Pastorale nevenfunctie

Werkkamer SinterklaasDe afgelopen week was weer zo’n werkweek waarvan je denkt: “Ik hoop dat ik het allemaal red…” Maar zelfs met een extra ingezette werkdag was de achterstand aan het eind van de week groter dan aan het begin…

En dan liggen er ook nog vier lezingen voor de maand december te wachten. Ik heb natuurlijk wel in mijn hoofd wat ik ongeveer wil vertellen, maar de presentaties moeten ook nog te volgen zijn voor het ‘publiek’.

De werkweek eindigde met een pastorale bijbaan. Gisteravond mocht in een andere gedaante verschijnen op mijn werk. Ondanks deze vermomming weet ik zeker dat drie van de cliënten op de woningen mij herkend hebben…

Advertenties

Bijna-ongeluk (Fietsen door Sauerland 8, slot)

Het werd donker. Donkerfietsen is voor mij geen probleem. Tot enkele jaren geleden fietste ik zelfs hele nachten door. Maar na het ongeluk in Duitsland ben ik daarmee voorzichtiger geworden.

In Duitsland zijn weinig fietspaden. Bovendien zijnveel wegen nogal smal en onverlicht. En automobilisten zijn (zeker buiten de stad) nog niet echt op fietsers ingespeeld. Hoe zo’n weg er overdag uit kan zien kun je zien op de tweede foto. Er was op deze weg ‘toevallig’ die dag nog een meneer van de weg gehaald die hier in het donker 240 km. per uur reed (met een Porsche)… Dit type weg befietste ik deze avond. Het maakte dat ik me niet helemaal veilig voelde, maar ik zag in het donker ook geen alternatief…

Als je op de kaart kijkt (dat deed ik niet) zie je dat de stad Dortmund eigenlijk bestaat uit een enorme verzameling aan verstedelijkte dorpen in combinatie met een doolhof aan wegen en spoorlijnen. Hoe je door dat doorhof als fietser je weg moet vinden (de borden verwijzen doorgaans naar de autoweg) moet je als fietser zelf maar uitzoeken. Ik zie allerlei mij onbekende plaatsnamen met Do- er voor. Do-Sommerberg, Do-Berhofermark, Do-Banninghofen, Do-Hörde, Do-Hombruch.  Maar waar zou het centrum van Dortmund zijn? Op mijn richtinggevoel fiets ik over donkere wegen in de richting van waar ik vermoed dat het centrum van de grootste stad van het Ruhrgebiet moet zijn.

Bijna-ongeluk

Als ik een zijweg nader komt er een auto van rechts die van plan is om in te voegen. Ik fiets op de voorrangsweg, de automobilist remt af en ik denk dat hij mij gezien heeft. Dan opeens geeft hij vol gas. Ik zwenk naar links en kan daardoor een hardhandige aanrijding voorkomen. Dit bijna-ongeluk is tevens bijna een kopie van het ongeluk dat mij ruim 1½ jaar geleden over kwam: je fietst op de voorrangsweg, je denkt dat je gezien bent en dat de automobilist stopt en dan opeens geeft hij gas. Maar er is wél een verschil… Deze automobilist stopt alsnog, stapt uit, biedt meerdere malen zijn excuses aan, vraagt of ik erg geschrokken ben, of ik verder kan fietsen en of ik bij hem thuis een kopje koffie tegen de schrik wil nuttigen. Dat is heel wat anders dan die wegpiraat uit Zülpich die nooit meer iets van zich liet horen en om zichzelf vrij te pleiten zijn auto achteruit reed tot achter de stopstreep. 

Dortmund

Uiteindelijk kom ik via een brug over de Emscher in het oudere stadsgedeelte van Dortmund uit. De industrie rond de Emscher is bijna helemaal verdwenenen en maakt plaats voor parken, fietsroutes en moderne gebouwen. Verderop is het stadscentrum met uiteraard veel winkels. Omdat Dortmund in de oorlog bijna helemaal plat werd gebombardeerd is er weinig ouds meer over. Wat je op deze foto ziet is de Sankt Gertrudiskirche met een nagemaakt oud woonhuis. Er om heen is de bouwstijl van de gebouwen vergelijkbaar met het Rotterdam van 1960.

Vanaf station Dortmund Hbf rijdt een rechtstreekse trein in twee uur tijds naar Enschede.

Man met gebruiksaanwijzing

De één is er veel beter in dan de ander. In het zich een voorstelling maken van een situatie waar je niet bent.

Bijvoorbeeld: je wilt een boodschappenlijstje maken. Hoe maak je dat lijstje als je niet in de winkel bent? Voor sommige mensen is dat een koud kunstje. Ze slagen er zelfs in om de boodschappen in de volgorde van de schappen in de winkel op te schrijven.

Maar er zijn ook mensen die er grote moeite mee hebben om een lijstje je maken als ze ergens niet zijn. Vooral bij oudere mensen merk ik dat nogal eens. Ze zeggen: “Ik moet eigenlijk zélf naar de winkel, dan weet ik pas wat ik nodig heb”. Bij die mensen kan het helpen om te visualiseren. Bijvoorbeeld: door een aantal producten te laten zien die te koop zijn in de winkel (bijvoorbeeld op foto’s).

Gisteren had ik een bespreking over een oudere mevrouw die grote moeite heeft om te vertellen waar ze is geweest. Haar broer begrijpt daar niets van. “Ze kan toch gewoon vertellen dat ze een dagje in Amsterdam is geweest?”

Nee, dus: deze mevrouw heeft moeite met het zich kunnen verbeelden. Ze kan pas haar verhaal weer vertellen als ze de foto’s ziet. Via die foto’s kan ze zich weer haar dagje uit visueel voor de geest halen.

Ik heb dat verbeelden ook nodig. Vandaar dat ik erg veel opschrijf en vaak foto’s maak. Ze werken voor mij als geheugensteuntjes. Bovendien: als ik iets opschrijf kan ik het ook beter onthouden. Visuele informatie blijft bij mij veel beter hangen dan auditieve informatie.

Tineke heeft daar zelfs gebruik van gemaakt door een aantal dingen voor mij te visualiseren in de huishouding. Zoals foto’s van (de inhoud van) kasten op zolder en van de te bedienen knoppen van allerlei apparaten. Zodat ik me beneden kan voorstellen waar ik boven op zolder iets op kan zoeken… Of me kan verbeelden hoe de wasdroger aan- en uitgezet moet worden. 

Ik ben dus een man met een gebruiksaanwijzing. Gelukkig heeft Tineke dat redelijk door….

Fietsen door Sauerland (7): Schwerte

Aan de overkant van de Ruhr ligt Schwerte. Dit is niet meer Sauerland, maar de plaats hoort bij mijn fietsverhaal met onbekende bestemming.

De stad telt 47.000 inwoners. Al 20 jaar daalt dat aantal. Wel werd Schwerte in 2012 benoemd tot 100e Hanzestad in Duitsland. Wat voor nut dat heeft weet ik niet, maar het staat wel aardig op het bord.

Schwerte was één van de eerste Duitse steden die in de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd werd (in 1940). Tijdens een later bombardement kwamen 1700 inwoners om.

Rond de oude Sankt Victor overheerst de rust. Hoewel: er wordt in de schemer net een boom omgezaagd. Twee andere bomen (midden en rechts op de foto) zijn het project van wildbreiers geworden. 

Rustig de stad uit komen is er echter niet bij. In een lange rij rijden de auto’s kreuz und quer van oost naar west en van noord naar zuid. Ik bevind me hier dan ook in het dichtstbevolkte deel van Europa.   

Op de onderste foto zie je de autoweg van Dortmund naar Essen. De foto kon ik uit de hand nemen (1/15 seconde).

Disfunctionele gezinnen (10, slot)

Als je de kenmerken van disfunctionele gezinnen leest ga je misschien al snel denken dat jij ook uit zo’n gezin komt. Dat is hetzelfde verschijnsel als wanneer je leest over persoonlijkheidsstoornissen. We vertonen allemaal wel in zekere mate kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen. Om met mijn vroegere leermeester Prof. J.W. Van Hulst te spreken: “En wie dat ontkent, die liegt of kent zichzelf niet”.

Christelijke gezinnen

Het boek dat mij de meeste informatie heeft verschaft over disfunctionele gezinnen is: When love is not enough (Arterburn en Burns). We zijn geneigd om allerlei opvoedingsfouten en tekorten naar deze tijd toe te schrijven, maar volgens deze auteurs zijn er altijd disfunctionele gezinnen geweest. Ze noemen een aantal voorbeelden uit het Oude Testament. Maar ze schrijven ook dat er in onze tijd miljoenen gezinnen zijn die trekken vertonen van het disfunctionele gezin. Arterburn en Burns schrijven vanuit een christelijke achtergrond en ze signaleren deze kenmerken ook bij een aanzienlijk aantal christelijke gezinnen.

Een gevolg in zo’n gezin is dat het geloofsleven onder druk kan komen te staan: woede en pijn maken het vertrouwen in God en in de naaste moeilijk. Hoewel de rebellie van pubers dan lijkt op verzet tegen God merken de auteurs op dat het veel vaker gaat om een opstand tegen de onuitgesproken pijn in het gezin.

Alle gezinnen disfunctioneel?
Wie de kenmerken van disfunctionele gezinnen ziet stelt -zoals ik aan het begin van dit blog noemde – vanzelf ook een andere vraag: zijn niet àlle gezinnen disfunctioneel? Inderdaad maakt de gebrokenheid van de wereld dat alle gezinnen trekken van disfunctionaliteit vertonen. In ieder gezin kom je kenmerken uit de eerder geciteerde lijst tegen.

Niettemin vragen de auteurs extra aandacht voor die gezinnen die continu ontregeld zijn als gevolg van het niet goed kunnen functioneren van de gezinsleden ten opzichte van elkaar. Een criterium is daarbij hoe lang de symptomen voortduren en hoe ernstig de gevolgen zijn. Een gezin kan door een gebeurtenis van slag raken (ontslag, verhuizing, ziekte, kinderen in de puberteit), maar zich daarna weer herstellen.

Er zijn echter ook families waar de problemen chronisch zijn. “Zelfs toen ze 80 jaar werd gaf de dochter haar moeder nog de schuld van de problemen die ze in haar leven tegen kwam” (naar aanleiding van een cartoon van Peter van Straaten). Dat is wel erg chronisch: op je 80e jaar nog gebonden aan (en dus niet: verbonden met) je moeder…

Oplossingen
De oplossing om uit de spiraal van het disfunctionele gezin te komen lijkt eenvoudig, maar is in de praktijk een moeilijke opgave. Mensen moeten leren om met elkaar te communiceren zonder dubbele boodschap.
Aan ouders geven Arterburn en Burns de volgende opdrachten mee:
– luister goed naar je kinderen en vul niet van tevoren voor hén in (NIVEA: Niet Invullen Voor Een Ander)
– houd je aan je afspraken: beloofd is beloofd
– neem de stap naar gezinstherapie, want je kunt je eigen gezin niet uit het moeras trekken, je maakt er immers zelf onderdeel van uit.

Tenslotte
Er zijn veel disfunctionele gezinnen.
Toch is de werkelijkheid (iets) minder hard dan sommige auteurs ons vertellen. Er is geen sprake van een onafwendbaar noodlot waarbij ieder kind uit een disfunctioneel gezin levenslang verstrikt raakt in problemen. Er zijn ook veel kinderen die zich ondanks een belaste jeugd harmonieus ontwikkelen. Misschien kunnen we van hen nog het meeste leren: wat had je nodig zodat je als volwassenen buiten deze emotionele verstrikking wist te blijven?

Studeerkamerpraat


Ik bof maar weer. Ik heb de grootste kamer in ons huis.
Dat is mijn denkfabriek: de studeerkamer.
Het was de bedoeling dat ook al mijn boeken daar een plekje kregen. Ik heb er nogal veel, deels gekocht, voor een ander deel omdat ik vaak boeken recenseerde.

Maar toen bleek dat de houten vloer ging verzakken en dat de deur niet meer dicht kon. Daarom zijn er ook boeken naar de zolder gegaan.

Ons huis (ontworpen in de jaren ’30, gebouwd in 1940, het was crisis…) staat op zeven minuten lopen van het station van Alkmaar. Dat was één van de redenen om voor deze wijk te kiezen.

Toen ik deze foto nam was het nogal nevelig. De kantoorgebouwen bij het station (achter de bomen) zijn niet zichtbaar.

Op de voorgrond zie je nog nét een stukje van het groene dak. Dat hebben we vorig jaar aangelegd (boven de eetkeuken). Het scheelt aanzienlijk in de stookkosten (winter) en in de hitte (z0mer). Volgens de energie-nota hebben we dit jaar voor 250 euro minder ‘verbruikt’, zowel aan gas als aan electra  (met twee investeringen: zonnepanelen en een groen dak).

Disfunctionele gezinnen (9)

Als je de kenmerken van disfunctionele gezinnen leest ga je misschien al snel denken dat jij ook uit zo’n gezin komt. Dat is hetzelfde verschijnsel als wanneer je leest over persoonlijkheidsstoornissen. We vertonen allemaal wel in zekere mate kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen. Om met mijn vroegere leermeester Prof. J.W. Van Hulst te spreken: “En wie dat ontkent, die liegt of kent zichzelf niet”.

Christelijke gezinnen

Het boek dat mij de meeste informatie heeft verschaft over disfunctionele gezinnen is: When love is not enough (Arterburn en Burns). We zijn geneigd om allerlei opvoedingsfouten en tekorten naar deze tijd toe te schrijven, maar volgens deze auteurs zijn er altijd disfunctionele gezinnen geweest. Ze noemen een aantal voorbeelden uit het Oude Testament. Maar ze schrijven ook dat er in onze tijd miljoenen gezinnen zijn die trekken vertonen van het disfunctionele gezin. Arterburn en Burns schrijven vanuit een christelijke achtergrond en ze signaleren deze kenmerken ook bij een aanzienlijk aantal christelijke gezinnen.

Een gevolg in zo’n gezin is dat het geloofsleven onder druk kan komen te staan: woede en pijn maken het vertrouwen in God en in de naaste moeilijk. Hoewel de rebellie van pubers dan lijkt op verzet tegen God merken de auteurs op dat het veel vaker gaat om een opstand tegen de onuitgesproken pijn in het gezin.

Alle gezinnen disfunctioneel?
Wie de kenmerken van disfunctionele gezinnen ziet stelt -zoals ik aan het begin van dit blog noemde – vanzelf ook een andere vraag: zijn niet àlle gezinnen disfunctioneel? Inderdaad maakt de gebrokenheid van de wereld dat alle gezinnen trekken van disfunctionaliteit vertonen. In ieder gezin kom je kenmerken uit de eerder geciteerde lijst tegen.

Niettemin vragen de auteurs extra aandacht voor die gezinnen die continu ontregeld zijn als gevolg van het niet goed kunnen functioneren van de gezinsleden ten opzichte van elkaar. Een criterium is daarbij hoe lang de symptomen voortduren en hoe ernstig de gevolgen zijn. Een gezin kan door een gebeurtenis van slag raken (ontslag, verhuizing, ziekte, kinderen in de puberteit), maar zich daarna weer herstellen.

Er zijn echter ook families waar de problemen chronisch zijn. “Zelfs toen ze 80 jaar werd gaf de dochter haar moeder nog de schuld van de problemen die ze in haar leven tegen kwam” (naar aanleiding van een cartoon van Peter van Straaten). Dat is wel erg chronisch: op je 80e jaar nog gebonden aan (en dus niet: verbonden met) je moeder…