Rouwverwerking en verstandelijke beperking (9)

Moeder en dochter hadden een intense band. Je zou misschien wel van een symbiose kunnen spreken. Moeder was bijzonder gevoelig voor het wel en wee van haar enige kind: Martha. Een zorgenkind met een verstandelijke beperking.

Martha voelde feilloos de stemmingen en zwakke plekken van haar moeder aan. Dat maakte soms zelfs dat Martha de regie over nam: ze wist hoe ze haar moeder kon ‘bespelen’. Of eigenlijk moet ik zeggen: ze voelde aan hoe ze invloed kon uitoefenen op haar moeder.

Moeder werd ziek. Het proces ging snel. Na een half jaar was moeder helemaal op de zorg door anderen aangewezen. Elly zorgde nu voor haar moeder, bracht het drinken en gaf haar moeder eten.

Martha ging op vakantie. Tijdens die vakantie is haar moeder overleden. Dat gebeurt vaker: in afwezigheid van de meest geliefden gaat het loslaten soms onverwachts snel.

Op de dag dat Martha terug kwam van vakantie kreeg ze te horen dat haar moeder was overleden. Ze heeft de kist nog wel gezien, maar ging niet mee naar de begrafenis.

Na een paar maanden ging het steeds slechter met Martha. Ze ging zichzelf verwonden. Ook weigerde ze steeds vaker haar eten. In deze situatie was het niet moeilijk om de vermoedelijke oorzaak te vinden. Er was duidelijk sprake van rouw. Martha vertelde ook dat ze bij haar moeder wilde zijn. Daarom hoefde ze ook niet meer te eten. Hoewel dat ook een valkuil kan zijn. Ook in zó’n situatie moet je medische verklaringen eerst uitsluiten.

Het duurde eventjes, maar uiteindelijk kreeg Martha speltherapie. Stapsgewijs leerde ze weer om haar moeder een plekje te geven. Dat was het meest duidelijk toen de foto van haar moeder weer op haar kamer mocht staan. Eerst had ze die foto verstopt, later gooide ze steeds met de foto, toen werd hij in het nachtkastje gestopt en nu staat de foto duidelijk zichtbaar op de tafel. Martha wil haar moeder weer zien.

En het eten? De situatie is niet levensbedreigend meer. Martha is en blijft een miezemuizer. Ze is kieskeurig. Maar ze is weer gaan eten…

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (8)

Hoe ziet die rouw er uit bij mensen met een verstandelijke beperking?

Belangrijk is dat we ons realiseren dat rouw en verdriet bij mensen met een verstandelijke beperking zich meestal niet in woorden, maar in gedrag laten vertalen. Voor mensen met een verstandelijke beperking is het erg moeilijk om in woorden uiting te geven aan hun gevoelens. Het zal dan ook vaak gaan om wat door de omgeving als ‘probleemgedrag’ wordt gezien.

Probleemgedrag: dat is iets wat altijd reacties oproept bij de omgeving, maar lang niet altijd de goede reactie. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd dat iemand meer begrensd moet worden, dat hij meer behoefte heeft aan structuur, dat de wereld meer geordend moet worden, dat de afspraken duidelijker moeten zijn. De kans bestaat ook dat er gedragsbeïnvloedende medicatie wordt gegeven.

Met dat alles zie je nogal eens de werkelijke oorzaak over het hoofd: het verdriet en de rouw. Dat is geen wonder als je niet in de gaten hebt dat de rouwreactie bij mensen met een verstandelijke beperking soms pas jaren later komt. Maar met deze ‘interventie’ wordt de oorzaak van de problemen niet ‘aangeraakt’.  

In de studie die wordt beschreven in het NtZ (zie het vorige blog) worden de volgende reacties genoemd:

– teruggetrokken gedrag

– prikkelbaarheid

– angst

– oppositioneel gedrag

– verbaal agressief gedrag

– medische klachten (extreem veel hoesten)

– suïcidaal gedrag (waarbij ik de kanttekening plaats dat ik dit bij mensen met een matige of ernstige verstandelijke beperking nooit heb gezien).

Waargenomen rouwreacties waren:

– ontroostbaar zijn

– prikkelbare stemming

– teruggetrokken gedrag

– agressief gedrag (dit kan zowel naar buiten toe zijn als zelfverwonding)

– ontkenning van het overlijden van de geliefde persoon.

Volgende week ga ik weer verder met deze serie

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (7)

In het Nederlands Tijdschrift voor de Zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (december 2012) staat een overzichtsartikel rond een aantal case-studies rond rouwverwerking.

De beide onderzoeksvragen luidden: 

a) Hoe verlopen rouwprocessen bij mensen met een verstandelijke beperking?

b) Welke interverties kunnen gehanteerd worden om mensen met een verstandelijke beperking te begeleiden bij het rouwproces?

Bij het onderzoek waren 12 studies betrokken. Opvallend was dat bij zes van de studies de rouwreactie pas jaren na het overlijden van een geliefd persoon merkbaar waren. Dat betekent dus dat bij mensen met een verstandelijke beperking inderdaad vaak sprake lijkt te zijn van uitgestelde rouw.

Daarnaast bleek uit meerdere studies dat het ontstaan van de rouwreactie te maken had met een uitlokkende factor. Zo was de verjaardag van een (overleden) oma een uitlokkende factor, in een andere situatie bleek iemand pas na het overlijden van haar grootmoeder ook aan het verdriet van het overlijden van haar moeder toe te komen.

Dit betekent dus dat begeleiders met name rond overlijden alert zouden moeten zijn op uitgestelde rouwreacties. In mijn werk heb ik inmiddels meerdere malen gezien dat het overlijden van bijvoorbeeld een groepsgenoot ook het verdriet rond het overlijden van een familielid actueel en acuut maakte.

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (6)

Bijna altijd is het belangrijk voor de rouwverwerking dat (ook) mensen met een verstandelijke beperking concreet worden betrokken bij het afscheid van een goede bekende. Maar er zijn uitzonderingen.

Vincent was betrokken bij de begrafenis van zijn opa. Zijn ouders hadden hem verteld dat opa ziek was en later dat opa dood was gegaan. Hij was er ook bij toen de afscheidsdienst werd gehouden en later op de begraafplaats. Dat leek allemaal goed te gaan, totdat de kist zakte. Dat was voor Vincent te heftig. Hij raakte helemaal in paniek.

De weken daarna durfde Vincent niet meer te slapen. Hij durfde zijn bed niet eens meer in. Want dat bed kon zómaar door de grond zakken. En dan lag hij dus ook onder de grond.

Vincent heeft grote moeite om fantasie en realiteit te scheiden. Als hij iets op televisie ziet denkt hij direct dat het écht is. Eerder heeft hij zo’n periode van grote angst mee gemaakt toen hij in een film zag dat een paard in het moeras weg zakte. Toen durfde hij niet meer buiten te lopen. Je kon immers zómaar door de grond zakken?

Bij Vincent is sprake van een bijna chronisch psychotisch beeld. Wat hij bedenkt in zijn fantasie wordt direct werkelijkheid. Eigenlijk heeft hij geen enkele grip op de realiteit. Bij een man zoals Vincent is het de vraag of je hem bij het hele proces van het afscheid moet betrekken. Een chronisch psychotisch beeld kan aanleiding zijn om een uitzondering op de regel te maken. Niet alle mensen met een verstandelijke beperking móét je concreet betrekken bij het afscheid van een goede bekende.

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (5)

Zichtbare reacties van mensen met een verstandelijke beperking komen soms pas jaren later. Uiteraard zoeken we dan naar een oorzaak voor het veranderde gedrag. Maar we denken helemaal niet meer aan dat overlijden van een aantal jaren geleden.

Een voorbeeld was Johannes. Pas vijf jaar na het overlijden van zijn vader begon hij zichzelf pijn te doen rond zijn borstbeen. Het begon met wrijven, maar uiteindelijk ging de hele huid stuk. Opvallend was dat Johannes ook erg veel ging hoesten. De dokter onderzocht zijn longen, maar er was niets aan de hand. Totdat het verband werd gelegd met het overlijden van zijn vader aan longkanker.

Of het verhaal van Jan. Zijn moeder was tien jaar geleden overleden en zijn vader vier jaar. Het leek of Jan de draad van zijn leven gewoon vast had gehouden. Totdat zijn zus ernstig ziek werd. Jan gleed af in een depressie. Hij wilde niet meer naar zijn werk. Een paar maanden later bleef hij de hele dag in zijn bed liggen. Hij had nergens meer zin in.

Tijdens gesprekken die er met Jan gevoerd werden bleek dat nú pas het verdriet van het overlijden van zijn moeder en zijn vader naar boven kwam. Jan kwam uit een gezin waarin je niet moest ‘zeuren’ over wat er was gebeurd. Het leven gaat immers gewoon door. Je kunt er toch niet aan doen. “Niet stilstaan, maar doorgaan met ademhalen” was een gevleugelde uitspraak geweest van de vader van Jan.

Aan de ziekte van zijn zus zat – hoe verdrietig ook – nu ook een positieve kant. Doordat Jan mee kon maken hoe het met zijn zus ging verwerkte hij op dat moment ook de ziekteprocessen van zijn vader en zijn moeder. 

Ook uit het verhaal van Jan kwam naar voren dat we mensen met een verstandelijke beperking niet buiten moeten sluiten als het gaat om verdrietige zaken. We moeten hen juist betrekken bij de ziekte en het overlijden van goede bekenden.

Eén van de belangrijkste zaken rond dit overlijden is het meedoen aan rituelen. En dan hoeven we helemaal nog niet te denken aan de begrafenis zelf. Het is erg belangrijk als iemand met een verstandelijke beperking iets kan doen voor de zieke ander. Dat kan een glaasje water brengen zijn, het geven van een knuffel, het plukken van een paar bloemen en die naast het bed zetten, of het maken van een tekening. Alleen al door die eenvoudige activiteiten vóóraf help je als familie of als begeleider bij het verwerken van het verdriet.

Volgende week ga ik weer verder met deze serie.

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (4)

Bij rouwverwerking denken we vaak aan het verwerken van verdriet nadat je van iemand afscheid hebt genomen.
Maar dat is maar het halve verhaal. Als iemand de kans krijgt om zich voor te bereiden op het naderend afscheid kan dat de rouwverwerking achteraf minder zwaar maken.

Helaas wordt aan mensen met een verstandelijke beperking nogal eens de mogelijkheid ontnomen om vooraf goed afscheid te nemen. We willen hen niet vooraf verdrietig maken. Maar dat maakt de periode na het afscheid soms extra moeilijk.

In de literatuur wordt gesproken over verstoorde- en over uitgestelde rouw. Uitgestelde rouw kan betekenen dat iemand soms pas jaren later aan het verdriet toe komt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als je een druk gezin hebt, waarbij je kinderen alle aandacht vragen. Pas later kom je dan echt aan rouwen toe.

Een verstoord rouwproces kan plaatsvinden als je vooraf geen tijd en aandacht had voor de ziekte van bijv. je echtgenoot. De zorg is zó intensief, dat je aan je eigen verdriet niet toe komt.

Mijn indruk bij mensen met een verstandelijke beperking is dat verstoorde- en uitgestelde rouw bij hen nogal eens het gevolg zijn van het feit dat we hen verdriet willen besparen. Maar daardoor wordt het verwerken van het verdriet juist extra moeilijk.

Het is alleen niet zo dat je iemand perse en tegen zijn of haar wil in moet confronteren met mogelijk verdriet. Zoals bij Geertje. Haar ouders zijn rond de 85 jaar oud. Ze wilden dat ik met hun dochter in gesprek ging omdat ze – naar eigen zeggen – niet het eeuwige leven hebben. Na een paar gesprekken kwam er een duidelijk antwoord van Geertje. “Daar wil ik het nu niet over hebben, want dan word ik nu al verdrietig”.

Het is belangrijk om ook een inschatting te maken van de vragen waar iemand mee zit. Zoals Cor, die steeds meer gespannen werd vanwege het feit dat één van zijn groepsgenoten ernstig ziek was. Cor ging dagelijks bij zijn groepsgenoot op bezoek, sprak ook over de ziekte met de begeleiding en toch nam de spanning toe.

Ik kwam op het idee dat Cor niet om kon gaan met de onduidelijkheid. Het kon een week duren, twee weken, maar ook een paar maanden. Aan Cor is toen verteld dat zijn groepsgenoot op 22 maart zou overlijden (uiteraard hadden we een ruime marge genomen). Toen de groepsgenoot een maand eerder overleed was de (expres) laconieke reactie van de begeleiding: “Henk heeft zich vergist”. Dat was prima voor Cor. Het was nu allemaal duidelijk…

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (3)

Eén van de meest opvallende verschijnselen die ik bij mensen met een verstandelijke beperking heb gezien is de uitgestelde rouw.

Hoewel: ik moet eigenlijk zeggen dat ik het niet eens zag, maar dat ik achteraf de conclusie trok.

Bert wordt depressief

De vader van Bert (downsyndroom, 44 jaar, ernstige verstandelijke beperking, vergelijkbaar met een leeftijd van 3 jaar) was overleden. Zijn moeder was twee jaar eerder overleden. Omdat men het allemaal te heftig vond voor Bert heeft men hem nauwelijks betrokken bij het ziekteproces rond zijn vader. De bezoeken werden korter, omdat zijn vader lange bezoeken niet meer aan kon. Maar er werd niet gesproken over een naderend afscheid.

Na het overlijden en tijdens de begrafenis was Bert verdrietig. Maar daarna leek het of Bert het hoofdstuk van zijn ouders af had gesloten. Hij schakelde moeiteloos over naar een bezoekrooster van zijn broer en zus in plaats van dat van zijn ouders.

Twee jaar later raakte Bert meer in zichzelf getrokken. Hij kon het niet meer aan om hele dagen naar de dagbesteding te gaan. Ook begon hij zichzelf te verwonden. Ik dacht aan een depressief beeld. Inderdaad vertoonde Bert nogal wat kenmerken van een depressie. Maar waar kwam die depressie vandaan? Het dagprogramma werd aangepast en Bert kreeg medicatie. Dat hielp wel wat, de scherpe kantjes raakten er vanaf. Maar Bert werd niet meer de oude.

Een aantal maanden later werd een groepsgenoot van Bert ziek. De begeleiding had niet de indruk dat Bert een intense band met die groepsgenoot had. Toch raakte Bert in een diep dal. Hij kwam nauwelijks zijn bed meer uit.

Bert maakt een zieke groepsgenoot mee

Op dat moment hebben we besloten om Bert meer individueel te gaan begeleiden. Maar daarnaast, en dat was erg spannend, hebben we ook de keuze gemaakt om het proces rond de groepsgenoot voor Bert ‘dichterbij’  te halen. Bert werd op een bepaalde manier betrokken bij de zorg rond zijn groepsgenoot. Ze waren vaak bij elkaar in de buurt en wandelingen werden samen gedaan.

Het idee had ik eigenlijk ‘geleerd’ van Martine, een vrouw op een andere woning. Sommige ideeën ontstaan namelijk als het ware ‘bij wijze van toeval’. De vader van Martine was ernstig ziek en op de één of andere manier had ze gehoord dat mijn vader ook erg ziek was. Iedere week kwam ze praten over mijn vader, maar eigenlijk was dat verhaal over mijn vader voor haar een veilige manier om over haar eigen vader te praten.

Het beperkte dagprogramma in combinatie met de zorg voor zijn groepsgenoot deden Bert goed. Hij maakte het hele proces van dichtbij mee.  Ook kon hij op zijn manier voor zijn groepsgenoot zorgen, door naast hem te zitten, door een beker drinken te halen, door tekeningen voor hem te maken.

Ook de laatste weken van het leven van zijn groepsgenoot heeft Bert mee kunnen maken. Tijdens de kerkdienst en de begrafenis had hij een duidelijke rol. Hij hield zelfs op zijn manier een toespraak.

Bert knapt weer op

Hoe zou Bert achteraf op het overlijden van zijn groepsgenoot reageren? Voor de zekerheid was er ook speltherapie aangevraagd. Tijdens deze therapie maakte Bert opnieuw het proces van het overlijden van zijn groepsgenoot, maar ook dat van zijn beide ouders mee.   

Na een half jaar was Bert weer grotendeels de oude. Vanwege zijn leeftijd kreeg hij wat meer vrij van de dagbesteding. De zelfverwonding was nog hooguit als restgebaar aanwezig. En de medicatie kon gestopt worden.

(deze serie wordt donderdag vervolgd)

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (2)

Op de woning was Samir overleden.
Hij woonde in een huis voor kinderen die niet meer thuis konden wonen. Er woonden negen kinderen met een ernstige verstandelijke beperking. Dat staat qua ontwikkeling voor de leeftijd tot de grens van 4 jaar. Kinderen dus die qua denken en handelen op de leeftijd van een peuter functioneren. Op die leeftijd spelen kinderen nog niet echt samen, maar naast elkaar. Wel zijn ze vaak erg afhankelijk van begeleiders.

Het overlijden van Samir was plotseling gebeurd. Niemand had het aan zien komen. Samir kreeg een epileptisch insult.

Voor de kinderen op de woning was het moeilijk om te begrijpen wat er was gebeurd. De meesten gingen gewoon door met hun spel en bleven dezelfde vragen stellen. Alsof er niets was gebeurd. Ze merkten hooguit de onrust op, waardoor ze zelf meer dwanghandelingen lieten zien en meer zekerheid zochten. Dat iemand kon overlijden, daar hielden ze zich niet mee bezig. Op een kinderwoning ben je ook zelden bezig met het voorbereiden op de dood. Het past niet en je verwacht het ook niet.

Het volledige team was ‘in shock’. Natuurlijk omdat ze niet voorbereid waren. Zéker ook omdat ze Samir misten. Maar daarnaast vanwege de juridische rompslomp rond dit overlijden. Want als er een kind onverwachts overlijdt is een zorginstelling, dan worden er veel vragen gesteld. Waar was de begeleiding, had Samir zijn medicatie wel ingenomen, had dit voorkomen kunnen worden, had 112 niet eerder gebeld moeten worden?

Toen Samir het huis uit werd gedragen stonden begeleiders en kinderen bij elkaar. Een aantal kinderen was verzonken in de eigen wereld. Maar andere kinderen zag ik nauwelijks naar de kist, maar wél naar de begeleiding kijken. Ze lazen het verdriet in de ogen van de begeleiding. Dat bepaalde direct ook hun stemming.

Om godsdienstige redenen (de religie van de ouders van Samir) werden kinderen en begeleiders niet betrokken bij het verdere afscheid van Samir.  Dat maakte dat het verdriet in die weken onvoldoende verwerkt kon worden. Het maakte ook de rouwverwerking van de kinderen en vooral van de begeleiders moeizamer.

Hoe meer mede-bewoners en begeleiders actief betrokken kunnen worden bij de rituelen rond het afscheid van een goede bekende, des te beter is dat voor de rouwverwerking.  Dat geldt ook voor cliënten met een ernstige verstandelijke beperking.

Rouwverwerking en verstandelijke beperking (1)

Nog niet zo lang geleden was het gebruikelijk om mensen met een verstandelijke beperking niet mee te nemen naar begrafenissen. Dat was allemaal zó verdrietig, daar moest je deze kwetsbare mensen niet aan bloot stellen.

Daarmee werd het mensen met een verstandelijke beperking onmogelijk gemaakt om op een goede manier te rouwen. Mensen verdwenen opeens uit hun leven. Ze hadden op geen enkele manier afscheid kunnen nemen. En misschien nog wel erger: ze wisten niet wat er met die mensen (soms hun eigen ouders) was gebeurd.

Uitgestelde rouw

In eerste instantie lijkt het soms of mensen met een verstandelijke beperking niet kunnen rouwen. Hebben ze eigenlijk wel verdriet. Soms lijken ze namelijk nauwelijks te reageren op het sterven van een goede bekende. Alsof het leven gewoon door gaat. Dat is één van de eerste grote valkuilen bij de rouwverwerking door mensen met een verstandelijke beperking. Veel meer dan bij anderen is er sprake van uitgestelde rouw. Het rouwproces komt soms pas jaren later op gang. Dan kan niemand meer de oorzaak vinden van de verandering in gedrag of van de depressie die ogenschijnlijk plotseling de kop op steekt.

Geen (?) reactie

De eerste reacties van mensen met een verstandelijke beperking op het overlijden van een goede bekende zijn voor mij nog altijd onvoorstelbaar. Neem nu Jannie. Bijna 50 jaar oud, met psychiatrische problemen en een lichte verstandelijke beperking (vergelijkbaar met een kind van 7 jaar oud). Ze had een nauwe band met haar vader. Toch reageerde ze -toen ik het haar vertelde- niet zichtbaar op het bericht dat haar vader was overleden. En ook jaren later had nog niemand een reactie van haar waar genomen.

En dan Karel. Ook zo’n 50 jaar oud, eveneens psychiatrische problemen en een lichte verstandelijke beperking. Toen ik hem vertelde dat zijn vader was overleden was zijn reactie: “Mooi zo, dan kan ik weer bij mijn moeder gaan wonen, want hij heb mij er uit gezet!” Verder geen enkele (zichtbare) reactie. De dag van de begrafenis zag hij als een uitje.

Of Michiel, autistisch en een matige verstandelijke beperking. Toen zijn moeder overleed was zijn eerste vraag  wanneer de begrafenis was en of hij dan wel op tijd op zijn werk was. Verder geen zichtbaar spoor van verdriet.

Heftige reacties 

Maar het kan ook anders. Zoals Marieke, die altijd als een blok de hele nacht door sliep. In de nacht dat haar vader overleed deed ze geen oog dicht. Ze was de hele nacht onrustig. Terwijl niemand haar had verteld dat haar vader stervende was.

Of Leontien, een vrouw met een ernstige verstandelijke beperking. We hadden afgesproken dat ze mee zou gaan naar het condoleren. Toen ze de kist met haar vader zag nam ze een sprint, sprong boven op de kist en bleef er wel tien minuten boven op liggen huilen…

Nog altijd zeg ik: ik kan niet voorspellen hoe mensen met een verstandelijke beperking zullen reageren op het overlijden van een goede bekende. Wat ik wél weet is dat je hen altijd zoveel mogelijk moet betrekken bij de rituelen rond dat overlijden.

Ouderen en hallucinaties (?) 1

Ouderen zien en horen vaak dingen die wij niet zien of horen. Je zou kunnen denken dat ze aan het hallucineren zijn. Maar het psychotische hallucineren is heel wat anders dan datgene wat veel ouderen overkomt. Als gevolg van bijvoorbeeld visuele problemen gaan ze dingen anders interpreteren. Daardoor komen er angsten terug die ook bekend zijn bij peuters. Alleen heeft het bij peuters te maken met een beperkt begripsvermogen. Er verschijnt een schaduw op de muur en ze denken dat er een enge man staat.

Bij ouderen die slecht zien en slecht horen is in principe geen sprake van een beperkt begripsvermogen. Maar omdat ze (bijvoorbeeld) niet goed zien, gaan ze wat ze zien anders interpreteren.

Neem mevrouw Stientje Maandag. Ze weigert steeds om onder de douche te gaan. Dan kijkt ze verstard met grote ogen naar de vloer. De begeleiding denkt dat ze daar iets ziet. Het wordt geïnterpreteerd als ‘iets zien wat er niet is’. Vervolgens wordt gedacht dat mevrouw Maandag last heeft van hallucinaties.

Bij één begeleider gaat mevrouw Maandag zonder problemen onder de douche. Pas nadat de situatie op video is vastgelegd wordt duidelijk waarom dat zo is. Deze begeleider haalde de badmat weg, omdat ze bang was dat mevrouw daar over zou struikelen. En mevrouw Maandag? Die had de donkere badmat aangezien voor een gat waar ze in zou kunnen vallen.

Meneer de Hoop schrikt regelmatig als de begeleiding hem komt halen. Maar ook in bed kan hij opeens gaan roepen dat er iemand in zijn kamer is. Het blijkt dat hij via de spiegel denkt dat er mensen in zijn kamer zijn. Hij kan de contouren van zichzelf zien in de spiegel, maar kan niet (meer) zien dat hij het zélf is.

Als je geen overzicht meer hebt op je omgeving is dat beangstigend. Meneer de Hoop kleurt de angstige beleving in als een ander persoon in zijn omgeving. Net zoals wij in het donker een knotwilg aanzien voor een enge man.

Toen de spiegel op een andere plek was gehangen had meneer De Hoop geen last meer van het idee dat er een vreemde man in zijn kamer was. Het waren dus geen hallucinaties geweest, maar een verkeerde interpretatie als gevolg van het mindere vermogen om te kunnen zien.

Er komt nog één andere verklaring voor gedrag dat vaak wordt geïnterpreteerd als hallucineren, terwijl het in werkelijkheid een gevolg is van visuele problemen. Daar schrijf ik morgen over.

Wat de hallucinaties en wanen betreft is één belangrijke waarschuwing op zijn plaats. Als deze verschijnselen zich opeens voordoen is er vaak sprake van een delier. Dit komt bij kwetsbare ouderen vaak voor als gevolg van een lichamelijke ontregeling. Dan moet de kamer niet verbouwd worden, er moet een dokter gebeld worden.