Van Schiedam naar Rotterdam (3)

De oude binnenstad van Dordrecht laat ik links liggen. Dat is jammer, want het is één van de mooiste binnensteden van Nederland. Maar dat kan ik gemakkelijk een andere keer over doen. Ik wil verder en weer naar huis. Het wordt al schemerig en de avondklok nadert.

De route naar het zuiden vanaf de verkeersbrug in Dordrecht heb ik al eerder beschreven. Je fietst hier zeven kilometer lang langs bedrijvigheid en als je door fietst nog langer. En bedrijventerreinen zijn in architectonisch opzicht de lelijkste stukken van Nederland. Het is te gevaarlijk om mijn ogen dicht te doen op de fiets, anders zou ik dat ook nog doen.

Dan kom ik bij de Kiltunnel. Het is een toltunnel, maar voor fietsers gratis. Aan de overkant ben ik in de Hoeksche Waard. Eindelijk meer rust en agrarisch land. Helaas is de wegenstructuur van de Hoeksche Waard aangetast door de aanleg van de HSL-spoorlijn. Dat blijkt als ik in Mookhoek een weg naar rechts (naar het westen) neem. Ik stuit op de hekken van de HSL. De weg gaat aan de overkant verder, maar ik moet helemaal terug. Op de kaart had ik dat natuurlijk kunnen zien, maar ik ben een principieel kaartweigeraar.

Zonsondergang in de Hoeksche Waard

Over de Hoeksche Waard heb ik regelmatig geschreven. De polder bestaat niet. het is een legpuzzel van zo’n zestig polders. Na de enorme ramp die zich in 1421 voltrok werden al die polders geleidelijk teruggewonnen op de Noordzee. Elke polder heeft zijn eigen karakter. En hoe meer van recente datum, des te rechter is de wegenstructuur. De vele dijken door de Hoeksche Waard geven aan waar de vroegere bedijkingen liepen. Het zijn allemaal voormalige zeedijken.

Dorpskerk in Maasdam

Bij Schenkeldijk kan ik mijn koers weer in noordwestelijke richting verleggen. Als ik gewoon rechtdoor fiets kom ik vanzelf in Delft uit. Inderdaad gaat de weg een tijd rechtdoor, maar na een bocht fiets ik toch weer de verkeerde kant uit. Maar ja, wat is verkeerd. Zo zie je nog eens wat, ook al is het al schemerig.

Over een oude dijk bij Cillaarshoek kom ik uit in Maasdam. Het dorp nestelt zich aan het uiteinde van de Binnenbedijkte Maas. Dat is een oude loop van de Maas (goed te zien op de kaart), die aan alle zijden doodloopt. Je kunt er een boot te water laten, maar je komt er nooit meer weg. Maar dat maakt het varen op het levensbootje wél voorspelbaar.

Van Schiedam naar Rotterdam (1)

Van station Schiedam-Centrum naar station Rotterdam Centraal is maar ruim vijf kilometer. Ik maakte er 77 kilometer van. Kennelijk was ik behoorlijk de weg kwijt.

Mijn fiets stond geparkeerd op (of liever: onder) station Schiedam-Centrum. Daar is een mini-onbemensde-bewaakte fietsenstalling. Waar de bewaking dan zit moet ik nog uitzoeken.

Schiedam heeft een prachtig oud centrum, maar dat laat ik rechts liggen. Ik fiets rechtstreeks naar het Oude Westen van Rotterdam. Deze wijk (met o.a. het stadsdeel Spangen) dreigde teloor te gaan aan verloedering, maar inmiddels gaat het weer beter.

De wijk Spangen is één van de armste wijken van Rotterdam. Maar liefst 85% van de bevolking heeft een (recente) migratie-achtergrond. Veel inwoners zijn nog niet gewend aan het verschijnsel fiets en lopen op het fietspad danwel steken zomaar over. Ik moet dan ook veel in de remmen knijpen.

Historisch Delfshaven, ooit de zeehaven van Delft

Even verderop ligt het historische Delfshaven: de vroegere zeehaven van Delft. Van hier uit vertrokken de Pilgrim Fathers naar het toenmalige Amerika. Ze vertrokken uit West-Europa omdat ze in Engeland geen ruimte voor de uitoefening van hun geloof kregen. De ene bevolkingsgroep ging, de andere groep kwam.

Zicht op het centrum van Rotterdam bij de Euromast

Hoe dichter bij het centrum van Rotterdam, des te meer steekt de hoogbouw de kop op. De ene ‘skyscraper’ is nog hoger dan de andere en er wordt voortdurend bijgebouwd. De Zalmhaven (215 meter hoog, 60 verdiepingen) is bijna klaar. De penthouses op de bovenverdieping zijn 650 vierkante meter groot en kosten als casco 3,65 miljoen euro, exclusief schoonmaakster. Die komt mogelijk uit de wijk Spangen. Eén nadeel van zo hoog wonen: als de lift het niet doet moet je langdurig traplopen.

Woontoren de Zalmhaven in aanbouw (60 verdiepingen)

De Erasmusbrug laat ik rechts liggen. Ik neem de oversteek van de Willemsbrug via het eiland dat hier in de Maas ligt en de ‘Oude Hef’ (de oude spoorbrug). Daarna volgt er een wijk die volop in ontwikkeling is. Alles was geld heeft trekt naar het water. Aan de rand van de wijk Feyenoord (een achterstandswijk) worden aan het water luxe wijken gebouwd.

De veerpont naar Kralingen blijkt op zaterdag niet te varen, dus ik blijf op de linkeroever van de Nieuwe Maas. In die hoedanigheid kom langs het stadion van Feyenoord. Ik heb niets met voetbal, maar al helemaal niet met Feyenoord.

Skyline van Rotterdam vanaf de Willemsbrug

Na het stadion kom ik door de wijk Oud IJsselmonde en daarna bij de jaren ’60 wijk Beverwaard: een wijk uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. En met zoals andere wijken die na de oorlog planmatig uit de grond zijn gestampt heeft ook deze wijk veel problemen. Je kunt er gelukkig niet gemakkelijk verdwalen, anders dan de trend uit die tijd is dit geen bloemkoolwijk, maar de straten zijn er recht.

Ik laat Beverwaard rechts liggen, langs de autosnelweg ligt een nieuwe fietsroute in de richting van Dordrecht. Leuk is anders, maar het fietst wel lekker door. 

Sneeuwfietsen

Na maar liefst vier dagen de fiets niet beroerd te hebben werd het toch weer tijd voor een fietstocht.
Delft-Rotterdam, zon, vorst en besneeuwd land

Maar kijk nu eens naar de route. Die is zo ‘Onhenks’. Bijna dezelfde route heen als terug. Dat kán toch niet!

Kijk: het zit zo. Ik had niet zoveel keus. Er waren maar een paar fietsroutes redelijk begaanbaar. Eigenlijk waren dat niet eens de fietsroutes, het waren de routes waar ook auto’s konden komen.

Ik begon met het fietsen langs de Vliet, een water dat heen en weer vliedt tussen Delft en de zeehaven van Delft: Delfshaven. Een gedeelte van die route is fietspad: daar heb ik af en toe moeten lopen. Net toen ik dacht dat het toch geen goede optie was om mezelf op te zadelen op het zadel van de Batavus kwam er een goed befietsbaar weggedeelte.

Bij De Zweth

Zijwegen moest ik niet inslaan, net zomin als ruiten. Daar krijg je problemen mee. De zijwegen waren meestal ijsbanen geworden. Soms was het fietspad ook onvindbaar door de sneeuw.

Zonder problemen kwam ik in Kethel terecht. Er zijn twee Kethels: het protestantse deel en het katholieke deel. Dit was het katholieke deel. De pastoor had zijn eigen stoepje netjes schoongeveegd.

Fietspad bij De Zweth

Kethel wordt tegenwoordig in stedenbouwkundig opzicht omarmd door de nieuwbouw van Schiedam. Die plaats bestaat voor 90% uit naoorlogse nieuwbouw. Omdat de klinkerweg naar Schiedam er verraderlijk uitzag nam ik een geasfalteerde omweg. Maar alle zijstraten waren niet befietsbaar. Uiteindelijk kwam ik op de geasfalteerde en goed schoongehouden fietspaden van Rotterdam uit.

Bij Kethel

Op de terugweg zakte de zon weg en meteen werd het ‘bitter, bitter koud’ om de klassieke schoolmeester W.G. van der Hulst te citeren. Dat gaf niet, ik had meer dan alleen een zwembroek aan. Maar meteen werden de nog natte fietspaden gepromoveerd tot ijsbanen. Ter hoogte van station Schiedam overwoog ik nog om mijn fiets aan de wilgen te hangen, maar die waren net geknot. En een volle spitstrein naar Delft als superspreading event trok me ook bepaald niet.

Drie stadsmolens in Schiedam

Dus fietste ik dapper door, daarbij voorkomend dat ik moest remmen, want dat zou ongetwijfeld tot een harde aanraking met het asfalt leiden. Zo kwam ik weer op de weg langs de Vliet uit, waar ik van vanmiddag wist dat hij in ieder geval goed was schoongehouden. Helaas had de snel invallende vorst ook hier gezorgd voor verraderijk gladde plekken. Ik hoopte dat ik op de weg aan de overkant van de Vliet beter beslagen ten ijs zou kunnen komen, want daar rijdt een bus. En busroutes hebben prioriteit bij de gladheidsbestrijding.

Ik besteeg de fietsbrug bij Zweth. Dat moest lopend. Ook de lange afdaling moest lopend geschieden. Helaas bleek het fietspad aan de oostzijde van de Vliet onbegaanbaar. De weg voor de auto’s en de bussen was redelijk schoon. Dus nam ik deze zes kilometer het weggedeelte voor het gemotoriseerde verkeer. Ik zie al vaak genoeg auto’s op het fietspad, deze keer reed er een fiets op het autopad.

Tegen zeven uur was ik weer thuis. Tineke was blij dat ik heelhuids thuis kwam, want om nu naast een vrouwelijke brokkenpiloot ook een gehavende man in huis te hebben, dat is ook niet ideaal. Zoiets als de lamme helpt de blinde. 

Door de duinen (3)

Voor Scheveningen maakt het fietspad een scherpe bocht naar het oosten. Je kunt niet rechtstreeks Scheveningen binnen fietsen, tenzij je over het strand fietst. Dat fietst nogal zanderig.
Watertoren Scheveningen (1874)

Het fietspad leidt rechtstreeks naar de watertoren in de duinen bij Scheveningen aan de Pompstationweg. De toren is zo’n 150 jaar oud en gebouwd in de eclectische stijl. Voor mensen die niet weten wat dat is: het is van alles wat. Misschien hadden de beide architecten elk hun architectonische voorkeur.

Bovenop de toren is een koperen dak aangelegd. En voor de zekerheid ook wat bliksemafleiders.

Zoals trouwe lezers weten fiets ik tijdens recreatieve ritten eigenlijk nooit een geplande route, ik doe maar wat. Ook weiger ik uit principe een kaart te raadplegen. Fietsen is net zoals het gewone leven: het gaat een bepaalde kant uit, maar je weet nooit precies welke. Dus heb ik ook nu geen idee hoe ik naar Delft zal fietsen. Wel is duidelijk dat ik niet zoveel tijd meer heb: het is al kwart over acht en om negen uur tikt het Avondklokje van Gehoorzaamheid.

Nu is Den Haag niet zo erg ingewikkeld qua wegenstructuur. Je kunt nogal rechtdoor fietsen. Maar dan alleen diagonaal: van noordwest naar zuidoost of van noordoost naar zuidwest. Wil je pal naar het noorden, het oosten, het zuiden of het westen, dan heb je een probleem. Dat kan dus niet: dan moet je zigzaggen. Er zijn mensen die geprobeerd hebben om van het noorden van het zuiden te fietsen, maar die hebben zichzelf in een schuurtje aan het einde van een doodlopend steegje vastgefietst en verder vervolgens aangevallen door een plaatselijke bijtgrage hond.

Onderweg door Den Haag

Zoals jullie op het kaartje kunnen zien kon ik keurig immer gerade aus (over de Van Alkemadelaan) in zuidoostelijke richting verder fietsen waarbij ook nog eens bleek dat de vele verkeerslichten bij mijn nadering vanzelf op groen sprongen. Ik heb nog om me heen gekeken of ik misschien in een koninklijke file verzeild was geraakt, maar dat was toch niet het geval.

Het was Haagse Service. Bovendien heeft Den Haag tegenwoordig uitstekende geasfalteerde fietstpaden, dus ik mag opnieuw niet klagen. Voor wie zich afvraagt wie Van Alkemade was: dat was een burgemeester van Den Haag (van 1560 tot 1572). Wel bijzonder dat er zo’n grote weg naar een burgemeester uit die tijd is genoemd. Hij heeft dat zelf niet mee mogen maken.

Ik kom door Benoordenhout en Bezuidenhout. Dat klinkt chicque en dat is het waarschijnlijk ook. Ik moest hier een keer bij iemand op bezoek en daarbij bleek dat iedereen thee dronk met de pink omhoog. Dat heb ik toen ook maar gedaan.
Delft met de DSM-fabriek

Na deze wijken volgt de omgeving van de Laan van NOI, gewoon noi, zoals de conducteurs in de trein omroepen. Ook iemand riep Laan van het LOI om. Hier strijden kantoorkolossen om de vraag wie de hoogste is. Na de Laan volgt Voorburg. Ik kies voor de nieuwe snelfietsroute en stort me daarna in diverse Vinex-locaties die het laatste groen tussen Haaglanden en Delft verdreven hebben. Door een navigatiefout (hoewel: de richting was goed, maar de weg liep dood) moet ik een ferme slinger maken. Maar het komt allemaal goed. Om 21 uur fiets ik Delft binnen.

Daarna was het nog zaak om mezelf onzichtbaar te maken. Anders moet ik 95 euro dokken. Maar liefst drie keer kom ik een politieauto tegen. maar waarschijnlijk ben ik inderdaad onzichtbaar. Ik kan gewoon doorfietsen. Na twintig minuten aan illegaal fietsplezier ben ik weer thuis. 

Door de duinen (2)

Katwijk aan Zee werd in zuidelijke richting ontvloden. Door de duinen loopt een fietspad richting Scheveningen, onderdeel van de eerste internationale fietsroute van Europa: de Noordzeeroute.

Er waren klachten dat wielrenners met hun hoge snelheden de buurt onveilig maakten. Daarom waren er ribbelstenen onder in de afdalingen aangebracht. Maar het schijnt dat het daarmee nóg leuker werd om hoge snelheden te ontwikkelen.

Ik hou me koest, maar ik ben ook een koesterige fietser. Als het hoofd langzamer gaat moet je niet sneller willen fietsen. Het wordt inmiddels donker. Opvallend is hoeveel fietsers ik hier tegen kom. Mogelijk forensen vanuit Den Haag die gewend zijn om door deze donkere duinen te fietsen.

Ter hoogte van Wassenaarse (hagel-) Slag zet ik de fiets even stil. Het is de hoogste tijd om wat proviand tot mij te nemen en de duinen te bewateren. Naarmate het kouder wordt moet je vaker eten anders krijg je last van verschijnselen van onwelgevallige aard.

Er is hier midden in de duinen een verlaten terras inclusief bankje. Het is erg stil, ik hoor alleen nog maar het gebruikelijke gepiep van tinnitus in mijn oren. Dat komt in de beste families voor en je kunt er oud mee worden. Helemaal donker wordt het hier niet, want de lichtvervuiling van de Randstad zorgt op allerlei plekken voor hemelse verlichting.

Daarna koerst de Batavus Dinsdag weer verder over bergen en door dalen. Ter hoogte van Wassenaar zijn de duinen erg breed. De bebouwde kom is een heel eind verder. Wie hier met zijn fiets uit de bocht vliegt en in het prikkeldraad blijft hangen kan niet roepen om hulp. Hoewel, het kan wel, maar het helpt niet.

Het bekendste deel heet Meyendel en verder naar het zuiden heb je de Waalsdorpervlakte die tijdens de herdenking op 4 mei altijd mee in beeld komt.

Ik fiets zo lang mogelijk richting Scheveningen. De skyline met torenhoge flats tekent zich nadrukkelijk af tegen de donkere lucht boven de Noordzee. Ook begint het nog te regenen. Dat zag ik in het donker weer niet aankomen... Nu nog een lekke band en het wordt een vreugdevolle fietstocht. 

Door de duinen (1)

Je kunt ook op een andere manier vanuit Leiden naar Delft fietsen. Het is een klein beetje om, maar dan zie je weer eens iets héél anders. De zee bijvoorbeeld. 

Ik fietste vanaf station Leiden Centraal via de campus van de Universiteit van Leiden Oegstgeest binnen.

Oegstgeest is een dure plaats, dat zie je aan de oranje straatnaambordjes die vaak de naam ‘laan’ dragen. Oegstgeest is – dankzij de werken van Maarten Biesheuvel – ook een bekende plaats geworden vanwege een hier aanwezig gesticht waar hij af en toe een tijdje huisde. Dat gesticht zetelt in een prachtig kasteel benevens bijgebouwen.

Ik fiets altijd graag een rondje over instellingsterreinen en bedenk dan dat het eigenlijk wel bijzonder is dat ik daar niet als bewoner terecht ben gekomen. De meeste terreinen zijn momenteel trouuwens vanwege corona (deels) afgesloten. ‘Bejaarde Delftse fietser besmet inrichting’. Dat moeten we niet hebben.

Katwijk Nieuwe Kerk (tweeduizend zitplaatsen)

De wegen rondom Leiden verkeren in een toestand van permanente verbouwing. Het is dan ook raden hoe de fietspaden lopen. Bovendien wil ik weer eens niet de gebaande wegen befietsen. Ik ben twee en ik zeg nee. Dus als het bord rechtsaf verwijst naar Katwijk ga ik linksaf en kom ook (via Rijnsburg en Katwijk aan den Rijn) ook in Katwijk aan Zee uit.

Hier plonst de Rijn de Noordzee in

Ik weet niet of de lezers weten wat Katwijk is. Vroeger was dit een badplaats voor de minder bemiddelde Nederlander. Wie wat meer geld had – zoals het Nederlandse voetbalelftal – ging naar Noordwijk. Maar uiteraard was Katwijk ook een vissersplaats. Daarom heet de burgemeester ook Visser. Dat hebben ze hier weer eens goed uitgezocht.

Het strand van Katwijk moet elk jaar opnieuw worden opgehoogd

Maar Katwijk was ook bekend bij de Romeinen. Hun noordelijke excursies eindigden bij Katwijk, waar de Rijn de Noordzee in plonsde. Veel noordelijker durfden ze niet, want dan kwamen ze de Friezen tegen.

Rond het jaar 600 kwam Willibrord met 11 missionarissen de bewoners van deze streek bekeren. En nog altijd is Katwijk een kerks dorp. Dat zie je ook aan de samenstelling van de gemeenteraad, waar de VVD met drie zetels (van de 33) de grootste niet-christelijke partij is.

De Boulevard van Katwijk aan Zee met de Andreaskerk

Een bijzonder gevolg van de de christelijke meerderheid in de gemeenteraad is dat het parkeren op zondag gratis is: de SGP is principieel tegen betalen op zondag. De stranden trekken om die reden op zondag extra veel badgasten. In de duinen staat als contrast tegen de protestantse orthodoxie een Soefi-tempel. Wie heeft er een bouwvergunning verleend om op die plek te mogen bouwen?

De gemeente Katwijk omvat drie oude kernen: Katwijk aan Zee, Katwijk aan den Rijn en Rijnsburg. De plaatsen liggen inmiddels tegen elkaar aan. Er komt nog een nieuwe Vinex-locatie bij op het terrein van het voormalige vliegveld Valkenburg. De gemeente Katwijk telt ruim 60.000 inwoners.

Vandaag merk ik niets van de zondagse drukte op het strand. Het is geen zondag en het is maar twee graden boven nul. Dan zie je doorgaans weinig badgasten. Alleen een versteende mevrouw ligt in bikini in een strandstoel kou te vatten.  

Kleine fietsrondjes

Vanwege parttime-mantelzorgerschap bevind ik mij veel in en rond het huis. Een soort secondaire lockdown naar Frans model. 
Zeehaven in Schiedam

Maar ik moet natuurlijk ook even kunnen fietsen, anders wordt de Batavus Dinsdag verdrietig en moet hij aan de antidepressiva.

In dier voege fiets ik elke avond tussen een uur of acht en een uur of tien een rondje van ruim 20 kilometer. Het voordeel van Delft is dat je dan altijd wel een aardig rondje kunt fietsen door de verlichte stad of over het donkerder platteland met toch altijd aanzienlijke lichtvervuiling.

Overweg bij Kethel

De afgelopen dagen vormde de wind het grootste probleem. Af en toe woei de fiets bijna onder mij vandaan. Maar nóg lastiger waren de takken van bomen op het fietspad. ook met mijn ‘verstraler’ (ik bedoel een koplamp die vér licht geeft) zie je zo’n tak soms te laat. Onze vroegere dominee is eens met zijn fiets over de kop geslagen vanwege een losgeslagen tak. Zijn commentaar: “Zo zie je maar weer dat ik geen zwevende dominee ben.”

Zo zie je maar weer dat ik geen zwevende dominee ben

Dorpskerk Rotterdam Overschie met 120 jaar oude beuk

Het moet natuurlijk niet zo zijn dat ik na Tineke de tweede verkreukelde bewoner van dit huis wordt. Dan houden we alleen huiskater Ringo nog over als 16 jarige stoere heer des huizes. Hij kan alleen niet stofzuigen, het zien alleen al van de slang doet hem wegvluchten naar de donkerste hoeken van ons huis.

Zo fietste ik de afgelopen dagen een rondje Wassenaar, een rondje Schiedam, en een rondje Berkel en Overschie. Ze waren niet helemaal rond, soms moet je een concessie doen. De foto’s zijn gemaakt met mijn telefoon, dus niet scherp.

Straks gaat de avondklok in. Ik heb begrepen dat mantelzorgers na 21 uur op straat mogen bivakkeren. Als dat niet mag laat ik huiskater Ringo als blaffende poes uit. 

Oud Rijswijk en Oud Voorburg

Het weer nodigde niet uit. Maar af en toe moeten de beentjes toch gestrekt worden.

Dus besteeg ik de Batavus voor een klein ritje met onbekende bestemming tussendoor. Omdat ik even wat post moest bezorgen aan de noord-westrand van Delft fietste ik vanzelf in noordelijke richting verder. Zo gaat dat soms in de maalstroom van het leven. Je gaat een bepaalde kant uit en als de stroom je eenmaal te pakken heeft dan blijf je die kant uit gaan.

Tot drie jaar geleden was er tussen Den Haag en Delft een groene buffer. Deze buffer is inmiddels opgeheven. Er wordt een nieuwe Vinex-wijk gebouwd: Rijswijk Buiten. Het wonderlijke van die wijk is dat er geen winkels zijn. Ik wilde nog vragen hoe het zit, maar het Informatiecentrum is vanwege de corona-maatregelen permanent gesloten. De Plus-supermarkten van Delft en Den Hoorn vinden dit overigens prima: hoe meer klandizie, hoe meer vreugd.

Delft is nu dus aan Den Haag (Rijswijk) vastgeplakt. Vroeger heette dit gebied Sion. Sinds 1435 stond er een klooster. Dat werd door een boze kloosterling in de hens gestoken, waardoor hij zelf ook buiten moest slapen. In de pedagogiek heet dat de ‘natuurlijke straf’. Later kwam hier een grootse buitenplaats, compleet met Franse tuin. Je zou denken dat de Franse bezetter daar blij mee zou zijn, maar de komst van de Fransen luidde ook het einde van deze tuinen in. Het gebied werd herkaveld en kreeg een agrarische bestemming.

Oud Rijswijk: de vlag gaat uit… (rechts)

Ik fiets op mijn dooie akkertje en bestudeer de huizen en de aanleg van de straten. Het moest allemaal erg dorps worden. Misschien is er geen supermarkt omdat de bakker en de melkboer er gewoon aan de deur komen.

Rijswijk Buiten ligt tegen Delft aan: eigenlijk is het meer een buitenwijk van Delft dan van Rijswijk. Tussen Rijswijk en Rijswijk Buiten ligt een nieuwe autoweg. Die heeft een nummer, maar dat onthoud ik niet. Ik mag er tóch niet fietsen. Tussen het struikgewas door loopt een fietspad tot aan de Vliet: het kanaal dat Leiden verbindt met Rotterdam via Den Haag en Delft. De enige file van vandaag is een rij auto’s voor McDonalds.

Voorburgse narcissen

Ik volg de Vliet en kom dan in Oud-Rijswijk uit. Dit is een vriendelijke wijk van ruim honderd jaar oud. Ik houd erg van dit soort wijken, met af en toe elementen van Jugendstil. Als je zo’n huis koopt moet je er wel op letten dat er vaak nogal wat onderhoud nodig is. Je zakt zomaar door de vloer. Ook waaien er soms planten om vanwege de tocht. Ik fiets willekeurig door een aantal straten om me te verbazen om al die mooie bebouwing.

Laaghangende boom in een park in Voorburg

Oud Rijswijk en Oud Voorburg liggen aan elkaar vastgeplakt als een twee-eiige eenling. Tot mijn verbazing staan de narcissen hier al in bloei. “Ik zie met vreugd de dagen lengen, de nieuwe lente nadert weer” zei mijn grootvader eind december. Rijswijk en Voorburg hebben tegenwoordig een subtropisch klimaat, er staan zelfs palmbomen. Een autoweg doorklieft de plaats Voorburg. Hier woonden al ver voor mijn geboorte mensen. Ook de Romeinen hebben er danig huis gehouden en zelfs een kanaal aangelegd.

Voorburgse poes

Ik moet (weer) de Vliet over en daarna over een autoweg. Een nieuwe fietsroute met een paar aanzienlijke hobbels leidt om recreatiepark Drievliet rechtstreeks naar de Vinex-locatie Leidschenveen . Daarna volgt Nootdorp. Beide locaties werden in hoog tempo gevuld met Hagenezen die wat meer ruimte wilden hebben en konden betalen. Er wonen in de beide stadsdelen samen zo’n 40.000 mensen.

Het zijn ruim opgezette wijken met vooral veel rechte straten. Ook weer een mode-verschijnsel. Na de bloemkoolwijken en woondoolhoven van de jaren ’70 en ’80 wilde men weer wat meer overzicht. Ook de bebouwing is voornamelijk rechthoekig.

Vervolgens fiets ik de eeuwig zingende bossen rond Delft in: het Balijbos en de Delftse Hout. Af en toe zie ik de 109 meter hoge toren van de Nieuwe Kerk. Als ik thuis ben moet ik eerst mijn voeten even opwarmen. Het vriest niet, maar ik voel ze toch ook niet meer. De tenen blijken er nog aan te zitten. 

Via Rotterdam (1)

Goed, laat ik toch maar weer eens op de fiets stappen in eigen omgeving. Dat doe ik drie keer in de week, trouwens, maar niet zo vaak op dit blog.

De eerste helft van de dag was goed gevuld met bezigheden binnenshuis: het schrijven van een artikel, het zoeken naar een passende broek en het zuigen van stof. Halverwege de middag besteeg ik het zadel van de Batavus Dinsdag.

Het vreemde in deze tijd is dat het halverwege de middag al begint te schemeren. De kippen gaan van schrik alweer op stok. Alleen Henk 50 stapt nu nog op de fiets. Hij had het licht te laat gezien.

Ik weet niet of jullie Delft een beetje kennen. Ik woon er nu vier jaar en ik blijf me verbazen. Er staat hier de op één na hoogste kerktoren van Nederland, de grootste Technische Universiteit van Nederland is hier gevestigd, er worden leden van het koninklijk huis begraven, we hebben één van de beste burgemeesters van Nederland en veel fietsen hebben blauwe voorbanden. De Universiteit heeft een eigen tramlijn die al jaren niet rijdt omdat een brug niet sterk genoeg bleek om de tram te dragen. Dat krijg je met een grote faculteit Weg & Waterbouw in de stad.

Delft telt ruim 103.000 inwoners, maar omdat de stad tot aan de rand toe is volgebouwd wijken nieuwe inwoners uit naar Delfgauw, Den Hoorn en Rijswijk Buiten. Dat maakt niks uit: die kernen liggen maar drie kilometer van het centrum van Delft. Wonen in Delft is ook duurder, vanwege het te duur uitgevallen project om de spoorlijn ondergronds te maken. Delft ging daarmee bijna het financiële onderspit delven. Inmiddels worden er bovenop de spoorlijn 1500 huizen gebouwd, dus het inwonertal groeit weer.

Ik neem de Abtswoudse Brug over het Schiekanaal en fietste de TU-wijk binnen. Die wijk heet zo omdat de TU er staat. De TU is de Technische Universiteit. De studentenwoningen zijn meestal te herkennen aan de kratten waar ooit pils in heeft gezeten.

De TU-wijk bestaat uit haakse bochten. De afdelingen weg-en waterbouw en bouwkunde hebben ook decennia lang haakse bochten en vierkante gebouwen gepropageerd. Dan krijg je dat. Een beetje aan ronde vormen denken is er bij die mannen niet bij geweest. Althans, niet in hun ontwerpen. In 2008 brandde de complete faculteit Bouwkunde af. Daarna ging het beter met de ontwerpen.

Aan het eind van de tour over het TU terrein – dat inmiddels is uitgebreid met een soort van Technopolis – beland ik weer in zandhopen. We blijven zandhopen op betere tijden. Zo zie je maar: je moet heel wat moeite doen om de stad uit te komen.

Het volgende probleem is de oudste snelweg van Nederland: tussen Den Haag en Rotterdam. Daar kom je niet zomaar overheen: je gaat er aan onderdoor.

Het Ruyven bij Delfgauw, een stukje groene buffer in de Randstad

Maar dan ben ik nóg niet de stad uit. Ik ben nu in Delfgauw. Dat is een andere gemeente: de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De plaats bestaat uit een oude kaarsrechte weg naar Pijnacker, een soort mini-Vinexwijk en een bedrijventerrein met enorme distributiecentra: de platte dozen waardoor Nederland zo verrommelt. En niemand die op het idee komt om zonnepanelen op die daken te zetten.

Pas na vijf kilometer ben ik de stad uit. Hier resteert een kleine groenzone tussen de agglommeratie Delft en de alsmaar uitdijende tuindersdorpen Pijnacker en Berkel & Rodenrijs. Pijnacker heet zo omdat veel tuinders tijdens het werk op de akkers rugpijnen opliepen. 

Retourtje Gouda (3)

Op het station van Gouda was ik in een geparkeerde trein gestapt. Vlak voor vertrek stapte ik weer uit. Op die manier was ik toch even wat opgewarmd.

Ik kies mijn eigen route door de woonwijken in het noorden van Gouda. Mijn doel is de brug van Waddinxveen. Niet die brug op zich, maar daar kan ik de Gouwe over.

Al na een paar kilometer strand ik bij een benzinepomp. De mensen vragen mij dan wel eens: ‘Henk, jouw Batavus loopt toch niet op benzine?’ Nee, dat klopt: de Batavus loopt op beenkracht. Maar die benen moeten aangestuurd worden door enige energie. En vanwege de indruk dat men hier wel iets warms in de aanbieding heeft stap ik af en voeg me in de rij van wachtenden. Helaas blijken er geen warme saucijzenbroodjes, soep of kroketten te koop te zijn. Dat staat wel op het bord, maar het bord is verouderd. Die kan ik wel krijgen bij de pomp aan de autosnelweg. Ik vraag de bedienmevrouw hoe ik dan bij de snelweg kan komen. Ik moet maar naar knooppunt X en dan naar afslag IJ. Hoe ver is dat fietsen, vraag ik. “Bent u op de fiets, dan? Ja, dan moet ik u teleurstellen. Op de fiets kunt u daar niet komen.”

Ik overweeg nog even om via de snelweg naar de pomp te fietsen. Dan komt er in de krant: 'Bejaarde man fietst op snelweg.' Zo erg is dat niet, ik zie dagelijks automobilisten op het fietspad. Dan breng ik de zaak nog wat in evenwicht.

De doolhoven in het noorden van Gouda leiden gemakkelijk op dwaalsporen, maar ik weet onbebord op een kleine weg naar Waddinxveen te komen. De brug heb ik al eerder geschreven op dit blog. Het is een hefbrug die in de loop van een aantal jaren naam heeft gemaakt vanwege technische storingen en neerstortende onderdelen.

De Hef van Waddinxveen in floodlight

Na Waddinxveen fiets ik over een donkere weg pal naar het westen. Het wordt steeds mistiger. Uiteindelijk ben ik alleen met mijn fiets en mijn koplamp. Na een paar kilometer zie ik een fietspad naar rechts. Geen idee waar dat naar toe gaat. Kijk, hier geniet ik nou van. Ik zie bijna niks om me heen, ik kom langs geen enkel huis, ik weet niet waar ik straks uit kom. Precies zoals het leven: het is vol verrassingen.

Zo beland ik uiteindelijk in het Bentwoud. Dat is een bos dat er niet uitziet als een bos. Het moet nog een bos worden. De bomen zijn maximaal twee meter hoog, maar er zijn ook grote open stukken. Benthuizen wordt links gepasseerd (voor de kijker rechts). Ik bedoel: het is maar hoe je deze zin leest. Benthuizen ligt links van mij, dus in het zuiden. Tenslotte beland ik aan de noordzijde van Zoetermeer.

Ik weet niet of jullie Zoetermeer kennen, maar als je een wijk met woonerven uit de jaren ’70 hebt dan is Zoetermeer dertig wijken met woonerven uit de jaren ’70 en ’80. Er komt geen einde aan. Borden verwijzen de fietser naar wijk 21 en wijk 29, maar ik heb geen enkel idee welke wijken dat zijn en waar dit liggen.

Dorpskerk van Zoetermeer

Ik fiets eerst langs de noordand van de stad en kies dan op mijn richtinggevoel voor een zuidelijke richting en kom daarmee uit in het dorpse centrum van een stad met 125.000 inwoners. De shoarma-afhaalzaak is Big Business en ik eet een boterham met kaas op de stoep van de dorpskerk.

Daarna is het tijd voor de laatste etappe. De ‘gewone’ weg naar Delft ken ik te goed: ik kies voor een alternatieve route. Onderweg kom ik langs het huis van een oude man die ik af en toe bezocht. Vanmiddag kreeg ik een bericht dat hij vannacht is overleden aan de gevolgen van corona. Het licht brandt nog wel in zijn huis. Een vreemde gewaarwording.

Na ruim 80 kilometer fietsen bij een temperatuur van rond het vriespunt ben ik weer thuis. Eerst maar even een warme douche en dan zie ik wel weer verder...