Poes en vakantie

Poes in stoelOok Poes hoort bij de ouderen. Ze is inmiddels ruim 18 jaar oud en dat is voor een Poes best een redelijke leeftijd.

“Heeft Poes jullie vakantie overleefd?” was één van de vragen van weblog-lezers. Welnu: Poes was direct na onze vakantie zeer nadrukkelijk aanwezig. Alsof ze de aandacht die ze (ondanks de goede zorg van de buurvrouw had gekregen) in wilde halen.

Maar… Poes wilde niet op schoot. Omdat wij haar hadden verlaten wilde ze nu wel eens laten zien dat ze ons ook in ons sop gaar kon laten koken.

Dat veranderde een dag later, nadat de Baas Poes geborsteld had. Er kwamen voldoende haren vanaf om zo ongeveer een poezentrui te kunnen breien.

Dankzij deze borsteltherapie werd het contact helemaal hersteld. Binnen een paar minuten zat Poes bij de Baas op schoot. En daarna moest ook de schoot van het vrouwtje uitgeprobeerd worden…

Advertenties

Het gaat allemaal een beetje langzamer (1)

Over tempo, tijd en ouderen…

1. Verwerken van auditieve informatie

Eén van de knelpunten in de omgang met ouderen is het tempo. Naarmate mensen ouder worden gaat de tijd tussen waarnemen en betekenis-verlenen langer duren. Dat betekent ook dat hen van alles overkomt. De stappen van het kunnen volgen en daardoor kunnen herkennen vragen meer tijd.
Vooral het verwerken van auditieve (en dus vluchtige) informatie kost bij ouderen vaak meer tijd. Het kan een aantal seconden tot zelfs minuten duren voordat iemand aan datgene wat hij gehoord heeft betekenis heeft kunnen verlenen.

Weet u ook waar mevrouw de Vries is? vraag ik aan een mevrouw in de gang van het verzorgingshuis. De mevrouw zet haar rollator stil. Ze kan niet tegelijk luisteren, nadenken en lopen. Daarna moet ik mijn vraag nog een keer herhalen. Op precies dezelfde manier, anders komt er weer nieuwe informatie bij. Het duurt nog zeker 30 seconden. Dan zegt de mevrouw: “Net was ze in de koffiekamer”.

Als er aan ouderen een vraag wordt gesteld en direct daarna komt er weer nieuwe informatie binnen, dan verstoort dat de oude informatie. Daardoor kunnen mensen gedesoriënteerd raken. Het hoofd raakt vol en nieuwe informatie kan er niet meer bij. Ik vergelijk dat wel eens met een verstopte gootsteen. Op een gegeven ogenblik loopt de wasbak over. Dan zul je toch echt een tijdje moeten wachten om de informatiestroom weer mogelijk te maken.

Ten onrechte wordt door mensen die niet voldoende op de hoogte zijn van deze op zichzelf normale ontwikkeling bij ouderen vaak gedacht dat dit gedrag een gevolg is van dementering. Allerlei mensen met deze kenmerken worden via sociale media en gesprekken dement genoemd. Hier wreekt zich de onvoldoende kennis in de samenleving van de normale veroudering. De genoemde kenmerken zijn zelden een gevolg van dementering, want als de omgeving zich aanpast aan het tragere tempo dat de oudere nodig heeft blijkt opeens dat hij of zij weer opvallend goed grip kan hebben op de situatie.

Veel ouderen geven aan dat ze jonge begeleiders niet goed kunnen verstaan. In reactie hier op gaan begeleiders vaak harder praten. Maar dat is meestal niet nodig. Communiceren met ouderen vraagt vooral om langzamer spreken.

Vakantie in Kampen: fotoreportage

IJsseldijk naar WelsumTwee weken vakantie in Kampen.
Wat moet je dáár nu doen?” was de reactie van sommige mensen.
Dat was dezelfde reactie als toen we vorig jaar naar Onderdendam (op het platteland in het noorden van Groningen) met vakantie gingen.
Maar wat hebben we daar genoten! En wat hebben we nu ook weer in Kampen van onze vakantie genoten!
Als fietser bof je maar wanneer je in Nederland woont. Ik heb ook door Iowa gefietst: dat was honderd kilometer hetzelfde landschap héén en hetzelfde landschap terug. En dan zonder water. Ik vond het imponerend om daar te fietsen, maar van afwisseling was maar weinig sprake. Je zou bijna blij zijn met een tornado: dat geeft nog enige variatie. En dan te bedenken dat diezelde prairie zich nog eens duizend kilometer in alle richtingen uitspreidde. Wereldfietser Josie Dew  ging zelfs tellen hoe vaak de trappers rond draaiden, want je moet toch iets beleven onderweg…
Nee, dan Nederland. Om de paar kilometer een nieuwe verrassing. En altijd water in de buurt. Want water is op ieder moment anders. Dat maakt het land meteen ook veel meer afwisselend.

Vakantie Kampen 2013 503Ik moet wel zeggen dat de Kop van Overijssel  bijzonder afwisselend is, met mooie historische steden, een schilderachtige rivier (de IJssel), veel natuurgebieden en als je de polder zat bent is de Veluwe ook niet ver weg.

Uit onze foto’s van Kampen en omgeving heb ik een selectie gemaakt. Die vind je als je onderstaande link aanklikt. De mooiste weergave krijg je als je daarna diapresentatie aanklikt en vervolgens het grote formaat. Kunnen jullie toch een eindje met ons mee fietsen of mee wandelen…

Zie:  http://www.mijnalbum.nl/Album=SSLGCZ63

Waterfietsen op de IJssel

Zalkerveer hoog waterDick  vroeg zich af of de waterfiets niet een meer toepasselijk vervoermiddel zou zijn geweest tijdens onze vakantie.

Nu hebben we niet eerder zó weinig regen gehad tijdens de vakantie als dit jaar. Ruim duizend fietskilometers hadden we geen regenkleding nodig. Alleen één zaterdag heeft het een uur lang hard geregend. Maar toen zaten we hoog en droog ‘thuis’ op de woonboot aan de koffie. 

Ondanks dit droge weer steeg het water van de IJssel gedurende de eerste week van ons verblijf voortdurend. Op onze woonboot hadden we daar geen last van. Hij steeg mee met het water. We kregen dus een steeds mooier uitzicht…

Zwolle fietspad hoog waterHet fietsen langs de IJssel leidde wel tot fietslogistieke problemen, maar die vonden we juist erg leuk. Op de bovenste foto zie je hoe het afrit vanaf het Zalkerveer genomen moest worden: met een flink vaartje om niet onderweg tot stilstand te komen en daardoor natte voeten te halen.

Op de tweede foto zie je het fietspad langs de IJssel in Zwolle. Vanwege mijn ervaringen met de Ruhr (ik dacht dat ik door kon fietsen maar stond uiteindelijk tot aan mijn knieën in het water) hebben we bij Zwolle voor de zekerheid toch maar een andere route genomen. Godfried Bomans: “Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier die gemiddeld een halve meter diep was. Hij verdronk”. Dat gevolg wilden we voorkomen alsmede natte voeten…

Ook het fietspad bij Veessen stond onder water. Veessen is een parmantig dorpje op de linkeroever van de IJssel. Veessen molen hoog waterDaar maakt de rivier een scherpe bocht en op deze dag was er heel wat water uit de bocht gevlogen. De plaatsen van tientallen stacaravans stonden meer dan een meter onder water. Gelukkig waren de caravans tijdig versleept. De plaatselijke veerpont lag op 50 meter afstand van de kant eenzaam te dobberen in het water.

Olst veerpont hoog waterHet Zalkerveer hield moedig stand en ook het voetveer in Deventer deed nog trouw dienst.

Verder waren alle veerponten op onze tocht uit de vaart genomen. Dat gold ook voor de grote autoveren van Wijhe en Olst. Er restte ons daar nog maar één optie: waterfietsen. De weg naar het veer van Olst zie je op de onderste foto…

Overvraging of stress? (2)

Er staat natuurlijk meer in het artikel in het NtZ. Wie meer wil weten moet het artikel zelf maar lezen. Maar bij de gedachtengang van Wijnroks plaats ik in dit blog enkele korte kanttekeningen:

1. Dat het idee van de overvraging soms teveel een eigen leven is gaan leiden ben ik met Wijnroks eens. Er zijn behandelaars waarbij je bij voorbaat al weet wat de uitkomst van hun onderzoek zal zijn: de gedragsproblemen zijn ontstaan door overvraging.

2. Als een denkwijze buiten Nederland niet bekend is wil dat nog niet zeggen dat zo’n gedachte daarmee onjuist is. Bovendien is het denken over kunnen en aankunnen inmiddels ook bekend in enkele andere landen, zoals in Groot-Brittannië, Duitsland, België en in de Scandinavische landen. Waarom zouden we trouwens bang moeten zijn om internationaal buiten de boot te vallen?

3. Echter: het werkmodel rond de overvraging is door Wijnroks in zijn bijdrage sterk gesimplificeerd. Hij beschrijft dit model zeer statisch, terwijl er in de praktijk – bij mijn weten – veel ‘flexibeler’ mee om wordt gegaan. Cliënten functioneren nooit op één niveau van bijvoorbeeld sociaal-emotioneel. Eén van de mensen die aan de basis van het ‘kunnen en aankunnen’ staat is Jacques Heijkoop. Uit zijn trainingen heb ik niet anders geleerd dan dat het inschatten van een niveau een kijkrichting oplevert, zonder vastomlijnde en dichtgetimmerde uitgangspunten.

Daarom spreek ik ook niet van niveau, maar van sociaal-emotionele basiskleur. Op welk niveau iemand functioneert wordt (jawel!) sterk gekleurd door de mate van stress die die persoon ervaart. Bij meer stress zul je moeizamer functioneren omdat je minder ‘ruimte hebt in je hoofd’. De arousal-ballon die Jacques Heijkoop beschrijft is zo’n manier om over één en ander beter na te denken.

Bovendien is de methodiek van Jacques Heijkoop interactioneel: het is gebaseerd op wederzijdse verwachtingen, van zowel de cliënt als de begeleider.  

4. In zijn algemeenheid geldt: hoe abstracter het model, des te minder is het relevant voor die praktijk. Tegelijkertijd zie je dat juist die abstracte modellen een eigen leven gaan leiden. Eén model moet dan alles wat er gebeurt gaan verklaren. En vervolgens wordt dat ook nog eens bevestigd: zie je wel, het klopt. Daarmee worden andere, evenzeer voor de hand liggende verklaringen, genegeerd (zie publicaties van Piet Adriaans en van Stanley Greenspan). Het resultaat is een tunnelvisie die schadelijk is voor het individu. Dat zie je o.a. bij de hausse aan neurologische verklaringsmodellen. Deze cirkelrederingen zie je volop in de zorg. Johan is autistisch en dus heeft hij structuur nodig. Als de cliënt minder zorg krijgt wordt hij vanzelf zelfstandiger. Als we maar goede protocollen hebben gaat er niets meer mis.

5. In mijn praktijk gaat het bij het kunnen en aankunnen niet zozeer over het cognitieve niveau van functioneren en het sociaal-emotionele niveau van functioneren, maar om het verschil tussen wat iemand zelfstandig kan en de behoefte aan ondersteuning/ nabijheid van de begeleider.

Johan kan zelfstandig naar de dagbesteding lopen, maar hij vindt dat doodeng, want je weet maar nooit wie je tegen komt. Hij is wat dat betreft zo kwetsbaar als een peuter die de nabijheid van mamma in een vreemde omgeving nodig heeft. Hij kán wel zelfstandig naar de dagbesteding lopen (vaardigheid en deels cognitie), maar kan hij het ook aan? In ieder geval komt hij veel rustiger op de dagbesteding aan als de begeleider mee is gelopen.

Marieke kan zelfstandig haar bord leeg eten. Tegelijkertijd blijkt dat ze vaak haar bord niet leeg eet. Hoe komt dat? Omdat de begeleider te ver weg is. Ze eet wel haar bord leeg als de begeleider in de buurt zit. Qua vaardigheden kan ze zelfstandig eten (zoals een kleuter), maar ze voelt zich veel veiliger als de begeleider naast haar zit (zoals een peuter). Je kunt inderdaad ook zeggen: meer stress als ze alleen moet eten, maar wat is de winst van dat ‘model’?

6. Hetzelfde geldt voor de ontwikkelingsdynamische benadering  zoals deze door Prof. dr. Anton Dosen wordt geschreven. “Alles beïnvloedt altijd alles”  is daarbij één van de vuistregels. Een verstoring in de hersenen kan leiden tot verstoorde waarneming waardoor het kind de wereld niet meer begrijpt (is stress) en de ouders niet meer begrijpen waarom hun kind zo reageert (nóg meer stress).

Overigens lijkt Wijnroks zich niet op de hoogte te hebben gesteld van de recente ontwikkelingen rond de SEO (Schatting Sociaal Emotionele Ontwikkeling), want de tien domeinen die hij noemt zijn in de herziene versie los gelaten.

7. Is het stressmodel werkelijk zo nieuw? Naar mijn weten zit het o.a. verwerkt in honderden signaleringsplannen die een rol spelen in de concrete zorg rond mensen met een verstandelijke beperking. Ook die signaleringsplannen kunnen overigens teveel een eigen leven gaan leiden, waardoor weer nieuwe problemen ontstaan. Iedere communicatie is per definitie onvoorspelbaar: blijf dus altijd nieuwsgierig naar de uitkomst! Het zit ook verwerkt in de zgn. handelingsgerichte diagnostiek bij de steunbiedende factoren (welke factoren zorgen dat de cliënt minder stress ervaart?).

 

Overvraging of stress?

In het nieuwste nummer van het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen (juni 2013) staat een kritisch artikel over de hypothese van overvraging in de zorg.

In mijn werk ga ik uit van het onderscheid tussen het kunnen (de vaardigheden) en het áánkunnen (het sociaal-emotionele niveau van functioneren).  Als de vaardigheden veel hoger liggen dan het sociaal-emotionele niveau van functioneren ligt het risico op overvraging op de loer. Volgens de auteur (Lex Wijnroks, Universiteit Utrecht) is dit een uit wetenschappelijk opzicht onthoudbare visie. Bovendien komt de hypothese van de overvraging alleen in het Nederlandse taalgebied voor, in het buitenland kent men dat begrip helemaal niet.

Wijnroks stelt o.a. dat cognitief functioneren en sociaal-emotioneel functioneren niet op die manier van elkaar los gekoppeld kunnen worden. In dat verband hanteert hij o.a. de hypothese van de neuroplasticiteit.  Hersenstructuur en hersenfuncties kunnen veranderen onder invloed van ervaringen. Volgens hem komen discrepanties tussen globale ontwikkelingsdomeinen (zoals cognitie en emotie) nauwelijks voor, beide ontwikkelingsgebieden beïnvloeden elkaar voortdurend en wederzijds.

Wijnroks is van mening dat het principe van de overvraging teveel een eigen leven is gaan leiden. Daarbij ontstaat er een statische cirkelredenering: er zijn gedragsproblemen en als die er zijn moet de oorzaak wel liggen in de overvraging.

Als alternatief bepleit Wijnroks het werken met een stressmodel. Mensen met een verstandelijke beperking ervaren (waarschijnlijk) vaak stress. Die stress ervaren ze vermoedelijk meestal vanaf heel jonge leeftijd, omdat ze de wereld moeilijker dan andere kinderen kunnen ‘begrijpen’. Mensen met een verstandelijke beperking hebben bovendien vaker dan anderen te maken met negatieve ervaringen in hun jeugd (zoals verwaarlozing en misbruik). Door de combinatie van verstandelijke beperking en negatieve ervaringen zijn ze vatbaarder geworden voor stress. Die stress leidt op zijn beurt tot allerlei andere problemen, o.a. op het gebied van het geheugen en op andere cognitieve functies. Wijnroks pleit er daarom voor om de stressoren voor mensen met een verstandelijke beperking goed in kaart te brengen.

Stel dat een persoon met een verstandelijke beperking wordt overvraagd, dan leidt dat tot meer stress. Als we de eisen verlagen, zouden we ook minder uitingen van stress moeten zien. Het gevolg zou zijn dat we minder gedragsproblemen zien.

Wijnroks besluit met: “We hebben dus geen kennis nodig over een verschil tussen het sociaal-emotionele en het cognitieve ontwikkelingsniveau om (bij bovenstaand voorbeeld) vast te stellen waarom een persoon gedragsproblemen vertoont”.

Vakantie voorbij!

Vakantie Kampen 2013 315
Twee weken lang waren we met vakantie op een woonboot in Kampen.

Overdag hebben we in totaal ruim duizend kilometer gefietst.

Maar bijna iedere avond konden we genieten van een adembenemende zonsondergang boven de IJssel, met het historische silhouet van Kampen op de achtergrond.

Er volgt de komende weken natuurlijk nog wel meer over onze vakantie.

We zaten op het mooiste plekje dat we ooit hebben gehad in een vakantie. Aan alle kanten water, met om ons heen tientallen watervogels, jonge futen en jonge meerkoeten.

Maar ook op de vaste wal hebben we het prima getroffen. Het is (op één bui – op zaterdag – na) helemaal droog weer met veel zon. De ruim duizend kilometer fietsen leverde alleen op de laatste dag van de vakantie een lekke band op…

Vakantie Kampen 2013 330