Van Almelo naar (7) …

Wat zal ik van Emmen zeggen?  In mijn herinneringen was het een vriendelijk, uit de kluiten gewassen, dorp met mooi aangelegde buitenwijken.

Inmiddels had ik via de media begrepen dat Emmen toch niet zo goed scoorde. En als dat in de media staat heb ik de neiging om het voor zo’n underdog op te nemen.

Maar wat gebeurt er? Het centrum van Emmen lijkt verdacht veel op onpersoonlijke stadswijken in steden als Lelystad en Zoetermeer. Welk gemeentebestuur is het destijds compleet in de bol geslagen door zóiets toe te staan?

Een voordeel van Emmen is dat je vanuit het centrum zómaar het platteland weer binnen fietst. Dus ik zoek maar snel een heenkomen tussen de korenvelden.

Helaas ben ik daar toch ook niet veilig. Al van verre hoor ik geschreeuw en gesis. Ik denk dat er kinderen bezig zijn om op een heftige manier in hun spel op te gaan. Maar het blijken een jonge vrouw en een jonge man te zijn, van zo rond de 20 jaar. De vrouw is zó boos op de man dat ze schreeuwt en voortdurend naar hem spuugt (dat was het gesis dat ik hoorde). De jonge man blijft redelijk rustig, de vrouw is werkelijk in alle staten. Zelden heb ik iemand zó heftig te keer zien gaan, terwijl ik toch aardig wat incidenten mee hebt gemaakt… Ik schat in dat het stel verkering heeft, maar ik heb de neiging om de meneer te adviseren om niet met deze dame in zee te gaan. De zee is hier trouwens vér te zoeken.

Ik fiets maar weer verder, maar het geluid van de sissende en spugende mevrouw blijft nog lang in mijn hoofd zitten, ook als ik langs het zeer rustieke Oranjekanaal fiets. Achter mij zie ik dreigende luchten zich opstapelen. Misschien krijgt het stel straks een koude douche en kan de dame in kwestie afkoelen…

Advertenties

Tanden poetsen en dementie

Een bericht in de Volkskrant meldt het volgende:

Wetenschappers van de universiteit van Californië hebben een verband aangetoond tussen tandenpoetsen en dementie. Onder ouderen die hun gebit goed verzorgen, komt blijkens het onderzoek dementie aanmerkelijk minder vaak voor.

Tijdens het onderzoek, dat zich uitstrekte over een periode van achttien jaar, werden 5500 oudere patiënten gevolgd. Deelnemers die hun tanden gemiddeld minder vaak dan eens per dag poetsten, bleken tot 65 procent meer kans te hebben op het ontwikkelen van dementie, vergeleken met deelnemers die hun tanden dagelijks poetsten.

Ontstekingen
Ontstekingen die worden veroorzaakt door bacteriën van tandvleesaandoeningen, zijn wel al vaker in verband gebracht met hartaanvallen, beroertes en suikerziekte. Blijkens andere onderzoeken worden in de hersenen van mensen die lijden aan Alzheimer, de meest voorkomende vorm van dementie, vaker bacteriën aangetroffen die verband houden met tandvleesaandoeningen dan in mensen zonder Alzheimer.

Een van de onderzoekers zegt dat de bacteriën van tandvleesaandoeningen kunnen doordringen tot de hersenen, en daar ontstekingen en hersenschade kunnen veroorzaken. De studie is gepubliceerd in de Journal of the American Geriatrics Society.

Tot zo ver het bericht in de Volkskrant.

Natuurlijk ben ik in zo’n bericht geïnteresseerd. Ik werk deels bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde in Amsterdam en voor een ander deel op een locatie voor oudere mensen met (vaak) dementie.

In de palliatieve zorg is bekend dat slechte mondzorg bij ouderen leidt tot ernstige infecties en tot een sterke achteruitgang van de kwaliteit van bestaan. Daarom is het zo jammer dat het belang van goede mondzorg bij ouderen (‘ze hebben toch alleen maar een kunstgebit’) zeer onvoldoende wordt ingezien.

Eén van mijn patiënten was bang dat hij dement zou worden, want hij had een infectie aan een wortel van een kies. Die kies zat in zijn bovenkaak. En, zo was zijn redenering, “als die infectie daar blijft zitten worden mijn hersenen aangetast. Dan word ik dus dement”. Het was een patiënt met autisme, en mensen met autisme houden er vaak zeer logische redeneringen op na. Zou deze logica inmiddels ook tot de University of California zijn doorgedrongen? 

Ik zou erg blij zijn als goede mondzorg wat hoger op de prioriteitenlijst van de zorg voor ouderen zou komen te staan. Toch verklaart dit onderzoek lang niet alles. Het is -zoals zo vaak bij dit soort redeneringen- de vraag wát nu wát veroorzaakt.

Poetsen mensen minder vaak omdat ze bezig zijn de grip op de wereld te verliezen? (zoals vaak gebeurt in de eerste fasen van dementie). Het plannen en organiseren lukt minder gemakkelijk. Dus kost het poetsen teveel energie (ook motorisch een lastige opdracht, tot 10 jaar zijn kinderen bijvoorbeeld niet in staat om zelfstandig goed hun tanden te poetsen).

Of ontwikkelen mensen met een slechte mondzorg inderdaad eerder dementie?

Daarnaast is bekend dat adequate prikkeling van het mondgebied (geen gemalen voedsel, maar knapperig eten) leidt tot meer alert zijn. Poetsen is ook zo’n adequate zorg voor het mondgebied.

Of  is er sprake van een én-én situatie: een wisselwerking tussen het één en het ander?

Fiets gestolen (1)

Ruim vijftig jaar fietsen we bijna dagelijks.
Samen zijn dat ruim honderd fietsjaren.

Ieder jaar worden er in Nederland naar schatting 800.000 fietsen gestolen.

Samen zijn we in het bezit van zes fietsen: twee werkfietsen, twee fietsen voor thuis, een stationsfiets en een reserve-fiets.

In die halve eeuw woonden en werkten we in totaal zo’n dertig jaar in Amsterdam. Daar schijnt de fiets bijna vogelvrij te zijn. Een vroegere collega van mij was daar in 25 jaar 24 keer zijn fiets kwijt geraakt. Ik weet niet of er een record fietsendiefstal in het Guiness Book of Records staat, anders zou hij vast hoog scoren.

Volgens de gemiddelden-statistieken moeten ook wij ook een groot aantal fietsen kwijt zijn geraakt door diefstal.

Naar de HBS ging ik op een Gazelle 1616123 (framenummer). Die fiets had ik nog toen ik in Amsterdam ging studeren. Daar werkte ik ook en op een bepaald moment zag ik dat de fiets werd meegenomen door de vuilophaaldienst die wrakken inzamelde. Ik kon het niet geloven, maar na de werkdag bleek het toch zo te zijn. Ik besloot dat de fiets inderdaad niet meer zo goed functioneerde en van mijn vakantie-werkgeld een nieuwe fiets te kopen…

De volgende fiets was een Benzo. Die kon je destijds persoonlijk ophalen bij de fabriek in Vlaardingen (kosten: 160 gulden). Daar karde ik dagelijks mee door Amsterdam. Ik had er allerlei christelijke stickers op geplakt. Een bij-effect was dat waarschijnlijk niemand op die fiets wilde zitten.

Een medestudent raakte tijdens zijn studie vijf fietsen kwijt. Maar mijn fiets bleef netjes op mij wachten. En dat terwijl ik langer over mijn studie deed… Ik had dus meer kans op een gestolen fiets.

Later is de Benzo -toen ik hem als reserve in gebruik had – ook een keer afgevoerd omdat hij te lang op een plek had gestaan, inclusief spinnewebben. Er kwam een sticker op: ‘Wrak’. Ik heb hem toch maar weer opgehaald.

Mijn meest beroemde fiets was de Raleigh (zie de foto op het blog van zondag): daar fietste ik bijna 25 jaar op en er stond 160.000 kilometer op de teller. Later verhuisde hij naar Amsterdam als stadsfiets. Hij stond op het fietsponton. Tijdens de winterse kou van 2o11 bleek het slot bevroren te zijn. Daarna brak ik mijn been en kon mij niet meer over de fiets ontfermen. Het gevolg was dat de Raleigh er meer dan 28 dagen kwam te staan. Dat mag niet. Hij werd dus afgevoerd door de gemeente Amsterdam. Hij is niet gestolen, maar wél afgevoerd. Ik kan hem terughalen, maar de fiets was inmiddels zó oud dat hij niet meer echt goed te herstellen was. Dus gun ik de Afac de eer.

Mijn Gazelle (na de Raleigh) is óók een keer meegenomen. Dat gebeurde bij het winkelcentrum in Julianadorp. Maar die heb ik terug gevonden in de bosjes. Daar hadden ze hem vermoedelijk verstopt om later het slot door te kunnen zagen.

De Multicycle, de Sparta en de volgende Gazelle zijn nooit ontvreemd geweest. Wel kabel ik ze altijd vast aan vaste straat-attributen, en soms ook wel eens met twee sloten.

Per saldo heb ik erg veel ‘geluk’ met mijn fietsen. Er werd wel eens eentje als wrak afgevoerd, maar de goede fietsen zijn altijd in de buurt gebleven.

Maar nu Tineke… Over haar fietsen gaat een volgend blog…

Daarover een volgend blog…

Van Almelo naar … (7)

Coevorden was voor het eerst vandaag een doel waar ik naar toe fietste. Maar waarheen leidt de weg die mijn Gazelle en ik nu verder moeten gaan?

Ooit heb ik bekeken welke stukjes Nederland ik nog niet befietst had. Dat deed ik met behulp van een landkaart. Van de 256 vakjes van 10 x 10 km. op het lands was alleen Schoonebeek leeg. Daarna heb ik dat weer goed gemaakt, maar ik heb daar nog maar één keer gefietst. Nu dus nog maar eens een tweede keer. 

Eerst fiets ik langs het Stieltjeskanaal. Dat heb ik ooit op school geleerd, maar ik had er eigenlijk geen voorstelling van. En als je dan even in de geschiedenis duikt stuit je op verrassende gegevens. Zie: http://www.dalerveen.com/page7.html. Nooit geweten dat de engelsen een kanaal wilden graven vanaf Dedemsvaart naar de Ems, om zo een binnenlandse scheepvaartverbinding te hebben tussen Amsterdam en Noord-Duitsland. In Drenthe zag men dit plan niet zitten, maar uiteindelijk werd er ten behoeve van de vervening en de afvoer van turf rond 1880 wel een kanaal tussen Coevorden en Nieuw-Amsterdam gegraven. Het werd genoemd naar Ir. T.J. Stieltjes, directeur van de Overijsselsche Kanaalmaatschappij. 

Schoonebeek leerde ik op school vanwege de vele jaknikkers die bijzonder vette olie boven de grond haalden. Maar ik kom geen ja-knikker tegen. Zijn deze apparaten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij de moderne vervangers van de jaknikkers? In ieder geval gaat de gele schuif steeds naar boven en weer naar beneden.

Ondertussen is het best warm geworden. Ik besluit beboomde wegen te gaan zoeken. Zo kom ik in Padhuis terecht. Daar staat een aantal mooie boerderijen in een lommerijk landschap. Maar tussen de bomen door wordt mijn oog getroffen door zich opstapelende onweerswolken in het zuidwesten. Er was zwaar onweer voorspeld, totnutoe valt de schade mee, maar ik weet niet wat er nog in aantocht is…

Daarom maken mijn Gazelle en ik een tamelijk abrupte knik naar het noordoosten, omdat ik op de fiets een eventueel onweer wil mijden, en ik daar zo nodig op de trein kan stappen.

Ik ben de baas (2)

Dictators vallen op.

Hoewel we vaak pas later, nadat ze vertrokken zijn, door hebben wat er precies speelde.

Dictators zijn gericht op het behouden en vergroten van macht. Ze willen de touwtjes in handen houden. Maar ook in kleiner verband, meer genuanceerd en meer verstopt, vind je mensen die voortdurend voor de boven-positie kiezen. Ze willen geen gelijkwaardig gesprek, ze willen volgelingen.

Je vindt ze in huwelijken, in vriendschappen, in kerken (sectes!), in bedrijven, in de zorg, in het onderwijs. Ze zijn er op uit om direct fouten bij de ander aan te wijzen. Regels en protocollen zijn heilig. Die regels maken het ook gemakkelijker om de ander te veroordelen. De regel is belangrijk, de relatie telt niet mee, daar kunnen ze namelijk niets mee.

Dat laatste geeft ook de wortel van deze problematiek aan. Die ligt in de eerste drie jaren van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Nog een paar kenmerken van mensen die de baas willen zijn en niet goed kunnen samenwerken:

Woordgebruik >

* “Ik had het kunnen weten”, “Altijd ben jij bezig met”, “N0oit wordt er hier”

* Veroordelend taalgebruik, het zoeken van de zondebok

* Bij verschil van mening een afgemeten en afgebeten stem en meestal ook harder praten.

Lichaamstaal >

* Vaak zichzelf groter maken (de vroegere leider van Noord-Korea had daarom extra verdikte zolen onder zijn schoenen)

* Veelvuldig met de vinger wijzen (letterlijk, maar ook figuurlijk: direct op zoek naar de schuldige)

Gezichtsuitdrukking >

* Bij verschil van mening opgetrokken wenkbrauwen

* Een indringend oogcontact 

* Regelmatig een vrij stijve, weinig sprekende mimiek

Natuurlijke neiging >

* Niet samenwerken maar vechten: de tegenstander moet uitgeschakeld worden

* Denken in zwart-wit schema’s: mensen zijn goed of mensen zijn fout. Iemand met een andere mening is fout.

* Als iemand een andere mening heeft wordt hij daar als persoon op afgerekend: er is niets goeds meer aan die persoon. Dat iemand een genuanceerde mening kan hebben wordt niet ingezien.

Zodra je deze kenmerken hoort of ziet moet er een waarschuwingslampje gaan branden: er is iets niet pluis!

Geen fietssiësta

In 1972 fietsten we van Amsterdam naar Denemarken en weer terug.
En dat op twee degelijke stadsfietsen van 160 gulden per stuk (oftewel zo’n 65 euro). Uiteraard zónder versnellingen (de foto is gemaakt in 1975, toen ik van mijn eerste salaris een Raleigh met drie versnellingen had gekocht).

De tocht eindigde op de terugweg in Varsseveld met een daverende klapband.  

Op het platteland van Denemarken was het die zomer erg heet.

De Denen spreken een wonderlijk Nederlands dialect wat we niet konden verstaan. Hoewel: het is geen spreken, maar mompelen. Maar lezen ging weer wel. Daar uit maakten we op dat de Denen één van de warmste zomers meemaakten van de afgelopen eeuw. Geen wonder dat we het best warm hadden.

Tussen 12 uur en 15 uur hielden we dan ook een fietssiësta. Fietsen in de brandende zon tussen de graanvelden was gewoon niet prettig meer en zou ook best gevaarlijk kunnen zijn.

Maar die fietssiësta zou op zaterdag 18 augustus 2012 in Nederland te kort zijn geweest. In bijna heel Nederland was het boven de 30 graden en rond Weert zelfs boven de 35 graden Celcius…