Dementie en depressie (2)

4. Bij een beginnend dementieel beeld zie je doorgaans een geleidelijke achteruitgang (hoewel ik ook wel eens iemand binnen één jaar alle fasen van de dementering heb zien doorlopen). Bij een depressief beeld kunnen de veranderingen zeer snel gaan. Een griep kan aanleiding zijn tot een vrijwel helemaal wegvallen van intitatief en tot een diepe somberheid.

5. Een lastig punt wordt gevormd door de mogelijkheid voor aandacht en concentratie. Doorgaans hebben mensen met een depressie ook op oudere leeftijd nog een redelijke mate van concentratie. Maar als ze moe zijn wordt dit vermogen sterk beperkt: dan lijkt het opeens of ze niets meer kunnen en ook weinig informatie meer vast kunnen houden. Dat geldt vooral voor ouderen die op jongere leeftijd al zeer prikkelgevoelig waren.

Bij mensen met een dementieel beeld zijn aandacht en concentratie bijna altijd verstoord. Dat is één van de basiskenmerken van dementie.

Als je in contact bent met oudere mensen waarbij gedacht wordt aan een dementieel beeld is het altijd belangrijk om ook iets van de voorgeschiedenis te weten. Als iemand vaker perioden van depressie heeft gehad is het belangrijk om de stemming mee te nemen bij het vormen van een oordeel. En als iemand altijd al problemen had met aandacht en concentratie moet je dat ook meewegen in je beoordeling van de huidige toestand.

Advertenties

Via Antwerpen (2)

Als je bij de grens aan de Westerschelde naar het noorden en westen kijkt ziet de wereld er fris en groen uit.

Kijk je naar het zuiden en oosten, dan zie je eindeloze bedrijventerreinen.

Even verderop eindigt het fietspad bij een autoweg die dwars door de Antwerpse haven voert. Gelukkig is er onlangs een nieuw fietspad langs deze weg aangelegd, zodat ik zonder al teveel gevaren een veilig heenkomen kan zoeken. Maar wat wél een gevaar is, dat zijn de obstakels op het fietspad. Een bord kun je natuurlijk niet verplaatsen, daar asfalteer je gewoon omheen!

Eigenlijk was ik van plan om een eindje het industriegebied binnen te fietsen en dan met de wind mee ten zuiden van de grens richting Breda te fietsen. Maar mijn plannen worden doorkruist door openstaande bruggen en door een hekwerk dat niet open gaat. De auto’s kunnen door de tunnel, maar hoe ik verder zou moeten fietsen: ik heb geen idee. Dus word ik uiteindelijk toch richting het centrum van Antwerpen gestuurd…

Autisme, zintuigen en de tandarts

In het intake-formulier dat ik heb geschreven voor de behandeling bij de tandarts wordt veel aandacht besteed aan de zintuigen.
Dat vind ik o.a. erg belangrijk bij de behandeling van mensen met autisme. Zij hebben naar verhouding vaak last van overgevoelige zintuigen (hypersensitiviteit). Ondergevoelige zintuigen komen trouwens ook voor (hypo-sensitiviteit). Dat kan erg gevaarlijk zijn, omdat het lichaam dan geen signalen voor gevaar afgeeft.

Gisteren was er een meisje in behandeling bij wie de overgevoeligheid een grote rol speelde. Ze kwam al binnen met de vingers in de oren. Ik hoorde eigenlijk geen storende geluiden, maar het kan best zo zijn dat zij last had van het geluid van de TL-balk.
Het was uit het intake-formulier al duidelijk geworden dat ze veel last heeft van fel licht. Ze mocht een zonnebril uitkiezen. Die zette ze vóórdat de lamp aan ging op. Dat scheelde in het schrik-effect.
Maar het meest cruciale is vaak het achterover kantelen van de stoel. Dat heeft te maken met het evenwicht (proprioceptie). Ik heb wel eens geturfd bij hoeveel patiënten (met een bijzondere zorgvraag) ik daar een schrikreactie zag. Ik kwam op ongeveer de helft uit. En zo’n schrikreactie kan er de aanleiding voor zijn dat je de rest van de behandeling wel kunt vergeten.

De schrikreactie kun je grotendeels voorkomen door de stoel van tevoren op een lagere stand te zetten. En anders is er natuurlijk altijd het aankondigen dat de stoel achterover gaat en/of het inschakelen van de patiënt (zelf de knop bedienen). Maar daarbij is het langzame tempo cruciaal. Voordat wat er wordt gezegd is omgezet in betekenis zijn er vaak al een reeks seconden voorbij.

Dementie en depressie (1)

Depressie en dementie kunnen op oudere leeftijd sterk op elkaar lijken.

Ze kunnen ook gelijktijdig voor komen. Iemand die begint te dementeren kan in diezelfde fase ook een depressief beeld laten zien.

Toch is het belangrijk om na te gaan of er niet meer sprake is van een depressie, dan van een dementieel beeld. Op mijn werk heb ik meerdere malen meegemaakt dat mensen die veel verschijnselen van dementie leken te vertonen duidelijk opknapten toen de depressie behandeld werd. Er was sprake van een schijndementie.

1. Het meest opvallende verschil tussen een beginnend dementieel beeld en een depressief beeld is dat mensen met een dementieel beeld hun onvermogen proberen te camoufleren. Als je hen een opdracht geeft is de eerste reactie dat ze aan de slag gaan of dat ze melden dat ze het best kunnen. Bij mensen met een depressief beeld zie je veel meer de aarzeling. Ze durven eigenlijk niet aan de opdracht te beginnen omdat ze bang zijn dat ze het niet kunnen.

Ouder worden 2. Bij een dementieel beeld zie je niet zoveel dat mensen klagen over het eigen functioneren. Ondanks hun toestand lijken ze soms zelfs opgewekt. In een TV-documentaire die onlangs werd uitgezonden was een oudere man te zien die voortdurend vrolijke gesprekken voerde. Met hem was niets aan de hand en bovendien had hij veel fantastische vriendinnen. Mensen met een depressief beeld laten veel meer lijdensdruk zien. Ze gaan gebukt onder het leven.

3. Mensen met een beginnend dementieel beeld hebben weinig moeite met overgangen. Ze stappen naar buiten alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Ze vergeten daarbij wel hun sleutels en trekken geen jas aan als het koud is. Mensen met een depressief beeld zien er ontzettend tegenop om een ‘overgang’ te maken. Ze kunnen er ’s morgens al tegenop zien dat ze aan het eind van de middag naar de brievenbus moeten.

(wordt vervolgd)

Nieuwe dubbeldekker

NS bouwt tientallen oude dubbeldekkers (met de harde groene banken en de krappe beenruimte) om tot moderne treinen.

Regelmatig had ik hem zien rijden. Maar het was me nooit gelukt om er een rit mee te maken. De gepimpte dubbeldekker.

Dinsdagmorgen zag ik hem in Obdam. Ik kon uit mijn trein stappen, het perron oversteken en even terugrijden naar Alkmaar, maar dat is niet de bedoeling van een werkdag.

Mijn geduld werd dus nog langer op de proef gesteld. Maar niet echt lang. Want ’s avonds stond hij er weer: op station Hoorn! Op de bovenste foto zie je de trein aan de buitenkant.

Van binnen ziet hij er fris en fruitig uit. En let bijvoorbeeld eens op de deurknoppen. Van echt nepgoud. Dat hebben we thuis niet.

Nu mocht ik eindelijk een ritje maken met deze oude nieuwe dubbeldekker. Terug naar huis. De krant heb ik deze keer onderweg niet gelezen… 

Via Antwerpen (1)


Nee, deze keer maak ik er geen lang verslag van. En ook geen 13 afleveringen, zoals in de serie van Almelo naar Veendam.
Het wordt een beknopte fotoreportage met weinig toelichting. Waar fietste Henk50 zaterdag?

Henk50 was ’s morgens vroeg in de trein gestapt en om 10 uur was hij op station Kruiningen-Yerseke. Mocht je vanuit dat station Yerseke binnen willen lopen, dan heb je nog een aardige wandeling voor de boeg. Deze vissersplaats is in geen velden of wegen te bekennen.
Henk50 had geen idee waar hij naar toe zou fietsen, maar hij besloot eerst maar eens de Westerschelde op te zoeken. Zo belandde hij op de weg van Rilland naar Bath. Dat klinkt engels, maar het is gewoon een Nederlands dorp met vier straten, een kerk en een café. Bath is niet zo bekend, het Nauw van Bath is bekender. Hier maakt de smalle vaargeul in de Schelde een scherpe knik. De schepen komen vlak langs de kust. Dat is een mooi gezicht, dus ik bleef hier een tijdje steken…

Bath ligt bijna tegen de Belgische grens aan en de Belgen hebben hun best gedaan om een kilometers brede strook land (van ruim 20 km. lengte) langs de Westerschelde, precies tot aan de grens met Nederland, helemaal om te ploegen en te veranderen in bedrijfsterrein. Op de onderste foto zie je de skyline van die terreinen.