Arend Hendrik

Ik ben een deel van een lange reeks van mensen met dezelfde voornaam en achternaam. Dat was in onze familie sinds 1425 een familietraditie.

Ik ben dan ook genoemd naar mijn Pake (in Nederland noemen ze zo iemand een opa, maar mijn Pake wilde dat woord nooit horen).

Mijn vader heette Arend Hendrik. Hij was genoemd naar zijn Pake. Onze zoon heet trouwens ook Arend Hendrik. Hij is genoemd naar mijn vader. Zijn Pake dus… Het linkergraf op de foto is van mijn oerpake (overgrootvader). Er staat de Friese naam op voor Arend (Aan).

Eén van de kenmerken van de familieleden is dat ze last hebben van verbale incontinentie. Ze schrijven opvallend vaak en veel. Mijn Pake schreef iedere ochtend (vóór zes uur) minstens twee hoofdartikelen voor de krant. Daarnaast schreef hij een hele rij boeken vol.

Mijn vader schreef niet dagelijks, maar minstens wekelijks. En ook een paar boeken.

Maar nu kwam de vraag tot mij wie het boek ‘De Kleine Oorlog’ heeft geschreven. Dat blijkt namelijk ook een Arend Hendrik te zijn.

Nu had mijn vader ook neven die Arend Hendrik heetten. De oudste zonen van zijn ooms heetten namelijk ook zo. En ziedaar: het gaat hier dus om een neef van mijn vader. Ook met verbale incontinentie. Hij was journalist en hij schreef boeken….

De andere neef Arend zat bij wijze van grote uitzondering in het leger. Gewoonlijk worden wij namelijk afgekeurd voor dienst in de naam van Hare Sajemeit. Deze neef was niet van plan om zich aan protocollen te houden, maar soms moest dat toch, zoals toen hij was uitgenodigd bij een hoge pief. Er was hem verteld dat je niet moest zeggen dat je naar de WC moest, maar dat je moest vragen of je je handen moest wassen. “En wilt u nog uw handen wassen?” vroeg de hoge pief. “Nee, dat heb ik buiten al tegen een boom gedaan” zei deze Arend geheel naar waarheid.

Ook een vorm van incontinentie dus…

Werkhobbel

Ik heb bepaald geen hekel aan mijn werk.
Maar soms heb ik toch de neiging om in plaats van de ene kant uit te gaan voor de andere kant te kiezen. Zo van: “Ik moest in Hoorn zijn, maar laat ik eens naar Zuid-Limburg treinen”.

Vandaag is zo’n dag. Er staan geen onmogelijke opdrachten op de agenda, maar de agenda is gewoon te vol gepland. Zonder pauze van staan van 8 tot 18 uur acht besprekingen gepland, waaronder enkele intensieve gesprekken met teams.

Dan moet ik snel naar Hoorn fietsen, anders mis ik het voorgerecht van een teamuitje. Dat is er dus nog achteraan geplakt.

Ook die acht besprekingen vormen op zichzelf niet een al te groot probleem, ik heb wel voor hetere vuren gestaan. Maar het idee dat, als er ergens iets acuuts tussendoor komt, ik verder geen enkele ruimte meer lijk te hebben om daar aandacht aan te besteden. Dat vind ik altijd het meest lastig met zo’n agenda.

Daarnaast weet ik ook dat als ik acht besprekingen heb gehad, dat ik dan ook voor de meeste besprekingen een stukje (of meer) rapportage moet verzorgen. Dat blijft dus allemaal liggen.

Vandaar dus dat idee om naar Zuid-Limburg te treinen. Waar je niet bij bent geweest, daar kom je ook geen verstorende acute omstandigheden tegen en je hoeft ook al geen rapportage te schrijven…

Ramptoerist


Lichtelijk in gedachten verzonken stond ik voor het verkeerslicht te wachten totdat het op groen zou springen.

Opeens hoorde ik links van mij een heftige klap en rammelend metaal. Ik was meteen uit mijn verzonken gedachten, maar vergat het verkeerslicht dat inmiddels op groen was gesprongen.

Als een echte ramptoerist kon ik wel een foto maken.

Het Poezenmannetje

Er schijnt een aanzienlijk psychologisch verschil te zijn tussen hondenliefhebbers en poezenliefhebbers.

Bij de familie van mijn moeders kant zijn poezen zo ongeveer heilig verklaard.

Dat schoot bij een gezamenlijke wandeling als familie niet erg op, want zodra er een poes in beeld verscheen moest deze ook toegesproken en geaaid worden.

Die eigenschap zit ook bij mij in de genen (?). Af en toe stap ik zelfs van de fiets af om een passerende poes vriendelijk toe te spreken. En vanuit de rolstoel heb ik dit voorjaar tientallen poezen op de foto gezet. In de wijk word ik daarom vermoedelijk al het Poezenmannetje genoemd. Niet dat ik dat echt al gehoord heb, maar toch is het vast wél zo…

Onze kinderen hebben deze eigenschap ook weer van hun vader overgenomen. Het blijft alleen nog een prangende vraag of dit een kwestie van opvoeding of van aanleg is.

Op de foto zie je Zoey, die onlangs asiel verkreeg bij één van de kinderen.

Ik hoor het aan je stem

Als ik mijn moeder bel kan ik binnen enkele seconden (als ze tenminste de telefoon opneemt) een inschatting maken hoe ze zich voelt.

Bij sollicitatiegesprekken (b)lijkt de stem een bijzonder belangrijke indicator te zijn welke kans de sollicitant maakt. Een onprettige stem maakt dat de kansen van de sollicitant direct kelderen.

De stem zegt erg veel over hoe iemand ‘in elkaar steekt’. Bepaalde persoonlijkheidsstoornissen hoor je soms zelfs al aan de stem (al moet je daar natuurlijk wel mee uitkijken).

Maar ook wisselende stem-mingen (!) kun je vaak goed horen als je iemand hoort spreken. Wat te denken van de vrouw die op een bepaald moment opeens met een hoge kleine meisjesstem gaat praten?

Over die stem is een bijzonder boek veschenen van de hand van Elizabeth Ebbink. Ze is professioneel opera-zangeres en psycholoog.

Ebbink heeft o.a. onderzoek gedaan naar toonhoogtes bij vrouwen. In de loop van enkele decennia is de stem van vrouwen lager geworden, minder sopraan en meer alt. Dat heeft vermoedeliijk te maken met de positie van de vrouw in de samenleving.

Een hoofdstuk besteedt aandacht aan wat er met je stem gebeurt als je gespannen bent (hoger, sneller, minder pauzes, snellere en hogere ademhaling, harder of juist zachter).

Een ander hoofdstuk zet types stemmen op een rijtje, wat die stem zou kunnen betekenen in relatie tot de persoonlijkheid en hoe zo’n stem over komt. Door het publiek vaak als negatief ervaren stemkarakteristieken zijn bijvoorbeeld: geknepen (= tegenwerkend, emotioneel onzeker), dun (= onrijp, onvolwassen), kelig, hees (= dwangmatig, controlerend, vasthoudend).

Ebbink beschrijft ook een groot aantal bekende Nederlandse stemmen. Dat doet ze op een aardige manier, ik noem slechts een paar opvallende kritische noten die ze kraakt.

De indruk die Femke Halsema maakt wordt beïnvloed door haar stemtechniek: weliswaar betrokken, maar ook bekakt, als een geaffecteerde grachtengordelsocialist. Marijke Helwegen blijft door haar stem een jong meisje, voor altijd. Prins Willem Alexander is een prettige lage Leidse korpsbal. Linda de Mol is een warmvoelend kindvrouwtje en Brigitte Kaandorp heeft de stem van een kranig slachtoffer van een harde wereld.

Er staat nog veél en véél meer in het boek, zoals over het effect op anderen van dialecten. En last but not least: een stoomcursus stemtechniek.

Via QR-codes kun je op You Tube passende voorbeelden vinden. Maar hoe je dat doet, daar heb ik geen idee van.

Ik doe er maar even het zwijgen toe, anders zou mijn stem mij verraden…

Een Gazelle is sterker dan een Mercedes

De meneer die mij van mijn sokken en mijn fiets heeft gereden weet het zeker.

Hij heeft niet hard gereden. Hij is vóór de stopstreep gestopt. Zijn motor is zelfs afgeslagen. Dus hoe komt die verschrikkelijke Holländische Radfahrer er dan bij dat hij niet gestopt is?

En waarom wil die Holländische Radfahrer dan de schade aan zijn auto niet betalen? Wat is dat voor een Blödsinn?

De meneer heeft zelfs drie superdeskundigen opgeroepen om zijn gelijk te bewijzen. Ook de gemeente is opgeroepen om te voorkomen dat der Holländische Radfahrer gaat beweren dat er geen borden stonden. Dat heb ik nooit gezegd, maar ik heb gezegd dat ik geen bord heb gezien.

Het zal ongetwijfeld spannend worden… Hoe kan de meneer mij stilstaand voor de stopstreep zó hard hebben aangereden dat hij een enorm gat in zijn carrosserie heeft opgelopen? En dat nog wel aan de verkeerde kant van de auto (ik ben dus niet tegen hém opgereden).

En nu lees ik ook nog in de stukken dat het geen Hyundai was, maar een Mercedes… Dat is ook een bijzondere gedaanteverwisseling…

Gezien het enorme gat in de carrosserie is een Gazelle dus kennelijk sterker dan een Mercedes…

Van 10 tot 10 met melatonien

Vandaag heb ik een gat in de dag geslapen.

Maar dat niet alleen. Ik heb het klokje rond geslapen.

Gisteravond was ik eigenlijk niet meer in staat om iets te lezen of zelfs maar om televisie te kijken. De harde schijf van mijn hoofd zat gewoon vol.

Om half tien naar bed gegaan. Om tien uur sliep ik. Ik heb zelfs niet gemerkt dat mijn wettige huisgenote Tineke van de trap is gevallen… Ze ging op kousenvoeten de trap op. Dat had ze niet moeten doen… Als ze had geroepen had ik het hopelijk wél gehoord…

Om 3 uur was ik klaarwakker. De lichamelijke vermoeidheid was er uit, en mijn hoofd bedacht alweer allerlei plannen. Dat was niet de bedoeling. Ik nam 5 tabletjes melatonine en viel binnen een kwartier in een ontspannende slaap waaruit ik pas om tien uur ontwaakte.

Nee, ik was niet te laat op mijn werk. Vandaag moet ik thuis een cursus voorbereiden. De komende maand moet ik verschillende cursussen geven in Amsterdam en in Zeeland. Vandaag moeten de readers af zijn…

En wat die melatonine betreft: het is een lichaamseigen stof. Als je te druk bent in je hoofd maak je te weinig melatonine aan om de drempel naar de slaap te kunnen maken. Je kunt je levensstijl aanpassen, maar dat lukt niet altijd. Zelf melatonine toevoegen is het alternatief…

Moeder 89


Het was een meerkeuzeweekend.

Zondag vierde mijn moeder haar 89e verjaardag, mijn zwager zijn 65e verjaardag en onze schoondochter haar (en laat ik dát nou niet zeker weten…) verjaardag.

Ik besloot naar mijn moeder te treinen. Helaas was ze behoorlijk ziek. Het begon met een longontsteking maar er kwamen allerlei andere infecties bij. Daardoor is ze al een week lang te moe om op haar benen te staan.

De verjaardag werd niet gevierd. “Zo rustig heb ik het nog nooit gehad.” zei mijn moeder. Alleen een paar kinderen wisselden elkaar af. De hele week is er overdag en ’s nachts één van de kinderen in huis.

Ik was ’s middags en aan het begin van de avond in Maassluis. Mijn moeder sliep een groot deel van de tijd en af en toe was het even tijd voor een gesprekje.

Ondertussen konden we samen nog wel genieten van een mooie zonsondergang boven de Nieuwe Waterweg.

Van mijn sokken gereden


De vaste lezers weten het wel.

Op 20 februari werd Henk50 van zijn sokken en zijn fiets gereden. Ik had een bord niet gezien waar op stond dat ik over moest steken. De automobilist stopte niet voor een stopbord. Het gevolg was een forse klap waarbij ik een complexe beenbreuk opliep.

De klap was zó hevig dat mijn trapper omgebogen was tot in de spaken, mijn been was daar klem tussen geraakt. De auto had aan de linkerkant een compleet gat in de carrosserie opgelopen.

Toch heeft de automobilist mij aangeklaagd omdat ik zijn auto stuk heb gemaakt. Daarom moet ik voor de rechter in Euskirchen (Duitsland) verschijnen om mij te verantwoorden voor mijn onverantwoorde fietsgedrag.

De automobilist beweert dat het heel dom van mij was om verkeerd over te steken. Hij is zelf ook fietser en hij weet ook dat hij daar over moet steken. Dat de situatie voor een ter plekke onbekende fietser wat ingewikkelder kan zijn heeft de meneer niet in zijn denkrepertoire opgenomen.

De automobilist beweert dat hij niet hard reed (wat ik wel beweer), dat hij gestopt is voor het stopbord om naar links en naar rechts te kijken, dat zijn motor daarbij afsloeg en dat hij de motor weer aan de praat kreeg en toen weer ging rijden.

Ik zat te trillen toen ik die brief las. Wat is dat voor een vreemde redenering, bovendien volgens mij volledig buiten de waarheid.

a) als hij stil stond had ik des te meer reden om te veronderstellen dat ik voorrang had
b) als hij stil stond, hoe kan ik dan zó hard van mijn fiets afgeschoten zijn dat de trapper in de spaken zat en dat er een compleet gat in de carrosserie zat.

c) als hij stil stond, hoe kan hij dan links de schade hebben opgelopen aan zijn auto? (ik was hem dus al grotendeels gepasseerd). Hij heeft dan dus gas gegeven op het moment dat ik voor zijn auto langs fietste. Dan klopt het niet als hij (tegen de politie) zegt dat hij mij niet gezien heeft omdat ik op het fietspad fietste.

Soms denk ik wel eens: ‘was ik maar gewoon door de gladheid gevallen’. Dan was het gewoon mijn eigen schuld.

Nu word ik aangeklaagd en als een domme onoplettende fietser neergezet terwijl de automobilist minstens zoveel boter op zijn hoofd heeft…