Snoepfase

De peuter kwam bij de tandarts met een ernstig beschadigd gebit. De meeste tanden en kiezen waren door cariës aangetast. Niet door tandwolf, zoals ook wel eens wordt gedacht. Maar dat is een schijnverklaring.

Een slecht gebit kan een signaal zijn van pedagogische verwaarlozing. Heel wat kinderen uit gezinnen met sociaal-emotionele problemen en uit achterstandswijken hebben al op jonge leeftijd een ernstig aangetast gebit.

Maar deze peuter had helemaal niet zo’n achtergrond. Hij had hoog opgeleide en ook betrokken ouders. Zou er iets aan de hand kunnen zijn met het gebit vanwege medicijngebruik? Had hij een ziekte onder de leden?

Bij navraag bleek dat hij wel érg veel snoep kreeg. En ook vaak frisdrank. En met name frisdrank is een grote verwoester van gebitten. Met cola maak ik de bouten van mijn fiets los. Kun je nagaan wat cola met je gebit doet…. Maar niet alleen cola, het geldt voor allerlei andere frisdranken.

Voor de moeder van de kleuter was het snoepen van haar zoontje echter de gewoonste zaak van de wereld. “Hij zit nu eenmaal in een snoepfase. Dat gaat vanzelf weer over.” Bovendien was het toch ‘maar’ zijn melkgebit. De moeder vond ook dat ze haar zoontje niet moest frusteren. Nee-zeggen zou hem frustreren. En daar zou hij later weer last van krijgen….

In de tijd van de flowerpower was dit een gangbare opvatting. Deze moeder was vermoedelijk in die tijd blijven steken. Een overjarige hippie dus, maar zonder dat ze deze tijd zelf had meegemaakt….

En die kleuter was er mooi klaar mee. Een aantal tanden en kiezen moest nú al getrokken worden…

Hechting en Gentle Teaching (6)

Je hoeft niets te presteren om er te mogen zijn.
Dat is een complexe opdracht.
Ons oordeel over het gedrag van de ander zit bijna altijd in een goed/fout-schema.

Mensen met een verstandelijke beperking hebben vaak het gevoel dat ze er niet mogen zijn of niet hadden mogen zijn. Ze zijn niet geworden wat de bedoeling was. De omgeving bedoelt dat vaak helemaal niet zo, maar zo ervaren ze het wel. “Ik kan het toch niet.”

John McGee vindt dat ieder mens zich geliefd moet kunnen voelen. Je mag je waardevol voelen, je mag jezelf een goed mens voelen, je mag je gerespecteerd voelen. Het is goed dat ik er ben.

Veel beloningen die we mensen met een verstandelijke beperking geven zijn gebaseerd op iets goed doen. Doen heeft de plaats ingenomen van het er mogen zijn.

Gezinstherapeut Jesper Juul maakt in dit verband onderscheid tussen eigenwaarde en zelfvertrouwen.

Bij eigenwaarde kun je denken aan de baby die in de wieg ligt te slapen. De ouders staan bij de wieg en er verschijnt een glimlach van vertedering op hun gezicht. Die baby presteert helemaal niets en toch is het goed dat hij er is. Dat is eigenwaarde.

Later in de ontwikkeling van kinderen komt de nadruk veel meer te liggen op iets goed doen, de competenties of het gedrag. Het vertrouwen dat je iets goed kunt noemt Jesper Juul zelfvertrouwen. Dat is óók belangrijk, maar als dat alles is hangt dat zelfvertrouwen in de lucht. Het leidt er toe dat mensen die iets goed kunnen toch een negatief zelfbeeld ontwikkelen.

Er mogen zijn gaat vooraf aan iets goed kunnen. Helaas is dat iets wat in de westerse wereld onvoldoende begrepen wordt.

Hechting en Gentle Teaching (5)

Als het over mensen met een lichte verstandelijke beperking gaat is de gangbare visie:

– ze hebben regels nodig

– begeleiders moeten vooral emotioneel afstand houden

– we moeten hen competenties leren

Maar wat hebben mensen met een lichte verstandelijke beperking nu werkelijk nodig? In de eerste plaats moet je hen bij name kennen, aldus John McGee. Je moet door al dat als oppositioneel ervaren gedrag de mens blijven zien. Ze moeten ervaren dat het goed is om bij jou te zijn en dat jij het fijn vindt om hen te 0ntmoeten.

In de praktijk is het denken nogal eens heel anders. We hebben een mooie instelling, vervelend dat er van die lastige klanten wonen. Daarmee kweek je afstand en daarmee het conflict. Je houding moet heel anders zijn. Als je uitstraalt dat het goed is dat de ander er is kweek je ook een heel andere houding naar elkaar toe. 

Het was een indrukwekkende sessie met John McGee op een woning met o.a. een aantal rappers. De muziek is hun uitlaatklep. Deze jongeren zijn vaak erg beschadigd geraakt in het leven. McGee ging aan het werk met deze jongeren en met hun begeleiders.

Iedereen zat hand in hand met elkaar. Dat was een bewuste keuze van McGee. Want hand in hand bestaat er geen hiërarchie. Dan ben je samen met elkaar en dan staat de begeleider niet boven de jongere.

Iedereen moest iets positiefs over zichzelf vertellen. Dat was voor de jongeren een ingewikkelde klus. Dat er iemand iets positiefs wilde weten! Meestal kregen ze te horen wat ze verkeerd deden.

Maar daarna de verdrietige momenten. Dat was al helemaal heftig. De één na de ander kwam met een diepe emotie van ellende en verlatenheid. Het feit dat je op 7-jarige leeftijd de deur uit moest, de ernstige ziekte van een moeder, het overlijden van de beste vriendin. Opvallend was dat iedereen – jongeren én begeleiders – bezig was met de dood. Als je dat ziet heb je het ook niet meer over gedragsproblemen, maar over suffering people, aldus McGee. Dan ga je met andere ogen kijken.

Hechting en Gentle Teaching (4)

Gisteren opnieuw een ontmoeting met John McGee. En opnieuw was die ontmoeting zeer inspirerend. Een paar highlights uit zijn uitspraken, waarbij ik er zelf nog wat om heen ‘parafraseer’:

1. Drie valkuilen:

Er zijn drie belangrijke valkuilen in ons denken in de omgang met mensen met wie wij grote moeite ervaren:

a) “Ze weet beter”
b) “Ze is manipulatief”
c)Ze doet het expres omdat ze aandacht wil”.
Alle drie de uitspraken kunnen op cognitief niveau waar zijn, maar ze zijn niet relevant voor de behandeling. Het probleem van deze mensen is hun gebroken hart. Als we niet tot dat hart weten door te dringen is iedere behandeling lapwerk. Wat we nodig hebben zijn forgiving caregivers.

2. Mensen houd je op afstand:

“Good fences make good neighbours”. Dat is typerend voor de hedendaagse cultuur. Als we maar hekken om onszelf bouwen gaat het goed met ons. Dat is ook wat de moderne wetenschap doet. De hekken zijn het objectiveren van gegevens en het houden van distantie tot anderen. We dekken ons in de zorg in met protocollen. Men gaat zó ver dat zelfs kwaliteit van leven een academisch begrip wordt. “The academy of quality of life”. Hoe verzinnen ze het! Al deze processen gaan aan het hart van de mens voorbij.

3. Je weet niet wat verbondenheid is als je geen verlies hebt ervaren:

Hier zit een link met mijn verhaal over hechting. De moeilijkste stap in de ontwikkeling van mensen is het loslaten (in de ontwikkeling van een peuter gebeurt dat tussen 1½ jaar en 3 jaar).

Mensen met een beperking zijn mensen met special needs. Niet zelden zijn het ‘lost children’. Maar ook in ieder team werken mensen die het verdriet van verlating iedere dag met zich mee dragen. Wat we allemaal nodig hebben om op te bloeien is: onvoorwaardelijke liefde. Om die te kunnen geven is geen technische omslag in de samenleving nodig, maar een culturele omslag.

4. Gesprekken voer je aan de keukeltafel:

Iedere instelling kent situaties die een emotionele aanslag doen op begeleiders. Denk aan de begeleiding van mensen met veel agressie of zelfverwonding, of de omgang met dementerende mensen, waarbij je ook als begeleider steeds meer met het verzonken bestaan wordt geconfronteerd. Hoe zorg je goed voor elkaar zodat je het werk met elkaar volhoudt? McGee vindt dat dat nét als thuis zou moeten gebeuren. Je gaat toch ook geen officiële bespreking over je kind houden om als ouders op één lijn te komen. Gewoon even tussendoor: “Hoe gaat het met jou? Red je het een beetje? Wat was er zwaar? Heb je nog kunnen genieten?”

5. In ieder mens leeft een verlangen:

In de kerk waar McGee als kind naar toe ging hing een gebrandschilderd raam met de tekst van Psalm 42: “Zoals een hert verlangt naar de wateren, zo verlang ik naar U.” Volgens McGee is het verlangen naar een diepgaande relatie in ieder mens ingebakken, ook in mensen waarvan wij denken dat ze ieder contact afwijzen. Ze willen echt contact, maar ze weten niet hoe dat moet. In dat verband vraagt McGee zich af hoe het komt dat zoveel dagcentra met autistische mensen met van die aparte hokjes werken. Bevorder je daarmee niet de afstand bij mensen die al zo alleen zijn op de wereld?

Maar wat is het alternatief? “Two minutes a day keeps the psychiatrist away.”  Laat ieder kind en iedere volwassene, ook al is het maar twee minuten, iets van onvoorwaardelijke liefde zien. Je mag zijn wie je bent, en ik ben blij dat ik je mag ontmoeten zoals je bent…

Hechting en Gentle Teaching (3)

De ontmoeting met John McGee was weer heel inspirerend.
Ik zet een paar uitspraken even apart in de schijnwerpers:

1. Gedrag veranderen of herinneringen bieden?

   Veel opvoedingsprogramma’s zijn gebaseerd op verandering van gedrag. Daarbij wordt positief gedrag beloond en negatief gedrag bestraft. Eerder had McGee dit het kapitalisme van de ziel genoemd. Daarbij worden mensen vooral bestraft met het hen onthouden van de dingen die ze graag zouden willen. Zoals in de psychatrie: als je je niet goed gedraagt krijg je géén koffie en géén sigaret.

      Wat bouw je daarmee op? Géén relatie, maar angst. Deze houding van begeleiders is volgens McGee zelfs de belangrijkste reden voor geweld tegen personeel in de Amerikaanse psychiatrische inrichtingen.
       De basis van Gentle Teaching is niet het veranderen van gedrag, maar het aan kwetsbare mensen bieden van een goede herinnering.

2. Je moet je als begeleider veilig voelen. Maar hoe doe je dat?
             

          McGee: We voelen ons allemaal op bepaalde momenten onveilig en niet geliefd (oftewel de stelling in mijn lezingen: niemand is 100% veilig gehecht).

      Mensen zitten bij de brokstukken van hun verwachtingen: een kind dat anders is, een relatie die stuk loopt, een moeder in een verzorgingshuis. En dan gaan we denken: het móet beter gaan! Maar dan bouwen we spanning op. Je houding moet veel meer de uitstraling naar jezelf zijn: Het is nu heftig, maar het komt wel goed…

     Die ‘sussende’ uitstraling is ook heel belangrijk naar je cliënten toe. Hoe heftiger ze zijn in hun gedrag, des te meer zou jij moeten uitstralen: ‘Het komt wel goed’. Als iemand schreeuwt: hij schreeuwt niet de hele dag, want hij moet ook naar adem happen. Dat is het moment waarop je een sussend (en dus niet: een bestraffend) gebaar maakt. Het komt wel goed!

3. Alleen of samen? 

    In de visie  van McGee wil niemand alleen zijn. Vooral mensen met autisme niet. “En” zegt McGee, “uitgerekend die mensen zetten we in aparte hokjes omdat we denken dat ze alleen willen zijn.” “Het is niet goed als de mens alleen is.” Toch zijn er mensen die ieder ander hun buurt wegjagen. Ze knijpen, ze bijten, ze spugen. McGee ziet dat als een reactie uit angst.

   Voor de begeleider is het heel belangrijk dat hij zich veilig voelt. Zoek een plek op waar je op een veilige manier contacten op kunt bouwen. Daarna komen de volgende stappen. Onze onvoorwaardelijke aanwezigheid (ik ben bij jou omdat ik er mag zijn én omdat jij er mag zijn), voorspelbaar zijn, een laag tempo, zacht en langzaam praten, vriendelijke ogen, handen die vriendelijk aanraken enzovoorts. Die houding heeft McGee zich helemaal eigen gemaakt. Daardoor komt hij in relatie met mensen die op ieder contact met felle agressie reageren. 

   Het is heel inspirerend om McGee te zien werken. Maar ik ben geen McGee en dat moet ik ook niet proberen. Wél denk ik dat zijn werkwijze licht kan bieden in uitzichtloze tunnels van vastgelopen behandelingen. Omdat ieder mens hunkert naar onvoorwaardelijk contact met andere mensen…    

Hechting en Gentle Teaching (2)

Vandaag is John McGee, de grondlegger van de Gentle Teaching, op mijn werk. Vanmorgen gaat hij aan de slag met één van mijn cliënten. Daarna bespreken we met zijn allen de uitkomsten van die ontmoeting.

Maar ik zou ook nog wat meer schrijven over de Gentle Teaching. Over hechting en Gentle Teaching kan ik kort zijn. Ik moet er wel een verhaal over houden, maar eigenlijk ís Gentle Teaching niet anders dan het werken aan hechting. Companionship: het samen delen van het brood, als uiting van het gegeven dat we bij elkaar horen.

Fundament

Onder normale omstandigheden is de hechting klaar als het kind 3 jaar oud is. Bij bijna alle cliënten met wie ik in de afgelopen (bijna) 40 jaar heb gewerkt was sprake van een verstoorde hechting. Het fundament van alle emotionele ontwikkeling lag er op 3-jarige leeftijd verbrokkeld bij. Daar kon geen gezond emotioneel huis op gebouwd worden.

Eigenlijk zorgt Gentle Teaching voor een soort inhaalslag. Al in de jaren ’70 noemde Prof. J.F.W. Kok de opdracht voor begeleiders om deze mensen nieuwsgierig te maken. “Geef mij een eerlijk stuk houvast zodat ik zin krijg om mij bij jullie aan te sluiten.”

Onvoorwaardelijk

Centraal bij deze inhaalslag staat de houding van de begeleiders. Het vraagt van begeleiders om naar zichzelf te kijken. Hoe kun jij manieren vinden om warmte en onvoorwaardelijke liefde te uiten naar diegenen die dit het meeste nodig hebben?  

Het eerste deel van mijn lezing gaat dan ook om de houding van begeleiders (of andere opvoeders). Pas als jij er onvoorwaardelijk mag zijn ben je ook in staat om aan anderen onvoorwaardelijke liefde te geven.

Goed, ik geef toe, ik puberde in het geitenwollensokken-tijdperk, maar de werkwijze van de Gentle Teaching klinkt wel vaag en soft, maar dat is hij allerminst. Het gaat om een concrete manier van handelen naar cliënten toe.

Gentle Organisations

Nog even een opmerking aan de zijlijn, maar wel essentiëel. Gentle Teaching functioneert alleen goed binnen een organisatie waarin zorgverleners zich gewaardeerd voelen. De organisatie moet dus ook Gentle zijn. Veel organisaties in de gezondheidszorg raken beschadigd door leidinggevenden die hun oordeel klaar hebben over anderen. Met protocollen in de hand weten ze precies wat er fout gaat. Zo’n klimaat schept een angstcultuur, waardoor medewerkers minder in staat zullen zijn om onvoorwaardelijk te geven.

Je kunt je nog opgeven voor het congres over Gentle Teaching (aanstaande vrijdag in Purmerend). Zie:  http://www.burotov.nl/nieuws/

Straffen als beloning

Nee, deze keer géén pedagogisch thema.

Dit bordje trof ik aan op een café in Barsingerhorn. Mocht je niet weten waar Barsingerhorn ligt, dan wordt het tijd om de atlas er bij te halen… Maar dit terzijde.

De ouders worden in dit café gestraft als ze niet op hun kroost letten. Althans, dat is de bedoeling (mij straf je niet met een jong poesje…). Maar de kinderen worden beloond (want die willen vast graag een jong poesje…).

Zin of behoefte?

Het is een onderscheid dat ik ook al op mijn oude weblog beschreef: het verschil tussen zin en behoefte.

Maar dat oude weblog (www.henk50.weblog.nl) is nog deels onbruikbaar, daar kan ik nog niet echt naar verwijzen.

Het thema duikt iedere keer weer op in gesprekken. Daarom noem ik het hier weer een keer: het verschil tussen zin en behoefte.

Marieke wil een ijsje. Pappa zegt dat dat nu niet kan, want over een half uur wordt er gegeten. Het gesprek tussen vader en peuterdochter loopt helemaal uit de hand. Vader is ten einde raad omdat hij zijn dochter niet kan overtuigen. En Marieke ligt gillend op de grond omdat… Ja, waarom eigenlijk?

Daar heeft gezinstherapeut Jesper Juul wel een antwoord op. Haar vader heeft haar in een onmogelijke positie gemanouvreerd. Haar vader vraagt aan haar om te stoppen met vragen om ijs, want anders heeft hij het gevoel dat hij niet een goede vader is. Daarmee legt hij een zware emotionele hypotheek op de smalle schouders van zijn dochter. In feite is de vader het kind geworden en vraagt hij van zijn dochter om zich volwassen te gedragen.

Wat de vader in feite niet in de gaten heeft is, volgens Jesper Juul, het verschil tussen zin en behoefte. Marieke heeft zin in een ijsje. En kinderen willen graag hun zin hebben, dus gaat Marieke vasthoudend dóór met het vragen om een ijsje. Dat heeft ze overigens ook niet van een vreemde…

Maar als je nu eens die zin buiten haakjes zou zetten en je zou afvragen wat de behoefte is van Marieke? Bij behoeften gaat het om dingen die er werkelijk toe doen: de emotionele basis van het leven. Marieke heeft zin in een ijsje, maar ze heeft behoefte aan een vader die duidelijk, zonder emotionele lading, grenzen durft te stellen.

Als ze geen ijsje krijgt is dat geen ramp. Ze krijgt alleen haar zin niet. Maar haar behoefte aan een luisterend én begrenzend oor van haar vader, dat is veel fundamenteler voor het emotionele welzijn van Marieke.

Autisme en vakantie

De begeleider vond het tijd om Johan in te lichten over de komende vakantie. Johan is een 40-jarige man met autisme.

Johan maakt zich altijd grote zorgen over vakanties. Van hem hoeft dat allemaal niet. Maar de begeleider vond nu eenmaal dat ook Johan recht had op een vakantie.

Je kunt je wel afvragen of Johan dan wel met vakantie ‘moet’. Mensen als Johan hebben soms meer baat bij één maal in de twee maanden een dagje met de trein. Maar goed, de vakantie was al gepland.

Als je hem te vroeg vertelde dat er een vakantie in aantocht was zou hij maanden lang in de stress zitten. Daarom werd het drie dagen van tevoren verteld. 

Johan vertelde dat hij niet met vakantie wilde. De begeleider legde uit waar Johan naar toe ging. Naar Drenthe. Daar was hij al eerder geweest. Maar Johan bleef bij zijn standpunt dat hij niet met vakantie wilde.

De begeleider wist dat Johan baat had bij voorspelbaarheid. De W-vragen (Wie, Wat, Waar en Wanneer) moesten beantwoord worden. Ze maakte de vakantie nog een stukje mooier. Koffie met taart, de vlindertuin in Emmen, Nienoord in Leek, het kon allemaal niet op. Maar het hielp allemaal niks. Hoe meer ze vertelde over de vakantie in Drenthe, des te minder had Johan zin in een vakantie.

De begeleider vroeg hoe ze dit nu moest oplossen. Ze had alles al geregeld, dus afzeggen kon niet meer. Maar waarom wilde Johan niet mee?

“Heb je ook verteld over het eind van de vakantie?” vroeg ik. Nee, daar had ze niet over gepraat. Maar dat moest wel. Want als je alleen maar weg gaat is dat heel erg eng. Wat Johan wilde weten is of hij weer terug zou komen. In zijn eigen bed op zijn eigen kamer…

Hechting en Gentle Teaching

Een paar weken geleden had ik toegezegd nog iets over Gentle Teaching te schrijven.

Dit vanwege een congres in Purmerend, op vrijdag 30 maart aanstaande.

Je kunt je afvragen of Gentle Teaching een methode is of dat het vooral een grondhouding is. Gentle Teaching gaat uit van de onvoorwaardelijke gelijkwaardigheid van mensen.

Het gaat er niet om de ander méér is, maar ook niet minder. Het gaat niet om ‘de schizofreen’ of  ‘de autist’, maar om je broer of om je zus. Die houding heeft consequenties voor de manier waarop we de ander benaderen.

Grondlegger van de Gentle Teaching is John McGee. Hij werkte met straatkinderen in Brazilië en ontdekte daar dat onder alle geweld toch ook bijzondere manieren van solidariteit bestonden. Eenmaal terug in de USA kwam hij daar de ‘verschoppelingen’ van de samenleving tegen binnen de psychiatrische inrichting waar hij aan het werk ging.  

Op die instelling ging het roer radicaal om. John Mc Gee introduceerde de term companionship. Die term is afkomstig van het Latijnse compane: het samen delen van het brood. Volgens McGee willen mensen niet alleen zijn, ze hebben anderen nodig. “Het is niet goed als de mens alleen is.” Dus zoekt hij het contact op, zelfs bij mensen die jaren lang geïsoleerd werden en waar iedereen bang voor was (wordt vervolgd).