder moment vond, zo’n treffende illustratie. Alsof het van tevoren zo afgesproken was… En die meneer, hij bleef ook nog even na de dienst, koffiedrinken, een praatje maken.

 

 

Nog één keer: ijs


De mensen vragen mij wel eens: “Henk, jij houdt toch ook van schaatsen?”
Dat zal ik jullie zeggen. Ondanks mijn zeer Friese genen is schaatsen niet aan mij besteed. Op de één of andere manier beland ik op die gladde ijzers binnen de kortste keren in het riet of op mijn snufferd.

Sinds vorig jaar heb ik een goed excuus: een val met mijn geijzerde been wordt door de dokter ten stelligste ontraden. Dus nu kan ik zeggen dat ik op medisch advies niet schaats. Misschien zou ik ook niet moeten fietsen, maar dat gaat een beetje te ver. Er moet toch nog enige kwaliteit van bestaan over blijven.

De bovenste foto maakte ik onderweg naar mijn moeder. Ze woont naast het station, maar het liefste fiets ik ook nog een eindje als ik naar haar toe ga. Hier staat de helft van de bevolking van Schipluiden op het ijs.

In de Volkskrant las ik gisteren een bericht dat schaatsen een typisch witte bezigheid is. Het was de schrijver opgevallen dat ‘donkerder’ Nederlanders zich niet op het ijs wagen. Daarom stelde hij voor om bij de inburgeringscursus schaatsles verplicht te stellen…

Even verderop zag ik ook een typisch hollands plaatje: molens bij Maasland.

Ik had nog héél veel foto’s kunnen maken, maar mijn moeder zat te wachten met de koffie (met uiteraard iets lekkers er bij).

Amersfoort avondrood


Het is iedere keer weer een verrassing waar de zon opkomt en waar de zon onder gaat.

Vanmorgen kwam de zon op ter hoogte van Castricum, maar de ramen van de trein waren te vies om daar een mooie foto van te maken.

Vanavond ging de zon onder in Amersfoort. Het was eventjes een felrode lucht. Als het gezegde klopt wil dat zeggen dat het morgen mooi weer wordt, maar volgens het KNMI valt dat behoorlijk tegen…

Het nuttigen van kattenvoer

Volgende week beland ik in het ziekenhuis.
En als ik dat ziekenhuis weer verlaat ben ik even niet mobiel.
Dus moest ik gisteren alvast een aantal noodzakelijke boodschappen in huis halen.
Nu denken jullie misschien: “Daar heb je toch je wettige huisgenote voor?” Dat is ook wel zo, maar zij heeft af en toe een ander boodschappenlijstje dan ik. Op haar lijstje staan niet zulke lekkere dingen als op mijn lijstje…

Bovendien is ze nu een paar dagen aan het vrieswandelen met twee zussen. De drie dames lopen kakelend door de Achterhoek, want ze zijn geboren in Barneveld.

Tijdens het schappen van de bood passeerde ik het kattenvoer. Af en toe heb ik de neiging om voor Poes hondenvoer te kopen. Ze kan nogal kieskeurig zijn, en dan denk je: zou ik niet eens variëren? Maar zo ver is het niet gekomen.

Naast mij was een mevrouw ook al aan het zoeken naar lekkere maaltjes voor haar poezenbeest. Ik zei tegen haar: “Eigenlijk zou je het zelf even moeten proeven…” Ze zei tegen mij: “Hebt u dat nou ook? Soms maak ik een blikje open en dan denk ik: het ruikt zó lekker, zal ik het zélf opeten?”

Voor Poes kocht ik het duurste kattenvoer. Met deze kou moet ze goed eten. Het rook inderdaad ontzettend lekker. Maar Poes, ze heeft het eten de hele dag laten staan. Het is niet haar smaak…

Zal ik dan toch maar…..?