Maart cursusmaand: er moet niets…

De maand maart is overvol gepland met lezingen en cursussen die ik allemaal nog moet voorbereiden. ‘Overvol’ is misschien wat teveel gezegd: het komt bij het gewone werk en dat maakt toch dat de agenda nogal klem komt te zitten.

Helaas heb ik lang niet altijd zelf in de hand wanneer er iets gepland wordt, je rolt er dan dus gewoon in, maar dat klopt niet altijd met de eigen agenda.

Omdat ik pas vanaf 4 uur afspraken heb staan stort ik me dus maar eens op de voorbereiding van al die hobbels.

Vandaag ben ik bezig met ‘de rol van de orthopedagoog in de behandeling bij de tandarts of de mondhygiënist’ (volgende week). En daarnaast met ‘Hechting en Gentle Teaching’ (eind maart). Opvallend is dat er bij beide thema’s een rode draad door het verhaal loopt. Het is het thema van de verbondenheid. Eigenlijk wil ik ook iets ontwikkelen als Gentle Dentistry.  

We leven in de wereld van het moeten. Maar om je ergens thuis te kunnen voelen moet er nu juist helemaal niets. Ja, er moet één ding: je moet er mogen zijn.

Dat er mogen zijn staat in de hele samenleving onder druk. Ik zie het om mij heen in de zorg steeds weer. Je loopt binnen bij de cliënt als er iets moet: er moet iets gebeuren. Je bent activiteitenbegeleider: dus je moet iets doen. Je bent tandarts, dus nu moet er iets gebeuren.

Natuurlijk moet er iets gebeuren, want praatjes vullen (zoals al in een eerder blog gezegd) geen gaatjes. Maar als het iets moeten volledig in de plaats komt van het er mogen zijn zet dat de relatie en daarmee de behandeling van kwetsbare mensen onder druk…

Daar ga ik vandaag nog wat mee verder…

Daarbij zet ik eerst maar eens de Powerpoint in elkaar, die vormt vervolgens de kapstok voor wat ik wil gaan vertellen.

Spoorfietsen in het Ruhrgebiet: de video

Als je deze code aanklikt kun je met mij meefietsen over de brug over het Rhein-Hernekanal:  http://youtu.be/SgxO_lwr5ck

In het Ruhrgebiet zijn in de afgelopen jaren tientallen spoorlijnen verdwenen. Dat zijn vooral spoorlijnen die bedoeld waren voor het goederenverkeer. Omdat de bedrijven er niet meer zijn werden ook de spoorlijnen overbodig.

Inmiddels profileert het dichtstbevolkte gebied van Europa zich steeds meer als een toeristische trekpleister. Er zijn veel culturele manifestaties, oude industrie werd nu industriëlle Kultur, een deel van die industrie kreeg een nieuwe toeristische bestemming én: spoorlijnen werden fietspaden.

Valt er dan in het Ruhrgebiet te fietsen? In de steden valt dat (nog) tegen: er is te weinig infrastructuur voor de fietser. Maar die oude spoorlijnen bieden prachtige fietsroutes door vaak groene terreinen, waardoor je zelfs groen kunt fietsen tot in het hart van de stad Essen (600.000 inwoners).

Op deze video fiets ik over twee bruggen van het Rhein-Herne Kanaal, de eerste is de originele spoorbrug, de tweede is een nieuw ontworpen brug. Rechts zie je de 118 meter hoge Gasometer bij Oberhausen die inmiddels een spectaculaire toeristische herbestemming heeft gekregen.

Het is nog even wennen om tijdens de klim ook het fototoestel goed in de hand te houden, het beeld is daardoor niet zo stabiel. En tijdens de afdaling krijg ik ook nog eens een hond voor mijn wielen.

De onderste foto maakte ik een paar jaar geleden vanaf de Gasometer. Moet je eens zien hoe groen het (hart van het!) Ruhrgebiet is!

Spoorfietsen

Kennen jullie dat gevoel?

Als je thuis bent wil je weg.
En als je weg bent wil je toch ook weer graag thuis zijn.
Want zoals het klokje thuis tikt tikt het nergens.
Overigens hoor ik dat klokje niet meer tikken: mijn gehoor is teveel achteruit gegaan…

In ieder geval was ik weer eens aan het fietsen in Duitsland, van Duisburg via Mühlheim naar Essen en terug naar Duisburg via Bottrop (70 km.).

Dwars door het Ruhrgebied, maar vaak heel erg rustig en midden in de natuur.

Meestal over oude spoorlijnen die zijn omgebouwd tot fietspad.

Disfunctionele gezinnen (3)

Wat zijn belangrijke kenmerken van het disfunctionele gezinnen? Vier eigenschappen op een rijtje…

1. De gezinsleden proberen onafhankelijk van elkaar te functioneren. Het liefst gaan ze hun eigen gang. Deze onafhankelijkheid is geen gezond emotioneel verschijnsel, maar een gevolg van het feit dat men zich bij elkaar niet veilig voelt. Men mijdt dus elkaar. De gezinsleden zijn zeer kritisch tegenover elkaar. Iedereen heeft het gevoel dat hij of zij op eieren moet lopen. De vlam kan zomaar weer in de pan slaan, iedere opmerking kan verkeerd uitpakken. Er zijn ook kinderen die jarenlang het contact met de familie verbreken.

2. Hoewel de onderlinge band tussen de gezinsleden zwak is wijt men de problemen aan de boze buiten-wereld. “We wonen in een slechte buurt, de onderwijzer begrijpt ons kind niet, de buren gedragen zich negatief, de mensen in de kerk zijn achterbaks, de hulpverlening deugt niet”. De kinderen krijgen vaak een boodschap mee om anderen niet te vertrouwen: “Blijf maar uit de buurt. Je weet hoe Oom Gerard is”.

3. Onderling wordt er tussen de gezinsleden weinig informatie uitgewisseld. Toch denkt, voelt en spreekt men voor elkaar. Gezinsleden vullen in hoe de ander denkt en voelt zonder de ander gesproken te hebben. Vaak verwijt men elkaar dat er geen contact gezocht wordt. Mevrouw Veenstra verwijt haar broer dat hij nooit op bezoek komt terwijl zij ook nooit het initiatief heeft genomen om hem op te zoeken.

4. In disfunctionele gezinnen is veel vaker dan in andere gezinnen sprake van psychische en psychosomatische klachten. Vaak zijn meerdere kinderen in het gezin om psychosociale redenen ‘in therapie’. Er is veel vaker dan in andere gezinnen sprake van vage lichamelijke klachten, die bovendien slecht behandelbaar blijken te zijn (bijv. moeilijk instelbare diabetes, allerlei vage hartklachten, langdurige rugklachten zonder duidelijke medische oorzaak).

Bedpoes


Vanwege haar sociaal-emotionele ontwikkelingsniveau heeft Poes nog geen eigen geweten.

Toch spreken we haar af en toe aan op gedragingen die niet door de huisbeugel kunnen.

Een deel van die door ons niet gewenste gedragingen is overigens inmiddels verdwenen. Niet zozeer omdat Poes inmiddels precies weet wat er wél en wat er niet mag. Maar omdat ze te oud is geworden. Ze kán bijvoorbeeld gewoon niet meer op het aanrecht springen: het is te hoog voor onze bejaarde Poes.

Maar af en toe knijp ik een oogje dicht. Bijvoorbeeld als Poes in een bed gaat liggen. Dat ziet er gewoon té schattig uit…

Disfunctionele gezinnen (1)

Op verzoek in de herhaling: het thema van de disfunctionele gezinnen.

In de jaren ’70 ontdekte men dat er in gezinnen waar één van de ouders verslaafd was aan alcohol vaak sprake was van vaste gezinspatronen. De gezinsleden pasten hun leven aan aan het onder één dak moeten leven met een alcoholist (bijv.: in het weekend geen vriendjes, want dan dronk vader extra veel; als de moeder alcoholiste was deed vader de boodschappen). Over het alcoholmisbruik werd in huis en naar buiten toe gezwegen.

Er vond dus geen confrontatie plaats met de feitelijke oorzaak van de problemen en de pijn werd niet benoemd. Opvallend was dat de kinderen uit het gezin later vaak eveneens een relatie kregen met een partner die verslaafd was of verslaafd raakte.

Recenter onderzoek toont aan dat deze patronen zich ook in andere gezinnen voor doen. Kenmerkend is de dwangmatige manier waarop de gezinsleden proberen om de onderhuidse emotionele pijn in hun leven maar niet te hoeven voelen.

We noemen deze families: disfunctionele gezinnen. En- net als bij alcoholverslaving- zien we dat de problemen zich vaak van generatie op generatie voortslepen.

Onderlinge afhankelijkheid

Typerend voor disfunctionele gezinnen is de onderlinge afhankelijkheid (codependency), die in schril contrast staat met de onderlinge verbondenheid die kenmerkend is voor gezonde gezinnen. Vanwege hun chronische emotionele pijn zoeken de gezinsleden naar manieren om te kunnen overleven.

Om zo min mogelijk pijn te ervaren raakt men in de ban van het ‘moeten’. Altijd aan het werk, alles doen om maar aardig gevonden te worden, dwangmatige gedachten en handelingen, perfectionisme.

Binnen het gezin valt vooral de spanning op, relaties zijn eigenlijk altijd beladen. Een kind probeert het maximale te presteren, maar het is toch niet goed genoeg. Een gezinslid moet zijn excuses aanbieden, maar op het moment dat hij dat doet volgen weer nieuwe eisen.

Ook naar buiten toe valt vaak de kritische toon op: het is nooit goed genoeg.

Ondanks alle goede bedoelingen

Zijn de ouders in deze gezinnen niet aardig? Zijn ze erop uit om hun kinderen tekort te doen? Vaak gaat het om goedwillende ouders die er alles voor over hebben om hun kinderen een fijn leven te bieden.

Het probleem is dat de ouders ‘van binnen’ niet gelukkig kunnen zijn. Ze willen persé gelukkig worden, volgend jaar gaat alles beter, maar ze bereiken dat doel (op deze manier) niet.

Naar buiten toe lijkt vaak alles goed, van binnen functioneert het gezin als een minimaal ingericht huis. Niet door verkeerde bedoelingen van de ouders, maar vanwege het onvermogen om lief en leed met elkaar te delen.

Autisme en kleuren

Mensen met autisme zijn meestal uitgesproken beelddenkers.

Maar mensen met autisme hebben ook vaak de neiging om woorden letterlijk te nemen.

Als je de combinatie van die twee eigenschappen maakt zou je kunnen verwachten dat een autistische automobilist denkt dat op deze weg (alleen) rode auto’s geen zwarte auto’s in mogen halen.

Voor de zekerheid heeft de wegbeheerder er dus ook maar een toelichting onder geplaatst…