Persoonlijkheid en ouder worden

Je hoort vaak zeggen dat – als mensen op leeftijd komen – de persoonlijke problematiek afvlakt. De problemen worden milder. Maar is dat wel zo?

In navolging van psychiater Bére Miesen meen ik dat de hechting op jonge leeftijd de oudere leeftijd mede kleurt. Zo zal iemand die zich op jonge leeftijd voortdurend verlaten voelde waarschijnlijk op oudere leeftijd veel claimend gedrag vertonen.

Zieke moeder met borderline

Een tijdje geleden sprak ik een mevrouw die dochter is van een moeder met borderline-problematiek. Ze vertelde dat ze als kind altijd in angst zat vanwege het onvoorspelbare gedrag van haar moeder. Bovendien moest alles verlopen zoals haar moeder dat in haar hoofd had (controle).

Nu was haar moeder ziek geworden. Ze lag meestal op bed. Dat is niet de beste manier om de controle te behouden. Ik vroeg deze mevrouw daarom hoe het nu ging in de relatie met haar moeder. Volgens de dochter waren de problemen alleen maar erger geworden. Vanuit haar bed probeerde moeder over alles de controle te houden, maar bovendien was het nooit goed.

“Kom ik met een kopje thee aan, omdat ze dat ’s middags drinkt, begint ze te schelden dat ze koffie wilde, vraag ik wat ze wil drinken dan wordt ze boos, want ik kan toch als volwassen dochter weten dat ze ’s middags altijd thee drinkt?”

“Ben ik in huis, dan klaagt mijn moeder dat de hele tijd de kinderen over de vloer komen. Ben ik er niet, dan is het wéér niet goed, want ik laat als dochter haar zieke moeder in de steek.”

Ouderen met een gebruiksaanwijzing

Oudere mensen die op zo’n manier op de omgeving reageren worden wel eens ‘ouderen met een gebruiksaanwijzing’ genoemd (in: Noud Engelen en Bas van Alphen: Ouderen met karakter, Garant, 2016). De ouderen zelf vinden dat overigens meestal niet, ze vinden dat de omgeving een gebruiksaanwijzing nodig heeft.

Evenwicht

Ouderen met een persoonlijkheidsstoornis kunnen redelijk functioneren als er weinig sprake van stress is. Maar als het evenwicht verstoord raakt, raakt meteen ook alles ontregeld. Het zet ook meteen de relatie met anderen onder druk.

Iemand die zich vaak afhankelijk opstelde zal opeens totaal hulpeloos zijn, iemand die doorgaans dominant was zal nu opeens alles precies zo willen hebben zoals het in zijn of haar hoofd zat.

Molenfietsen (6): Krimpen, Capelle en Rotterdam

avondlucht-bij-krimpen-aan-de-ijssel-kopieVanuit Krimpen aan de Lek fiets ik via een groene buffer Krimpen aan den IJssel binnen. Het zuidelijk deel van de plaats bestaat bijna helemaal uit bedrijventerreinen aan de Lek. Daarna fiets ik langs uitgebreide nieuwbouwwijken.

Krimpen aan de Lek is vanaf de jaren ’70 erg hard gegroeid en telt nu zo’n 30.000 inwoners. Van het oude dorp is weinig meer over.

Voor wie hier op zondag naar de kerk wil: je kunt kiezen uit 14 verschillende kerken. De grootste kerkgebouwen bevinden zich aan de rechterflank van de protestantse kerken: een Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland (bijna 2000 leden) en een Gereformeerde Gemeente (bijna 1500 leden). Die kerken zitten zowel ’s morgens als ’s middags helemaal vol. Geen wonder dat de SGP de meeste stemmen kreeg bij de gemeenteraadsverkiezingen. Alleen verwacht je dat niet in de Randstad.

Tijdens de Watersnood in 1953 bleek het stroomgebied van de Hollandse IJssel bijzonder kwetsbaar te zijn. De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden waren ook kwetsbaar, maar dit was een wel heel laag gelegen gebied (het laagst gelegen deel van Nederland) met bovendien honderdduizenden inwoners. Daarom werd hier begonnen met de Deltawerken: de stormvloedkering in de Hollandsche IJssel.

stormvloedkering-krimpen-aan-den-ijsselNaast de kering ligt een brug: de Algerabrug. Je hebt namelijk Algra’s en Algera’s. De oorspronkelijke naam is Algera, maar ergens is een foutje gemaakt, hetzij door een dronken ambtenaar van de burgerlijke stand (de ene lezing), hetzij door een vader die een borreltje op had (de andere lezing). Deze brug is naar een minister van Waterstaat genoemd.

skyline-rotterdam-2Op de brug heb je een goed zicht op de hoogbouw van Rotterdam. Vóór me ligt een onafzienbare vlakte aan gestapelde stenen en betonnen kolossen aan bebouwing. Tussen die bebouwing door raast dag en nacht autoverkeer in allerlei richtingen.

Maar ik ben nog niet in Rotterdam. Dit is (pas) Capelle aan den IJssel. Van het oorspronkelijke tuindersdorp is weinig meer over. In veertig jaar tijds groeide het dorp van 10.000 inwoners naar 60.000 inwoners. En toch mocht de plaats zich de Groenste Stad van Nederland noemen.

Ik heb geen idee of ik mij strategisch verplaats door de stad, ik fiets gewoon mijn neus achterna. Inderdaad fiets ik wel over door groen omgeven dreven, al is het niet meer goed zichtbaar in de duisternis.

Uiteindelijk kom ik bij de Kralingsche Plas uit, waar tientallen joggers proberen de conditie enigszins op peil te houden. Ik ben hier in de gemeente Rotterdam aangeland. Ik bel voorzichtig met mijn fietsbel als ik niet zeker weet of iemand mij aan heeft zien komen. Maar deze meneer wordt ontzettend boos. Hoe ik het in mijn stomme kop haal om te bellen als hij mij gezien heeft!!! Tsja, ik kan nu eenmaal geen gedachten lezen.

Door wijken aan de noordkant van Rotterdam fiets ik westwaarts: een schijnbaar eindeloos palet aan woonwijken, bedrijventerreinen, groenstroken en autowegen. Rechts van mij komt even verderop de Rotterdam/The Hague Airport, een volgens mij overbodige luchthaven op minder dan een half uur treinen van Schiphol.

Dan nog even het laatste stukje open land tussen Rotterdam en Delft (met veel lichtvervuiling door de kassengebieden) en dan ben ik weer thuis.

Van wie komt de vraag?

Op de instelling had het management ‘het licht gezien.’

Het management was op reis geweest naar Noorwegen. En men had gedacht: wat in Noorwegen kan, kan ook bij ons.

Ik ben het er helemaal mee eens dat het ‘Noorse model’ een prachtig zorgmodel is. Maar kun je dat model direct vertalen naar de Nederlandse zorg? Denk alleen maar aan de beschikbare fysieke ruimte…

In vervolg op het bezoek aan Noorwegen zou de hele instelling voor mensen met een verstandelijke beperking zou ontmanteld worden. Grote instellingen waren immers niet meer van deze tijd? Van nu af aan zou de eigen regie van de cliënt centraal staan.

Daar was ook de overheid blij mee. Het was overheidsbeleid dat grote instellingen eigenlijk niet meer ‘konden’. Bewoners moesten zelf de regie hebben over hun bestaan.

Het gevolg was dat alle bewoners van de instelling het terrein zouden moeten verlaten en in gewone woonwijken gaan wonen. En omdat het ook niet gewoon is dat je dan overdag thuis bent zouden alle bewoners ook tien dagdelen per week zinvolle dagbesteding krijgen. Management gelukkig, begeleiders blij, bewoners gelukkig, ouders tevreden.

Onttutteld

Maar wie had het idee bedacht? Van wie kwam de vraag? Het management vond dat de zorg onttutteld moest worden. Maar dit beleid was nu typisch een voorbeeld van het willen invullen voor de ander. Het management bepaalde dat de bewoners – die al 30 jaar lang op het terrein van de instelling woonden – nu in een rijtjeshuis in de stad moesten gaan wonen.

Bevraagd

Een aantal bewoners was geïnterviewd. Er daar kwam uit dat ze het allemaal prachtig vonden. Maar was er ook rekening gehouden met het feit dat veel mensen met een verstandelijke beperking sociaal gewenste antwoorden geven?

Ook de ouders waren geïnformeerd. Maar als ze bewaren uitten werd hen te verstaan gegeven dat de klok niet teruggedraaid kon worden. Het paste bij wat Alice van der Pas (auteur van een tiendelig oeuvre over ouderbegeleiding) schrijft over de houding van (veel) professionals: de “ik zie wat u niet ziet positie.”

Ontworteling

De eerste grote vergissing die werd gemaakt is dat als je eenmaal langdurig op het terrein van een instelling hebt gewoond, dat het dan een ontworteling betekent als je opeens moet verhuizen naar een woning in de wijk. Dat is heel wat anders dan wanneer je altijd in de wijk hebt gewoond.

Drie hoog in Amsterdam

Een grote psychiatrische instelling besloot het grootste deel van de op het terrein wonende cliënten naar woningen in de samenleving te laten verhuizen. Daar zouden die cliënten het veel beter gaan doen, temidden van andere mensen. Maar als je 20 jaar op het beschutte terrein van de instelling hebt gewoond ‘wen’ je niet zomaar op drie hoog in Amsterdam.

Wonen in de Vinex

In de bus kom ik Marieke tegen. Ze woont tegenwoordig in een Vinex-wijk in Den Haag. Vroeger woonde ze op het terrein van een grote instelling. Iedere dag neemt ze de bus naar het terrein waar ze vroeger woonde. Ze heeft heimwee naar de beslotenheid van het terrein waar ze iedereen kende. Ze kan maar niet wennen aan het wonen in de Vinex-wijk waar ze niemand kent.

Het idee was dat de wijk zich massaal over mensen zoals Marieke zou ontfermen, maar dat valt in de praktijk tegen. In deze wijk zijn de meeste ouders tweeverdieners met kleine kinderen. Ze moeten al veel moeite doen om te overleven in de hectiek van het dagelijks bestaan.

Molenfietsen (5) : Krimpen aan de Lek

De pont naar Krimpen aan de Lek is goed bezet. Er blijven nog auto’s aan wal staan. Het is niet te hopen dat hier een brug komt, dan is het met de sfeer gedaan.

lekveer-krimpen-aan-de-lek-2De veerpont Christina is in 1955 gebouwd in Oberwinter. Hij/zij heeft eerst in Ochten gevaren (over de Waal), maar dat veer legde het loodje door de nieuwe Waalbrug. Daarna voer Christina heen en weer over het Spui bij Hekelingen. En nu dus tussen Kinderdijk en Krimpen aan de Lek.

Het veer vaart nabij de driesprong Noord-Lek-Nieuwe Maas terwijl 5 km. verderop de Hollandsche IJssel zich ook nog eens bij deze wateren voegt. Voor mensen die van woelige baren houden is dit een erg mooie plek.

De naam Krimpen betekent oversteekplaats. Het schijnt dat de Lek vroeger zo ondiep is geweest dat je soms lopend naar de overkant kon waden. Toch vaart er sinds 1300 ook al een pontveer.

Volgens Justus van Oel, die veel plaatsnamen een andere betekenis heeft gegeven betekent Krimpen aan de Lek het verschijnsel waarbij je ziet dat iemand ontzettend nodig moeten plassen en krommend en steunend voor een toilet staat te trappelen terwijl hij/zij ondertussen al de eerste druppeltjes urine verliest. Daar moet je een beelddenker voor zijn.

Krimpen aan de Lek heeft zo’n 6500 inwoners. Het is van oorsprong een dijkdorp met ‘stoepen’ die de polder in lopen (net als bijvoorbeeld Sliedrecht). Vanwege de ligging op 15 km afstand van Rotterdam (na de avondlucht-bij-krimpen-aan-de-ijssel-kopiebouw van de Algera-brug) groeide de plaats in de tweede helft van de vorige eeuw vrij snel. Tussen de ‘stoepen’ bevindt zich veel nieuwbouw.

Nog maar een klein stukje groen vormt de buffer tussen Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel. Ondertussen gaat de zon onder en lijkt het of de Randstad hier heel ver weg is.

Een volwassen peuter? (2)

In het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen (NTZ, december 2016) plaatst psycholoog Jan Gielen kritische kanttekeningen bij het gebruik van ontwikkelingsdynamische begrippen in de zorg voor mensen met een beperking. Het gaat te ver om hier op dit blog verder op in te gaan.

Eén van de lastige aspecten in de sociaal-emotionele ontwikkeling is wat nu precies sociale ontwikkeling is en wat emotionele ontwikkeling is. Als iemand grote moeite heeft met de omgang met leeftijdgenoten zien we dat vaak als een sociale beperking, maar mijns inziens heeft die beperking alles te maken met de emotionele ontwikkeling. Volgens Prof. dr. A. Došen zijn beide ‘onderdelen’ van de persoon niet los verkrijgbaar: ze hebben alles met elkaar te maken.

Een kernvraag die door Jan Gielen wordt gesteld is deze: “Werkt het gebruik van ontwikkelingsleeftijden infantilisering jegens de cliënt niet in de hand?” Ik zou deze vraag breder willen stellen, want als je het hebt over ontwikkelingsleeftijden gaat het niet alleen om sociaal-emotionele aspecten, maar ook om zelfredzaamheid en cognitieve aspecten.

Als ik in het verslag van een IQ-test lees dat Peter ‘gemiddeld op het niveau van een 3-jarige peuter functioneert’: werkt dat niet evenzeer infantilisering in de hand? Je zult op de één of andere manier een referentiekader moeten hebben waaruit blijkt dat iemand een bepaalde mate van ondersteuning of nabijheid nodig heeft.

Het verhaal van Vanessa

Vanessa woonde begeleid zelfstandig. Na een tijdje (b) leek dat ze deze zelfstandigheid niet goed kon hanteren. Haar huis vervuilde, ze had allerlei ongewenste contacten, ze raakte financieel in de problemen, ze verzorgde zichzelf steeds slechter. Uiteindelijk werd ze op een crisisplek opgenomen op een instelling. Daar was 24 uur per dag begeleiding aanwezig. Vanessa knapte snel op en na zes weken kon ze weer naar haar eigen woning. Binnen een paar weken bleek dat de winst die was behaald op de crisisafdeling alweer verdwenen was. En als snel moest Vanessa weer op de crisisafdeling worden opgenomen.

Na drie crisis-opnames kwam er een plek voor Vanessa vrij in een gezinvervangend tehuis. Dat bleek geen goede oplossing. Vanaf de eerste dag was ze in conflict met medebewoners. De conflicten liepen zó hoog op dat ze weer als crisis op een instelling werd opgenomen.

Uiteindelijk kwam Vanessa op het terrein van een instelling te wonen. Ze had een rijbewijs, reisde zelfstandig met de trein naar haar broer in Berlijn, schreef brieven aan de directie en bezoekers op het terrein dachten dat ze een personeelslid was. Wat maakte dan dat Vanessa toch beter functioneerde op het beschutte terrein van de instelling dat op de voorgaande woonplekken? Dat had alles te maken met haar sociaal-emotionele kwetsbaarheid. Op voorgaande voorzieningen was weinig zicht geweest op de sociaal-emotionele aspecten van haar functioneren. Daardoor werd ze voortdurend overvraagd. Ze kon heel veel (cognitief functioneerde ze op de leeftijd van ongeveer 9 jaar), maar met name in stress-situaties viel ze terug op een sociaal-emotionele leeftijd tot ongeveer 1½ jaar. Op zo’n moment had ze de beschikbaarheid van begeleiding hard nodig. Daardoor was ze in haar eigen woning verloren en vereenzaamd geraakt.

Is Vanessa nu een peuter

Betekende dat nu dat Vanessa voortaan als een 1½-jarige peuter begeleid moest worden? Natuurlijk niet. Dat zou haar onrecht aan doen.

Ze is een volwassen vrouw met enige jaren beroepsonderwijs achter de rug. Ze heeft 35 jaar levenservaring.

Vanessa kon heel veel en als ze zich veilig voelde kon ze mensen verbazen door haar mogelijkheden. Bij haar sociaal-emotionele kwetsbaarheid hoorde echter ook dat bij stress gemakkelijk terugviel op een veel lager niveau van functioneren.

Wat gebeurt er bij stress?

Anton Došen noemde in dit verband twee termen:

  1. Cognitieve desintegratie: niet meer goed kunnen nadenken, het opeens helemaal niet meer weten
  2. Basaal overdrijven: bij een zo op het oog kleine rimpeling emotioneel toch zeer heftig reageren (‘een klein steentje in de schoen leidt tot een groot gedragsprobleem’).

Jan Gielen noemt het gebruik van ontwikkelingsleeftijden ‘controversieel’. Want, zo schrijft hij, wat gebeurt er als iemand leest dat hij in sociaal-emotioneel opzicht op tweejarige leeftijd functioneert. Dat kan als krenkend worden ervaren, maar het kan ook leiden tot nóg meer gevoelens van ‘waardeloosheid’.

Bas is (g)een autist

Inderdaad heb ik – vanwege de verantwoordelijkheid voor de inhoud van behandelplannen – regelmatig met dit probleem geworsteld. Maar niet alleen rond het thema van de sociaal-emotionele ontwikkelingsleeftijden. Zo heb ik ook wel eens een eindeloze discussie gehad met een cliënt die niet wilde dat de term ‘autisme’ in het verslag stond. Hij wilde wel begeleiding, hij besefte ook dat hij niet zonder kon, maar hij was géén autist. Ook psycho-educatie hielp hem niet: het woord mocht niet in het plan staan. Het probleem was dat de ondersteuning door begeleiding was goedgekeurd op basis van het gegeven dat er sprake was van een stoornis in het autistisch spectrum. Niet alleen het werken met ontwikkelingsleeftijden, maar ook allerlei diagnoses kunnen als krenkend worden ervaren.

Geen recht doen aan de persoon

Ik ben het helemaal met Jan Gielen eens dat het gebruik van ontwikkelingsleeftijden stigmatiserend kan werken. Als er in de rapportage staat dat het gedrag typerend is voor een fase 2 cliënt gaan mijn weinige haren te berge rijzen. Maar dat is ook zo als er in rapportage staat dat het gedrag typerend is voor een autist. Beide terminologieën doen geen recht aan de persoon. We zullen dus op een andere manier moeten kijken en moeten beschrijven.

(wordt vervolgd)

Gevulde courgette

Sinds Tineke besloten heeft dat we de vleesconsumptie tot een minimum moeten beperken verschijnen er allerlei bijzondere gerechten op mijn bord.

menuEen breed scala aan vleesvervangers passeerde de revue. En vaak komt er zoveel groenvoer op het bord dat het lijkt of ik tot een konijnen-orde toe ben getreden.

Deze foto maakte ik gisteren. Ik moest eerst even navragen wat het is. Het is een gevulde courgette. Met enig overgewicht.

Er is trouwens ook een kinderfilm over een jongetje dat Courgette heet. Maar hij lijkt hier toch niet op…

Een volwassen peuter? (1)

Er bestaan allerlei schema’s die aangeven op welk sociaal-emotioneel niveau een persoon functioneert.

Zo bestaat in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking het functioneringsprofiel (van Jacques Heijkoop). Het geeft aan wat iemand kán (de vaardigheden) en wat iemand áán kan (de sociaal-emotionele basis).

Daarnaast bestaat het schema dat door Prof. Anton Došen is ontwikkeld aan de hand van de uitkomsten van de SEO: een schaal die de sociaal-emotionele ontwikkeling in beeld brengt. Aan de Universiteit van Gent is dit model verder ontwikkeld, en werd de SEO gereviseerd. Inmiddels is er een derde versie in omloop.

Vanuit de psychiatrische hulpverlening is het Ontwikkelingsprofiel van Prof. R.E. Abraham bekend geworden. Hij laat aan de hand van een aantal thema’s zien hoe het beeld van een persoon gekleurd wordt door de fase van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Narcisme en borderline

Er is ook kritiek op deze manier van denken. Maak je daarmee mensen niet kleiner dan ze zijn?

Want als ik het Ontwikkelingsprofiel van R.E. Abraham er bij pak (ik loop nu even naar mijn boekenkast, even geduld aub) dan zou ik bijvoorbeeld kunnen bedenken dat een narcist eigenlijk een peuter is die zichzelf als centrum van de hele wereld ziet.

Wie een narcist in huis heeft gehaald woont dus eigenlijk samen met een peuter. Een vrouw zei dat ze eigenlijk drie kinderen in huis had: twee jonge kinderen en haar man. Dat idee dus. Het mankeert er nog maar aan dat je dan voor je partner geen kinderbijslag aan kunt vragen.

Een dergelijke redenering zou je bijvoorbeeld ook kunnen volgen als het gaat om de problematiek rond borderline: zijn dat geen mensen die zóveel moeite hebben met het verbinden en loslaten dat ze eigenlijk ook weer als peuters functioneren die niet mét en niet zonder mamma kunnen.

Stampvoetende man in net pak

Op de film zie ik een hoog opgeleide meneer die op studiereis is naar Thailand. Bij studiereizen horen ook excursies. Vandaag wordt een boeddhistische tempel bezocht. Om deze tempel binnen te kunnen gaan moet je je schoenen en je sokken uittrekken. Daar wordt deze meneer (in het pak in het hete Thailand) heel erg boos om. Hij staat te stampvoeten van boosheid. Hij is niet van plan om zijn schoenen en sokken uit te trekken. Is die meneer dan een koppige peuter die toevallig ook de leiding heeft over een afdeling met ICT’ers?

Zo simpel zit de wereld natuurlijk niet in elkaar.  Je zou kunnen zeggen dat die meneer zich op dat moment gedraagt zoals een peuter. Maar in het dagelijks leven is hij natuurlijk wel even wat meer dan een peuter…

Is de directeur een peuter? 

Mevrouw de Jong is directeur van een basisschool. De hele dag heeft ze dingen moeten regelen, ouders gesproken en andere gesprekken moeten voeren. Ze komt ’s avonds moe thuis. Daar ontdekt ze dat de kat op de vloerbedekking heeft gekotst en dat haar man dat niet heeft opgeruimd.

Voor mevrouw De Jong wordt het even te veel. Ze begint te schelden, gooit haar tas op de bank, loopt naar de slaapkamer en gooit de deur dicht.

Mevrouw De Jong vertoont gedrag dat een peuter/kleuter ook kan laten zien. Maar heeft de school nu een peuter als directeur aangesteld? Nee, opnieuw zit de wereld niet zo eenvoudig in elkaar. Mevrouw de Jong is meer dan iemand die zich als een peuter gedraagt en toevallig ook nog eens directeur is van een basisschool.