Stolberg

StolbergDe mensen vragen mij wel eens: 'Henk, kom jij wel eens in Stolberg?'

Dat zal ik jullie zeggen: in Stolberg ben ik meerdere malen geweest. En deze keer was ik er samen met mijn wettige fietsgenote Tineke.

Voor mij was de koppeling met deze naam: Juliana van Stolberg, de bet-overgrootmoeder van onze geëerbiedigde voorheen vorstin Juliana. Maar dat Stolberg ligt in Sachsen Anhalt.

Dit Stolberg ligt in de buurt van Aken. En eigenlijk is het veel leuker om in deze plaats wat rond te banjeren, dan in Aken. Die stad bestaat uit een aantal grondig gerestaureerde historische bouwwerken, maar vooral uit veel gebouwen uit de tijd van de Wederopbouw. Wil je de geschiedenis bekijken, dan is er eigenlijk toch niet zo gek veel te zien.

De gemeente Stolberg telt ruim 56.000 inwoners. De Kelten groeven hier al naar koper en ook later verdiende de stad goud geld aan de koperwinning.

Stolberg straatjeJe kunt heel gemakkelijk met de trein vanuit Heerlen naar Stolberg treinen, al moet je tegenwoordig overstappen in Herzogenrath. Voor 5,60 euro trein je vanuit Heerlen naar Stolberg. Maar wij waren op de fiets.

Als je de trein neemt moet je op het eindpunt uitstappen, want daar vind je het oude en historische deel van de stad met smalle bekeide straatjes en huizen met karakteristieke stenen en luiken. De rest van de langwerpige plaats is vooral typisch Duits, met grote rechte en efficiënte huizen en vooral landelijk bekende winkels. Een hoog Blokker-gehalte, maar dan in het Duits. En – op de voetgangersgebieden na – veel intensief verkeer.

Stolberg kerk en kasteelIn het oude deel vind je een kasteel dat hoog boven het stadje uittorent. Dit robuuste middeleeuwse kasteel met meerdere torens werd gebouwd op een zandsteenrots aan het riviertje dat door de stad loopt.

Als je de spoorlijn verder naar het zuiden volgt kun je geen trein meer nemen. De spoorlijn is hardhandig afgekapt. Maar er is een aardige fietsroute voor in de plaats gekomen. Je kunt hier over oude spoorlijnen meerdere kanten uit. Zo is er de voormalige spoorlijn naar België, nu de Vennbahnradweg, één van de langste fietstrajecten die er bestaat over voormalige spoorlijnen (tot aan Luxemburg). Af en toe heb je een schitterend uitzicht.

Zie ook het levenswerk van Dr. Achim Bartoschek (www.bahntrassenradeln.de), of http://www.vennbahn.eu/

Advertenties

Pilers en filers

Vlak na Nieuwjaar ben ik begonnen aan een reorganisatie van mijn studeerkamer. Sinds de verhuizing had ik nog veel informatie in dozen staan. Die moesten nodig een keer worden uitgemest.

Ik dacht in twee dagen klaar te zijn, maar ik ben al bijna twee weken bezig. Daarbij komen ook allerlei existentiële vragen naar boven. Waartoe ben ik op aarde?

Moet ik na mijn pensioen al die teksten over eet-en slaapstoornissen, koppigheid en bedplassen, dwarsliggende cliënten, valkuilen in de communicatie, gezinspatronen, juridische kaders en omgang met verwarde ouderen nog wel bewaren?

Aan de andere kant: ik ben nog altijd vier dagen per week aan het werk, en soms komt het goed uit dat ik dan weer iets terug vind wat ik ooit geschreven heb en wat ik ondertussen ook compleet vergeten was. Helemaal nieuwe informatie terwijl ik het zelf geschreven heb. Dat zou kunnen wijzen op een cognitieve stoornis…

Ik heb ondertussen toch maar besloten om het meeste te bewaren en te herarchiveren. Je weet maar nooit waar het goed voor is. Ik  heb het op papier en mijn opvolgers vinden alles op internet. Maar dat gaat mogelijk over een poosje een keer helemaal plat. Dan is iedereen van slag en ik heb nog mijn eigen archief als een soort hulpstuk voor het geheugen.

Maar hoe sorteer je dingen? Je hebt twee groepen sorteerders: de pilers en de filers.

1) Pilers zijn mensen die grote stapels op hun bureau verzamelen. Dat dient twee doelen. In de eerste plaats laten ze zien dat ze het érg druk hebben. In de tweede plaats bakenen ze daarmee hun territorium af. Een deel van de mensen die zo te werk gaan is steevast spullen kwijt.

2) Daarnaast zijn er de Filers. Die mensen ruimen wél hun bureau op. Ze storten de hele voorraad binnengekomen post direct in hangmappen. Helaas hebben ze die weer niet logisch georganiseerd. Den Haag is bijvoorbeeld te vinden bij de D, de H en bij de ‘S in het systeem. Ook die mensen zijn dus steeds van alles kwijt.

In mijn geval: ik heb mappen met informatie rond autisme en allerlei hangmappen met stukken over het ouder worden. Maar in welke hangmap hoort dan de problematiek van ouderwordende mensen met autisme? Mappen over persoonlijkheidsstoornissen en hangmappen over complexe interactie met begeleiding of familie. Moet ik alles dubbelen, of toch voor één map kiezen? Of maak ik een map met diversen, die vervolgens de grootste map wordt?

Soms ben ik een Piler. Maar daar kan ik niet goed tegen. Mijn bureau moet leeg zijn. Dus heb ik ook dossierkasten. Dan ben ik dus toch meer een Filer.

Helaas: in die dossierkasten liggen ook veel piles die ik nog moet files moet verwerken. Maar ik zie ze niet. Dat is een voordeel. Ik zou er maar onrustig door worden… Maar ondertussen ben ik dus toch aan de slag gegaan. De helft van het archief is inmiddels opnieuw ingericht.

Er zijn nog honderd hangmappen en tien archiefdozen te gaan. Daarna kan ik erelid worden van de Nederlandse Vereniging ter Systematisering van de Chaos. 

Puin

Nee, dit is niet Aleppo.

Het pand bij ons op de hoek (daterend uit de jaren ’70) wordt afgebroken. MEE moet fors bezuinigen en het kantoorpand was te groot geworden.

Toen bedacht een projectontwikkelaar dat dit één van de mooiste plekken was voor nieuwe (dure) appartementen. Aan het water met zicht op de historische binnenstad van Delft. Een extra verdieping er bovenop en je hebt een zeer rendabel project. Alle appartementen zijn inmiddels verkocht.

Weglopen (2)

In dit tweede blog noem ik enkele vormen van weglopen.

1) Kinderen met een ‘bodemloos’ bestaan hebben -soms al heel jong- de neiging om weg te lopen. Ze lopen niet ergens naar toe. Het is een onbestemd weglopen. Zo ken ik iemand die als kind regelmatig zoek was. Dan liep hij ergens in zijn eentje te dagdromen. Vaak was hij ook helemaal de tijd vergeten. Soms was onderweg zijn aandacht getroffen door iets bijzonders. Daar bleef hij dan steken. Omdat hij zijn huis niet als een thuis ervoer was de drijfveer om naar huis te komen nauwelijks aanwezig. Hij was een zwerver die zich overal en nergens kon bevinden.

2) De wat oudere kinderen, pubers en volwassenen kennen het outcast-weglopen. Dit is ook een vorm van weglopen omdat het kind geen bodem ervaart. Maar nu komt er nog iets bij: het kind heeft het gevoel verstoten te worden. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij kinderen die geen aansluiting vinden in de groep. Soms is er binnen het gezin ook een kind dat als zondebok wordt gezien (of dat denkt dat het de zondebok is). Dat kind heeft veel sterker dan de anderen de neiging om weg te lopen.

3) Er zijn ook kinderen die weglopen omdat ze de chaos en structuur-loosheid van het gezin niet aankunnen. Kinderen hebben naast een relatie met de opvoeder (ad 1) ook een structuur nodig die hen houvast geeft. Dat bouwt zich al in de vroege peutertijd op: structuur van ruimte, tijd en persoon. Een vaste plek, een vaste tijd en enkele vaste personen. Als een kind helemaal geen grip ervaart, als het verloop van de dag onvoorspelbaar is, als eten en naar bed gaan op volstrekt willekeurige momenten plaatsvinden raakt het kind zoek in een structuurloos bestaan. De paradox is dat het dan door weg te lopen enige controle over zijn leven krijgt.

4). Het omgekeerde komt ook voor. De structuur binnen het gezin (of de instelling) is dermate strak dat het kind geen enkele ruimte meer rest. De regels houden geen rekening met het individuele karakter van het kind. Binnen dit strakke regime zal het kind spanning op gaan bouwen. Op een bepaald moment móét het wel vluchten. De kinderen in de eerste en derde groep zullen niet zo gedreven weglopen, ze zwerven meer en verdwijnen dan. Bij de tweede en vierde groep overheerst de boosheid. Deze kinderen proberen vaak zo snél mogelijk zo vér mogelijk weg te komen: de spanning is te groot geworden.

5) Bij de eerste vier vormen kun je zeggen dat er (te) weinig relatie is met de opvoeder of dat de regels de relatie in de weg zitten. Maar er zijn ook kinderen die weglopen om de relatie uit te testen. Het weglopen wordt als psychologisch wapen gebruikt. Dat zie je al op jonge leeftijd (de peuter die wegloopt en omkijkt of iemand hem zoekt).

Kees loopt soms weg en verstopt zich dan in de bosjes. Vanuit die bosjes kijkt hij of hij wel gemist en gezocht wordt.

Peter woont een jaar op de instelling. Nu hij begint te wennen aan het wonen constateert de begeleiding dat hij sterk de neiging krijgt om weg te lopen. De angst voor binding leidt tot de behoefte om weg te lopen en tegelijkertijd de relatie uit te testen.

6) De laatste vorm die ik noem is het kind dat wegloopt om duidelijkheid te krijgen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar in de relatie gebeurt er na het weglopen vaak iets vreemds. Opvoeders worden namelijk opeens weer erg duidelijk. De regels worden opnieuw helder. Het kind forceert dan dus met zijn gedrag meer duidelijkheid. Dat zie je soms ook bij kinderen die de geboden vrijheid eigenlijk niet goed aankunnen. In zekere zin is er een overlap met de derde genoemde vorm.

Er zijn nog meer varianten op het thema weglopen. Dus volgen er nog twee wegloopblogs.

Delft Nieuwe Kerk

Deze keer blijven we maar weer eens dicht bij huis. Wij hebben vanuit ons huis zicht op de op één na hoogste kerktoren van Nederland. De toren van de Nieuwe Kerk is bijna 109 meter hoog.

Maar aan die toren zit nog een kerk vast. Dit is de Nieuwe Kerk. Er is ook een Oude Kerk. Die is nog een stukje ouder.

Met de bouw van de Nieuwe Kerk werd in 1384 begonnen. Ruim honderd jaar later was de kerk klaar. Het is inmiddels dus toch ook al een oude kerk.

Net als de Oude Kerk wordt ook de Nieuwe Kerk twee maal per zondag gebruikt voor de zondagse kerkdiensten. Toeristen zijn welkom op de andere dagen. Maar ze mogen natuurlijk ook de kerkdiensten bezoeken.

De Nieuwe Kerk is bekend vanwege het praalgraf van Willem van Oranje. De leden van het Koninklijk Huis worden in de Nieuwe Kerk begraven. Een gids zei in het Engels: “Here they have buried the oranges.” Daarom staat er in een Chinese toeristengids dat er in Delft sinaasappels worden begraven.

De grafkelder is overigens niet toegankelijk voor toeristen, ook niet als ze extra toeristenbelasting betalen. Evenmin voor Delftenaren, zelfs niet als ze extra gemeentebelasting betalen.

Door veranderingen in de waterhuishouding (de DSM-fabriek in Delft verbruikt veel minder water) stijgt het grondwaterpeil onder de stad. Gelukkig is men in Delft goed in weg-en waterbouw. Daardoor kan worden voorkomen dat de Oranjes natte voeten krijgen.

De Nieuwe Kerk is één van de grootste kerkgebouwen van Nederland. Het kerkgebouw is in gotische stijl gebouwd. Onlangs werd een grootscheepse restauratie afgerond.

Weglopen (1)

Je hoeft maar naar ‘Vermist’ te kijken, of je weet dat er nogal wat mensen weglopen. Ze verdwijnen en laten soms niets meer van zich horen. Vaak willen ze wel, maar durven ze niet (meer). Maar ook gebeurt het dat iemand niets meer te maken wil hebben met het thuisfront.

Weglopen wordt vaak als een afwijking gezien. Maar wie kent niet de innerlijke drang om alles achter te laten en gewoon op reis te gaan? Niet voor niets was Swiebertje jarenlang één van de meest populaire personen op de televisie. Hij was geen echte zwerver, maar liet zich zeker ook niet ‘vastpinnen’ op één adres. Swiebertje deed een appel op onze behoefte aan vrijheid en ongebondenheid: gaan en staan waar je wilt. Een romantisch ideaal dat in de praktijk heel wat minder romantisch is dan het oogt.

Ook de gesloten behandelinstellingen kennen het verschijnsel van het weglopen. Er is zelfs een paradox aanwezig: hoe meer gesloten de instelling is, des te sterker de behoefte om weg te lopen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het niet (willen) weglopen ook een signaal kan zijn dat er iets mis is met het kind.

Kijk je naar het weglopen zélf, dan zie je vaak een ambivalente houding. Er spelen tegengestelde bewegingen. Eerst wint het niet willen blijven, maar geleidelijk wordt de kracht om terug te gaan sterker. Het snelle weglopen verandert in een langzamer tempo en uiteindelijk staat het kind in twijfel stil: teruggaan of verder gaan? Veel kinderen willen wel weer terug, maar de angst voor straf weerhoudt hen.

Ik kan me uit mijn jeugd één keer herinneren dat ik bewust ben weggelopen. Ik herinner me van dat weglopen inderdaad de spanning: verder weg gaan of toch maar terug gaan? Mijn vader kwam me achterna. Ik kon sneller lopen dan hij, maar dat deed ik niet. Hoe dichter hij me naderde, hoe langzamer ik ging lopen…

Bij kinderen die tóch niet terug gaan hoor je vaak dat ze allerlei redenen bedenken. Het kind werd mishandeld, gepest, er werd streng gestraft, het eten was slecht. Bij sommige media gaan die verhalen er in als koek. Maar omgekeerd zie je ook vaak dat de instellingen het weglopen als een krenking ervaren. Er wordt niet geluisterd naar de klacht van het kind omdat er te zeer van tevoren vanuit wordt gegaan ‘dat deze kinderen nu eenmaal graag fantaseren’.

In ‘Vermist’ zie je vanuit de achterblijvers een tweetal reacties. Het meest komt de zorg voor de wegloper naar voren. Waar ben je en hoe gaat het nu met je? Maar ook de andere reactie komt vaak voor: de krenking, het verwijt, de boosheid. “Je had mijn nummer, waarom heb je nooit contact opgenomen?” Die laatste reactie maakt het voor de wegloper juist moeilijker om het contact weer te herstellen.

In een volgend blog worden enkele vormen van weglopen genoemd.

Langs de Maas (3)

Het lijkt wel lente in Wallonië. Diverse thermometers wijzen 15 graden aan. De vogels fluiten in het kale geboomte. En dat op 30 december.

Ik fiets over de Maasroute richting Dinant. Bijna een halve eeuw geleden fietsten we aan de overkant (de rechteroever). Dat was daar af en toe flink klimmen geblazen. Dit fietspad ligt vlak langs de Maas op de linkeroever. Bij extreem hoog water zal het vermoedelijk onder water staan.

Ilja Leonard Pfeijffer beschrijft in zijn boek ‘De filosofie van de heuvel’ de fietstocht van Namen naar Dinant. Hij start de dag met uitvoerig cafébezoek. “Het regende. We konden niet fietsen. We gingen naar het café.”

Als hij uiteindelijk wel op de fiets zit (om vier uur ’s middags) schrijft hij over een oninteressante vlakke weg.

Kennelijk heeft hij de fietsroute gemist. Dit is werkelijk een prachtig stuk België. De rotsen rijzen loodrecht bijna uit het water. Ze lijken af en toe op gehavende tanden en kiezen (mijn vak leidt tot een tunnelvisie). Op sommige plekken is er geen ruimte voor bebouwing. Daar boort het spoor zich via een tunnel een weg, een soort van wortelkanaalbehandeling. Op één plek staat een fabriek waar steen wordt uitgehouwen. Er moet ook gebouwd kunnen worden in België.

Het volgende dorp is Profondeville. Het ligt in een scherpe bocht van de Maas, die hier aanzienlijk meandert. Er staan tal van aardige huizen, een kerk en een mooi neo-classicistische gemeentehuis. De hoofdweg breekt zich vrij ruim baan door het centrum van het dorp, maar er zijn tal van rustieke smalle zijstraatjes. Kijk je richting de Maas, dan zie je overal de steil oprijzende rotsen.

Alle foto's op dit blog zijn gemaakt in Profondeville, een levendig en ook groeiend dorp halverwege Namen en Dinant (12.000 inwoners).