Van Brilon naar Soest (4)

De infrastructuur van Duitsland en België doet soms meer aan die van de USA denken dan aan die van Nederland. De middenstand oriënteert zich op de automobilist. Met Nederland als voorbeeld hoe het beter kan. Maar nog beter is het in Denemarken.
Kasteel in Erwitte

Daarmee bedoel ik dat tal van winkels buiten de bebouwde kom aan de grote weg liggen. Dat is misschien handig voor automobilisten, maar niet voor ouderen en voor mensen met een beperking. In de USA hebben we meerdere malen pogingen gewaagd om bij een winkel te komen, maar we liepen vast op een snelweg. Er was geen voetpad beschikbaar. Bill Bryson beschrijft dit verschijnsel ook in zijn boeken.

Landschap in het dal van de Lippe

Zo ook de meer kwestbare inwoners van Duitsland. Als ze in een dorp wonen moeten ze langs een gevaarlijke weg naar de winkel. Zo tref ik bovenop een heuvel buiten de bebouwde kom een Aldi aan in de vorm van een enorme tent. Voordeel is wel dat hij nog afgebroken en verplaatst kan worden naar een plek die gemakkelijker toegankelijk is voor de niet-automobilist. Verder lijken de Duitsers mij enorme Doe het zelvers. Overal tref ik bouwmarkten aan.

Op het terrein van een ‘TBS-kliniek’ bij Lippstadt

Verder is het landschap hoier vriendelijk en zachtglooiend. Het is een rustgevende omgeving waar nog ruimte is. In een dorp in de gemeente Lippstadt kom ik langs een enorme psychiatrische instelling. Er staan tal van gebouwen van rond 1900. Zo zagen de grote inrichtingen in Nederland er destijds ook uit. De gebouwen zijn architectonisch interessant, maar hoe was het leven binnen?

Het gras is groen, maar wat valt er hier te doen?

Twee groepen van mijn vroegere werk kwamen uit zo’n instelling waar een afdeling bestond uit een leefruimte met hoge plafonds en een slaapzaal met groepsbadkamer. Van enige privacy was geen sprake. Er woonden 40 mensen op de afdeling. Mannen en vrouwen waren strikt gescheiden.

Ik kan het weer niet laten. Ik moet dit terrein bezoeken. Ik fiets er tien minuten rond en ik kom helemaal niemand op het terrein tegen. Het is er echt doodstil. Om sommige gebouwen staat een groot hek. Aan het grote aantal auto’s op de parkeerplaatsen te zien moeten er toch wel mensen (personeelsleden) zijn. Dat is in de (Nederlandse) gehandicaptenzorg toch wel anders. Daar kom je op het terrein van de instelling tot verrassende ontmoetingen.

Dit blijkt niet zomaar een psychiatrische instelling te zijn. Het is waarschijnlijk een organisatie die te vergelijken valt met een TBS-kliniek in Nederland. De instelling heet: LWL-Zentrum für Forensische Psychiatrie Lippstadt. Er wordt vermeld dat de instelling  mede als doel heeft om de samenleving te beschermen tegen bepaald gedrag. Als enige instelling in de regio neemt deze organisatie ook vrouwelijke patiënten op.

De strenge corona-maatregelen blijven gehandhaafd, zo lees ik op de site. Voor bezoek geldt de 3G maatregel en een mondmaskerplicht. Wat lijkt dat in Nederland (op enkele uitzonderingen na) al lang geleden te zijn....

Borderline Revisited (2)

Het tweede kenmerk van de borderline persoonlijkheid is de wanhopige zoektocht naar meneer of mevrouw Perfect. 

Criterium 2. Instabiele en intense interpersoonlijke relaties, met plotselinge veranderingen in attitude ten opzichte van de ander.

Deze duidelijke verandering in houding ten opzichte van de ander tekent zich in zwart-wit af. Het gaat van idealisering tot devaluatie en van klampende afhankelijkheid naar isolatie en vermijding. Daarnaast is er sprake van een voortdurend patroon waarbij anderen worden gemanipuleerd.

Mensen met een borderline persoonlijkheid kunnen erg zelfverzekerd over komen. Ze weten alles zeker. Maar dat is slechts schijn. Ze zijn in werkelijkheid enorm afhankelijk van de goedkeuring door de ander. Daarin is een forse overlap met de ‘verborgen narcist’. De laatste zal echter minder claimen. De persoon met borderline is de patiënt die graag de psychiater belt buiten kantooruren. de redder in de nood moet immers altijd beschikbaar zijn, ‘anders heb ik geen leven meer’.

De persoon die op een voetstuk wordt gezet valt daar opeens hard af op het moment dat hij of zij niet meer aan het ideaalbeeld voldoet. De psychiater die niet meer buiten werkuren wil worden gebeld is opeens een waardeloze psychiater. Het gebeurt regelmatig dat er vervolgens een klacht wordt ingediend en dat het tot een tuchtzaak komt. Als er niet aan de wensen wordt voldaan wordt dat niet ervaren als een regel die nu eenmaal voor alle patiënten geldt, maar het wordt ervaren als een persoonlijke afwijzing. Soms laat zo’n patiënt nooit meer iets van zich horen.

Het kan ook gebeuren dat er een kat-en-muis-spel ontstaat, waarbij de patiënt op onverwachtse momenten toch weer opduikt. Aan de ene kant is er de diepe behoefte om verzorgd te worden, aan de andere kant de continue angst om door emoties verzwolgen te worden. De behoefte aan nabijheid en de angst het eigen ‘ik’ te verliezen zijn in een continue strijd met elkaar.

Een man die een relatie aan ging met een vrouw met borderline (de titel van het boek ben ik vergeten) beschrijft hoe de vrouw aan de ene kant permanent uitdagend was op seksueel gebied en extreme wensen had, maar aan de andere kant ontzettend bang was dat hij het initiatief zou nemen. 

Een relatie met een persoon met een borderline persoonlijkheidsorganisatie is spannend vanwege de intense emoties, maar ook vanwege het vaak optredende manipulatieve gedrag. De persoon met borderline stelt steeds hogere en vaak onrealistische eisen. “Als je écht van me houdt, dan….”

Aan de andere kant staan mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis bekend om hun lichamelijke klachten. Hypochondrie is hen vaak niet vreemd. Het wordt ook wel ‘een pijntje hier en een pijntje daar’ genoemd, maar dat pijntje kan ook dramatisch worden uitvergroot.

Al voor de derde keer was een partner van de vrouw plotseling en spoorloos verdwenen. Volgens haar waren de mannen 'er met een ander vandoor gegaan'. Ze voelde zich echt slachtoffer van die mannen. "Altijd hetzelfde met mannen. Mannen kun je niet vertrouwen, alleen dieren." Totdat een ex van haar was opgespoord. Hij was door haar vergiftigd, had dit overleefd, was weg gegaan, maar had geen aangifte willen doen. De vrouw had na een gesprek haar telefoon laten liggen op het politiebureau. De politie wilde namelijk weten hoe het met de beide andere exxen zat. De volgende ochtend kwam ze met ferme pas het politiebureau binnen. Ze kwam haar telefoon halen. Toen de politieagent vertelde dat hij een verder gesprek met haar wilde hebben vanwege het getuigenis van de eerste ex zeeg ze ineen. Ze had al dagen vreselijke last van haar rug en had bijna niet kunnen lopen.  Anderen hadden boodschappen voor haar moeten doen. De rest van de tijd van het arrest was ze rolstoelgebonden. Meerdere artsen en neurologen werden geraadpleegd, want elke keer weer moest een medische oorzaak worden uitgesloten. Ook bleek ze opeens veganistisch te zijn geworden, terwijl ze de eerste dag op het politiebureau twee broodjes met ham had besteld. 

Het bovenstaande is uiteraard een zeer extreem voorbeeld. Het vergroot uit wat borderline met iemand kan doen. De vrouw bleek plannen klaar te hebben liggen om haar eerste ex alsnog uit de weg te ruimen. Dat gebeurde nadat ze een poging had ondernomen om opnieuw een relatie met hem aan te gaan. Toen hij dat niet meer wilde wilde ze haar eerste poging ‘af maken’. Om dat voor elkaar te krijgen had ze inmiddels een vierde vriend gevonden. Maar deze vond het plan te riskant. Hij deed niet wat zij zei en werd dus ook aan de kant gezet.

Nogmaals: een enorme uitvergroting dus. In relaties met mensen met borderline zit – door de heftige emoties van het aantrekken en afstoten – veel spanning, maar extreem geweld vormt een uitzondering. Wel heb ik in een eerdere serie beschreven dat vrouwen met ernstige borderline-problematiek in combinatie met enkele andere factoren (zoals krenking en grote problemen met de emotieregulatie) tot extreem geweld in staat zijn.

De hoofdlijn van dit verhaal komt uit het artikel "Clinical Definition of Borderline Personality Disorder", waarvan ik de bron helaas niet meer kan achterhalen. 

Van Brilon naar Soest (3)

Na een stevige rit tegen de aanwakkerende noordwestenwind kom ik aan in Erwitte. Vanuit de verte is de kolossale kerk al goed te zien. Van Erwitte had ik nooit gehoord, laat staan dat ik wist dat daar zo'n grote kerk staat.
Sint Laurentiuskerk in Erwitte

Erwitte ligt in de vruchtbare Soester Börde. Het was al in de elfde eeuw een welvarend gebied. Dat is te zien aan de Romaanse St. Laurentiuskerk. Bovendien lag de plaats aan de Hellweg: de langste handelstraat voor zout uit de middeleeuwen. En zout: dat was het vroegere goud.

Vroeger leefde de stad van de landbouw. Het schijnt dat de naam iets te maken heeft met erwten. Tegenwoordig is de grootste werkgever van Erwitte de cementindustrie.

Eén van de kastelen in Erwitte

Erwitte heeft een station, maar er blijkt geen trein te stoppen. Is dat dan wel een station? Het is net zoals bij een kerk waar geen kerkdiensten worden gehouden. Eigenlijk is dat ook geen kerk. Toch zijn de rails niet zo verroest. Er blijken nog wel goederentreinen te rijden.

In 1936 werd Erwitte tot stad benoemd. De Nazi’s hadden er een belangrijk kantoor en de zetel van zo’n kantoor moest natuurlijk wel een stad zijn.

Vanuit Erwitte fiets ik verder naar het noorden, richting Lippstadt, bekend van prins Bernhard von Lippe Biesterfeld. In dier voege kom ik langs twee kastelen. Het kan maar niet op. Het ene kasteel is een hotel, het andere doet dienst als ziekenhuis. In welk kasteel wil jij een kamer?

Rond Erwitte en de Lippe

De fietsroute is zeer landelijk, ik vermoed over een voormalige spoorlijn. Dan ben ik opeens in toeristisch gebied met een hoge rollatordichtheid. Zodra er geneeskrachtige bronnen zijn krijgt de plaats Bad voor zijn naam en gaan de Marken rinkelen. Zo ook in Bad Westernkotten, met zelfs een heus Kurort.

Als ik verder naar het noorden wil lijkt de route langs een drukke weg te lopen. Ik zie een fietsbordje van de Lippe Radrundweg. Dat lijkt me rustiger. De Lippe is een rivier van 220 km die ongeveer bij Paderborn begint en ten noorden van Duisburg in de Rijn plonst (220 km lengte).

De weg leidt mij in een andere richting dan gepland. Over zeer landelijke wegen blijkt de koers westwaarts te verlopen. Ik besluit doelgericht verder te fietsen. Mijn tocht gaat eindigen in Soest. 

Borderline Revisited (1)

Vandaag begin ik met een serie over kenmerken van Borderline, maar ik ga deze serie vanwege vakantie nog even niet afmaken. Ik ga jullie tijdelijk verlaten. Voor mensen met borderline is dat een onverdraaglijke gedachte....

“Als anderen op mij reageren, dan besta ik. Als anderen niet op mij reageren ben ik van de aardbodem verdwenen.”

Criterium 1: krampachtige pogingen om echte en ingebeelde verlating te voorkomen.

Precies zoals de peuter geen onderscheid kan maken tussen de tijdelijke afwezigheid van de moeder en haar tóch betrokken ziijn, zo ervaart de persoon met borderline de vermeende verlating door een ander persoon als een totale verlatenheid.

Het gevolg is dat de persoon met borderline het gevoel heeft in een diep emotioneel gat te vallen. De totale paniek slaat toe. De (vermeende) verlating door de ander wordt ervaren als ‘de hele wereld is tegen mij’.

Zelfs bij neurologisch onderzoek is de ervaring van totale verlatenheid terug te vinden. Het gevoel van verlatenheid wordt een totale leegte, het gevoel dat je niet eens meer bestaat. Dat is een reden waarom mensen met borderline over gaan tot zelfverwonding. Dan voel je toch niet iets.

Theoloog Paul Tillich schreef dat eenzaamheid alleen kan worden overwonnen door mensen die het alleen-zijn kunnen verdragen. Mensen met een ernstige borderline persoonlijkheid verdragen dat alleen zijn niet. Ondanks hun prikkelgevoeligheid zoeken ze dan plekken op waar ook anderen zijn, zoals overvolle bars waar ze zich vol gieten met drank en vervolgens ‘met de verkeerde thuis komen’.

Het bovenstaande is wel een extreme beschrijving, maar het verklaart wel het mechanisme waar veel mensen met borderline qua relaties in terecht komen. Het is een voortdurende herhaling van zetten. In de biografie van Marilyn Monroe wordt beschreven hoe ze altijd maar weer op zoek was naar spannende contacten. Als ze alleen was had ze het gevoel dat ze niet bestond.

De meeste mensen ervaren het alleen zijn als een mogelijkheid om nog eens even na te denken, tot rust te komen, te reflecteren, tijd te hebben voor jezelf. “De muren van een lege kamer zijn spiegels die het gevoel over onszelf duidelijk maken”(John Updike). Wie ben ik zonder de ander?

Iemand met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis ziet alleen maar leegte op de muren. Die pijn kan alleen maar verdragen worden door anderen op te zoeken (tegenwoordig ook via social media), door het dromen over een fantastische geliefde of bewonderaar en door op zoek te gaan naar iemand die onvoorwaardelijk voor je zorgt. Of anders een pijnstiller in de vorm van drank of zelfverwonding. 

Kwetsbaar wonen in de samenleving (3)

Het klinkt zo mooi: integreren in de samenleving. Maar je kunt Noorwegen niet zomaar vergelijken met Nederland. In Noorwegen hebben mensen met een verstandelijke beperking veel ruimte om zich heen. In Nederland moet je voortdurend rekening houden met de buren. Daarom werd Gitta opgesloten...

Dat is ook een realiteit in Nederland. We wonen erg dicht op elkaar. Dat maakt ook dat overlast gemakkelijk wordt uitvergroot. Als we integratie perse willen, dan moeten we ook vinden dat de buren het schreeuwen van Gitta maar moeten accepteren. Willen we dat eisen als samenleving? En hoe terecht is het als wij over die buren gaan oordelen dat ze maar wat meer tolerant moeten zijn of anders oordoppen aan moeten schaffen?

Buitenland

Regelmatig kom ik in Duitsland. Dat land doet het qua integratie beter dan Nederland. Maar de gemiddelde Nederlander besteedt weer meer tijd aan vrijwilligerswerk.

Ook heb ik voorzieningen voor gehandicapten gezien in de USA. De voorzieningen die ik in beide landen met eigen ogen heb gezien zijn kleinschalig. Hoe zagen ze er uit? Een woonblokje, wat buiten de woonplaats, met veel ruimte er om heen. Het zag er beslist aardig uit.

Maar kwamen de ‘cliënten’ vaak in de samenleving? In de voorzieningen die ik heb gezien was dat niet het geval. Zo was er geen openbaar vervoer en was de weg te gevaarlijk om langs te lopen of langs te fietsen. Je kon alleen maar naar het dorp onder begeleiding.

En dan een zoon van kennissen in de USA. Hij moet verplicht naar school, een gewone basisschool. Maar de schoolbus is geen optie, hij kan niet tegen de drukte van de andere kinderen. De schoolklas is ook al niet gelukt. Zelfs het ’s morgens groeten van de vlag kan niet. Hij heeft zijn eigen lokaal en ziet verder nauwelijks andere kinderen.

Condities in de samenleving

Integratie mislukt vooral als er niet is voldaan aan condities binnen de samenleving. We maken onze eigen samenleving steeds complexer en steeds minder geschikt voor mensen die minder snel zijn. Wie met het OV gaat moet zo ongeveer een herscholing krijgen op het gebied van in-en uitchecken. Wie besluit om met de fiets te gaan wordt van de weg geduwd of gereden als hij niet genoeg rechts houdt of te langzaam is om nog bij groen de hele weg over te steken. En wie iets aan wil vragen kan dat alleen nog maar digitaal doen.

Dát is de realiteit in de samenleving. Ouderen en licht verstandelijk gehandicapten vallen niet buiten de boot omdat ze in principe niet mee zouden kunnen doen, maar omdat wij met zijn allen de samenleving steeds meer complex maken. Dat betekent ook dat het criterium van het ‘verminderde niveau van sociale aanpassing’ (AAMDR-definitie) leidt tot steeds meer mensen met een verstandelijke beperking. Veruit de sterkste groei in hulpvraag ligt bij de mensen met een lichte verstandelijke beperking.

Ouderen apart, gehandicapten geïntegreerd?

En dan nog: ouderen die hun hele leven in de samenleving hebben gewoond komen soms opeens ver weg van die vertrouwde omgeving te wonen, met mooi uitzicht op de duinen. maar veel ouderen willen mensen zien. Mensen met een verstandelijke beperking die gedwongen het instellingsterrein moeten verlaten laatje op die manier ontwortelen.

Pessimist

Onze samenleving is nog niet toegerust om mensen met een beperking zondermeer op te nemen. Maar ik ben pessimistisch: we zijn steeds minder toegerust. Dat komt omdat wij met zijn allen steeds meer barrières opwerpen die het leven in de samenleving complexer maken.

Willen we voorkomen dat steeds meer mensen afhaken, dan moeten we niet de discussie voeren over wél of niet integreren, maar over hoe we een goede pasvorm kunnen ontwikkelen zodat mensen met een beperking welkom zijn op een manier die past bij hun zorgvraag.

En als dat betekent dat het voor veel mensen beter is dat de loketten gewoon weer in de wijk zijn, dat niet alles digitaal hoeft te worden verwerkt, dat we gewoon met euro’s kunnen betalen in de winkel, dat er permanent buurtcentra open zijn, dat er toegankelijk openbaar vervoer is zonder verplichte poortjes, dat er in woonwijken alleen maar stapvoets gereden mag worden. Een ouderenvriendelijke/ gehandicaptenvriendelijke woonwijk vraagt om meer dan een aangepast huis in de wijk. 

Fietsboten

Nog een foto van het water voor ons huis. De Kolk is al sinds de Middeleeuwen de haven van Delft. Vroeger meerden hier zelfs zeeschepen aan. Tegenwoordig voornamelijk plezierjachten.

Voor coronatijd kwamen hier ook dagelijks toeristenbussen met Chinezen een kijkje nemen. Af en toe viel er eentje in het water. Die zien we niet meer. Het is een stuk rustiger geworden.

De Kolk in Delft. Op dit plekje schilderde Vermeer zijn Zicht op Delft.

De drie schepen links zijn fietsboten. Dat is een groeiende trend in het fietsvakantieverkeer. Men neme een blik Amerikanen. Men zoeke er een gids bij. En een kok. Men kope een voorraad identieke E-bikes met toerusting in. Nu nog die Amerikanen op de fietsboot zien te krijgen. En ziedaar: het recept voor een bijzondere vakantie voor de Amerikanen en voor de schipper wordt het nuttige met het aangename gecombineerd.

De toeristen stappen ’s morgens na het ontbijt als file op de fiets, waarbij eerst nog een gezamenlijke groepsfoto wordt gemaakt. Het begin is onwennig en stuntelig. Het verbaast me dat er niet meer ongelukken gebeuren.

Ze fietsen naar Rotterdam (14 km) of naar Den Haag (10 km). Allemaal ‘Amazing’! En ziedaar: even later arriveert de boot ook. Hoe mooi is dat. Ze hebben allemaal – net als de Hollanders – enorme afstanden afgelegd op de E-bike. En ’s avonds krijgen ze een typisch Hollands gerecht in de vorm van ‘stoefpotje’ en eppelmoes.

Op de foto zie je de Kolk, met het karakteristieke en iconische zeilschip dat hier al jaren mooi ligt te wezen. De toren is van de Nieuwe Kerk, met zijn bijna 109 meter hoogte bijna de hoogste kerktoren van Nederland. 

Kwetsbaar wonen in de samenleving (2)

Mijn idee was altijd: als je integratie wilt bevorderen, begin dan van jongs af aan en ga niet met mensen ‘sjouwen’ die al dertig jaar op een instellingsterrein wonen. 

Als we dat in de samenleving doen met mensen die weerbaar zijn komen er protestacties. Kijk maar naar de protesten bij de afbraak van oudere woonwijken. Maar mensen op het terrein van een instelling moesten maar al te vaak gedwongen verhuizen. Tenzij die mensen natuurlijk graag zelf willen verhuizen (want die zijn er ook). Het is ook geen kwestie van goed of fout, mijn bezwaar was de druk die werd uitgeoefend.

Martine is twee jaar geleden verhuisd naar een Vinex-locatie in de Randstad. Daarvoor woonde ze dertig jaar op het terrein van een instelling. De familie verzette zich tegen de verhuizing van hun zus, maar het woongebouw werd afgebroken en er was nog maar één alternatief: een huis in een Vinex locatie.

Iedere dag neemt Martine de bus naar het terrein van de instelling. Ze heeft er geen dagbesteding, want dat mocht niet meer. Maar hier kent ze iedereen. Het rondjes lopen op het terrein en het praatjes maken met mensen is haar vorm van dagbesteding geworden.

Er was nogal eens sprake van ‘onheilig vuur’. De eis voor cliënten om te verhuizen kwam maar al te vaak niet voort uit een zorgvraag van een cliënt, maar uit een gecreëerd aanbod: er werden stenen gestapeld in de grote maatschappij en die huizen konden niet leeg blijven staan.

Achterhoedegevecht

De wijk maakt iemand niet gelukkig, de instelling ook niet. Het gaat volgens om een woonplek die gezien de persoonlijke wensen en doelen maximaal bijdraagt aan de kwaliteit van leven. Helaas kregen mensen die kritische vragen stelden ten opzichte van de verhuizingen veel over zich heen. Ze konden niet met de tijd meegaan, ze leverden een achterhoedegevecht. Het meest trieste voorbeeld was de instelling ‘Vijvervreugd’ in Middelburg waar van tientallen kritische medewerkers het contract niet werd verlengd.

In Middelburg werd het hele instellingsterrein – onder druk van een autoritaire directeur – ontmanteld. De directeur omschreef zijn kritische medewerkers als ‘ratten’.

Een aantal jaren later bleek dat deze massieve decentralisatie tot grote problemen had geleid. En nog een aantal jaar later stevende de instelling af op een faillissement.

Margriet - een oudere bewoner met Downsyndroom - mocht elke ochtend in haar eigen tempo naar de dagbesteding. Maar nu woonde ze opeens in een dorp op Walcheren. Voor de dagbesteding moest ze naar Middelburg. Margriet moest elke ochtend om half negen klaar staan voor het busje. Als ze ziek was moest ze ook naar de dagbesteding. Er was overdag namelijk geen personeel op de woning. Ze werd verder verzorgd op de dagbesteding. Maar op deze manier werd de rustige oude dag voor Margriet een gestresste oude dag.

Er zijn mensen die echt beter zijn gaan functioneren in een voorziening ‘in de samenleving’, anderen zijn zich juist ongelukkiger gaan voelen. De plek waar de stenen staan is kennelijk niet dé factor van belang…

Bewegingsruimte

Zo’n 30 jaar geleden schreef ik dat het voor mensen met een ernstige meervoudige beperking misschien wel gemakkelijker zou zijn om in de samenleving te functioneren dan voor mensen met een lichte verstandelijke beperking.

Cliënten die veel bewegingsruimte nodig hebben, maar die niet  verkeersveilig zijn kunnen soms zeer beperkt worden in hun ruimte en vrijheid als ze in een eengezinswoning in de wijk moeten wonen. Ze hebben meer ruimte en ervaren meer acceptatie op een instellingsterrein. Tenzij: er iets radicaal verandert in de wijk…

Gitta woonde op een instelling. Haar familie wilde haar dichter bij huis hebben. Ze verhuisde naar een eengezinswoning in de wijk. Liep ze vroeger vaak buiten, met name in onrustige perioden, en kon ze daar uitrazen, nu moest ze binnen blijven. Meerdere buren hadden geklaagd over de geluidsoverlast die ze veroorzaakte.

Supermaan

Even dacht ik dat de foto's op mijn telefoon mijn Sony compactcamera konden evenaren. Dat blijkt echter niet het geval. 
Supermaan boven de Schie in Delft

Even een zijspoor. Die van Tineke was defect. Althans: haar fototoestel. Dus wilde ik nog voor de vakantie een nieuw toestel scoren. Want ook zij wil naast de foto’s op haar telefoon ook foto’s met een camera kunnen maken.

Maar denk je dat compactcamera’s nog in de handel zijn? Officieel wel. Maar slechts bij één van de (tien) fotozaken in de regio kon ik een (Sony) compactcamera scoren. Bij alle andere modellen staat: tijdelijk uitverkocht. Ontvang een melding als dit toestel weer op voorraad is.

Dit allemaal ter inleiding op een foto die ik dinsdagavond bij ons huis maakte. De opkomst van de supermaan boven de Schie. Zoals geschreven: de foto is van matige kwaliteit, maar geeft in elk geval een beeld...

Kwetsbaar wonen in de samenleving (1)

Toen ik op zoek was naar iets wat ik kwijt was vond ik van alles wat ik niet kwijt was omdat ik er geen actieve herinnering aan had. Zoals onderstaande bijdrage.

Even een blik in de geschiedenis. Tot de jaren ’70 werden mensen met een verstandelijke beperking opgenomen in grote instellingen, meestal ver van de bewoonde wereld. Een praktisch argument was dat de grond er goedkoper was. Om dezelfde reden werden stations ver buiten de bebouwde kom gebouwd.

Op die manier ontstonden er grote instellingen op de Veluwe en in de Brabantse en Limburgse bossen. Het waren eigenlijk dorpen op zichzelf. Dat gold zowel de psychiatrie als de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. In Ermelo was het helemaal raak: de grootste instelling voor mensen met een verstandelijke beperking in Nederland (‘sHeerenLoo-Loozenoord), een grote psychiatrische instelling (Veldwijk), een grote instelling voor blinden en ook nog eens een sanatorium. Allemaal van protsestants-christelijke signatuur.

Eind jaren ’60 kwam er een kanteling in dit denken. Eerst kwam het begrip ‘normalisatie’. Het moest allemaal zo normaal mogelijk worden. Een hele hausse aan nieuwe termen zag het licht.

Al spoedig werd deze ontwikkeling omarmd door de politiek. Instellingen moeten actief beleid voeren op het verkleinen van het aantal bewoners op het terrein. Er werd uiteindelijk onder druk van dit beleid zelfs min of meer gedwongen ‘uitgeplaatst’. Maar het mocht niet meer kosten.

Mensen die jarenlang op het terrein van de instelling hadden gewoond moesten zichzelf nu zien te redden in de maatschappij. Soms ging dat goed, maar er kwamen ook vaak nieuwe problemen voor in de plaats. Zo vereenzaamden psychiatrische patiënten die niet meer op het terrein konden wonen in hun appartement in de stad.

Top down

Er werd destijds gesteld dat de verhuizingen in goed overleg met de familie en met de betrokkenen werden geregeld. Mijn indruk van de afgelopen 40 jaar is dat dat helaas voor een aanzienlijk deel niet waar was. In ieder geval woei er een beleidswind die maakte dat je je schuldig kon gaan voelen als je op een grote instelling werkte. Je werd min of meer ‘afgerekend’ op het feit dat je niet voldoende cliënten uit had geplaatst. En die druk kwam vooral vanuit het ministerie. Dat had begrepen dat in Noorwegen en in Italië complete instellingen waren ontmanteld. Dat moest dus in Nederland ook kunnen.

Ik deelde de visie dat we voortdurend moesten kijken of mensen met een verstandelijke beperking niet ‘beter af’ waren in de samenleving. Maar de consequentie van het overheidsbeleid was dat er allerlei mensen die jaren lang op het terrein van een instelling hadden gewoond nu opeens móésten verhuizen naar de grote samenleving. Dat heeft veel ellende veroorzaakt. Ik ken tientallen cliënten voor wie die stap niet goed is geweest. Maar hun familie werd onder druk gezet. De gebouwen werden afgebroken en er was alleen nog maar een plek in een eengezinswoning, van oorsprong gebouwd voor vader, moeder, twee kinderen en een poes.

En daar moesten dan vier verstandelijk gehandicapte mensen zich min of meer vanzelf gelukkig gaan voelen. Daar zou de samenleving vanzelf voor gaan zorgen. 

Van Brilon naar Soest (2)

Door een stadspoort verlaat ik Rüthen. De lucht is blauw met mooie wolken, het glooiende land is groen, wat zou ik hier nog voor wensen willen doen?
Lanschap ten noordwesten van Rüthen, in het dal ligt Rüthen

De weg kronkelt zich op onvoorspelbare wijze tussen de heuvels door. Het is zacht klimmen en zacht dalen door een vriendelijk landschap. Af en toe passeert er een auto. Wel wordt het landschap soms ontsierd door kolossale windturbines en door loodsen midden op het open veld. Die onttrekken zich kennelijk aan het werk van de plaatselijke welstandscommissie.

Van Brilon naar Rüthen (zuidoost op de kaart) en verder

Zoals ik al schreef: ik heb geen idee waar ik uit ga komen. Ik fiets tegen een zwakke wind in in noordelijke richting. Af en toe staat er een bord richting Paderborn of Soest, maar er staat geen afstand achter. Dan weten de Russen ook niet hoe ver het is.

Dan wordt de weg opeens rechter en voert geleidelijk een dal in. De snelheid van de Batavus stijgt tot boven de 40 kilometer per uur. Hoogste tijd om me weer eens af te vragen of ik niet een valhelm op mijn hoofd had moeten zetten.

Steengroeve ten zuiden van Erwitte

De weg wordt steeds witter. Iemand heeft hier poedersuiker gestrooid. In de verte is het land ernstig aangetast. Er staat een grote fabriek en er wordt stevig gegraven. Vrachtwagens rijden af en aan. Ik ken de bruinkoolmijnen ten westen van Keulen, maar hebben ze die hier ook.

Met piepende remmen maak ik een stop op een plek waar ik de kuil nader kan bestuderen. Het blijkt een kolossale steengroeve te zijn. Aan de oostzijde van de weg wordt inmiddels ook al steen gebikt. Je moet wel een bikkel zijn om hier zo langdurig te kunnen hakken. Een deel van het gebied is in ontwikkeling als natuurgebied. Dat vind ik altijd wat ingewikkeld: gaat zoiets vanzelf of zet de mens de ontwikkeling van een natuurgebied naar zijn hand?

De kaarsrechte weg duikt verder naar beneden, onder een snelweg door en daarna moet er weer een beetje geklommen worden. Totdat ik in Erwitte ben. Dat is ook weer een plaats waar ik nooit eerder van had gehoord.