Discriminááátie!

"Waarom houd je mij aan?!?!" "We controleren iedereen, meneer!"

“Dat is niet waar. Jullie liegen. Toen ik uitstapte waren er nog meer die uit de metro stapten. Maar mij houden jullie tegen. Waarom doe je dat, l*l?”

“Meneer, die andere mensen waren al gecontroleerd. Ze hadden een geldig vervoerbewijs. En nu vraag ik u om uw vervoerbewijs te laten zien.”

“Daar heb je het recht niet toe. Wat is je nummer?”

“Meneer, als u mij uw kaartje laat zien, zal ik u mijn nummer geven.”

“Ik laat mijn kaartje pas zien als jij je nummer hebt gegeven.”

Ondertussen begint de man de Boa’s nadrukkelijk te filmen, maar die reageren daar niet op. Hij houdt zijn telefoon tot op 20 centimeter afstand, terwijl er een 1,5 meter maatregel geldt.

Een Boa noemt zijn nummer. Gewoon acht cijfers achter elkaar. Maar daar is de man niet van gediend. Hij moet het op kunnen schrijven. De Boa reageert dat hij zijn nummer heeft gegeven en dat de reiziger nu zijn vervoerbewijs moet laten zien. Daarop loopt de man weg, richting de poortjes…

De pootjes, tsja, dat is een probleem. Als je niet ingecheckt bent kun je ook niet uitchecken. Dan wordt meteen het bewijs geleverd. Eén van de Boa’s gaat alvast aan de andere kant van het poortje staan. De ander staat bij de weigerachtige OV-klant.

Die gaat uitgebreid in zijn zakken zoeken. Na twee minuten zegt de Boa dat hij het poortje wel voor de klant open zal maken, dan kunnen ze meteen naar het politiebureau lopen, dat staat naast het metrostation. Maar dat is meneer niet van plan, hij kent de politie maar al te goed, dat zijn allemaal racisten.

De Boa geeft meneer nog één minuut om zijn vervoerbewijs te laten zien en anders wil hij de ID-kaart zien. “Wie geeft jou het recht om mijn ID te vragen? Dat is tegen de privacy. Lees je geen krant ofzo. Heb je daar geen tijd voor omdat je de hele dag bezig bent met mierenneuken?”

De Boa blijft rustig en zegt: “Uw ID, meneer. Anders gaan we naar het bureau.”

“Eerst je nummer” zegt de halsstarrige reiziger. “Dat heb je net gehad” zegt de Boa. “Ja, maar dat kon ik niet opschrijven” zegt de reiziger. Ik zou zeggen: ‘dan had je maar beter op moeten letten’, maar de Boa onthoudt zich van commentaar. Hij gooit geen olie op het vuur.

Ook de ID-kaart blijkt onvindbaar. Die zit natuurlijk in een andere jas. Een snelle check is het adres. Dat blijkt de man wel te kunnen geven. Maar de postcode weet hij niet. Hij is namelijk net toevallig vorige week verhuisd. “Wat was uw vorige adres?” De man geeft een adres op. Helaas, die postcode weet hij niet. Hij heeft er kennelijk maar heel kort gewoond… De Boa controleert wel het adres en dat huisnummer blijkt niet te bestaan. De straat is te kort of het huisnummer te hoog.

“We gaan naar het bureau” besluit de Boa. Hij belt nog even voor overleg. Ondertussen steekt de man een sigaret op, aan de omvang te zien een stevige joint. Een tevreden roker is geen onruststoker. Misschien brengt dat enige rust in de tent. Een vorm van zelfmedicatie. Maar waarschijnlijk is het een vorm van treiteren of van provoceren. Hoewel roken hier niet mag negeert de Boa deze provocatie.

De Boa doet het poortje open zodat de beide mannen naar het bureau kunnen. Op wonderbaarlijke wijze blijkt de man toch opeens zijn ID te hebben gevonden. De agenten noteren van alles en ondertussen slaat de man allerlei boze taal uit. De Boa’s worden natuurlijk extra betaald als ze veel boetes uitschrijven. En vooral als ze gekleurde mensen een bekeuring geven. Dan krijgen ze dubbel. Al die opmerkingen worden genegeerd door de Boa’s.

De man krijgt een boete voor het reizen zonder geldig vervoerbewijs. Het roken, het schelden en het niet willen tonen van het ID-bewijs worden allemaal door de vingers gezien. Het afscheid nadert.

Opeens weet de man het weer. Hij moet het nummer van de Boa’s hebben. Ze noemen het beide, maar de man kan het niet onthouden. Hij wordt boos dat ze het te snel noemen. Het moet cijfer voor cijfer, zodat hij het op kan schrijven “Jullie horen nog wel van me. Ik ga naar jullie baas toe. Die kent mij wel!”

"Prima" zegt één van de Boa's, "dan zien we u wel in de rechtzaal." F*ck You, scheldt de man en spuugt nadrukkelijk op de grond. "Mij moeten jullie hebben en de anderen laat je gaan. Discriminátie. Discriminááátie!" 

Zwartrijder Tom

Achter mij zit een man die opvalt door zijn nadrukkelijke en lawaaierige taalgebruik. Maar als de conducteur langs komt houdt hij zich slapende. 

De conducteur maant hem verbaal om zijn kaartje te laten zien. Hij slaapt echter te diep om wakker te worden. dat heet nu echt in slaap vallen. Twee minuten eerder tegen iedereen praatjes en nu in zó’n diepe slaap. Gevalletje narcolepsie, vermoedelijk. Pas als de conducteur hem aantikt wordt hij moeizaam wakker. De meneer heeft geen idee wat de conducteur van hem wil. “Oh, een kaartje? Ja dat heb ik natuurlijk. Even zoeken. Sorry hoor!”

Er wordt diep gezocht in allerlei zakken, maar er is geen kaartje te vinden. De man is in Amsterdam opgestapt en in Leiden over gestapt. Daar is het vermoedelijk mis gegaan. in de haast zijn kaartje verloren.

Als de tweede conducteur er bij komt heeft de meneer nog steeds zijn kaartje niet gevonden. Hij gaat opnieuw zoeken. Vindt een bonnetje, laat dat aan de conducteur zien. Het bonnetje is van 8 oktober. Het wordt door de conducteur niet als treinkaartje gezien. Maar hij komt er vanaf met een waarschuwing. “Volgende keer beter op uw kaartje letten, deze keer laten we u verder reizen, bij een andere conducteur riskeert u een boete. En waar moet u naar toe? Dan boft u, daar zijn nog geen poortjes…”

Hardcore anarchist

Als de conducteur uit het zicht verdwenen zijn zit de meneer weer helemaal op zijn praatstoel. Hij spreekt allerlei reizigers aan. Hij stelt zichzelf luidruchtig voor als TOM, de T is van Tom, de O is wat moeilijker, want die is van Oliebol, en de M is van Modderfokker. “Ik ben van de hardcore anarchisten. Ik ben heel heftig, niet een gewone anarchist, niet van dat softe, maar hardcore. Daarom koop ik ook geen OV-chipkaart, een echte anarchist koopt geen chipkaart. Dat is allemaal door de overheid bedacht om mensen in de gaten te houden. En de conducteur heb ik lekker belazerd, je moet gewoon een goed verhaal hebben, die gozers trappen echt overal in”. “Maar hoe komt u dan door de poortjes?” vraagt een medereiziger. “Gewoon achter iemand aan lopen, geen enkel probleem” zegt Tom, “en anders trap je gewoon zo’n poortje in. Gaat wel piepen, maar er is toch niemand in de buurt en voordat ze het horen ben jij al weg…”

Volgens Tom is zwartrijden een levensstijl van de hardcore anarchist. “Laatst ben ik nog naar Berlijn geweest met de trein. Denk je dat ik dan een kaartje bij me heb? Heen en terug niet. Heen wilde ik niet kopen, en terug was mijn geld op. Maar daar begin ik ook niet aan, ook niet als ik wél geld heb.  Bovendien moeten ze in Duitsland niet gaan zeuren, want ik ben een echte Rotterdammer en de Duitsers hebben nog wel wat goed te maken tegen Rotterdammers. Weet je, als ik in de trein in Afrika zou zitten, dan zou ik misschien nog wel een kaartje kopen, want dat zijn arme mensen. Maar hier natuurlijk niet. Het moet niet gekker worden!”

Eerlijk zijn

Nee, kaartjes zijn niet aan Tom besteed. “Weet je, je moet gewoon eerlijk zijn tegen die gasten. Ik zeg gewoon dat ik eerlijk ben en dat ik dat van iedereen verwacht en daar waren ze het helemaal mee eens. Die praatjes hou ik al jaren en ik heb nooit problemen. Met eerlijk zijn kom je echt het verste. Ik heb nog nooit een boete gehad. De trein is gewoon van ons allemaal, dan hoef je toch geen kaartje te kopen. Het moet niet gekker worden. Weet je, ik ben gewoon van de hardcore anarchisten en daarom heb ik zo’n mooi leven. Ik geniet elke dag. Daar hoef je ook niet voor te werken. Daar begin ik ook niet aan. Want dan steekt de baas jouw geld in zijn zakken. Vandaag weer garnalen gegeten bij zee, ergens in Noord-Holland, en dan weer lekker met de trein terug. Dan ga je natuurlijk toch geen kaartje kopen. Die garnalen moeten betaald worden, dat snap ik ook wel, maar de trein is van ons allemaal. Daarom heb ik ook zo’n mooi leven. Dat komt omdat ik in mijn leven vermenigvuldigd ben. En als je vermenigvuldigd bent kun je niet aan treinkaartjes beginnen. Dat wordt allemaal veel te duur.

Maar als je geen kaartje hebt, dan ontmoet je ook veel meer mensen, zoals jullie. Anders zit je maar op je kaartje te kijken, heb ik het goede kaartje en waar gaat dat heen en stap ik wel goed uit? Dat heb ik allemaal niet.

Ik kom overal en ik weet niet waar ik naar toe ga. Mooi leven toch? En je reist ook nog gratis, kost je niks en erg gezellig. Ja, ik heb een mooi leven. Dat komt omdat ik hardcore anarchist ben. Dan krijg je dat vanzelf..."

Cursusdag

Vrijdag heb ik voor de eerste keer cursus gegeven mét gehoorapparaat. Op één na alle vragen kon ik verstaan. Dat was toch wel een wereld van verschil met de vorige keer.

De cursus was voor muziektherapeuten in opleiding. Ik ben niet muzi, maar wel kaal. Desalniettemin werd mijn eerste lesdag verlengd met een tweede en een derde lesdag. Kennelijk hoef je niet zo muzi te zijn om toch voor zo’n groep les te geven. Het feit dat je kaal bent is voldoende.

Dat cursus geven voor deze groepen doe ik trouwens al zeker 20 jaar. Eerst op het Conservatorium van Alkmaar, toen op de Hogeschool Inholland in Alkmaar en nu in een gebouw voor allerlei kunstuitingen (van bakken en braden via knippen en plakken tot dansen en drummen). Omdat ik me in Alkmaar nog steeds thuis voel was het dus een thuiswedstrijd.

Spitstrein bij Den Haag

’s Morgens moest ik op het hoogtepunt (vroeger: het dieptepunt) van de spits op de trein stappen. Hoe zo’n spitstrein er tegenwoordig uitziet kun je op de foto zien. Er zit bijna geen kip in. Kippen zie je trouwens zelden in de trein. Alleen een enkele keer op het Kippenlijntje bij Barneveld.

Bij Zwanenburg

Onderweg was het nogal mistig. Ik vroeg me af hoe de machinist de weg naar Amsterdam Sloterdijk en vervolgens naar Alkmaar kon vinden. Op Amsterdam Sloterdijk wilde ik koffie scoren bij AH to Go. Op de automaat stond ‘gratis’. Daar ben ik altijd als de kippen bij. Maar er waren geen bekers. Dat was ook een leuke actie.

Een uniek gegeven in Alkmaar was dat alle apparatuur om cursus te kunnen geven het in één keer deed. De vorige keer wilde de computer niet opstarten en de keer daarvoor verscheen het beeld op de kop. Die dag moesten alle cursisten op hun kop gaan staan. Vroeger had je gewoon een schoolbord en een krijtje. Dat deed het altijd. Alleen de sleutel van het lokaal was soms zoek.

Muzieklokaal

Op de foto zie je het leslokaal. Die vazen in de kast zijn trommels. Ik wilde er nog een bos bloemen in zetten, maar dat kon niet.

Je kunt jezelf voortdurend bekijken vanwege de grote spiegels in het lokaal. Dat is niet omdat musici zo graag zichzelf zien, het is ook een danslokaal. Dan schijn je jezelf te moeten zien. Je moet er wel rekening mee houden dat het in spiegelbeeld is, anders beland je tijdens het oefenen van de

Westzijderveld bij Koog aan de Zaan

Andalusische tango met je castagnetten in het bezemhok. Ook moet je goed onthouden wie jij bent in de spiegel, anders denk je dat je net een bocht hebt gedraaid terwijl jij het niet was en beland je op schoot bij de dansleraar.

Tussen de middag pingelde het carrillon van de Grote of Sint Laurenskerk er wel een half uur lang lustig op los. Volgens de cursisten was het o.a. een stuk van Henri Purcell. Dat zal best waar zijn. Ik kan geen noot lezen, laat staan kraken.

Op de terugweg scheen de zon uitbundig. Eigenlijk had ik nog wel een rondje Alkmaar willen fietsen. Maar deze cursusdag deed ik zó vanuit mijn gevoel dat ik alle energie weg had gegeven. Ik ben gewoon maar in de trein gaan zitten en liet me comfortabel vervoeren naar Delft. 

Geen stilte in de Stiltecoupé

De trein gebruik ik vooral als een verlengde studeerkamer. Dat gaat bijna altijd goed. Tijdens een treinreis heb ik alle tijd voor mezelf en kan ik me goed concentreren. Een enkele keer gaat het niet goed. Zoals deze week.

Omdat ik mijn cursus nog even goed moest bekijken nam ik voor de zekerheid een kaartje eerste klasse. Ik ging in de Stiltecoupé zitten teneinde mij in gepaste stilte voor te kunnen bereiden op de al dan niet belangrijke boodschap die vandaag op gepaste afstand gegeven moest worden.

Hoewel het de ochtendspits was zat de trein lang niet vol, zag ik bij binnenkomst. Ik had ook gewoon in de tweede klasse kunnen gaan zitten.

Waar ik helemaal niet op gerekend had was dat deze stilte nadrukkelijk zou worden doorbroken door rumoerige medereizigers. Eentje zei dat er toch geen conducteur langs zou komen, dus dat ze best eerste klasse konden reizen. Ze hielden zich ook niet aan de verplichting van de mondkapjes, ‘want er kwam tóch geen conducteur langs’.

Ik heb al eens eerder de vergelijking getrokken met de gewetensontwikkeling van kinderen. Een peuter van drie denkt dat hij een koekje mag uit de trommel mag pakken als mamma niet in de buurt is. De regel geldt voor hem namelijk alleen als mamma (m/v) in de buurt is. Zonder mamma geldt de regel niet. Dat heeft niets met stiekem gedrag te pakken: de peuter kan nog niet anders denken. Waren deze reizigers op dat niveau blijven steken of waren ze bewust ongehoorzaam? 

Het gesprek dat gevoerd werd was zó luidruchtig dat ik me onmogelijk op de lesstof kon concentreren. Ik wist dat de heren een tweedeklas-kaartje hadden, maar daar ga ik niet over en daar hoef ik me niet mee te bemoeien. Maar ik was niet voor niets in de Stiltecoupé gaan zitten. Dus ik vroeg de heren op gedempte en vriendelijke toon of het wat zachter kon. Dat was dus niet de goede vraag. “Als je er last van hebt ga je toch ergens anders zitten? Er is plek zat…”

Eén van de heren merkte op dat ik asociaal was als ik geen rekening wilde houden met hen. Zij hadden immers recht op een leuk gesprek met elkaar? Op zo’n moment sta of zit ik met de mond vol tanden. Ik heb ze allemaal nog, behalve vier verstandskiezen. Die heeft mijn zwager met ferme kracht verwijderd. Ben ik nou gek of zijn zij gek?

Stiltecoupé in de boekentrein

Ik merkte nog even op dat er ook elders in de trein genoeg plek was, maar dat was niet handig. Het leidde tot de reactie dat ik ‘dus’ best ergens anders kon gaan zitten. Zij waren met zijn vijven en hier konden ze mooi bij elkaar zitten (niet op gepaste afstand en zonder mondkapjes, maar dat terzijde).

Op zo’n moment gaat er van alles door me heen. Ik had de neiging om het woord ‘Stilte’ aan te wijzen en aan iemand te vragen welk woord daar stond. De inhoud van het gesprek ging over het zuipen van bier en verdiensten in bed, dus mogelijk was de betekenis van het woord stilte nog doorgedrongen.

Ik was hier gaan zitten en daarna kwamen deze heren en ze vonden dat ik me sociaal moest gedragen, terwijl zij zich niet aan de regels hielden. Als ze naar Engeland zouden gaan met de auto, zouden ze dan ook van de rest van de Engelse bevolking eisen dat die rechts zou gaan rijden omdat zij dat nu eenmaal gewend waren?

Dat zou olie op het vuur zijn geweest. Bovendien had ik mezelf er mee. Soms heeft een gesprek geen enkele zin. Ik zat gewoon verbaal klem. "Wees jij maar de oudste en de wijste" zei mijn moeder dan vroeger. Dus ik besloot maar in de tweede klasse stiltecoupé te gaan zitten. Daar kon ik de les verder voorbereiden. Nadat mijn hartslag wat lager was geworden lukte dat prima. Voortaan toch maar weer tweede klasse reizen. 

Jullie discrimineren alleen maar

Conducteurs zie je tegenwoordig zelden meer in de trein. Maar deze keer was er een conducteur die haar werk zeer serieus nam.

Voor vertrek meldde ze dat het dragen van een kapje over mond én neus verplicht is in de trein. Als iemand dat niet wilde kon hij of zij de trein verlaten. Straks zou ze langs komen en de reizigers aan een controle onderwerpen. Bij mijn weten stapte niemand uit de trein.

Ter hoogte van Oss verscheen de conducteur in vol ornaat met coupe soleil in de coupé, compleet met een kunststof scherm om haar hoofd. Het zoent wat lastig, maar je kunt wel de mimiek van de conducteur (m/v) lezen. De kaarten werden gecheckt en een reiziger werd erop geattendeerd dat het mondkapje ook over zijn neus getrokken diende te worden. Mijn kaart en Fries mondkapje bleken in orde te zijn.

De man achter mij leek van toeten noch blazen te weten. Hij moest op zoek naar zijn mondkapje. Ondertussen wilde de conducteur zijn kaartje zien. Hij pakte een OV-chipkaart uit zijn zak en gaf die aan de conducteur. Daarop vroeg ze: “Waarom bent u niet ingecheckt?” “Ik heb problemen met de OV-kaart” zei de man. “Hoe lang hebt u die al?” wilde de conducteur weten. “Een tijdje al” zei de man, “ik kan er ook niks aan doen.” “En wat voor actie hebt u ondernomen?” vroeg de conducteur. “Jullie nemen nooit de telefoon op” zei de man, “dan kan ik er ook niks aan doen.” “Maar ik zie op uw kaart dat die al zeven maanden is verlopen” zei de conducteur, “is het dan niet tijd om er wél iets aan te doen.” “Geen tijd voor gehad” zei de man.

Hier zien we het voorbeeld van de 'klager' bij het oplossingsgericht werken.Hij heeft een probleem en de conducteur is er voor om het op te lossen. Mijn vingers jeukten om de man een vraag te stellen over zijn kennelijk overvolle agenda. 

“Mag ik uw postcode?” vroeg de conducteur. Die wist de man niet. “Dan uw adres.” De man noemde een adres. Het bleek in Helmond te zijn. De conducteur checkte het adres. Het bleek niet te bestaan. Maar misschien was die vraag ook te ingewikkeld en wist de man aleen dat hij bij het groene hekje woonde.

“U geeft mij een fout adres op” zei de conducteur. “Ik moet u waarschuwen om dat niet weer te doen, anders haal ik de spoorwegpolitie erbij. “Dat doen jullie altijd” reageert de man fel, “omdat ik gekleurd ben halen jullie de politie erbij. De andere mensen loop je gewoon voorbij in de trein, en je pikt mij er uit omdat jullie de pik op zwarten hebben!”

Er is een verschil tussen je gediscrimineerd voelen en gediscrimineerd worden

Nu gingen mijn vingers opnieuw jeuken. Ik had toch gezien dat iedereen gecontroleerd was in de trein? Hoezo deze man er uit pikken? Er is een verschil tussen je gediscrimineerd voelen en werkelijk gediscrimineerd worden. Maar ja, als je je steeds weer gediscrimineerd voelt ga je vanzelf geloven dat dat een feit is.

De conducteur ging niet in op de beschuldiging van discriminatie. Op basis van zijn ID-kaart schreef ze een kaartje uit + boete. “Je doet je werk voor niks” zei de man. “Die hoef ik toch niet te betalen” zei de man. “De vorige keren kreeg ik ook mijn geld terug. Als jullie foute chipkaarten verkopen kan ik daar niks aan doen. Jullie discrimineren alleen maar! En de rechter geeft mij gelijk.”

Gelukkig: mijn pappa is de sterkste en de rechter geeft mij altijd gelijk. Inderdaad, een kind moet altijd het laatste woord hebben...

Lange treinreis

Gisteren had ik vijf uur lang besprekingen in Friesland. Om daar te komen en weer terug te reizen moest ik acht uur lang met de trein. Met mondkapje.

Om met dat laatste te beginnen: je hebt mondkapjes en mondkapjes. Mondkapjes is trouwens een verkeerd woord: ze moeten ook je neus bedekken. En je moet ze om je oren knopen. KNO-kapjes dus eigenlijk.

Vanuit de Stiltecoupé

Er wordt beweerd dat mondkapjes niets bijdragen aan de veigheid. Dat wordt zowel door Jaap van Dissel als door de sites Viruswaarheid en Corona-nuchterheid gezegd. Die hebben elkaar dus gevonden in het van mening zijn dat aerosolen geen gevaar vormen bij de verspreiding van een virus.

Volgens een onderzoek van het bedrijf Aersmash zou het mondkapje dat ik gebruik waarschijnlijk 95% van de virussen die ik in hoogst eigen persoon verspreid onschadelijk maken voor mijn omgeving. Dat is weer heel andere koek. Daar hoor je Jaap van Dissel en Willem Engel niet over.

Lege Intercity van Leeuwarden naar Den Haag Centraal

Is het dan vervelend, zo’n mondkapje? Het is even wennen. Maar het kapje dat ik nu in gebruik heb is naar verhouding zeer comfortabel. Ik heb er weinig last van. Dit in tegenstelling tot de wegwerpmondkapjes die je overal op straat ziet liggen. Volgens coronasceptische sites zou ik wel ernstige lichamelijke klachten en ernstige ziekten ontwikkelen door het dragen van een mondkapje, maar daar heb ik gisteren niets van gemerkt. Maar misschien heb ik een langere incubatietijd nodig.

Fries landschap vanuit de Stiltecoupé

De afspraken die ik had in Friesland werden keurig op 1½ meter afstand gehouden, hoewel enkele ouders met wie ik in gesprek was dat maar onzin vonden. Er was ook een moeder die een grote gele 1,5 meter button op haar jurk had gespeld. Zij vond de maatregel geen onzin. De beheerder kwam na elk gesprek de ruimte desinfecteren. Alleen mijn stoel niet, ik bleef op dezelfde plek zitten en besmette alleen mijzelf.

Telefonisch bewerkte foto

De trein terug liep vertraging op doordat fietsers ingewikkeld deden bij het in de trein stappen. Ja, als je allemaal met dezelfde trein wilt en je vindt het niet nodig om jezelf aan te melden, dan ontstaan er problemen. En als je dan ook nog je bepakking breeduit op de fietsen laat zitten, dan heeft de conducteur ook wel enig commentaar.

Op de terugweg daalde de zon over de Friese weilanden. Ondertussen had ik in de Stiltecoupé van de trein nog een een uur durende telefonische vergadering. Ik was de enige in de coupé, dus het stoorde niemand dat ik de stilte verstoorde.

De NS is wel duidelijk één van de bedrijven die het meeste te lijden heeft van de corona-crisis.

Selfie-masker

Ik vind het maar niks, al die halve hoofden in het OV. Je weet niet wat er onder zit. 

Daar heb ik het volgende op gevonden. Ik heb een selfie gemaakt. Niet dat mijn hoofd zo selfie-waardig is, maar je moet toch wat…

Daarna heb ik mijn halve hoofd af laten drukken op een mondmasker. Dat is een verwarrende term, want een mondmasker moet ook de neus bedekken anders werkt het niet. Een KNO-masker ofzo.

Het masker zit op de foto niet zo strak. Ik zie er nogal rimpelig uit. Maar dat is in het echt ook zo. Ik mocht de anti-rimpelcreme van Tineke niet meer gebruiken. Dan krijg je dat.

Gisteren heb ik in dier voege en die hoedanigheid een lange treinreis gemaakt. Het bleek nauwelijks op te vallen. Ik kon gewoon incognito de reis maken.

De enige conducteur die langs kwam vond het een leuk idee. Hij had het nog niet eerder gezien. En een paar dames wilden een foto van mij schieten. Dat heb ik toegestaan. Je kunt niet alles tegen houden...

Meer fiets en minder trein

In de combinatie van fiets en trein kon ik overal komen. Hoewel ik door het hele land werk was een auto niet nodig. Tot de lock-down. Ik werd geacht de trein te mijden. Als ik tóch een treinreis moest maken mocht de fiets niet mee. Er was namelijk geen mondkapje beschikbaar voor fietsen. 

Het ging erg goed met de NS. Maar door de lock-down is men voorlopig tienduizenden klanten kwijt geraakt. Inmiddels is er onderzoek gedaan naar de vraag waar die klanten zijn gebleven. Een deel werkt thuis, een ander deel heeft een E-bike gekocht, weer een ander deel een auto.

Lock-down: weinig treinreizen, veel OV-fietsen

Vaak huurde ik een OV-fiets voor mijn werk, maar dat kan lang niet overal. Dus nam ik ook regelmatig mijn fiets mee. Dat kon nu dus niet meer. Een geluk bij een ongeluk was dat de meeste afspraken ook vervielen of werden vervangen door Zoom-meetingen.

Ik heb geen auto gekocht, want ik heb geen rijbewijs. En naarmate je ouder wordt moet je je ook niet sneller willen verplaatsen. Je hoofd gaat namelijk langzamer, en als je dan toch sneller wilt gebeuren er ongelukken.

Als je hoofd langzamer gaat moet je niet sneller willen fietsen

Ik heb geen fiets gekocht: ik heb namelijk een erg goede fiets. Hij komt uit Friesland. Alleen zijn de dagen niet lang genoeg om heel Nederland in één keer door te kunnen fietsen.

Doorgaans reis ik per jaar rond de 30.000 kilometer met de trein. Het aantal fietskilometers ligt gemiddeld tussen de 7000 en 8000 kilometer per jaar (dat is al zo sinds 1975). Maar hoe was dat in de eerste helft van 2020?

Trein 2019Trein 2020Fiets 2019Fiets 2020
15.000580038015710
schattingin/uitcheckregistratieexact (teller)exact (teller)
Fiets en trein 2019 en 2020

De treinreizen maakte ik bijna allemaal in de periode tot 12 maart 2020. Daarna heb ik maar een paar keer in de trein gezeten. Daarom ligt hier nu een hele stapel kranten en tijdschriften in huis. Die las ik namelijk meestal in de trein.

Als ik minder met de trein reis kan ik dus ook een aantal abonnementen op kranten en tijdschriften afzeggen... Zo heeft ieder nadeel ook weer een voordeel. Behalve voor de uitgevers van kranten en tijdschriften. 

Woon-werkverkeer

De afgelopen week moest ik voor eerst weer officiële woon-werkreizen maken. Ik was benieuwd hoe druk het was in de spits. Welnu: de 1½ meter vormde in de trein geen enkel probleem. 

Op de stations, waar tal van mensen in gedachten verzonken niet rechts hielden, op hun mobieltje keken en daardoor zwabberend hun weg gingen én bij het in- en uitstappen was het meer spannend om de vereiste afstand te behouden.

Het koffie drinken met mondkapje vereist nog enige oefening

Bijna iedereen had een mondkapje. Sommigen hadden het mondkapje te letterlijk genomen: de mond bedekt maar de neus vrij. De taal is ook best ingewikkeld. Ik was getooid met een verknipt overhemd.

In de Volkskrant van 20 juni stond een interessante grafiek van de terugloop van het OV in juni, vergeleken met de periode van voor de lockdown. De eerste kolom betreft de terugloop van het OV, de tweede kolom het aantal mensen dat naar voor woon-werkverkeer op reis ging.

Zweden– 22%– 22%
Nederland– 42%– 35%
Duitsland– 29%– 40%
Groot-Brittannië– 59%– 60%
België– 36%– 18%
Frankrijk– 38%– 22%
Italië– 39%– 20%
Spanje– 40%– 15 %
OV-gebruik en buitenshuis werken. Bron: de Volkskrant, 21 juni 2020

De gegevens zijn gebaseerd op ‘Google-analytics’, ze geven dus een indicatie door de telefoons van mensen te volgen. Ik denk dat het aantal incheckers bij NS in Nederland een meer nauwkeurige indicatie geeft. Daarnaast zijn er momenteel bijna geen studenten die het OV gebruiken. Rond Delft vormen zij het grootste deel van de reizigers. Ook als je de grafiek ‘leest’ weet je trouwens nog niet wat al die mensen aan het doen waren. De cijfers heb ik uit de grafiek ‘afgelezen’, ik kan er een procent naast zitten.

Een volle spitstrein…

Mijn indruk is dat het aantal reizigers veel meer gedaald is dan de genoemde 42%. De NS meldde dat in er in maart sprake was van een daling van het aantal reizigers met 90%. En Rogier van Boxtel meldde een terugloop van 75% Dat komt overeen met een bericht op Treinreiziger.nl : het aantal reizigers met het OV zou begin juni 25% bedragen van de cijfers van februari 2020. Ook reizen de forensen meer gespreid. De spits is dus ‘breder’ geworden en minder overbelast.

Je kunt Google ook om de tuin leiden, zoals een inwoner van Berlijn deed. Hij liep met een kar met honderd telefoons door het centrum van Berlijn, waardoor op Google een bericht verscheen dat er een verkeersopstopping was in het centrum. 

OV-proof

Per 1 juni zijn mondkapjes verplicht in het OV. NS raadt overigens aan om er nu alvast mee te beginnen. Ik ben de kwaadste niet en ben er dus alvast mee begonnen.

De instructie die ik las over het dragen van mondkapjes is trouwens niet zo duidelijk. Er werd gekopt met “Mondkapjes verplicht in het OV.” Dan kun je dat kapje dus ook gewoon in je tas bij je hebben. Een OV-chipkaart, een ID-kaart én een mondkapje…

Inmiddels worden ook de zitplaatsen toebedeeld. Je mag alleen maar bij het raam zitten, niet aan het gangpad. Je mag wél tegenover elkaar zitten, maar niet naast elkaar. NS kan de komende tijd maar 40% van het gebruikelijke aantal reizigers vervoeren…

In ieder geval begaf ik me gisteren OV-proof op reis. Er zat verder niemand in de coupé (voor 48 mensen), ik ging netjes naast het raam zitten en ik had een mondkapje op.

Ik moet zeggen dat het nog wel even wennen is. Het is toch iets wat niet lichaams-eigen is. Dat gaat irriteren.

Wat ook tegen viel is dat ik onderweg geen koffie kon drinken of een boterham kon nuttigen.

Ik kon ook niet naar de WC trouwens. Maar dat kwam omdat de NS een sprinter zonder toilet had ingezet. Dat doen ze weliswaar alleen op de korte afstand, maar deze Sprinter deed er meer dan een uur over.

Maar als je niet drinkt hoef je ook minder te plassen. Zo past het allemaal dus toch weer keurig in elkaar. "Het heeft zo moeten zijn" zou mijn moeder zaliger hebben gezegd.