Fiets gestolen (1)

Ruim vijftig jaar fietsen we bijna dagelijks.
Samen zijn dat ruim honderd fietsjaren.

Ieder jaar worden er in Nederland naar schatting 800.000 fietsen gestolen.

Samen zijn we in het bezit van zes fietsen: twee werkfietsen, twee fietsen voor thuis, een stationsfiets en een reserve-fiets.

In die halve eeuw woonden en werkten we in totaal zo’n dertig jaar in Amsterdam. Daar schijnt de fiets bijna vogelvrij te zijn. Een vroegere collega van mij was daar in 25 jaar 24 keer zijn fiets kwijt geraakt. Ik weet niet of er een record fietsendiefstal in het Guiness Book of Records staat, anders zou hij vast hoog scoren.

Volgens de gemiddelden-statistieken moeten ook wij ook een groot aantal fietsen kwijt zijn geraakt door diefstal.

Naar de HBS ging ik op een Gazelle 1616123 (framenummer). Die fiets had ik nog toen ik in Amsterdam ging studeren. Daar werkte ik ook en op een bepaald moment zag ik dat de fiets werd meegenomen door de vuilophaaldienst die wrakken inzamelde. Ik kon het niet geloven, maar na de werkdag bleek het toch zo te zijn. Ik besloot dat de fiets inderdaad niet meer zo goed functioneerde en van mijn vakantie-werkgeld een nieuwe fiets te kopen…

De volgende fiets was een Benzo. Die kon je destijds persoonlijk ophalen bij de fabriek in Vlaardingen (kosten: 160 gulden). Daar karde ik dagelijks mee door Amsterdam. Ik had er allerlei christelijke stickers op geplakt. Een bij-effect was dat waarschijnlijk niemand op die fiets wilde zitten.

Een medestudent raakte tijdens zijn studie vijf fietsen kwijt. Maar mijn fiets bleef netjes op mij wachten. En dat terwijl ik langer over mijn studie deed… Ik had dus meer kans op een gestolen fiets.

Later is de Benzo -toen ik hem als reserve in gebruik had – ook een keer afgevoerd omdat hij te lang op een plek had gestaan, inclusief spinnewebben. Er kwam een sticker op: ‘Wrak’. Ik heb hem toch maar weer opgehaald.

Mijn meest beroemde fiets was de Raleigh (zie de foto op het blog van zondag): daar fietste ik bijna 25 jaar op en er stond 160.000 kilometer op de teller. Later verhuisde hij naar Amsterdam als stadsfiets. Hij stond op het fietsponton. Tijdens de winterse kou van 2o11 bleek het slot bevroren te zijn. Daarna brak ik mijn been en kon mij niet meer over de fiets ontfermen. Het gevolg was dat de Raleigh er meer dan 28 dagen kwam te staan. Dat mag niet. Hij werd dus afgevoerd door de gemeente Amsterdam. Hij is niet gestolen, maar wél afgevoerd. Ik kan hem terughalen, maar de fiets was inmiddels zó oud dat hij niet meer echt goed te herstellen was. Dus gun ik de Afac de eer.

Mijn Gazelle (na de Raleigh) is óók een keer meegenomen. Dat gebeurde bij het winkelcentrum in Julianadorp. Maar die heb ik terug gevonden in de bosjes. Daar hadden ze hem vermoedelijk verstopt om later het slot door te kunnen zagen.

De Multicycle, de Sparta en de volgende Gazelle zijn nooit ontvreemd geweest. Wel kabel ik ze altijd vast aan vaste straat-attributen, en soms ook wel eens met twee sloten.

Per saldo heb ik erg veel ‘geluk’ met mijn fietsen. Er werd wel eens eentje als wrak afgevoerd, maar de goede fietsen zijn altijd in de buurt gebleven.

Maar nu Tineke… Over haar fietsen gaat een volgend blog…

Daarover een volgend blog…

Advertenties

Van Almelo naar … (7)

Coevorden was voor het eerst vandaag een doel waar ik naar toe fietste. Maar waarheen leidt de weg die mijn Gazelle en ik nu verder moeten gaan?

Ooit heb ik bekeken welke stukjes Nederland ik nog niet befietst had. Dat deed ik met behulp van een landkaart. Van de 256 vakjes van 10 x 10 km. op het lands was alleen Schoonebeek leeg. Daarna heb ik dat weer goed gemaakt, maar ik heb daar nog maar één keer gefietst. Nu dus nog maar eens een tweede keer. 

Eerst fiets ik langs het Stieltjeskanaal. Dat heb ik ooit op school geleerd, maar ik had er eigenlijk geen voorstelling van. En als je dan even in de geschiedenis duikt stuit je op verrassende gegevens. Zie: http://www.dalerveen.com/page7.html. Nooit geweten dat de engelsen een kanaal wilden graven vanaf Dedemsvaart naar de Ems, om zo een binnenlandse scheepvaartverbinding te hebben tussen Amsterdam en Noord-Duitsland. In Drenthe zag men dit plan niet zitten, maar uiteindelijk werd er ten behoeve van de vervening en de afvoer van turf rond 1880 wel een kanaal tussen Coevorden en Nieuw-Amsterdam gegraven. Het werd genoemd naar Ir. T.J. Stieltjes, directeur van de Overijsselsche Kanaalmaatschappij. 

Schoonebeek leerde ik op school vanwege de vele jaknikkers die bijzonder vette olie boven de grond haalden. Maar ik kom geen ja-knikker tegen. Zijn deze apparaten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij de moderne vervangers van de jaknikkers? In ieder geval gaat de gele schuif steeds naar boven en weer naar beneden.

Ondertussen is het best warm geworden. Ik besluit beboomde wegen te gaan zoeken. Zo kom ik in Padhuis terecht. Daar staat een aantal mooie boerderijen in een lommerijk landschap. Maar tussen de bomen door wordt mijn oog getroffen door zich opstapelende onweerswolken in het zuidwesten. Er was zwaar onweer voorspeld, totnutoe valt de schade mee, maar ik weet niet wat er nog in aantocht is…

Daarom maken mijn Gazelle en ik een tamelijk abrupte knik naar het noordoosten, omdat ik op de fiets een eventueel onweer wil mijden, en ik daar zo nodig op de trein kan stappen.

Ik ben de baas (2)

Dictators vallen op.

Hoewel we vaak pas later, nadat ze vertrokken zijn, door hebben wat er precies speelde.

Dictators zijn gericht op het behouden en vergroten van macht. Ze willen de touwtjes in handen houden. Maar ook in kleiner verband, meer genuanceerd en meer verstopt, vind je mensen die voortdurend voor de boven-positie kiezen. Ze willen geen gelijkwaardig gesprek, ze willen volgelingen.

Je vindt ze in huwelijken, in vriendschappen, in kerken (sectes!), in bedrijven, in de zorg, in het onderwijs. Ze zijn er op uit om direct fouten bij de ander aan te wijzen. Regels en protocollen zijn heilig. Die regels maken het ook gemakkelijker om de ander te veroordelen. De regel is belangrijk, de relatie telt niet mee, daar kunnen ze namelijk niets mee.

Dat laatste geeft ook de wortel van deze problematiek aan. Die ligt in de eerste drie jaren van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Nog een paar kenmerken van mensen die de baas willen zijn en niet goed kunnen samenwerken:

Woordgebruik >

* “Ik had het kunnen weten”, “Altijd ben jij bezig met”, “N0oit wordt er hier”

* Veroordelend taalgebruik, het zoeken van de zondebok

* Bij verschil van mening een afgemeten en afgebeten stem en meestal ook harder praten.

Lichaamstaal >

* Vaak zichzelf groter maken (de vroegere leider van Noord-Korea had daarom extra verdikte zolen onder zijn schoenen)

* Veelvuldig met de vinger wijzen (letterlijk, maar ook figuurlijk: direct op zoek naar de schuldige)

Gezichtsuitdrukking >

* Bij verschil van mening opgetrokken wenkbrauwen

* Een indringend oogcontact 

* Regelmatig een vrij stijve, weinig sprekende mimiek

Natuurlijke neiging >

* Niet samenwerken maar vechten: de tegenstander moet uitgeschakeld worden

* Denken in zwart-wit schema’s: mensen zijn goed of mensen zijn fout. Iemand met een andere mening is fout.

* Als iemand een andere mening heeft wordt hij daar als persoon op afgerekend: er is niets goeds meer aan die persoon. Dat iemand een genuanceerde mening kan hebben wordt niet ingezien.

Zodra je deze kenmerken hoort of ziet moet er een waarschuwingslampje gaan branden: er is iets niet pluis!

Geen fietssiësta

In 1972 fietsten we van Amsterdam naar Denemarken en weer terug.
En dat op twee degelijke stadsfietsen van 160 gulden per stuk (oftewel zo’n 65 euro). Uiteraard zónder versnellingen (de foto is gemaakt in 1975, toen ik van mijn eerste salaris een Raleigh met drie versnellingen had gekocht).

De tocht eindigde op de terugweg in Varsseveld met een daverende klapband.  

Op het platteland van Denemarken was het die zomer erg heet.

De Denen spreken een wonderlijk Nederlands dialect wat we niet konden verstaan. Hoewel: het is geen spreken, maar mompelen. Maar lezen ging weer wel. Daar uit maakten we op dat de Denen één van de warmste zomers meemaakten van de afgelopen eeuw. Geen wonder dat we het best warm hadden.

Tussen 12 uur en 15 uur hielden we dan ook een fietssiësta. Fietsen in de brandende zon tussen de graanvelden was gewoon niet prettig meer en zou ook best gevaarlijk kunnen zijn.

Maar die fietssiësta zou op zaterdag 18 augustus 2012 in Nederland te kort zijn geweest. In bijna heel Nederland was het boven de 30 graden en rond Weert zelfs boven de 35 graden Celcius…

Ik ben de baas (1)

Het voortdurend kiezen voor de boven-positie (de ouder-positie) of voor de onder-positie (de kind-positie) zijn kenmerkend voor onvolwassen en disfunctionele communicatie.
Bij volwassen communicatie gaat het om gelijkwaardig communiceren, om geven en nemen.

Er zijn allerlei namen voor mensen die de touwtjes persé in handen willen blijven houden. Eén van de namen is de betweter. Hij weet het beter dan de ander. Als je een betweter langdurig de macht geeft werkt die macht ook zeer verslavend.

Deze maand verschijnt een boek over Erich Honecker, geschreven door één van zijn medewerkers (Lothar Herzog). Onthullend is in dat boek hoe die verslaving aan macht werkt. Voor Honnecker telden persoonlijke relaties niet, hij was niet geïnteresseerd in mensen, hij wilde de macht, de controle over iedereen. Dat maakte hem ook paranoia met als gevolg dat veel vermeende tegenstanders in Stasi-gevangenissen belandden.

Je ziet deze gang van zaken bij alle dictaturen. Het maakt niet uit: fascistische en communistische dictaturen, landen waar de islam-fundamentalisten het voor het zeggen hebben, maar ook in op het oog niet-ideologische dictaturen waar één machthebber bijna alle macht heeft. De regel is belangrijk, het menselijke aspect, de relatie, telt niet.

Daarnaast is het voor deze machthebbers overduidelijk wie de vijand is. Voor Honecker waren dat de imperialisten, voor Pinochet de communisten, voor Mahmoud Ahmadinejad is dat Israël en soms zelfs het hele Joodse volk. Je kunt eigenlijk altijd al uit het taalgebruik herleiden hoe deze leiders functioneren. Het vijanddenken bepaalt de retoriek.

Bij dictators die zichzelf zien als grote leiders zie je dat de vijand ook nog sterk kan wisselen. Zo wispelturig als de grote leider is, zo snel kan de vijand wisselen. Het doet opvallend sterk denken aan de kenmerken van een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Die sterke wisselingen zag je bijvoorbeeld bij Muammar Kadafi voor wie een vriend op slag een vijand kon worden en omgekeerd.

Trouwens, voor wie kennis heeft van persoonlijkheidsstoornissen: het gedrag van dictators vormt bijna altijd een treffende illustratie bij dit thema uit de psychiatrie… 

Maar ook op meer subtiele wijze zijn allerlei mensen er op uit om controle over anderen te houden. Daarover in een volgend blog meer…

Zonsondergang bij Obdam

Het bleef nog lang warm.

Prima weer voor een rondje fietsen door Noord-Holland.

De trein naar vanuit Hoorn (vertrektijd 20.50 uur) naar Alkmaar (en daarna via Beverwijk en Haarlem naar Amsterdam) passeert het dorp Zuidermeer.

Even later (en 3 km. verder naar het westen) rijdt de trein het station van Obdam binnen. De telelens weet nog nét de trein te vangen.

De zon neemt ondertussen afscheid van de dag.

Zeilend van Urk naar Enkhuizen


Hij stond al twee jaar op mijn verlangslijstje van veerdiensten (zie: http://www.voetveren.nl/sub-overzicht/detail/NH-0006.htm ).
Maar gisteren was het eindelijk zo ver.
We staken het IJsselmeer over met de Willem Barentsz.

Je kunt in de zomer van Urk naar Enkhuizen varen met de motorboot. Daar heb ik ook een zwak voor, want ik heb iets met veerdiensten. Maar met die boot was ik al een paar keer het water over gestoken. Nu was het dus hoogste tijd om het zeilende veer te ‘nemen’. Dat deden we om onze trouwdag te vieren (je kunt deze boot overigens ook huren als trouwlocatie, maar daar was het na 39 jaar wat te laat voor).

Tegen alle weersverwachtingen in was het bewolkt, maar daardoor ook wat aangenamer van temperatuur. Om kwart over drie verlieten we op de motor de haven van Urk. Daarna was het tijd om de zeilen te hijsen. Er valt heel wat te hijsen, want dit schip heeft een zeiloppervlak van 550 vierkante meter.

We hadden schuin de wind mee, waardoor het grootste deel van de overtocht op windkracht kon worden uitgevoerd. Dat bleek voor ons een heerlijke vorm van onthaasten te zijn.

Dankzij het redelijk heldere weer konden we vér kijken, met links de kust van Flevoland (Lelystad), in de verte vóór ons de dijk Enkhuizen-Lelystad, dan de contouren van Enkhuizen en rechts van ons Gaasterland.

De Willem Barentsz is met zijn bijna 50 meter lengte één van de grootste zeilschepen van Nederland. Het schip werd in 1931 gebouwd in Waterhuizen (Groningen) en voer vooral als vrachtschip op de Oostzee. Zo’n schip heet een driemasttopzeilschoener (een leuk woord voor galgje).

Na twee uur varen werd de motor weer ingezet om wat meer vaart te maken. Het onthaasten was afgelopen. De zeilen moesten weer netjes op hun plek opgerold worden (daar is natuurlijk een schippersterm voor, maar die weet ik niet).

Na drie uur zetten we voet (en fietswiel) aan wal in Enkhuizen. Daar lagen drie veerboten gezamenlijk aan de kade bij het station (zie de onderste foto: de historische veerboot Friesland die naar Medemblik vaart, het motorveer naar Urk en links de Willem Barentsz).

Als je nog met de schipper mee wilt overvaren: dat kan deze zomer alleen nog komende week. Daarna zul je tot volgend jaar moeten wachten.