Wachten op de klap


Vandaag één jaar geleden fietste ik langs de Rijn.
Het was koud, maar net boven nul.
Toch besloot ik de Eiffel in te fietsen.
Daar was het nóg kouder, af en toe viel er wat motsneeuw.
Maar met dat uren klimmen kreeg ik het vanzelf behoorlijk warm.

In het dorpje Schuld was moest ik nog 5 km. langer doorfietsen (mezelf nog een Domtoren hoger trappen). Toen was ik (om 3 uur ’s middags) bij de waterscheiding. Daarna ging het in hoog tempo naar beneden.

In Bad Münstereiffel werd ik afgeleid door de mooie gebouwen in het historische stadje aan het riviertje de Erft. Vervolgens miste ik nét de trein naar Keulen. Nou ja, ik had hem kunnen halen als de kaartautomaat niet moeilijk had gedaan.

Daarom besloot ik door te fietsen naar Euskirchen. Dat had ik beter niet kunnen doen, want voor het plaatselijke ziekenhuis werd ik gelanceerd. De automobilist verklaarde voor de rechter dat hij stil stond voor de stopstreep.

Het blijft een boeiende vraag hoe ik dan zo hardhandig gelanceerd kon worden. De rechter is daar nog niet uit. Ze zou op 14 februari j.l. uitspraak doen, maar die uitspraak is uitgesteld.

In ieder geval belandde ik als gevolg van de klap in het plaatselijke Krankenhaus. Ik dacht: even een verbandje er om heen en daarna loop ik met mijn fiets naar het station. Maar de orthopeed meldde dat ik direct geopereerd moest worden en dat dit Krankenhaus die operatie niet uit kon voeren. Zo belandde ik om 7 uur ’s avonds op de operatietafel van het Marienhospital van Brühl.

Daar moest ik nog een week blijven, totdat ik per ambulance gevankelijk naar Nederland afgevoerd mocht worden.

 

Een wit voetje

Deze week lijk ik wel een puber.

Ik lig namelijk uren lang op de bank.

Maar zoals Loesje al zei: “De ware puberteit duurt je leven lang!”

Als het lukt om naar de details op de foto te kijken dan zie je:

a) een wit voetje met een grote teen die langer is dan de tweede teen, oftewel…

b) een leesbril, maar die is niet van mij…

c) veel bloemen, want ik ben weer in de bloemetjes gezet…

Been zoek

Zoals al eerder gemeld: dinsdag ben ik deels ontschroefd.
Er zitten nu nog maar vier onderdelen van een Duitse tank in mijn been.

Het ontschroeven vond plaats met behulp van een snijdend voorwerp in combinatie met een 0,45 Stryker imbussleutel. Maar dat heb ik allemaal niet bekeken.

Ik was wél bij de les, want net als bij twee voorgaande operaties had ik alleen een ruggenprik gekregen. Dan raakt het onderlichaam helemaal buiten westen, maar boven tikt en denkt het allemaal nog prima. Volgens mij had ik zelfs een aantal geniale ideeën (…), maar ik had geen pen bij me om ze op te schrijven en nu ben ik ze weer vergeten…

Door zo’n gedeeltelijke uitschakeling doen zich wel bijzondere gewaarwordingen voor die niet kloppen. Als je niets meer voelt heb je ook geen gevoel voor fysieke verhoudingen. De vorige keer dacht ik dat ik languit en plat op bed lag, maar ik lag in een foetus-houding. Vóór de ruggeprik lag ik languit en die laatste ervaring hadden mijn hersenen opgeslagen.

Toen ik dinsdagmiddag op de verkoeverkamer lag (een soort couveuse-afdeling voor volwassenen) waren mijn benen zoek. Het deed me denken aan het intrigerende verhaal van Oliver Sacks: Een been om op te staan. Hij is na een ernstige val zijn benen kwijt (denkt hij). Dat overkwam mij nu ook.

Ik voelde aan mijn been, maar ik voelde niets. Tenminste: mijn vingers voelden een warme substantie, die mij deed denken aan een plastic laag van warm schuimplastic. Daar trok ik de conclusie uit dat ik was gefixeerd in twee plastic kokers, zodat ik op mijn plek bleef liggen. Wél vroeg ik me af waarom het rechterbeen dan ook gefixeerd was. Volgens mij was dat been namelijk niet gebroken geweest.

Maar even later wilde ik toch nog eens beter checken in wat voor materiaal ik was gewikkeld door dokter Valentijn. Dus voelde ik nog eens. Nee, nog steeds warm schuimrubber. Toen wilde ik weten waar dan de overgang zat tussen dat fixatiemateriaal en mijn lichaam.

Die overgang was er helemaal niet. Ik lag helemaal niet in een schuimrubber corset. Dat wat aanvoelde als iets van warm en zacht plastic was mijn eigen been. Omdat mijn been mijn eigen aanraking niet kon voelen was het voor mij een vreemd object geworden….

Loerprothese

Volgens diverse statistieken zou ik op mijn leeftijd (60 plus) een leesbril moeten hebben met een sterkte van plus 3. Het is een uitzondering als mensen op deze leeftijd geen leesbril hebben. Als een oogarts je heel veel sterkte toewenst kun je eigenlijk wel raden hoe laat het is…

Maar ik heb helemaal geen loerprothese. Dat komt niet omdat ik hem steeds kwijt ben (dat kan ook op mijn leeftijd), maar omdat ik nog gewoon zonder leesbril kan lezen.

Een collega van mij deed allerlei trainingen om zijn ogen te trainen. Die kun je ook vinden op internet. Maar hij is inmiddels toch aan de leesbril. Dus óf hij heeft niet goed geoefend, óf de training werkte niet goed.

Ooit liet ik mijn ogen onderzoeken. De opticien was verbaasd over de details die ik waar kon nemen. “Hoe hebt u dát getraind?” vroeg hij. We kwamen tot de ontdekking dat het handmatig afdrukken van foto’s (waarbij je heel minuscuul moest werken) mij had geholpen bij de detailwaarneming. Dus tóch een soort van training. Maar ik heb geen donkere kamer meer en ik train mijn ogen dus niet meer op die manier.

Inmiddels moet ik wél constateren dat mijn ogen achteruit zijn gegaan. Op de vroegere strippenkaart stonden tussen de strippen hele kleine lettertjes. Bijna niemand kon zien dat daar lettertjes stonden. En áls iemand het met veel moeite wél zag kon hij de lettertjes niet lezen. Ik kon ze wél lezen.

Nu niet meer. Dat zou kunnen komen omdat ik de strippenkaart niet meer bestaat. Maar ik heb er nog eentje (die ik dus niet meer kan gebruiken). Met geen mogelijkheid kan ik nu nog de tekst ontcijferen tussen de strippen. Alleen nog met een sterk vergrootglas.

Een enkele keer, als ik moe ben en er sprake is van onvoldoende licht, neem ook ik mijn toevlucht tot het stiekeme gebruik van een leesbril. Maar zo weinig mogelijk. Want ik heb begrepen dat áls je eenmaal aan de leesbril bent begonnen, dat je ogen er dan ook snel aan wennen…

Het niet hebben van een leesbril spaart in ieder geval veel tijd uit. Als ik zie hoeveel tijd mijn wettige huisgenote besteedt aan het zoeken naar één van haar vijf leesbrillen kan het haast niet anders dan dat ik tijd over houd…

Monument voor een gebroken poot

In mijn digitale fotoverzameling kwam ik een foto tegen van dit standbeeld in Mainz.  Ik vermoed dat men hier alle mensen mee wil gedenken die in Duitsland hun been gebroken hebben. Dus voelde ik me zeer vereerd met dit monument. Daarom heb ik het digitaal vereeuwigd.

De meneer of mevrouw die als voorbeeld heeft gediend voor dit Steinbein had mogelijk het Syndroom van Asperger. Want ik las ooit in een artikel dat de tweede teen van mensen met Asperger aanzienlijk langer is dan hun grote teen.

Nu mijn voet even niet in een schoen past heb ik ook weer de tijd gekregen om mijn tenen te bestuderen. De tweede teen is niet aanzienlijk langer dan de grote teen. Daar blijkt uit dat ik géén Asperger heb…

Zie ook de reactie van Annelies onder loerprothese en mijn reactie op Annelies.

Ontschroefd

Deze schroeven heeft Dokter Valentijn  gisteren uit mijn enkel gehaald. Ze waren vorig jaar dwars door mijn enkel geschroefd. Ze zaten eigenlijk behoorlijk in de weg en ik kreeg er dan ook steeds meer last van. Toen ik ze na de operatie in handen kreeg schrok ik er eigenlijk ook van hoe groot ze waren. Dat dat in mijn enkel paste…

De veronderstelling is dat ik door deze ingreep minder pijn zal hebben bij het lopen.

Er zitten nog vier metalen onderdelen in mijn been, maar als die er uit moeten zal dat een veel grotere ingreep zijn, met meer risico’s. Dus eerst maar even kijken wat het effect is van deze operatie.

Op dit moment heb ik geen pijn. Dat kan door de pijnstillers komen, maar het is in ieder geval een plezierige bijkomstigheid.

Voorlopig ben ik wel weer even aan het krukken en moet ik mijn been zoveel mogelijk omhoog houden om zwellingen en bloedingen te voorkomen. Maar dat is een zeer tijdelijk ongemak…

 

Dokter Valentijn


Vanmorgen moet ik mij om 9 uur melden bij de tandarts.
Ik ben helemaal niet bang voor deze tandarts, al doet het plaatje (uit de Spits!) anders vermoeden. De enige overeenkomst is dat deze tandarts ook uit Duitsland afkomstig is. Hij levert uitstekend werk en zorgt er voor dat patiënten zich op hun gemak voelen.

Daarna mag ik door naar het Medisch Centrum Alkmaar. Ik moet er nuchter binnen komen, maar omdat ik nooit alcohol drink is de kans dat ik eerst ontnuchterd moet worden ook niet erg groot.

Het is de bedoeling dat ik ’s middags geopereerd word door de plaatselijke dokter Valentijn.

Aan het eind van de middag ziet mijn bestaan er ongeveer zo uit als op het onderste plaatje.

Lijnen


Gistermorgen was ik een ochtend zoet in het ziekenhuis.

Eerst moest ik mij melden bij balie 2 van de orthopedie. Toen ik daar genoeg aan de balie gekluifd had mocht ik gaan zitten in de wachtkamer.

Daarna haalde de dokter mij persoonlijk op voor een goed gesprek. Ze wilde nog een keer kijken naar de schroeven in mijn been en in de timmerkist kijken of er een bijpassende schroevendraaier was.

Daarna moest ik mij wéér melden bij de balie. Daar werd ik door verwezen naar de anaesthesie. Ik moest gewoon de rode lijn volgen tot aan het eind en dan naar boven. Gelukkig ben ik als één van de weinige mannen niet kleurenblind, dus ik wist waar ik moest zijn.

Nu hebben veel Nederlandse ziekenhuizen tegenwoordig een aanzienlijke omvang. Ooit was ik in het voormalige Triotel in Leeuwarden en daar kon ik de uitgang niet meer vinden. Omdat het avond was ging ik toen maar op zoek naar een passend bed met een lieve zuster.

Ook in Alkmaar zou zoiets kunnen gebeuren. Ongelooflijk, wat een gangen. Maar als je die rode lijn volgt gebeuren er ook vreemde dingen. In plaats van dat die lijn een beetje vloeiend loopt moet je haakse bochten maken. Ik deed dat braaf, want zo had de baliezuster dat gezegd en zo deed ik dat dus ook. Maar niet iedereen vond dat zo normaal. Er waren mensen die vonden dat je ook op een andere manier door degang kunt lopen. Daar kwam ik bijna mee in botsing.

Na ongeveer zeven minuten lopen stopte het lijnen. En ziedaar: daar was een lift. Ik kwam vanzelf bij een balie terecht waar ik mij kon melden. Ik moest buiten blijven staan, mijn dossier werd in beslag genomen.

Wat ik niet wist was dat ik meteen een rol moest gaan spelen in een film. Een zogenaamde hartfilm. Dat schijnt er bij te horen als je boven de 60 bent. Maar mijn hart tikte nog heel erg prima.

Vervolgens moest ik mij weer bij een balie melden. En dat ging nog wel een tijdje zo door. Ook het lijnen trouwens. Uiteindelijk stond ik weer buiten. Hoewel de officiële uitgang wegens verbouwing gesloten was bleek er toch nog een mogelijkheid te zijn om de vrieskou weer in te kunnen.

Ik stapte op mijn Gazelle en fietste naar het station waar ik de trein nam naar mijn werk.

Gelanceerde fietser en fantaserende automobilist

De klap moet aanzienlijk zijn geweest.

Inmiddels heb ik begrepen dat de deskundige inschat dat de automobilist misschien wel 30 km. per uur reed toen hij mij schepte. Als ik 15 á 20 km. fietste en we elkaar min of meer frontaal raakten (doordat hij af sloeg en ik hem als het ware tegen kwam) kun je dan misschien wel veronderstellen dat de klap vergelijkbaar was met een auto die jou met tegen de 50 km. raakt.  Op dat moment had ik dan ook het gevoel dat ik gelanceerd werd via de koplamp van de auto.

Ik ben een keer eerder aangereden door een auto, die vanuit stilstand optrok. Toen werd ik gewoon omver geduwd. Ik had geen schade, mijn fiets niet en de auto had een krasje. Omdat ik geen schade had (wel officieel voorrang had) hebben we dat toen gewoon maar laten rusten (bovendien was degene die mij aan reed een begeleidster van mijn werk; ze schrok ontzettend dat ze ‘haar’ orthopedagoog had aangereden…).

Tegen het ongeluk in Euskirchen waren mijn botten dus niet opgewassen. Ik ben nu eenmaal geen tank.

Inmiddels ben ik me wel meer gaan verbazen over het verhaal van Herr Autofahrer. Hoe kun je bedenken dat je stil stond als de klap zó hard was?

En hoe kun je dat verhaal ook nog eens vol houden, zelfs na de conclusie van de deskundige? Zelfs met de toevoeging dat je motor ook nog eens was afgeslagen…

Ja, ik heb zijn motor horen afslaan nadát hij mij had aangereden. Daarna startte hij de motor weer en reed even achteruit (tot de streep).  Maar dat is een ander verhaal.

Ik vroeg het aan een meneer die veel rechtszaken bij woont. Hij vond het heel gewoon. “Iedereen probeert nu eenmaal onder schuld uit te komen.”

Tsja, ik had nooit bedacht dat het kennelijk zó gewoon is om voor de rechter maar een verhaal te verzinnen…

Been met schroeven

Gisteren bezocht ik in het ziekenhuis van Brühl.
Vandaag was ik in het ziekenhuis van Alkmaar.
Eerst moest ik op de foto. Mijn haar netjes gedaan, mijn broek uit getrokken en toen werd ik op de gevoelige plaat vastgelegd.

Na ruim een uur wachten kon ik bij de orthopeed naar binnen. Het bot is na de aanvankelijke startproblemen goed aangegroeid. Maar door het ijzer in mijn been ontstaan er nieuwe problemen en daardoor ook pijnklachten. Door het lopen schuurt het harde ijzer van de schroeven met name in mijn enkel het bot uit. Dus daar moet nú weer aan geknutseld worden.

De dokter overwoog om alle ijzer er uit te halen, maar door de constructie is dat een zware operatie waarbij je je af kunt vragen of de voordelen dan nog wel tegen de nadelen opwegen. Vandaar dat het eerste voorstel is dat de schroeven uit mijn enkel verwijderd gaan worden. Er staat dus weer een ziekenhuisopname in de planning.

Maar toen deed zich nog een nieuwe complicatie voor. In Duitsland worden andere schroeven gebruikt dan in Nederland. Daardoor hebben Duitse chirurgen ook andere schroevendraaiers dan Nederlandse dokters. Dus eerst moet er nu onderzocht worden met welke schroevendraaier met enkel bewerkt gaat worden.

Daarom kan ik niet naar de verjaardag van Hare Majesteit, ik moet mij die ochtend weer bij het ziekenhuis melden voor een nader onderzoek…