Borderline en therapeut (1)

"De relatie van cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis met de hulpverlening is vaak problematisch." Aldus psychotherapeut Wies van den Bosch in: Gedachten uitpluizen jaargang 25 nummer 2.

De relatie met de hulpverlening wordt vaak gekarakteriseerd door wederzijdse frustraties, door manipulaties, door minimale therapietrouw en door het frequent stoppen met therapie.

"Henk, ik nooit meer een borderliner" zei Margriet, een ervaren en hoog opgeleide amulant begeleider nadat de situatie rond één van haar cliënten geëscaleerd was. Margriet had veel geïnvesteerd. Maar in haar beleving kreeg ze stank voor dank. Ze was er klaar mee.

Als je leest over borderline zie je dat het gedrag van mensen met een ernstige borderline persoonlijkheidsstoornis hoge eisen stelt aan de omgeving. “Emotionele kwetsbaarheid en verlies van impulscontrole zijn zó prominent aanwezig dat de stoornis ook wel het ‘hyperarousal discontrole syndroom’ wordt genoemd.” Tegenwoordig wordt ook gesproken over een ‘impuls-regulatiestoornis’.

De borderline persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van instabiliteit op het gebied van affectregulatie, impulscontrole, interpersoonlijke relaties en zelfbeeld.

In een eerder artikel van Wies van den Bosch noemt ze als klinische kenmerken van borderline:

  • Emotie-disregulatie
  • Impulsieve agressiviteit
  • Herhaaldelijke zelfverwonding
  • Chronische suïcidale tendensen
Volgens psychiater Michael Stone zie je pas werkelijk wie je borderline patiënt is als hij of zij weigert de behandelkamer te verlaten, als ze opgewekt met een arm in het verband de behandelkamer binnen komen lopen of als ze je 's nachts om twee uur bellen met de mededeling dat ze direct een gesprek nodig hebben.

Levensloop

Wat mij altijd weer boeit is hoe de levensloop van mensen met psychische problemen is. Worden de problemen groter of milder naarmate ze meer op leeftijd komen?

A. Hoewel de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis pas bij het begin van de volwassenheid gesteld kan worden is mijn indruk dat je bij kinderen vaak al kenmerken ziet die zouden kunnen passen bij het latere ‘borderline beeld’. Naar mijn idee is er een verband tussen de gedesorganiseerde gehechtheid en het gedrag dat kenmerkend is voor borderline problematiek.

B) Bij borderline zie je vaak de meest hefige problematiek tussen de 18 en 24 jaar. Dat is een levensfase waarin mensen los moeten komen van hun ouders en een eigen identiteit op moeten bouwen. Omdat autonomie en verlating een belangrijke rol spelen in de beleving van mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis is dit een zeer spannende fase.

C) Tussen de 30 en de 40 jaar neemt de problematiek af; er lijkt meer evenwicht te komen, de impulsen zijn minder ongecontroleerd.

D) Echter (indien de borderline stoornis niet behandeld is): de problemen nemen weer toe tussen de 40 en de 50 jaar. Bij vrouwen zou dit samen kunnen hangen met de overgang. Maar het kan ook weer het thema van de verlating zijn (ouders die overlijden. kinderen die de deur uit gaan, echtscheiding). Veel problemen boven de 50 jaar hebben te maken met alcoholmisbruik. Ook is er regelmatig sprake van ernstige depressiviteit.

Je wilt als behandelaar een beetje resultaat boeken ('de behandelaar is ook maar een mens'). En je hebt bovenstaande ervaringen bij de behandeling van mensen met ernstige borderline persoonlijheidsstoornis. Wat betekent dat dan voor jou aan het begin van de behandeling?
Advertenties

De X is van Xanten

En toen viel er echt niet aan te ontkomen. De Q was beschikbaar in Nederland. Maar de X komt niet voor aan het begin van een Nederlandse plaatsnaam. Dus moet ik uitwijken naar Nordrheinland Westfalen.

Xanten is een zeer oude plaats. De Romeinen bouwden hier een grote stad: Colonia Ulpia Traiana. De plaats lag aan een toenmalige loop van de Rijn. De Rijn heeft in de loop der tijd allerlei wandelingen gemaakt. Inmiddels ligt de rivier een aantal kilometer naar het Noorden.

In Xanten bevindt zich een groot archeologisch themapark, gebaseerd op de Romeinse geschiedenis. Daar ben ik nooit in geweest, ik fietste regelmatig dóór Xanten. De stad heeft een historisch centrum met de Xantener Dom.

Op het plein wordt jaarlijks een kerstmarkt gehouden. Die markt heb ik ook wel bezocht, maar de foto’s kon ik niet vinden. Dus leende ik er één van internet. Helaas zonder bronvermelding, want ik weet niet meer waar ik deze foto vandaan haalde.

Je kunt op de kerstmarkt veel Glühwein drinken, maar dat kan ik je niet aanraden als je nog een eind wilt fietsen. Je kunt ook op de trein stappen, maar Duitse treinen rijden weinig en maken vaak veel omwegen. Wil je van hier uit naar Nederland, dan moet je eerst naar het Ruhrgebied treinen (Krefeld).

Xanten heeft een mooie weidse omgeving (de vlakten langs de Rijn) met af en toe een rij heuvels als overblijfselen uit de IJstijd.

Xanten was voor mij regelmatig een tussenstop bij fietstochten vanuit de Achterhoek richting Limburg of vanuit Nijmegen richting Ruhrgebied. Tegenwoordig kom ik er nauwelijks meer: de blik is meer verlegd naar België.

Slechtslapende ouderen…

Prof. Eus van Someren is een Nederlands slaaponderzoeker. Dat lijkt me een heerlijke baan. Je kunt gewoon op je werk in slaap vallen en dan zeggen dat je met je onderzoek bezig bent.

Eén van de thema’s waar Van Someren zich een aantal jaren geleden mee bezig hield was de slaapproblemen bij ouderen.

Vroegere ontwikkelingsfase

Zo vroeg van Someren zich af waarom dementerende ouderen zo vaak hun dag/nachtritme kwijt raken. Overdag zitten ze te dutten en ’s nachts zijn ze aan het spoken. Volgens mij is een reden dat dementie (althans bij een aantal vormen) leidt tot een terugval waardoor je kenmerken krijgt van vroegere levensfasen. Bij jonge kinderen zie je dat het dag en nachtritme minder vanzelfsprekend is.

Tekort aan daglicht

Van Someren gooide het over een andere boeg. Hij dacht dat het moeizame slapen te maken kon hebben met een tekort aan daglicht. Als proef regelde hij meer daglicht overdag. Ik weet niet hoe hij dat deed: ging het dak eraf? Maar in ieder geval was een gevolg dat het dag/nachtritme van de ouderen op deze afdelingen verbeterde.

Betere stemming

Echter: ook de stemming verbeterde. En zelfs de achteruitgang van het geheugen verminderde. Zijn advies: “Pas het omgevingslicht in zorgcentra aan. Bouw groepsruimtes met grote ramen en voldoende lampen…..

.... En stap vooral af van die gezelligheid met dichte gordijnen en schemerlampjes"....

De W is van Wadway

In Wadway kwam ik een aantal jaar geleden regelmatig. Vaak meerdere keren per maand. Wadway lag namelijk in de buurt van mijn werk.

Nu zijn er ook mensen die nog nooit van Wadway gehoord hebben. Dat duid ik jullie niet euvel. Je kunt immers niet alles weten.

Wadway ligt tussen Wognum en Spanbroek. Maar er zijn ook mensen die niet weten waar Wognum en Spanbroek liggen. Dat is een ernstiger zaak, want dat zijn toch wel stevige dorpen. In Wognum was het hoofdkantoor van de DSB (bank van Dirk Scheringa gevestigd). Dat imperium stortte rond 2010 met groot financieel geraas in. Wognum ligt aan de stoomspoorlijn van Hoorn naar Medemblik. 

Spanbroek is wat minder bekend. Maar het heeft ook met Dirk Scheringa te maken, omdat hij hier een groots museum liet bouwen. Het gebouw staat leeg en is aan verval onderhevig. De plaats heet zo omdat de mensen hier vroeger niet voldoende op hun gewicht letten, waardoor de broeken allemaal te strak zaten.

Maar nu terug naar Wadway. Het is een lintdorp zoals er veel in West-Friesland te vinden zijn.  Het dorp kent zelfs geen kern, er is alleen maar lintbebouwing met achter de huizen weilanden. Gewone woonhuizen worden afgewisseld door boerderijen, vaak in karakteristiek Noordhollands groen geschilderd.

Het meest bekende gebouw van Wadway is de Theaterkerk. Het is de vroegere Magdalenakerk (rond 1520) die niet meer als kerk dienst doet, maar als theater. Er zijn ook dominees die van hun kerk een theater maken, maar in deze kerk worden seculiere theatervoorstellingen gehouden.

De foto maakte ik toen het treinverkeer vanuit Hoorn naar Alkmaar gestremd was. Ik dacht: dan maar op de fiets. Dat was enigszins overmoedig vanwege de gladheid en de vorst. Halverwege moest ik in een café mijn voeten (voor mijn gevoel althans) ontdooien...

Vechtscheiding en zorg

De vader kwam met zijn zoontje naar de tandarts. Het zoontje had behoorlijke kiespijn. De tandarts stond er bij en keek er naar...

Ze had eerder meegemaakt dat er een strijd was losgebarsten rond het gebit van dit jongetje. Toen was de moeder (mee) op bezoek gekomen. De tandarts vond toen dat er een kies getrokken moest worden. Dat gebeurde ook. Maar toen de vader dat bericht hoorde was hij in woede ontstoken. Hij dreigde met een rechtzaak.

Strijd van twee exxen

De tandarts vroeg nu aan de vader of zijn ex niet – voorafgaand aan de behandeling – geraadpleegd moest worden. Dat vond de vader helemaal niet nodig. Daar kwam alleen maar ruzie van. De tandarts wist immers wel wie zijn ex was en hoe zij in elkaar stak.

Van het vorige consult wist de tandarts ook dat de moeder heel boos was dát er een kies getrokken moest worden. Want dat kwam allemaal door vader. Die lette niet op als zijn zoontje bij hem was. Dan werd er ongecontroleerd gesnoept. En er werd niet gepoetst. Het was dus de schuld van de vader dat er een kies getrokken moest worden…

Wat we ook weten is dat het hoogstwaarschijnlijk is dat als moeder ‘nee’ zegt dat vader dan ‘ja’ zegt en als vader ‘ja’ zegt, dat moeder dan ‘nee’ zegt. Want zo volwassen waren de beide exxen wel.

Juridische blik

Wat vindt een gezondheidszorgjuriste nu van deze situatie? Zij was duidelijk. Artikel 3 van de Internationale Rechten van het Kind zegt dat het belang van het kind de eerste overweging is.

Oftewel: een conflict tussen twee ouders mag niet tot gevolg hebben dat aan een kind noodzakelijke behandeling wordt onthouden. Dat hoort gewoon bij goed hulpverlenerschap.

Daarbij hebben de ouders (ook exxen dus) de plicht om elkaar op de hoogte te houden. De tandarts is geen postbode die slecht nieuws gesprekken van de ene ex naar de andere ex over moet brengen.

Er is ook geen dubbele handtekening (van beide ouders) nodig. Als de moeder in deze situatie bezwaar zou gaan maken kan het antwoord zijn: “dan moet u bij uw ex zijn.”

Dus: als het niet trekken van de kies leidt tot meer pijn en meer risico op ontsteking is de tandarts vanuit de overweging van goed hulpverlenerschap verplicht om deze behandeling voor te stellen en zo mogelijk ook uit te voeren.

Het Hellend Vlak van Ronquières

Vanwege een stremming was ik vroegtijdig uit een Belgische trein gestapt. Ik had ook geen plannen waar ik heen zou fietsen. Toch ontwikkelt zich vandaag nog een bepaald fietsdoel. Dat stond al langer op mijn lijstje.

Ik wil vandaag naar een hellend vlak. Dat bevindt zich in de scheepvaartroute van Charleroi naar Brussel. Het is het hellend vlak van Ronquières. Het ‘beginpunt’ van het vlak zie ik al van verre, omdat het wordt gemarkeerd door een monument dat maar liefst 150 meter hoog is.

Het hellend vlak is eigenlijk een scheepslift.  Het is 1400 meter lang en overbrugt een verval van 68 meter. Vroeger moesten de schepen door zestien sluizen. Nu zijn er enorme waterbakken gebouwd die over de hele lengte over rails van Boven naar Beneden worden getrokken of van Beneden naar Boven. De bakken zijn bijna honderd meter lang en er kunnen middelgrote binnenvaartschepen in. Nu ze die 16 sluizen niet meer door hoeven spaart dat veel tijd uit.

Het hellend vlak van  wordt wel genoemd in het kader van de reeks van Nutteloze Bouwwerken in België. Voor de bouw werd geschat dat er jaarlijks 10 miljoen ton aan vracht ‘gesleept’ zou worden. Het werden er (in het beste jaar) maar 2 miljoen ton. Bovendien viel de bouw twee keer zo duur uit dan was begroot. Dat was dan weer voer voor pittige discussies tussen de Vlaamse fracties in het parlement en de Waalse fracties.

In ieder geval wilde ik dit Hellende Vlak nu wel eens met eigen ogen bestuderen. Ik fietste in de richting van het Kanaal Charleroi-Brussel. Het bleek er doodstil en rimpelloos bij te liggen. Met zo’n stilte zou er natuurlijk weinig te zien zijn op het Hellend Vlak.

Toen ik eenmaal aan was gekomen bij het hoogste punt van het Vlak werd mij de toegang ontzegd. Het was allemaal Privaat. Seulement voor werknemers van de Waalse Rijkswaterstaat. Ik zou de dijk af kunnen gaan, maar dat was een glibberpad. Ik zag mezelf al helemaal naar beneden glijden. De helling is hier tientallen meter hoog.

Er zat niets anders op dan terug te fietsen naar het beginpunt en van daaruit een alternatieve route te bedenken. Ach ja: c'est la Belgique.

De valkuil van een hoog IQ

Er wordt vaak gesproken over het IQ. Zo wordt in het kader van de WMO het IQ regelmatig gebruikt als 'graadmeter' voor het recht op zorg. En dat terwijl het IQ eigenlijk maar betrekkelijk weinig zegt over het dagelijks functioneren.

Totaal IQ

Alleen al het ‘losse’ cijfer van het IQ geeft een veel te algemeen beeld. Neem nu Sjaak. Hij heeft een IQ van 112. Dat is duidelijk boven het gemiddelde. Je zou zeggen: hij kan gemakkelijk functioneren binnen de samenleving. Als je op schoolniveau zou kijken zou je denken dat hij misschien (met flink wat trainen en studeren) op de Havo terecht zou kunnen. Maar in de brugklas bleek dat hij dat niet ging redden.

Verbaal IQ

Als we beter kijken naar het IQ van Sjaak, dan blijkt dat hij een verbaal IQ heeft van 129. Dat is zeer hoog. Zijn taalvaardigheden liggen ver boven het gemiddelde. Hij kan goed vertellen wat hij bedoelt. En hij kan de taal gebruiken om te leren begrijpen wat er bedoeld wordt.

Performaal IQ

Als we kijken naar het performale IQ, dan komt hij uit op 93. Dat is beneden het gemiddelde. Dan gaat het om het niet-verbale inzicht. Bijvoorbeeld om het overzicht in bepaalde situaties: hoe kom ik snel tot een oplossing in verschillende omstandigheden. Daar blijkt Sjaak benedengemiddeld te functioneren, maar ook nog eens langzaam te zijn. Het kost hem bijvoorbeeld moeite om mee te doen aan een voetbalwedstrijd omdat er teveel interacties zijn die hij allemaal moet kunnen ‘plaatsen’. Dat geldt ook voor sociale situaties in de klas en vooral op het schoolplein.

Overvraging

We zijn geneigd om te denken dat iemand die goed uit zijn woorden komt ook slim is en snel dingen begrijpt. Maar bij Sjaak is dat allerminst het geval. Hij heeft grote moeite om datgene wat hij ziet en hoort op tijd te vertalen in betekenis. Het kost hem moeite om de aandacht er bij te houden en nog meer moeite om de informatie op te slaan.

Omdat hij zo goed praat liggen de verwachtingen over het functioneren van Sjaak te hoog. Hij wordt in het dagelijks leven sterk overvraagd. Dat leidt ook tot een stagnatie in zijn sociaal-emotioneel functioneren. Hij moet teveel op zijn tenen lopen.