De Zak (4)

Na de kruising met de museumstoomtramlijn van Goes naar Hoedekenskerke kom ik in het dorp ’s Gravenpolder uit. Het blijkt een aanzienlijk dorp te zijn, met tegen de 5000 inwoners.  Er zijn hier maar liefst drie brievenbussen. In de vorige plaatsen waar ik door fietste was maar één brievenbus. Opvallend zijn veel gerokte vrouwen en veel SGP-aanplakbiljetten. Dit is de Bible Belt.

Tot de voorzieningen in het dorp behoren onder andere drie basisscholen, een bibliotheek, een supermarkt, een drogisterij, twee snackbars, een sporthal, een slager, een bakker, en zelfs een Chinees restaurant. Dat heb ik niet allemaal gezien, het stond op de database voor de gemiddelde Nederlander: Wikipedia.

In het centrum staat aan het dorpsplein de Hervormde dorpskerk uit de 15e eeuw. In alle dorpen zie je hoogbejaarde kerken: het is een gebied dat al in de Middeleeuwen bewoond was.

De Plaatselijke Poes (links op de bovenste foto) zit op een elekriciteitskastje het verkeer in de gaten te houden. Hij (of zij) blijkt zeer aaibaar en vindt het erg plezierig dat hij/zij door een Delftse fietser geaaid wordt. Er wordt danig gekopt en gespind.

Als ik verder fiets vallen mij verschillende kerken op, zoals een fors uitgevallen modern kerkgebouw. Dit is de Elimkerk, van de Gereformeerde Gemeente. De eerste dominee van deze gemeente (954 tot 1956) had een vrolijke naam: hij heette ds. Cabaret. Waarschijnlijk waren zijn preken minder vrolijk.

In 1977 werd hier in een nieuwbouwwijk ook een nieuwe kerk gebouwd met 700 zitplaatsen. In 1990 was de kerk alweer te klein geworden, en kwamen er 400 zitplaatsen bij. Maar weer 15 jaar later was het kerkgebouw opnieuw te klein en kwamen er opnieuw 400 zitplaatsen bij (nu: 1524 zitplaatsen). Drie keer op een zondag worden er kerkdiensten gehouden. Maar dat niet alleen in dit kerkgebouw. Elders in het dorp vind je het forse kerkgebouw van de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland, waar ook drie kerkdiensten op een zondag worden gehouden.

Geen wonder dat de SGP in ’s Gravenpolder bijna de helft van het aantal stemmen kreeg.

Ik fiets weer verder en kom een paar kilometer verderop op de dijk langs de Westerschelde uit. De dijk werd een aantal jaren geleden verhoogd naar (nieuwe) Deltahoogte. Daardoor is de dijk nogal ‘standaard’ met een vorm die kenmerkend is voor veel nieuwe zeedijken. Maar aardig is wel weer dat er aan de buitenkant een fietspad is aangelegd.

Ik heb een schitterend zicht op de brede zeearm die hier een scherpe bocht maakt (‘de overloop van Hansweert’). Op enige afstand varen grote zeeschepen van en naar Antwerpen.

Verkiezingen

In de loop van de jaren zijn we verder naar het zuiden afgezakt.

Den Helder

We woonden 28 jaar in Den Helder (ongeveer 56.000 inwoners). Die plaats is in bestuurlijk opzicht nogal problematisch. Maar ook in economisch opzicht gaat het Den Helder niet voor de wind. Zie je dat terug bij de uitslagen van de landelijke verkiezingen?

Als je het aantal stemmen voor de PVV ziet als een signaal van de boze witte kiezer laat dat mogelijk iets zien van

  1. VVD: 21,7%
  2. PVV: 19,2%
  3. CDA: 11,9%
  4. SP:     8,3%
  5. GL:    6,4%

Alkmaar

Daarna woonden we 13 jaar in Alkmaar (107.000 inwoners). Volgens Time is Alkmaar een gemiddelde Nederlandse stad. Als je iets van Nederland wilt zien, bekijk dan niet alleen Amsterdam, maar ook Alkmaar, aldus dit tijdschrift. Is de uitkomst in Alkmaar vergelijkbaar met de gemiddelde uitkomst in Nederland? In de eerste kolom Alkmaar, in de tweede kolom landelijk.

  1. VVD:  22,2%       21,2%
  2. D’66: 13,8%        12,2%
  3. GL:    12,8%          9,1%
  4. PVV:  10,7%         13,4%
  5. CDA:   8,7%         12,4%

Groen Links trok in Alkmaar een hoger percentage kiezers dan landelijk het geval was, de PVV en het CDA een lager percentage kiezers.

Delft

Sinds een half jaar wonen we in de studentenstad Delft (101.000 inwoners). De studentenpartij STIP bezet in de gemeenteraad vier zetels. Maar die partij deed landelijk niet mee. Je kunt verwachten dat in zo’n stad D’66 en Groen Links veel stemmen trekken. Was dat ook zo?

  1. D’66: 20,3 % (+ 5,1%)
  2. VVD:  17,6%  (- 4,2%)
  3. GL:    14,3%  ( + 9,9%)
  4. PVV:  11,5%   ( + 2,2%)
  5. CDA:   7,4%  ( + 1,9%)

VNL, Nieuwe Wegen en de Piratenpartij zouden met gemak over de kiesdrempel zijn gesprongen met respectievelijk drie, drie en één zetel. Het beeld past bij een studentenstad. De partijen die onder studenten populair zijn deden het in Delft naar verhouding goed.

Pennenbakken

Ik heb twee etuis en twee pennenbakken in huis.

Je vraagt je misschien af waarom iemand twee etuis en twee pennenbakken heeft. Het verklaring is ook niet afdoende. Ik kan zeggen dat ik twee tassen heb en in die tassen zit ook altijd een etui. Waarom ik twee tassen heb: de één is voor fietstochten en reizen, de tweede voor mijn werk.

Waarom ik twee pennenbakken heb? De één staat in de studeerkamer en de ander in de woonkamer. Anders moet ik steeds heen-en-weer traplopen. Op zichzelf is dat een bijzonder goede activiteit, maar ik ben niet altijd even gezond bezig.

Maar nu de vraag: waarom bewaar ik in die etuis en die pennenbakken zoveel pennen? Ik telde in deze vier verzamelpunten samen ruim 50 pennen, potloden & accentueerstiften. De meesten heb ik overgehouden aan cursussen en congressen, maar waarom neem ik ze eigenlijk mee?

Maar de meest cruciale vraag is: van die 50 pennen, potloden en accentueerstiften blijken er 28 het niet meer te doen. Waarom bewaar ik ze dan nog? Is dat om ik hoop dat ze het misschien toch nog een keertje wél weer gaan doen? of omdat ze soms toch nog één regel schrijven? En omdat ik vind dat ik wat het nog een beetje doet niet weg moet gooien?

Hoe zit dat bij jullie?

Meten van emotionele ontwikkeling

Een stukje uit mijn vak. Misschien wat te technisch, maar ik wil het toch even een plekje geven.

Al sinds de eerste proefversie van de SEO (Schatting Emotionele Ontwikkeling, een schaal die de sociaal-emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking in kaart brengt) heb ik gewerkt met deze schaal. Ik volgde toen een intensieve cursus bij Prof. Anton Dosen, de bedenker van deze schaal. Inmiddels ben ik er zo’n twintig jaar mee aan het werk en ik vind het een bijzonder goed bruikbaar instrument.

Kritiek

Al vanaf het begin heeft de schaal echter ook veel weerstand opgeroepen. Eén van de voornaamste kritiekpunten is dat de schaal onvoldoende geformuleerd is in termen van concreet gedrag. Die critici willen veel meer meetbare items zien (zie Jan Gielen in het NTZ, december 2016)

Ik noem als voorbeeld (het item staat niet exact op deze manier in de schaal beschreven): “Raakt gemakkelijk van slag als de belangrijke opvoeder uit de buurt is”, dan wil men dat veel preciezer zien: na hoeveel minuten en hoe raakt die persoon dan van slag, wat zie je aan hem?

Of een ander denkbeeldig item: “heeft moeite om samen te spelen/ samen te werken met leeftijdgenoten”: hoe ziet die moeite er dan uit? Laat iemand de ander links liggen? Wordt speelgoed niet gedeeld? Speelt iemand steeds de baas? Kan hij niet tegen zijn verlies? Kan hij niet met anderen spelen als de moeder niet in de buurt is?

Wat men dan graag zou willen is dat je aan de hand van waarneembaar gedrag zou kunnen scoren op welke leeftijd iemand functioneert. En wat men verder zou willen weten is: is dit bijvoorbeeld vooral bij jongens het geval, heeft het te maken met de ernst van de verstandelijke beperking, hangt het samen met andere beperkingen, zoals bijvoorbeeld autisme?

Subjectief

De indruk die bestaat is dat de antwoorden op de schaal erg subjectief gekleurd worden door de invuller en door de vragensteller. Het is maar net hoe de vraag wordt gesteld en hoe de vraag wordt beleefd welk antwoord er uit rolt.

Dat kan inderdaad gebeuren. Maar dat was in de ontwerpfase veel sterker het geval dan tegenwoordig. Je kunt deze schaal ook niet zomaar afnemen. Vragenstellers moeten ook erg goed op de hoogte zijn van de vroege sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.

SEO breder ingezet

Aan de andere kant heeft onderzoek aan de Universiteit van Gent aangetoond dat de schaal wel degelijk in redelijke mate betrouwbaar en valide is. Inmiddels wordt de schaal ook in meerdere landen gebruikt en begint ook de psychiatrie gebruik te maken van de kennis die met behulp van deze schaal kan worden opgebouwd. Daarnaast zijn – met de komst van twee herziene versies – de items ook veel concreter geworden.

Geen diagnostisch instrument

Critici beweren dat de SEO eigenlijk niets meet. Maar daarmee doen ze de bedoeling van de schaal geen recht. De SEO en zijn opvolgers zijn niet bedoeld als een diagnostisch instrument.

Je kunt niet op basis van deze schaal zeggen dat een persoon sociaal op de leeftijd van 4 jaar en 7 maanden functioneert en dat hij emotioneel op de leeftijd van 2 jaar en 4 maanden functioneert.

De grote winst van deze schaal is dat de afname van de schaal een dialoog tot stand kan brengen tussen hulpverleners, familie en andere betrokkenen over de aard en de mate van ondersteuning die iemand nodig heeft.  Er hoeft dus zeker geen exact aantal jaren en maanden uit te komen.

De Zak (3)

Vanuit de verte is de toren al te zien. Ik fiets door een zeer gevarieerd gebied van bochtige dijken, meidoornheggen, percelen weidegebied en fruitteelt. Maar in welk dorp staat die kerktoren?

Het blijkt Nisse te zijn. Als ik het dorp binnen fiets val ik bijna van mijn fiets van verbazing. Maar het loopt goed af. Wat is dit een prachtig plaatsje. Er is een groot dorpsplein met aan de zuidkant een kerk met een aanzienlijke toren die dateert uit de 14e eeuw. De gothische kerk is een eeuw minder oud.

Op het dorpsplein staan de crocussen weelderig in bloei. Je ruikt en ziet hier de aanstormende lente.

Aan het plein staan deels historische huizen en gebouwen. Het kan niet anders dan dat Nisse vroeger een belangrijke plaats is geweest. Nu heeft het dorp slechts 600 inwoners. Het dorpsplein is het terrein van een voormalig kasteel, maar kasteel en tuinen zijn verdwenen. En op het plein zie je een oude waterpomp en een vijver, die vroeger dienst deed als drinkplaats voor het vee.

Het is geen wonder dat deze plaats is aangewezen als beschermd dorpsgezicht: zo’n plaatje moet je in ere houden!

Zoals al eerder vermeld: ik fiets gewoon mijn neus achterna. Ik heb dan ook geen idee wat mij verder nog aan plaatsen te wachten staat.

Twee keer kruis ik een aanzienlijke provinciale weg waarvan ik geen idee waar die weg heen leidt. Tussendoor ook nog een overweg. Dit is de voormalige tramlijn van Goes naar Hoedekenskerke, die aansloot op de boot naar Zeeuws-Vlaanderen (Terneuzen). Jammer dat die oversteek er niet meer is: het was een spectaculaire vaartocht tussen zandbanken door en soms vlak langs passerende grote zeeschepen.

 

Korte commandotijd

“Meneer, neemt u maar van mij aan, ik zal u zeggen hoe het zit, mijn zoon heeft 19 jaar bij mij thuis over de vloer gewoond, ik ken hem van die haver tot die gort, hij heeft gewoon van die periodes. Jullie willen hier veel te veel uitleggen. Maar dat hoort hij niet. Hij zit zogezegd in zijn eigen wereld. Dan moet je gewoon een korte commando strooien. Je zegt Zit! (ze knipt hard met de vingers), je zegt Eet!  je zegt Bad! Dat is gewoon die hele eieren eten. En nu zit hij weer in die korte commandotijd. Daar kun je niks aan doen. Dat heeft hij met die wisselende seizoen hier in die Nederland. In de winter, in de lente, in de zomer en in de herfst. Maar het gaat altijd weer over. Neem dat nu maar van mij aan, ik ben zijn moeder, van die haver tot die gort ken ik hem.

Dan moet je ook niet met hem gaan puzzelen. Dat doet hij niet. Jullie willen altijd maar puzzelen. Jij moet ook niet gaan tekenen. Dat leren jullie op die school. Jullie willen allemaal gaan tekenen. Dat doet hij niet. Neem dat nu maar van mij aan want ik ben zijn moeder. En al mijn kinderen, die willen niet puzzelen, die willen niet tekenen. Dat zit gewoon in ons familie. Wij puzzelen niet en wij tekenen niet. Daar zijn wij niet voor in die wieg gelegen.

Wat jullie kunnen doen is voor die jongen gaan zingen. Wij komen allemaal uit een muzikale familie. Toen ze klein waren ging ik voor al mijn kinderen zingen. Daar werden ze rustig van. Maar je moet niet gaan puzzelen. Nergens goed voor. Niet gaan tekenen. Ook nergens goed voor. Mijn andere kinderen ook. Dat doen ze niet. Maar ze houden wel van die muziek. Daar zijn ze de hele dag zoet mee. Jullie moeten gewoon voor mijn zoon gaan zingen. Dat is goed voor hem. Neemt u dat nou maar van mij aan, want ik ben zijn moeder en ik ken hem van die haver tot die gort. Die jongen heeft 19 jaar bij mij in huis gewoond.

En dan zegt u van die emotie van die jongen. Daar moeten jullie je helemaal niet mee bezig houden. Die emotie gaat gewoon over. Vanzelf. Dat heeft hij in die winter en in die lente en in die zomer en in die herfst. Dat hebben wij allemaal. Maar dat gaat wel weer over. Jullie maken je zorgen, maar dat moet helemaal niet. Het komt allemaal weer goed zo waar als ik hier zit, meneer. Ik weet het toch. Ik ben toch die moeder.

En dan lees ik ook nog over die seksualiteit. Meneer, ik ben zijn moeder en wij gaan daar heel gewoon mee om. Dat heb ik mijn kinderen uitgelegd. Dat zit er allemaal in want mijn zoon is een grote jongen. Hij is een hele kop groter dan zijn moeder. Zijn vader was ook zo groot, maar dat weet hij niet want die kent hij niet. Die man is met de noorderzon vertrokken. Ik weet niet waar die vader zit.

Waar was ik ook alweer gebleven. Oh ja, die behoefte van die jongen. Dat heeft die jongen gewoon. En daar moet je niet moeilijk over doen. Ik zeg tegen hem: als je wat wil doen moet je dat gewoon doen, jongen. Daar word je weer rustig van. Maar niet op de bank. Dat doe je op de WC. Drie keer trekken en het is over. Ja, zo is het toch? Zo gaat dat nu eenmaal. En dan komt hij weer helemaal ontspannen bij mij in de kamer. Ik ken hem toch. Hij heeft 19 jaar bij mij in die huis gewoond. Ik ben zijn moeder. Ik ken hem van die haver tot die gort.

Zo, ik heb genoeg gepraat. Was dit de vergadering? Dan heb ik mijn woordje weer gedaan. Jullie doen zo moeilijk, maar het is heel gewoon zo. Zo is het.

Vorige week heb ik wel op die Merel gemopperd. Ze kreeg zogezegd de storm van voren door de telefoon, maar het was allemaal in mijn hoofd opgestapeld. Dat moest er even uit. Maar die Merel is echt goud waard hoor. Dat is een hele beste begeleiding. Mijn zoon heeft het ook altijd over haar. Dus als ik ga schelden bedoel ik dat niet zo. Het moet er alleen maar even uit. Zo, ik heb gezegd. Jullie weten het weer. Maak je nou maar geen zorgen. Het gaat allemaal weer over. Het is mijn zoon. Ik ken hem van die haver tot die gort. Hij heeft 19 jaar bij mij in huis gewoond. En moeders weten dat gewoon. En ik zeg maar zo: praat niet zoveel tegen die jongen. Hij zit in zijn korte commandotijd. Dat gaat weer over. Vanzelf. Als je je maar geen zorgen maakt. Zo is dat! Ik heb gezegd.”

De Zak (2)

De logica in het wegenpatroon van de Zak van Zuid-Beveland is ver te zoeken. Dat is ook wel logisch, want het land bestaat uit een legpuzzel aan bedijkingen. Iedere keer weer werd er een stukje land op het water heroverd. Overal vind je kronkelende en vaak beboomde dijken. Soms maak je dan ook een grote omweg om met een ruime bocht weer in de buurt van het uitgangspunt te komen.

Het volgende dorp is ’s Heerenhoek. Hier wordt eind februari uitgebreid carnaval gevierd. Dat is opmerkelijk in deze protestantse streek, maar het is een Rooms-Katholiek dorp met een fors uit de kluiten gewassen kerk. De Hervormde Dorpskerk blijkt hier geheel verdwenen te zijn en weer te zijn opgebouwd in het Openluchtmuseum in Arnhem.

In ’s Heerenhoek staat de tweede Rooms-Katholieke basisschool die in Nederland geopend werd. Zoiets verwacht je in het land van de zachte g, maar die school staat dus in de Zak van Zuid-Beveland. De eerste stond trouwens in Volendam. Daar heeft men ook geen zachte ‘g’ in de verbale aanbieding, maar slechts een voor mij onverstaanbaar dialect.

Een hobby die hier bedreven wordt is de wielersport. Ik zie ook bordjes van een Jan Raasfietsroute. Deze wielrenner blijkt afkomstig te zijn uit dit dorp.

Op mijn richtinggevoel fiets ik verder. Dat is hier niet zo eenvoudig, want een weg die naar het oosten loopt kan zomaar een onverwachtse wending in noordelijke richting maken. Het is hier één en al verrassing. Ik fiets over mooie en rustige dijken, deels omzoomd door bomen. Het is nog fris, maar je ruikt de lengte.

Af en toe maakt de weg een zeer scherpe bocht. Dat is dan meestal de plek waar de dijk ooit is doorgebroken. Op één plek herinnert een wiel nog aan zo’n dijkdoorbraak.

In het noorden zie ik de contouren van Goes, met een markante TV-toren. Goes is één van de sterkst groeiende plaatsen in Zeeland. Ik fiets al genoeg door stedelijke bebouwing, dus ik wil een wat meer zuidelijke route aanhouden. Het blijft passen en meten omdat ik geen idee heb welke richting bepaalde dijken uiteindelijk op gaan.