SCARF (1)

Scarf staat voor vijf basisbehoeften van de mens. Status, Certainty, Autonomy, Relatedness en Fairness.

De term komt van een Amerikaanse trainer: David Rock. Hij noemt vijf sociale basisbehoeften die maken dat mensen meer tevreden zijn in hun werk.

  1. Status 

Mensen willen het gevoel hebben dat ze zinvol bezig zijn. Ze doen er toe voor de baas, voor de organisatie. Ze willen geen voetvolk zijn voor de baas, maar een medewerker die gezien wordt. ‘Mijn inbreng doet er toe’.

  1. Certainty (zekerheid)

Medewerkers hebben behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid. Aan vage beloftes, we zullen wel zien, eindeloos uitstel hebben werknemers niets. Duurt dat te lang, dan schakelt men over op de ‘gevarenstand’. Dat betekent chronische stress.

3. Autonomy (zelfstandigheid)

Medewerkers willen het idee hebben dat ze niet als een robot achter het beleid van de organisatie aan moeten lopen en alleen maar protocollen moeten volgen. Ze willen op bij zaken die er toe doen ook de ruimte krijgen om zelfstandig keuzes te kunnen maken.

4. Relatedness (verbondenheid)

Werknemers willen er niet alleen voor staan. Ze moeten het gevoel hebben dat ze er bij horen. Je bent deel van een groter geheel. Als je ziek bent moet je iets van je collega’s horen.

 5. Fairness (rechtvaardigheid)

We willen binnen de organisatie rechtvaardig behandeld worden. Zodra we het gevoel hebben dat ons onrecht wordt aangedaan, nemen achterdocht en boosheid een deel van onze zin in het werk weg. We hebben minder over voor de organisatie. De energie gaat in de verkeerde dingen zitten.

Advertenties

Met de bus naar Harlingen

Deze week ben ik niet in de Randstad. Ik werk ik weer in Friesland. Hoe kom je daar als het spoor bij Zwolle gestremd is? De NS Reisplanner had mij omgeleid via Rheine en Leer. Maar er was een eenvoudiger route.

Ik nam de Flixbus vanaf station Amsterdam Sloterdijk. De bus rijdt over de snelweg langs Hoorn en via de Afsluitdijk. Vijf kwartier later stapte ik uit in Harlingen.

Er is een toilet aan boord en de fiets kan ook nog mee.

Flixbus is een onderdeel van de Deutsche Bahn, dus ik heb toch nog iets gedaan met het Duitse spoor…

Slapen (2)

Voor een teambespreking van deze week moest ik een stukje schrijven over veel voorkomende problemen bij het gaan slapen van peuters en kleuters. Het stuk is verre van volledig, maar het geeft een beetje een beeld van een aantal mogelijke oorzaken.

Gaan slapen is voor peuters en kleuters ingewikkeld. Ze zijn net een stukje eigen ‘ik’ aan het opbouwen, moeten ze dat ‘ik’ weer loslaten. Daarom hebben – zelfs peuters en kleuters die erg moe zijn – vaak grote moeite om in te slapen. Gaan slapen is een vorm van controleverlies. Hoe help je het kind bij een stukje vertrouwen (en daarmee controle) te ervaren en daarmee het gemakkelijker zich durven overgeven?

Oorzaken en interventies in telegramstijl:

  1. Niet durven slapen als gevolg van angst
  • Peuters leven in een magische wereld. Overdag verzinnen ze van alles en ’s nachts wordt dat alles opeens erg groot (‘de tijger onder het bed’). Ieder kind kent angsten. Die kan een opvoeder niet wegnemen, wel doseren (bijv. de tijger wegjagen). De eigen houding is belangrijk: serieus nemen, maar ook uitstralen dat het allemaal goed komt. Er is een periode waarbij je hoorbaar aanwezig moet zijn. Met een keukenwekker of timetimer kun je de tijd zichtbaar maken (‘dan komt mamma nog even kijken’). Het kind zielig vinden roept nieuwe emoties op die de angst versterken.

 2. Niet durven te gaan slapen als gevolg van een heftige belevenis.

Na een ruzie thuis. Een ongeluk. Maar ook na een ziekenhuisopname. In bed ervaren kinderen vaak meer pijn. Bijvoorbeeld: bij een ziekenhuis-opname en dan alleen zijn: daar lig je dan. Dat komt thuis terug.

  • Wél erkennen dat het heftig is maar ook vasthouden aan de wereld die door gaat (‘het herstel van het gewone leven’). Pijn kun je niet altijd oplossen, wel verzachten (‘bakkie troost’). Angst voor pijn door gerust te stellen.

 

  1. Onregelmatig opvoedingspatroon leidt tot inslaapproblemen
  • De ene keer vroeg, de andere keer laat, de ene keer voor Sesamstraat, de andere keer na Sesamstraat, soms is er visite en dan blijft de peuter lang op.
  • Bij peuters is een ijzeren regel: structuur van ruimte en tijd. Peuters hebben grote behoefte aan vaste patronen met soms een uitzondering. Vaste rituelen zijn essentieel bij het naar bed gaan.

 4. De TV (of de Ipad) brengt het kind naar bed, bijvoorbeeld uitkleden met de TV aan, omdat het kind zich anders niet uit wil kleden.

  • Dit is een vorm van pedagogische vervuiling van een belangrijk moment van de dag. Wat je moet doen is het investeren in het persoonlijk contact, in combinatie met vaste rituelen en een vaste plek (bijv. een uitkleedmat).

 5. Het probleem van de tijd

  • Ouders leven met de klok, kinderen met de ‘beleefde tijd’. Dat merk je vooral ’s morgens als kinderen al klaar wakker zijn en de ouders nog uit willen slapen. Om zes uur ’s morgens is het in het weekend al feest. Wat zijn mogelijkheden om het kind meer grip op de tijd te geven? Als dit gebeurt is het tijd. Als de wijzer boven aan staat gaan we naar boven.
  1. Verkeerde verwachtingen en emoties van de opvoeder (‘het moet goed gaan, anders doe ik het niet goed en hebben we continu ellende)
  • Ieder kind kent verzetsfasen. Dat het naar bed gaan op verzet stuit is volstrekt normaal. Maak het dus niet te groot. Peuters zijn erg gevoelig voor de emoties van de opvoeder. Hoe spannender de opvoeder het naar bed gaan vindt, des te ingewikkelder wordt het bedritueel voor de peuter. Wat gebeurt er als je als opvoeder werkt vanuit een ‘lage expressed emotion’ (‘we zien wel, maar het gebeurt wel’).

 

  1. Niet gezien worden tussen de anderen, aan tafel tussen de gesprekken van de ouders, doordat ouders de hele tijd achter de PC zitten.
  • Het bedmoment is dan een moment om gezien te worden, en dan wordt eindeloos gerekt, want nu heeft het kind alle aandacht. De vraag is overdag of je regelmatig even persoonlijke aandacht hebt gehad voor het kind. Daarnaast kun je het naar bed gaan begrenzen in de tijd. Er komt altijd een ‘nog even’ na, maar dat hoort er bij. Een kind wil nu eenmaal het laatste woord hebben.

8. Aangeleerde gewoonte: teveel prikkels.

  • Bijvoorbeeld in de avond wordt er nog van alles van stal gehaald: stoeien, intensieve spelletjes. Ouders denken: als het kind moe is gaat het wel slapen. Maar dat is juist niet zo. Dit is teveel. De dag rustig afbouwen, geleidelijk minder licht en geluid en minder prikkels.
  1. Ontdekken dat niet gaan slapen, niet naar boven willen, uit bed komen iets oplevert.
  • Naar beneden gaan en toch weer even een stukje TV kijken. Niet gaan slapen, er wordt van alles beloofd voor de volgende dag. De opvoeder hoort de regie te houden. Wel even aandacht, maar niet veel: terugleggen met geruststellende woorden, vooral niet veel doen

10. Strijd

  • Het kind zit in de strijdmodus, er is sprake van oppositioneel gedrag ( ‘ik ben twee en ik zeg nee’). Dit kan ook voorkomen bij kinderen die zichzelf stout vinden. Omdat ze zichzelf als dwars en niet gezien ervaren wordt de strijd nóg heftiger.
  • Deze strijd is deels persoonsgericht. De valkuil is dat je de strijd aan gaat en dat beide partijen willen winnen. Je kunt een beetje minder strijd aangaan als je meer patronen en rituelen inbouwt (‘eerst dit, dan dat’) en daarbij de peuter/kleuter een rol geeft (‘kiezen uit twee’). Daarnaast heeft juist dit kind ook de bevestiging nodig dat je hem waardeert!
Verschillen tussen kinderen: er zijn wat de moeite met het gaan slapen betreft grote verschillen tussen kinderen. Zo zijn prikkelgevoelige kinderen vaak moeizame inslapers. Ze hebben des te meer rust nodig voor het naar bed gaan.

Slapen

Over de slaap kunnen je boeken vol schrijven. In het verleden heb ik wel eens een lange reeks over de slaap geschreven. Maar dat houd je misschien teveel uit de slaap. Dus houd ik het kort.

Iedere volwassene kent momenten dat het slapen moeizamer gaat. En iedere ouder kent op zijn beurt weer situaties waarbij kinderen niet willen/kunnen slapen. Ben je eenmaal ‘functioneel oud’ geworden, dan ontstaan er nieuwe slaapproblemen.

Wat zijn normale hobbels bij het gaan slapen en het doorslapen van kinderen?

  • ’s Nachts huilen (baby’s)
  • ’s Nachts huilend wakker worden (peuters en kleuters)
  • Niet naar bed willen (peuters en kleuters)
  • Moeilijk inslapen (peuters en kleuters, maar ook nog in de verdere loop van de basisschool)
  • ’s Nachts de ouders roepen (peuters en kleuters)
  • Angsten bij het naar bed gaan en het in bed liggen
  • In bed willen liggen bij de ouders
  • Erg vroeg wakker worden en dan willen spelen of bij de ouders willen zijn
  • ’s nachts geluiden maken, praten, gesprekken tegen zichzelf voeren

Deels fysiologische gestuurde reacties die regelmatig voor komen:

  • Tandenknarsen
  • Wiegen met het hoofd om in slaap te komen
  • Met het hoofd bonken

Let op: bovenstaande gedragingen zijn dus niet pathologisch. Ouders kunnen heel sterk benadrukken dat hun kind met geen mogelijkheid in bed is te krijgen en dat het ‘dus’ een slaapstoornis heeft. In een bepaalde fase van de ontwikkeling hoort het niet kunnen slapen er gewoon bij.

Hoeveel uren hebben kinderen aan slaap nodig?

Dat is niet exact vast te stellen. De slaapkwaliteit is belangrijker dan de duur van de slaap. Bovendien heeft het ene kind wat meer slaap nodig dan het andere kind.

Gemiddeld slaapt een baby 20 tot 22 uur per etmaal. Een kind van een half jaar slaapt ongeveer 18 uur per etmaal. Rond een half jaar heeft zich doorgaans ook een dag-nachtritme ontwikkeld (behalve bij baby’s met ernstige ontwikkelingsproblemen).

Peuters slapen ’s nachts 11 tot 12 uur en hebben vaak overdag ook nog een slaapje nodig om de dag door te komen.

Kleuters slapen gemiddeld 10 uur per nacht.

Culturele verschillen

Ouders in Zuid-Europese landen maken zich weinig zorgen als hun kind rond 22 uur nog niet slaapt. Maar die kinderen doen vaak wel een ferme middagtuk.

Daar is de Nederlandse samenleving niet op ingesteld. Van kinderen boven de zes jaar wordt verwacht dat ze de hele middag wakker blijven.

Biologische klok

Het voordeel van kinderen is dat ze doorgaans hun eigen biologische klok volgen. Je kunt niet zeggen tegen een kind dat het maar extra moet gaan slapen omdat er morgen een feestje is. Of de volgende dag extra slapen omdat er gisteren een feestje was.  Doorgaans geven kinderen zelf aan hoe groot de slaapbehoefte is. Als de klok niet meer klopt raken ze van slag en halen de tijd op hun eigen moment vaak weer in.

Later in het leven wordt het aantal uren slaap wat meer ‘stuurbaar’. Toch zijn onregelmatige diensten (zoals in de zorg) zwaar omdat daardoor voortdurend de biologische klok ontregeld wordt.

Narcistische ouders

"Verwachtingen doden relaties". Aldus schrijfster Ann Voskamp. Toch verwacht iedere ouder iets van zijn kind. Wat gaat er dan mis bij kinderen van ouders met een narcistische persoonlijkheidsstoornis?

Kinderen van narcistische ouders moeten meer nog dan andere kinderen voldoen aan de verwachtingen van (hun) ouders. Als ze niet aan die verwachtingen voldoen worden ze veroordeeld en afgewezen.

Ooit noemde ik in een blog een gesprek met een vader van een beoogd zwemkampioene. Toen het meisje 15 jaar oud was wilde ze niet meer trainen. De vader was in alle staten. Iedere dag stond hij om zes uur - vóór zijn werk - voor haar klaar en nu deed ze hem dit aan. De dochter was dus een verlengstuk geworden van de roem en de glorie die de vader nodig had. Voortaan werd zijn dochter maximaal genegeerd, de vader toonde geen enkele belangstelling meer voor andere gebeurtenissen uit het leven van zijn dochter.

De vader vond zichzelf dus het slachtoffer van zijn dochter. Hij had alles voor haar opgeofferd. En nu was ze hem ondankbaar.

Kinderen van narcistische ouders worden niet ‘pedagogisch gestraft’ als ze grenzen overschrijden, ze worden gestraft als ze hun eigen grenzen aangeven. Desnoods worden ze net zo lang gechanteerd en gemanipuleerd totdat hen geen andere keuze rest dan te voldoen aan de behoeften van hun ouders.

Narcistische ouders willen vaak scoren via hun kinderen. Als er niet te scoren valt wordt het kind het middelpunt van kritiek. Of er wordt een andere zondebok aangewezen: de school, de zwemleraar, een verkeerd vriendje.

Eigenlijk is het de omgekeerde wereld. Het kind heeft bevestiging van zijn ouders nodig, maar deze ouders verwachten bevestiging door hun kinderen. De ouder zet zichzelf in de kindpositie en het kind moet zo volwassen zijn dat het zorg draagt voor de vervulling van de wensen van de ouder.

Op intellectueel gebied zie je dit verschijnsel bij ouders die pronken met de leerprestaties van hun kinderen. Iedere verjaardagsvisite zijn de verhalen weer te horen over de topprestaties van de kinderen. Eigenlijk gaat het dan niet om de kinderen, de ouders zetten zichzelf centraal.  Op sportgebied zie of hoor je dezelfde verschijnselen: het kind moet scoren om daarmee de ouders groter te maken. En vergis je niet in de aanstormende muzikale talenten en de play-blackshows…

En tenslotte het vroegere TV-programma Praatjesmakers: dat ging helemaal niet om de kinderen, de ouders op de tribune wilden gloriëren vanwege de verbale assertiviteit van hun kinderen. Dat soort programma's zou eigenlijk verboden moeten worden...

The Savage Peace

Al vaker heb ik geschreven over de gruweldaden die etnische Duitsers moesten doorstaan na de Tweede Wereldoorlog. Onlangs zond Canvas een documentaire uit over het jaar 1945 aan de Duitse oostgrens. De film heet: "The Savage Peace" (de barbaarse vrede).

De maker Peter Molloy noemt de verdrijving van 12 miljoen Duitsers de grootste etnische zuivering in de geschiedenis. Ik weet niet of dat waar is, want we weten gewoon niet hoeveel zuiveringen er in de geschiedenis zijn geweest. Vast staat wel dat de ontberingen die Duitse inwoners in gebieden die nu onder Polen vallen en in het westen van Tsjechië en Hongarije verschrikkelijk zijn geweest. Er wordt zelfs gesproken over gruweldaden door Partisanen die vergelijkbaar waren met die van de nazi’s. Een kampcommandant in een Pools kamp zei letterlijk dat hij het de Duitsers zwaarder wilde maken dan wat de Joden in de kampen hebben ervaren. Maar de represailles golden niet alleen etnische Duitsers, maar ook iedereen die Duits sprak. Al die mensen werden van huis en haar verdreven.

In de documentaire komen vooral kinderen aan het woord die nu hoogbejaard zijn. Sommigen dachten de geschiedenis (deels) uit hun geheugen gewist te hebben, maar wie oud wordt ziet vaak weer de ogenschijnlijk verdrongen beelden uit het verleden terug. Een aantal van deze kinderen trok hongerig en kou lijdend zonder ouders door de winterse bossen; ze werden de wolfskinderen genoemd. Vaak werden ze weggejaagd door de boeren. Een meisje van 10 jaar bleek toen ze gevonden werd nog maar 11 kilo te wegen.

Er is een verschil tussen de misdaden van het naziregime en de wandaden van o.a. de partisanen die tegen de Duitsers vochten. Achter het naziregime zat een destructief politiek systeem. De partisanen werkten veel meer individueel: ze namen wraak op de vroegere bezetter. Slachtoffers werden daders. Die wraak richtte zich op alles en iedereen die Duits was en Duits sprak. Zij hadden nog niets geleerd, want ook zij beseften kennelijk niet dat een bepaalde afkomst of ras iemand niet minderwaardig maakt.

Veel Duitse mannen waren al aan het oostfront gesneuveld of gevangen genomen. Van die wraak werden vooral kinderen en vrouwen de dupe: de honderdduizenden Duitse meisjes en vrouwen werden door de Russische soldaten verkracht. Het schijnt dat deze soldaten van de legerleiding een vrijbrief van drie dagen hadden gekregen om  drie dagen ‘hun gang te gaan’.

Het is een onderbelichte schaduwzijde van de vrede in 1945. Onder het toeziend oog van de geallieerden moesten nu de Duitsers het zwaar ontgelden.

Geen E-bike

Naar aanleiding van het slot van het blog van gisteren vroeg een lezer zich af: "Toch wél op een E-bike?"

Nee, wij rijden niet op E-bikes. Onze conditie is goed genoeg om zonder E-bike te kunnen fietsen. We rijden op een zeven jaar oude degelijke Batavus en een al even degelijke zeven jaar oude Gazelle. Van die 120 km. van Kampen naar (boven) Groningen was ik helemaal niet moe, er konden best nog kilometers bij.

Bovendien maken veel ouderen de fout dat ze met een E-bike sneller (willen) gaan fietsen. Dat verklaart veel ongelukken.

Het kan zijn dat je om fysieke redenen trapondersteuning nodig hebt. Maar die moet je niet inzetten om sneller te willen fietsen. Omdat je hoofd bij het ouder worden langzamer functioneert (minder dingen tegelijk) moet je daar ook je snelheid op aanpassen.

Ik kan me overigens wel voorstellen dat voor lange afstanden woon-werkverkeer of voor grote afstanden op het platteland een E-bike handig is.

Onze conditie is goed en we wonen overal dichtbij. Tien kilometer naar Den Haag en tien kilometer naar Rotterdam, bijvoorbeeld. Bijna alle plekken zijn goed bereikbaar met de fiets en met het OV. Dus voor ons voorlopig geen E-bike.