Naar de bollen

Louis Davids zong het al:

Naar de bollen, naar die prachtige bollen,
Waar je sprakeloos geniet, van de kleuren, die je ziet,
Naar de bollen, naar die heerlijke bollen,
Want die zie je maar eenmaal per jaar.
Alleen ging Lous Davids naar Hillegom. Ik moet je aanraden om naar de Kop van Noord-Holland te gaan. Daar zijn veel meer bollenvelden te vinden.
Donderdag had ik een werkdag in de Noordkop en ik had mijn fiets mee.
Op de terugweg naar Alkmaar stond er een stevige zuidwestenwind, waardoor de teller af en toe tot onder de 10 km (per uur) daalde. Maar ieder nadeel heeft zijn voordeel: ik had daardoor alle tijd om de bloembollenvelden visueel tot mij te nemen.
De narcissen en hyacinten zijn bijna uitgebloeid en de tulpen zijn bezig hun plek in te nemen. Sommige bollenboeren waren al bezig de tulpen machinaal te koppen. Dan wordt in een uur tijds een heel bollenveld onthoofd. Jammer voor mij maar beter voor de kwaliteit van de bollen.
Vanaf 29 april t/m 3 mei worden in Anna Paulowna en Breezand weer de jaarlijkse Bloemendagen gehouden. Dan kun je – naast de bollenvelden – ook ruim honderd bloemenmozaïeken bekijken.

Kinderangsten (10)

Vermijding

Je moet naar de tandarts. Je durft de stap niet te nemen. “Gelukkig” heb je een koutje gevat. Dat is voldoende reden om de tandarts af te bellen. Eerst ben je opgelucht. Daarna neemt de spanning toe. Je moet immers een nieuwe afspraak maken? Dat stel je uit, want je ziet er tegenop.

Uiteindelijk bel je op. Het antwoordapparaat meldt dat de tandarts de komende twee weken met vakantie is. Opnieuw ben je opgelucht. Daar ben je voorlopig vanaf.

Na ruim twee weken begint de spanning weer te knagen. Je ziet nu nóg meer tegen de afspraak op. Niet alleen tegen de afspraak met de tandarts, ook tegen het máken van die afspraak.

Bovendien word je ook nog eens bang dat de tandarts een opmerking zal maken dat je zo’n tijd niet geweest bent. Zo stapelen allerlei angsten zich op. Het vermijden van de afspraak maakt –na een zeer korte opluchting- de angst alleen maar groter.

(zie ook de blogs over oorzaken van uitstelgedrag). 

Gevoelig, maar ook doelbewust

In besprekingen vergelijk ik het hanteren van angsten door opvoeders vaak met judo. Je gaat als opvoeder even mee om daarna bij te buigen. Juist door het delen van angsten creëer je een brug, waardoor gedeelde smart halve smart wordt.

Een vorm van het delen van de angst is het verwoorden van wat je aan het kind ziet. “Ik zie dat je bang bent. Dat begrijp ik best……”  Soms speel je ook even mee en jaag je die rare kerel even weg uit de tuin. Dat wil echter niet zeggen dat je in de angst van het kind op moet gaan. De ouder die mee bang wordt versterkt de angst van het kind.

“Een sensitieve, maar tevens eisen stellende opvoedingshouding” (M.M.W. Oosterhof-van der Pol) is de meest doeltreffende manier om angsten de baas te worden. Denk maar eens aan de bemanning van een vliegtuig. Veel passagiers zijn bang, maar als de bemanning rust uitstraalt is de angst aanmerkelijk minder. Als de passagiers merken dat de bemanning in paniek raakt neemt ook bij hen de angst enorm toe.

Opvoeder als houvast

Opmerkelijk is overigens dat uit een onderzoek onder tandartsen komt naar voren dat patiënten het meest bang worden als de tandarts zelf enorm tegen de behandeling op ziet. Een duidelijke benadering waarbij de tandarts zelf de regie in handen heeft werkt het meest angstreducerend voor de patiënt.

Ik zit in een vliegtuig. Het is erg onrustig door turbulentie. Plotseling zie ik een flits en er klinkt er een harde knal. Het eerste wat ik doe is naar de stewardess kijken. Ze schrikt duidelijk. Ik denk: ‘dit was dus echt heftig’. 

Kinderen hebben de neiging om eerst naar de opvoeder te kijken als er iets spannends gebeurt. Ze lezen angst of vertrouwen af aan de ogen van de moeder (of vader). Een rustige houding van de opvoeder (‘het komt allemaal goed’) leidt tot minder angst bij het kind.

Aftakeling

Ik had een afspraak met de tandarts.

Er zijn mensen die tegen zo’n afspraak opzien. Ik weet niet waarom, want tandartsen zijn doorgaans vriendelijke mensen. Eigenlijk vind ik zo’n bezoek aan de tandarts meer een uitje.

De afgelopen jaren was er nooit iets aan de hand met mijn gebit. Ik heb ook al mijn tanden en kiezen nog. Behalve vier verstandskiezen die er tijdens één sessie door mijn zwager Jan (een daartoe bevoegd tandarts) in 1977 uit getrokken werden.

Mijn enige bezwaar tegen een afspraak met de tandarts is dat het wel wat verstorend is in de agenda. Het haalt me uit mijn ritme.

Maar deze keer trok de tandarts een ernstig gezicht. De palatinale radix van de 1.6 is vermoedelijk gebroken. En radix is een wortel. Hoe kan die nu weer breken, vraag ik me af.

Ik moet me dus bij de kaakchirurg melden. Die gaat kijken of er nog iets te redden valt of dat de 1.6 geëxtraheerd moet worden (dat is een vorm van actieve euthanasie op een kies).

Waarmee ik maar wil zeggen: ook bij mij (66 plus) is de aftakeling begonnen. Maar eerst neem ik nog een paar worteltjes tot mij…

Muggenbeten

We kunnen van alles onderzoeken. Daar beginnen baby’s en peuters al mee. Bij een gek geluidje begint mamma te lachen. Er klinkt een belletje als ik op een rood knopje druk. Kinderen zouden zich niet ontwikkelen als ze niet voortdurend van alles zouden onderzoeken.

Ook volwassenen doen aan onderzoek. Soms geven ze er het ‘predikaat’ wetenschappelijk aan. Dan pretenderen ze dat hun onderzoek controleerbaar en voor herhaling vatbaar is. Maar let op: lees eerst de verpakking voordat u denkt dat het allemaal waar is. Iedere onderzoeker hanteert zijn eigen uitgangspunten. Om een hoogleraar psychologie te citeren: het enige dat klopt aan ‘meten is weten’ is dat het rijmt.

Sommige onderzoeken zijn maatschappelijk relevant. De kans op genezing wordt groter, het leefklimaat verbetert. Er bestaan ook onderzoeken die geen hoger doel dienden dan dat het gewoon leuk is om te weten. Opvallend vaak hebben deze onderzoeken te maken met het verschil tussen man en vrouw.

Voorbeelden van uitkomsten uit allerlei onderzoek:

  • Vogels poepen vaker op rode auto’s.
  • Duiven maken onderscheid tussen de schilderwerken van Monet en van Picasso.
  • Vrouwen slapen vaker op hun zij dan mannen.
  • Mannen roken vaker op de fiets.
  • Vrouwen voeren vaker een telefoongesprek op de fiets.
  • Mannen vervoeren vaker een ladder op de fiets.
  • Kattenliefhebbers zijn intelligenter dan mensen die van honden houden
  • Bij mannen zit het linkerneusgat vaker dicht dan het rechterneusgat.
  • Roodharigen zijn vaker bang voor de tandarts.

Ieder onderzoek daagt ook weer uit tot vervolgonderzoek. Want als roodharigen banger zijn voor de tandarts, dan valt ook te verwachten dat (de vaak roodharige) Ieren banger zijn voor de tandarts dan Nederlanders.

Inmiddels heb ik de eerste mug al weer gesignaleerd. De komende zomer zou ik graag het volgende willen weten: worden vrouwen vaker het slachtoffer van muggenbeten dan mannen? Of heb ik gewoon geluk en heeft Tineke pech?

(in 2014 in iets andere vorm geplaatst als een column in het Nederlands Dagblad). 

Fietsen door Bralim (3)

Naar huis

’s Avonds keren de mannen/ uit de onmeetlijke velden, de lijven ontspannen, moegesloofde helden.

Maaiers, machtig, stout…/ die schoven bonden; allen, die het goud, van de aarde vonden.

‘k Hoor hun mompeldeunen/ door d’avond slaan/ de lijven lijken te leunen/ in hangend gaan.

Vier seizoenen in ’t uur. Een sneeuwbui in de voorjaarszon, zachte half op brandstof beknibbelde grond, water, pijpestro, je voeten breken/ zachte spinters biels.

Bleke, bloedeloze Peel maar boven/ in blote lucht een schitterende wolk:

hoog boven dit binnenstebuiten eiland/ een uitgeloogde ravekop.

Peter van Lieshout, 1980.

Dat is wél de ontgonnen Peel. Toen deze streek nog een oneindige moeras was viel er niet veel graan te oogsten.

Meijel

Ondertussen nader ik het einde van de Peel. Een sluis brengt mij aan de westkant van de Helenavaart. Achter de bloeiende fruitbomen doemt een kerktoren op. Dat moet Meijel zijn. Ooit was het een in strategisch opzicht belangrijke plaats, omdat hier één van de weinige ‘doorwaadbare’ routes door de Peel liep: de weg van Den Bosch naar Keulen. Terwijl Meijel lange tijd Spaans was, behoorde het nabijgelegen Helden tot Pruisisch Gelre. Dat leidde tot diverse knokpartijen.

Maar tegenwoordig is Meijel een vriendelijk dorp met een torenhoge toren (80 meter). Omdat de kerk in 1944 totaal werd verwoest staat er een nieuwer kerkgebouw waarbij wel de stijl van de vroegere kerkbouw werd aangehouden.

We-dentity en I-dentity

Dat klinkt heel ingewikkeld. Ik heb er al eerder over geschreven. De begrippen komen uit de theorie achter de schaal voor emotionele ontwikkeling (SEO R 2). De theoretische onderbouwing werd voor een deel geschreven door de Belgische orthopedagoge Lien Claes (2016).

Het eigen ‘ik’

In de sociaal-emotionele ontwikkeling is de grootste verandering de ‘ik-ontwikkeling’. De baby en de jonge peuter hebben nog geen eigen ‘ik’. Lien Claes schrijft in dat verband over we-dentity: het kind valt in emotioneel opzicht nog samen met belangrijke anderen. Vanaf ongeveer anderhalf jaar begint het eigen ‘ik’ op gang te komen. Het kind ontdekt dat hij ook iets anders kan willen dan de volwassene.

Twee jaar en drie jaar

In de cursussen die ik geef over sociaal-emotionele ontwikkeling noem ik voor peuters twee fasen:

2 jaar: “Ik ben twee en ik zeg nee”

3 jaar: “Ik ben drie en ik wil de regie.”

Het verschil tussen die twee jaar en die drie jaar is dat een kind van twee jaar nog niet goed kan ‘plannen’. Het weet dus wel wat het niet wil, maar nog niet (goed) wat het wél wil.

Gestagneerd of geblokkeerd? 

Vroeger dacht ik dat de meest spannende fase in de ontwikkeling het zich leren hechten was. Inmiddels denk ik daar anders over: de meest spannende emotionele opdracht is het leren loslaten. Er zijn kinderen bij wie dat niet lukt. Prof. dr. Anton Dosen spreekt daarbij van twee varianten:

a) De gestagneerde sociaal-emotionele ontwikkeling (de ontwikkeling gaat op allerlei terreinen wél verder, maar de sociaal-emotionele ontwikkeling stagneert)

b) De geblokkeerde sociaal-emotionele ontwikkeling (de ontwikkeling op alle gebieden loopt vast, dus ook de intelligentie blijft vér achter).

In vogelvlucht

Er kunnen tientallen aspecten genoemd worden rond de kenmerken van een vroege sociaal-emotionele ontwikkeling. Ik licht er nu uit mijn eigen bevindingen één aspect uit: de sociale ontwikkeling. Hoe reageren mensen in een bepaalde fase op andere mensen? Dat doe ik heel kort, want ook hier valt weer een boek over te schrijven.

a) Tot zes maanden overheerst de chaos. Het kind kan zelf geen structuur in het leven aanbrengen. Dat betekent ook dat de reactie naar anderen toe ‘chaotisch’ is. Het kan uiteindelijk zo zijn dat iemand die op dit niveau functioneert zichzelf af gaat sluiten van de omgeving en daardoor juist heel star wordt.

b) Van zes tot achttien maanden vallen de emoties van kinderen voor een belangrijk deel samen met die van belangrijke personen uit de omgeving.

Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een volwassene die in deze fase is gestagneerd de kleur van de ander aanneemt: houdt de bezoeker van Ajax, dan wordt die persoon ook een fan van Ajax; houdt de bezoeker van klassieke muziek, dan luistert de betrokken persoon ook graag naar klassieke muziek. Maar dat kan dus zomaar omslaan in Feijenoord en in heavy metal. 

c) Van achttien tot zes-en-dertig maanden zie je dat de angst voor controleverlies groot is. Het eigen ik is kwetsbaar. Daarom zijn deze mensen iedere keer weer bang dat een ander de regie overneemt. Deze fase vertaalt zich bijvoorbeeld in verzet tegen alles wat een ander vraagt (‘als het moet doe ik het niet’).

In sociaal opzicht valt o.a. op dat mensen goed weten wat ze zelf willen. ‘Dat wil ik’ is een sleutelbegrip. Maar ook ‘ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken’. ‘Wat wil jij’ komt als wisselwerking en als beurtverdelen nog niet ter sprake.

En als je om je heen kijkt zul je ontdekken dat er heel wat volwassenen zijn die in sociaal-emotioneel opzicht zich vaak nog als peuters gedragen…

Delftse lente

Ruim 25 jaar hebben we tussen de grootste bloembollenvelden van de wereld gewoond: de velden tussen Den Helder en Anna Paulowna.

Toeristen denken dat rond Hillegom en Lisse het grootste bollenareaal is, maar dat is dus niet zo. Een groot aantal ‘bollenboeren’ is geëmigreerd naar de zanderige kleigrond in de Kop van Noord-Holland. Je komt er dezelfde familienamen tegen als rond Hillegom en Lisse.

Uit onze Helderse tijd stamt de liefde voor tulpen in allerlei variaties. Maar gelukkig kan ik in de omgeving van Delft ook nog gewoon bloeiende tulpen kopen bij de boer.